Olympische Spelen - Antwerpen 1920      

Charles Paddock (1900 - 1943)

Oorspronkelijk werd dit sprintnummer op gras of sintelbanen gelopen over de Britse afstand van 100 yards (91,44 m), voordat er onder continentale invloed 100 meter van werd gemaakt. Sprinters startten uit staande positie tot 1887, toen Charles H.Sherrill (USA) kleine kuiltjes voor de voeten groef en een ineengedoken start uitprobeerde.
In 1928-1929 werden door de Amerikaanse coaches George Breshnahan en William Tuttle de startblokken ontwikkeld om aldus een meer betrouwbare start mogelijk te maken. Het gebruik ervan werd in 1937 door de IAAF goedgekeurd. Eén jaar later werd het gebruik verplichtend om een recordloop te kunnen erkennen. De maximaal toegestane rugwind bleef bepaald op 2 meter per seconde.


De Amerikaanse sprinter Charles Paddock nam in 1920 voor het eerst deel aan Olympische Spelen.
Nadat hij tijdens WO I in het leger had gediend studeerde Paddock aan de University of Southern California. Hij werd er lid van het atletiekteam en bleek al snel een uitstekende sprinter te zijn. Zo won hij de 100 en 200 meter tijdens de Inter-Allied Games van 1919, het eerste grote sportevenement na WO I.

Op de Spelen van Antwerpen veroverde hij goud op de 100 m spurt en de 4 x 100 m aflossing. In de 200 m spurt behaalde hij een zilveren medaille na Allen Woodring.

Voor de 100 m spurt waren 61 atleten ingeschreven, waaronder vier Belgen. Via twaalf reeksen in de voorronde werden telkens twee atleten gekwalificeerd. Dan volgden vijf kwartfinales met vier of vijf deelnemers waarvan er telkens twee overbleven en twee halve finales met vijf deelnemers waarvan de eerste drie zich kwalificeerden voor de finale.

De beste prestaties in de reeksen en de kwartfinales werden geleverd door Harry Edward, Charles Paddock, Jackson Scholz en Loren Murchison. Murchison had Paddock verslagen tijdens de Amerikaanse trials en liep een prima 10"8 in de reeksen van het olympische tornooi. De halve finales werden gewonnen door Paddock en de uit Guyana afkomstige Harry Edward.

De start van de finale op 16 augustus 1920 werd verstoord door een incident. Op aandringen van de starter diende Charley Paddock zijn handen achter de startlijn te plaatsen. In de veronderstelling dat de startprocedure diende hernomen te worden richtte Murchison zich terug op. Op dat moment viel echter het startschot en wist Murchison zich kansloos.
Halfweg liep Jackson Scholz nog aan de leiding maar het was Paddock die uiteindelijk won. Met een tijd van 10"8 kwam het wereldrecord van Donald Lippincott (USA, 10"6, 1912 Stockhom) niet in gevaar.
Scholz werd door de jury eerst als vijfde over de finishlijn gezien, maar deze fout werd hersteld: Scholz werd vierde, voor de Fransman Emile Ali-Kahn.


Paddock was in de periode 1920-1924 medewereldrecordhouder op de 4 x 100 m aflossing. Op 23 april 1921 liep hij een wereldrecordtijd op de 100 m (10"4), record dat hij wist te behouden tot 1930. Hij was tevens de eerste die de 200 meter in minder dan 21 sec. liep en was wereldrecordhouder van 1921 tot 1926. Hij nam later ook nog deel aan de Spelen van 1924 (5de op de 100 m en zilver op de 200 m) en 1928.


Charley Paddock, die geen snelle starter was, was vooral gekend omwille van zijn onorthodoxe stijl waarmee hij naar de finish 'sprong', waarbij hij werkelijk over de eindmeet sprong door enkele meters voor de finish af te stoten en zo een sprong van ca. 4 meter realiseerde.


Jaar
Leeftijd
Discipline
Medaille
Resultaat
1920
20
100 m
10"8
1920
20
200 m
22"1
1920
20
4 x 100 m
42"2
1924
24
200 m
21"7


In 1920, midden zijn sportcarrière, werd Paddock actief in het bedrijfsleven, meer bepaald in de journalistiek. Hij bracht het tot vice president en general manager van de Pasadena Star-News, de Pasadena Post en de Long Beach Press-Telegram, alle eigendom van Charles H. Prisk, wiens dochter, Neva Prisk Malaby, Paddock's vrouw werd. In aanvulling op zijn krantenwerk produceerde hij een aantal films, schreef hij boeken en artikelen en gaf lezingen.
Hij diende als luitenant van de veldartillerie tijdens WO I (in 1917-1918) en had een post als persofficier in de staf van generaal-majoor William Upshur tijdens de Tweede Wereldoorlog. Als kapitein tijdens dit conflict, stierf hij, samen met Upshur, in een vliegtuigongeluk nabij Sitka, Alaska op 21 juli 1943.