Brussel laatste blinde vlek op kaart baanwielrennen

West-Vlaanderen heeft sinds deze week opnieuw een wielerpiste. Zondag werd in Oostende de Schorredroom officieel geopend. De door de Koninklijke Belgische Wielerbond (KBWB) beoogde regionale spreiding van wielerpistes in België is daarmee zo goed als rond. Alleen Brussel blijft voorlopig nog een blinde vlek.


Het gaat al jaren niet goed met het baanwielrennen, al zijn er bij de jeugd langzaam maar zeker tekenen van beterschap. Als een van de belangrijkste oorzaken wordt steeds weer verwezen naar het gebrek aan infrastructuur. Daarom begon de wielerbond enkele jaren geleden steden die een wielerpiste bouwden financieel te steunen.

De KBWB sprong financieel bij voor de bouw van acht niet-overdekte wielerbanen, in Oostende, Zemst, Peer, Hulshout, Charleroi, Rochefort, Ans-Alleur en Rebecq. In Gent werd de enige permanent bruikbare wielerpiste van het land mee betaald. De Blaarmeersen wordt in februari 2006 geopend. De bouw ervan kost 8,25 miljoen euro. De KBWB betaalt 1,25 miljoen euro en de Wielerbond Vlaanderen (WBV) past nog eens 625.000 euro bij. Er is natuurlijk ook nog het Kuipke in Gent, maar die piste is niet permanent beschikbaar voor de wielersport.


Regionale spreiding

Met de opening van de wielerpiste in Oostende heeft bijna elke Belgische provincie nu een wielerbaan. Enkel Luxemburg moet het doen zonder, omdat tot voor enkele jaren Namen-Luxemburg voor de wielerbond een provinciale afdeling was. Rochefort, dat in Namen maar dicht bij de provincie Luxemburg ligt, doet dienst als piste voor de twee provincies.

Daarmee bereikt de wielerbond de regionale spreiding die het wenste.


Nieuwe projecten moeten niet meer rekenen op financiële steun van de bond. Enkel voor Brussel wordt nog een uitzondering gemaakt.

Binnenkort wordt ook gestart met de bouw van een piste in Brugge, op een boogscheut dus van Oostende. Die wordt betaald door de sportfederatie Bloso en de stad Brugge, niet door de KBWB. 'We wilden een piste in West-Vlaanderen. Het project van Oostende was het meest concrete en kwam er het snelst. Daarom heeft die stad onze financiële steun gekregen', zegt Tom Van Damme, de directeur van de KBWB.

De KBWB wil het geld, 75.000 euro per piste, in de toekomst voor andere doeleinden gebruiken. 'We steken het geld onder meer in andere disciplines, zoals BMX. Maar ook in andere projecten. De ondersteuning van de werking van de verschillende nationale ploegen kost veel geld.'

In Brussel komt de vraag van de Anderlechtse wielerclub Kuregem Sportief. Zij dringen al jaren aan op een wielerpiste om de jeugd op te leiden. De vraag werd opgepikt door het Brusselse parlementslid Brigitte De Pauw (CD&V). Zij trok dinsdag met de andere leden van de commissie voor Cultuur, Sport en Jeugd van de Vlaamse Gemeenschap naar Oostende om er naar de wielerpiste te gaan kijken.

'Een open wielerbaan is geen overbodige luxe in Brussel. De wielerclubs zouden hun renners in zo goed mogelijke omstandigheden kunnen opleiden en trainen. Maar zo'n piste kan ook een belangrijke sociale functie hebben. Ook recreanten kunnen er komen rijden en ouders kunnen er hun kinderen leren fietsen. Probeer in Brussel, met al dat drukke verkeer, maar eens je kind te leren fietsen', zegt De Pauw.

De Pauw denkt daarbij aan de manier waarop de stad Oostende de piste uitbaat. De piste in Oostende kwam er op initiatief van de stad. De drie wielerclubs die de kuststad rijk is, waren al lang vragende partij. De aanleg van de openluchtbaan kostte 550.000 euro, waarvan 75.000 euro door de KBWB betaald werd. 'Wij werken met een duidelijk tijdsschema, waarbij we een aantal uren per week reserveren voor de clubs', zegt de Oostendse schepen voor Sport, Nancy Bourgoignie. 'Op momenten dat de clubs geen gebruik maken van de piste, kan iedereen er gratis gebruik van maken.'

Bij de opening van de baan vorige zondag kwam, geholpen door het mooie weer, een pak volk opdagen. 'Dat was een belangrijke steun voor het project. We hebben heel wat moeite moeten doen om de mensen te overtuigen van het nut van een wielerpiste, ook in het stadsbestuur. Dat er zoveel volk was, was voor mij een bevestiging.'


Andere activiteiten

Jean Brebels, de voorzitter van de WBV en de bezieler van de piste in Peer, getuigt dat de baan in zijn stad een succes is geworden. 'We hebben jarenlang moeten lobbyen en zagen om de piste te krijgen, maar nu is ook de stad tevreden', zegt Brebels. 'Er komt veel volk naartoe. In de eerste plaats voor de piste, maar ook voor andere activiteiten. Op het middenplein ligt onder meer een BMX-piste en een korte sintelbaan, voor sprintnummers en andere mogelijkheden voor atletieknummers, zoals kogelstoten.'


Dit artikel van Sven Massart kon u lezen in De Tijd van 20-10-2005

>Terug naar pers