Interpellatie
aan Minister-President Charles Picqué over
de gemeentebelasting op GSM-masten
De meeste
gemeenten in het Brussels Gewest hebben een gemeentebelasting
op GSM-masten en relaisantennes voor mobiele telefonie en
telecommunicatie. Er stelt zich echter een probleem. In
verschillende vonnissen van eerste aanleg hebben rechters
geoordeeld dat deze masten of pylonen behoren tot de ‘bijhorende
uitrusting’ van telecomoperatoren, waarop geen belasting
mag worden opgelegd. Onlangs werd ook de gemeente Jette
hiervoor veroordeeld. De rechter baseerde zich op de artikelen
97 en 98 van de wet van 21 maart 1991 tot hervorming van
sommige overheidsbedrijven. Deze artikelen garanderen immers
de telecomoperatoren het vrije gebruiksrecht om kabels,
bovengrondse lijnen en bijhorende uitrusting aan te leggen.
Zij krijgen bovendien de garantie dat de overheid voor dat
gebruiksrecht geen belasting van welke aard ook mag opleggen
en dus ook niet op die masten en pylonen, aangezien deze
vallen onder de term ‘bijhorende uitrusting’.
Aan
de andere kant is er een uitspraak van het Europees Hof
van Justitie, als antwoord op een prejudiciële vraag,
dat zegt de gemeentebelasting op GSM-masten, zoals die voorkomt
in veel Belgische gemeenten, in principe niet onverenigbaar
is met de vrijheid van dienstverlening zoals gewaarborgd
in artikel 49 van het EG-verdrag, noch met de Europese richtlijnen
die de vrije mededinging in de sector van de telecommunicatie
garanderen. Er vormt zich met andere woorden geen probleem
om dergelijke taksen op gemeentelijk niveau te behouden.
Zoals
reeds gezegd, staat de gemeente Jette niet alleen. Er zijn
reeds meerdere gemeenten in ons land die hiervoor veroordeeld
zijn. Ze staan hier machteloos tegenover. Daarenboven zijn
deze taksen ook een bron van inkomsten voor de gemeenten.
De wet van 21 maart 1991 tot hervorming van sommige economische
overheidsbedrijven zou zodanig moeten aangepast worden dat
de gemeentelijke heffingen op GSM-antennes en relaisantennes
geen juridische problemen meer veroorzaken.
Daarom de volgende vragen aan u, Minister-President: