Gezien de zusters van Liefde van Heule de caritas hoog in hun vaandel plaatsten, kozen ze de heilige Vincentius a Paolo als hun beschermheilige.
De heilige Vincentius a Paolo werd geboren in 1581 in het stadje dat sinds 1828 St.-Vincent de Paul heet. In 1600 werd hij priester gewijd.
Vanaf 1605 verbleef hij in Rome waar hij in de handen viel van Turkse zeerovers die hem in Tunis als slaaf verkochten. In 1607 wist Vincent te ontvluchten van de slavenhandelaars.
In 1612 werd hij pastoor in Clichy en een jaar later huiskapelaan en leraar van de gegoede familie Gondi. In 1617 stichtte hij een vrouwenvereniging die zich bezighield met de zorg voor armen en zieken.
In 1619 kreeg hij de moeilijke taak op zich om als hoofdaalmoezenier te gaan zorgen voor de galeislaven. Hij voelde zich met deze mensen, die onmenselijk hard moesten werken op de galeien, zeer verbonden en hij deed er alles aan om hun lot enigszins te verbeteren.
Ook trok hij van parochie naar parochie en preekte hij er gedurende drie dagen om de gelovigen de kans te geven orde op hun geloofszaken te stellen, de zogenaamde volksmissies. Tevens verbeterde hij de organisatie en opleiding van de priesters.





