Edgar
zet elke morgen koffie voor daklozen in centraal station
Daklozen
genieten van koffie met hun pastoorke
Edgard De No (63) reist dagelijks naar Brussels Centraal
Station
Al
zes jaar lang neemt Edgard De No (63) uit Leuven elke dag
's ochtends vroeg de trein naar Brussel om er in het Centraal
Station koffie te maken voor de daklozen. ,,Je krijgt ongelooflijk
veel vriendschap, genegenheid en respect terug'', zegt Edgard,
beter bekend als 't pastoorke. Hij betaalt de koffie, suiker
en melk uit eigen zak maar de middelen raken stilaan op.
Gisterochtend kreeg hij Brussels parlementslid Brigitte
De Pauw op bezoek, die voor de ontbijtkoeken zorgde.
Het
is fris als de eerste daklozen zich boven de centrale hal
verwarmen aan de eerste beker koffie van de dag. De mannen
groeten hun pastoorke allemaal even hartelijk en vertellen
honderduit.
,,Ze kennen me intussen allemaal'', vertelt Edgard, die
het koffiezetten even aan iemand anders overlaat. ,,Ze hebben
geen gemakkelijk leven en soms plagen ze me ook maar dat
duurt meestal niet lang. Eigenlijk praat ik niet zoveel
met hen, het gaat ons meer om het samenzijn.''
Zes jaar geleden was Edgard nog podoloog, toen hij in Brussel
een man eten zag zoeken in een vuilnisbak. ,,Hij haalde
er een broodje uit waarvan al iemand had gegeten'', vertelt
hij. ,,Een vriendin die naast me liep had net ontbijtkoeken
gehaald bij de bakker en ik ben die man een koek gaan geven.''

Biecht mag niet
,,Vanaf dat moment besloot ik me in te zetten voor de
thuislozen. Zonder God was het me nooit gelukt en ik hoop
dan ook dat ik hier volgend jaar priester kan worden. De
mannen vragen me nu soms al om hen de biecht af te nemen
maar dat mag ik niet. Mijn grote droom is dat ik deze mensen
als mijn parochie mag zien.''
De trappenhal waar Edgard en zijn broers - zoals hij ze
zelf noemt - verzamelen, is hun terrein. Ze gooien er dan
ook geen afval of sigarettenpeuken op de grond. ,,Deze ruimte
is nu netter dan voor we hier waren'', vindt Edgard. ,,Er
is meer controle en dank zij de stationschef mogen we hier
nu elke morgen rustig koffie drinken. We doen niemand kwaad.''
Toch is het gevaarlijk om op straat te leven, dat weet Edgard
maar al te goed. ,,Vorige week nog heeft een zigeuner mijn
tanden uitgeslagen'', vertelt hij. ,,Er is heel wat agressiviteit
maar de groep die hier nu regelmatig komt, kent en respecteert
elkaar.'' Plots verschijnt er een brede glimlach op Edgards
gezicht. ,,Mijn klein broertje is daar'', roept hij uit
terwijl hij Freddy een flinke knuffel geeft.
,,Moesten
alle pastoors zo zijn, er waren geen kerken meer'', roept
de man uit. De liefde is duidelijk wederzijds. Hij gaat
onmiddellijk in de weer met thermossen en bekertjes. Als
het water blijkt op te zijn, haast Freddy zich met de lege
thermos naar de apotheker in het station.
,,Daar
krijgen we altijd water'', vertelt Edgard. ,,We moeten zelfs
niets vragen, de thermos op de toonbank zetten volstaat.
Van de cafés krijgen we niks omdat ze me als concurrent
beschouwen. Maar het gaat hier om meer dan een kop koffie.
Wat er ook gebeurt, mijn ochtenden in het Centraal Station
laat ik nooit vallen. Daarvoor zijn deze mensen me te dierbaar.''
Artikel
door Leen De Witte, foto van Herman Ricour. Verschenen in
het Nieuwsblad van 16-17 oktober 2004.
>Terug
naar pers