![]() |
![]() |
Olympische Spelen
|
Antwerpen
|
Olympiade 1920
|
Belgen op de Spelen
|
Info
|
|
Voetbal België De Olympische Spelen van 1920 in Antwerpen werden het eerste hoogtepunt in de geschiedenis van de Rode Duivels. Als organisator wilde België in ten minste één sport uitblinken en alles werd op het voetbal gezet. Weken vooraf begonnen de trainingen en onder leiding van de Schotse trainer Maxwell werd er maar liefst drie keer per week geoefend: op dinsdag te Antwerpen, op woensdag afwisselend in Luik of Brugge en op donderdag te Brussel. De selectieheer, Graaf d'Oultremont, had daarvoor een eerste groep van 24 spelers gekozen waarvan er noodgedwongen twee moesten wegvallen: het werden Van der Gracht (Beerschot) en Moucheron (Daring Club Brussel). De olympische lijst van de voorgeschreven 22 spelers zag er uit als volgt: Doel: De Bie (Racing C.B.) en Vandermeiren (Daring C.B.); Achter: De Groof (Antwerp), Swartenbroeks (Daring C.B.) en Verbeeck (Union); Midden: Cnudde (Union), André Fierens (Beerschot), Hanse (Union), Musch (Union) en Pelsmaeker (Beerschot); Voor: Balyu (Club Brugge), Bastin (Antwerp), Bragard (C.S. Verviers), Coppée (Union), Dogaer (R.C. Mechelen), Hebdin (Union), Larnoe (Beerschot), Michel (Léopold), Nizot (Léopold), Ivan Thys (Beerschot), Van Hege (Union) en Wertz (Antwerp).
De eerste ronde van het tornooi, afgewerkt op basis van de regels van het toen gangbare Bergvall-systeem, werd gespeeld op 28 augustus.
De voetbalgrootmacht Groot-Brittannië ging reeds in de eerste ronde verrassend onderuit tegen Noorwegen en ook de Denen verloren na een schitterende prestatie van de 19-jarige Spaanse wonderdoelman Zamora. Spanje, Tsjechoslowakije, Noorwegen, Italië, Nederland en Zweden gingen door naar de kwartfinales. Daar werden België - vrij in de eerste ronde - en Frankrijk aan toegevoegd. Deze kwartfinales werden reeds de volgende dag gespeeld.
De Rode Duivels namen het in de kwartfinales op tegen Spanje. Bij veel Antwerpse voetballiefhebbers bestond argwaan tegenover de selectieprocedure van d' Oultrement, te meer omdat de samenstelling van de ploeg niet vooraf bekend werd gemaakt. Bij het betreden van het veld ontstond een oorverdovend gehuil en fluitconcert dat minutenlang aanhield. De Antwerpenaars waren woest omdat de jonge plaatselijke vedetten niet in de ploeg stonden. Toch had d'Oultrement blijkbaar goed geoordeeld, want tegen de reeds vermoeide Spaanse ploeg werd gewonnen met 3-1. Robert Coppée, de man met het legendarisch schot, zette de kroon op het werk en klopte drie keer Ricardo Zamora, die werd aangezien als beste doelman ter wereld. Naast België plaatsten ook de teams uit Tsjechoslowakije, Frankrijk en Nederland zich voor de halve finales. Op 31 augustus vonden de halve finales plaats.
In de halve finales moesten de Rode Duivels het voor het eerst sedert 1914 terug tegen Nederland opnemen. Met vier speciale treinen zakten duizenden Nederlanders af naar de Scheldestad. Op het veld toonden de Duivels zich uitgesproken de baas. De Belgische aanhang had, door haar gejouw tijdens de vorige match, haar zin gekregen met drie nieuwe spelers in de aanvalslinie.
En het dient gezegd, Bragard, Larnoe (Beerschot) en Bastin (Antwerp) deden het prima. Coppée en Van Hege werden met een speciale lijfwacht bedacht. Maar de spirit van de Rode Duivels, waarvan de spil en aanvoerder Emile Hanse in deze wedstrijd de exponent was, deed Oranje de das om. Met doelpunten van Larnoe, Bragard en Van Hege werd het een afgetekende zege (3-0) en werd de finale bereikt. Na de verloren halve finale tegen België hielden een aantal Nederlandse spelers, o.a. Jan de Natris, een Antwerpse kroegentocht. Ze werden door hun voetbalbond naar huis gestuurd. Nadat de andere spelers ook dreigden te vertrekken - er moest nog om brons tegen Spanje worden gespeeld - mochten de stappers blijven. Er was echter nog meer onvrede, en dit niet enkel in het Nederlandse kamp. Er werd vrij algemeen gesproken over 'de schande van de Schelde'. Terwijl de bondsofficials in Antwerpen in riante hotels verbleven, moesten de Nederlanders het doen met benauwde vierpersoonshutten op de 'Hollandia', een stoomschip op de Schelde. Om toch voor enige ontwpanning te zorgen had graaf van Limburg Styrum zijn grammofoon aan boord laten brengen, maar enkele onverlaten vonden er niet beter op dan de fonoplaten met jam in te smeren... Van lieverlede gaf men de spelers dan maar onderdak in Hotel Terminus in het Statiekwartier. Maar dat was de kat bij de melk zetten. Men kon de spelers meermaals op de dansvloeren van de Savigny, de Gaity of de Henry Grill terugvinden... De finale was dus gekend: België - Tsjechoslowakije.
Het is ongetwijfeld één van de wedstrijden die in het geheugen van de Belgen staat gegrift. De Rode Duivels versloegen in een memorabele finale de Tsjechen. Dat gebeurde evenwel niet zonder slag of stoot.
De Tsjechen hadden vooraf reeds hun bedenkingen geuit bij de aanduiding van de Britse ref John Lewis. Die was enkele jaren voordien in Praag door fanatieke supporters hardhandig aangepakt en zou op wraak zinnen. België kwam reeds na 6 minuten op voorsprong. Het versierde een goedkope strafschop die werd omgezet door Robert Coppée (1-0). Toen de lokale sterspeler Rik Larnoe rond het halfuur de 2-0 scoorde, zakte de Tsjechoslowaken de moed helemaal in de schoenen. Zij hadden het over een duidelijke buitenspelsituatie maar hun protest werd door de scheidsrechter weggewuifd.
Het spel van de Tsjechen werd ruwer. Net voor de pauze kwam de klap op de vuurpijl. De doorgebroken Coppée werd brutaal gestopt door Karl Steiner, met een vrijwillige trap op het bovenlichaam. Coppée viel neer, de back Steiner werd uitgesloten en moest het veld verlaten. Een Nederlandse bron zegt dan weer dat het Coppée was die Steiner eerst unfair in de rug had geduwd, waarop deze zich omdraaide en Coppée in de buik trapte.
De Tsjechen waren woest om deze beslissing en stapten collectief van het veld. Op deze wijze kwam er een abrupt einde aan de wedstrijd. België won met 5-0 forfaitcijfers de finale en het goud. Bleef nog de vraag wie nu uiteindelijk de zilveren medaille zou krijgen. Normaal had Spanje moeten spelen tegen Tsjechoslowakije, maar dit ging nu niet door. Een troostingstornooi werd georganiseerd tussen de verliezende partijen. In een eerste ronde kwamen de verliezende kwartfinalisten (Noorwegen, Italië, Spanje en Zweden) tegen elkaar uit. Nadien ontmoetten de winnaars van deze eerste ronde elkaar. Spanje won daarbij van Italië. In de derde en laatste voorronde van dit troostingstoernooi moest de winnaar van ronde 2 (Spanje) uitkomen tegen de verliezende finalist. Maar de Tschechen waren gediskwalificeerd. Ook de verliezers van de halve finales (Nederland en Frankrijk) dienden elkaar partij te geven. Maar Frankrijk weigerde deze wedstrijd te spelen omdat een aantal spelers reeds naar huis teruggekeerd was. Uiteindelijk bekampten Spanje en Nederland elkaar voor zilver. Maar het losbandig uitgangsleven van de Nederlanders speelde hen duidelijk nog parten. De Spaanse ploeg versloeg Nederland met 3-1 en haalde aldus zilver. Een overzicht van het ganse tornooi in een overzichtelijk pdf-je. Het uitslagenbord:
Het winnende team bestond uit: Jan de Bie (1892 - 1961)
Armand Swartenbroeks (1892 - 1980)
Oscar Verbeeck (1891 - 1971)
Joseph Mussche (1893 - 1971)
Emile Hanse (1892 - 1981)
André Fierens (1898 - 1972)
Louis van Hege (1889 - 1975)
Henri Larnoe (1897 - 1978)
Mathieu Bragard (1895 - 1952)
Robert Coppée (1895 - 1952)
Désiré Bastin (1900 - 1972)
Félix Balyu (1891 - 19??)
Fernand Nisot (1895 - 19??)
Georges Hebdin (1895 - 1970)
|