|
|
|
FCI-Standaard, CHIHUAHUA (Chihuahueńo).Oorsprong:
Mexico. KORTE HISTORISCHE SAMENVATTING De Chihuahua wordt beschouwd als de kleinste rashond ter wereld en draagt de naam van de grootste staat van de Mexicaanse Republiek (Chihuahua). Men neemt aan dat deze honden vroeger in het wild leefden en, rond de tijd van de beschaving van de Toltecs, werden gevangen en door de inwoners tam gemaakt. Illustraties van een gezelschapshondje, Techichi genaamd, dat in Tula leefde, werden gebruikt als decoraties op stadsarchitectuur. Deze kleine afbeeldingen lijken erg veel op de hedendaagse Chihuahua. Algemeen voorkomen: Deze hond heeft een compact lichaam. Zeer belangrijk is het feit dat zijn schedel appelvormig is en dat hij zijn middelmatig lange staart erg hoog draagt, ofwel gebogen, ofwel in de vorm van een halve cirkel met de punt naar beneden wijzend in de richting van de lendenen. Belangrijke verhoudingen: De lengte van het lichaam is iets meer dan de schouderhoogte. Gewenst is echter een bijna vierkant lichaam, speciaal bij de reuen. Bij de teven is in verband met zwangerschap een iets langer lichaam toegestaan. Gedrag/temperament: Snel, attent, levendig en erg moedig. Hoofd: Stop: Zeer uitgesproken, diep en breed, het voorhoofd is gerond boven de snuitaanzet. Gezichtsgedeelte: Ogen: Oren: Groot rechtop, wijd open, breed aan de aanzet, geleidelijk toelopend naar hun lichtgeronde punt. In rust opzij gebogen een hoek van 45° vormend. Nek: Bovenlijn licht gebogen. Middelmatig lang. Bij reuen zwaarder dan bij teven. Geen keelhuid. Bij de langhaar variėteit is de aanwezigheid van een kraag met langer haar zeer gewenst. Lichaam: Compact en goed gebouwd. Toplijn: Recht. Schoft: Slechts weinig zichtbaar. Rug: Kort en sterk. Lendenen: Goed bespierd. Kruis: Breed en sterk, bijna vlak of licht hellend. Borst:
Brede en diepe borstkas, ribben goed gewelfd. Van voren gezien ruim, maar niet
overdreven. Van opzij gezien, reikend tot de ellebogen. Niet tonvormig. Staart: Hoog aangezet, vlak uitziend, middelmatig lang. Breed aan de aanzet, geleidelijk toelopend naar de punt. Staartdracht is een belangrijk raskenmerk: als de hond loopt, wordt de staart ofwel in een boog gedragen, of in een halve cirkel met de punt naar de lendenen wijzend, hetgeen balans aan het lichaam geeft. De staart mag nooit tussen de benen, noch onder de ruglijn gekruld worden gedragen. Het haar op de staart is afhankelijk van de variėteit en is in overeenstemming met de vacht op het lichaam. Bij de langhaar variėteit vormt de staart een pluim. In rust hangt de staart en vormt een lichte hoek. Ledematen: Voorhand: Rechte voorbenen en van een goede lengte; van voren gezien vormen ze een rechte lijn met de ellebogen. Van opzij gezien zijn ze verticaal. Schouder: Vlak en middelmatig bespierd. Goede hoeking tussen schouderblad en opperarm. Elleboog: Vast en aansluitend aan het lichaam, hetgeen vrije beweging verzekert. Middenvoet (pols): Licht schuin aflopend, sterk en flexibel. Voorvoet: Erg klein en ovaal, met de tenen goed apart, maar niet gespreid (geen hazen- of kattenvoet). Nagels bijzonder goed gebogen en middelmatig lang. Voetkussens goed ontwikkeld en erg veerkrachtig. Hubertusklauwen zijn niet gewenst. Achterhand: Achterbenen goed bespierd met lange botten, verticaal en evenwijdig ten opzichte van elkaar, met een goede hoeking in de heup-, knie- en hakgewrichten, in harmonie met de hoeking van de voorhand. Hak: Kort met goed ontwikkelde Achillespees; van achteren gezien goed apart, recht en verticaal. Achtervoet: Erg klein en ovaal, met de tenen goed apart, maar niet gespreid (geen hazen- of kattenvoet). Nagels bijzonder goed gebogen en middelmatig lang. Voetkussens goed ontwikkeld en erg veerkrachtig. Hubertusklauwen zijn niet gewenst. Gangwerk/beweging: Lange passen, veerkrachtig, energiek en actief, goed uitgrijpend en stuwend. Van achteren gezien moeten de benen bijna evenwijdig ten opzichte van elkaar bewegen, zodat de voetafdrukken van de achtervoeten precies passen in die van de voorvoeten. Bij het verhogen van de snelheid vertonen de benen de neiging naar elkaar toe te bewegen in de richting van de centrale lijn van het zwaartepunt (eensporig gaan). Vrij en soepel gangwerk, zonder zichtbare inspanning, hoofd omhoog en vaste rug. Huid: Glad en soepel over het hele lichaam. Vacht: Haar: In dit ras zijn er 2 vachtvariėten. Korthaar: De vacht is kort, dicht aanliggend over het gehele lichaam. Als er een ondervacht is, is het haar iets langer. Dun haar op keel en buik toegestaan, iets langer op de nek en staart, kort op het gezicht en de oren. De vacht is glanzend en de structuur is zacht. Haarloze honden zijn niet toegestaan. Langhaar: De vacht moet fijn en zijdeachtig zijn, glad of licht golvend. Te dikke ondervacht is niet gewenst. Het haar is langer en vormt een bevedering op de oren, nek, aan de achterkant van voor- en achterbenen, op de voeten en op de staart. Honden met een lange golvende vacht zijn niet toegestaan. Kleuren: Alle kleuren in alle mogelijke schakeringen en combinaties zijn toegestaan, met uitzondering van de kleur merle. Maat en gewicht: Bij dit ras wordt alleen gekeken naar het gewicht, niet naar de hoogte. Ideale gewicht: tussen 1,5 en 3 kg. Honden die minder wegen dan 500 gram en zwaarder zijn dan 3 kg worden gediskwalificeerd. Fouten:
Alle afwijkingen van voornoemde punten moeten als een fout worden beschouwd en
de ernst van de fout moet worden beoordeeld in verhouding tot zijn graad: Ernstige
fouten: Diskwalificatiefouten: N.B. Mannelijke dieren dienen 2 normaal ontwikkelde testikels te bezitten, die geheel in het scrotum zijn ingedaald.
|
|
Contact:
Christiane Van Wetter, Grote Singel 23, 2900
Schoten
, Belgiė GSM: +32 486 67 56 24 E-mail: klik hier Laatst bijgewerkt : 23 maart 2011 |