MODERNE BUDO ( SHINBUJITSU )
Beginpagina
KEIJO-JITSU
Werd samengesteld in 1874 ten gerieve van de Japanse politie die de wet en orde in Japan moest handhaven.
De modernisering van de lijf aan lijf politie gevechtsmethode was een belangrijke zorg voor de politie officielen.
Het zwaard diende als standaard item van de politie uitrusting tot het einde van wereldoorlog II, toegevoegd door een
revolver of pistool.
De wapens waren soms overbodig in sommige dagelijkse gewone situaties.
Keijo-jitsu is gebaseert op de klassieke jo-jitsu (stok) van de Shindo Muso Ryu.
In de moderne Japanse maatschappij is men met het keijo-jitsu vertrouwd met moeilijke situaties.
In het midden van de zestiger jaren en het begin van zeventiger jaren werden er enkele verfijnde wijzigingen in het gebruik
van de Keijo-jitsu toegebracht.
TAIHO-JITSU
Sommige oudere klassieke bujitsu werden te gevaarlijk of te brutaal bevonden en men zocht naar een geschikt systeem.
Een technisch studiecomittee kwam te Tokio bij elkaar in 1924.
Deze belangrijke vergadering van Budoexperten gaf aanbeveling voor de orderhandhaving.
Na wereldoorlog II kwam een nieuw technish comittee samen onder leiding van Kendoka SAIMURA GORO, judoka NAGAOKA SMUICHI,
SHIMUZU TAKAJI de 12de hoofdmeester van de Shindo Muso Ryu, OHTSUKA HIDENORI stichter van Wado ryu en MOREGUCHI TSUNEO
een pistool expert en in 1947 werden elementen van ju-jitsu, karate, kendo en judo samengevoegd tot het
systeem taiho-jitsu.
Het systeem van de studie van het taiho-jitsu bestaat uit 2 mogelijkheden : in TOSHU (ongewapend) of gewapend met de KEIBO
(soort houten matrak).
Men leert veertien KIHON-WAZA of fundamentele technieken en zestien OYO-WAZA of gevorderde technieken.
Tevens onderwijst men aan de politieagent zes technieken met SEIJO (handboeien), SOKEN of aftasting en zoekmethode en
KIKITATE-TATE-OYOBI de onwillige arrestant rechtop plaatsen en gecontroleerd wegleiden.
Goede kennis van de MAI-AI of afstand tussen de agent en persoon moet optimaal berekend zijn.
KEIBO-SOHO
Is een methode complementair aan het Taiho-jitsu en maakt gebruik van een matrak sinds 1946.
Er zijn studie van jo-jitsu (stok) en het oude ju-jitsu (ikaku-ryu) aan voorafgegaan.
TOKUSHU-KEIBO-SOHO
Werd op het punt gesteld in 1961 en is een nieuw soort matrak in metaal, waarbij een dunner gedeelte in de loop van het
zwaarste deel van de matrak verborgen zit en kan uitgeflipt worden.
HOJO-JITSU
Om een arrestant vast te binden met een koord werden er voor de politie bijzondere
studies verricht in 1949, 1951,
1955, 1962 en 1968 door Shimuzo Takaji.
Het lijkt misschien eigenaardig dat een zo primitieve manier van vastbinden nu gebruikt word bij de politie
(waarschijnlijk uit meer economishe reden).
De basis van dit binden komt van de 17de eeuw klassieke school ITATSU-RYU.
De moderne toepassing omvat 5 kihon (fundamentele technieken) 3 totenawa (hoshu-nawa) voorwaarts binden en 4 technieken
Inchi-Nawa (goso-nawa) of achterwaarts binden.
TOSHU-KAKUTO
Word soms verward met het taiho-jitsu omdat talrijke technieken gelijkaardig
zijn.
Maar Toshu-kakuto is een close combat methode in gebruik bij het leger sinds 1954.
Deze methode werd op punt gesteld door Majoor CHIBA-SANSHU (deskundige in diverse krijgskunsten).
De stoten worden vertikaal gegeven op de manier van Tate-tsuki en de stampen zijn met de hiel zoals bij
mae-kakato-geri.
NIPPON SHORINJI KEMPO
Nippon Shorinji
Kempo is volgens de stichter SO DOSHIN "kempo herzien en gesystematiseerd vanuit een nieuwe gezichtshoek".
Eigenlijk betekent de uitdrukking Shorinji-kempo in't Chinees "Shaolin-ssu-chuan-fa".
In het Nederlands betekent dit zoveel als "de vuistweg van de Shaolin tempel".
SO DOSHIN is de naam welke de inmiddels betreurde NAKANO MICHIOMI aangenomen werd.
Hij was de stichter en religieus leider van de bekende secte "kongo-zen" van de Shorinji-kempo in Japan.
Nakano die in de Okuyama prefectuur geboren was als oudste zoon van een tolbeambte ging als jong man naar mantjoerije om
bij zijn grootvader te wonen.
Nakano ontving zijn eerste kennis van het Chinese chuan-fa van een taoistishe priester,die volgens Nakano afhankelijk was
van de Noordelijke tak van het shaolin onderricht.
Nakano oorspronkelijke ervaring met chuan-fa werd waarschijnlijk bekomen in verband met "pai" (traditionele secte van wushu)
gedomineerd door de leden van de witte lotus societeit.
In Peking kwam Nakano in contact met Wen-Lao-Shi de twaalfde meester van de Noordelijke Shaolin giwamonken stijl van
chuan-fa en werd zijn leerling.
Vanaf 1945 ging Nakano bij de Hakko-ryu, opgericht in 1938 door Okuyama Yoshiharu.
Okuyama die zelf een volgeling was van Matsuda Hosaku van de Daito-Ryu ju-jitsu van de Takeda stijl gaf onderricht aan
Nakano.
Nakano combineerde zijn kennis van het ju-jitsu met de verschillende soorten van chuan-fa en maakte zijn nieuw systeem
in 1947 genaamd Nippon Den Sei To Shorinji-Kempo.
Als wapentechnieken werd het gebruik van Nyoi (speciale korte stok) en de Shakujo (priesterstaf) aangeleerd en bij
het systeem toegevoegd.
Het aantal technieken in zijn shorinji kempo is volgens Nakano 610 en is samengesteld uit afweren, stoten, trappen
en klemmen op de armen en handen en werpen.
Een belangrijk punt bij het onderricht bij de gevorderde studenten is de kennis van de Keimyakuho (bloedaders en
zenuwtherapie).
De kennis van de 708 holtes genaamd keiraku-hiko of " geheime zenuw verbindingsholtes " waarvan er 142 belangrijke
gebruikt worden.
Training bestaat in hoofdzaak uit embu waarbij de beide studenten beide om beurten de rol van verdediger waarnemen.
TAIKI-KEN
Ontwikkeld door KENICHI-SAWAI welke in China chuan-fa (kempo)
leerde van Wang Hsiang-ch'i voorheen had Kanichi-Sawai
reeds kennis van Kendo en judo (5de dan).
De taiki-ken is gebaseerd op de chinese wushu "Ta-ch'eng-chuan" en werd opgericht in 1947.
De technische eisen zijn:
Ritsu-zen
Han-Zen
Yuri
Ki inademing
Hai
Neri
Harai-te
Sashi-te
Daken
en Kumite oefeningen
NIPPON KEMPO
Nippon Kempo heeft geen vertakking met het Okinawa karate en ook
niet met een Chinese bron.
Het is een Japanse aktiviteit ontwikkeld door Muneumi Sawayama in 1932.
Sawayama was een student in judo en ging ook karate studeren aan de Kansai universiteit.
Zijn doelstelling was het scheppen van een veilige vechtsport zijnde het Nippon kempo of "Japanse vuistweg".
Bij de opdeling van het systeem gebruikte hij technieken van karate, judo en aikido scholen.
Het dragen van een pantser is tevens een deel van de competitie sparring.
Het pantser is gelijk aan dat in Kendo gebruikt word er is een hoofdbeschermer met gril voor het aangezicht een borstplaat
en handschoenen.
Het Nippon Kempo omvat twee manieren van technieken; het stoten en het grijpen.
Grijptechnieken worden maar vanaf 4de kyu aangeleerd.
Zij bestaat uit armklemen (11 variaties) en worpen (dertien).
Grijpen is beoefent als een deel van Hogeki kata waarbij de partners elkaar om de beurt aanvallen.
Ukemi of valbreken wordt tevens aangeleerd.
De stoot en traptechnieken zijn gebaseerd op snelle bewegingen.
De stoten zijn niet uitsluitend rechtlijnig gericht zoals bij karate doch er komen ook haak-en zwaaislagen aan te pas.
Snelle wisseling van de standen is tevens met aandacht uitgewerkt.
Bij het wedstrijd veChten knie-elleboog-scheen en kruisbeschermers.
Sawayama overleed in 1977 doch momenteel traint men in zo'n 5 tal landen het Nippon Kempo en alle scholen zijn afhankelijk
van de Japanse hoofdojo.