Interpellatie aan minister Vanraes over
de interministeriële conferentie over het stabiliteitsprogramma en de inspanningen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest


Op 26 januari 2010 vond er een interministeriële conferentie plaats van de ministers van begroting. Op de agenda stond het meerjarenplan voor de begroting, het zogenaamde stabiliteitsprogramma. Het Stabiliteits- en Groeipact verplicht iedere lidstaat van de Europese Monetaire Unie om jaarlijks een stabiliteitsprogramma op te stellen, waarin ze het budgettaire beleid voor de volgende jaren uitstippelt. Eveneens moet daarin de toestand van de overheidsfinanciën van de lidstaat in kwestie grondig worden toegelicht. Men wou immers voorkomen dat een lidstaat de voordelen zou plukken van de inspanningen van een andere lidstaat, zonder zelf een verantwoord budgettair beleid te voeren. Elk stabiliteitsprogramma is onderworpen aan de controle van de Europese Commissie en de Europese Raad. Indien een lidstaat haar eigen stabiliteitsprogramma niet respecteert, kan de Europese Raad een aanpassing van het budgettaire beleid vragen.

Eind vorig jaar kreeg België nog een veeg uit de pan van de Europese Commissie. Die vond dat onze begrotingsinspanningen, om het tekort terug te dringen, niet groot genoeg waren. De Belgische regering wou immers tegen 2015 een geleidelijke terugkeer naar een begrotingsevenwicht en mikte daarvoor in 2012 op een tekort van -4,4% en in 2013 op een tekort van -3%. Europa daarentegen vroeg een maximaal tekort van amper -3% in 2012.

Begin december 2009 voorspelde de Nationale Bank dat de economie in 2010 sneller zou groeien dan de regering had verwacht. Dit was goed nieuws voor de gezamenlijke begrotingen en meer specifiek voor het te verwachten tekort. Immers, het zijn de begrotingen van alle entiteiten samen die meetellen voor het geheel van ons land. Intussen is gebleken dat de economie begin dit jaar inderdaad uit de startblokken is geschoten. Midden januari 2010 besliste de federale regering om de extra middelen die vrijkomen door de economische groei aan te wenden om de schuld verder af te bouwen.

Tegen eind januari moet de Belgische regering een nieuw stabiliteitsprogramma indienen bij de Europese Commissie. Op basis van de economische relance heeft ze berekend dat het gezamenlijke tekort tegen 2012 niet -4,4% zal bedragen, maar slechts -3,4%. Echter, de Europese Commissie wil dat het tekort tegen dan teruggedrongen wordt tot -3%. Om alsnog tegemoet te komen aan de eisen van de Commissie wil de federale regering desnoods “uitzonderlijke maatregelen” nemen. Blijkbaar zullen deze bijkomende inspanningen niet ten laste komen van de deelstaten.


Ik heb dan ook de volgende vragen voor u:

  • Wat is er afgesproken op de interministeriële conferentie van de ministers van begroting ll.?
  • Zal Brussel extra begrotingsinspanningen moeten doen om tegen 2012 te voldoen aan de norm die in het stabiliteitsprogramma zal vooropgesteld worden? Zo ja, wat is het aandeel van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en kan u het juiste bedrag geven?
  • Is in Brussel op begrotingsvlak hetzelfde positief effect nu al merkbaar van de economische herleving?
  • Zal Brussel, zoals de federale regering, profiteren van de economische heropleving om de extra vrijgekomen middelen te spenderen aan de afbouw van het tekort?