Interpellatie
aan minister Huytebroeck over
de Top van Kopenhagen en de vooropgestelde doelen van het
Brussels gewest
De Top van Kopenhagen heeft geleid tot een intentieverklaring
van de verschillende landen en regio’s. Hun doelstellingen
dienen tegen februari 2010 neergelegd te worden. Over deze
doelstellingen bestaan in België echter verschillende
meningen. Het federale niveau en Vlaanderen behouden het
idee van een reductie van de CO2-uitstoot tot 20%. Ze hebben
zich echter bereid verklaard dit op te trekken tot 30% indien
hierover een wereldwijde consensus tot stand zou komen.
Brussel en Wallonië willen de reductie van de CO2-uitstoot
echter direct optrekken tot 30%, wereldwijde consensus of
niet.
De argumentatie van Vlaanderen en het federale niveau is
duidelijk: men moet realistisch blijven, en daarbij het
economische aspect zeker niet uit het oog verliezen. Immers,
als slechts enkele landen zich engageren om een grotere
reductie van CO2-uitstoot in te voeren, zullen onze bedrijven
niet meer in staat zijn om te concurreren met de bedrijven
van de landen waar deze norm niet geldt. Ook moet men in
gedachten houden dat heel Europa slechts voor 10% van de
wereldwijde vervuiling verantwoordelijk is. Kortom, de positieve
impact van die extra 10% die Brussel en Wallonië wensen
in te voeren, zal zeer klein zijn.
Waarom
houdt Brussel zo hardnekkig vast aan die reductie van 30%?
Is het niet meer opportuun om de vooropgestelde 20% te behouden,
wegens enerzijds meer realistisch en anderzijds meer ‘risico-vrij’
voor onze eigen bedrijven?
Heeft
men de concrete impact die deze maatregel zou kunnen hebben
op de economie reeds van naderbij bestudeerd?