Dringende vraag aan Minister-president Charles Picqué over
de uitbreiding van de kinderdagverblijven


In Le Soir stelt u dat er vanwege de bevolkingsboom tegen 2014 2.854 plaatsen in de kinderdagverblijven bij moeten komen teneinde één derde van de Brusselse kinderen te kunnen blijven opvangen. U pleit voor een versoepeling van de normen van het Office national de l’enfance (ONE) en een grotere tegemoetkoming van de Franse Gemeenschap ten opzichte van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Deze punten zouden ter sprake gekomen zijn bij een overleg met de regering van de Franse Gemeenschap.

Kinderdagverblijven zijn overduidelijk een gemeenschapsmaterie. U kan hierover wel bekommerd zijn, maar het beleid terzake behoort de Franse en Vlaamse Gemeenschap en/of hun pendanten in Brussel toe. U hoort het goed: de Franse én Vlaamse Gemeenschap.

  • Waarom wordt met geen woord gerept over de Vlaamse Gemeenschap? Plant u ook met hen en Kind en Gezin overleg over deze kwestie?
  • Heeft u overlegd met uw Brusselse collega-ministers, bevoegd voor kinderdagverblijven in de gemeenschapscommissies: minister Grouwels (VGC) en minister Kir (Cocof)?
  • Welke verdeelsleutel zou u hiervoor voorzien?
  • Minister Cérexhe pleit intussen voor een Staten-Generaal inzake de bevolkingstoename. Is dit een regeringsstandpunt? Worden voor de gemeenschapsmateries ook de bevoegde ministers hierbij betrokken?
  • De bevolkingstoename wordt in het regeerakkoord terecht genoemd als één van de vijf grote uitdagingen. Wie coördineert de aanpak hiervan? Bestaat hierover regelmatig overleg binnen de regering? Hoe zal het parlement hierbij betrokken worden?