Olijfolie en het maagdarmkanaal

De Verse Voedinggids van BogaersGebr

Home
Terug
Fruit
Groenten
Recepten

Olijfolie en het maagdarmkanaal

(overgenomen van de site www.food-info.net en de site site van de EU over olijfolie en gezondheid)

Auteur: Institute of Arteriosclerosis Research at the University of MŁnster

Inleiding

Uit een groeiend aantal publicaties komt steeds duidelijker naar voren dat de kwaliteit van het vet in onze voeding van invloed is op het (gezond) functioneren van het maagdarmkanaal. Deze onderzoeken concentreren zich met name op de invloed van de verschillende diŽtaire vetzuren op maagzuursecretie en de vorming van galstenen. Aandoeningen van de maag, en galstenen in het bijzonder, komen zeer veelvuldig voor in de westerse geÔndustrialiseerde landen; de incidentie van galsteenaandoeningen in Europa en Noord-Amerika loopt bijvoorbeeld op tot 38% (4).

Maagzuursecretie

In 1886 - in wat waarschijnlijk het eerste onderzoek is geweest naar de invloed van diŽtair vet op het functioneren van het spijsverteringssysteem - merkten Ewald en Boas op dat toevoeging van olijfolie aan de voor het onderzoek bereide maaltijd de secretie van maagzuur onderdrukte (6). Sindsdien hebben talloze onderzoeken bevestigd dat de aanwezigheid van vet in verschillende segmenten van het spijsverteringskanaal de maagzuursecretie remt. In de meeste van deze onderzoeken was olijfolie de bron van vet in het voedsel. De aanwezigheid van olijfolie in de twaalfvingerige darm vermindert maagzuursecretie in honden (11), ratten (20) en mensen (18, 23). Tot op heden was het echter niet bekend of dit effect ook bij andere vetten in de voeding kon worden opgemerkt, en of dat het een unieke eigenschap van olijfolie danwel van enkelvoudig onverzadigde vetzuren betrof. In 1997 vergeleken Serrano e.a. de invloed op maagzuursecretie van voedingspatronen rijk aan enkelvoudig onverzadigde vetzuren (olijfolie) met diŽten rijk aan meervoudig onverzadigde vetzuren (zonnebloemolie). Zo wisten zij aan te tonen dat "een periode van 30 dagen

waarin olijfolie in de maaltijden werd verwerkt [ ...] resulteerde in een verminderde maagzuursecretie als reactie op een vloeibare maaltijd vergeleken met de reactie volgend op een dieetperiode waarin zonnebloemolie werd gebruikt" (22). Rhee e.a. (20) onderzochten daarnaast ook de mechanische aspecten van deze remmende werking bij oliezuur. Zo konden zij bij ratten aantonen dat het remmend effect van oliezuur op maagzuursecretie verloopt door tussenkomst van een peptideachtig hormoon, dat uitgescheiden wordt in het bloed zodra het duodenaalslijmvlies met dit vetzuur in contact komt.

Deze resultaten tonen telkens aan dat de consumptie van olijfolie maagzuursecretie doet verminderen. Dit zou een positief effect kunnen hebben op aandoeningen en ulcera van maag en duodenum, waarbij het verminderen van maagzuursecretie een kerndoel bij de behandeling vormt.

Galsteenvorming

Er bestaan talloze onderzoeken naar de relatie tussen voedingspatroon en de vorming van galstenen. Helaas is in een aantal van deze onderzoeken (9, 10, 15, 17, 19, 21, 25) de samenstelling van het vet in de voeding niet bepaald, zodat deze onderzoeken geen mogelijkheid bieden tot het evalueren van de relatie tussen galstenen en diŽtaire vetzuren. Daarnaast staan grote verschillen in onderzoeksopzet, methodiek van vaststelling van het dieet, en diagnosticeren van galsteenaandoeningen een behoorlijke vergelijking van de studies naar dit onderwerp in de weg.

en van de eerste studies waarin de relatie tussen diŽtair vet en galsteenaandoening werd onderzocht, was een retrospectieve patiŽntenanalyse uit 1989 door Linos e.a. Uit dit onderzoek bleek dat "slechts ťťn van de dieetfactoren een statistisch significant (p<0.05) verband vertoonde, nl. de consumptie van dierlijk vet [ ...] . Opvallend genoeg vertoonde een hoge consumptie van olijfolie juist een negatief (d.w.z. een beschermend) verband met de aandoening." (12) Misciagna en collegaís hebben recentelijk in een op een bevolkingsgroep gebaseerd retrospectief onderzoek aangetoond, dat verzadigde vetten mede een risicofactor voor galsteenformatie vormen, terwijl enkelvoudig onverzadigde vetzuren in het dieet een omgekeerd verband met deze aandoening vertonen (14). In een prospectief onderzoek van Gilat e.a. werd bij Arabieren een hogere opname van energie, koolhydraten, voedingsvezels en onverzadigde vetzuren

opgemerkt in combinatie met een lage incidentie van de aandoening, terwijl bij joden de incidentie hoog was (7). Niettemin concludeerden zij dat "het niet vastgesteld kan worden of, en zo ja, welke van de verschillen in voedingspatronen in verband staan met de lagere frequentie van galstenen". Verder bewijs voor een verband tussen de kwaliteit van diŽtair vet en de vorming van galstenen wordt geleverd door de Nurses Health Study, waar de auteurs een omgekeerd verband tussen de inname van plantaardig vet en de incidentie van galstenen constateerden (13). Er werd daarentegen geen significant verband gevonden tussen de aandoening en de inname van meervoudig onverzadigde en enkelvoudig onverzadigde vetzuren. Bravo en collegaís toonden aan dat in ratten zowel enkelvoudig als meervoudig onverzadigde vetzuren de uitscheiding van cholesterol via de gal verhoogden (3). Dit ging gepaard met een hogere cholesterolverzadiging van de gal bij dieren die meervoudig onverzadigde vetzuren kregen t.o.v. dieren die enkelvoudig onverzadigde vetzuren kregen. De auteurs concludeerden dat dit "implicaties kan hebben voor de kans op het ontwikkelen van een aan cholesterolgerelateerde galsteenaandoening" (3).

Deze observaties stemmen overeen met twee onderzoeken verricht bij hamsters, waarbij verzadigde vetzuren de vorming van galstenen bleken te versterken, terwijl enkel- en meervoudig onverzadigde vetzuren tot een afname leidden (5, 8). Alhoewel in twee andere onderzoeken geen eenduidig verband tussen dieetvet en galstenen kon worden aangetoond (16, 24), waarbij ťťn zelfs op een hogere inname van enkelvoudig onverzadigde vetzuren bij patiŽnten met galstenen duidde (16), is de algemene consensus van de tot op heden verrichte onderzoeken dat een hoge inname van verzadigde vetzuren een risicofactor voor de vorming van galstenen lijkt te vormen, terwijl de inname van enkelvoudig onverzadigde vetzuren zoals olijfolie, en mogelijk ook van meervoudig onverzadigde vetzuren, tegen galsteenvorming zou kunnen beschermen. Anderzijds blijven er nog enkele vragen onbeantwoord, zoals het feit dat niet alle onderzoekers een positief effect van enkelvoudig onverzadigd verzuren hebben opgemerkt, en wat de implicaties van diŽtaire vetzuren zijn met betrekking tot de etiologie van galsteenvorming. Het moge duidelijk zijn dat verder onderzoek noodzakelijk is om op deze punten helderheid te brengen.

Samenvatting

Uit bestaand onderzoek naar het verband tussen de inname van diŽtaire vetzuren en het (gezond) functioneren van het maagdarmkanaal blijkt dat een hoge inname van enkelvoudig onverzadigde vetzuren een positief effect heeft op het maagdarmkanaal, doordat het de maagzuursecretie vermindert en galsteenaandoening voorkomt. De invloed van de specifieke samenstelling van het vet in onze voeding op andere aandoeningen van het spijsverteringsstelsel, zoals reflux oesophagitis of constipatie, is nog onvoldoende uitgewerkt. Er bestaan desondanks enkele onderzoeken die wijzen op verdere positieve invloeden van diŽten rijk aan enkelvoudig onverzadigde vetzuren. In een onderzoek bij jonge kinderen merken Barltrop en Oppe op dat olijfolie kwantitatief beter opgenomen wordt dan botervet (2). Ballesta en collegaís konden aantonen dat olijfolie bij honden een positieve invloed heeft op de verteerbaarheid en het metabolisch gebruik van dieeteiwit (1). Verder tonen eerste onderzoeken naar het effect van olijfolie of oliezuur op de bewegingscapaciteit van het maagdarmkanaal en de maaglediging aan, dat maaltijden rijk aan oliezuur, vergeleken met maaltijden rijk aan verzadigde vetzuren, de maaglediging vertragen, waardoor de opslagfunctie van de maag wordt ondersteund (27). Spiller e.a. (26) beschrijven een versnelde passage door de dikke darm wanneer er oliezuur aan de testmaaltijden wordt toegevoegd. Er wordt echter geen vergelijking gemaakt tussen oliezuur en andere vetzuren, dus het moet nog bewezen worden of dit effect geldt voor vet in het algemeen of dat het een specifieke eigenschap van enkelvoudig onverzadigde vetzuren betreft.

Geconcludeerd kan worden dat, vele onbeantwoorde vragen ten spijt, het bewijs toeneemt dat de consumptie van olijfolie een positieve invloed heeft op de verschillende metabolische functies van het maagdarmkanaal.

Referenties

1. Ballesta MC, Martinez-Victoria E, Manas M, Mataix FJ, Seiquer I, Huertas JH: Protein digestibility in dog. Effect of the quantity and quality of dietary fat (virgin olive oil and sunflower oil). Nahrung 35: 161-167 (1991).

2. Barltrop D, Oppe TE: Absorption of fat and calcium by low birthweight infants from milks containing butterfat and olive oil. Arch Dis Child 48: 496-501 (1973).

3. Bravo E, Flora L, Cantafora A, De Luca V, Tripodi M, Avella M, Botham KM: The influence of dietary saturated and unsaturated fat on hepatic cholesterol metabolism and the biliary excretion of chylomicron cholesterol in the rat. Biochim Biophys Acta 1390: 134-148 (1998).

4. Brett M, Barker DJP: The World Distribution of Gallstones. Int J Epidemiol 5: 335-341 (1976).

5. Cohen BI, Mosbach EH, Ayyad N, Miki S, McSherry CK: Dietary fat and fatty acids modulate cholesterol cholelithiasis in the hamster. Lipids 27: 526-532 (1992).

6. Edwald CA, Boas J: Beitršge zur Physiologie und Pathologie der Verdauung. Virchows Arch Path Anat Physiol Klin Med 104: 271-305 (1886).

7. Gilat T, Horwitz C, Halpern Z, Bar Itzhak A, Feldman C: Gallstones and diet in Tel Aviv and Gaza. Am J Clin Nutr 41: 336-342 (1985).

8. Jonnalagadda SS, Trautwein EA, Hayes KC: Dietary fats rich in saturated fatty acids (12:0, 14:0, and 16:0) enhance gallstone formation relative to monounsaturated fat (18:1) in cholesterol-fed hamsters. Lipids 30: 415-424 (1995).

9. Jorgensen T, Jorgensen M: Gallstones and diet in a Danish population. Scand J Gastroenterol 24: 821-826 (1989).

10. Kato I, Nomura A, Stemmermann GN, Chyou PH: Prospective study of clinical gallbladder disease and its association with obesity, physical activity, and other factors. Dig Dis Sci 37: 784-790 (1992).

11. Kihl BO, Boden G, Landor JH: Bile-fat relationships in gastric secretory inhibition and bile flow stimulation. Surgery 81: 386-391 (1976).

12. Linos AD, Daras V, Linos DA, Kekis V, Tsoukas MM, Golematis V: Dietary and other risk factors in the aetiology of cholelithiasis: a case control study. HPB Surgery 1: 221-227 (1989).

13. Maclure KM, Hayes KC, Colditz GA, Stampfer MJ, Willet WC: Dietary predictors of symptom-associated gallstones in middle-aged women. Am J Clin Nutr 52: 16-22 (1990).

14. Misciagna G, Centonze S, Leoci C, Cisternino AM, Ceo R, Trevisan M: Diet, physical activity, and gallstones - a population-based, case-control study in southern italy. Am J Clin Nutr 69: 120-126 (1999).

15. Moermann CJ, Smeets FWM, Kromhout D: Dietary risk factors for clinically diagnosed gallstones in middle-aged men. Ann Epidemiol 4: 248-254 (1994).

16. Ortega RM, Fernandez-Azuela M, Encinas-Sotillos A, Andres P, Lopez-Sobaler AM: Differences in diet and food habits between patients with gallstones and controls. J Am Coll Nutr 16: 88-95 (1997).

17. Pastides H, Tzonou A, Trichopoulos D, Katsouyanni K, Trichopoulou A, Kefalogiannis N, Manousos O: A case-control study of the relationship between smoking, diet, and gallbladder disease. Arch Intern Med 150: 1409-1412 (1990).

18. Petersen F, Olsen O, Jepsen LV, Christiansen J: Fat and gastric acid secretion. Digestion 52: 43-46 (1992).

19. Pixley F, Mann J: Dietary factors in the aetiology of gall stones: a case-control study. Gut 29: 1511-1515 (1988).

20. Rhee JC, Chang TM, Lee KY, Jo YH, Chey WY: Mechanism of oleic acid-induced inhibition of gastric acid secretion in rats. Am J Physiol 260: G564-G570 (1991).

21. Sarles H, Gerolami A, Cros RC: Diet and cholesterol gallstones. Digestion 17: 121-127 (1978).

22. Serrano P, Yago MD, Manas M, Calpena R, Mataix J, Martinez-Victoria E: Influence of type of dietary fat (olive and sunflower oil) upon gastric acid secretion and release of gastrin, somatostatin, and peptide yy in man. Dig Dis Sci 42: 626-633 (1997).

23. Shiraori K, Watanabe SI, Takeuchi T: Intestinal fat digestion plays a significant role in fat-induced suppression of gastric acid secretion and gastrin release in the rat. Dig Dis Sci 38: 2267-2272 (1993).

24. Sichieri R, Everhart JE, Roth H: A prospective study of hospitalisation with gallstone disease among women: role of dietary factors, fasting period, and dieting. Am J Public Health 81: 880-884 (1991).

25. Smith DA, Gee MI: A dietary survey to determine the relationship between diet and cholelithiasis. Am J Clin Nutr 32: 1519-1526 (1979).

26. Spiller RC, Brown ML, Phillips SF: Decreased fluid tolerance, accelerated transit, and abnormal motility of the human colon induced by oleic acid. Gastroenterology 91: 100-107 (1986).

27. Thomsen C, Rasmussen O, Lousen T, Holst JH, Fenselau S, Schrezenmeir J, Hermansen K: Differential effects of saturated and monounsaturated fatty acids on postprandial lipemia and incretin responses in healthy subjects. Am J Clin Nutr 69: 1135-1143 (1999).

 
 

horizontal rule

BogaersGebr - Groenten, Fruit en Dranken - Steenweg 128 - 3570 Alken - BelgiŽ

BogaersGebr@wol.be   -   Vragen, opmerkingen en suggesties over deze pagina:   Paginabeheerder@wol.be

Fax: 00 32 11 593246

 © Copyright BogaersGebr. Alle rechten voorbehouden. Niets van deze pagina mag zonder toelating van de auteur gekopieerd of gebruikt worden.

Webdesign QNN