Frank Foss (1895 - 1989)
Het polsstokspringen was reeds bekend bij de oude Grieken en de Kretenzers gebruikten lange stokken om over stieren te springen. Ook de Kelten deden aan polsstokspringen, maar dan polsstokverspringen. Het betrof een verticale sprong tijdens gymnastiekwedstrijden in Duitsland rond 1775.
Rond 1850 zag het "rennen-stok-springen" het levenslicht. De zware, stijve stokken waren gemaakt van essenhout en de atleten klommen erin als ze sprongen. In 1889 werd door de Amerikanen afgestapt van het bewegen van de handen langs de stok en zij waren de uitvinders van de techniek waarbij de benen achterwaarts omhoog werden gestrekt. Zodoende sprongen zij over de lat met hun blik naar beneden gericht.
In 1900 werden voor het eerst lichtgewicht bamboestokken gebruikt. Deze bleven enkele tientallen jaren in gebruik. Ook in 1900 werd de insteekbak voor de polstok ingevoerd. In 1957 werd voor het eerst een aluminiumstok gebruikt, vanaf 1960 een stalen exemplaar. De fiberglasstok die buigzaamheid mogelijk maakte en de sprongtechniek revolutionair verbeterde, was een Amerikaanse uitvinding uit 1956. Het eerste wereldrecord met dit materiaal werd in 1961 gevestigd.
Deze discipline is gedurende jaren op en top een Amerikaanse specialiteit gebleken. Vanaf de Spelen van Athene (1896) tot en met de Spelen van Mexico (1968) stond immers een Amerikaan op het hoogste schavotje.
Nadat de Amerikaan Frank Foss het wereldrecord polstokspringen in 1919 reeds op 4,05 m had gebracht, wist
hij op 20 augustus, tijdens de Spelen van Antwerpen, zijn prestatie te verbeteren met een olympische en
wereldrecordsprong van 4,09 m. De lat was gelegd op 4,10 m maar de nameting gaf 1 cm minder aan.
Foss' winstmarge van 39 cm op de Deen Henry Peterson is de ruimste in de olympische polstokhistorie.
Edwin Meyers, brons, was ontgoocheld met zijn 3,60 m vermits hij tijdens de US-trials de kaap van 4,00 m
had weten te ronden.
Er kwamen slechts 16 atleten in actie op deze discipline waarbij de Belg René Joannes-Powell, die de kwalifiactiehoogte van 3,60 m haalde maar zich in de finale moest tevreden stellen met een dertiende plaats en 3,30 m.
Jaar |
Leeftijd |
Discipline |
Medaille |
Resultaat |
1920 |
25 |
polstokspringen |
|
4,09 m |
|