Opinie
De
Kopenhagendoelstellingen: (sur)realisme troef…
04-02-2010
Realistische standpunten zijn niet per definitie gelijk
aan populaire standpunten, integendeel. Dat is gebleken
uit de reacties na de tussenkomst van Brussels parlementslid
Brigitte De Pauw over de Kopenhagendoelstellingen voor het
Brussels Gewest.
Zoals
intussen alom bekend is, heeft men op de Top van Kopenhagen
van december 2009 geen verdrag kunnen bereiken. Dat wil
echter niet zeggen dat de besprekingen en de daaruit voortgekomen
intentieverklaring als gebakken lucht omschreven dienen
te worden.
Jammer genoeg lopen de meningen uiteen, en dit op alle niveau’s.
Op mondiaal
vlak weigerde China om maatregelen te treffen die schadelijk
zouden kunnen zijn voor hun economie. De Verenigde Staten
reageerden hier op hun beurt op met een duidelijke “njet”:
indien China zich niet engageert, zij evenmin.
Maar
ook binnen de Europese Unie bestaat er onenigheid. De vooropgestelde
doelen van een CO2-reductie van 20% tegen 2020, waarbij
een reductie van 30% niet wordt uitgesloten indien er een
wereldwijde consensus is, blijft de mainstream-visie. Enkel
Polen en Italië pleiten voor een maximale reductie
van 20% (en sluiten hierbij een 30%-norm volledig uit).
Frankrijk en Groot-Brittannië ijveren echter voor een
reductienorm van 30%, ongeacht een consensus op wereldvlak.
Op landelijk
niveau tenslotte wil men het in België maar niet eens
worden. Het federale en het Vlaamse niveau pleiten, in de
algemene lijn van de EU, voor de invoering van een CO2-reductie
van 20%, maar met een mogelijke optrekking tot 30% indien
er aan de intussen gekende voorwaarde voldaan wordt. Brussel
en Wallonië houden echter hardnekkig vast aan de 30%-norm.
Een soort van blinde, onbesuisde ambitie? Daar lijkt het
althans sterk op. Uiteraard maakt men zich populair bij
het electoraat door grootse, “pro-milieu” standpunten
in te nemen en te verdedigen, maar het behoud van tenminste
een vleugje realisme in hun betoog zou geen overbodige luxe
zijn. De bevoegde Waalse en Brusselse ministers –niet
toevallig beiden Ecolo’ers- zouden hieromtrent beter
een voorbeeld nemen aan hun collega’s van de andere
niveau’s, waar er blijkbaar wel nog ruimte is voor
enige vorm van gezond verstand en economisch inzicht. Het
feit dat Ecolo in de Kamer de resolutie in kwestie mee heeft
goedgekeurd, maakt het verhaal van ministers Huytebroeck
en Nollet er evenmin beter op…
Voor
alle duidelijkheid: de Brusselse CD&V-fractie staat
vanzelfsprekend voor de volle 100% achter de invoering van
de 30%-norm, indien er natuurlijk sprake zou zijn van een
wereldwijde consensus. Nogmaals, het gaat hier op geen enkele
manier over het ontlopen van een belangrijke verantwoordelijkheid,
maar over het voeren van een coherent, verstandig en realistisch
klimaatbeleid.
Om nog
even terug te grijpen naar het –voorlopig- ontbreken
van een wereldwijde consensus: een kritische lezer stelde
dat de Europese Unie een voorbeeldfunctie heeft en de 30%-reductie
integraal dient in te voeren. Dit zou een mobiliserend effect
hebben op de andere landen. Het idee dat China en de VS
zich plots zullen “bekeren” en een sterk engagement
voor een CO2-reductie van 30% op zich zullen nemen omdat
de EU dit doet, getuigt toch van enige naïviteit.
Brigitte DE PAUW
Brussels Volksvertegenwoordiger
Fractievoorzitter CD&V
Schepen Jette