Interpellatie aan de leden van het Verenigd College Grouwels en Huytebroeck over het actueel winterplan voor de daklozen en de oprichting van een Openbare Dienst voor Sociale Urgentie


Met de winter in het -zeer nabije- vooruitzicht, dient het winterplan voor de thuis- en daklozen opnieuw onder de loep genomen te worden. Uit de telling van vzw La Strada van november 2008 bleek immers dat er nog een relatief groot aantal mensen letterlijk op straat en in kraakpanden moest slapen.
Een bijkomend probleem is dat er systematisch te weinig opvangplaatsen van Fedasil blijken te zijn. Gevolg hiervan is dat deze mensen vaak terecht komen in de Brusselse opvangcentra die bedoeld zijn voor de “Brusselse daklozen”. Deze mensen op straat in de kou laten staan is echter geen menswaardig alternatief. Een straatje zonder einde, zo lijkt het wel, waardoor de problematiek veel gecompliceerder wordt.

-Is er reeds een actueel winterplan uitgewerkt, rekening houdende met het groot aantal asielzoekers dat gebruik maakt van de Brusselse opvangcentra?

-Zijn er reeds contacten geweest met de federale minister bevoegd voor asiel en migratie om dit probleem te bespreken en naar een gezamenlijke oplossing te zoeken?

-Het Verenigd College heeft tijdens de vorige legislatuur samen met het CDSH/SAMU een mechanisme uitgewerkt dat voorziet in een uitbreiding van het aantal bedden in de wintermaanden, onder andere de opvang in hotels als de opvangcentra vol zitten, aldus voormalig lid van het Verenigd College Pascal Smet, in zijn antwoord op mijn interpellatie van 14/01/09. Het Verenigd College zal deze hotelkosten blijkbaar voor zijn rekening nemen, aldus de heer Smet. Hier kunnen toch wel enkele vraagtekens bij geplaatst worden aangezien de overbezetting voor een –niet gering- deel komt door de zeer gebrekkige organisatie op federaal niveau hieromtrent.

In de opsomming van de prioriteiten van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie voor de jaren 2009-2014 wordt er uitgebreid aandacht geschonken aan de problematiek rond thuis- en daklozen. Meer specifiek wat betreft noodopvang (normaalgesproken vooral in de winterperiode) wordt er gesproken over de aanmoediging van het Verenigd College voor de oprichting van een Openbare Dienst voor Sociale Urgentie (ODSU). Deze dienst zou fungeren als een soort van coördinerende entiteit, zodat de reeds bestaande instrumenten (o.a. vzw Hoeksteen, vzw Hobo) in Brussel op een meer efficiënte en coherente manier bestuurd/gebruikt kunnen worden. Dit op een manier dat het specifieke karakter van de verschillende instrumenten niet in het gedrang komt.
De ODSU zou opgericht worden door de OCMW’s. Buiten een algemeen coördinerende functie zou de ODSU eveneens het beheer van alle noodopvangplaatsen voor zijn rekening nemen, wat de efficiëntie alleen maar ten goede zou komen.
Ook de Brusselse Welzijnsraad benadrukte in zijn memorandum van de regionale verkiezingen van juni 2009 dat de Brusselse thuisloze sector een voorbeeld is van samenwerking over de taalgrenzen heen, maar dat de intersectorale samenwerking veel moeizamer verloopt. Een overkoepelend/coördinerend orgaan kan hier de oplossing bieden.
Helaas is er van de eigenlijke oprichting van de ODSU nog niets in huis gekomen, hoewel er al langere tijd over gesproken wordt. Het lijkt echter van groot –menselijk- belang dat dit snel gebeurt, zeker gezien de aankomende wintermaanden. Maar 19 OCMW’s laten samenwerken, vergt blijkbaar heel wat tijd.

  • Heeft het Verenigd College al verdere stappen ondernomen inzake de oprichting van de ODSU?
  • Welke OCMW’s tonen zich niet bereid tot deze samenwerking? Waarom niet?
  • Wat zijn de (overige) onderliggende redenen waardoor men nog daadwerkelijk niet is overgegaan tot de oprichting?