![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
| » De Gaasvlieg | » De Sluipwesp | |
| » De Plakker | » De Bladsnuitkever | |
| » Magnesiumgebrek | » Mangaangebrek | » Kaliumgebrek |
| » Fruitmot | » Kanker | » Schurft | » Witziekte |
| » Appelstippelmot | » Appelbloesemkever | » Rose Appelluis | » Appelvouwmijnmot |
| » Perenprachtkever | » Perenbladgalmug | » Perenroest | » Fruitmot |
| » Hagelschotziekte | » Gomziekte | » Monilia | » Kleine Winter Vlinder |
| » Okkernoot Bladgalmijt | » Brandvlekkenziekte | » | » |
| » Bessenglasvlinder | » Bloedblaarluis | » Kleine Bessenluis | » Bessen Bladwesp |
| » Alsemthee | » Heermoesthee | » Knoflookaftreksel |
| » Smeerwortelgier | » Boompap | » |
| Gaasvlieg. | |
![]() |
Nut:De larven zuigen bladluizen en bladvlooien uit. Eet in 2, 3 weken, 500 bladluizen per larve.
Leefwijze: De gaasvlieg (ongeveer 15 mm, groen, glasheldere vleugels met netvormige aders) zet in het voorjaar eieren af in de buurt van bladluiskolonies. De eieren komen afzonderlijk voor op een steeltje of in bundels op steeltjes. De larve begeeft zich via de eisteel naar de bladluiskolonie. Overwinteren binnenshuis of onder hopen organisch materiaal. Maatregelen ter bevordering:
|
| Sluipwesp. | |
![]() |
Nut:Parasiteert zeer veel insectensoorten bvb. bloed, en bladluizen, vruchtbladroller, appelbladmineerder, ··· (komt voor op allerlei fruitplanten).
Leefwijze: Het bevruchte vrouwtje overwintert onder stukje schors, mos, pol gras, ··· Ook zijn er soorten die als pop in een bladluismummie overwinteren. Het vrouwtje legt met haar legboor een ei in haar prooi (gastheer). Deze gastheer blijft in de meeste gevallen een tijdje voortleven. Elke sluipwesp is gebonden aan een bepaalde omgeving en treedt in bepaalde periodes van het jaar op. De lengte van sluipwespen varieert van 0,4 mm tot 10 mm. Ze hebben lange antennes waarmee ze hun gastheer of de geïnfecteerde plant ruiken. Het aantal generaties per jaar hangt af van de soort. Maatregelen ter bevordering:
|
| De Plakker. | |
![]() |
Herkenning aantasting:Rupsen vreten bladmoes en zijnerven weg (Op allerlei bladverliezende bomen waaronder fruitbomen).
Leefwijze: Overwintert als ei (witte hoopjes bedekt met haren) op stam en takken. De rupsen ontluiken vanaf april. De rupsen eten alleen ´s nachts en kruipen tegen de ochtend naar beneden om te groeperen in nesten aan de voet van de bomen of dikke takken. De rupsen zijn harig en staan op blauwe wratten van de eerste vijf lichaamsringen en op rode wratten van de volgende lichaamsringen. De rupsen verplaatsen zich over spinseldraden van tak tot tak en over de grond. De verpopping gebeurt in juni, juli. De vlinders (roomwit met bruine golvende lijnen voor het vrouwtje en bruin met golvende lijnen voor het mannetje) zijn ´s nachts actief. Maatregelen:
|
| Bladsnuitkevers. | |
![]() |
Herkenning aantasting:Bladsnuitkevers eten opvallend hoekige gaten in de bladranden op allerlei fruitplanten. Gebeurlijk worden ook bloesems beschadigd.
Leefwijze: De kevers (5 tot 10 mm lang) komen te voorschijn van half april tot eind mei en zijn overdag actief. Ze eten vooral aan jonge plantendelen. Eind april tot begin juni gebeurt de eierleg in de grond. De larven leven in de grond en voeden zich met plantenwortels van mei tot eind augustus waarna ze in rust gaan. De kevers verplaatsen zich gemakkelijk en bij storing laten zich vlug vallen. Ze komen voor op meerdere fruitplanten. Maatregelen:
|
![]() |
|
| Op druivelaar, Magnesium gebrek. | |
![]() |
Herkenning gebrek:Afstervingen of verkleuring tussen de nerven en de bladrand (met niet evenwijdige begrenzingen).
Functie: Wordt gebruikt voor de opbouw van bladgroen. Zorgt ook voor de watervoorziening in het protoplasma van de cellen. Maatregelen:
|
| Op framboos, Mangaan gebrek. | |
![]() |
Herkenning gebrek:Het blad vertoont brede bleekgroene tot gele verkleuringen tussen de hoofdnerven.
In plaats van het fijne netwerk van groene nerven dat kenmerkend is voor ijzergebrek ziet men een vrij grof patroon van groene stroken langs de nerven. Treedt aan de oude bladeren op.
Functie: Het element is nodig voor de vorming van het bladgroen. Beïnvloeding van de opbouw- en afbraakprocessen in de cellen. Maatregelen:
|
| Op Hazelaar en Mispel, Kalium gebrek. | |
![]() |
Herkenning gebrek:De bladrand sterft en krult omhoog (verdorring door verdamping).
In plaats van het fijne netwerk van groene nerven dat kenmerkend is voor ijzergebrek ziet men een vrij grof patroon van groene stroken langs de nerven. Treedt aan de oude bladeren op.
Herkenning gebrek bij Mispel:vergeling van de bladranden, wat op het begin van kaliumgebrek kan wijzen. Functie: Kalium heeft een gunstige werking op:
Maatregelen:
|
![]() |
|
![]() |
|