Opinie
- Brusselse sportclubs tussen hamer en aambeeld
De voorbije
week was er heel wat ophef over de oprichting van de Vlaamse
voetballiga. Terecht? De Belgische voetbalbond is samen
met hockey en boksen nog de enige unitaire federatie. Voor
alle andere sporten is er reeds een Franstalige en een Vlaamse
vleugel. Sport is nu eenmaal een gemeenschapsbevoegdheid
met andere decreten in het Noorden en Zuiden van België.
Een aparte bond voor Vlaanderen en Wallonië, het is
dus niets nieuws.
Maar
wat met Brussel? Brigitte De Pauw bekijkt de zaak vanuit
een andere invalshoek: In het Brussels Gewest wonen
1 miljoen mensen, Franstaligen, Nederlandstaligen en anderstaligen.
Elk kind moet in ons gewest alle kansen krijgen om zijn
of haar talenten maximaal te kunnen ontplooien, of dat nu
intellectuele, muzikale of sportieve talenten zijn. Momenteel
krijgen onze Brusselse kinderen met een sportief talent
zeker niet alle kansen. Voor sommige sporttakken is Brussel
een blinde vlek; denk maar aan gymnastiek. Dat bleek ook
uit de hoorzitting die ik samenriep in de commissie sport
van de Raad van de VGC. Ook mensen met een handicap moeten
naar de Rand om te kunnen sporten.
In
het ophef rond de opstart van een Vlaamse voetballiga ziet
De Pauw een kans om de bestaande problemen bij de sportclubs
in Brussel op tafel te gooien. Brigitte De Pauw: Het
is al lang zo in de andere sporttakken dat de Brusselse
clubs moeten kiezen voor de Vlaamse of Franse Gemeenschap.
Voor onze Brusselse clubs is dat een probleem.
Een
sportclub kan geen subsidies krijgen van beide gemeenschappen.
Voor vele Brusselse clubs is dit een probleem omdat ze zowel
Nederlandstalige als Franstalige leden hebben en geen van
beide groepen willen wegduwen; in tegendeel ze willen openstaan
voor iedereen.
De
Pauw: Ik pleit niet voor een regionalisering van de
sport. Het is mijn mening dat sport een gemeenschapsmaterie
moet blijven. Maar het moet wel mogelijk zijn voor Brusselse
clubs om zich zowel bij de Vlaamse als de Franse gemeenschap
aan te sluiten; natuurlijk moet elke club volledige transparantie
geven in de subsidies die ze van de andere gemeenschap krijgt.
Een tweede probleem is het verspreide sportbeleid in ons
gewest: zowel de gemeenten, de COCOF, de VGC. de Vlaamse
Gemeenschap als het Brussels Gewest houden zich bezig met
sportbeleid. Het is een dergelijk ingewikkeld kluwen geworden
dat de meeste sportfederaties verloren lopen in de regelgeving
en Brussel uiteindelijk links laten liggen. Ik pleit er
dan ook voor dat het gewest het initiatief neemt om een
samenwerkingsakkoord te sluiten met beide gemeenschappen
om tot een coherent sportbeleid te komen in het Brussels
gewest.
Brigitte
De Pauw stelde hierover gisteren een vraag in het Brussels
parlement. Het Brussels Gewest gooit nu immers al veel geld
op tafel om de Brusselse sportclubs te ondersteunen. Minister
Vanhengel gaf toe dat een gemeenschapskeuze voor de
Brusselse clubs zeer moeilijk en onnatuurlijk
is.
Brigitte
De Pauw stelde hierover ook een vraag in de Raad van de
VGC aan minister van sport, Pascal Smet. Hij was het eens
met Brigitte De Pauw en zei: Ik stel voor dat hij
(Michel Daerden) ons en alle andere betrokken overheden
eens rond de tafel brengt, dan zullen we ervoor zorgen dat
deze ontwikkeling voor Brussel een kans wordt om het sportbeleid
nog te versterken. De Pauw reageerde blij op
dit voorstel van minister Smet en hoopt dat er hierover
inderdaad snel een overleg tussen alle betrokken overheden
zal georganiseerd worden.
Brigitte De Pauw
Brussels
volksvertegenwoordiger CD&V