Maurice Peeters (1882 - 1957)
Nadat de sprintproef over 1 km in 1896 en 1900 wel op het olympische programma voorkwam, werd deze proef in 1904 en 1912 niet ingericht. In 1908 werd de uitslag nietig verklaard wegens het overschrijden van de tijdslimiet. Vanaf 1920 werd deze discipline terug op het programma geplaatst.
In de eerste ronde werd het aantal deelnemers van 37 gereduceerd tot 24 spurters. Maar liefst drie Britse renners wisten de halve finales te halen. Uiteindelijk kwamen Thomas Johnson, Harry Ryan en de Nederlander Maurice Peeters tegen elkaar uit in de finale.
Winnaar werd de Nederlander Maurice Peeters die in 1920 zijn grootste successen behaalde. Peeters, geboren te Antwerpen, was pas in 1914, op 32-jarige leeftijd beginnen fietsen. Tijdens de Olympische Spelen in Antwerpen werd hij de eerste Nederlandse olympische kampioen bij het wielrennen. Op het onderdeel sprint versloeg hij op 9 augustus de Britten Tiny Johnson en Harry Ryan. Dat gebeurde in een zeer bewogen finale vermits de twee Britten samenspanden en om beurten demarreerden om Peeters op de knieën te krijgen. Peeters reed een eerder afwachtende race om bij het ingaan van de laatste ronde resoluut naar de leiding te gaan.
Alhoewel Peeters in 1920 al 38 was had hij in de eindsprint genoeg kracht over om de zege te behalen. Johnson eindige op een kwartwielafstand terwijl Ryan op enkele lengtes finishte. De Britten legden nog een klacht neer wegens onsportief gedrag van Peeters, maar deze klacht werd verworpen.
In hetzelfde jaar werd Maurice Peeters, ook te Antwerpen, wereldkampioen sprint en won hij de Grote Prijs van Parijs.
Vier jaar later, tijdens de Spelen van Parijs, haalde hij opnieuw een finale, ditmaal op het onderdeel tandem, samen met Gerard Bosch van Drakestein. In de finale met Frankrijk en Denemarken leek het Nederlandse tweetal op weg naar het goud toen zij bij het ingaan van de laatste bocht het leidende Franse duo passeerden. Maar juist op dat moment lieten die een harde schreeuw. De aan het stuur zittende Peeters schrok daarvan en begon te slingeren. Hij kon de rechte lijn niet meer vinden, de Nederlanders werden teleurstellend derde.
Na afloop begreep Bosch van Drakestein niet dat zijn kompaan zo laconiek reageerde op het verlies, tot hij in het rennerskwartier een fles cognac zag staan. Peeters maakte er een gewoonte van voor een race een glaasje te nemen, sinds deze drank hem ooit van een voedselvergiftiging had afgeholpen. Ditmaal bleek de fles echter helemaal leeg te zijn gedronken...
Jaar |
Leeftijd |
Discipline |
Medaille |
Resultaat |
1920 |
38 |
1 000 m spurt |
|
1'04"4 (13"0) |
1924 |
42 |
2 000 m tandem |
|
  |
|