Rabarber (rheum rhaponticum) komt van oorsprong uit de gebieden langs
de Wolga in zuid Siberië. De plant werd in de 17e eeuw al geteeld in Italië
en Engeland. In eerste instantie alleen voor medische doeleinden, maar vanaf
de 19e eeuw ook voor culinaire hoogstandjes. Het is een meerjarige plant die
goed tegen de koude kan en 5 tot 10 jaar mee kan gaan.
Rabarber vormt een grote
struikachtige plant met groene, groen-rode of karmijnrode stengels en grote
donkergroene bladeren. Wat je eet van de rabarber zijn de eerste bladscheuten
die uit de wortelstok groeien. De rabarber die in het begin van het jaar te
krijgen is komt uit de kas en is licht geel-rood van kleur met dunne kleine
bladeren. Rabarber van de koude grond is tegen vanaf maart tot augustus
verkrijgbaar en heeft een veel dikkere steel en wordt zonder blad verkocht.
Rabarber wordt tot de groenten gerekend, maar gevoelsmatig behoort het meer
tot het fruit. We verwerken de groente namelijk bijna altijd met suiker tot
compote, of tot zoete nagerechten.
Je kunt er ook siroop of jam van maken.
Bewaring
Rabarber moet bij aankoop stijve. glanzende stelen hebben. Kan een korte tijd
bewaard worden in de koelkast. Bij langere bewaring worden de slengels slap
en zijn daardoor minder smakelijk.
Rabarber is 20 dagen houdbaar bij een temperatuur van 0°C en ong.
3 dagen bij kamertemperatuur (wel in plastic, want rabarber droogt snel uit).
Schoonmaken en bereiden
Vooreerst de witte bladvoet eraf snijden en de stengels wassen in ruim water.
Jonge stengels moeten niet geschild worden. Bij oudere stengels kan de schil
er met een mesje afgetrokken worden. Vervolgens de stengels snijden volgens
het gekozen recept.
Gebruikstips