Olympische Spelen - Antwerpen 1920      

Het Kiel

Historiek
Het Kiel is altijd al een apart deel van Antwerpen geweest. Hoewel de wijk al sinds eeuwen deel uitmaakt van de stad Antwerpen, blijft het Kiel tot op heden van het stadscentrum gescheiden, eerst door de oude stadswallen en de vesting, nu door de Ring. Vroeger liepen de grenzen van de wijk tot aan de Sint-Jansvliet en de Markgravelei.

Gedurende enkele eeuwen werd het gebied bewoond door de Friezen en later door de Franken. Het waren zij die de plek Kyle en Bernescot noemden.
Het noordelijke deel van het oorspronkelijke Kiel situeerde zich rond de Oever en de Sint-Jansvliet. Het zgn. 'Kil' had als kern de huidige straat Het Zand, waar toen het haventje 'Kyle' gelegen was.

De eerste geschriften over Bernescot dateren vermoedelijk uit de dertiende eeuw. Antwerpen en het gehucht Hoboken hadden toen een geschil over een gebied dat tussen de twee gemeenten lag. Het gebied was een 'scot', een afgebakend terrein waarop everzwijnen - een mannelijk everzwijn is een 'beer'- werden gehouden, zodat het gebied de naam Berenscote en later Bernescot kreeg.
In 1511 werd het Bernescot geschonken aan een Nobertijnerabdij. In de achttiende eeuw liet abt Christomus Teniers er een poort plaatsen met zijn wapenschild, een beer met drie eikels en zijn lijfspreuk 'TENE QUOD BENE'.
Hiermee zijn de namen Kiel en Beerschot verklaard, maar wat wij nu het Kiel noemen zou eigenlijk Beerschot moeten heten.

Later was het Kiel eigendom van de Kartuizers, die in 1540 naar Lier trokken en de 'heerlyckheid' aan Antwerpen verkochten.
Maar zelfs onder Antwerps bewind leidde de wijk lang een eigenzinnig bestaan met een eigen schepenbank, een eigen rechtsspraak en talloze voorrechten. De Kielenaren hadden zelfs hun eigen galg, die op het grondgebied van Hoboken stond.

Net zoals de rest van Antwerpen maakte het Kiel in de loop der eeuwen woelige perioden door. Tijdens de Franse furie werd het stadsdeel flink onder handen genomen en ging onder meer de kerk in vlammen op. In 1872 krijgt het Kiel een nieuwe kerk: de Sint-Catharinakerk.

Nog geen twee jaar later, in 1874, besliste het stadsbestuur om een aantal straten aan te leggen op het Kiel. Het ging om de Abdijstraat, de Berendrechtstraat, de Zandvlietstraat en de Wittestraat, de kern van wat nu het Oud-Kiel wordt genoemd.

Sindsdien is de verstedelijking van het meest landelijke stukje Antwerpen onophoudelijk blijven verdergaan. Pas na de Eerste Wereldoorlog begon de 'Meir van het Kiel', zoals de Abdijstraat ook wel wordt genoemd, een belangrijke rol te spelen. De pionierende handelaars trokken nieuwe middenstanders aan, waardoor de Abdijstraat stilaan de vorm van een winkelstraat kreeg.
Van het oorspronkelijke Kiel blijft enkel nog het Prelaatshof in de Wittestraat over. Het hof dateert uit 1150 en vormde een buitenverblijf voor de abten van de Sint-Michielsabdij.

Voetbal
In 1880 werd de 'Antwerp Football and Cricket Club' opgericht. De meestal Engelse jongens, gerekruteerd uit rijke Engelse families in de metropool, beoefenden hun sport op de militaire oefenpleinen aan het Wilrijkse plein.
Doelman Alfred Grisar, ontevreden over zijn premie, en sommige bestuursleden, ontevreden met het volkse imago van de club, scheurden zich af en stichtten in 1899 de 'Royal Beerschot Athletic Club' met stamnummer 13. Het overgrote deel van de spelers volgde het voorbeeld van doelman Grisar. Het wapenschild en de spreuk van abt Teniers werden mee overgenomen.

In 1914 werd de atletiekafdeling gesticht (stamnummer 5).

Olympische Spelen
In 1920 stond het Kiel internationaal in de schijnwerpers. Antwerpen organiseerde als eerste en tot op heden enige Belgische stad de Olympische Spelen.

De nieuwe straten rond het Beerschotstadion kregen namen als Athenestraat, Atletenstraat, Beerschotstraat, Golfstraat, Hockeystraat, Kampioenstraat, Marathonstraat, Polostraat, Schijfwerpersstraat, Speerstraat, Sportstraat, Schijfwerpersstraat, Stadionstraat, Stijgbeugelstraat, Tennisstraat, Turnersstraat, Voetbalstraat en VIIde Olympiadelaan.









Wereldtentoonstelling
Wanneer tien jaar later de wereldtentoonstelling naar Antwerpen kwam, viel het Kiel opnieuw in de prijzen. De Christus Koningkerk (ontwerp Jos Smolderen, 1928) aan de Jan De Voslei werd gebouwd en er ontstond een heel nieuwe wijk. Tegenwoordig is deze tentoonstellings- of expowijk, tussen de Jan De Voslei en de Jan Van Rijswijcklaan, een residentieel stukje Kiel.




Sociale woningbouw
Nog zo'n Kielse blikvanger zijn de sociale woningen, vooral in grote en hoge woonblokken. In de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw werden de 'woonkazernes' aan de Jan Davidlei en omgeving gebouwd. De uitgeleefde flats werden recentelijk gerenoveerd en ogen nu mooi in hun lelijkheid. Maar het bekendst zijn ongetwijfeld de woonblokken van architect
Renaat Braem aan de Emiel Vloorsstraat.

(Bron: www.kiel.be)