
|
Voor het klooster van Heule gesticht werd was er de 'armschool'. Deze
werd in 1809 opgericht en moest dienen als werkplaats voor arme wezen.
Jongens en meisjes, allemaal arme wezen of behoeftigen van de parochie,
kwamen er spinnen. Terzelfder tijd onderwees men de kinderen in de
kristelijke lering en later leerde men hen ook lezen en schrijven. De eerste schoolvrouw werd Catharina Dumoulin. Nadien werd Amelie Wittebolle schoolvrouw. Naast de bestaande armschool had Agatha Lagae een zondagschool opgericht. De armschool had immers hulp nodig. In 1833 belegde Aghata Lagae in haar ouderlijke woonst een vergadering om over de armschool en over de zondagschool te spreken. Op deze bijeenkomst waren naast Aghata en haar zus Amelie ook nog Amelie Wittebolle, Constantina Tuyttens, Sophie Tuyttens en Constantina Holvoet aanwezig. Het was in deze vergadering dat in feite de stichting van het klooster van Heule plaatsvond. Agatha Lagae werd toen reeds door de overigen aangewezen als "Moeder Agatha". |
![]() |
|
Het was pastoor E.H.
Denorme, ingelicht door mej. Amelie Wittebolle, die de nodige
maatregelen trof om in Heule een klooster op te richten. Pastoor Denorme
zocht in mej. Juliana Dinnecourt een waardige medestichteres van de
zusters van Heule. Juliana, onder vriendinnen aangesproken als Julie, werd in Heule geboren in 1811. Haar ouders waren Joannes Babtiste Dinnecourt en Angela Carpentier. Julie was de zus van Ursula Dinnecourt, stichteres van de kapel en het klooster van Heule-Watermolen. |
|
|
Op 7 januari 1834
trokken Aghata en Julie naar de armenschool om er de zware taak die hen
vertrouwd was op zioch te nemen. Ze lieten de oude gebouwen van de
armenschool afbreken en richtten op 2 april een spin- naai- en
breischool op voor arme kinderen, zowel jongens als meisjes. Op 21 september van 1834 kwam een derde jonge dame de rangen versterken: mej. Melanie Cannaert, geboren in Wevelgem, maar reeds geruime tijd woonachtig in Heule. Melanie zorgde voor toezicht bij de maaltijden en nam de taak van de voorbereiding van de kinderen op hun eerste communie op zich. |
|
![]() |
Op 31 oktober 1834, na de voltooiing van de nieuwe schoolgebouwen, werd een wezenhuis voor meisjes opgericht. In 1936, op uitdrukkelijk verzoek van de burgerij, werd een Meisjesburgerschool opgericht. Deze burgerschool werd snel vermaard en was de aanzet van wat later het pensionaat zou worden. De schoolvrouwen waren echter niet zo opgezet met die uitbreidingen. Ze hadden bij voorkeur de arme kinderen opgezocht en waren met dat werk tevreden, maar het werk was gegroeid en er moest verder gegaan worden. De schoolvrouwen zochten alleen God te dienen en zijn leer in de zielen van de arme kindren in te prenten. |
|
Om hun doel beter te
kunnen bereiken, dachten de schoolvrouwen eraan om een soort reglement
aan te nemen om beter gezamenlijk onder één en dezelfde levenswijze te
leven. In samenspraak met pastoor Denorme hebben ze een regel opgesteld
en werd de heilige Vincent a Paulo als patroon van hun gemeenschap
aangenomen. Die regel werd door de toenmalige bisschop van Brugge: mgr.
Boussen goedgekeurd op 26 oktober 1936. Op 26 januari 1837 werd een kapel ingewijd en op diezelfde dag ontvingen de drie schoolvrouwen het kloosterkleed. In datzelfde jaar ontvingen nog twee zusters het kloosterkleed: zr Rosalie en zr. Theresia.. Na het noviciaat werden de eerste 4 zusters, Aghata, Juliana, Malanie en Rosalie geprofest op 2 juli 1838. Deze datum wordt als de officiele stichtingsdatum van het Klooster der Zusters van Liefde van Heule beschouwd. |
|
| In 1847 was het aantakl zusters tot 18 aangegroeid, maar er was zeker werk voor een dertigtal. Met 510 intredingen tussen 1838 en 1914 stonden de Zusters van Liefde van Heule in het bisdom aan de spits inzake aantal roepingen. | |
| In 1853 kwam een verzoek van pastoor E.H. Goethals van Otegem om in Otegem een bijhuis van de Zusters van Liefde van Heule op te richten. Moeder Aghata was er eerst niet voor te vinden, want er was in Heule werk genoeg. Op aandringen van pastopor Goethals en later ook van bisschop Malou werd op 15 oktober 1853 dan toch een eerste bijhuis van de zusters in Otegem opgericht. Zuster Lucie en zuster Scholastica waren de eerste zusters die vanuit het hoofdklooster uitgezonden werden. |
![]() |
| In 1928, tijdens het bestuur van Moeder Marie-Lucrèse, werd op vraag van Mgr. Van Nuffel een eerste missiepost opgericht in Doornspruit, Noord-Transvaal. 5 zusters waren al op 27 november uit Rotterdam vertrokken en vestigden zich begin januari in 'farm Doornspruit' zo'n 33 kilometer van Pietersburg. Toen de eerste zusters naar de missies vertrokken was dat een 'afscheid voor het leven'. Pas in 1946, onder Moeder Marie-Serena, werd een regeling getroffen zodat de missiezusters de kans kregen om in Vlaanderen met vakantie te komen. Er werden uiteindelijk 12 missieposten opgericht, 6 in Transvaal en 6 in Zaïre. | |
| De laatste decenia heeft de kongregatie van de Zusters van Liefde van Heule zich meer en meer gericht op de gezondheiszorg. Zo werd in 1934 het ziekenhuis Maria's Rustoord opgericht in Roeselare en werd in 1938 in Kortrijk het ziekenhuis Maria's Voorzienigheid opgericht. Vanaf 1942 werd een eerste inrichting van Het Wit-Gele Kruis in het bijhuis van Lauwe opgezet. In 1943 was Heule aan de beurt en van toen af waren de zusters onmisbaar voor de zieken ter plaatse. | |
![]() |
Al die jaren zijn de zusters in Heule ook begaan gebleven met het katholiek onderwijs. Zo werden in 1962 nieuwe gebouwen in gebruik genomen voor het kleuter en lager onderwijs en op die manier was er meteen meer plaats in de oude gebouwen voor het secundair onderwijs. Het internaat bleef bestaan tot 1981. Na die sluiting werden de slaapzalen omgebouwd tot klaslokalen. |
|
Met dank
aan de Heemkundige kring: 'Langs d'Heuleboorden' die in 1988 twee
uitgaven aan het Heulse klooster wijdden |
|
|
|
|
| zusters@zustersvanliefdeheule.be |
Laatst aangepast op:
25/05/2008
webmaster: webmaster@zustersvanliefdeheule.be |
|
Zusters van Liefde Mellestraat 1 8501 - Heule tel.: 056/35.00.72 |