Opinie
Brussel
– vooruit !!
6 december 2009
Brussel
staat stil. In de week ’s ochtends en ’s avonds.
Op zaterdag vaak een hele namiddag. Een parkeerplaats zoeken,
is meestal een nachtmerrie. Niet alleen in de vijfhoek,
maar in bijna het hele gewest. Het autoverkeer moet teruggedrongen
worden, daarover is zowat iedereen het intussen eens. De
vraag is echter: hoe?
De
laatste maanden worden geregeld proefballonnetjes opgelaten
over de invoering van een stadstol. Bij dit systeem wordt
een perimeter afgebakend. Iedereen die met de wagen de vastgelegde
zone wil binnenrijden dient een bijdrage/belasting/tol te
betalen. Er kan ge¬speeld worden met variabele tarieven,
naargelang de aard van de wagen, het moment waarop gereden
wordt en de regelmaat hiervan. De kern van de zaak is echter
dat mensen die niet ín Brussel wonen, maar er om
één of andere manier wel moeten of willen
zijn, onderworpen worden aan een heffing. Wie betaalt dus:
winkelaars, museumbezoekers, concertgangers en … pendelaars.
En
daar duikt het eerste addertje uit het gras op. Want als
mensen hun winkel- en uitgaans¬gewoontes nog kunnen
heroriënteren naar steden als Luik, Antwerpen, Gent
of Leuven, kunnen pendelaars dit niet. Hun baan is nu eenmaal
in Brussel, ze móeten er heen. En wie zijn die pendelaars:
hoofdzakelijk Vlamingen. Wie toonde zich weer aanhanger
van een stadstol? Juist ja, FDF-staatssecretaris Clerfayt
en FDF-voorzitter Maingain. Verdere com¬mentaar hierbij
is overbodig.
Maar,
los van het communautaire, dient ook nagedacht te worden
over de reële impact van een stadstol op het verkeer
in Brussel. Stel dat een stadstol minder auto’s doet
binnenstromen in ons gewest, rijden er dan ook effectief
minder auto’s op de Brusselse wegen? Dat lijkt me
onzeker. Brusselaars die nu misschien drie keer nadenken
voor de wagen te gebruiken, zouden wel eens verleid kunnen
worden opnieuw in de auto te stappen. Im¬mers, door
het (tijdelijk) gedaald aantal binnenkomende auto’s
is het opnieuw (even) doen¬baar geworden op de weg.
Waarna de Brusselse auto de plaats inneemt van de Waalse
of Vlaamse en onze stad opnieuw dichtslibt.
Uiteraard
zijn er nog argumenten die tegen een stadstol pleiten: de
kans is reëel dat Brussel als winkelstad links wordt
gelaten. Antwerpen, Gent en Luik maar ook regionale steden
als Leuven, Mechelen en Aalst kunnen zich bij de invoering
van een stadstol in de handen wrijven. Een afname van de
commerciële aantrekkingskracht van Brussel zou ernstige
gevolgen hebben voor de – nu al precaire – socio-economische
situatie van ons gewest. We kunnen dit risico gewoon niet
nemen. Kortom, een stadstol: neen bedankt.
De
enige echte toekomstgerichte oplossing bestaat uit het invoeren
van een ‘intelligente kilo¬meterheffing' of het
‘slim rekeningrijden’. Hierbij wordt uitgegaan
van vanzelfsprekende prin¬cipes: niet het bezitten van
een auto wordt belast, wel het gebruiken ervan; autorijden
in de spitsuren kost meer dan in de daluren; en modellen
die een grotere milieu-impact hebben worden zwaarder belast.
Nederland heeft dit al begrepen en voert vanaf 2012 de slimme
kilometerheffing in. Het kan daarbij rekenen op een ruim
maatschappelijk draagvlak, waartoe ook de automobilistenvereniging
gerekend kan worden. Het zou logisch zijn dat België
bij dit initiatief aansluit. Op termijn zou het ideaal zijn
moesten ook Luxemburg, Duitsland en Frankrijk aansluiten.
De
invoering van een slimme kilometerheffing in heel België
leidt tot een win-win-situatie: Brussel krijgt geen concurrentienadeel
van steden die geen stadstol zouden invoeren, Brusselaars
zullen nog steeds drie keer nadenken vooraleer de auto in
de stad te gebruiken en pendelaars zijn meer geneigd met
het openbaar vervoer te reizen, waardoor ze de kilometerheffing
ontwijken. Bovendien profiteert ook ons leefmilieu, want
naast een te verwachten daling van het aantal personenwagens
zal ook de vervuilingsgraad van de wagens verder dalen,
gezien milieuvriendelijke wagens minder moeten betalen.
Waarop wachten we nog?
Brigitte DE PAUW
Brussels Volksvertegenwoordiger
Fractievoorzitter CD&V
Schepen Jette