Interpellatie aan minister Céréxhe over de maatregelen binnen het werkgelegenheidsbeleid om de Lissabondoelstellingen te halen


In 2000 werd op de Europese top van Lissabon beslist dat de EU uitgebouwd moest worden tot de meest dynamische en competitieve kenniseconomie ter wereld. Hieraan werden een aantal doelstellingen gekoppeld. Eén hiervan betreft de werkzaamheidsgraad. Doel was om op tien jaar tijd die werkzaamheidsgraad op te krikken tot 70%. Dergelijk streefcijfer biedt naast economische voordelen ook sociale voordelen. Meer mensen langer aan het werk vergroot de maatschappelijke draagkracht voor de sociale zekerheid.

In 2007 bedroeg de werkzaamheidsgraad in Brussel 54,8%, tegenover een gemiddelde van 62% op Belgisch en 65,4% op EU-niveau.

Om een topregio in de EU te blijven of worden heeft Vlaanderen een reeks maatregelen doorgevoerd in het kader van het plan Vlaanderen in Actie (VIA). Er wordt nagedacht over een nieuw arbeidsmarktbeleid dat gestoeld zou worden op Scandinavisch voorbeelden met volgende pijlers: een stevige individuele begeleiding van vroegtijdige schoolverlaters en oudere werkzoekenden en het uitbouwen van het recht op hertewerkstelling, outplacement en loopbaanadvies.

  • Bestaat er op Brussels niveau een concreet plan om de Lissabondoelstellingen te halen? Zo ja, uit welke componenten bestaat dit? Hoe wordt dit opgevolgd?
  • Welke doelstellingen stelt u voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest? Op welk percentage werkzaamheidsgraad mikt u tegen 2014?
  • Welk belang hecht u aan de begeleiding van oudere werkzoekenden? Hoe vertaalt dit zich in het beleid?
  • De Brusselse situatie inzake werkgelegenheid verschilt fundamenteel met die van Vlaanderen. Welke initiatieven werden genomen naar de federale minister van Werk om bestaande en eventueel toekomstige werkgelegenheidsplannen aan te passen aan en toe te spitsen op de specifieke Brusselse realiteit?