Wat
we samen doen, doen we beter
Vijftien
jaar lang was ze de rechterhand van voormalig minister en
huidig ondervoorzitter van het Brussels parlement Jos Chabert
(CD&V), maar ook nu Brigitte De Pauw (46) zelf volksvertegenwoordiger
is, komt ze naar de normen van het huis op een onchristelijk
vroeg uur aan in haar bureau aan de Lombardstraat. Ik
heb 25 jaar in loondienst gewerkt, en verkozen zijn was
een echte ommekeer. Als parlementslid ben je semi-zelfstandige,
je beslist zelf over je tijdsbesteding en over de onderwerpen
die je wilt behandelen. Ik geef toe, het was even wennen.
Brigitte De Pauw komt iedere ochtend om kwart over acht
in het parlement aan. Een gewoonte die ik al achttien
jaar aanhoud, en die dateert van de tijd dat ik mijn zoontje
naar de crèche moest brengen, zegt ze met een
lach. Thuis werken kan ik niet, het lukt me gewoonweg
niet. Ik ben altijd een ploegspeler gespeeld. Mijn
ideeën moet ik kunnen toetsen aan die van anderen,
ik moet af en toe een babbel slaan.
|
Het
is niet omdat ik nu parlementslid ben dat ik iemand
anders ben. De contacten met de basis en de sector
blijf ik koesteren. Ik begrijp ook niet waarom
mensen die me jarenlang Brigitte genoemd hebben, me
na mijn verkiezing opeens met mevrouw De Pauw aanspraken.
Haar
baan als adjunct-kabinetschef Welzijn bij Chabert
heeft ze naar eigen zeggen met veel plezier gedaan,
maar toch vond ze het na vijftien jaar welletjes.
Ze kon van ieder dossier voorspellen welk parcours
het zou volgen, wie zou dwarsliggen en welke hindernissen
moesten worden genomen. Ik had een nieuwe intellectuele
uitdaging nodig. Dat klinkt misschien gewichtig, maar
zo is het wel. Was ik niet verkozen geweest als parlementslid,
dan had ik naar een andere baan uitgekeken; een kabinetsfunctie
bij wie dan ook had ik vast en zeker geweigerd.
Daarom, onderstreept ze, wil ze zich vooral bezighouden
met gewestdossiers zoals betaalbaar wonen; de Vlaamse
Gemeenschapscommissie kent ze op haar duimpje. Maar
wij willen het ook hebben over communautaire kwelduivel(tje)s
en over de verschillen tussen mannen en vrouwen.
|
 |
De
huisartsenwachtpost Médinuit, die de spoedgevallen
in de ziekenhuizen moet ontlasten, heeft alleen Franstalige
dokters in dienst. En het enige antwoord dat minister van
Sociale Zaken Rudy Demotte (PS) kan verzinnen, is: er zijn
geen tweetalige artsen. De communautaire problemen blijven
maar aanslepen. Wordt u daar niet doodmoe van?
Brigitte De Pauw: Ik vraag me in alle eerlijkheid
af of we het tekort aan tweetalige dokters niet aan het
cultiveren zijn. Médinuit is een federale dienst,
Nederlandstalige patiënten moeten er in hun taal terechtkunnen.
Het erge is dat Demotte weer eens geen overleg gepleegd
heeft met de Brusselaars, Guy Vanhengel en Benoît
Cerexhe van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie.
Maar ik hou er niet van om problemen te communautariseren
of grote verklaringen af te leggen. Er stelt zich een probleem,
dus moet er naar een oplossing gezocht worden.
Minister
Demotte (PS) richt toevallig de eerste huisartsenwachtdienst
op in Sint-Jans-Molenbeek, waar de grote baas van de Brusselse
Parti Socialiste, Philippe Moureaux, burgemeester is. Gelooft
u in toeval?
De Pauw: Er is gezegd en geschreven dat er een verband
is, maar ik ben niet zo slecht om Demotte en Moureaux hiervan
te verdenken. Misschien heeft Moureaux zich wel als eerste
kandidaat gesteld, want Demotte heeft nog huisartsenwachtdiensten
beloofd. De eerste Médinuit is dan wel in Molenbeek
ingeplant, maar hij bedient ook Jette (waar De Pauw gemeenteraadslid
is, DV), dat is de Jettenaren meegedeeld in het jongste
nummer van het gemeentelijke informatieblad.
Ik
vind zon wachtpost wel een goed idee. Ze kan
de spoeddiensten van de ziekenhuizen ontlasten, al is
het natuurlijk nog beter als meer Brusselaars een vaste
huisarts zouden hebben. Vanhengel heeft een campagne
beloofd om de Brusselaars hiertoe aan te sporen. Ik heb
hem al laten weten dat ik voorstander ben van een gezamenlijke
aanpak door de Vlaamse, Franse en Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie.
Ik blijf geloven in meer samenwerking.
Denkt
u dat zon campagne veel Brusselaars over de streep
kan halen? Mensen die krap bij kas zitten, gaan naar de
spoeddienst omdat de rekening pas later volgt, de huisarts
wil boter bij de vis.
De Pauw: Dat klopt, maar ook dat is niet onoplosbaar.
Waarom zou de federale regering bijvoorbeeld niet overwegen
om voor huisartsen het systeem van de derde betaler in te
voeren? Nu betaal je als patiënt de volle pot. Laat
de patiënt alleen het remgeld betalen en misschien
gaan er dan minder Brusselaars naar de spoeddiensten.
Als
huisarts zou ik daar heel wantrouwig tegenover staan. De
overheid heeft geen al te beste reputatie als het op betalen
aankomt.
De Pauw: Ook daar moet iets op te vinden zijn. Een
systeem van voorschotten lijkt me het onderzoeken waard.
Laten
we het even over de strijd der seksen hebben. U hebt samen
met Céline Frémault een voorstel ingediend
om gemeenten die niet één vrouwelijke schepen
hebben, te straffen. Het lijkt erop dat goed opgeleide vrouwen
druk bezig zijn hun eigen carrière veilig te stellen.
De Pauw: Op gewestniveau is het al zo: er moeten minstens
twee vrouwelijke ministers zijn. Dan is het toch logisch
dat we het principe ook op gemeentelijk niveau toepassen?
Ik vind dat je als overheid consequent moet zijn.
Maar
alle schepencolleges tellen vandaag al minstens één
vrouw. Hebt u dan zon wantrouwen in de mannelijke
soort?
De Pauw: Als er geen stimulansen zijn, gebeurt het
niet. Het voorstel verhindert ook dat schepencolleges alleen
maar uit vrouwen zouden bestaan. Mannen en vrouwen denken
verschillend, daar kun je niet omheen, je hoort en je ziet
het dagelijks. Trouwens, een bestuur met mannen en vrouwen
werkt beter. Wat we samen doen, doen we beter. Toen
ik zestien jaar geleden op het kabinet van Chabert ging
werken, kwam ik in een mannenwereld terecht. Voordien had
ik negen jaar Familiehulp geleid, een exclusief vrouwelijke
organisatie. Het was een hele verandering. Maar ik heb er
ook altijd om kunnen lachen, er zijn op het kabinet nogal
wat flauwe grappen over mannen en vrouwen over de computer
over en weer gegaan.
Kriebelt
het soms niet om tussenbeide te komen op het kabinet van
uw partijgenote Brigitte Grouwels? U bent als adjunct-kabinetschef
vijftien jaar met welzijn bezig geweest, Grouwels is er
nu bevoegd voor.
De Pauw: Natuurlijk, maar ik voel me niet geroepen
om schoonmoeder of schoonzuster van Grouwels te spelen.
Zij is de minister, en ze verdient alle kansen. Ik heb gezegd
dat ik mijn expertise ter beschikking stel, meer niet. Je
moet jonge mensen die op een kabinet gaan werken, ook de
kans geven om zich waar te maken.
U
wilt binnenkort de huursubsidies weer op de agenda. Dreigt
de nadruk die tegenwoordig op sociaal wonen ligt, niet tot
nog meer dualisering te leiden? De middeninkomens vallen
uit de boot: ze verdienen te weinig om te huren op de vrije
markt en te veel voor een sociale woning of voor subsidies
voor de aankoop van huis.
De Pauw: In een stad moet iedereen aan zijn trekken
komen, armen, middeninkomens én rijken, anders is
een stad niet leefbaar. Het zijn de middeninkomens en
de rijken die geld in het laatje van de overheid brengen.
We moeten ons opnieuw concentreren op de renovatie van sociale
woningen. De regering gaat wel 3.500 sociale woningen bouwen,
maar wanneer zullen die instapklaar zijn?
Ooit
zullen we moeten overwegen om de woonblokken uit de jaren
zeventig, zoals aan de Papenvest, te halveren. Het moet
geen pretje zijn om in zon omgeving geboren te worden
en op te groeien. Ook mensen met een laag inkomen hebben
recht op een kwaliteitswoning in een aangename omgeving.
Ik zeg: mix de mensen; alle armen samenproppen is niet gezond.
Met
huursubsidies maak je de betere wijken misschien sociaal
gemengd, de gettos verdwijnen er niet mee.
De Pauw: Ik ben me volop aan het inwerken in de sociale
woonsector, nadien ga ik me zeker op de Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappij
(Gomb) werpen. De Gomb moet veel meer woningen voor middeninkomens
op de markt brengen. En allicht moeten we ook overwegen
de inkomensgrenzen voor sociale woningen op te trekken.
De hoge vastgoedprijzen dreigen nog meer mensen in de schulden
te duwen. De inkomensgrenzen optrekken zou ervoor kunnen
zorgen dat niet nog meer mensen, de lagere middeninkomens,
in de armoede geraken.
Sommige
PSers blijven herhalen dat huursubsidies cadeaus voor
de rijken zijn. Ik ben het daar absoluut niet mee eens.
Binnenkort breng ik de huursubsidies te berde en nadien
volgen andere vragen. Daar mag u zeker van zijn.
Dit
interview van Danny Vileyn verscheen in Brussel Deze Week
van 13 april 2005, de foto werd genomen door Ivan Put
>Terug
naar pers