Bronks en BSB: gescheiden en weer samen?


De ministers Bert Anciaux (Vlaamse Gemeenschap) en Pascal Smet (VGC), beiden geplaagd door geldgebrek, stellen aan de Beursschouwburg en aan Jeugdtheater Bronks voor in de toekomst samen het gerenoveerde pand van de Beurs aan de Ortsstraat te betrekken – wat meteen impliceert dat het nieuwe theater voor Bronks aan de Varkensmarkt er niet komt. De twee organisaties zien hun werking bedreigd als ze samen onder één dak komen en verwijzen naar het verleden. Een kroniek van Bronks en de Beurs, van 1991 tot vandaag.

1991. Oda Van Neygen, die sinds 1976 in de Beursschouwburg werkt en er de jeugdtheaterwerking heeft uitgebouwd, wordt samen met haar collega Jan Florizoone, programmator nieuwe media, ontslagen. Directie en raad van bestuur zijn van mening dat de verschillende kunstdisciplines in het huis te veel naast elkaar werken en elkaar zelfs in de weg zitten. De kinderzondagen leggen een te grote druk op de rest van de programmering. De nieuwe directie kiest voor een ‘grootstadsproject’ en voor een projectmatige manier van werken.

1992-1993. Van Neygen heeft beslist een eigen jeugdtheatergezelschap op te richten, Bronks, dat zijn eerste seizoen ingaat. Eén jaar lang kan de nieuweling voor de presentatie van de eigen en de gastvoorstellingen terecht in het gebouw van het Vlaams Centrum voor Amateurkunsten in Anderlecht. Daarna zal Bronks elders onderdak moeten zoeken – het zal het begin worden van een nomadenbestaan in Brussel, dat onder meer leidt langs het Paleis voor Schone Kunsten, verschillende scholen, culturele centra in de Rand, De Markten,...

1995. Voor de Beursschouwburg-nieuwe stijl zijn het hoogdagen. Hotel Central, aan de overzijde van de Ortsstraat, wordt gekraakt uit protest tegen de stadsverloedering en de greep van projectontwikkelaars op de stad. De spectaculaire acties zullen leiden tot het ontstaan van een jonge stadsbeweging, ‘Brussel Vrijstaat’, actief op het snijpunt van stedelijk activisme en kunst. Cinema Nova en City Mine(d) zijn enkele van de organisaties die uit deze beweging ontstaan, en die nog altijd actief zijn.

1997. De minister van Cultuur, Luc Martens, zet het licht op groen voor een architectuurwedstrijd voor de broodnodige renovatie van het pand van de Beursschouwburg (op sommige verdiepingen is het instortingsgevaar reëel). De eerste fase wordt afgesloten in november. Uit de 48 inzendingen selecteert een jury van deskundigen drie ontwerpbureaus die een voorontwerp mogen uitwerken.

1998. De wedstrijd wordt gewonnen door DHP-architecten en de B-architecten.

1999. Na eerst enkele andere opties te hebben onderzocht, onder meer op de Nieuwe Graanmarkt, beslist de Vlaamse Gemeenschapscommissie een terrein op de Varkensmarkt te kopen waar een theater voor Bronks zal worden gebouwd. Intussen blijft het jeugdtheatergezelschap op de dool, maar stapelt het artistiek wel de bekroningen op. De VGC zal later het engagement voor Bronks nog eens bevestigen.

2001. Begin van de verbouwing van de Beursschouwburg. Bij de eerste steenlegging noemt minister An­ciaux de Beursschouwburg “een belangrijk stuk Vlaanderen in Brussel” en “ontegensprekelijk een onderdeel van onze multiculturele stad”. De Beurs heeft intussen zijn intrek genomen in een oude meubelzaak in de Kazernestraat, BSBbis. Het bereidt vandaaruit ook de terugkeer naar de Ortsstraat voor.

2002. Grote Theaterfestivalprijs voor Bronks voor de productie Ola Pola Potloodgat.

2004. Op 5 februari opent de vernieuwde Beursschouwburg met een feestelijke tiendaagse. De verbouwingen voor het Bronkstheater aan de Varkensmarkt zijn nog altijd niet van start gegaan. Het Kunstendecreet wordt goedgekeurd door het Vlaams Parlement. Het begrotingsakkoord, dat wordt toegekend door de minister van Begroting, voorziet echter maar in een kleine verhoging van de financiële middelen – een gedeelte van de beruchte ‘Limburgpot’, bestemd voor culturele initiatieven in Limburg gedurende een beperkte periode. En dat terwijl duidelijk is dat er een dringende inhaalbeweging nodig is voor de sector van de beeldende kunsten, en dat het aantal aanvragen voor de nieuwe subsidieronde veel groter zal zijn dan bij de vorige. Ook bij de vorming van de nieuwe Vlaamse regering wordt duidelijk dat de financiële toestand van Vlaanderen niet rooskleurig is en dat zeker de eerste jaren de vinger op de knip zal moeten worden gehouden.
Op de aanbesteding voor de bouw van het Bronkstheater schrijft geen enkele aannemer zich in.

2005, januari. In een toespraak voor de voorzitters van de verschillende beoordelingscommissies in de kunstensector waarschuwt minister van Cultuur Bert Anciaux dat theaters of orkesten die al sinds mensenheugenis in een zaal van de overheid spelen, geschrapt kunnen worden en dat een ander gezelschap zonder zaal er zijn intrek kan nemen. Een stadstheater of een kunstencentrum kan zijn subsidie zien dalen als het geen samenwerkingsverband aangaat met andere kunstenaars of gezelschappen.

2005, februari. Guido Minne, sinds 2002 de directeur van de Beursschouwburg, gaat er weg, “in overleg tussen beide partijen”. De Beursschouwburg is uiterst karig met informatie over het waarom. In de wandelgangen wordt onder meer gewezen op het feit dat de Beursschouwburg na de terugkeer naar de Ortsstraat zijn draai nooit heeft kunnen vinden in het gerestaureerde pand, en dat te veel werd ingespeeld op de programmering van derden, wat ten koste zou gaan van de eigen, vernieuwende programmering. De raad van bestuur van de Beurs beslist om niet meteen een nieuwe artistiek directeur te zoeken, maar met de rest van de ploeg verder te gaan. Aan twee externen, architect-recensent Pieter T’Jonck en Guy Gypens (ex-Beursschouwburg en nu Rosas) wordt gevraagd om voorstellen te formuleren voor een beter gebruik van de ruimte en voor de organisatie.

2005, maart. Uit de beleidsbrief van VGC-collegelid Pascal Smet blijkt dat de financiële marge waarbinnen hij een cultuurbeleid moet uitbouwen, zeer beperkt is. Als een van de moeilijk te nemen klippen vermeldt hij de exploitatiekosten van het toekomstige Bronkstheater, die hij raamt op drie- à vijfhonderdduizend euro. De architecte van het theater zelf stelt 150.000 euro voorop.

2005, 1 april. De preadviezen voor de eerste subsidieronde in het kader van het Kunstendecreet lekken uit. Zowel Bronks als de Beurschouwburg krijgen én voor het zakelijk beleid én voor de artistieke werking een positief advies.

2005, 20 april. De verantwoordelijken van de Beursschouwburg voeren een gesprek met de ministers Anciaux en Smet. Smet ontvangt de Bronks-ploeg. Het voorstel wordt gelanceerd dat Oda Van Neygen, veertien jaar geleden in de Beurs ontslagen, met haar gezelschap weer haar intrek zou nemen in de Ortsstraat. Het complex zou volgens dat voorstel kunnen uitgroeien tot een kinderkunstencentrum. Hoe de constructie precies in elkaar zou zitten – of de Beursschouwburg en Bronks dan samensmelten of niet –, wordt in het midden gelaten. Het bouwdossier voor het Bronkstheater wordt stilgelegd, hoewel een nieuwe aanbesteding in het vooruitzicht was gesteld.

2005, 22 april. De Beursschouwburg houdt een inderhaast bijeengeroepen persconferentie waar ze, dixit voorzitster Annemie Neyts, het ‘dictaat van de ministers’ verwerpt. Bronks wijst erop dat het nieuwe beleidsplan waarvoor het een positief advies heeft gekregen, helemaal is afgestemd op het nieuwe gebouw aan de Varkensmarkt, en vindt dat de VGC zijn formeel engagement moet nakomen. Als de media hen erop aanspreken, stellen de ministers dat het om een voorstel gaat, niet om een verplichting, en dat men had gehoopt “de gesprekken op een serene manier te kunnen voeren.”

Door een vraag van VGC-raadslid Brigitte De Pauw ontstaat een debat in de VGC-raad. “Dit tart alle verbeelding,” vindt Adelheid Byttebier (Groen!). “Een investering die werd opgenomen in het regeerakkoord en vastgelegd in de begroting, wordt van de ene dag op de andere geschrapt.”

Dit was een artikel van Anne Brumagne in Brussel Deze Week van 27-04-2005


>
Terug naar pers