Interpellatie
aan minister Brigitte Grouwels over
de rolstoeltoegankelijkheid van de MIVB
Naar aanleiding van een onderzoek naar rolstoeltoegankelijkheid
van de Lijn, rezen er enkele vragen omtrent de toegankelijkheid
van de voertuigen van de MIVB. Enkele recente cijfers van
de Lijn vertellen het volgende: 77% van de huidige voertuigen
is voorzien van een oprijplaat voor rolstoelgebruikers;
97% van de belbussen is toegankelijk, hiervan is 52% uitgerust
met een elektrische lift en 48% met een oprijplaat; per
jaar zijn er ongeveer 30 000 geregistreerde verplaatsingen
met een rolstoel op de belbus en 1 850 geregistreerde verplaatsingen
met een rolstoel op de lijnbus.
Er
blijkt uit recent verkregen cijfers dat het met de algemene
rolstoeltoegankelijkheid van de MIVB daarentegen niet optimaal
gesteld is. Om enkele voorbeelden te geven: in de metro
zelf maakt de ruimte tussen het perron en het metrostel
een volledig autonome toegang voor een rolstoelgebruiker
onmogelijk. Om dit te verhelpen biedt de MIVB deze klanten
weliswaar een begeleidingsdienst aan, maar als we weten
dat slechts één derde van de metrostations
zelf toegankelijk is voor rolstoelgebruikers, lijkt deze
dienst zeer beperkt; als we de bovengrondse haltes onder
de loep nemen, blijkt dat enkel lijn 71 als volledig toegankelijk
erkend wordt voor personen met een beperkte mobiliteit.
Ook
de minibusdienst, een initiatief dat reeds in 1978 werd
gelanceerd, is reeds meermaals in vraag gesteld. Knelpunten
van uiteenlopende aard werden vastgesteld: er is te veel
vraag en te weinig aanbod tijdens de piekuren; het is verplicht
om op voorhand geregistreerd te zijn alvorens gebruik te
kunnen maken van deze dienst; men moet lang op voorhand
reserveren, wat een goed uitgekiende planning van de gebruiker
noodzakelijk maakt; er kan enkel op weekdagen gebruik gemaakt
worden van de minibusdienst; de minibusjes verkeren in een
erg verouderde staat. Er rezen eveneens vragen omtrent een
samenwerking met andere gelijkaardige diensten.