Vilho Tuulos (1895 - 1967)
Het hinkstapspringen is een technisch erg moeilijke discipline. De oorspronkelijke hinkstapsprong die beoefend werd door de Grieken was niet meer dan drie vertesprongen na elkaar. De Kelten vonden een techniek uit met drie sprongen in één vloeiende beweging. Hiervoor werden de regels vastgesteld tegen het eind van de 19de eeuw, eerst door de Ieren, daarna door de Amerikanen. Oorspronkelijk een hink-hink-sprong, met de eerste twee hinken met dezelfde voet, werd de driesprong pas na 1900 een echte hink-stap-sprong.
De Fin Vilho "Ville" Tuulos, gespecialiseerd in het hinkstapspringen en het verspringen veroverde op 21 augustus 1920 de gouden medaille met een sprong van 14,505 m die hij reeds in de kwalificatieronde realiseerde.
Het resultaat van de voorronde telde toen mee voor de medailles. De proef ging door op een door de aanhoudende regen overstroomde piste.
Nochtans was het Daniel Ahaern (USA) die als grote favoriet aan het tornooi begon. Hij was immers houder van het wereldrecord met een sprong van 15,52 m en dit sinds 1911. Ahaern werd slechts zesde maar dit had alles te maken met zijn protestactie tegen de slechte accomodatie in een oud schoolgebouw. De zaak escaleerde toen hij uit het team werd verwijderd. Daarop dreigden de 200 leden van het Amerikaanse olympische team de Spelen te verlaten tenzij Ahaerd werd opgevist. Ahaerd mocht daarop het team terug vervoegen maar met slechts één geldige sprong van 14,08 m kon hij geen aanspraak maken op een medaille.
Tuulos won voor drie Zweden. Hij versloeg Folke Jannson met 2 cm, sprong 23 cm verder dan Erik Almlöf en 43 cm verder dan Ivar Sahlin.
Dat Tuulos een begenadigd hinkstapspringer was, bleek in 1923 toen hij Europees recordhouder werd met een sprong van 15,48 m, een record dat liefst zestien jaar stand hield.
Op de Spelen van 1924 (Parijs) en 1928 (Amsterdam) behaalde Tuulos telkens brons.
Zijn beste prestatie in het verspringen behaalde hij op de Spelen van 1924 met een vierde plaats.
In zijn carrière won Tuulos liefst twaalf Finse titels: negen in het hinkstapspringen (1919 tot 1925, 1927 en 1928), twee in het verspringen (1921 en 1923) en zelfs een in het hoogspringen (1923).
Jaar |
Leeftijd |
Discipline |
Medaille |
Resultaat |
1920 |
25 |
hinkstapspringen |
|
14,505 m |
1924 |
29 |
hinkstapspringen |
|
15,37 m |
1928 |
33 |
hinkstapspringen |
|
15,11 m |
|