Vlaanderen
velodroomland
Een
mekka voor pistiers
DE velodroom
in Gent heet voortaan Vlaams Wielercentrum Eddy Merckx'.
Zelf heeft de Grootste Sportieve Belg nochtans gemengde
gevoelens bij het baanrennen. Het heeft hem succes gebracht,
maar ook veel pijn. En één keer liet hij bijna
het leven op de wielerbaan.
Minder
dan twee maanden nadat hij in juli '69 op de wielerbaan
van Vincennes zijn eerste Tour had gewonnen, meldde Merckx
zich, samen met enkele andere vedetten, voor een criterium
op de wielerbaan van Blois, in Frankrijk. De nieuwe wielerheld
zou er een dernywedstrijd rijden tegen onder meer de oude
vedette Jacques Anquetil. Merckx reed met de ervaren Fernand
Wambst als gangmaker. In de finale viel de motor van de
combinatie die net voor Mercx en Wambst reed. Wambst knalde
op de vallende motor en was op slag dood. Merckx smakte
tegen het beton, waar hij bewusteloos bleef liggen. Pas
in het ziekenhuis kwam hij weer bij bewustzijn. Door het
ongeluk in Blois liep zijn bekken onherstelbare schade op,
wat Merckx later veel pijn zou bezorgen bij het klimmen.
Ontzettend
veel pijn, maar van een heel ander allooi, had Merckx ook
op de open wielerbaan van Mexico-Stad, in oktober '72. Een
uur lang geselde hij er zijn lichaam om het werelduurrecord
te breken. ,,Nooit meer'', zei hij meteen na het behalen
van het record met een van pijn vertrokken gezicht.
Veiligheid
Een
van de belangrijkste argumenten waarmee de bouw van de nieuwe
wielerbanen in Vlaanderen wordt verklaard, is veiligheid.
,,Voor jongeren is het almaar moeilijker om in het drukke
verkeer te trainen. Op zo'n velodroom kunnen ze dat wel'',
zegt Bloso.
Hetzelfde
argument hanteert de Antwerpse schepen van Sport, Chantal
Pauwels (Groen!). Antwerpen bouwt immers een eigen wielerbaan
vlak bij het Wilrijkse industriepark Hof ter Beke, langs
de A12, zowat in de achtertuin van provinciegouverneur Camille
Paulus. Paulus, een wielerfanaat, heeft zich jaren ingezet
om wielerwedstrijden te laten plaatsvinden op het hout van
het Antwerpse Sportpaleis - met onder meer een wereldkampioenschap
als hoogtepunt - maar ook een gouverneur moet zich buigen
naar de wetten van de commercie. De uitbaters van het Sportpaleis
zeiden vlakaf dat de benen van Natalia meer kijkers lokken
dan de gladgeschoren kuiten van Tom Boonen.
Provincie
en stad bouwen nu samen een openluchtbaan van 333 meter
en betalen daar elk ongeveer 750.000 euro voor. De Koninklijke
Belgische Wielerbond, de derde partner, brengt 75.000 euro
in. ,,Het baanrennen is een enorm populaire sport en we
stelden vast dat we niet veel voor die wielrenners deden'',
zegt Pauwels. De wielerbaan maakt deel uit van wat een sportpark'
zal worden, met een voetbalveld, een skipiste, een schaatsbaan
en een nieuwe topsporthal.
Met
dezelfde droom van een heus sportpark opende Oostende eind
vorig jaar zijn wielerbaan Schorredroom, ook 333,33 meter
lang. De drie wielerclubs van Oostende drongen daar volgens
de schepen van Sport, Nancy Bourgoignie (SP.A), al geruime
tijd op aan. Oostende had voor het project 514.000 euro
veil.
De Oostendse
velodroom mag dan al tegemoetkomen aan concrete plaatselijke
noden, hij wordt niet overal geapprecieerd. Met name Bloso,
dat met de stad Brugge en de Wielerbond een soortgelijke
wielerbaan wil bouwen, vraagt zich af of het wel opportuun
is om binnen dertig kilometer twee wielerbanen te hebben.
,,Oostende
is niet ons project, de stad heeft er zelf voor gekozen'',
zegt de algemeen directeur Infrastructuur, Michel Van Nespen.
De wielerbaan in Brugge wordt ook 333,33 meter lang en vergt
een investering van 843.000 euro. Bloso zal voor de exploitatie
instaan. De baan komt in het sportcentrum Julien Saelens
en is momenteel het voorwerp van een openbaar onderzoek.
Als
Gent, Brugge en Antwerpen hun wielerbaan klaar hebben, zullen
alle provincies weer over een velodroom beschikken. In Limburg
(Peer) en Antwerpen (Hulshout) liggen al twee minder bekende
wielerbanen. Die van Peer is 400 meter lang, die van Hulshout
384 meter. Ook de provincie Vlaams-Brabant heeft een openluchtwielerbaan
van 400 meter in Zemst.
Het
Brusselse parlementslid Brigitte De Pauw (CD&V) heeft
vastgesteld dat alleen Brussel geen eigen velodroom heeft,
hoewel de Anderlechtse wielerclub Kuregem Sport daar al
jaren vragende partij voor is. Brussel had nochtans jarenlang
een van de belangrijkste wielerbanen in het land. De
wielerbaan in het Terkamerenbos was samen met La Boverie
in Luik en die in het prestigieuze Antwerpse Zurenborg de
absolute top.
Vallen en opstaan
De historicus
Bert Moeyaert (KU Leuven) stelde vast dat liefst 208 Belgische
gemeenten ooit één of meer wielerbanen hebben
gehad. ,,Opvallend is dat het merendeel daarvan de leeftijd
van tien jaar niet heeft gehaald. Wielerbanen waren meestal
geen blijvende sportinfrastructuur, zoals een zwembad of
een sporthal. Ze werden gemonteerd en later weer afgebroken.''
De tijdelijke zesdaagseconstructie in de Ethias Arena in
Hasselt, vorige week, was dus allerminst een primeur.
Volgens
Moeyaert waren de eerste wielerbanen maar 150 tot 200 meter
lang. Er is ook lang discussie geweest over de vorm van
een velodroom: eind 19de eeuw had zowel het afgeronde vierkant
als de ellips zijn voorstanders. Het ovaal won uiteindelijk
het pleit, wellicht onder invloed van de vorm van de hippodroom.
Ook over de precieze afstand van een wielerbaan werd lang
overlegd. De ene vond dat die 700 tot 800 meter lang moest
zijn, de andere prefereerde 400 meter. Uiteindelijk werd
333,33 meter de internationale norm.
De geschiedenis
van de wielerbanen in België is een verhaal van vallen
en opstaan. Tussen 1890 en 1900 beleefde het baanrennen
een eerste piek. Daarna ging het snel achteruit. ,,Doordat
de rage van het wielrennen een beetje was uitgewoed, keerden
de rijke burgers terug naar hun oude liefde, het paardenrennen'',
zegt Moeyaert. ,,Bovendien zagen de gegoede jongeren, die
intussen al heel vertrouwd waren met de fiets, niks uitdagends
meer in het wielrennen. Zeker omdat intussen de auto al
op het toneel was verschenen.''
Net
voor de Eerste Wereldoorlog steeg het aantal wielerbanen
weer tot 47. De massa was immers dol op een nieuwe discipline:
het stayeren achter zware motoren. In '33 en '34 bereikte
het aantal wielerbanen een absoluut hoogtepunt, met 69 zomervelodrooms.
Maar dat bleek van het goede te veel.
,,Het
bestaan van een wielerbaan hing vaak af van de aanwezigheid
van streekrenners'', vertelt Moeyaert. ,,Als een lokale
held de fiets aan de haak hing, nam het bezoekersaantal
vaak snel af, waardoor de wielerbaan na enige tijd de deuren
moest sluiten. Doordat er vreselijk veel wedstrijden waren,
stond de renner bovendien in een sterke positie en zette
hij zich niet altijd even hard in. Steeds meer toeschouwers
kozen daarop voor het voetbal, dat het wielrennen in populariteit
snel inhaalde.'' Het zou nooit meer worden zoals voordien.
Dak
In '88
probeerde België zich opnieuw op de internationale
kaart te zetten, met een halfoverdekte wielerbaan in Gent.
Maar het WK baanwielrennen dat dat jaar in De Blaarmeersen
werd gehouden, werd geen succes. Iedereen had het over de
schandalige manier waarop Claude Criquielion op het WK op
de weg in Ronse in de dranghekken werd geduwd door Steve
Bauer, waardoor Maurizio Fondriest wereldkampioen werd.
Maar intussen had niemand oog voor de ellende van de organisatoren
in Gent. De regen verknoeide namelijk het hele WK, waarna
de Internationale Wielerunie besloot nooit meer een open
wielerbaan te kiezen voor een WK.
De wielerbaan
lag daarna vele jaren op apegapen, al probeerde de vader
van de huidige baanwielrenner Iljo Keisse er het beste van
te maken. Eind 2002 hakte de Vlaamse minister van Sport,
Guy Vanhengel (VLD), de knoop door: de wielerbaan in de
Gentse Blaarmeersen zou een dak krijgen en volledig worden
vernieuwd. Vanhengel besefte dat er geen andere manier was
om nog mee te doen op internationaal niveau: Het Sportpaleis
was immers dicht en het Kuipke, in het Gentse Citadelpark,
was met zijn omtrek van 166 meter niet groot genoeg voor
officiële kampioenschappen.
De kostprijs
was niet min: 7,5 miljoen euro. Maar de kosten werden wel
gespreid over het Bloso, de Vlaamse regering, de provincie,
de stad, de Koninklijke Belgische Wielerbond en Wielerbond
Vlaanderen. Bloso exploiteert de nieuwe sporthal, met een
prachtige houten wielerbaan van 250 meter, die zowel voor
clubs als individuen beschikbaar is.
,,De
baan is het hele jaar open. Dat is een voordeel in vergelijking
met het Kuipke, waar de baan af en toe moet wijken voor
andere evenementen'', zegt Van Nespen. De Bloso-directeur
benadrukt trouwens dat er meer is gebeurd dan alleen de
constructie van een dak.
,,Het
middenplein werd een meter onder het niveau van de wielerbaan
gebracht en voorzien van een polyvalente sportvloer, waarop
zowel badminton, zaalvoetbal als volleybal kan worden gespeeld.
Tijdens de trainingen op de wielerbaan zullen grote netten
de wielrenners van de balsporters scheiden. Verder is er
een nieuwe cafetaria, kunnen er tribunes voor 4.100 toeschouwers
worden opgetrokken en is het toegangscomplex volledig vernieuwd.
Overkill?
Een
overkill aan wielerbanen? Bert Moeyaert ziet het anders:
,,Zoals de auto's de voetballende kinderen van de straat
naar een voetbalveld hebben verjaagd, zo zou het weleens
kunnen dat kinderen mettertijd niet meer van school naar
huis zullen kunnen racen omdat dat te gevaarlijk is. Op
lokale wielerbaantjes zouden kinderen al spelend kunnen
leren fietsen. Volgens Patrick Sercu, van wie het idee van
de lokale wielerbaantjes komt, zegt wel dat er dan nog veel
van die baantjes bij moeten komen. Wie weet telt België
ooit weer70 open wielerbanen?''
Bert
Moeyaert, Van wielerbaan tot velodroom, de geschiedenis
van het baanwielrennen in België, beschikbaar op www.ethesis.net/wielerbaan
Zondag
19 februari, opening voor het grote publiek van Vlaams Wielercentrum
Eddy Merckx, fietstochten van 25 en 40 km en kennismaking
met de wielerbaan, info op www.cyclobike.be
Zondag
12 maart, vanaf 9 uur, 'Vlaanderen op de piste. Word zelf
een dag baanrenner', inschrijvingen: lvhaute@hotmail.com
Dit was een reportage van Guy Fransen in De Standaard van
18 en 19-02-2006
>Terug
naar pers