Interpellatie
aan minister-president Picqué over
de rol van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest
als brug tussen het Grootstedenbeleid en Beliris
In 1993 werd een akkoord gesloten tussen de pas opgerichte
federale staat en het Brussels Hoofdstedelijke Gewest. Doel
was “de uitstraling van Brussel als hoofdstad van
België en Europa verbeteren”. Beliris was geboren.
Hiervoor trok de federale overheid jaarlijks tientallen
miljoenen euro uit. In 2001 werd het Beliris-fonds opgericht,
waardoor niet-vastgelegde budgetten in de Beliris-pot blijven.
De opdracht van Beliris is met de jaren steeds verder uitgedeind.
Zo speelt Beliris een belangrijke rol in de wijkcontracten,
één van de speerpunten inzake de stadsherwaarderingspolitiek
van de Brusselse regering.
Tegelijkertijd
zette de federale regering in 1999 een grootstedenbeleid
op poten met twee hoofdopdrachten: enerzijds de steden als
economische gangmakers versterken en anderzijds stadsvlucht
tegengaan door de aantrekkelijkheid van de stad te verbeteren,
zowel inzake veiligheid als inzake levensomstandigheden
zoals sociale cohesie, kwalitatieve huisvesting en openbare
ruimtes.
Met
andere woorden, tussen de opdracht van Beliris – en
zeker in zijn ruimere interpretatie – en die van het
grootstedenbeleid zit er een groot stuk overlapping. We
vinden dat terug bij de wijkcontracten en het huisvestingsbeleid
in het algemeen (kwalitatieve huisvesting, renovatie en
uitbreiding woningpark). Daarnaast is er een evident raakvlak
in het domein van de inrichting van de openbare ruimte.
Het
zou interessant zijn als beide diensten zouden samenwerken.
Beliris heeft een jaarbudget van EUR 125 miljoen. Via het
grootstedenbeleid vloeide in 2008 EUR 16,2 miljoen naar
Brusselse gemeentes. Samen gaat het dus om zeer veel geld
(rond EUR 140 miljoen op jaarbasis). Het zou spijtig zijn
moesten beide instrumenten niet op elkaar afgestemd worden.