Alfred Ost (1884-1945)
Alfred Ost werd geboren te Zwijndrecht. In zijn beginjaren had hij een optimistische kijk op het leven en schilderde en tekende hij het dagelijkse leven in Mechelen waar hij gedurende korte tijd vanaf 1901 woonde en werkte. Als tekenaar van kermissen en bedevaarten en als schepper van de beroemde ‘Ostiaanse’ paarden verwierf hij snel succes. Na de beschieting van Mechelen, eind augustus 1914, vluchtte hij uit Mechelen.
Tijdens de Eerste Wereldoorlog verbleef hij in Nederland, waar hij zich inzette voor noodlijdenden en krijgsgevangenen.
Door de Eerste Wereldoorlog beïnvloed werd zijn werk veel minder optimistisch. Hij vestigde zich in januari 1919 in Borgerhout. Zijn kunst- en levensinzichten kregen nu meer diepgang. De periode van 1922 tot 1939 kan beschouwd worden als een tijd van artistieke hoogconjunctuur. Levensechte spanning en bewogenheid kwamen in de plaats van het blijmoedige en feestelijke uit zijn eerste periode.
Verschillende gangen van het Xaveriuscollege (Borgerhout) en het Sint-Michielscollege (Brasschaat) nam hij onder handen.
In de dertiger jaren schonk hij een deel van zijn werken aan Mechelen, Roosendaal, Hoogstraten en ’s Hertogenbosch.
Ost had tijdens WO II veel moeilijkheden met het oorlogsregime dat o.a. met voedselbonnen werkte.
Omdat hi die al te vaak verloor of te laat inleverde zocht en vond hij onderdak bij de paters van het Xaveriuscollege.
Op 9 oktober 1945 stierf hij te Antwerpen in de Eeuwfeestkliniek.
Ost inspireerde veel artiesten en was onder andere leermeester van pater André Gailliaerde, o.a. gekend om zijn reeks 'Antwerpen die Scone'.