REISVERSLAG : Geraardsbergen – Barcelona  van 29/06/2003 tot 16/07/2003

 Door Geert & Ann Van Lierde-Van Nieuwenhove

U kunt hier het verslag in Word openen

 

 

 

 

 

DAG 1   : Zondag 29/06/2003

 Startplaats            :    Geraardsbergen

Eindplaats            :               Cerfontaine   ( Belgie )

Dagtrip Km          :                116 km

Totaal Km            :                116 km

Gemid. Snelheid  :                18  km/h

Max. Snelheid      :    45  km/h

Aantal uren o/d Fiets :  6u30

Weersgesteldheid :             Goed weer en zonnig  ( +/- 30 ° )

Overnachting        :    Camping La Besace

  Vanmorgen zijn we om 6u45 opgestaan doch we waren reeds vroeger wakker. Begrijpelijk omdat vandaag de startgenomen wordt van een hele onderneming : Geraardsbergen – Barcelona met de fiets voor “ Kom op tegen Kanker “én ...met ons tweeetjes !

De fietsen stonden reeds piekfijn gepakt doch er moest toch nog een en ander klaargemaakt worden. Lunchpakketjes voor ons en de kinderen, het huis klaargemaakt en gecontroleerd voor een vrij lange afwezigheid, en noem maar op.

De buren zijn ons ook even komen groeten, nog wat video gefilmd en hop .....we waren weg richting markt van Geraardsbergen.

Wat onrustig omdat we niet goed wisten wat er op de markt ging gebeuren, hoeveel mensen er zouden zijn om ons uit te wuiven, hoeveel fietsers er ons zouden begeleiden,enzovoort.

We waren echter aangenaam verrast toen we met ons gezin op de markt aankwamen. Al heel wat volk stond ons op te wachten.

Na wat gepraat, groetjes en aanmoedigingen links en rechts hoorden we plots muziek. Daar was de fanfare van honger en dorst  ( sorry hoor Concertband Cecilia ) Een complete verrassing en ik moet zeggen dat de klank en dynamiek fantastisch waren.

De burgemeester was er samen met enkele schepenen, heel wat pers en ook enkele sportmensen die ons hun sympathie wilden betonen: Ferdy van den Haute, Herman Mignon, Werner Mory en Koen Van Rie waren aanwezig en hebben een eindje met ons meegefietst.

Ook enkele bestuursleden van de Fifty one Service club uit Geraardsbergen kwamen ons een hart onder de riem steken niettegenstaande zij veel werk hadden met de voorbereiding van een Barbecue ( die vandaag doorging ) waarvan de opbrengst naar onze actie zou gaan.

Na foto’s van alle kanten en poses met iedereen erop, een kleine toespraak van de Burgemeester, een kleine bedanking van Ann en mezelf, een nieuwe muzikale aanzet van Concertband CCG, een startschot en weg waren we richting Dender.

Een hele aanhang fietsers volgden ons en dat deed ons veel plezier.

We volgden een deel van de nieuwe KOTK fietsroute tot in Bois de Lessines waar een deel van de fietsers, waaronder onze kinderen, ons verlieten. De dappersten ( en dat waren er nog heel wat ) fietsen verder mee tot in Thoricourt. Daar namen we dan echt afscheid van iedereen en waren we vanaf dit punt op ons tweetjes aangewezen.

Het parcours tot in Cerfontaine ( via het Lac de L’eau D’Heure ) was zeker niet al te zwaar. Het parcours was op voorhand, met de wagen, door ons verkend zodat we slechts 1 keer lichtje verloren waren gereden.

s’Middags hebben we onze lunch gebruikt in Maurage samen met schoonzus Barbara en onze kinderen die ons achterna zijn gekomen met de auto.

Onderweg hebben we mooie landschappen en weidse vergezichten mogen smaken en reden we door enkele mooie bossen, niettegenstaande we nog niet echt in de Ardennen aan het fietsen waren.

Zalig fietsen bij een temperatuur van 28 tot 30 graden en een stralende zon. We hadden voor deze eerste dag slechts lichte bagage mee. De rest zat bij Barbara en de kinderen in de auto.

Een rustige eerste dag en er mogen er meer komen zoals vandaag.

Na de drukke voorbereidingen beseffen we nog niet goed dat we effectief weg zijn. Dromen we of is dit echt.

6 maanden  intense en gedetailleerde voorbereiding en we zijn reeds onze eerste dag op weg.....

De camping in Cerfontaine kost slechts 5 euro doch ik denk niet dat hij 1 ster waard is. Ongezellige douches ( apart te betalen : 1,25 euro ) die bijna niet werken en rudimentair sanitair. Er was wel een mooie taverne ( waar we een heerlijke Grimbergen hebben gedronken en waar we met de kinderen nog lekkere frietjes hebben gegeten ) en dat maakte een en ander goed.

Al bij al  verliepen de eerste 116 km vlekkeloos en vooral het eerste gedeelte, van Geraardsbergen tot in Thoricourt, waren zeer aangenaam. Veel gezellig gepraat onderweg doch goed doorgereden.

  

DAG 2   :  Maandag 30/06/2003

  

Startplaats            :    Cerfontaine

Eindplaats            :               Suxy   ( een 10 tal km van Bertrix )

Dagtrip Km          :                114 km

Totaal Km            :                230 km

Gemid. Snelheid  :                17  km/h

Max. Snelheid      :    64  km/h

Aantal uren o/d Fiets :  6u43

Weersgesteldheid :             Wisselvallig  doch weinig regen  ( +/- 23 ° )

Overnachting        :     Hotel ( Auberge de la Deviniere )

 

Vanmorgen zijn we opgestaan met een weinig regen. Een enorm contrast met gisteren doch we waren verwittigd.

Ondanks de middelmatige camping hebben we goed en rustig geslapen.

We ontbijten op het overdekte terras van de camping-cafetaria. Kwestie dat we droog zaten en dat we een stoel en tafel hadden.

Een deel van ons material hebben we daarna in drie valiezen gedaan die later in de loop van de dag zullen worden opgehaald door mijn zus Lutgarde. Zij zal ons in de namiddag mee begeleiden en ons ook vanavond nog even gezelschap houden.

We rijden vanaf Cerfontaine verder richting Bertrix via vele kleine Ardeense dorpjes zoals Matagne la Grande, Matagne la Petite enzovoort. Net voor Treignes genieten we van een lekkere koffie in de cafetaria van een drie sterren camping langs de weg .

Vanaf Treignes, waar we wat inkopen doen voor ons middagmaal, rijden we naar Vireux – Wallerand en zo verder door naar Harnies ( We rijden nu reeds een 15 tal km door Frankrijk) . In Vireux moeten we echter een kwartiertje schuilen voor een stevige regenbui. Gelukkig hadden we op tijd een voldoend groot afdak gezien en blijven we op deze manier droog . We profiteren ervan om een stukje fruit en een koekje naar binnen te werken.

Na de regenbui rijden we verder naar Harnies en het worden enkele stevige kilometers bergop. Een 8 tal km stevig klimmen: voor onze eerste kennismaking met Frankrijk kan dit tellen.

Er volgt echter een leuke bergaf en de natuur is zeer mooi . We rijden reeds een hele tijd langs rustige wegen en dat stemt ons gelukkig .

In Willerzie ( opnieuw Belgie ) nemen we ons middagmaal in een soort gemetst bushokje. We krijgen plots ook enkele dierlijke toeschouwers die ons met vragende en smekende blik toekijken in de hoop dat ze een stukje vlees zouden krijgen. De ganse tijd bleven  vier honden bij ons doch helaas : we hadden zelf teveel honger en de droge worstjes waren veel te lekker om ze te delen. Volgende keer meer succes, beste hondjes !

We rijden verder richting Gedinnes en drinken, samen met Lutgarde ( de zus van Geert ) en haar man Luk , een kop koffie met een taartje  ( want nu mag dat ) in Bievre.

Als we hen hoorden hebben wij eigenlijk geluk gehad met het weer. In Geraardsbergen en onderweg hebben zij in echte wolkbreuken gezeten terwijl wij relatief droog bleven. ( Enkel over de middag hebben we even moeten schuilen voor een zware bui )

We rijden verder via Graide station en sluiten in Naomé aan op de uitgestippelde route die we gaan volgen tot in Barcelona.

Vandaar gaat het via Palliseul verder richting Bertix.

Lutgarde en Luk hebben in Bertrix tevergeefs een goed hotelletje gezocht doch vonden in Suxy een mooi en degelijk hotel.

Die avond hebben we in Hotel  Auberge de la Deviniere  lekker gegeten en gedronken en daarna heerlijk geslapen.

Het was een relatief zware dag vandaag doch de avond maakt veel goed.

Het prijskaartje ( kamer,ontbijt en avondmaal ) was niet echt goedkoop te noemen  ( 75 euro per persoon ) doch we hebben ervan genoten en dat is het belangrijkste.

Morgen rijden we definitief Frankrijk binnen.

 

DAG 3   :   Dinsdag 01/07/2003

 

Startplaats            :     Suxy

Eindplaats            :               Charny sur Meuse  ( Nabij Verdun )

Dagtrip Km          :                92 km

Totaal Km            :                322 km

Gemid. Snelheid  :                17,16  km/h

Max. Snelheid      :    58  km/h

Aantal uren o/d Fiets :  5u32

Weersgesteldheid :             Wisselvallig met mooie opklaringen en af en toe regen  ( +/- 19 ° )

Overnachting        :    Maison d’Haute  ( La maison Anjelou )

  

Deze morgen vertrokken we om 9u15 aan het hotel omdat we nog wat moesten schuilen voor de regen . Een deel van onze bagage werd, gelukkig, nog ongeveer een halve dag meegevoerd door mijn lieftallige zuster.

Het weer was wisselvallig met af en toe een weinig regen. Zo reden we richting Jamoigne en verder richting Abdij van Orval en dit voor een groot deel door een prachtig bos. De kleine omweg naar de Abdij van Orval namen we niet doch we fietsten verder door richting Frankrijk.

Een eerste merkwaardig dorpje die we tegenkwamen in Frankrijk was Avioth. Een dorpje met slechts 100 inwoners doch met een enorme basiliek die is ontstaan als bedevaartskerk voor een verschijning van Maria. Door de vele oorlogen hier in Lotharingen is de expansie van dit dorp echter volledig gestopt.

Het landschap is, kort na de grensovergang stilaan aan het veranderen. Minder bos dan in de Ardennnen doch meer velden met graan, koolzaad en maïs tussen de heuvels. We bevinden ons in Frans Lotharingen en dat is er aan te zien.

Vanaf 10u30 begint het mooi en zonnig te worden.

We komen na Avioth op een iets drukkere baan en zien in de verte reeds de silhouetten van de vestingstad Montmedy opduiken.

Montmedy is een van de markantste vestingsteden die langs de Franse grens werd gebouwd.

Een prachtige historische oude stad met een schitterend mooie ingang via een ophaalbrug. Zo dicht bij Belgie en wij kenden deze stad niet eens. De moeite waard om nog eens terug te komen.

Bij een stralende zon en een blauwe hemel drinken we een tasje koffie samen met onze begeleiders Lutgarde en Luk en beginnen we stilaan onze bagage over te laden op de fiets. Nu wordt het menens. We krijgen er 20 kg bagage per persoon bij en zullen nu moet alleen verder trekken maar....we zijn er klaar voor.

We nemen afscheid van onze familieleden en scheuren langs een enorme steile afdaling naar beneden richting Loupy sur Loison.

We rijden verder in een glooiend landschap door velden en dan eens door bossen.

Al enkele keren hebben we zwarte wolken aan ons zien voorbijtrekken doch telkens ontsnapten we aan de regen tot het opeens toch aan ons was. Gelukkig konden we telkens goed schuilen zodat  we meestal droog bleven.

Bij een van onze schuilbeurten  had Geert zijn fietshandschoenen achteraan de fiets gelegd. Bij het vertrek worden deze toch wel vergeten wat op het einde van een lange afdaling wordt opgemerkt. Resultaat: Geertje mocht zijn handschoenen gaan zoeken en terug de vrij zware helling oprijden. Bijna op de top vond hij ze dan toch terug. Gelukkig maar want het waren spik splinternieuwe.

Na een fikse beklimming door het bos van Sivry , net voorbij Brandeville klimmen we naar 400 meter met als beloning een prachtig zicht op de vallei. Een merkwaardig zicht want binnen de 5 minuten was de vallei niet meer te zien door plotseling opkomende regenbuien. Waar wij stonden regende het niet zo hard en we konden gelukkig goed schuilen onder enkele bomen.

Verder hebben we niet veel regen meer gehad doch een kilometer of 8 voor Verdun ( waar we wilden overnachten ) worden

De wolken  piekzwart en rijden we in allerijl Charny sur Meuse binnen. Net op tijd kunnen we schuilen onder de “zonnewering” van een voedingswinkel. Veel zin om op een camping te gaan, zoals voorzien,  hebben we niet dus vragen we wat uitleg aan de winkelier. Die geeft ons de raad om even bij zijn buur te gaan vragen of zij geen plaats hebben. Het is een maison d’Hote waar tot vorige week aan gewerkt is. Totaal nieuw en verder wist hij alleen te vertellen dat het heel vriendelijke en lieve mensen

waren die deze gîte uitbaatten.

Er is nog plaats en we mogen voor 30 Euro ( ipv 45 ) blijven overnachten.

Wat een toeval en wat een geluk. Een prachtig gerestaureerd huisje met alle comfort staat ter onze beschikking. Alles ruikt nog naar nieuw...

Alles is er wat we maar kunnen dromen:  een hypermoderne keuken en badkamer, salon met tv, dvd enz. Toffe slaapkamers en veel lectuur waaronder verschillende tijdschriften uit de oorlog 1914-1918.

Prachtig. Zalig om onze avond en nacht hier mogen door te brengen. We genieten van een bad en maken ons wat eten uit het winkeltje naast de deur én met een lekker flesje wijn.

Vandaag is onze zoon Robrecht jarig  ( 11 jaar ) en we bellen hem even op het KSA kamp. Ook daar is het slecht weer. Jammer.

 

DAG 4   :   Woensdag 02/07/2003

 

Startplaats            :    Charny sur Meuse

Eindplaats            :               Toul

Dagtrip Km          :                108 km

Totaal Km            :                430 km

Gemid. Snelheid  :                16.3  km/h

Max. Snelheid      :    46  km/h

Aantal uren o/d Fiets :  6u31

Weersgesteldheid :             Overwegend zonnig met enkele kleine buien

Overnachting        :    Hotel de L’Europe

  

Vandaag zijn we rond 9 uur vertrokken en zijn  we tot de middag droog gebleven .

Enkele kilometers voor Verdun wordt het verkeer intensiever .We brengen een blitsbezoek aan het mooie stadje met zijn bewogen verleden doch rijden vrij snel, via het maasdal, richting St.Mihiel.

Rond 12 uur s’middags verdwijnt de zon en vergast het weer ons op enkele stevige regenbuien die echter nooit lang duren.

Om 13 uur krijgen we af te rekenen met een eerste ( en laatste ) lekke achterband. Een klein stukje groen glas in de band van Ann was de spelbreker. De herstelling gebeurde langs een vrij drukke weg wat niet echt aangenaam was door het snelle verkeer.

Na de herstellingswerkzaamheden rijden we via deze relatief drukke weg rijden het mooie stadje St.Mihiel binnen.

We begonnen  net  inkopen te doen voor het middageten in de Intermarché  toen het zeer stevig begon te regen. We hadden  weer geluk dat wij én onze fietsen direct konden schuilen.

Deze inkopen waren broodnodig want de volgende 50 km zou er geen bevoorrading meer mogelijk zijn.

Onze picknick verorberen we, rond 14u45, op een bank in St.Mihiel zelf.

We verlaten dit stadje bij een heerlijke zon en via een prachtig stuk weg , bergop en bergaf, en rijden richting Lac de Madine.

We hebben op onze vier dagen al stevig geklommen maar nu krijgen we toch een eerste colletje onder de wielen geschoven. We klimmen naar bijna 400 meter doch worden na de top vergast op een prachtig uitzicht op de Lac de Madine en op het Amerikaanse oorlogsmonument: la butte de Montsec.  Dit impossante monument is door de Amerikanen opgericht ter nagedachtenis aan de felle gevechten die hier zijn geleverd. Menig dorp is hier in de eerste wereldoorlog weggevaagd om nooit meer heropgebouwd te worden.

Wat nu volgt is iets om als fietser u tegen te zeggen: een fantastische afdaling .

Ik maak me wel de bedenking dat het enige nadeel van een afdaling is dat er steeds een bergop aan voorafgaat. 

Na de afdaling kunnen we lekker snel  (wind in de rug ) doorfietsen aan een gemiddelde snelheid van 28 a 29 km/u.

Zalig om zo langs kleine baantjes, zij aan zij, te fietsen.

Het weer is helemaal opengetrokken. Lekker zonnig met nog wel wat wind.

We hebben eigenlijk vandaag slechts twee keer moeten schuilen: in een stal  ( waar we profiteerden van het oponthoud om een koffietje te maken ) en in de Intermarché van St.Mihiel.

We rijden in Montsec verder richting Beaumont ( In Frankrijk, weliswaar ) doch we worden via een wegomlegging een andere weg opgestuurd. Als ik het op de kaart bekeek komen er op deze manier enkele kilometers bij. We riskeren het dan maar om toch rechtdoor te fietsen en inderdaad: een kilometer of twee verder is men volop, met zwaar materiaal, aan de weg aan het werken. We kunnen er wel door doch gedurende enkele honderden meters was het wegdek in de pek gezet wat resulteerde in vettige banden en langdurig geknars van steentjes en andere rommel maar op die in onze banden bleef kleven. Gezellig.

Het Amerikaans monument La butte de Montsec, waar we langs kwamen en die op een scherpe  heuvel is gebouwd, blijft vele kilometers opvallend het landschap beheersen. Vele tientallen kilometers verder zagen we nog steeds het silhouet van dit monument.

Vanaf Beaumont rijden we meer dan tien kilometer door het enorme Foret de la Reine waar het opvallend stil was. Zo stil en rustig dat we op een bepaald moment voor ons een nietsvermoedende hinde zagen die, opgeschrikt, met elegante sprongen diep het bos in verdween.

Bij het uitkomen van het bos kozen we voor een route-variant die ons, via de relatief drukke D908, naar Toul brengt. 

Bij het naderen van Toul zien we reeds de eerste wijngaarden op onze rechterzijde.

In Toul en omgeving is er geen camping  wat ons verplicht om een hotel op te zoeken. De prijs van het hotel, ons aangewezen door de locale politie, is schappelijk ( 39 Euro ) omdat er slecht 1 tweepersoonsbed op de kamer staat. Voor het ontbijt kwam er nog  6 Euro per persoon bij. Al bij al nog een redelijk prijskaartje niettegenstaande de chique naam  Hotel de L’Europe. (Het hotel situeert zich aan het station van Toul )

Na de verfrissende douche gaan we een spaghetti eten in een pizzeria schuin rechtover het hotel doch moeten vaststellen dat de aangeboden hoeveelheid spaghetti en saus best zou kunnen omschreven worden als een kinderportie ! We hebben dan maar wat brood bijgevraagd en gekregen. Gelukkig hadden we op de kamer nog een yoghurtje en een appel om de overgebleven honger te stillen.

We vallen als een blok in slaap en dat was maar best ook . Morgen terug 100 km en dus is rust een heel belangrijk gegeven.

Slaap wel.

  

 DAG 5   :  Donderdag 03/07/2003

 

Startplaats            :     Toul

Eindplaats            :               Vittel

Dagtrip Km          :                100 km

Totaal Km            :                530 km

Gemid. Snelheid  :                15,77  km/h

Max. Snelheid      :    48,7  km/h

Aantal uren o/d Fiets :  6u18

Weersgesteldheid :             Voormiddag : wisselvallig – Namiddag : zonnig

Overnachting        :     Camping Municipal Vittel  (zeer degelijk en goed voorzien. Niet duur voor trekkers)

  

Vannacht terug, ondanks de warmte, goed geslapen.

Na het ontbijt wordt alle bagage bij mekaar gezocht en snel de fietsen geladen.  We brengen een versneld bezoek aan het stadje aan de Moezel, Toul ( om 9 uur s’morgens is er echter nog niet veel te doen ) met zijn mooie Kathedraal en gezellig centrum en zoeken ons daarna snel een weg door het  verkeer, weg van de drukte.

We draaien wat rondjes in een woonwijk, om niet te zeggen dat we de weg kwijt waren,  doch vinden dan uiteindelijk toch de juiste richting naar Domgermain.

Ook hier kiezen we voor een routevariant die ons, via de bovenloop van de Maas naar Vittel zal brengen. De andere route loopt via de Moezel maar zoals de auteur het dikwijls zelf zegt: in het leven moet je soms keuzes maken.

We kiezen voor deze route variant omdat hij ons ook zal brengen langs de “ Route des Vin et des Mirabelles “ en langs wijndorpjes met heerlijke namen zoals Domgermain,Charmes,Mont le Vignoble,Blenod la Toul enzovoort.

Deze route brengt ons daarna naar het Maasdal waar zich de bovenloop van deze rivier situeert. Hier is de Maas nog een snel stromend riviertje en totaal verschillend van de Maas die wij hier kennen.

De streekwijn hier is de Cote de Toul en overal worden we, via bordjes, uitgenodigd om te proeven en.... te kopen,  natuurlijk. Helaas zijn we met de fiets en dus zal het voor een andere keer zijn.

Deze eerste 35 km waren vrij zwaar en gingen niet vooruit. Van dorp naar dorp met regelmatig pittige beklimmingen steevast gevolgd door mooie zichten en afdalingen.

Na deze wijn en Mirabelle route komen we in het Maasdal terecht waar we aan de snelstromende Maas onze picknick verorberen bij een stralende zon. We rijden verder richting Greux en Domrémy waar zich het geboortehuis van Jeanne D’Arc bevindt. Niets speciaals ( een vrij gewoon huisje zonder meubels maar door de mythe rond Jeanne D’Arc een toeristische trekpleister geworden , met de onvermijdelijke Nederlanders erbij, natuurlijk ) en we fietsen enkele kilometers verder om de Basilique du Bois Chenu ( gebouwd ter ere van de heldin Jeanne D’Arc ) met ons bezoek te vereren. We hebben hier ook een fraai uitzicht op het Maasdal diep onder ons en de meanderende Maas. Prachtig.

Volgens de overlevering zou op deze plek Jeanne D’Arc voor het eerst haar verschijning gekregen hebben met de heilige oproep om de wapens te slijpen en de Engelsen terug in zee te werpen. Het is niet echt gelukt doch wel een mooi verhaal met een warm einde op de brandstapel.

In Domremy steken we door naar Vittel en Contrexeville, naar de bronnen van de Vogezen. We moeten nog ongeveer 50 kilometer rijden. Onderweg passeren we veel dorpjes met, hoe klein ook, steeds een kerkje erbij.

Het is mooi en rustig rijden. De gezondheid en de spieren zijn prima in orde ( tot nu toe ) enkel mijn nek speelt een weinig parten. Veelal dezelfde fietshouding waar een lichaam blijkbaar wat moet aan wennen.

Onderweg zien we wel een zwaar ongeval met een motorrijder. Niet te veel denken aan de gevaren van de weg en verder rijden is de boodschap!

We fietsen Vittel binnen langs het prachtige domein en stadspark van het kuuroord en stoppen even aan de verscheidene ver-wen en gezondheids-kuur hotels. Enorme gebouwen met mooie en grote aanpalende tuinen.

Van hier wordt het plots veel kouder en zien we dat het hier fel geregend heeft. Dit wordt ons bevestigd door enkele Nederlanders die hier vandaag de ganse dag  slecht weer hebben gehad. Wat hadden wij weer geluk.

Tijdens onze inkopen voor het avondeten (in de plaatselijke Aldi ) regent het terug keihard. We kopen ons ook een flesje wijn die we vanavond gaan soldaat maken.

We zoeken, na de regenbui, snel de camping Municipal op waar we ons tentje goedkoop kunnen opslaan. De hotelprijzen ( en zelfs die van de chambre d’hotes ) swingen hier de pan uit waardoor, ondanks het minder gunstige weer, een camping het beste en goedkoopste alternatief was.

Van de verantwoordelijke krijgen we zelfs de sleutel van de ontspanningsruimte waar we kunnen koken, een tafel en stoelen hebben om, droog, ons avondmaal te verorberen en nog even te bekomen van onze 5 de fietsdag. Tof was dat.

Vannacht heeft het wel nog regelmatig geregend doch zware stortbuien hebben we niet meer gehad. Gelukkig, want in ons kleine tentje.....

 

DAG 6   :   Vrijdag 04/07/2003

 

Startplaats            :     Vittel

Eindplaats            :               Challindray-Culmont

Dagtrip Km          :                104 km

Totaal Km            :                634 km

Gemid. Snelheid  :                17  km/h

Max. Snelheid      :    47  km/h

Aantal uren o/d Fiets :  6u07

Weersgesteldheid :             Wisselvallig met regelmatig buien en af en toe zon.

Overnachting        :     Hotel Lion d’Or

 

 

Bij het ochtendgloren ben ik eerst brood gaan kopen in het centrum van Vittel waarna we ons ontbijt namen in de ontspanningsruimte bij een lekker Ricore-koffietje, heerlijke zelfgemaakte confituur, speculoos en stokbrood. Door de regen was onze tent nat wat toch een ongezellig opvouwen en een gewichtstoename betekende.

We verlaten de camping bij fris weer en donkere en steeds dreigende wolken en geven de sleutel van de ontspanningsruimte af aan de receptie.

We vullen onze drinkbekers bij de bron in het centrum waar het echte water van Vittel voordurend stroomt. Bijna iedere inwoner van Vittel komt hier met ganse bakken lege flessen om deze te laten vullen. Echter volgens een van deze inwoners mag je niet teveel van dit water drinken omdat het minder goed zou zijn voor de rug. Waar of niet waar: we vullen toch onze bidons. Maximum 6 flessen per persoon staat er bij geschreven maar daar veegt iedereen zijn figuurlijke kas aan.

De eerste 20 Kilometer gingen heel vlot met prachtige afdalingen en zichten. Dit bezorgde Ann, om de een of andere reden de slappe lach. Rare jongens die vrouwen. In Senonges nemen we het voorstel van de schrijver ter harte en kiezen voor een prachtig stukje route door de natuur en de bossen i.p.v rechtdoor naar het grotere dorp Darny.  Het gaat op en neer doch het is hier zo rustig en mooi dat we er stil van worden. In de verte ziet Ann plots een stip en spreekt de volgende onvergetelijke woorden uit: Wa kruipt er daar naar omhoge. We fietsen wat sneller en komen al snel in het zicht van een ligfietser die het inderdaad niet al te gemakkelijk heeft. Hij moet regelmatig afstappen en zijn fiets en toebehoren te voet de helling opduwen. En die toebehoren mogen er zijn: een zwaar bepakte ligfiets met daarbij nog een zwaar beladen karretje aan vastgemaakt. Een Nederlander natuurlijk die ook de route naar Barcelona probeert te doen. We babbelen wat met de eenzame eenzaat en vragen ons in stilte af wat  nu zo gemakkelijk en fijn is aan een ligfiets. Je kan moeilijk kaart lezen, je geraakt moeilijk bagage kwijt aan je fiets en bij regen wordt gans je voorzijde kletsnat. Geef ons maar een gewone, degelijke Thompson fiets.

Af en toe moeten we schuilen voor een zware regenbui die gelukkig nooit lang duren. Regenjas aan en uit is de boodschap.

Onderweg, tijdens het schuilen zien we nog twee fietsers doch deze trokken zich van de regen niet veel aan en gingen net wat sneller dan wij.

We komen langs vele kleine dorpjes met telkens een kerkje in het midden doch meestal zo doods en verlaten als, als, als..... iets.

Af en toe komen we langs de rivier de Saomme ???????????

Vanaf Blondefontaine fietsen we vrij snel door het dal van de Amance.  Niet echt indrukwekkend  doch gewoon mooi.

We zien reeds de eerste typische kerktorens van de Bourgognestreek ( alhoewel we er nog niet helemaal inzitten ) met de typische  kleurijke geglazuurde daktegels.

De ganse dag lang komen we geen enkel winkeltje tegen om eventueel bevoorrading in te slaan.

Enkel in Jonvelle hebben we een koffietje kunnen drinken en eten er nog een meusli-reepje bij op. Weer wat minder gewicht!

We naderen Chalindray via Culmont en zoeken hier in de buurt een slaapplaats. Al snel zien we, aan het station twee hotelletjes waarvan het eerste die we binnengaan slechts 20 Euro voor een kamer kost en wordt gerund door een gezellige Portugese vrouw. Niets bijzonders het hotel natuulijk doch we hebben er een douche kunnen nemen en we hebben er goed geslapen.

Meer moet dat niet zijn. S’avonds hebben we er ook lekker gegeten met een voorgerechten buffet a volonté en een ( dubbele) biefstuk-friet om op krachten te komen Dit alles overgoten met een frisse rosé wijn uit de plaatselijke kelder (of zeg maar ijskast).

Wat moet een mens meer hebben na een dag fietsen.

Nog snel de nodige telefoons gedaan naar de kinderen, nog een kleine wandeling buiten langs het station (en het aantal wagons tellen van de goederentreinen die langs kwamen ) en daar gingen we dan naar boven waar een heerlijk bed op ons wachtte.

Goede nacht !

 

DAG 7   :   Zaterdag 05/07/3003

 

Startplaats            :    Chalindray-Culmont

Eindplaats            :               Pluvet

Dagtrip Km          :                102 km

Totaal Km            :                736 km

Gemid. Snelheid  :                18  km/h

Max. Snelheid      :    42,5  km/h

Aantal uren o/d Fiets :  5u39

Weersgesteldheid :             Licht bewolkt – s’avonds zonnig  ( +/- 20 - 22 ° )

Overnachting : In de natuur aan een riviertje 

 

Het ontbijt in ons hotelletje was nu echt niet om over naar huis te schrijven. Dat hebben we dan ook niet gedaan maar al bij al was de maag toch gevuld ( met wat stokbrood , confituur en cake ).

De fietsen gaan halen in de zeer muffe en onaangenaam ruikende kelder, bagage erop, tot ziens gezwaaid en vertrokken bij lichte bewolking. De weersvoorspellingen waren goed dus waren we optimistisch gestemd.

Het was 8u45 en we waren reeds vertrokken.

Eerst deden we nog enkele inkopen in een plaatselijke supermarkt zodat we om 9u15 effectief aan het fietsen waren.

We komen in het overgangsgebied tussen de France Comte en de Bourgogne en rijden een tijdje op het jaagpad langs het Canal  de la Marne à Saonne en brengen, via een klein omweggetje, een kort bezoek aan het Chateau de la Romagne. Dit kasteel is een mooi restant van een oude Bourgondische burcht ooit toebehorend aan de orde der tempeliers. Een voorbijganger wijst erop dat dit kasteel vroeger 10 maal zo groot was maar in de loop der tijden is vervallen, geplunderd en afgebrand.

Het gaat deze morgen snel vooruit. Rond de middag ( 13u30 ) hebben we er reeds 65 km opzitten.

We nemen onze picknick langs het kanaal de la Marne à Saonne. Gezellig en mooi weer.

We rijden verder langs vele kleine dorpjes en komen langs verscheidene mooie kastelen. Het landschap is niet echt afwisselend te noemen doch wel mooi met eindeloze zonnebloem- en graanvelden. Vele namen van de dorpjes die we doorrijden kan je zo op een wijnfles zetten : Blagny , Pouilly, Licey sur Vingeanne, Cheuge enzovoort.

De route kaartjes zijn perfect te volgen. Enkel in Beaumont missen we ergens een afslag zodat we een tweetal kilometer omrijden. Geen ramp.

Vanaf Montmançon en Drambon fietsen we een 15 tal kilometer door een enorm woud. Super is dat. Rust en stilte, lichte bergopjes en bergafjes. Zalig.

Bij het uitkomen van het bos nabij Premieres maken we een praatje met de boswachter. We hebben reeds een 85 kilometer gefietst en kijken stilaan uit naar een geschikte slaapplaats. De dichtsbijzijnde camping ligt, volgens de boswachter, in Auxonne op een 8 tal kilometer doch....weg van de route.  Maal twee betekend dit een omweg van ongeveer 16 km en dat is  ons iets teveel van het goede.

We besluiten  nog wat verder te fietsen en uit te kijken naar een plaats waar we eventueel vrij kunnen kamperen.

Net voor Collognes ( waar we de nodige inkopen doen ) rijden we over de Route du  Sud met de vele onvermijdelijke Nederlanders met caravan.

We zwaaien even naar de auto’s en vrachtwagens en krijgen steeds een groet of een claxonstoot terug.

We rijden verder naar het kleine Pluvault ( waar aan de kerk net een trouwfeest aan de gang was ) en wijken daar van de route af richting Pluvet, om daar ons geluk op een klein plaatsje langs een rivier te proberen .

En effectief : bij het buiten rijden van het dorp en het overschrijden van het kleine riviertje ‘ La Tille R. ‘ zien we een klein baantje die we enkele honderden meters volgen.

We vinden een mooi plaatsje naast de rivier, onzichtbaar voor de buitenwereld, waar we ons tentje opslaan.

Aangezien we volop in de Bourgogne zijn maken we een lekkere fles “ Coté du Rhone “ soldaat en bereiden we onze noodpakketten. Dit is gedroogde voeding waar je kokend water moet indoen en bij wijze van spreken verkrijg je een biefstuk - friet

Ik had groentenpuree met rundsvlees en Ann  Kip met curry en rijst. Al bij al viel deze maaltijd nog wel mee !

We genoten van ons avondmaal en ons ( plastiek ) bekertje wijn langs het riviertje ( met heel veel vis erin ) terwijl  de lucht boven ons totaal blauw opentrok.  We hadden het zo naar onze zin dat we in mekaars armen vielen van geluk.

Na de afwas ( in de rivier natuurlijk ) probeerden we nog tevergeefs Kamiel (onze webmaster voor het verslag op internet ) te bereiken en deden we nog een kleine wandeling om daarna snel de slaapzakken op te zoeken want morgen moeten we door de wijngaarden van de Bourgogne. Dat beloofd....

 

DAG 8   : Zondag 06/07/03

 

Startplaats            :     Pluvet

Eindplaats            :               St.Boil

Dagtrip Km          :                111 km

Totaal Km            :                847 km

Gemid. Snelheid  :                16.88  km/h

Max. Snelheid      :    45  km/h

Aantal uren o/d Fiets :  6u36

Weersgesteldheid :             Goed weer, blauwe hemel en zonnig 

Overnachting        :    Camping Moulins de Collognes  ( dure camping – geen prijzen voor trekkers , forfait = 20 Euro )

 

Om 8u45 zaten we , na een gezellig ontbijt en de inpak en opbindactiviteiten, reeds op de fiets richting Tart l’Abbaye en Tart le Bas alwaar we, na redelijk wat tijdsverlies, terug op de route komen . We fietsen nu richting Abdij van Citeau , de bakermat van de Cistercienser en Trappisten monniken

Via een mooie weg door een bos komen we aan de abdij die ons toch wat tegenviel. De echte abdijsfeer ( die je bvb wel voelt in Orval ) ontbrak hier. Enkele gebouwen met een heel moderne kerk. De kerk konden we helaas niet bezoeken omdat er net een dienst begon en het visitor center was nog gesloten. Niets speciaals naar onze mening en weg waren we ( alweer via een lange weg door een bos ) richting Beaune. We hadden reeds veel gehoord van Beaune en waren toch wel wat nieuwsgierig .

We onder- en overschrijden drie keer een autosnelweg alvorens, via een drukke weg, Beaune te bereiken.

Via grote borden langs de weg worden we er voortdurend aan herinnerd dat we in de Bourgognestreek zijn.

Om Beaune via een minder drukke weg kunnen binnen te rijden moeten we lange tijd tegen de richting in rijden, het eenrichtingsverkeer omgekeerd trotseren en vele verbodstekens aan onze laars te lappen. Safety

first  !!

Het is broeierig heet als we op het markplein van Beaune aankomen.

Beaune, een kruispunt van vele autostrades en wegen naar het zuiden en daardoor een baken voor vele vakantiegangers, is een aardig stadje met leuke straatjes en mooie gebouwen. Veel toeristen zoeken hun weg naar de smalle straatjes en de vele terrrasjes die Beaune rijk is.

Zeer bekend in Beaune is het Hotel-Dieu of beter bekend als het hospice de Beaune met zijn grillige architectuur, mooie dakkapelletjes en de kenmerkende geglazuurde dakpannen. Een streling voor het oog.

Helaas kunnen we dit uitzonderlijke gebouw niet bezoeken. We zijn wat beperkt in tijd en durven onze bepakte fietsen geen uurtje alleen achterlaten. Idem dito voor het musée du Vin de Bourgogne.

We brengen wel een kort bezoekje aan de Eglise Notre Dame van Beaune waar het binnen heerlijk fris is.

Voor fietsers die net uit een oase van groen en rust komt is dit stadje ons toch iets te druk. We kopen nog wat brood en een appelflapje met abrikozen en zoeken ons, net buiten Beaune een plaatsje om te picknicken.

Hier belde Ann even naar haar moeder. Ze was blij te horen hoe het met ons ging.

Na het middageten verlaten we Beaune via een vrij drukke weg en volgen verder “de route des Grand Crus”  via Pommard, Volnay,Meursault, Puligny en Chagny. Volop door de wijngaarden van de Bourgogne over een minder goed onderhouden boerewegje doch wel uniek.Het is rustig fietsen doch de zon brandt ongenadig hard.

De wijngaarden van de Bourgogne zijn beroemd wegens de uitzonderlijke wijnen die ze voortbrengen. Hemelse wijnen die echter niet te betalen zijn voor modale mensen.

In Puligny zien we een treffend standbeeld met 5 hardwerkende wijnboeren.Mooi.

In Charny nemen we over een afstand van 8 kilometer het jaagpad langs het Canal du Centre. Terwijl ik een foto neem van Ann en het kanaal komt er een vriendelijk echtpaar ( uit Brugge ) bij ons met het voorstel dat zij een foto van ons beiden zullen nemen. Klik, en klaar is Kees. We maken nog een praatje en fietsen daarna verder langs het lommerrijke pad richting Farges.

Het is zondag en bijzonder druk langs het pad. Vele skeelers, wandelaars en fietsers bevolken deze weg waardoor we steeds alert moeten blijven voor tegenliggers. Iedereen is echter vriendelijk en dat doet ons toch deugd.

Onderweg denken we regelmatig aan onze kindjes op KSA-kamp waar het vandaag bezoekdag is en waar hun ouders dus niet zullen aanwezig zijn. Geen nood want tante Lu , nonkel Luk en Oma nemen deze ouderlijke taak eventjess met verve over.

Bij het verlaten van het jaagpad rijden we richting Farges, Dracy-le-Fort en verder richting Givry.

In Givry gaan we een veertig kilometer lang fietspad nemen ( tot in Cluny ) over een oude spoorwegbedding. Dit fietspad “ la Coulee Verte “  vormt een prachtige verbinding door het hart van de Bourgogne en doet onderweg enkele bekende plaatsen aan zoals Taizé en Cornimont.

Het is een heel tof fietspad die zich golvend door het landschap een weg baant. Onderweg zien we heel wat oude stationnetjes met links en rechts de wijngaarden en dorpjes van de zuidelijke Bourgogne zoals Givry,Buxy, st.Gengoux-le-National enzovoort.

We hebben er  al bijna 100 km opzitten en besluiten om stilletjes aan een camping op te zoeken die we dan ook vinden in St. Boil. Een mooie doch niet echt goedkope camping waar ze geen prijzen kennen voor trekkers. Iedereen gelijk voor de wet: grote tent, kleine tent, caravan of kampeerwagen.

Een Hollandse overbuur zag ons, bij onze aankomst, in het zweet baden en bood ons een frisse pint aan. Dat smaakte.

Gelukkig was er ook nog een klein restaurant waar we een lekkere pizza en een heerlijk koele rosé-wijn konden verbruiken.

We maken er ook kennis met een West-Vlaamse familie waarvan de vrouw nog maar enkele weken een chemoterapie had doorstaan.

We zijn weerom vrij moe en genieten bij deze van een heerlijke nachtrust. Tot morgen.

 

DAG 9   : Maandag 07/07/2003

 

Startplaats            :     St.Boil

Eindplaats            :               Gibles

Dagtrip Km          :                81 km

Totaal Km            :                928 km

Gemid. Snelheid  :                15  km/h

Max. Snelheid      :    46.7  km/h

Aantal uren o/d Fiets :  5u23

Weersgesteldheid :             Goed weer en zonnig  ( +/- 32 ° in de schaduw )

Overnachting        :    Camping du Chateau de Montravant  ( Schitterende camping met vriendelijke uitbaters. Prijs ? )

 We gaan het vandaag wat kalmer aan doen. We slapen wat langer, nemen een iets langer en zeer gezellig ontbijt langs een vijver en Ann gaat nog even zwemmen in het zwembad van de camping om alle spieren wat los te gooien in het frisse water.

Voor brood moesten we wachten tot rond 8u45 een bakkersautootje langskwam. Vanaf 8u15 uur vormde zich, voor onze tent,  een brood-file zodat Ann besloot om er maar snel gaan bij te staan. Volgens onze Nederlandse overburen  ( op de camping waren bijna uitsluitend Nederlanders ) gebeurde het regelmatig dat de bakker uitverkocht was en er nog mensen stonden te wachten. Dus, hoe vroeger in de rij hoe zekerder je was van een ontbijt.

Om 10u15 zitten we toch reeds op de fiets. We kunnen het niet laten.

Het klimt wat omhoog alvorens we terug op het fietspad zitten. Nog 30 kilometer op dit heerlijke fietspad en we zijn in Cluny.

Langs dit fietspad ligt ook het wereldbekende oecumenisch bezinningsoord Taizé. Het dorpje zelf is onooglijk klein doch een zeer steile weg voert ons naar de plek waar duizenden jongeren jaarlijks bij mekaar komen om te praten en te bezinnen.

Zeer zeker de moeite van een bezoek waard.

We komen ook langs het “ musée du Velo “ waarvan de eigenaar ons zelf kwam uitnodigen om een bezoek te brengen.

We waren al later dan normaal dus kon een bezoekje er weer niet vanaf. Volgende keer misschien!

We naderen stilaan Cluny en het einde van het fietspad. Reeds geruime tijd zien we ook af en toe een TGV voorbijrijden al is vliegen een woord die beter op zijn plaats is. Wij met onze fietsjes aan 20 km per uur en de TGV aan 300 km per uur. Een zucht en weg is hij.

Alvorens Cluny binnen te rijden doen we eerst nog wat inkopen voor ons middageten in een gezellig frisse supermarkt.

Het bekende stadje Cluny is beroemd om haar klooster en de geschiedenis van de kloosterorde die niet alleen een geestelijke macht maar ook een grote wereldse rijkdom tentoonstelde. Het gehele abdijencomplex besloeg een enorme oppervlakte waarop vele kerken en onderkomens voor de vele monniken waren gebouwd.Vanaf dit klooster is ook de wijnbouw in de Bourgogne tot grote bloei gebracht.

We nemen ons middagmaal voor een van de mooie kerken in Cluny en bezoeken daarna nog enkele ruines en oude kloostergebouwen. Toch wel eens de moeite waard om te zien.

Vanaf Cluny hebben we definitief de vlakke gedeelten achter ons gelaten. Net bij het buitenkomen van het stadje begint reeds de eerste klim. We volgen richting Jalogny en klimmen naar ongeveer 340 meter. Pittig hoor.

We zien rondom ons reeds de eerste bergen en genieten  van de mooie vergezichten en berglandschappen.

Enkele kilometers voorbij Jalogny zijn we van plan om even van de route af te wijken en een bezoek te brengen aan een Karmelietessenklooster “ Le Carmel “, prachtig gebouwd op een heuvel met schitterend zicht op het dal.

Het is zeer stevig klimmen naar het klooster die bestaat uit een aantal moderne gebouwen en kerk. Eerlijk gezegd lijkt dit niet echt op een klooster doch als we een kloosterzuster zien rondlopen in bruine habbijt zijn we wel overtuigd.  

Na het ingetogen bezoek rijden we, het hoofd misschien wat in de wolken, de te volgen route voorbij. Het gaat snel en lang bergaf en voor je het weet ben je twee kilometer te ver. We vinden vrij snel de weg terug en rijden verder richting Matour.

Vanaf Matour krijgen we een eerste Col onder de wielen geschoven, de Col de la Croix d’Auterre, die ons naar 556 meter voert.

( Uiteraard gevolgd door een spetterende afdaling die voor de nodige afkoeling zorgt ). Sommige wegen hier zijn wel vrij druk en steeds brandt de vraag op onze lippen: waar komen al die Nederlanders vandaan ? Je vindt ze echt overal tot in de onooglijkste uithoeken en de meest afgelegen campings of hotels. Bijna alle campings  waar we  overnacht hebben waren voor het grootste gedeelte gevuld met Nederlanders. Volgens ons moet Nederland momenteel volledig zijn leeggelopen.

We rijden verder naar het kleine dorpje Gibles en besluiten om ergens een camping gaan op te zoeken. We hebben ons ook laten verrassen door het weekend en komen tot de constatering  dat er geen winkeltjes meer open zijn en we dus geen eten hebben voor vanavond. In Gibles is er gelukkig wel een restaurant waardoor we best in deze omgeving een camping zoeken.

We zien een bordje met Camping au Chateau en besluiten deze maar te nemen. Via een enorme afdaling ( die we morgen terug opmoeten ) rijden we er naartoe.

Een mooi en groot kasteel doemt op én er is nog plaats voor ons tentje. We worden zelfs in het Nederlands ontvangen door een vriendelijke Hollandse jongen en meisje.

We leggen wat uit waarmee we bezig zijn , spreken over onze actie, bestellen een Quiche Lorraine en een flesje wijn voor vanavond en besluiten dan maar onze tent te gaan opslaan.

We nemen snel een douche in het sanitairblok die zich in het kasteel bevindt.

Rond acht uur, zoals afgesproken, gaan we naar een terrasje vóór het kasteel waar een lekkere warme Quiche en een heerlijk gekoelde wijn  ( van eigen bodem en biologisch gemaakt door de eigenaar ) op ons geduldig wacht.

Tijdens ons avondmaal komt de Franse eigenaar Michel even bij ons en feliciteert ons van harte met onze actie. Na een praatje te hebben gemaakt wil de zeer sympathieke kasteelheer ook zijn duit in het zakje doen. We mogen gratis overnachten en het eten en drinken worden ook aangeboden door het huis ( kasteel in dit geval). Dit doet ons waarachtig deugd. Blijkbaar zijn vele mensen onze actie voor “Kom op tegen Kanker “ zeer genegen en vindt men het steeds een prachtig en waardevol initiatief.

 

DAG 10   :  Dinsdag 08/07/2003

 

Startplaats            :    Gibles

Eindplaats            :               St.Just en Chevalet

Dagtrip Km          :                104 km

Totaal Km            :                1032 km

Gemid. Snelheid  :                15.8  km/h

Max. Snelheid      :    66,6  km/h

Aantal uren o/d Fiets :  6u36

Weersgesteldheid :             Goed weer, zonnig en warm 

Overnachting        :    Camping Municipale  ( 6 Euro , heel mooi, rustig en zeer vriendelijke uitbater )

  

We hebben  heerlijk geslapen.

De twee stokbroden die Ann gaat gaat halen voor het ontbijt worden ons terug gratis aangeboden door Emanuelle, de lieftallige vrouw van de eigenaar.

We kramen op, maken nog enkele foto’s van het kasteel en de prachtige omgeving en maken bij het buiten rijden van het kasteeldomein  nog even een praatje met de “ kasteelvrouw”.

We zijn wat jaloers van het heerlijke leven die zij heeft op het kasteel. Zij geeft dit volmondig toe met de volgende zin : wij leven hier goed en hebben een hoge levenskwaliteit. Wij zijn hier gelukkig.

Tot ziens , we sturen wel een kaartje vanuit Barcelona.....

Wij zijn in eerste instantie iets minder gelukkig omdat wij de lange, steile afdaling van gisteren terug opmoeten.

Vanuit Gibles rijden we verder naar Bois Ste.Marie en volgen de route “ Circuit des Eglises Romanes “.

Die voert ons langs enkele kleine dorpjes met telkens een mooie romaanse kerk.

We rijden verder en komen zo in het toeristische La Clayette die beheerst word door een prachtig kasteel. Het was er net markt waardoor we even moesten zoeken om terug op de route te komen.

Na La Clayette komen we via La Chapelle-sous-Dun in het dorpje Chateauneuf doch zonder “ du Pape “. Onderweg op onze reis komen we nog regelmatig een dorpje of gehucht Chateauneuf tegen. ( Ook Villeneuve-sur.... en Villesec-sur...... zijn we een paar keer tegen gekomen )

We rijden verder richting Charlieu die, net zoals Cluny, overheerst wordt door ruïnes, kerken en abdijgebouwen. We maken er, in de schaduw,  een lekker koffietje op ons Campingaz-vuurtje.

Vanuit Charlieu volgen we nu de richting Pouilly-sous-Charlieu en volgen vanaf daar, over een 15 tal kilometers en via een rustig weggetje, de boord van de Loire tot in Roanne.

Onderweg slaan we water in bij een familie die buiten zaten te eten. Op hun vraag vanwaar we komen ( Geraardsbergen – Grammont ) antwoordt de dochter : ah , le mur de Grammont !!!! Blijkbaar is onze muur wereldwijd (?) bekent.

Het is ongeveer 13u45 op ongeveer 1 km van Roanne en tijd om de inwendige mens te versterken. Alle supermarkten zijn echter gesloten tot 14u of 14u30.

We komen aan een Lidel waar vooraan de bakkerij, met bijhorende kleine cafetaria, open is. Aangezien we een tafel en stoel hebben en het binnen vrij fris was blijven we daar maar eten. 

De vorige dagen hebben we regelmatig het probleem gehad dat in de namiddag de winkels gesloten waren of dat er helemaal  geen winkels waren daarom nemen we deze keer het zekere voor het onzekere. We zullen in deze Lidel onze mondvoorraad voor vanavond en morgenvroeg inslaan. Je kan nooit weten dat we niets meer tegenkomen. Enkele kilo’s bij op de fiets maar er zijn ergere dingen in het leven dan dit. Zelfs onze fles wijn voor vannavond gaat mee op de fiets. ’t Zal wel klutsen, maar ala.....

We vervolgen onze weg en rijden via een zeer drukke weg en na wat verkeerd rijden richting centrum van Roanne.

Het centrum is ook vrij druk en zegt ons eigenlijk weinig. We lummelen wat op de markt en besluiten om toch maar snel verder te rijden én.....de bergen lonken !!!

Met enige moeite kunnen we deze stad verlaten en rijden richting Renaison. We kiezen vanaf hier voor de zwaarste routevariant omdat  de auteur van de route ( Paul Benjaminse ) ons een vrij ruig doch zeer groene fietsroute belooft, recht de bergen van de Madeleine, het nationale park van de Haute Forez-Livradois en het vulkaangebergte boven Le Puy tegemoet. Er worden ons schitterende zichten en een prachtige natuur in het vooruitzicht gesteld. Stijgen door de bossen en langzaam de weidse dalen achter je zien liggen.

We hoeven zelfs niet na te denken en zwaarder dan onze muur van Geraardsbergen bestaat toch niet , dachten we zo bij onszelf ????    (grapje, natuurlijk )

Tot in Renaison is de weg nog redelijk druk en stijgt het relatief rustig naar 400 meter. In Renaison kopen we nog gauw wat water en fruit ( om er sterk op te staan ) alvorens de eerste van vele ernstige beklimmingen aan te vatten.  We stijgen de volgende 22 kilometer naar 920 meter. We nemen eerst de Col La Croix Trévingt en komen uit bij een mooie barrage nabij Les Noës.

 

Dit eerste stuk ( ongeveer 5 km ) was hard en zeer steil en het zweet loopt ons letterlijk van het lijf. Vanaf het Lac de Rouchain stijgt het eindeloos verder, doch iets minder steil, langs mooie wegen en door rustige bossen. We worden wel steeds beloond met spectaculaire zichten en weten bijna niet meer waar ons hoofd staat, zo mooi. Ik zou honderden foto’s kunnen maken zo adembenemend was de natuur.

Na ongeveer 37 kilometer bergop fietsen volgt dan eindelijk een adembenemende afdaling waar we (ik) de hoogste snelheid van de ganse tocht zullen bereiken, nl 66,6 km/u . De afdaling is slechts 4 kilometer lang en brengt ons naar St.Just en Chevalet ( op 620 m boven de zeespiegel )

Het is over zevenen en we hebben reeds 104 kilometer in de benen en dus is het de moment aangebroken om uit te kijken naar een camping.

Bij het zoeken naar de camping Municipal zien we dat hier heel wat winkeltjes en kleine supermarkten zijn én...ze zijn allemaal nog open. Hebben wij dus, van in Roanne, door de bergen, allemaal dat eten en drinken voor niets meegesleurd. t’Zal ons leren..

De camping is zeer mooi en heel rustig. Een heel vriendelijke en grappige beheerder maakt een praatje met ons en wenst ons verder nog veel geluk. Weeral toffe mensen die we tegenkomen.

Tentje opgezet, aperitiefje gedronken en eten gemaakt.Een prachtige dag ligt weer achter ons.

Oogjes dicht en snaveltjes toe...slaap lekker.

 

DAG 11   :  Woensdag 09/07/03

 

Startplaats            :    St.Just en Chevalet

Eindplaats            :               Bonneval

Dagtrip Km          :                105

Totaal Km            :                1137 km

Gemid. Snelheid  :                16  km/h

Max. Snelheid      :    54  km/h

Aantal uren o/d Fiets :  6u35

Weersgesteldheid :             Goed weer, zonnig met soms enkele wolken en warm ( +/- 25 ° in de schaduw )

Overnachting        :    Naast een kerkmuur  in een klein tuintje de Auberge ......

 

Na een rustige nacht en een ontbijt met stokbrood van gisteren middag  (ik hoef geen tekeningske te maken) vertrekken we omstreek 9u15 richting Noiretable, waar we vers brood kopen voor deze middag. We rijden over een brede doch niet zo drukke weg en dalen lichtjes van 612 m naar 540 m om daarna weer bergop te rijden naar. Net voorbij Noiretable gaat het stevig bergop  en bedwingen we een colletje naar 860 meter. Het is nu 11 uur en besluiten een koffietje te drinken en een muesli reepje te verorberen.Vanaf hier flirten we vele tientallen kilometers lang langs kleine weggetje en tussen de bossen rond de 800 en de 1000 meter.

Niet te beschrijven zijn de vele indrukwekkende zichten op de valleien en de bergen van de Haute Forez die we gratis  aangeboden krijgen tijdens en na de beklimmingen. Onbetaalbaar .....

Net voor La Remodie zien we enkele dolmens staan met achterliggend, vanop 1000 meter hoogte, een prachtig zicht op de diepe dalen.

We eten ons lunchpakket langs de weg, net voor St.Job, aan de rand van een bos met vóór ons een lekker mooi zicht.

Tot in Ambert, een stadje die bekend is geworden door de papierindustrie en door de blauwe geaderde kaas, de Fourme d’Ambert, gaat het nu regelmatig stevig ....naar beneden. We hadden dit nog tegoed van gisteren.

In Ambert kopen we twee taartje met 4 soorten fruit erop ( we mogen nu taartjes eten  zonder problemen om onze suikerspiegel op peil te houden, waarvoor dank ) om ze in de namiddag op te peuzelen.

We verlaten dit stadje en rijden een kilometertje of wat te ver. Na de weg te hebben gevraagd vinden we snel de route terug en rijden we verder over een wat vervelende baan richting Dore L’Eglise waar we net voor Chaumont Le Bourg overgaan op een kleiner weggetje in minder goede staat. Opletten geblazen voor de putten.

In Beurieres hebben we wat moeilijkheden om de juiste weg te vinden en komen zo toevallig een Franstallige Belg tegen die daar op vakantie is. Hij komt uit Florenville, wijst ons de juiste weg en stelt ons ogenblikkelijk voor om bij hem te komen logeren. We moeten echter nog ongeveer een 25 km afleggen waardoor we spijtig genoeg dit aanbod moeten afslaan. Een volgende keer misschien.

We rijden verder naar Dore L’Eglise waar we onze waterkruiken vullen aan een dorpsfontein. Fris water maar is het drinkbaar. We vragen het aan enkele voorbijgangers en na een dubbele bevestiging drinken we van dit frisse water en vullen we onze watervoorraad snel bij. We gaan dit water nodig hebben want vanaf hier ( op 600 m boven de zeespiegel ) moeten we klimmen naar het bekende toeristische plaatsje La Chaise-Dieu gelegen op 1200 meter. Het wordt dus nog knap lastig en we zijn op voorhand verwittigd dat het gedurende de laatste 6 kilometer heel fors zal stijgen.

We kunnen wel kiezen tussen de kortere doch veel drukkere weg (D906) ernaartoe of de langere maar zeer rustige d202a . We kiezen voor de langere ( waarom het ons gemakkelijk maken als moeilijk ook gaat, nietwaar ) route richting La Chaise. We hebben reeds 90 km in de benen, we zijn vrij moe door het vele klimwerk en de beenspieren beginnen zich reeds te manifesteren en te protesteren. Vooral na een afdaling valt het bergop rijden niet zo best meer mee. Amaai.

Met wat moeite zetten we ons in gang en het wordt inderdaad een zeer, zeer rustige weg die meestal door bossen loopt. De enige wagen die we gedurende 11 km tegenkomen is een Nederlander. Ongeloofelijk maar waar.

De weg blijft voortdurend stijgen en door de vermoeidheid beginnen we natuurlijk wat te zagen tegen mekaar waarom we toch deze verdere route genomen hebben en waarom dit en waarom dat. Het meest vervelende voor Ann waren, buiten de vermoeide echtgenoot, de tientallen vliegen die voortdurend rond haar hoofd cirkelden. Je hierover kwaad maken zou helpen bij onze kinderen doch helpt niet bij vervelende vliegen.

 

Ik had het sublieme idee om onze anti-muggenmelk eens boven te halen doch zelfs dit paardenmiddel hielp niet. Ann moet toch een of ander product afscheiden die vliegen aantrekt, dacht ik zo bij mezelf. Niets aan te doen, verder rijden was de boodschap.

Na veel gepuf komen we aan in Bonneval, een klein bergdorpje op 818 meter hoogte. We waren eerlijk gezegd bijna uitgeput en moesten, vanaf hier, nog 6 km verder naar La Chaise-Dieu én het zijn net deze laatste  kilometers die heel fors stijgen. Ja, dag Jan.  Op het moment dat we bijna de wanhoop nabij zijn zien we in Bonneval een Gites De France ( een soort vakantiewoning ) en een Auberge/Restaurant. Je kunt nooit weten en dus ik even gaan vragen in de Auberge of er eventueel ergens een slaapplaats was voor ons. De dame in kwestie antwoordt echter, na mijn uitgebreide uitleg, dat de Gites niet van haar was en ze dus niet wist of er nog plaats was. Ze wilde ons wel depanneren en toonde mij haar minuscule tuintje, net naast de kerkmuur. Als we daar ons tentje op konden stellen mochten we hier gerust overnachten. Ik moest niet teveel meten en studeren en zag zo dat het wel zou gaan. Onmiddellijk toegestemd en tijdens het opstellen van onze tent werden we vergast op een cocktail van water, grenadine en heel veel ijsblokjes. Heel verfrissend.

Na het dagelijks werk van klaarmaken slaapplaatsen en ons lichamelijk opfrissen ( er zijn geen douches beschikbaar doch we mogen ons wassen in het vrij grote toilet ) nemen we plaats op het terras van de Auberge waar we ons een heerlijke 3 gangenmenu bestellen met een fris karafje wijn. Heel lekkere gastronomie op een rustig terras ( er was enkel nog een  Engels koppel aan het eten) in een rustig bergdorpje bij een ondergaande zon. Zalig genieten van al dit moois. 

Enkel de klokken van de kapel zijn wat spelbreker want ze luiden elk half uur. Gelukkig is middernacht ook voor klokken een magisch uur en gaan ze, net zoals wij, rusten en genieten van een welverdiende nachtrust.

DAG 12   :   Donderdag 10/07/03

 

Startplaats            :     Bonneval

Eindplaats            :               Goudet

Dagtrip Km          :                82 km

Totaal Km            :                1219 km

Gemid. Snelheid  :                15.12  km/h

Max. Snelheid      :    55  km/h

Aantal uren o/d Fiets :  5u24

Weersgesteldheid :             Zonnig  ( +/- 31 ° )

Overnachting        :    Camping Municipal ( 6 Euro want volgens de burgemeester van Goudet is onze tent een “grote” tent ?? )

 

 

Vannacht hebben we lekker geslapen. Hoe kon het ook anders tegen de muur van het mooie kerkje van dit heel kleine bergdorpje. We nemen ons ontbijt op het terras van de Auberge terwijl de zon langzaam opkomt.

We kramen op, nemen een kijkje in het kerkje en bedanken de eigenares van de eenmalige minicamping !!

De fiets op en weg waren we. Ondanks de zware dag van gisteren voelen wij ons toch terug in goede vorm. Merkwaardig is dat. Hoe langer we onderweg zijn hoe fysiek beter we ons voelen.

We laten het toeristische La Chaise-Dieu voor wat het was en nemen een iets kortere weg naar Sembadel. Iets korter maar daarom niet minder zwaar. We zijn nog niet goed wakker of daar hebben we reeds een beklimming van 4 km aan ons been.

Ann schrijft in haar dagboekje dat het hier serieus piekt aan de beentjes en zweten zeg.

Vanaf  Sembadel gaat het eindelijk lichtje bergaf en fietsen we langs een brede weg richting Allègre.

Hoog boven dit zuiders aanvoelend en heel pittoreske dorpje torent een mooie ruïne vanwaar we een prachtig uitzicht hebben op het dal.

Het is wel zeer stevig klimmen om naar de ruïne te fietsen doch de beloning is ernaar.

We gsm-en van hier ook even naar onze oma die morgen met de kinderen en met de bus vertrekt naar Estartit, aan de Costa Brava. Daar gaan ze ons binnen een goede week opwachten.

In het dorpje zelf springen we snel even een winkeltje binnen en kopen daar een yoghurtje met kersen die we lekker fris opsmullen. We genieten hier echt van. Een eenvoudig yoghurtje maar voor ons ............................

We rijden verder naar St.Paulien en komen onderweg een fietsend Hollands koppel tegen waarvan de man een aquarelschilder is. Met de fiets trekken ze rond en alzo probeert de schilder-fietser zoveel mogelijk Romaanse kerken te verf-eeuwigen.

Twee hobby’s in een klap...Ze waren nog maar net vertrokken want de vrouw zag er nog heel Nederlands witjes uit.

Opgelet, goed smeren want de zon brandt ongenadig.

We naderen  Pollignac met een kasteel dat er schitterend bijligt.  Dit kasteel behoorde ooit toe aan de heren van Polignac en was indertijd een oninneembare vesting. Hierdoor konden deze heren in de loop der eeuwen hun macht uitbreiden over de ganse regio en ver daarbuiten...

Het hele verhaal zal ik een andere keer vertellen doch het kasteel kan men nog steeds bezoeken wat we spijtig genoeg niet hebben gedaan want Le Puy-en-Velay wacht op ons .... 

Na nog een laatste klim over een vervelende weg met heel veel losliggend grint en vrij druk verkeer ontvouwt zich voor ons een prachtig zicht op Le Puy, bekend om zijn twee rotspunten die het stadsbeeld beheersen.

Le Puy dankt zijn ontstaan aan de merkwaardige indrukwekkende resten van een vulkaan die de mens zoveel ontzag inboezemden voor de natuur dat  reeds van oudsher op deze plaats de goden werden vereerd.

Aan de rand van de stad priemen twee rotskegels ( vulkaankegels ) loodrecht omhoog waarop op de ene een kapel is gebouwd en op de andere een gigantisch groot Mariabeeld die over de stad uitkijkt. In Le Puy zou ook in de 5 de eeuw Maria verschenen zijn waardoor deze plaats uitgroeide tot een druk Maria bedevaartsoord. De drukte nam nog toe toen Le Puy ook een beginplaats werd voor bedevaarten naar Compostella .

We moeten nog middagmalen en nemen plaats op een Picknick tafel met een prachtig zicht op Le Puy en het uitermate duidelijke vulkaanlandschap dat de verre omgeving beheerst.

Het is zeer heet en druk in Le Puy en we besluiten om de stad zo snel mogelijk te verlaten om richting Brives-Charensac, Coubon en Le Monastier te rijden.

Bij het buitenrijden van Le Puy doen we nog wat inkopen in een Legrand Hypermarkt en brengen een blitz bezoek aan een Casa winkel die we in Brives tegenkomen.

We volgen nog over verscheidene kilometers de Loire ( met de onvermijdelijke kastelen ) tot in Coubon waarna het terug klimmen wordt naar le Monastier. Het vele klimwerk begint toch zo stilletjes aan zwaar in de benen te kruipen maar we geven niet op. We gaan vandaag nog proberen Goudet te bereiken waar, zo werd ons gezegd, een camping is. ( Misschien wel twee, fluistert een ander ). Voor de derde keer komen we terug een dorpje Chateauneuf tegen en nog steeds geen Du Pape.

In Le Monastier vullen we onze waterkruiken bij. Veel drinken is en blijft de boodschap.

De naam van dit dorp was veelbelovend doch we zoeken vruchteloos naar de overblijfselen van het klooster  die hier in de 7 de eeuw zou zijn opgericht en die een regelrechte rivaal zou geweest zijn van het klooster in La Chaise-Dieu.

Le Monastier was ook het beginpunt voor Robert Louis Stevenson ( van Schateneiland ) die met een ezel een trektocht deed door de Cevennen naar Alès en daar een boek over schreef. Het verhaal met die ezel zullen we ons vanavond, door een bijzondere ontmoeting, nogmaals voor de geest halen.

We rijden verder want de tijd begint weeral te dringen. Het landschap wordt nu enig mooi. We klimmen terug naar 1000 meter en krijgen schitterende zichten op de Gorges de la Loire . Ik wist niet dat deze bestonden en ze mogen er zijn. Prachtig.

Vanaf het onooglijke dorpje St.Martin de Fugeres gaat het plots zeer steil naar beneden om te eindigen in het dorpje Goudet, aan de bovenloop van de Loire.

Er zijn hier inderdaad 2 Campings waarvan we dan maar de Municipal nemen. De andere camping is er een met een zwembad ( maar we hebben toch geen zin meer om te zwemmen ) en daardoor veel duurder.

We mogen ons tentje zetten waar we willen. Vanavond of morgenvroeg komt men wel ontvangen. Dan kunnen we ook Jetons voor een warme douche kopen. We hebben een mooi plaatsje gevonden ver van een jeugdgroep die hier ook kamperen.

Later vertelden de begeleiders ons dat het ging over een groep “moeilijke” kinderen waarvoor een vakantie werd ingericht.

Het waren niet alleen moeilijke doch ook zeer rumoerige jongelui. Voortdurend kwamen ze langs aan onze tent richting sanitair.

We frissen ons wat op ( met een koude douche want die jetons mochten we op onze buik schrijven ) en gingen nog even wandelen richting dorp om er, in het plaatselijke café, een diepvries baguette te gaan halen ( er was geen winkel of bakkerij ) en te gaan telefoneren ( de GSM had geen enkele ontvangst ). Onderweg ontmoeten we ook een koppel met kinderen uit het Antwerpse die een 7 daagse ezeltocht aan het maken waren. Het was een verrassing van de vrouwelijke helft aan haar man.Dat deze laatste niet echt gelukkig was met deze manier van reizen konden we duidelijk afleiden. Het gemor en gebrom aan het adres van zijn vrouw was niet uit de lucht.

We gingen maar snel terug naar de camping om dodo te doen doch we werden wakker gehouden door enkele jongeren die daarbij dan nog regelmatig op onze tent kwamen slaan. We vonden dit allesbehalve leuk en slechts na tussenkomst van de Burgemeester ( die opgeroepen was door andere kampeerders ) werd, over middernacht, alles relatief stil. De burgemeester profiteerde er nog snel van om het geld van onze staanplaats te vragen. Normaal 5 euro voor een kleine tent, doch onze ( 2 persoons) tent behoorde tot de grote soort volgens hem, dus was het 6 euro. Ons kleine tentje was fier doch ik bleef met de vraag zitten tot welke categorie een gezinstent dan wel kan behoren.

Na een wat onrustige avond vielen we toch nog snel in slaap. Morgen fietsen we naar het hoogste punt van de route dus dat beloofdt.....

 

DAG 13   :   Vrijdag 11/07/2003

 

Startplaats            :    Goudet

Eindplaats            :               Les Vans

Dagtrip Km          :                102 km

Totaal Km            :                1321 km

Gemid. Snelheid  :                16,4  km/h

Max. Snelheid      :    50  km/h

Aantal uren o/d Fiets :  6u23

Weersgesteldheid :             Zonnig en heel warm  ( tot 35 ° )

Overnachting        :    Camping Le Pradal  ( 14 Euro )  Mooie en degelijke camping met zwembad.

 We hebben vannacht niet zo goed geslapen. De onrustige avond, wat lastig gevallen door enkele jongeren en het luiden van de klokken om het half uur.We nemen ons ontbijt aan het beekje naast de camping en vertrekken omstreeks 9u15. We zijn Goudet nog niet uit of daar krijgen we reeds een eerste beklimming op ons bord. We krijgen echter een zeer mooi zicht op de ruïne die,bovenop een rots, Goudet beheerst. Momenteel zijn er in deze ruïne restauratiewerken aan de gang die uitgevoerd worden door werklui in authentieke middeleeuwse kledij. Een bezoek meer dan waard.

In Les Arcis (klein,stil en precies verlaten dorpje met heel wat leegstaande huizen zoals we er al zovele hebben tegengekomen )  zitten we, na een stevige beklimming, op 1100 meter hoogte. Er passeert ons 1 wagen met, jawel, Belgische nummerplaat. Dit is eigenlijk de eerste Belg die we zien op onze reis

We rijden verder  richting Salettes en St.Paul de Tartas waar we de hoogste top van onze tocht zullen bereiken namelijk 1242 meter.

In St.Paul drinken we eerst nog een landelijke thermoskoffie op het terras van een boerencafeetje, nemen wat foto’s van de zeer oude kerk (12 de eeuw ) en een gerestaureerd kanon  en vullen onze bidons met fris bronwater.

We zijn nog een paar honderd meter verwijderd van ons hoogste punt en merken op onze rechterzijde een mooi gelegen camping municipal die op twee tenten na volledig leeg was.

Het hoogste punt van de reis leggen we natuurlijk vast op de gevoelige digitale plaat doch de sfeer van de top van een berg of col is ver weg. We zitten eigenlijk op een groot plateau waardoor we geen mooie zichten hebben en dus voelen we ons geen echte bergkoningen. We troosten ons met de gedachte dat we het toch gehaald hebben en dat we vanaf nu over meer dan 60 km vooral gaan dalen en iets minder stijgen.

We rijden verder naar Pradelles waar we de drukke N88 nemen, flink bergaf met veel tegenwind en dit tot in Langogne.

We doen daar de nodige inkopen in een Intermarché en nemen een paar honderd meter verder onze lunch.

Na de lunch rijden we verder, 20 km over een soort hoogvlakte rond de 1000 meter hoogte, naar La Bastide-Puylaurent vanwaar we, naar het schijnt, de mooiste afdaling uit ons leven gaan meemaken. We zijn benieuwd.

La Bastide zelf is een weinig zeggend dorpje met een paar cafe’s en winkeltje waar we even wat rust nemen op een bank aan de kerk. Vanaf hier komen we aan het hoogtepunt van onze verre tocht. Een afdaling via de d151 van meer dan 40 km tot in Les Vans ( Ardèche. )

Het word inderdaad een ongelooflijke belevenis. 40 km bergaf waarbij de enige inspanning er in bestaat om te remmen ( met dank aan onze Thompsonfietsen en de Shimano  remgroep ) en om foto’s te nemen .

We krijgen fabelachtige panorama’s voorgeschoteld en dit in een complete stilte.

In het begin was het oppassen geblazen want over zo’n 3 a 4 km had men een nieuwe wegbedekking aangebracht. In Frankrijk gaat dat zeer eenvoudig : pek over de weg en gewoon grint overgegooid. Het verkeer doet de rest  Aan fietsers wordt natuurlijk niet gedacht. Die moeten hun plan maar trekken en verduiveld goed opletten.

De schitterende natuur en bergen ontvouwen zich doorlopend en aan een snel tempo aan onze ogen als een onbevattelijk schilderij , zo mooi.

We komen toch een auto tegen en weer waren het......Belgen. We zwaaien vriendelijk naar onze landgenoten en krijgen dikwijls een vriendelijke groet terug of opgestoken duim.

Het weggetje daalt steeds af langs de dalwand, zonder vangrail, waardoor opletten de boodschap is. We voelen plotseling ook de warme, hete lucht van het zuiden over ons heen waaien. De Ardèche wenkt.

Het afdaal-tempo ligt niet hoog want het landschap is zo betoverend mooi dat ik heel veel stop om plaatjes te schieten en dus regelmatig de opmerking krijg van mijn echtgenote : allé, jong.........

In Pied-de-Borne rusten we even uit, vullen onze watervoorraad aan en dalen verder naar Malarce sur la Thines en verder richting Les Vans. Onderweg blijven de mooie zichten op berg,dal en rivier ons achtervolgen. Ik blijf het herhalen. Enig mooi en onvergetelijk, dat mag gezegd worden.

We naderen stilaan Les Vans en ook het verkeer wordt terug heel wat drukker  met veel Belgen en Nederlanders die deze wegen bevolken. Les Vans is ook een heel toeristisch stadje en het eerste die een echte Proveçaalse sfeer uitstraalt. Er zijn verscheidenene campings, hotels en andere verblijfsmogelijkheden. 

We komen op een grotere weg uit die naar Les Vans loopt en , wat een geluk, recht voor ons zien we onmiddellijk een camping.

Er is nog plaats en krijgen een mooie plaats toegewezen. Er is wel heel veel lawaai van de krekels die er maar op los schuren om blijkbaar om het meest lawaai te kunnen maken. De volgende dagen zal het uitbundige lawaai van de krekels nog meermaals onze partner zijn.

Alvorens onze tent op te stellen rij ik nog snel naar Les Vans centrum ( +/- 3 km vrij steil bergaf .....) om een flesje wijn en zoute nootjes te gaan halen om onze dagelijks benodigde hoeveelheid wijn en zout te kunnen bijvullen.

De tent wordt opgezet, lekker eten gemaakt, ons dagboek aangevuld en onze wedervaren naar huis doorgebeld.

Deze onvergetelijke dag, en voor ons mooiste van de reis, zit er weer eens op. We kruipen in onze tent en vallen bijna ogenblikkelijk in slaap. 

De dagen kunnen soms wel vermoeiend zijn doch de avonden zijn steeds zo zalig en daar genieten we echt keihard van. 

 

DAG 14   :   Zaterdag 12/07/2003

 

Startplaats            :     Les Vans

Eindplaats            :               St. Hypolyte du Fort

Dagtrip Km          :                104,66 km

Totaal Km            :                1426 km

Gemid. Snelheid  :                16  km/h

Max. Snelheid      :    48,5  km/h

Aantal uren o/d Fiets :  6u36

Weersgesteldheid :             Bloedheet ( tot 37° in de schaduw )

Overnachting        :    Camping De Graniers. Zeer mooie, rustige camping (tussen de bomen en met zwembad )

  

Door de warmte waren we vroeg op en om 8u10 waren we reeds weg van de camping. Het wordt een routine om alles snel af te breken en in te pakken. Elk heeft zo zijn specifieke jobkes.

Omdat we nog niet ontbeten hebben kopen we in het Centrum van Les Vans een stokbrood en twee koffiekoeken.

Het is nog vroeg doch op de markt is het reeds een drukte van jewelste met goed gevulde terrasje en druk doende marktkramers die hun kraampjes aan het opbouwen zijn voor de wekelijkse marché.

We ontbijten op de parking van het kerkhof maar dat tast zeker onze eetlust niet aan. Integendeel zou ik zo zeggen.....

Na het ontbijt verlaten we het mooie stadje via een nijdige klim en via verschillende haarspeldbochten.

Deze vrij zware beklimming wordt echter zeer goed verwerkt. Het is precies alsof we elke dag fysiek beter worden !

Op regelmatige tijdstippen worden we terug vergast op mooie zichten op Les Vans. Het voordeel van het vervoermiddel fiets is dat je waar je ook maar wil even kan stoppen om van een zicht te genieten zonder hinder voor ander verkeer. Na deze beklimming daalt het weer over verscheidene kilometers wat resulteert in veel afgelegde weg in de voormiddag.

Net zoals gisteren zijn het vooral de luidruchtige krekels die ons bijna de ganse dag door begeleiden .

Onderweg gaan we ook eens pootje baden in de Goniére, een schilderachtig snelstromend water...

Bij ons middagmaal hebben we reeds 50 km gefietst.

De namiddag wordt veel zwaarder, vooral door de hitte. Het parcours is ook iets minder duidelijk waardoor we wel twee keer verkeerd rijden. We hebben het snel in de gaten doch we verliezen hier toch wel wat tijd mee.

Het was nu echt vooruit kruipen en heel veel drinken was de boodschap. De temperatuur loopt op tot meer dan 37 ° in de schaduw doch veel schaduw was er niet bij! T-shirts aan en dik insmeren met sunblokker factor 25.

In St.Ambroix komen we nog een collega fietser tegen uit de buurt van Antwerpen. Op onze vraag waarom zij helemaal alleen de route fiets antwoordt ze dat er niemand zo gek was om met haar mee te gaan. Wat overdreven, vindt ik persoonlijk. Daarbij kwam dat ze regelmatig de trein nam en nu een einde ging maken aan haar tocht.

We komen ook langs het dorpje Mons en trekken verder naar Lezan waar we, in een kleine supermarkt mét Airco, onze inkopen  voor vanavond doen. Om Lezan te verlaten rijden we enkele kilometers verkeerd maar komen, door een vriendelijke fietsende oudere dame op het juiste pad. Ons doel vandaag : St.Hippolyte-du-Fort.

Het is zo heet dat we regelmatig het gevoel krijgen in een oven te rijden. Gelukkig is er bijna onafgebroken een relatief strakke wind die ons wat afkoeling bezorgt.

Enkele kilometers voorbij Lezan zien we reeds de aanduiding van Camping De Granier waar we zouden willen overnachten.

We hebben reeds 94 kilometer gereden vandaag en deze eenvoudige aanduiding geeft ons terug nieuwe energie. Het landschap wordt terug bergachtig en heel mooi. Het duurt echter nog meer dan 10 ( voor ons eindeloze ) kilometers bergop en soms wat bergaf alvorens we de camping bereiken. We zijn echt gelukkig dat we er zijn en springen bijna direct in het zwembad op zoek naar wat afkoeling. Zalig en verfrissend, meer moet dat niet zijn. Buiten ons is er in het zwembad  nog een jongen aan het zwemmen. Een man verschijnt plots aan de rand van het zwembad en zegt in het Nederlands tegen deze jongeman: het eten is klaar. Ann antwoordt voor de grap : We komen direct. Er ontspint zich hierdoor een gesprekje tussen ons en de man: vanwaar we komen, waarom, wanneer, hoe enzovoort.

Bij het opstellen van onze tent komt de man terug bij ons en meldt voor de tweede keer dat het eten klaar is. We leggen uit dat het een grapje was doch hij stond erop dat we kwamen. Zijn laatste woorden dat ook de wijn koud stond heeft voor ons de doorslag gegeven. We namen onze net aangekochte bevoorrading mee en gingen op visite bij deze vriendelijke familie.

Het was barbecue én de wijn was zeer lekker. Terwijl we aan het eten waren kwamen ook de tongen los en vertelde de man, uit de omgeving van Gent, dat zijn vrouw begin dit jaar overleden was aan kanker. Een strijd die 4 jaar geduurd heeft en die helaas dramatisch is afgelopen. Alsof dit nog niet genoeg was verloor hij,  terwijl zijn vrouw volop in behandeling was, zijn 15 jarige zoon aan een hartafwijking. We waren sprakeloos en wisten niet goed meer wat zeggen. Al onze kleine zorgen en kommer  verdwijnen in het niets bij wat deze man heeft meegemaakt. Hoe kan een mens zo sterk zijn om dit allemaal te verwerken. Hoe kan je verder door het leven als het meest dierbare ter wereld je zo nutteloos wordt afgenomen. Relativeren is onmogelijk doch je moet verder. Zijn twee andere zonen rekenen op hem , hun papa. Je moet wel verder doch niets is nog hetzelfde als ervoor.

Kwam daarbij dat hij ook Geert noemde en zijn overleden vrouw, hou je vast, ook Ann. Zou dit nog toeval zijn ???

Deze ontmoeting heeft ons gesterkt in ons gelijk dat onze actie voor Kom op Tegen Kanker echt zin heeft.

Na deze toch wel merkwaardige en toevallige ontmoeting én na een uitgebreide bedanking besluiten we om snel onder de wol te kruipen. ( wol is wat overdreven want het was er zo warm dat je echt geen deken of wat dan ook nodig had )

We hebben nog ongeveer  420 km te gaan, als we niet teveel verkeerd rijden, alvorens we  L’Estartit aan de Costa Brave zullen bereiken en alvorens we ook onze kinderen terug gaan zien.

Tommorow is an other day……..

  

DAG 15   :  Zondag 13/07/03

 

Startplaats            :    St.Hippolyte-du-Fort

Eindplaats            :               Pezenas

Dagtrip Km          :                97 km

Totaal Km            :                1523 km

Gemid. Snelheid  :                15,78  km/h

Max. Snelheid      :    46  km/h

Aantal uren o/d Fiets :  6u09

Weersgesteldheid :             Zeer zonnig en warm

Overnachting        :    Camping Municipal Pezenas  ( ongeveer 10 Euro )

  

Fris en monter staan we s’morgens rond 7u15 op en hebben er weer zin in. We ruimen op en nemen daarna ons ontbijt aan geleende tafeltje en stoelen van een leegstaande caravan.

We nemen nogmaals afscheid van Geert en verlaten de camping, stipt om 9 uur, via een steil wegje naar de grote baan.

Het is ons nog niet veel overkomen maar tot in St. Hippolyte-du-fort , zo’n 4 kilometer verder, gaat het bergaf. We waren het gewoon om bij ons ochtendlijke vertrek direct beginnen te klimmen doch hier breken we met de traditie ( oef )

Een paar kilometer verder in Bauzille de Putois kopen we al brood voor de middag ( het is tenslotte zondag en dus blijven de winkels niet open ) en nemen wat inlichtingen voor bevoorrading want morgen is het 14 juli en dus Nationale feestdag in Frankrijk. Volgens de winkelierster zijn de meeste winkels wel open tot de middag maar of de grote supermarkten zullen open zijn kon ze ons niet zeggen. We zien wel.... Bij het buitengaan waarschuwt ze ons, als een bezorgde moeder, voor de ongenadige zon. Ik antwoordt iets van inwrijven, sunblokker en T-shirt en weg waren we.

We verlaten dit dorpje en rijden via een stokoude, ijzeren brug over de Hérault. Het is rustdag voor de Fransen  én het wordt een stralende dag wat resulteert in hele drommen auto’s en mensen die zich lekker gaan ontspannen aan de boorden van en minstens evenveel IN de Herault.

Vanaf hier volgen we deze prachtige rivier over minstens 90 kilometer. Niet dat we er steeds langs rijden doch hij blijft steeds in onze buurt.

In Causse-de-la-Selle hebben we de kans om via het ( volgens de auteur ) onwezenlijk mooie dal van de Buéges  te rijden wat echter zou resulteren in meer kilometers en meer bergop. We kiezen voor de andere route door de Gorge du Herault en via de toeristische trekpleister St.Guilhem-le-Désert.

De weg ernaartoe stijgt vrij stevig én over meerdere kilometers doch biedt prachtige uitzichten over het verlokkelijke water van de rivier. En het water is echt verlokkelijk. We stoppen even en nemen een heerlijke duik in het heldere nat van de Herault en

drinken hier, op een kleine steiger en in de schaduw, een lekker tasje hete koffie. Terug gebruiken we het woord Zalig....

We dalen nu door de schitterende Gorge du Herault, een kloof met indrukwekkende rotsformaties, mooie natuur en schitterende zichten.

We naderen St.Guilhem le désert en fietsen vrolijk door de nauwe en zeer steile straatjes, nagestaard door vele toeristen, naar het mooie marktplein.  We doen hier nog enkele inkopen ( en ook enkele potjes yohourt voor vanavond.  )

We rijden verder en verlaten de kloof bij de Pont du Diable ( een 11 de eeuwse brug van waarop jongetjes stoer in de rivier springen ) en waar het landschap overgaat in de vlakte van Aniane en de Languedoc.

We zullen het geweten hebben want de bergen liggen nu voor eventje achter ons.

We nemen ons middagmaal op een bank op het marktplein van St.Jean du Fos, heerlijk omgeven door bomen.

We rijden verder en merken op dat het landschap helemaal veranderd is. We komen dan ook stillaan in de vlakte van de Languedoc met zijn oneindige weidsheid en wijnranken zover het oog reikt.

We vervolgen onze weg door een landschap met heuveltjes van geringe hoogte, wijngaarden en af en toe een dorpje. Ondanks de minder zware omgeving gaat het toch vrij moeizaam vooruit. De mistral waait hier voordurend als strakke tegenwind , pijnigt de benen en wordt echt vervelend. Als hij echter even wegvalt brand de zon ongenadig en krijgen we weer het ovengevoel. Je hoopt dan dat de Mistral  snel terug komt. T’is ook nooit goed. De spieren geven toch af en toe blijk van vermoeidheid doch hier speelt de warmte zeker ook een rol bij..

 Alles is hier zo droog en dor ( ook de vorige dagen was ons dat opgevallen ) door de lange hittegolf van mei en juni ( en als dit geschreven wordt mag augustus en een deel van September er nog bijgerekend worden ) Vele beken en rivieren zijn staan gewoon droog of op een zeer laag peil. Ook de druivelaars geven volgens ons een trieste indruk.

Water, bron van alle leven !! Wie heeft dat ooit eens gezegt ???

We rijden over de A75 autostrade , Ann speelt eventjes voor boerin ( met een schop die ze vindt in een schuilhutje voor de boeren ) en vervolgen onze weg richting Adissan, Nizas en verder naar de bekende stad Pezenas.

We rijden omstreeks 18 uur Pezenas, de stad van Molière maar ook het Versaille van de Languedoc genoemd.

Zoals we regelmatig meemaken als we even stoppen en op de kaart kijken komen de mensen praatjes met ons maken, vanwaar we komen, ah...le mur de Grammont, vinden onze actie grandioos en geven ons nog veel moed. Vriendelijke mensen, die Fransen! We hadden dit nooit verwacht

We rijden wat door de zeer nauwe en drukke doch pittoreske straatjes van dit zeer aantrekkelijk stadje met rijke gevels van herenhuizen en sfeervolle straten en pleinen ( waar we verscheidene keren Vlaams horen spreken ) op zoek naar de toeristische dienst die ons misschien de weg kan wijzen naar een camping.

Via een plattegrond van Pezenas vinden we vrij snel de Camping Municipal. Een kleine camping gelegen op 12 minuten stappen van het oude centrum van Pezenas.

Na ons dagelijks werk (douche, tent, enz.....) en een praatje met een Belgisch koppel die hier ook kamperen, gaan we tevoet naar Pezenas om iets te eten.

We genieten, op een terras in open lucht ( het is nog rond de 28 graden ), van onze lekkere maaltijd en het heerlijke dessert : Een Ille flotante voor mij en een cremé Brullé voor Ann. Lekker verfrissend.

We zijn hier op minder dan 25 km van de Middelandse zee en dat kan je voelen aan de zuiderse sfeer die hier hangt.

We doen de nodige telefoons naar het thuisfront en keren rustig terug naar de camping waar we snel naar dromenland afreisen.

  

DAG  16   :  Maandag 14/07/2003

 

Startplaats            :    Pezenas

Eindplaats            :               Bizanet

Dagtrip Km          :                101 km

Totaal Km            :                1624 km

Gemid. Snelheid  :                16,2 km/h

Max. Snelheid      :    47  km/h

Aantal uren o/d Fiets :  6u13

Weersgesteldheid :             Overdag zeer zonnig  doch s’avonds werd het zeer dreigend  ( echter zonder regen )

Overnachting        :    Camping uitgebaat door Nederlanders

  

Vandaag is het Le Quatorze juillet, nationale feestdag in Frankrijk !

Om 9u15 verlaten we de camping en gaan eerst inkopen doen in een totaal nieuwe Carrefour Hypermarkt.

We moeten voldoende voorraad aankopen om de dag door te komen want deze middag zijn de winkels waarschijnlijk allemaal gesloten.

We brengen ook nog even een bezoekje aan de stad van Molière. Hij vestigde zich in Pezenas en werd door de Prins van Conti  benoemd tot koninklijke toneelspeler.  Hij schreef hier ook enkele toneelstukken die geinspireerd waren op de Italiaanse Commedia dell’ Arte. We nemen nog enkele kiekjes van de zeer mooie stad en ook van het huis van de kapper/barbier Gely waar Molière regelmatig over de vloer kwam.

Rond 10u30 verlaten we defenitief de stad om richting Middelandse zee, Cap D’Agde en Vias te rijden.

Het landschap is hier duidelijk eentoniger dan wat we gewoon zijn doch de wijngaarden blijven in grote mate overheersen.

Bij het naderen van de vrij bekende badplaats Vias wordt het verkeer alsmaar drukker. We stoppen even in de schaduw en rapen aan een vijgenboom enkele gevallen vijgen op die we ons lieten smaken.

In Vias rijden we lichtjes verkeerd doch komen snel terug op de weg richting Vias-plage. Het wemelt hier van de toeristen

en het is hier echt een drukte van jewelste met op en afrijdend strandverkeer, kermissen links en rechts, cirkustenten, disco’s, overvolle campings, enzovoort. Niet echt iets voor ons .

We rijden over het Canal du Midi en brengen even een bezoekje aan een eeuwenoud sluizencomplex uit 1858. We drinken daar een koffietje met een ( zoveelste ) koffiekoek.

We voelen ook zeer sterk aan dat we in zeer toeristisch gebied zitten. De fietsers zwaaien niet meer naar ons, het “bonjour” en “ bon courage” van de inlandse Fransen is er ook niet meer bij. De onverschilligheid en ik-mentaliteit viert hoogtij in deze oorden.

We volgen vanaf hier over zo een 5 kilometer de Middelandse zee, die we echter nooit te zien krijgen. Ze ligt dikwijls opminder dan 500 meter van onze weg doch door de bomen , de vele bossen en de bebouwing kunnen we ze enkel ruiken. 

We komen veel ( zeer dure ) campings tegen en alles is hier vlak met weinig natuurschoon. Hier telt alleen zon, strand, zee én bruinen à volontè.

Eindelijk bereiken we het fietspad langs het Canal du Midi die we over meer dan 25 kilometer gaan volgen. Een welgekomen afwisseling, heel mooi en rustig en , door de bomen, bijna altijd beschut tegen de zon.

Dit Canal de Midi, dat over een lengte van 240 kilometer de Atlantische met de Middelandse zee verbindt, is gegraven door een man met veel geld en goede ideeën. De man heette Jean-Paul Riquet uit Bézier en na de nodige toestemmingen begon hij er aan , met 12000 arbeiders, in 1666. Halverwege raakte zijn kapitaal op en  moest hij zelfs de bruidschat van zijn dochters aanspreken.

Hij heeft echter de voltooing van zijn werk niet kunnen meemaken want een half jaar voor de opening, in 1680, overleed deze man. Momenteel is het kanaal vollop in gebruik door plezierbootjes die verhuurt worden aan de vakantiegangers.

We rijden zo een 15 kilometer langs het kanaal,en nemen ons middagmaal langs een van de rustige grasboorden.

We komen nu uit in Bézier, een heel rustig stadje met een enorme kathedraal die hoog boven de stad prijkt. Waarom zetten ze in Frankrijk veel van die prachtige gebouwen boven een heuvel of op een berg. Voor fietstoeristen is dit allemaal niet evident en dus zal het terug voor een andere keer zijn dat we de kathedraal zullen bezoeken.

We gaan wel een bezoek brengen ( omdat de route er langs loopt ) aan het sluizencomplex van Foncérannes, net buiten Bézier.

Hier liggen, met een onderlinge afstand van 15 meter in totaal 9 sluizen na elkaar om een hoogteverschil van vele tientallen meters te overbruggen.De moeite waard en zeker een bezoekje waard.

Bij het bewonderen van al dit moois horen we plost achter ons  in het plat Westvlaams : Die heeft hier een Vlaams leeuwke op zijne velo. Natuurlijk hebben we direct uitleg gedaan wat en hoe, enzovoort.

We rijden nu nog meer dan 10 kilometer langs het kanaal verder doch nu op een onverhard pad waar het regelmatig opletten was

voor boomwortels die venijnig en soms onzichtbaar onze fiets op de proef stelden.

Net voor de afslag naar het bekende Oppidum d’Enserune verdwijnt het kanaal door de rotsen. Een tunnel voor de boten.

In Poilhès verlaten we het kanaal en rijden verder naar Capestang, Ouveillan en Sallèles-d’Aude. In dit laatste dorpje is er een winkeltje open waar we een gekoelde fles landwijn kopen en een kleine meloen. De man verkoopt ook fietsen en knoopt vrij snel een gesprek aan met ons. Na de ditjes en de datjes over de fietsen, de route, ons eigen landje enzovoort biedt hij ons nog een meloen aan om mee te nemen. Twee meloenen op de fiets !!!!

Op onze vraag hoever het nog is naar Bizanet ( waar zich een camping bevindt ) worden we meteen gerust gesteld : nog een goede 20 kilometer en het blijft vrij platte baan.

Die platte baan zal ik later nog een onder zijn neus duwen want de laatste 8 km gingen vrij solide naar omhoog en soms een weinig naar beneden, de zogenaamde afdaling.

We hadden reeds 93 kilometer in de benen en dan komt dit wel redelijk zwaar aan. Onderweg zien we ook ganse velden en heuvelruggen die afgebrand zijn door de aanhoudende droogte.

We worden vrolijk ontvangen op de camping ( zo een 2 km van de route ) en de Nederlandse eigenaar geeft ons de raad om eerst maar ons tentje op te zetten en ons te verfissen. De afrekening zal wel later gebeuren.

18 Euro voor de plaats, 1 Euro voor de douche en 1 Euro voor het ( kleine ) stokbrood  waren we na zijn vriendelijk bezoek later op de avond kwijt. Prijzen voor trekkerstentjes bestonden ook hier blijkbaar niet.

Het weer was, ondanks dat het heel warm bleef, plotseling omgeslagen. Donkere wolken pakten zich samen doch gelukkig kwam er geen regen aan te pas. Een troost : na een telefoontje met onze kinderen in l’Estartit wisten we dat het daar van hetzelfde laken en broek was. Hopelijk niet voor lang.

We eten onze laatste noodrantsoenen op met wat brood, drinken een heerlijk koel wijntje en snijden onze eerste meloen aan stukken. Deze moeten we morgen toch al niet meer meenemen op onze fiets.

We hebben vannavond al gevoeld dat we stillaan in de buurt van de Pyreneen komen en dan scheelt het wel of je een meloen in je bagage zitten hebt of niet.

We vallen, ondanks een vrij onrustige grote baan langs de camping, snel in slaap.

 
DAG 17   : Dinsdag 15/07/2003

 Startplaats            :     Bizanet

Eindplaats            :               Llauro

Dagtrip Km          :                105 km

Totaal Km            :                1729 km

Gemid. Snelheid  :                18 km/h

Max. Snelheid      :     ?

Aantal uren o/d Fiets :  ?

Weersgesteldheid :             Warm doch s’morgens dreigend onweer ( evenwel zonder regen ), vanaf 10u30 mooi en zonnig

Overnachting        :     Camping Municipal Llauro  ( 7,40 Euro )

 Vandaag staan we op bij een dreigende en mistige lucht, beginnen op te ruimen en proberen ook onze meloen op een fatsoenlijke manier weg te bergen in onze fietszakken.

De campingeigenaar komt langs met het stokbrood waarna we ons begeven aan een lekker en smakelijk  ontbijt.

Alles opgeruimd, niets vergeten én weg zijn we richting  St.Andre de Roquelonge ( uitbundige naam en een heerlijke A.O.C Corbièrewijn doch een een heel klein dorpje ).  We rijden nu een ring van kastelen en kloosters tegemoet. Helaas door het wat mistige weer kunnen we een aantal van deze kastelen en kloosters niet echt genieten.

In de verte zien we reeds de eerste contouren van de Pyreneeën opduiken. Dat wordt later nog een stevige brok.

We rijden nu verder richting Villeseque-des-Corbières waar een collega van Ann op ons wacht en een eindje met ons zal meefietsen. We komen onderweg nog verscheidene wijnroutes tegen waaronder de Route de l’AOC Corbiere ( met vele bekende chateau wijnen )

Het zijn, ondanks al het wijngeweld, lastige kilometers door de venijnige hellingen en door de voordurende tegenwind.

 In Villeseque-des-Corbières ( een omwegje van slechts een 6 tal kilometers ) werd het rond 11 uur een hartelijke ontmoeting met Roland en zijn vrouw Christiane.

Roland, met lichte racefiets, zou proberen om een 40 à 50 km mee te fietsen ( het werden er uiteindelijk ongeveer  80  )

richting Spaanse grens.

Ook Christiane zou de ganse dag meerijden maar dan....met de wagen . De wakkere burger in ons ontwaakte en dus namen we het ( niet zo moeilijke ) besluit om wat van onze fietsbagage mee te geven met de auto.

Een geluk dat we dit gedaan hebben want het werd verder nog heel zwaar met  veel tegenwind en zeer pittige beklimmingen, waaronder twee cols.

De Tramontane die hier in deze streken voortdurend waait heeft ons dus de ganse dag parten gespeeld, vooral om reden dat het hier een “tegenwind” betrof. Wind mee (rugwind) is, zonder verdere uitleg, voor fietsers heel wat aangenamer. Hij mag nog zo hard waaien als hij wil.

We rijden samen verder richting “Col d’Extrème “ en Tuchan.  De naam Col d’Extrème klink een stuk ruiger dan wat het feitelijk is doch de stevige beklimming naar 251 meter mag er wel zijn.

Tuchan is het laatste grote dorp alvorens we de Catalaanse Rousillon infietsen. Tuchan is ook het centrum van de bekende en beroemde Fitouwijnen. Volgens de auteur van onze route een wijn waar je stevig en diep kan op slapen. Dus voorlopig niet aan ons besteed. Vanaf Tuchan komen we ook in de streek van de Katharenkastelen.

In Estagel drinken we een heerlijke  koffie samen met ons lunchpakket op een leuk terrasje langs de baan.

We rijden verder richting Milas en  nemen even La tour de France  ( of was dat een dorpje met eensluidende naam ) .

Het lanschap is uitzonderlijk mooi .We komen dan ook in het departement des Pyrenee Orientale en dat zegt al wat.

We beklimmen de Col de la Bataille en laten ons door Roland zwierig fotograferen boven op de top waar ook nog enkele leuke gedenktekens staan. Col de la Bataille gaat naar 265 meter en krijgt van ons “ derde categorie “ toegemeten. Stevig doch doenbaar.

In Thuir doen we inkopen in een supermarkt voor de avond en de volgende ochtend. De dagelijkse fles wijn wordt hier ook ingeslagen en veilig weggeborgen in de ....auto. Vannavond zullen we terug geen dorst lijden.

We komen nu ook in de streek van de nectarinen. Vele duizenden lage bomen met heerlijke ( denken we ) dieprode nectarinnen aan de takken. Langs de weg kan je ze aankopen in houten bakjes aan relatief voordelige prijs doch in de winkels en supermarkten in deze streek blijven ze vrij duur. Toch niet te geloven.

Roland fietst nog steeds aan onze zijde en we besluiten om verder te rijden tot in Llauro waar zich een camping bevindt.

Christiane gaat op verfkenning en zal ons later verslag uitbrengen of de camping voldoet en prijselijk is. In deze omgeving weet je maar nooit. We fietsen hier ter hoogte van Perpignan voor de aardrijkskundigen onder ons. Dit wil zeggen dat de Spaanse grens steeds naderbij komt.  ( Let ook op de schrijfwijze van vele dorpjes : bvb Llauro met dubbele L wat wijst op de nabijheid van Spanje )

De camping in Llauro is prachtig gelegen, echter slechts te bereiken na een lange en zware beklimming. We hebben tenslotte al

meer dan 100 kilometer in de benen. Het weegt zwaar doch we geraken er  ( je kan ook niet anders ) zonder al te veel spier- tegenwerking.  

Een heel mooie camping en zeer rustig met prachtige zichten op het bosrijke dal. Echt de moeite waard.

We nemen hier dankbaar afscheid van Roland die, ondanks zijn fiets met veel te zware kleine versnellingen en veel zweet , de tocht schitterend heeft meegefietst. We bedanken ook honderdvoudig zijn lieve vrouw Christiane die ons trouw volgde en telkens stond op te wachten aan een volgende stopplaats.Bedankt mensen. Je hoort nog van ons!

Op de camping zelf kunnen we gebruik maken van twee tuinstoelen en een tafel  ( iets aangenamer dan op de grond zitten )om aan te eten en keuvelen wat met twee Nederlandse fietsers die ook de route naar Barcelona ( voor een deel ) fietsten.

Er werd veel over materiaal gepraat en regelmatig stelden ze de vraag :” Als rasechte Nederlander vraag ik toch maar : wat kost dit nauw........”

Het grote voordeel van een camping op een heuvel is dat de GSM verbindingen dikwijls optimaal zijn, waar we dan ook van geprofiteerd hebben. Effe ons verslag doorbellen en dan lekker slapen want morgen rijden we naar l’Estartit waar we onze Oma en de kinderen eindelijk gaan terugzien.

 DAG 18   :   Woensdag 16/07/2003

 Startplaats            :     Llauro

Eindplaats            :               l’Estartit

Dagtrip Km          :                114 km

Totaal Km            :                1843 km

Gemid. Snelheid  :                16.5 km/h

Max. Snelheid      :    52  km/h

Aantal uren o/d Fiets :  7u01

Weersgesteldheid :             Licht bewolkt  ( +/- 30 ° )

Overnachting        :    Appartement San Istiu in l’Estartit

 Vandaag wordt het een zware dag want de laatste hoge kilometers door de Pyreneen komen eraan.

Rond 9 uur waren we weg op de camping richting Fourques, Maureillas en las Illas, het laatste dorpje vóór de Col de Manrell en de Spaanse grens .

Eerst moeten we een 400 meter klimmen  (we zijn dat nu toch gewoon op onze nuchtere maag ) waarna we ongeveer 12 kilometer afdaling voor de wielen geschoven krijgen door een prachtige en ruwe omgeving.

Na de afdaling verlopen de volgende 6 kilometers  relatief  vlak doch vanaf Maureillas wordt het een stuk zwaarder.

Vanaf hier moeten we ongeveer 13 kilometer klimmen richting Las Illas.

Bij de start van de bergpas in Maureilles zien we de eerste 2 kilometers bijzonder veel Nederlanders én enkel Nederlanders.

Wij dachten en hoopten dat er weing verkeer zou zijn op deze pas en begonnen al een beetje te wanhopen bij zoveel drukte.

Na 2 kilometer wisten we wat er aan de hand was. Op de rechterzijde zagen we de ingang van een naturistencamping en vele

auto’s met Nederlandse nummerplaat die buiten kwamen gereden. Eenmaal hier voorbij,  weg alle verkeer.

Het worden vanaf nu vrij zware doch heerlijke kilometers bergop. Om de 10 minuten een auto  ( en steeds auto’s met Franse nummerplaat ), één enkele fietser ( met racefiets én zonder bagage ) die ons voorbij steekt en voor de rest : totale stilte, af en toe een krijsende of zingende vogel, geen krekels en verder enkel het geluid van onze fietsen die we nu letterlijk horen rijden.

Samen met de schitterende zichten op de Pyreneen wordt dit een zoveelste indrukwekkende en onvergetelijke ervaring.

Na ongeveer 10 km stijgen,stijgen en nog eens stijgen  komen we aan in het onooglijke dorpje Las Illas, op 548 meter, waar we ons aan een bergriviertje even kunnen verfrissen. Het zal nodig zijn want we vervolgen onze weg, bergop natuurlijk, en rijden de Col de Manrell op met stijgingspercentages van meer dan 13 % en heel wat haarspeldbochten.

Nog even geduld en nog wat doorbijten want straks gaan we de grens met Spanje oversteken. We beseffen het zelf nog niet echt en filosoferen er wat over. Zijn we hier echt, in het uiterste zuiden van Frankrijk net voor Spanje, met onze fiets........fiets????

We zijn bijna op de top en profiteren ervan om, onder enkele mooie bomen, nog even te genieten van een zelfgemaakte en zelfgeroerde oploskoffie. Het zal waaarschijnlijk onze laatste zijn op deze fietsreis. Een lekker meuslli reepje met ananas-smaak erbij en onze dag kan weer niet meer stuk. 

Alvorens de grens met Spanje te bereiken volgt er nog een zwaar stuk van enkele honderden meters over onverharde wegen, met vervaarlijke dikke stenen bezaaid en bijna onbereidbaar voor normale auto’s.

In de verte zien we een duidelijke overgang van dit hobbelige, slecht voor de fietsen-pad, naar een brede ge-asfalteerde

weg.

Zou dat de grens zijn. Nog enkele meters en ...inderdaad! We staan op de grensovergang van Frankrijk met Spanje.

( op 715 meter hoogte ) aan de rand van de Pyreneen.

We hebben nog maar 26 moeizame kilometers afgelegd aan een gemiddelde snelheid van 12,5 km/h. Niet echt om over naar huis te schrijven

We zijn toch heel gelukkig en blij dat we reeds zover gekomen zijn. Nog slechts een goede 90 kilometer scheiden ons van onze kindjes en van Oma. Geen peulschil welliswaar doch de overschrijding van deze grens geeft ons opnieuw vleugels. Dat het vanaf hier ongeveer 11 km dalen wordt geven die vleugels zeker de nodige steun.

Het wordt een prachtige afdaling met eindeloze zichten op de Catalaanse vlakte tussen Port Bou en Barcelona . Ik krijg weeral onder mijn voeten dat ik teveel stop om foto’s te nemen. Ik kan het echter niet over mijn hart krijgen om deze schitterende panorama’s zomaar voorbij te snorren zonder een regelmatig digitaal intermezzo.

Tijdens deze afdaling halen we terug behoorlijke snelheden ( tot meer dan 50 km/h ) doch af en toe doet een tegenliggende auto

ons steevast naar onze remmen grijpen en minderen we wat vaart. Afdalen is wel leuk doch je zit constant gespannen op je fiets.

Vaart minderen is dan een doeltreffende remedie.

We komen aan in Agullana, doen hier onze eerste inkopen op Spaanse bodem en wagen ons onmiddelijk en spontaan aan een prijsvergelijking : een blikje cola ( gekoeld ) koste in Frankrijk gemiddeld 1,5 tot 2 Euro en hier 0,40 Euro.

Deze prijsvergelijking ging later, aan de Costa Brava, helemaal niet meer op. Toerisme én goedkoop wordt meer en meer een uitzondering.

De Pyreneen zijn nu nog bergachtige contouren die we nu defenitief achter ons hebben gelaten.

In Boadella picknicken we aan een heerlijk frisse waterval langs het mooie riviertje, de Muga. De wegen in dit stukje Spanje

zijn over het algemeen breed en relatief rustig doch met regelmatig klimwerk en lichte afdalingen.

Dat veranderd snel als we in Pont de Molins de heel drukke NII oprijden richting Figueres.Veel verkeer, zware vrachtwagens en

snel autoverkeer donderd langs je heen. Gelukkig hebben de meeste grote wegen in Spanje een strook van ongeveer 1m20 langs de rijbaan lopen. Je moet dus niet echt op de weg rijden waar je echt een vogel voor de kat zou worden.

We komen aan in Figueres, de stad van Dali, en botsen direct op zijn wonderlijke museum. Bezoeken was onmogelijk want er stond reeds een rij van meer dan 100 meter aan te schuiven. Dan maar wat rond gefietst in de binnenstad, langs de Ramblas en de vele mooie huizen waarna snel doorgestoken naar Villamala ( terug een stuk langs de NII ) , Garrigas en  verder naar Camallera. In Camallera drinken we een eerste Spaanse cafe solo op een terras van een Tapasbar en verlaten spijtig genoeg de     (schitterende en niets dan lof )  route van Paul Benjaminse. Paul, nogmaals bedankt.

Vanaf hier nemen we kleine wegen door velden en bossen richting l’Estartit .

Op  het einde kwamen we, in Verges, op een heel drukke weg naar de kust uit. Dit viel ons zeer tegen. De drukte, de fietsonvriendelijkheid en bijna geen plaats om te fietsen. Constant raasde naast ons druk verkeer voorbij in de 2 richtingen. Gezellig is anders. We zaten zeer gespannen op de fiets en af en toe moesten we echt eens stoppen. Dit alles was echt niet aan ons besteed.

Na 15 moeilijke en snel te vergeten kilometers kwamen we, via Torroella de Montgri, eindelijk aan in l’Estartit aan de Costa Brava.

Ik hoef geen details te geven om te beschrijven dat de ontvangst en het weerzien met onze familieleden zeer hartelijk was.

George, de beheerder van het appartementcomplex San Istiu , vergaste ons op een heerlijke koele Sangria waarna een flinke duik in het zwembad ons geheel opfriste.

 

DAG 19   :   Zondag 20 juli 2003

 

Startplaats            :    l’Estartit

Eindplaats            :    Barcelona

Dagtrip Km          :    135 Km

Totaal Km            :    1978 km

Weersgesteldheid :    Licht bewolkt

 Om 10 uur vertrekken we aan ons appartement om de ultieme fietstocht tot in Barcelona aan te vatten.  We proberen om waar mogelijk wat kleinere wegen te nemen maar dat lukt ons blijkbaar niet.

We rijden eerst door Pals, een van de mooiste historische stadjes aan de Costa Brava, en fietsen daarna verder naar Palafrugell.

We brengen even een bezoekje aan het atletiekstadion van deze stad waar we reeds enkele keren een trainingstage hadden

met de Geraardsbergse atletiekclub ACG . We rijden door naar Callela de Pallafrugel en naar het hotel Alga om even goede dag te zeggen aan de vriendelijke eigenaar die we goed kennen door de stages.

Het hotel is veel verfraaid en de eigenaar biedt ons een gratis drankje aan. Tof.

We doen de nodige inkopen voor ons middagmaal in het winkeltje naast het hotel en rijden verder richting Platja D’aro.

Ik had de weg op voorhand uitgestippeld doch kwam al snel tot de constatatie dat vele kleine wegen, nochtans mooi aangeduid op de kaarten,  onbereidbaar waren voor fietsers.

Heel veel grint, stenen en gewoon aarde was de bedekking van de vele binnenwegen. Het was echt niet haalbaar om hierover te rijden en we zouden hierbij veel te veel tijd verliezen.

Dan maar verder via de zeer drukke kustweg. Deze ( gevaarlijke ) weg loopt via Palamós en Torre Valentina naar het bekende en zeer toeristische Platja d’Aro. 

Na Platja d’Aro en net voor Feliu de Guixols gebeurt er plotseling , net naast ons, een ongeval. Een wagen had de staart van een file niet gezien en is achteraan op een andere wagen ingereden. Dit en het feit dat de kustweg overgaat in een 4 vaksweg ( met overal gevaarlijke opritten en afritten ) doen ons redelijkerwijze besluiten om deze onverantwoorde fietsweg te verlaten en ergens een station op te zoeken waar we met het openbaar vervoer de resterende kilometers kunnen afleggen.

We rijden via Llagostera naar Caldes de Malavella waar zich een station bevindt. We rijden de volgende 20 kilometer aan een hels tempo om de eerstvolgende trein te kunnen nemen ( ik had de uurregelingen van George gekregen ) doch op enkele minuten na kwamen we te laat. We laten het niet aan ons hart komen en vlijen ons neer op een terras van het stationsbuffet en wachten dan maar op de volgende trein naar Barcelona. We hebben vandaag reeds 80 kilometer in de benen.

Het wordt, zowel op de trein als in het station van Barcelona, een  gesleur met de fietsen , trappen op en trappen af. De ondergrondse stations in Barcelona kennen spijtig genoeg nog geen roltrappen.

Het is bijna 18 uur als we in het station van Barcelona toekomen. We hebben dus niet veel tijd om Barcelona te verkennen.

De ramblas is kortbij en dus wordt dit onze eerste halte voor een foto voor het nageslacht. We rijden de vrij rustige ramblas op en neer en besluiten dan om een bezoekje te brengen aan de Sagrada Familia van Gaudi. We dachten dat dat wel in de buurt zou zijn doch het wordt een waar zoekspel om deze te vinden. De taal speelt ons parten als we de weg vragen doch uiteindelijk, na veel moeite, vinden we deze uitzonderlijke kathedraal toch.

Het is een van de beroemste bouwerken van Barcelona waar reeds meer dan 100 jaar aan gewerkt wordt en waar, naar alle waarschijnlijkheid, nog vele tientallen jaren zal aan gebouwd worden. We spreken dan nog niet van de uitzonderlijk hoge kost.

Als fietser ben je niet echt veilig in Barcelona ondanks de soms mooie fietspaden die door de stad en langs de grote lanen lopen.

Je moet steeds allert zijn voor het gekke verkeer en defensief fietsen is hier zeker op zijn plaats.

Op een bepaald ogenblik steken we een kruispunt over met zes rijen auto’s die stonden te wachten voor de verkeerslichten.

Op het ogenblik dat wij overstekken vertrekken al deze auto’s gezamelijk en beginnen natuurlijk naar ons te claxonneren

omdat we nog niet helemaal aan de overkant waren. Stel je voor wat daar door ons lichaam ging. We werden haast gek van het fietsen in zo’n grote drukke stad. Maar voor de rest was alles nog ok met ons.

We moeten dringend terug naar l’Estartit, vliegen snel en tegen ons gedacht een Mac Donalds binnen om onze maag iets of wat te vullen en duiken de trappen af van het station.

We vragen aan twee spoormannen die de ticketten controleren of dit het goede spoor is voor de trein naar Figueres. Zij knikken bevestigend. Oef , het gaat goed.

De trein komt toe met vertraging doch we kunnen ons toch comfortabel zetten én met de fietsen in de buurt. Het leek me echter meer een soort pre-metro stel dan een semi-direct die van Barcelona tot Port-Bou rijdt.

Mijn vermoeden dat er toch iets aan de hand was werdt bevestigd door de aankondiging dat het volgend station, Grenolles, het eindstation is. Eindstation ????  We zijn nog meer dan 130 kilometer verwijderd van l’Estartit en dit is een eindstation ?

We geraken zelfs het station niet buiten  ( onze spoortickets kloppen niet ) en klampen enkele mensen aan om ons te helpen.

De taal is weeral eens een onoverkomelijke barriere en het wordt me teveel. Ik verhef mijn stem en schreeuw het uit in het Engels : spreekt hier niemand één woord Frans of Engels , aub. Twee jongeren zien dat we echt problemen hebben en spreken ons aan in een wat gebrekkig Engels. Wat het probleem is , waar we naartoe moeten enz.

Zij praten daarna met een loketbediende en komen na enkele minuten bij ons terug met de mededeling dat we eerst een trein moeten nemen naar St. Celonie en vandaar overstappen op een andere trein richting Figueres.

De trein naar St.Celonie heeft echter veel vertraging waardoor we onze aansluitende trein missen. Wat nu aangevangen.

Met handen en voeten leggen we weer uit dat we naar Figueres, meer bepaald Flaça moeten, en hoe we er kunnen geraken.

Een koude douche volgt als ons gemeldt wordt dat de allerlaatste trein slechts tot Girona rijdt. Niets aan te doen.

Het is nu reeds 22u15.

Er rest ons geen andere keuze. We moeten deze trein wel nemen. Vanaf Girona is het nog ongeveer 45 km met de fiets.

We komen om 23u aan in Girona en vinden vrij snel de weg naar Medinya om zo verder te rijden naar Torroella en l’Estartit.

Het is allesbehalve gezellig rijden langs drukke, schaarsverlichte wegen. Tussen Medinya en l’Estartit , ongeveer 30 km, zijn de meeste wegen pikdonker. Gelukkig hebben we goede verlichting en letten we zeer goed op. De kilometers gaan traag vooruit en er komt maar geen einde aan de lange donkere wegen.

Rond 1u30 s’nachts komen we eindelijk aan in l’Estartit na in totaal 135 fiets kilometers. We zijn overgelukkig dat we vermoeid doch heelhuids zijn toegekomen. Onze tocht van Geraardsbergen naar Barcelona zit erop. We eten nog wat spaghetti, die voor ons klaarstond, met een glaasje wijn en vallen moeilijk en onrustig in slaap.

Tijdens onze tocht van Geraardsbergen tot l’Estartit hadden we nooit zoveel tegenslag als vandaag.

Nog twee dagen en we vertrekken terug naar Vlaanderen. 

We pakken onze duurbare fietsen in met veel karton en plastic, nemen afscheid van George en vertrekken met de ganse familie op dinsdagavond 22 juli 2003 met de zeer comfortabele SUNBUS  terug naar huis..........

 2000 km ongerept fietsen door een eindeloze,  prachtige  en steeds wisselende natuur, langs autoluwe wegen, langs rivieren en oude spoorwegbeddingen, door prachtige steden en dorpjes én ….voor een goed doel.

 Een onvergeteijke ervaring die diep in onze herinneringen zal bewaard blijven…

 Ann & Geert