Olympische Spelen - Antwerpen 1920      

Turnen

De aanzet tot het georganiseerd internationaal turnen werd gegeven op 23 juli 1881 toen de 'Fédération Internationale de Gymnastique' te Luik werd opgericht met vertegenwoordigers van gymnastiekvereningen uit België, Frankrijk en Nederland.

Vanaf de eerste moderne Olympische Spelen (1896) stond het artistieke turnen ook op het olympische programma. De samenstelling van het pakket turndisciplines wijzigde in de loop der jaren nogal sterk. Zo bestond de 'all-around'-competitie in 1900 uit 11 proeven waaronder b.v. ook polstokspringen, verspringen, een gecombineerde proef ver- en hoogspringen en zelfs gewichtheffen.
In 1904 waren er vier onderdelen, in 1908 werden vijf proeven geselecteerd, in 1912 terug vier en in 1920 opnieuw vier.

Vanaf 1924 viel de samenstelling van het turnprogramma in een ietwat definitievere plooi met mannen individueel en in teamverband in competitie op elk toestel.

Tijdens de openingsceremonie van de Antwerpse Spelen mochten o.a. Deense turnsters mee opdraven, meedoen aan de Spelen bleef vooralsnog voorbehouden aan de mannelijke turners. Pas tijdens de Spelen van Amsterdam in 1928 werd voor het eerst ook een turntornooi voor vrouwen gehouden.


De wedstrijden tijdens de Spelen van Antwerpen gingen door in het olympisch stadion van 23 tot 27 augustus. Als opwarmer voor het publiek had daags voordien reeds een massademonstratie van Belgische turners uit de verschillende verzuilde bonden plaats gevonden.

Naast de individuele en de groepsproef volgens de Europese methode stond ook de Zweedse gymnastiek op het programma met een groepswedstrijd maar ook een vrije proef. Opvallend was alleszins het groot aantal deelnemers per team. Er namen immers niet minder dan 250 turners deel aan het tornooi.

Ook de turnproeven hadden af te rekenen met het slechte weer tijdens de augustusmaand van 1920.


All-around
1 Giorgio ZAMPORI ITA 88,35 pt  
2 Marco TORRČS FRA 87,62 pt  
3 Jean GOUNOT FRA 87,45 pt  
 
Europese landenwedstrijd
1 ITA   359,855 pt  
2 BEL   346,785 pt  
3 FRA   340,100 pt  
 
Landenwedstrijd (vrije oefeningen en toestellen)
1 DEN   51,35 pt  
2 NOR   48,55 pt  
3 slechts 2 teams namen deel      
 
Zweedse landenwedstrijd
1 SWE   1 363,833 pt  
2 DEN   1 324,833 pt  
3 BEL   1 094,000 pt  
 
Het overzicht van de behaalde medailles:
Land
Deelnemers
Totaal
België
48
-
1
1
2
Denemarken
45
1
1
-
2
Egypte
2
-
-
-
-
Frankrijk
29
-
1
2
3
Groot-Brittannië
27
-
-
-
-
Italië
27
2
-
-
2
Monaco
2
-
-
-
-
Noorwegen
26
-
1
-
1
Tsjechoslowakije
16
-
-
-
-
Zweden
24
1
-
-
1
Verenigde Staten
4
-
-
-
-


Markante figuren