![]() |
![]() |
Olympische Spelen
|
Antwerpen
|
Olympiade 1920
|
Belgen op de Spelen
|
Info
|
|
Albert Hill (1889 -1969) De proef over 800 meter is dé race waarbij snelheid en uithoudingsvermogen samengaan. Het is verwant aan de halve mijl (880 yards, 805,67 meter) en werd voor het eerst in Engeland door professionele atleten gelopen rond 1830. Lange tijd was het gebruik om een snelle eerste ronde te lopen. Maar toen Tom Hampson in 1932 twee even snelle rondes (54"8 en 54"9) liep en als als eerste onder 1'50" bleef (1'49"7) veranderden de inzichten. Toen de Duitser Rudolf Harbig in 1939 het wereldrecord verpulverde tot 1'46"6 was dat met name te danken aan de 'intervaltraining'.
Reeds in 1910 was de Brit Albert George Hill een gevierd lange afstandsloper. Door WO I werd zijn sportcarrière onderbroken en opereerde hij als signaalgever voor het Britse leger in Frankrijk.
Na de oorlog keerde hij terug in de atletiek maar nu op de middellange afstand. Op 31 jarige leeftijd nam deze spoorwegbewaker deel aan de Spelen van 1920. De Britse selectiecommissie wilde hem aanvankelijk thuis laten wegens te oud, maar in laatste instantie werd hij alsnog geselecteerd voor de Spelen. Hij werd dé grote verrassing van de Spelen en liep er 3 wedstrijden op 5 dagen. Wereldrecordhouder op de 800 m, Ted Meredith (1'51"9, Stockholm, 1912) nam enkel deel aan de 400 m. Als grote favorieten voor goud golden bijgevolg Albert Hill (AAA-titel, 1919), Bevil Rudd (AAA-titel, 1920) en Earl Eby (US-kampioen van 1920). Via vijf reeksen en drie halve finales wisten negen van de 40 deelnemende atleten zich te plaatsen voor de finale. Geen van de vier Belgen overleefde de reeksen. Tussen de halve finales, gewonnen door Donald Scott (USA), Bevil Rudd en Albert Hill, en de finale was maar 30 minuten pauze. In de felbevochten 800 m finale op dinsdag 17 augustus wist Albert Hill goud te behalen voor de Amerikaan Earl Eby. Hij vestigde tevens een nieuw nationaal record. Earl Eby en Donald Scott leidden het begin van de wedstrijd. Bij het ingaan van de laatste ronde nam Rudd resoluut de leiding en wist die te behouden tot het ingaan van de laatste rechte lijn. Toen kwamen Hill en Eby sterk opzetten, waarbij Hill pas in de laatste meters de overhand op zijn concurrenten wist te halen.
De 1 500 meter race ontstond op de 500-meter banen van het Europese vasteland. Het is de klassieke middenafstandsrace, die een combinatie van snelheid, uithoudingsvermogen en tactische scherpzinnigheid inhoudt. Het maakte deel uit van de eerste moderne Olympische Spelen en in de vroege periode kwamen veel 1 500 meter lopers ook uit op de 5 000 meter.
Terug naar Albert Hill. Twee dagen na zijn gouden medialle op de 800 m, op donderdag 19 augustus 1920, en geholpen door ploegkapitein Philip Noel-Baker, later minister van Buitenlandse Zaken en Nobelprijswinnaar voor de Vrede in 1959, won hij opnieuw, ditmaal de finale van de 1 500 m.
Voor deze wedstrijd kwamen 29 atleten opdagen, waarbij weerom 4 Belgen. Via vier reeksen kwalificeerden zich twaalf atleten voor de finale. Toch kwamen er dertien lopers aan de start. De Fransman René Leray, vijfde in zijn reeks maar gehinderd door Johannes Villemson (EST), werd immers opgevist voor de finale. Joie Ray (USA) en Václav Vohralík (TCH) namen de voortouw. Hill en Baker controleerden de race en namen het heft pas in handen bij het ingaan van de laatste ronde. Larry Shields (USA) trachtte nog langszij te komen maar Baker kon hem afweren en maakte alzo de baan vrij voor Hill's tweede gouden medaille. Zijn derde medaille behaalde Albert Hill op zondag 22 augustus in de 3 000 m wedstrijd voor landenploegen. Het werd ditmaal een tweede plaats en dus een zilveren medaille.
|