Olympische Spelen - Antwerpen 1920      

Schieten

Schieten is één van de disciplines die vrijwel altijd op het olympische programma heeft gestaan. Het werd op de Spelen van 1896 in Athene geïntroduceerd. De initiatiefnemer voor de moderne Olympische Spelen, baron Pierre de Coubertin, was zelf een ontzettend goede schutter en dat zou een niet onbelangrijke reden zijn geweest dat schieten reeds in 1896 op de Spelen beoefend werd. Enkel in 1904 (St.-Louis) en 1928 (Amsterdam) werd de schietsport niet geprogrammeerd.
Het aantal disciplines varieerde nogal sterk zodat de schutters meerdere medailles konden behalen. Als we het kleiduifschieten meetellen werden op de Spelen van Antwerpen zelfs 21 verschillende wedstrijden (individueel en per ploeg) georganiseerd. Nadat het schieten in 1928 was afgevoerd werd het in 1932 terug op het programma geplaatst, nu met slechts 2 proeven.

Schieten
Er zijn 17 olympische schietdisciplines, die in vier hoofdgroepen kunnen onderverdeeld worden, nl. kleischieten, karabijnschieten, pistoolschieten en lopend doelschieten. De verschillende disciplines onderscheiden zich door het gebruikte wapen (pistool of karabijn), de afstand tot het doel (10 m, 50 m, 100 m, 300 m), de houding (staand, liggend, knielend of een combinatie van deze houdingen), het kaliber van het wapen ( .177, .22 , .32, .38, enz.) en het aantal schoten per wedstrijd (40, 60, 120).

Uitzonderlijk aan deze sport is de diversiteit in leeftijden van de deelnemers. De jongste olympische kampioen ooit was 16 jaar (Konstatin Lukashik, Barcelona 1992) en de oudste was er 72 (Oscar Swahn, Antwerpen 1920).

De Zweed Oscar Swahn won in 1908, op de leeftijd van 60 jaar, twee gouden en een zilveren medaille. Vier jaar later, in Stockholm, won hij goud en brons. Na WO I kwam hij naar Antwerpen en won er een zilveren medaille.

De wedstrijden van de Antwerpse Spelen, gehouden in het kamp van Hoogboom te Brasschaat, begonnen op 22 juli en duurden tot 27 juli. Een tweede reeks wedstrijden, de militaire disciplines werden van 29 juli tot 3 augustus georganiseerd op de schietstand van het Belgisch leger in het militaire kamp van Beverlo terwijl het Belgische leger op dat moment grote militaire manoeuvers in het kamp van Elsenborn hiled. De schutters werden ingekwartierd "in de officiersmess, ingericht met alleen een ijzeren bed, een kom en een grenen tafel ...".
In de onmiddellijke omgeving van de wedstrijdplek was het Belgisch leger tijdens de Spelen nog volop bezig met het onschadelijk maken van Duitse granaten.
De Franse schutters waren niet erg opgetogen met deze wedstrijden in open lucht vermits zij gewoon waren op een overdekte schietbaan te oefenen. Maar ook de weersomstandiheden waren verre van ideaal, zo bijvoorbeeld "in de middag van 30 en 31 juli, toen de regen zo fel was dat de officiële evenementen werden onderbroken."

Kleiduifschieten
Reeds in 1822 werd het kleiduivenschieten als een specifieke sport beschreven.
In het schootsveld werden manden met duiven geplaatst. Deze manden werden op commando van de schutter geopend waardoor de duiven konden wegvliegen (o.a. op de Spelen van 1900 in Parijs).
Later werden de duiven vervangen door met veren gevulde glazen ballen ter grootte van een tennisbal. Nadien zijn het dan de nu alom bekende in de lucht gekatapulteerde schijfjes in gebakken klei ("clay pigeons") geworden.

Vandaag de dag staan, voor de schutter, in het schootsveld, 15 verschillende werpinstallaties naast elkaar opgesteld, van waaruit kleiduiven vanuit verschillende posities en hoeken op commando van de schutter worden weggeslingerd. De schutter weet niet van te voren waar de duif uitkomt en welke richting hij opgaat. Daarbij moet de schutter schieten vanaf vijf verschillende posten.

De ploegenwedstrijd was bij het begin van de vorige eeuw vooral een Amerikaanse aangelegenheid. Zo won de USA o.a. goud op de Spelen van 1912, 1920 en 1924.
De Belgische ploeg bestaande uit Albert Bosquet, Joseph Cogels, Emile Dupont, Henri Quersin, Louis van Tilt en Edouard Fesinger behaalde een verdienstelijke tweede plaats.
De wedstrijden werden van 22 tot 24 juli 1920 gehouden op de terreinen van de Hoogboom Country Club te Kapellen.

Er namen in totaal 234 schutters uit 18 landen deel aan de proeven. Veruit de meeste medailles werden gewonnen door de Verenigde Staten (23), Noorwegen (11) en Zweden (10).


Revolver - 30 m - individueel (rapid-fire pistol, military pistol)
1 Guilherme PARAENSE BRA 274 pt.  
2 Raymond BRACKEN USA 272 pt.  
3 Fritz ZULAUF SUI 269 pt.  
 
Pistool en revolver - 30 m - team (rapid-fire pistol, military pistol)
1 USA   1 310 pt.  
2 GRE   1 285 pt.  
3 SUI   1 270 pt.  
 
Pistool - 50 m - individueel (free pistol)
1 Karl FREDERICK USA 496 pt.  
2 Afrânio DA COSTA BRA 489 pt.  
3 Alfred LANE USA 481 pt.  
 
Pistool en revolver, enkel schot - 50 m - team (free pistol)
1 USA   2 372 pt.  
2 SWE   2 289 pt.  
3 BRA   2 264 pt.  
 
Kleinkalibergeweer - 50 m - individueel (small bore rifle)
1 Lawrence NUESSLEIN USA 391 pt.  
2 Arhtur ROTHROCK USA 386 pt.  
3 Dennis FENTON USA 385 pt.  
 
Kleinkalibergeweer - 50 m - team (small bore rifle)
1 USA   1 899 pt.  
2 SWE   1 873 pt.  
3 NOR   1 866 pt.  
 
Militair geweer, drie houdingen - 300 m - individueel (free rifle)
1 Morris FISHER USA 997 pt.  
2 Niels LARSEN DEN 985 pt.  
3 Østen ØSTENSEN NOR 980 pt.  
 
Militair geweer, drie houdingen - 300 m - team (free rifle)
1 USA   4 876 pt.  
2 NOR   4 748 pt.  
3 SUI   4 698 pt.  
 
Militair geweer, staand - 300 m - individueel (military rifle)
1 Carl OSBURN USA 56 pt.  
2 Lars Jörgen MADSEN DEN 56 pt.  
3 Lawrence NUESSLEIN USA 54 pt.  
 
Militair geweer, staand - 300 m - team (military rifle)
1 DEN   266 pt.  
2 USA   255 pt.  
3 SWE   255 pt.  
 
Militair geweer, liggend - 300 m - individueel (military rifle)
1 Otto OLSEN NOR 60 pt.  
2 Léon JOHNSON FRA 59 pt.  
3 Fritz KUCHEN SUI 59 pt.  
 
Militair geweer, liggend - 300 m - team (military rifle)
1 USA   289 pt.  
2 FRA   283 pt.  
3 FIN   281 pt.  
 
Militair geweer, liggend - 300 en 600 m - team (military rifle)
1 USA   573 pt.  
2 NOR   565 pt.  
3 SUI   563 pt.  
 
Militair geweer, liggend - 600 m - individueel (military rifle)
1 Carl Hugo JOHANSSON SWE 59 (58) pt.  
2 Mauritz ERIKSSON SWE 59 (56) pt.  
3 Lloyd SPOONER USA 59 (56) pt.  
 
Militair geweer, liggend - 600 m - team (military rifle)
1 USA   287 (283) (284) pt.  
2 RSA   287 (283) (279) pt.  
3 SWE   287 (275) pt.  
 
Lopend hert, enkel schot - 100 m - individueel
1 Otto OLSEN NOR 43 pt.  
2 Alfred SWAHN SWE 41 pt.  
3 Harald NATVIG NOR 41 pt.  
 
Lopend hert, enkel schot - 100 m - team
1 NOR   178 pt.  
2 FIN   159 pt.  
3 USA   148 pt.  
 
Lopend hert, dubbel schot - 100 m - individueel
1 Ole LILLOE-OLSEN NOR 82 pt.  
2 Fredrik LANDELUIS SWE 77 pt.  
3 Elnar LIBERG NOR 71 pt.  
 
Lopend hert, dubbel schot - 100 m - team
1 NOR   343 pt.  
2 SWE   336 pt.  
3 FIN   284 pt.  
 
Kleiduifschieten - individueel
1 Mark ARIE USA 95 pt.  
2 Frank TROEH USA 93 pt.  
3 Frank WRIGHT USA 87 pt.  
 
Kleiduifschieten - team
1 USA   547 pt.  
2 BEL   503 pt.  
3 SWE   500 pt.  
 
Het overzicht van de behaalde medailles:
Land
Deelnemers
Totaal
België
24
-
1
-
1
Brazilië
5
1
1
1
3
Canada
7
-
-
-
-
Denemarken
16
1
2
-
3
Finland
9
-
1
2
3
Frankrijk
17
-
2
-
2
Griekenland
9
-
1
-
1
Groot-Brittannië
7
-
-
-
-
Italië
10
-
-
-
-
Nederland
15
-
-
-
-
Noorwegen
16
5
2
4
11
Portugal
5
-
-
-
-
Spanje
7
-
-
-
-
Tsjechoslowakije
8
-
-
-
-
Verenigde Staten
29
13
4
6
23
Zuid-Afrika
7
-
1
-
1
Zweden
28
1
6
3
10
Zwitserland
15
-
-
5
5


Markante figuren