Tussenkomst
beleidsverklaring Raad van de VGC
Mevrouw
de Voorzitter,
Geachte
collega’s,
Als
CD&V-fractie zijn we blij dat de beleidsverklaring 2009-2010
in het teken staat van verbondenheid. In een stad met bevoegdheden
die versnipperd zijn over verschillende bestuursniveaus,
met een constante dreiging op communautair gehakketak en
vooral met een groeiende sociale dualisering doet het deugd
te zien dat het VGC-college voor verbondenheid kiest. Deze
beleidsverklaring is, zoals u zelf zegt, een beknopte weergave
van de toekomstige beleidslijnen. We kijken dan ook uit
naar de beleidsnota’s die u volgend jaar zal voorleggen.
Ons
stadsgewest is de jongste regio van België. Dit zorgt
voor uitdagingen inzake kinderopvang en onderwijs, maar
het biedt ook enorme troeven. Brussel is inderdaad een dynamisch
en creatief gewest en onze fractie is blij dat de VGC hieraan
wil samenwerken. Een samenwerking die niet op een top-down-redenering
gebaseerd is, maar op een even¬wichtig partnership tussen
overheid en vrijwilligers, lokale bewegingen en verenigingen.
Op verbondenheid. In dit verband is CD&V een krachtig
pleitbezorger van het sluiten van samenwerkingsakkoorden
met andere overheden om de planlast van verenigingen om
te zetten in planlust. Alles staat of valt echter met een
goed werkende administratie. Het is be¬langrijk dat
het College het personeelsplan verder uitvoert en hierdoor
de onzekerheid bij het personeel wegneemt.
Voor
onze fractie is het van cruciaal belang dat bij de hervorming
van de gemeenschaps¬cen¬tra voldoende rekening wordt
gehouden met de specifieke dynamiek van het gemeen¬schaps¬leven
en de verenigingen waarvoor elk gemeenschapscentrum het
ankerpunt is. Er moet, met andere woorden, voldoende rekening
gehouden worden met de eigen dynamiek van het plaatselijk
socio-culturele leven. Vanuit onze bekommernis voor een
verbonden Brussel blijven we pleiten voor het bottom-up-model.
We horen dat aan de dienst gemeen¬schapscentra van de
administratie heel wat nieuwe verant¬woordelijkheden
zouden worden toegekend. Onze fractie pleit ervoor dat deze
dienst een ondersteunende rol naar de gemeenschapscentra
krijgt en geen sturende.
Onze
fractie zal erop toezien dat bij de opmaak van de verschillende
beleidsplannen binnen de beschikbare budgetten rekening
gehouden wordt met de basis. Daarnaast is de verdere vernieuwing
van infrastructuur een belangrijke pijler. Terecht wordt
in een aantal gemeenschapscentra zoals De Kroon en Nekkersdal
extra geïnvesteerd inzake infrastructuur. Daarnaast
moeten we ook de ambitie hebben nieuwe projecten te realiseren.
Een outdoor wielerpiste, waarvan sprake in het regeerakkoord,
staat hierbij hoog op ons verlanglijstje. Graag had ik wat
meer toelichting gekregen bij uw voornemen om samenwerkingsakkoorden
met andere subsidiërende overheden af te sluiten in
het kader van het investeringsbeleid.
Verbondenheid
in een stad hangt samen met spreiding van welvaart en welzijn.
Werkgele¬genheid is de katalysator van deze spreiding.
Maar alles begint met een goede opleiding. Ons onderwijs
moet het uithangbord bij uitstek blijven, waarbij het evenwicht
tussen kwaliteit en kwantiteit be¬waard wordt. De opwaardering
van TSO en BSO verdient hierbij bijzondere aandacht.
De
CD&V-fractie onderschrijft het concept ‘brede
school’ en het belang van contact met het Nederlands
buiten de schoolmuren en –uren. In dit kader kan ook
gedacht worden aan het polyvalent gebruik van de schoolinfrastructuur,
mits dit voor de scholen praktisch en financieel haalbaar
is.
U
legt, in het stukje over het capaciteitsprobleem van ons
onderwijs, terecht de vinger op de wonde. Het Nederlandstalig
onderwijs is spijtig genoeg het slachtoffer van haar eigen
succes. Niet enkel de uitbreiding, maar ook de renovatie
en aanpassing van de bestaande infrastructuur moet blijvend
aangemoedigd worden. We betreuren het een beetje dat u in
uw beleidsverklaring niets zegt over het inschrijvingsbeleid.
We moeten blijvend aandacht hebben voor deze problematiek
en er bij de Vlaamse collega’s op aandringen het Brussel
luik van het GOK-decreet te herzien. Van onze kant moeten
we onze Nederlandstalige ouders warm maken hun kind in het
Brussels Nederlandstalig onderwijs in te schrijven en hen
niet in de Rand te laten schoollopen. Enkel op die manier
kunnen we tot een evenwichtige mix van Nederlandstalige
en anderstalige kindjes komen. Beide groepen plukken hiervan
alleen maar de vruchten.
Verbondenheid
komt eveneens tot uiting in de manier waarop we met de sociaal
zwakkeren omgaan. We zijn daarom enthousiast over de klemtoon
op het welzijns- en gezondheidsbe¬leid in deze beleidsverklaring.
Onze oudere generaties moeten zo lang mogelijk thuis kunnen
blijven wonen. De ondersteuning vanuit de woonzorgzones
en lokale dienstencentra is hier¬bij van onschatbare
waarde. We onderschrijven de hoge ambities bij het verder
uitbouwen van de woonzorgzones en de uitbreiding van het
aantal lokale dienstencentra.
Ons
jonge gewest heeft ook nood aan bijkomende plaatsen in kinderdagverblijven
en buiten¬schoolse opvang. Dit moet één
van de prioriteiten van de VGC zijn. Gebrek aan deze ¬infra¬structuur
vormt immers een belangrijke reden waarom jonge gezinnen
Brussel verlaten. Naast de bouw of verbouwing van nieuwe
of bestaande kinderopvang pleit onze fractie voor een actief
beleid inzake taalondersteuning in de kinderopvang. Dit
speelt immers een belangrijke rol in de taalontwikkeling
en –ondersteuning van jonge kinderen en kan daarom
beschouwd worden als nuttige ondersteuning van het Nederlandstalig
onderwijs.
Collega
Bianca Debaets gaat straks nog dieper in op de beleidsdomeinen
onderwijs en gezondheid.
Tenslotte
schraagt CD&V ten volle de inspanningen om de participatie
van etnisch-culturele minderheden te vergroten. De versterking
van het allochtoon middenveld en het slaan van bruggen tussen
dit veld en het reeds bestaande autochtone middenveld is
cruciaal. Een ver¬bonden Brussel zonder verbondenheid
tussen de verschillende culturen is immers een utopie.
U
kan alvast rekenen op de steun van onze fractie.