Het werk van staande jachthonden

Start ] Onze Chihuahua ] Puppy's Chihuahua ] Rasstandaard Chihuahua ] Onze Bretons - Nos Bretons ] Puppy's Epagneul Breton ] [ Het werk van staande jachthonden ] Rasstandaard Epagneul Breton ] Interessante links ]

Cesar de la Plaine du Romont
Cyla du hameau de Sorny
Titan ter Varent
Seville de Keranlouan
Ezra ter varent
Staande jachthonden zoals een epagneul Breton worden gebruikt om wild te lokaliseren. Om de geur van het wild op te vangen (de verwaaiing) zoeken deze honden met opgeheven hoofd tegen de wind in. De hond wijst de jager het wild aan door stokstijf te 'staan' op de plek waar het wild zich bevindt. Op commando van de jager 'stoot' de hond het wild op. De staande hond mag het wild niet achtervolgen.

Om een jachthond topprestaties te laten leveren, zijn een intensieve training en goede voeding noodzakelijk. De hond wordt niet alleen getraind om het wild op te sporen maar ook om de valplaats van het wild te onthouden of op te sporen, over sloten met koud water te zwemmen, in dichte braamstruiken te zoeken en ruwe en moeilijk begaanbare hellingen op en af te gaan. 

Niet alle honden zijn geschikt om getraind te worden voor de jacht. Als het instinct, het uithoudingsvermogen en de intelligentie ontbreken bij een hond, zal de beste trainer er geen jachthond van kunnen maken. Essentieel is dat een hond rustig en gehoorzaam is en geen koudwatervrees heeft. Honden die veel janken kunnen de jacht bederven. Ook moet de hond tegen het geluid van een schot kunnen.

Klik hier om een jagende epagneul Breton te zien

Werkstandaard, aangenomen door het bestuur van de Franse CEB van 19-1-86, gewijzigd op 5-1-91

De Epagneul Breton is een energieke, intelligente hond met levendige ogen - een kleine robuste volbloed

HET GANGWERK: Vrolijk, levendig, uitbundig. Energieke rollende galop. Snelle opeenvolging van korte bewegingen. Te verwerpen zijn een gestrekte of voorhellende galop.

DE KOPHOUDING: Moet hoog zijn, boven de ruglijn zonder overdrijving; de lijn snuit-schedel ligt hellend; het zeer beweeglijke hoofd moet blijk geven van een zelfzeker, soepel en voortdurend gebruik van de neus in het zoeken naar wild. Nochtans worden snelle grondcontrol es toegelaten in sommige moeilijke omstandigheden.

DE ZOEKWIJZE: Moet intelligent en methodisch zijn, zeker niet mechanisch. Het zoekpatroon moet duidelijk aantonen dat de hond voortdurend aan het jagen is, zich aanpassend aan de dekking en de gesteldheid van het terrein en aanhoudend in contact met de voorjager.

HET VOORSTAAN: Bij het opnemen van verwaaiing en na een snelle controle, moet de hond, met veel zekerheid en autoriteit het wild vastmaken. Het voorstaan moet rechtop gebeuren, zelfs in geval van plots en spontaan voorstaan. Nochtans kan een andere houding aanv aard worden op voorwaarde dat de snuit goed hoog in de richting van het wild wijst, bewijs dat hij dit degelijk domineert.

HET AANTREKKEN: Spontaan op het bevel van de voorjager. Blijkgevend van beslistheid en voorzichtigheid zodat het contact baas-wild steeds behouden blijft tot de vlucht van het wild. Weigeren om aan te trekken is een zware fout (behalve in de onmiddelijke nabijheid van w ild).

HET APPORT: Te land en te water. Moet op bevel gebeuren. Spontaan, snel en vreugdevol, met zachte bek.

 
Contact: 
Christiane Van Wetter, Grote Singel 23, 2900 Schoten , België
GSM: +32 486 67 56 24
E-mail: 
klik hier
Laatst bijgewerkt : 11 mei 2008