Opiniestuk

Dienstencheques zijn bedacht voor strijkdiensten, kinderen opvoeden is een ander paar mouwen.


Na Vlaanderen duiken er ook in Brussel problemen op bij de adequate invulling van de kinderopvang. De VLD in Brussel bekijkt de kinderopvang vanuit een tewerkstellingsperspectief en pleit voor de invoering van het systeem van dienstencheques in deze sector. De Vlaamse kinderrechtencommissaris stelt terecht dat in dit debat de economische functie van de kinderopvang de bovenhand haalt op de sociale en pedagogische functie van de kinderopvang.

Voor CD&V primeert het belang van het kind, wat betekent dat er voldoende garanties moeten zijn voor een kwaliteitsvolle opvang, rekening houdend met de nood aan zorg, veiligheid, vertrouwdheid, contact, spel en de ontwikkelingscapaciteiten van het kind. CD&V verzet zich uitdrukkelijk tegen de invoering van het systeem van dienstencheques in de sector van de kinderopvang, immers hemden strijken is één ding, kleine kinderen begeleiden en stimuleren in hun ontwikkeling is een ander paar mouwen.

Tewerkstelling is uiteraard ook voor CD&V een topprioriteit in het Brussels Gewest. Wij pleiten echter voor meer jobcreatie in de bestaande kinderopvangvoorzieningen; niet alleen in de kinderdagverblijven maar ook in de sector van de sociale economie.
Tewerkstelling creëren via dienstencheques houdt een aantal gevaren in; vaak zijn de arbeidsvoorwaarden ondermaats, er worden soms onvolwaardige arbeidscontracten aangeboden en er zijn geen garanties op opleiding en vorming.
Vanuit syndicale hoek wordt meermaals deze problematiek, die inzonderheid in de interim-sector voorkomt, aangekaart.

CD&V Brussel zal zich ook verzetten tegen het voorstel van de VLD om de middelen, die bestemd zijn voor Gesco-banen in de sector van de kinderopvang - conform het Brussels Regeerakkoord - te reserveren voor flexibele kinderopvang via dienstencheques.

Momenteel wordt door de Universiteit van Gent een enquête uitgevoerd om de werkelijke behoefte aan kinderopvang in Brussel te onderzoeken. Deze resultaten zullen belangrijk zijn voor de onderhandelingen met Vlaams Minister Vervotte. De Vlaamse Gemeenschap heeft immers 6,6 miljoen euro uitgetrokken voor de creatie van 3000 nieuwe kinderopvangplaatsen in Vlaanderen en Brussel. Indien Minister Vervotte dit budget zou aanwenden voor kinderopvang via het systeem van dienstencheques dan kunnen er slechts 300 extra opvangplaatsen gecreëerd worden.
CD&V Brussel blijft voorstander van de organisatie van kinderopvang via collectieve voorzieningen omdat dit de beste kwaliteitsgaranties biedt en omdat het model gebaseerd is op een solidair systeem. Ouders betalen immers volgens hun eigen financiële draagkracht waardoor kinderopvang voor iedereen toegankelijk is. Dit in tegenstelling tot het systeem van de dienstencheques; één dienstencheque kost 6,7 euro per uur wat voor gezinnen met een beperkte financiële draagkracht onbetaalbaar is.
VLD pleit met haar voorstel dan ook voor het bevoordelen van bepaalde gezinnen die het zich financieel kunnen veroorloven een "nanny" aan te werven, weliswaar voor een groot deel ten laste van de belastingbetaler. Een dergelijke dualisering kan in geen geval voor CD&V.

We ontkennen niet dat er een tekort is aan flexibele en occasionele opvang. De huidige erkende kinderdagverblijven focussen zich teveel op de fulltime buitenhuiswerkende ouder met een nine-to-five-job.
CD&V pleit dan ook voor het uitbreiden van het aantal opvangplaatsen in de collectieve kinderopvangvoorzieningen en voor het flexibeler werken van deze voorzieningen.
Ook sociale economieprojecten in de sector van de kinderopvang moeten meer gepromoot worden; buurt- en nabijheidsdiensten zijn hiervan een goed voorbeeld.

Slechts in beperkte en uitzonderlijke gevallen kunnen dienstencheques aangewend worden in deze sector; we denken hierbij aan de opvang van kinderen 's nachts of indien het bestaande aanbod van "opvang zieke kinderen "ontoereikend is.

Dienstencheques zijn bedacht voor strijkdiensten, kinderen opvoeden is een ander paar mouwen.