Wordt verslaggever bij Davidsfonds Pervijze!
Sinds 2006-2007 worden de verslagen van onze activiteiten niet meer systematisch gepubliceerd.
----------------------------------------------------------------------------------------------
Hoe schrijf ik het nu.
Bush en zijn vrouw komen naar België!
Terwijl George zich bezighoudt met enkele pietluttigheden - zoals een topvergadering bijwonen van de NAVO-excellentie’s in het hoofdkwartier te Brussel, gepaard gaande met een diner in het bijzijn van Zijne Majesteit Koning Albert, Koningin Paola, eerste minister Verhofstadt en de vertegenwoordigers van de Europese Unie - leest vrouwlief Laura ‘Pervijze Aktief’. "Waaw," roept ze, "er is zelfs toneel van de West-Vlaamse groep 'Bartje'”. Laura neemt spontaan haar gsm'tje en belt George op.
"Schatje,
kunnen we wat langer in België blijven?"
"Neen
liefste, ik moet volgend weekend babysitten bij een onderofficier van het
Amerikaanse leger."
Naar
aanleiding van een spellingsavond op 21 januari georganiseerd door Davidsfonds
Pervijze i.s.m. de oudervereniging van de basisschool Pervijze heeft
verslaggever van dienst Stefaan Van Hulle vorige tekst als dictee opgesteld. Er
zijn echter 2 fouten blijven insteken. Aan jullie om ze te ontdekken. (Pervijze
Aktief laten we als fout niet meetellen. We beschouwen de naam ondertussen als
een verworven recht. Actief staat in het Groene Boekje met een c.) Het resultaat
vindt u in de volgende ‘Pervijze Aktief’
Verslag: Stefaan Vanhulle
18
december 2004...
Kerstdag nadert met rasse schreden. Straten en huizen worden
ingekleed met fonkelende lichtjes.... Maar de kerstperiode is niet enkel
een tijd van uiterlijkheden. Mensen zijn op zoek naar een “vredevol
gevoel”, een diepere dimensie. Die konden we vinden in de kerk van Pervijze op
18 december.Die avond konden we immers een kerstevocatie bijwonen “Lamidore in
Concert”.Het gemengd koor uit Torhout, o.l.v. Steven Verplancke (koorleider
van Nicolas Pervisum), bracht een variatie van woord en zang.
Het
koor “Lamidore” ontstond in 1960 als voorzanggroep die de
eucharistievieringen van de Sint-Pieterskerk te Torhout opluisterde. Vanaf
1975 kende het koor een muzikale bloei die in 1999 werd bekroond met de
cultuurprijs van de Stad Torhout. De naam van het koor bestaat uit een
opeenvolging van muzieknoten; la, mi, do en re. Een duidelijke verwijzing
naar hun liefde voor muziek. Maar tevens klinkt ook de link naar l’ami
doré, de gouden vriend, waarbij verwezen wordt naar de vriendschap die de
koorleden onderling hebben. Steven Verplancke leidt het koor sinds januari 2003.
Samen met zijn gemotiveerde koorleden, zorgden zij voor een heel sfeervolle
avond.
Bekende
en minder bekende kerstliederen bezorgden de toehoorders zeker en vast enkele
kippenvelmomenten. En ja hoor, we werden zelfs op sleeptouw genomen om mee
te zingen of te neuriën met enkele klassiekers zoals “Susa Nina” en “Nu
sijt wellekome”... Wie echter denkt dat de avond een opeenvolging bracht van
klassiekers, heeft ongelijk. Het bisnummer “The Virgin Mary had a baby boy”
kon iedereen bekoren met z’n meeslepende gospelklanken Tussendoor werd een
modern kerstverhaal gebracht waaruit de nodige levenslessen kunnen getrokken
worden.
Na
al dat moois, konden de stemmen gesmeerd worden met een lekker glas wijn.
Een gezellige babbel met de andere aanwezigen zorgde voor een aangename
afsluiter!
Verslag:
Ann Baillieu
Hoeveweekend:
Het Foncierhof.
Sinds
enkele jaren organiseert het Davidsfonds een thema weekend tijdens het laatste
weekend van september. Dit jaar was het een hoeve-weekend. In onze regio waren
er twee deelnemers met name het open-lucht museum en het Foncierhof in Izenberge.
Dit laatste bedrijf is een actief melkvee- en melkverwerkingsbedrijf. De
besturen van het Davidsfonds en de Landedlijke Gilde te Pervijze organiseerden
een fietstocht naar het Foncierhof.
Op
zondag 26 september
trokken negen ‘moedigen’ wind op richting Izenberge. Door tussenkomst konden
we toch ter plaatse betalen want eigenlijk kon je deze hoeve niet alleen
bezoeken. Er werd een diamontage voorgeschoteld door de jonge bedrijfsleider
over ‘het melkveebedrijf’ en over ‘hoe kaas en andere zuivelproducten
worden gemaakt’. Daar wordt reeds 16 jaar kaas geproduceerd met melk van het
bedrijf. Er is een hoevewinkel maar de producten worden ook verkocht op openbare
markten (o.a Lo en Veurne).Nadien hebben we onszelf
verwend met een lekkere verwenkoffie in Alveringem. Zo was de inwendige mens
voldoende versterkt om de terugweg aan te vatten. Weer eens hadden de afwezigen
ongelijk maar spijtig genoeg worden die steeds talrijker.
Uw verslaggever: Gaby Verstraete
Antwerpen averechts, een stukje Joodse cultuur.
Zondag,
12 september was de dag waarop DF Pervijze kon kennismaken met de Joodse
gemeenschap te Antwerpen, dit dank zij Antwerpen averechts, een groepering die
de minder gekende facetten van Antwerpen belicht.
Momenteel wonen er in Antwerpen ± 18.000 Joden. Zo’n 50 à 60 % hiervan zijn Orthodoxe Joden, dit wil zeggen dat dit vrome Joden zijn die heel strikt hun 613 godsdienstvoorschriften (geboden en verboden) naleven. Na W.O. II telde de Joodse gemeenschap nog zo’n 1200 overlevenden van het Nazisme. Hun aantal groeide snel weer aan met een nieuwe golf immigranten vanuit Oost-Europa, die naar Amerika wilden trekken. Uiteindelijk verkozen ze toch in Antwerpen te blijven, waar de socio-economische structuur gunstig is voor het beleven van hun cultuur en godsdienst.
Onze
sympathieke niet-Joodse gids Claudia, zelf opgegroeid in de Jodenwijk van Antwerpen,
leert ons hoe we een huis van Joden kunnen onderscheiden van dit van niet-Joden.
Joden brengen namelijk een stokje van zo’n 15 à 20 cm aan bij de deuropening
van hun huis.
Zondag
is een werkdag voor de Joodse bevolking. We zien groepen kinderen met de fiets
van school komen. Brussel telt in feite het grootste aantal Joden in België,
zij het dan de meer vrijere reform-Joden. Op wereldvlak zijn Orthodoxe Joden een
minderheid binnen het Jodendom, zo’n 15 %. De Joods-Orthodoxe gemeenschap is
een vrij gesloten gemeenschap, waarbij ook de klederdracht een barrière moet
zijn tegen vreemde invloeden. Je ziet mannen steeds in ’t zwart gekleed en
vrouwen en kinderen in donkergrijs of –blauw. De volwassenen kijken ons niet
aan in ’t voorbijgaan, dit om niet afvallig te worden aan de 613
voorschriften.
Vanaf
de leeftijd van 3 jaar dragen jongetjes een rond hoofddekseltje : het keppeltje.
Zo maken ze duidelijk dat er iets hogers is. Meisjes dragen vanaf hun trouwdag
een pruik om hun echte haren niet meer prijs te geven naar de buitenwereld toe.
Huwelijken worden geregeld door de ouders. Aan het huwelijk gaat 2 x een
koffietafel vooraf waarop de toekomstige bruid en bruidegom elkaar leren kennen
en waarop de schikkingen voor het huwelijk genomen worden. Het meisje mag
beslissen of ze al dan niet akkoord gaat met de keuze.
Dikwijls komt de huwelijkspartner uit een ander land. Zo spreekt een
familie soms 6 tot 7 talen; naast het Jiddisch, het Hebreeuws (gebeden) en de
taal van het land waarin ze wonen, nog de taal van de grootouders die b.v.b. uit
Polen gevlucht zijn of die van andere familieleden.
We
bezoeken één van de belangrijkste synagogen van Antwerpen.
Stil zijn is geen vereiste wanneer je een Jodenkerk binnenkomt. Joden zingen en
bidden elk op hun manier, luid of stil, snel of traag. Rijen houten banken met
telkens een rij kastjes ervoor met daarin de gebedenboeken, veel koperen
luchters, kandelaars waarvan we onwillekeurig het aantal armen beginnen
natellen. De getallensymboliek is overal aanwezig. De Joodse Mevrouw vooraan
nodigt ons uit om vragen te stellen die ze zeer grondig probeert te
beantwoorden. Telkens vraagt ze nog na : “Is dit een antwoord op uw vraag ?”
De zitplaatsen in de middenbeuk zijn voor de mannen, de galerij boven
(die kan afgeschermd worden met gordijnen) is voor de vrouwen. In ’t midden
van de kerk zien we een verhoog van waarop de thora, de kern van hun geloof,
wordt voorgelezen. (als verwijzing naar de berg Sinaï, waar het aan Mozes werd
gedicteerd).
Voortdurend
613 voorschriften in gedachten houden moet toch moeilijk zijn; niet voor hen,
zij hebben het zich als kind eigen gemaakt. In de lagere school krijgen
de kinderen 16 u. godsdienst per week, het is niet louter een godsdienst, noem
het eerder een levenshouding. Ze
hebben geen radio noch tv om zich te beschermen, wel kranten en toch ook de
computer, omdat ze willen bijblijven. Niemand controleert iets, er is geen hiërarchie. Zo vindt onze Joodse gids dat in plaats van jezelf te helpen
en een ander te controleren het beter is iemand anders te helpen en jezelf te
controleren. Iedereen neemt zijn individuele verantwoordelijkheid.
Zeer
belangrijk voor de Joden is de bijbel, hun enige houvast tijdens de vele pogroms of
Jodenvervolgingen. Joden zijn niet gebonden aan een land of nationaliteit; hun
identiteit slaat enkel op hun Jood-zijn. Joden houden steeds de mogelijkheid
voor ogen te moeten vluchten. Wat mij trof was dat onze gids zei : “De wereld
is van u, niet van mij. Wij zijn bang, het zit in onze genen”.
Het
gedenkteken tegenover het Centraal Station doet ons herinneren aan de 2de
wereldoorlog. Toen werden van hieruit veel Joden naar vreselijke gevangenissen
gestuurd, waarvan slechts weinigen zijn teruggekeerd, enkel omwille van het feit
dat ze Jood waren. Thoraboeken werden verbrand, dit om hun ziel te treffen. Op
het gedenkteken wordt dit afgebeeld, doch enkel het perkament brandt, de letters
blijven.
’s
Middags gaan we eten bij Hoffy’s in de Lange Kievitstraat 52 waar de gebroeders
Hoffman Joodse keuken of een kosher menu brengen, dit volgens de Joodse
spijswetten.
Bij de 613 voorschriften (onderdeel zelfbehoud) hoort ook wat Joden mogen eten en wat niet en hoe het wordt bereid, dus b.v. nooit vlees en zuivel mengen. Een ander voorbeeld : breekt men een ei open en er zit een bloedvlek op, dan zullen Orthodoxe Joden dit ei niet eten. Het slachten van dieren en de productie van kosher-etenswaren voor de verkoop in winkels en warenhuizen staat onder toezicht van het rabbinaat. Ook al snappen wij niet alles, Joden zullen deze strenge voorschriften naleven, omdat zij streven naar heiligheid. Voor de Jood begint de sabbat op vrijdagavond na zonsondergang en eindigt het op zaterdagavond. Orthodoxe Joden zijn beperkt in hun beroepskeuze om hun sabbat te kunnen houden. Wat tijdens de sabbat zal gegeten worden, moet vooraf klaar zijn, want tijdens de sabbat mag men geen scheppend werk verrichten (ook niet iemand anders voor zich laten werken), geen licht aanmaken (er bestaan automatische regelingen), niet rijden met de auto en geen geld uitgeven. Nood breekt wel wet, b.v. wanneer iemand ziek is of om iemand anders te helpen die in nood verkeert. De grote solidariteit valt wel op. Volgens de voorschriften staan ze 10 % van hun inkomen af om de mensen van hun gemeenschap te helpen die minder bedeeld zijn.
Na
een wandeling doorheen het diamantkwartier drinken we nog iets op een verwarmd terras. Op
de terugweg naar huis wordt er nog veel nagekaart over deze ontmoeting met een
heel andere cultuur, waarbij wij vooral trachten het positieve in hun
levensfilosofie naar voor te brengen. Na een dagje in de grote stad te hebben
vertoefd is het voor buitenmensen altijd goed terug te kunnen keren naar het
vertrouwde dorp.
Tekst:
Hilde Moeneclaey