De Oude Spoorwegberm


situeringskaartje

Situering

Het gebied bevindt zich voor 85% op grondgebied Zulte; de rest op Waregems grondgebied. Het ligt dus op de grens van West- en Oost-Vlaanderen. De ondergrond van de omgeving is opgebouwd uit een lemige zandgrond.
De anderhalve kilometer lange bedding situeert zich in een vroeger overstromingsgebied van de Gaverbeek (Mei- en Gaverbeekse meersen), waarin voornamelijk wei- en hooiland het karakteristieke van het landschap bepalen. Bovendien bevinden er zich in de omgeving nog tal van waardevolle kleine landschapselementen zoals sloten, poelen en vooral veel knotwilgen.
Dit mini-natuurgebied bevindt zich heel dicht bij de Waregemse stadskern en staat er in fel contrast mee door zijn rust en zijn nagenoeg ongereptheid.
Het stukje spoorweg maakt eigenlijk deel uit van de oude spoorlijn Waregem-Ingelmunster, spoorlijn nummer 66, die sinds 1985 niet meer in gebruik is. Op de spoorweg getuigen nog verschillende elementen van de spoorwegfunctie zoals houten telefoonpalen, enkele overwegen en het oude stationnetje (nu Chinoh) op het grondgebied Sint-Eloois-Vijve.

De spoorweg in close- up

De berm zelf bestaat uit een afwisseling van open en gesloten biotoopjes. In een biotoop tref je een levensgemeenschap aan waarin specifiek aangepaste planten- en diersoorten hun ideale leefomstandigheden vinden. De spoorlijn is nagenoeg intact gebleven. Slechts over een lengte van 500 meter werden de spoorstaven en de dwarsliggers verwijderd. De nog aanwezige dwarsliggers vormen een voedingsbodem voor mossen en paddestoelen, soms ook al voor kleine wilde planten.
Het materiaal tussen de sporen bestaat uit afvalproducten van een ijzerertsfabriek: het zijn de zogenaamde "slakken" en stukjes steenkool. Dit zorgt er dan ook voor dat de grond extra veel warmte absorbeert door de donkere kleur. Deze laag is echter niet zo dik, want uit plassen naast de spoorweg blijkt dat onmiddellijk onder de aslaag waarschijnlijk een ondoordringbare kleilaag ligt. Dit beïnvloedt wel de vegetatie. Zo vinden we op de spoorweg hoofdzakelijk water- en kalkminnende planten.
Spoorwegberm
De spoorweg is toch redelijk neutraal wat betreft de zuurtegraad en matig stikstofrijk; dit in tegenstelling tot sommige plaatsen naast de spoorlijn waar brandnetels soms de bovenhand halen. Overbemesting op het omliggende akkerland is hier vaak de oorzaak van. De brandnetels vormen niettemin het voedsel voor talrijke insectensoorten, vooral voor rupsen, kevers en wantsen.
Jarenlange inventarisatie en observatie tonen aan dat de spoorwegbedding een ecologisch pareltje vormt in onze "arme" regio. Meer dan 100 trek- en broedvogels werden er al waargenomen. Zo zijn o.m. de sperwer, de buizerd en de houtsnip er typische wintergasten. Als broedvogels vormen de grote bonte specht, torenvalk en grasmus dan weer karakteristieke voorbeelden.

Tevens werden reeds een 325 plantensoorten op de determinatielijst genoteerd, o.a. Sint-Janskruid, hazepootje, boerewormkruid en kleine klaproos. Verder komen nog een 18-tal dagvlinders voor, evenals 5 soorten amfibieën (bruine en groene kikker, gewone pad, kleine water- en alpenwatersalamander). Ook gedijen bunzing, hermelijn en egel er goed.
Levendbarende hagedis Wat ook zeker het vermelden waard is, is het feit dat de spoorweg één van de weinige vindplaatsen is van de levendbarende hagedis. Deze worden regelmatig zonnend op de spoorstaven aangetroffen.

Een excursie op deze berm overtuigt dan ook de wandelaar van de unieke waarde en de rust die dit gebied uitstraalt.

Beheer

Al jaren zijn leden van de Jeugdbond voor Natuurstudie en Milieubescherming (J.N.M.) én van Natuurpunt daadwerkelijk actief in dit gebied en worden er beheerswerken uitgevoerd ten behoeve van het behoud en het verbeteren van het natuurlijk patrimonium. Dit gebeurt reeds vanaf 1985.
Het is en blijft nog altijd vrijwilligerswerk. Een deel van de werken gebeurt op de spoorweg zelf, een ander deel in de Weymeersch en de Vlinderweide en tenslotte nog een deel in de Meersen.
De spoorweg werd al vlug overwoekerd door bramen, meidoornen, berken, ...
Omdat de andere planten ook een kans zouden krijgen, moet het grootste deel van deze overwoekering verwijderd worden. Zo wordt regelmatig houtopslag weggekapt om er de kruidvegetatie te behouden en de leefomstandigheden van de levendbarende hagedis te bewaren.
Beheerswerken door jong en iets ouder
De boompjes kunnen echter opnieuw geplant worden zoals bv. de meidoorn in het natuurgebied de Weymeersch. Het wandelpad op de spoorweg wordt jaarlijks 2x gemaaid en gehooid. De houtwal naast de spoorweg wordt regelmatig bijgesnoeid. Ook wordt er wel eens geplagd tussen de sporen; zo kan je nagaan welke planten weer het eerst opschieten (= pioniersbegroeiing).
Jammergenoeg moet ook regelmatig zwerfvuil opgeruimd worden.

Problematiek

Ideaal zou het zijn om een natuurreservaat te bekomen waar niets op aan te merken valt. Het gebied is relatief klein en de invloed van buitenaf vrij groot.
    

a) De spoorweg

De gemeente Waregem wou aanvankelijk de spoorstaven en de dwarsliggers weg laten halen en verkopen om zo de onkosten te drukken. Dit zou natuurlijk de biologische waarde van de spoorweg sterk verminderen. Ze zorgen ondermeer voor stabiliteit van de bodemlaag. Het kostte heel wat overtuigingskracht om hen van die idee af te brengen.
Ondertussen is de spoorwegberm voor het gedeelte dat op Oost-Vlaams grondgebied ligt aangekocht door de gemeente Zulte en werd een aangepast politiereglement opgesteld. De dag van vandaag worden nog steeds regelmatig fietsers, bromfietsers en crossers gezien in het kwetsbaarste deel van het gebied, wat de rust en de natuurwaarde uitermate verstoort.
Zwerfvuil en sluikstort zijn en blijven nog altijd een probleem (in het verleden zijn reeds verschillende containers sluikstort opgeruimd).     

b) De overbemesting

Naburige akkerbouw en veeteelt liggen aan de basis van dit probleem. Vlakbij een poeltje, waarvan de oevers rijk begroeid zijn door allerlei oeverplantjes, is een akkerland gelegen dat bemest wordt met drijfmest. Zo is de plantengroei, maar ook de erin voorkomende kleine watersalamander, vanzelfsprekend bedreigd. Het gevolg van overbemesting is een overdadige algengroei en uitbreiding van de grote brandnetel in de omgeving.     

c) De Gaverbeek

De Gaverbeek ontsiert het gebied jammer genoeg. Deze beek is catastrofaal vervuild. De industrie levert daar een belangrijke bijdrage aan en geeft er letterlijk een geurtje en een kleurtje aan. Het zuiveringsstation zou daar verbetering moeten in brengen.
Een algemeen probleem is de verdroging. Een verlaagde grondwatertafel heeft als gevolg dat de poeltjes en afgesneden Gaverbeekarmen vroegtijdig droog komen te staan en zo worden de kikker- en paddenvisjes bij een drogere periode direct bedreigd. Maar ook waterslakken en andere waterdiertjes zijn hiervan het slachtoffer.
In de nabije toekomst plant AMINAL Afdeling Water herstellingswerkzaamheden aan de dichtgeslibde oude gaverbeekmeanders. De oude bedding zal opnieuw uitgebaggerd worden.     

d) Populierenbosjes

In de vallei werden enkele populierenbosjes aangeplant. Deze snelgroeiende boomsoort vormt de grondstof voor de hout- en papierindustrie. Deze ontnemen echter de oorspronkelijkheid van het moerassige gebied. De wortels van de populieren zuigen immers heel veel water op en leggen zo de poeltjes en slootjes snel droog in de zomer. Bovendien verrijken ze sterk de bodem met hun grote bladeren waar vooral de brandnetel van profiteert.
Anderzijds vormen ze een ideale nestgelegenheid voor o.m. boomvalk, grote lijster en grote bonte specht.

Op het goede spoor voor meer bescherming?

Een degelijke bescherming dringt zich dan ook op. Er moet een gemeentelijke uitbouw komen zodat deze bedding een passief-recreatief (om te wandelen) en educatief (om te leren) natuurgebied wordt.
Zo worden vrije en geleide natuurwandelingen in de toekomst mogelijk en wordt de wandelaar overtuigd van de unieke waarde én de rust die dit gebied uitstraalt.
Spoorwegwagon als educatief infopunt

Vroeger daverden de treinen dagdagelijks over het traject Waregem-Ingelmunster. Nu, zovele jaren later, ligt het er stil en verlaten bij. De rails en dwarsbalken zijn altijd blijven liggen. Die rails en dwarsbalken dienen om onze mascotte, de levendbarende hagedis, zoveel mogelijk levenskansen te bieden.

Een echte treinwagon als educatieve ruimte ontbrak nog. In het spoorwegmuseum van Maldegem stond nog een oud Pools treinwagonnetje. Gelukkig konden we voor het vervoer rekenen op een subsidie van de gemeente Zulte én de stad Waregem. Ook kregen we subsidiesteun van de Bond Beter Leefmilieu via “Tandem”. Op maandag 25 april 2005 werd de verplaatsing gedaan. Het transport heeft totaal een 8-tal uur geduurd.

Eenmaal ter plaatse kon wij de handen uit de mouwen steken om van dit oud stukje roest een gezellig en educatief infopunt te maken. Daarbij hebben tal van sponsors hun duit in het zakje gedaan!

Nu kan een bezoeker van april t.e.m. oktober kennismaken met verschillende educatieve en sensibiliserende informatiepanelen, foto- en andere tastbare materialen (zaden, braakballen, skeletten, …).

Daar het gebied zeer dicht aanleunt bij het centrum van Waregem en Zulte,  krijgt het natuurreservaat, dat ook vrij toegankelijk is, veel bezoek van scholen. De gidsen van onze afdeling leiden gemiddeld een 28-tal schoolgroepen rond. Er passeert ook een provinciale fietsroute (De Gaverbeekroute) langs de berm.

Het is de bedoeling dat de wagon op bepaalde dagen opengesteld wordt voor iedereen. Een schoolbord, een aantal tafeltjes en treinbanken zouden ons toelaten om samen met de leerlingen of bezoekers concreet aan natuurstudie te kunnen doen zoals het uitpluizen van braakballen, het juist leren opzoeken via determinatietabellen van bepaalde planten, insecten of paddenstoelen, …

Zij wordt natuurlijk ook gebruikt als schuilplaats voor het slechte weer tijdens beheerswerkdagen of klasbezoeken.