Interpellatie aan minister Vanraes over
de vrijstelling van successierechten op de gezinswoning


Het aankopen van een gezinswoning door echtparen of samenwonenden is meestal een belangrijke gebeurtenis. Naast het emotionele aspect, het samen zoeken naar en vinden van een thuis, is het meestal ook de belangrijkste investering die ze ooit in hun leven zullen afsluiten.

De voorbije legislaturen heeft de Brusselse Regering aanzienlijke inspanningen geleverd om de aankoop van een eigen gezinswoning te vergemakkelijken. Ik denk maar aan de vermindering van de registratierechten voor de aankoop van de eerste gezinswoning. Ondanks deze maatregelen is het voor echtparen en samenwonenden nog lang sparen en een dure hypothecaire lening afbetalen alvorens zij zich echt eigenaar van hun gezinswoning kunnen noemen.

Wanneer één van beide partners overlijdt, wordt het als onrechtvaardig en hardvochtig aangevoeld dat de langstlevende partner successierechten moet betalen op de woning waarvoor hij of zij meestal zelf lang en veel gespaard en gewerkt heeft. In de meeste gevallen blijft de overlevende daar wonen en verandert er dus in de praktijk niets. In sommige gevallen moet echter de gezinswoning zelfs verkocht worden om deze successierechten te kunnen betalen. Menselijk gezien kan dit niet de bedoeling van de wetgever geweest zijn. In een rouwperiode kan je mensen toch niet dwingen om hun woning van de hand te doen; een plaats waar zij op dat moment nog de meeste herinneringen overhouden aan hun overleden partner.

De Brusselse Regering heeft zich in haar regeerakkoord geëngageerd om, in functie van het budgettair haalbare en volgens nog te bepalen regels, de vermindering van de successierechten voor de gezinswoning voor de langstlevende echtgenoot of samenwonende partner door te voeren. Het moet dan wel gaan over de enige woning en de woning moet blijvend bewoond worden door de overgebleven partner.

De vermindering zou al een stap in de goede richting zijn. Echter, we zijn van mening indien we zouden gaan naar een volledige afschaffing van de successierechten op de gezinswoning, dit in vergelijking met een vermindering geen grotere financiële impact zou hebben. Het zou ook veel menselijk leed besparen. Deze maatregel ligt ook in de lijn van het gevoerde beleid om de aankoop van een eigendom te vergemakkelijken. Het verwerven van een woning is fiscaal voordeliger gemaakt, nu is het de beurt om op het einde van de rit de fiscale lasten niet te zwaar te maken voor de langstlevende.


Daarom mijn vragen aan u, Minister:

  • Bent u ervan op de hoogte dat er zich bij het overlijden van een echtegenoot of samenwonende partner een financieel en menselijk probleem stelt bij het betalen van successierechten op de gezinswoning waarin hij of zij nog wenst te wonen?
  • Wat zijn uw plannen omtrent de in het regeerakkoord geschreven engagement om de successierechten op de gezinswoning voor de langstlevende echtgenoot of partner te verminderen? Bent u bereid deze maatregel door te voeren?
  • Zou u het overwegen om de betaling voor de successie van de enige gezinswoning zelfs volledig af te schaffen?