EssentiŽle aminozuren

De Verse Voedinggids van BogaersGebr

Home
Terug
Fruit
Groenten
Voeding
Recepten

Er komen 20 verschillende aminozuren voor in eiwitten. Elk aminozuur heeft een eigen (triviale) naam en een afkorting van 3 letters. Ook kan elk aminozuur aangegeven worden met ťťn letter. 

Ons lichaam heeft voor de opbouw van eiwitten alle 20 aminozuren nodig. De meeste aminozuren kan het lichaam zelf maken, via een groot aantal stofwisselingsprocessen. Echter, 8 aminozuren kan het lichaam niet zelf maken, deze moeten we dus uit onze voeding binnenkrijgen. Deze 8 aminozuren worden de essentiŽle aminozuren genoemd. In de tabel hieronder staan de verschillende aminozuren genoemd :

Tabel 1 : EssentiŽle aminozuren.

EssentiŽle aminozuren

Niet-essentiŽle aminozuren

fenylalanine (phe)

alanine (ala)

isoleucine (ile)

arginine (arg)*

leucine (leu)

asparagine (asn)

lysine (lys)

asparaginezuur (asp)

methionine (met)

cysteÔne (cys)

threonine (thr)

glutamine (gln)

tryptofaan (trp)

glutaminezuur (glu)

valine (val)

glycine (gly)

 

histidine (his)*

 

proline (pro)

 

serine (ser)

 

tyrosine (tyr)

* Arginine en histidine zijn voor jonge kinderen ook essentieel.

Enkele van de niet-essentiŽle aminozuren worden uit andere aminozuren gemaakt, zo wordt cysteine uit methionine en fenylalanine gemaakt. Deze laatste twee zijn echter wel essentiŽle aminozuren, dus bij een tekort aan methionine zal er ook een tekort aan cysteine ontstaan.

Het lichaam kan aminozuren niet opslaan, overschotten aan aminozuren worden via de urine uitgescheiden, gebruikt als energiebron of omgezet tot andere lichaamsproducten. In alle gevallen gaan ze als aminozuur verloren. Eiwitten fungeren wel als opslag voor aminozuren, maar alleen als ze hun eigen functie niet meer kunnen vervullen. Spieren bestaan bijvoorbeeld voor een groot deel uit eiwit. Bij ernstig voedselgebrek zullen de spieren afgebroken worden om omgezet te worden in eiwitten die van belang zijn voor overleving, of gebruikt worden als energiebron. Een echte eiwitopslag, zoals glycogeen voor koolhydraten, of vetreserves, hebben we niet in ons lichaam.

EssentiŽle aminozuren moeten we dus uit de voeding binnenkrijgen. Bij gebrek aan een essentieel aminozuur kan een eiwit niet meer gemaakt worden, ook al zijn er ruime hoeveelheden andere aminozuren aanwezig. Een voorbeeld is mais, dat is een gewas rijk aan eiwit, maar erg arm aan lysine. Een dieet met veel mais levert wel erg veel eiwit, maar het lichaam kan maar een deel ervan benutten, afhankelijk van de hoeveelheid lysine. Lysine is dan het beperkend aminozuur. De rest van het eiwit wordt via de urine uitgescheiden en is nutteloos voor het lichaam.
Het is dan ook zaak om van alle essentiŽle aminozuren genoeg binnen te krijgen.

Arg en His zijn essentieel bij kinderen en snelle groei. Ontbreken essentiŽle aminozuren op den duur in het voedsel, dan wordt de gezondheid ernstig geschaad. Aminozuren in onze voeding krijgen we vooral binnen in de vorm van eiwitten, deze eiwitten worden in de spijsvertering afgebroken tot aminozuren.

De aan- of afwezigheid van een essentieel aminozuur bepaalt de beschikbaarheid van een eiwit. Zie hiervoor de pagina over eiwitten.

 

horizontal rule

BogaersGebr - Groenten, Fruit en Dranken - Steenweg 128 - 3570 Alken - BelgiŽ

BogaersGebr@wol.be   -   Vragen, opmerkingen en suggesties over deze pagina:   Paginabeheerder@wol.be

Fax: 00 32 11 593246

 © Copyright BogaersGebr. Alle rechten voorbehouden. Niets van deze pagina mag zonder toelating van de auteur gekopieerd of gebruikt worden.

Webdesign QNN