Inhoud
21. Weetjes
over de vin/vinkast-Invloed op het vaargedrag
20.
King of the Dam (4 en 5 mei 2002)
19. De
Trapeze
18. Plankje
breken - plankje betalen
17. De
Noordzee - een veraderlijk monster
16. Jumpen
- Je doet het beter zoals het hoort
15.
Kindertuigen
14. Plankzeilen
of windsurfen?
13. Recreatiezeilen
12. Engelse
surftermen - vertalingen
11. Laat
de wind je plank dragen
10. wedstrijdsurfen
9. Windsurfcultuur
8. Het
Veerse Meer
7. Gouden
regels bij het optuigen
6. Polleke Simpel
Polleke
Simpel koopt een surfplank
Polleke
Simpel verovert de zee
5.
Spin-out
4. Waarom
zou ik een surfcursus volgen
3. Presqu'ile
de Quiberon, Summer of 1997
2. Surfvakantie
in Leucate
1. Mijn
dagboek - surfstage 22-26 juli
******************************************************************
21.Weetjes
over de vin/vinkast-Invloed op het vaar gedrag
Ik ben aan het rondneuzen geweest en heb onderstaand artikel gevonden
op het forum. Het werd samengezocht door Willy Wels. Het leek me interessant
om het op de sité te zetten omdat er toch geregeld vragen over
gesteld worden (het is niet mijn artikel hé )
Wetenschap der
vinnen
(commentaar door Mike Lovell - North Shore Fins)
De functie van de vin is het geleiden van water langs de onderkant
van het board. Deze waterstroom wordt omgezet in een opwaartse druk
(lift). Tevens voorkomt de vin het zijwaarts wegglijden van het surfboard.
Bij het surfen oefent je zeil een zijwaartse kracht uit op de surfplank.
De vin zorgt ervoor dat die zijwaartse druk omgezet wordt in voorwaartse
druk (=snelheid). Bij het vindesign is de truc een vin te maken die
genoeg lift geeft om het board te laten planeren, zonder dat de vin
teveel weerstand geeft en het board afremt. Bij het ontwerpen van een
vin moet er nagedacht worden over de volgende elementen:
Profiel en dikte
De basis van de vin, het gedeelte dat het dichtst bij het board ligt,
is verantwoordelijk voor het aanplaneren van de vin. Normaal gesproken
is dit gedeelte het dikst, waardoor meer lift gecreëerd wordt.
Het middelste gedeelte tot de tip van de vin heeft de meeste invloed
op de snelheid van de vin. Met is erg belangrijk dat dit gedeelte symmetrisch
is, zodat spin-outs kunnen worden voorkomen. Nu is het zo dat je een
vin niet ongelimiteerd dikker kan maken om sneller te planeren. Hoe
dikker de vin des te meer weerstand het oplevert, het is dus een compromis.
Als de vin te dik is, gaat de neus van het board door de grotere liftkrachten
rondom de vin omlaag, waardoor het board lastig down-wind te varen is
in choppy omstandigheden. De uitkomst is een vin met de juiste dikte
voor alle delen.
Hoek van de vin
met het board
De hoek van de vin met het board noemen we 'rake'. Over wat nu de juiste
hoek is, valt geen echte regel te geven. Over het algemeen zijn wave-
en slalomvinnen meer naar achter gebogen (grotere rake) en zijn racevinnen
rechter. Tegenwoordig is het echter zo dat bijvoorbeeld de wavevinnen
weer rechter beginnen te worden. Mike Lovell van Northshore Fins zegt
hierover: "Voor lange turns in de golven is de naar achteren gebogen
wavevin met veel rake nog steeds het beste ontwerp. Op het moment is
de manier van golfrijden echter aan het veranderen; de profs willen
zoveel mogelijk korte snappy turns op een golf maken, ook mede vanwege
de jurywaarderingen. Het publiek volgt de professionals hier weer in."
Een minder
gebogen vin voldoet beter bij deze stijl van golfrijden. Belangrijk
om de hoeveelheid rake van de vin te bepalen, zijn de condities waarin
gevaren wordt. Bij onshore wind en kleine kabbelgolfjes is een rechtere
vin beter. Grotere golven en side-shore condities vragen om een meer
gebogen profiel.
Outline van de
vin
Mike Lovell; "De outline van de vin, de duidelijk waarneembare
buitenste vorm, is vooral esthetisch gezien interessant. Als de andere
eigenschappen van de vin goed zijn, is de vin in principe oké.
Niet dat elke outline zomaar werkt bij elk type vin, maar de basisoutlines
die we nu hebben werken goed en zijn de laatste paar jaar vrijwel niet
veranderd. Natuurlijk zie je af en toe een extra ronding hier en een
paar millimeter minder daar, maar ingrijpende veranderingen hebben er
niet plaatsgevonden.'
Verschillende
vintypes
In het algemeen geldt dat hoe kleiner de vin is hoe beter de controle
is en des te hoger de eindsnelheid wordt (dit geldt vooral voor race-
en slalomvinnen en in mindere mate voor wave-vinnen). Een grotere en
langere vin zorgt voor eerder
aanplaneren en beter hoogtelopen van het board en kan een grotere tuig
op je board beter hebben. Een meer gebogen vin (wave) werkt beter bij
manoeuvres maar is langzamer vanwege de gecurvede outline. Om een iets
beter overzicht te krijgen van wat nou precies waarvoor bedoeld is,
volgt hier een korte omschrijving per vintype:
Racevin
Als je vroeg wil planeren is een grotere en dikkere vin met een recht
profiel de beste keuze. Dit werkt natuurlijk het beste als ook een groter
zeil gebruikt wordt. Dit type vin houdt de grotere krachten in evenwicht
bij de over het algemeen lichtere windomstandigheden en het board planeert
vroeger aan. Het nadeel van dit soort vinnen is dat ze als de wind toeneemt
minder goed te controleren zijn, door de enorme hoeveelheid lift die
ze creëren. De racevinnen die voor hardere wind gebruikt worden
zijn dunner en hebben een kleiner oppervlak, zodat ze beter te controleren
zijn.
Speedvin
Voor de echte speedfreaks worden heel dunne en kleine/korte vinnen gemaakt.
Over het algemeen kun je zeggen dat hoe groter een vin en hoe meer rare
bochten en hoeken hij heeft, des te meer wrijving er optreedt. Deze
wrijving zorgt ervoor dat je board langzamer gaat. Speedvinnen zijn
dan ook ontworpen met het doel zo min mogelijk wrijving te veroorzaken
en toch het board bestuurbaar te houden. Ze zijn bedoeld voor ruime
windkoersen waar de zijwaartse druk het laagst is. Deze
vinnen zijn erg specialistisch en niet echt geschikt voor iets anders
dan 'blasting'. Vaak is het beter voor een compromis te kiezen. De 'planeervin'
wordt gecombineerd met deze speedvin en daaruit is zo'n beetje de race/slalomvin
van nu ontstaan.
Wavevin
Als je meer voor manoeuvres gaat en korte en snelle turns wilt maken
is een meer gebogen vin de uitkomst. Een gebogen vin staat plotselinge
richtingveranderingen toe zonder dat je meteen in de spin-out gaat.
Nadeel van dit type vin is dat de aan-de-wind-eigenschappen minder goed
zijn. Ook de snelheid is minder. Hiervoor zijn ze dan ook niet bedoeld.
Freeride-vin
De freeride-vin is een combinatie van de eigenschappen van de andere
meer specialistische vinnen. Waar een race/slalom vin vooral hard maar
moeilijker door de bocht gaat en een wave-vin op een duppie draait maar
minder snel in
plané is, biedt de freeride-vin een compromis. De goede vaareigenschappen
van de andere vinnen zijn in deze vin verenigd en deze combinatie maakt
de freeride-vin een ideale vin om gewoon mee te funnen; een allround
vin geschikt voor meerdere stijlen dus.
Een speciaal soort freeride-vin is de weed-fin. Deze is erg naar achter
gebogen (veel rake) zodat je op plaatsen met veel wier in het water
niet om de tien seconden hoeft te stoppen maar gewoon door kunt blijven
varen; het wier glijdt er namelijk gewoon vanaf!
Freestyle-vin
Vinnen die nu in opkomst zijn, zijn de freestyle-vinnen. Over het algemeen
zijn ze kort, maar hebben ze toch een groot oppervlakte. Vaak ook hebben
ze een wijde
tip. Op deze manier planeren ze toch redelijk snel aan, maar liggen
ze wat losser op het water. De allernieuwste freestyle-vinnen hebben
een symmetrische outline, waardoor ze ook goed werken in tail-first
manoeuvres zoals de vulcan en de spock.
Hoe wordt een
vin gemaakt?
Er zijn twee methodes voor het maken van vinnen: shapen met de hand
of computer, en de vin uit de mal. Waar vroeger de vinnen nog vaak met
de hand geshaped werden, wordt dat nu meestal met de computer gedaan.
Met behulp van een CNC-machine (computer numerical controlled) worden
de vinnen gefreesd uit de verschillende lagen van het materiaal waaruit
de vin bestaat. Het grote voordeel van deze techniek is dat het mogelijk
is telkens dezelfde vin te produceren en
zaken als het profiel en de dikte van de vin nauwkeurig kunnen worden
vastgelegd.
Bij het produceren van vinnen uit een mal worden verschillende dunne
laagjes van materialen als glasfiber en kevlar in de mal gelegd en daarna
onder druk verhit. Meestal zit de harder al in de materialen; ze zijn
voor geïmpregneerd, meestal met epoxy of polyester. Deze harder
zorgt voor stevigheid en houdt de verschillende laagjes goed bij elkaar.
Een voordeel van deze methode is dat de lay-up precies bepaald kan worden;
zo kan de ontwerper precies bepalen waar de vin stijf dan wel flexibel
moet zijn.
De materialen
Voor race- en slalomvinnen wordt het meest gebruik gemaakt van G-10.
Dit bestaat uit tien lagen van 'met epoxy voor geïmpregneerd glasfiber'
die met enorme kracht samengeperst en verhit worden (er zijn ook vinnen
van G-11 glasfiber, met elf lagen). Dit levert een enorm sterke en stijve
vin op, perfect voor de krachten die erop werken bij race- en slalomomstandigheden.
De stijfheid van dit materiaal maakt het mogelijk een dunnere vin te
maken (=minder weerstand) die dezelfde krachten kan weerstaan. Een nadeel
van deze methode is dat het een stuk
duurder is dan bijvoorbeeld de methode die voor wave-en freestyle-vinnen
wordt gebruikt.
Een verbetering (en dat maakt het ook duurder) van de G-10 vinnen is
de Carbon G-10 bouwwijze. Dit is het G-10 systeem gecombineerd met aan
beide kanten een carbon sandwichlaag. Sterker en stijver dan de G-10,
maar vooral duurder.
Voor freestyle- en wavevinnen kunnen veel verschillende materialen worden
gebruikt. Wave-vinnen moeten natuurlijk tegen een stootje kunnen en
vragen om een combinatie van flexibiliteit en stijfheid.
Mike Lovell gebruikt voor de wave-vinnen van Northshore Fins polyester
en glasfiber, maar combinaties van glasfiber, kevlar (erg stootvast)
en carbon komen ook voor. Door de verschillende materialen goed te combineren
in de lay-up
kunnen de buigeigenschappen van de vin nauwkeurig bepaald worden.
Verschillende
vinbox systemen
Op het moment zijn er zo'n vier systemen in gebruik om de vin vast
te maken aan het board. Waar vroeger een paar schroeven het plastic
vinnetje nog van de onderkant vastmaakten aan het board is dat tegenwoordig
wat vernuftiger gedaan.
Voor waveboards wordt nog steeds een systeem gebruikt dat wel wat wegheeft
van dat oude systeem: de US-box. De vin zit met schroef en blokje vast
in een rail, waardoor het mogelijk is de vin te verplaatsen in de rail.
Begin jaren '90 werd de powerbox ingevoerd. Bij dit systeem is de vin
vastgemaakt met een schroef die van boven door de plank bevestigd is.
De vin zit steviger in de box dan bij de US-box maar er is maar één
positie mogelijk.
Een variatie op dit systeem is de trimbox, waar de vin ook van boven
vastzit, maar er meerdere vinposities mogelijk zijn. De enorme monstervinnen
die tegenwoordig onder de boards geschroefd worden, vragen om een systeem
dat de grotere krachten beter aankan: de tuttlebox. Dit systeem is te
vergelijken met de powerbox, alleen zit de vin nu niet met één
maar met twee schroeven vast in de vinbox.
US Box:
Voordeel: de afstelmogelijkheden
Nadeel: er kan niet zoveel druk op de vin uitgevoerd worden.
Powerbox:
Gaat met een schroef door het deck heen, hier kan best wel wat druk
op uitgeoefend worden.
Trimbox:
Combinatie van de US Box, qua verstelbereik en de stevigheid van de
Powerbox door de schroef door het dek heen.
Tuttle box:
Twee schroeven door het dek heen: steviger voor grotere vinnen met meer
druk.
Deep Tuttle box:
Een grotere base die in het board wordt geplaatst in combinatie met
de twee schroeven, wordt dit vooral voor hele grote vinnen gebruikt
(50 - 90cm)
Conic Box:
Gebruikt door Tiga, en hier zou je evt. een adapter over heen kunnen
plaatsen voor gebruik in andere types boxen.
F2 Deep Tuttle box:
nog dieper dan de "normale" deep tuttle box.
Vinpositie
Over het algemeen kan gezegd worden dat een naar voor geplaatste vin
controle oplevert en het naar achter plaatsen van de vin snelheid oplevert.
Natuurlijk zijn niet alle problemen bij het varen eenvoudig op te lossen
door de
vinpositie te veranderen. Dingen als de positie van de mastvoet en voetbanden
spelen mee en de combinatie van deze details kan ervoor zorgen dat het
ene board sneller is dan het andere. Het is niet voor niks dat mensen
als Kevin Pritchard
met zijn 'Team' uren op het water is om alleen maar de ideale vinpositie
te bepalen!
Het spreekt bijna voor zich dat een vin maar tot op zekere hoogte de
eigenschappen van een surfboard kan veranderen. Een slalomboard uitgerust
met de meest radicale wavevin zal misschien iets wendbaarder zijn, maar
zal nog steeds niet kunnen concurreren met een echt waveboard. Het belangrijkste
is dat je lekker surft, en de juiste vin kan daar zeker bij helpen.
Probeer verschillende vinnen uit en maak dan je keuze en bedenk: je
surfsetje is zo goed als het slechtste onderdeel!
Trimtips vinnen.
Board loopt niet goed hoogte: groter
Board planeert slecht aan: groter
Board gaat niet snel: kleiner
Board heeft de neiging op te loeven: kleiner
Board heeft de neiging af te vallen: groter
Board heeft veel spin-outs: kleiner bij overpowered varen;
groter bij lichte wind
Board heeft neiging 'op te stijgen'/ is onrustig: kleiner
Board ligt te 'laag' op het water: groter
Board heeft geen controle tijdens het gijpen: kleiner
Teveel druk op de voorste voet: groter
Teveel druk op de achterste voet: kleiner
Wat is spin-out?
Spin-out is het wegglijden van de achterkant van het board. Dit wordt
veroorzaakt door een plotselinge verandering van de waterstroom langs
de vin, waardoor een luchtbel kan ontstaan.
Zo kan het gebeuren dat als je neerkomt van een sprong of gewoon erg
veel druk op de vin uitoefent, je board in spin-out schiet.
Remedie als 't zover is: afhankelijk van board en vin. Ofwel een stevige
duw tegen de achterkant, ofwel net andersom: stevig bijtrekken achteraan.
Soms helpt het allemaal niet en moet je gewoon vaart minderen tot het
board normaal loopt.
20.
King of the Dam (4 en 5 mei 2002)
Op 4 en 5 mei had er aan de Oesterdam "King of the Dam" plaats,
een wedstrijd die mee telt voor het Belgisch kampioenschap freestyle.
Enkele van onze leden, nl. Dieter, Zjef en Jan besloten hieraan mee
te doen.
Twee dagen werd er gevaren. De beste freestylers en wavers waren hier
aanwezig. De eerste dag werd er een dubbele eliminatie gevaren, de tweede
dag een single eliminatie en een Expression Session. Het niveau van
de deelnemers was heel hoog, spocks, grubby's, volcano's speedloops,
speedloops met één hand, lazy susans,
Uiteindelijk eindigden de 3 deelnemers van onze club binnen de top 10.
Zjef werd 5de, Dieter 7de en Jan 10de. Dieter werd nog 3de in de Expression
Session met een Lazy Susan.
Een tevreden uitslag voor onze eerste officiële freestyle wedstrijd.
Dina Tersago deelde de prijzen uit en we reden voldaan terug naar huis
na een super goed weekend.
Wil je het volledig wedstrijdverslag lezen + foto's en video bekijken,
surf dan naar:
www.surfkix.be (video+uitslag)
www.teamthebunch.com (video+verslag+foto's)
19.
DE TRAPEZE
Heup- ot zittrapeze, dat is de vraag die vele surfers zich momenteel
stellen wanneer zij voor de aanschaf van dit zo noodzakelijk surftribuut
staan. Handige fabrikanten bedachten dan maar de heup-zit kombinatie.
Minder radikaal dan de broektrapeze en minder branding-gericht dan de
heup-gordel.
Een ding is zeker: het opzet van de trapeze was en is nog altijd de
surfer door een handig hulpje minder te vermoeien, om hem alzo langer
te laten genieten van zijn sport. Wat zeker nooit de bedoeling kan geweest
zijn, is de rugpijn die velen er na enkele uurtjes surfen aan over houden.
Vanaf nu is zulks verleden tijd! Dankzij de heup-zit of broektrapeze
kun je nu onvermoeid over het water scheren met het gevoel alsof je
in een comfortabele fauteuil hangt.
HEUP, HEUP-ZIT OF BROEK
Dat zijn de drie meest actuele modellen, elk met hun typische eigenschappen
en bedoeld voor een totaal verschillend surfpubliek. De heup-trapeze
vindt zijn oorsprong in de branding. Daar waar snel in- en uithaken
van het grootste belang zijn, met daarbij een zo groot mogelijke lichaamsvrijheid.
Bovendien komt hierbij ook het aspect veiligheid aan bod. Waar vroeger
het drijfvermogen alsmaar werd opgeblazen is het in de branding zaak
van zo vlug mogelijk terug op je plank te staan in plaats van hulpeloos
rond te drijven, vastgesnoerd in een harnas waarmee je noch voor noch
achteruit kon. Door het compacte geheel en het minimaal drijfvermogen
van een heuptrapeze zal je hiervan bij het zwemmen zo goed als geen
hinder ondervinden.
De broektrapeze daarentegen is zuiver bedoeld voor langere rakken en
speedvaren. In het wedstrijdgebeuren vind je ze dan ook vooral terug
bij het course-race gebeuren en op de olympische baan. Tevens biedt
de broek- of zittrapeze pas echt voordeel wanneer het iets harder begint
te blazen. Komt daarbij dan nog de speciale vaartechniek die dit type
trapeze vraagt, wil je ze optimaal benutten. Een eerste vaststelling
is dan al meteen: een zittrapeze is zeker niet aan te raden voor een
beginnend surfer. Wie toch kost wat kost ongeveer hetzelfde effect wil
bekomen is beter af met de minder extreme heup-zit kombinatie. Zowat
de gulden middenweg tussen beide voorgaande. Kenmerkend hierbij is dat
het meestal gaat om een heuptrapeze met een afzonderlijk zitgedeelte,
waarbij het laatste een aanzienlijk gedeelte van de uitgeoefende krachten
opvangt.
VAARKOMFORT EN RUGPIJN
Het is juist door deze betere drukverdeling en belasting van andere
plaatsen dat rugpijn kan vermeden worden.
Bij conventionele en heuptrapezen kan o.a. het naar boven schuiven voor
heel wat pijn zorgen. Oorzaak is dat het overgrote deel van de uitgeoefende
krachten alzo in de rugholte, ter hoogte van de lenden, worden geconcentreerd.
Met de zit- of heuptrapeze is dit bijna zeker uitgesloten. Hierbij vangt
het onderste gedeelte van het bekken de krachten op waardoor de ruggegraat
wordt ontlast. Hierdoor zal het surfen, ook nog na verschillende uren
varen, een heel stuk aangenamer ervaren worden. De mogelijkheid zit
er dan wel in dat je niet meer van het water bent te slaan. Ondanks
dat worden alle theoriën over drukverdeling en 'surfen-als-in-een-zetel'
al gauw teniet gedaan wanneer de trapeze niet de juiste pasvorm heeft.
Evenals de aanschaf van een pak is de aankoop van een trapeze zeer persoonlijk.
Wat je vriend misschien als perfect passend ervaart, kan bij jou evengoed
tot onder je armen glijden. Inderdaad, ieder lichaam is anders gebouwd.
Het is dus noodzaak om alvorens te kopen de trapeze daadwerkelijk aan
te trekken en even uit te proberen op het droge. De meeste surfshops
hebben hier of daar wel een touwtje vastgeknoopt waar je voluit kunt
gaan hangen, net als op je plank.
HET VERSCHIL
Zoals eerder al geschreven, heeft zowel de heup-, heup-zit als broektrapeze
een welbepaalde groep surfers voor ogen. Waarom nu een zittrapeze voor
speed en een heupgordel in de branding?
Het grote verschil zit 'm vooral in de positie van de haak. Hoe hoger
de haak, hoe makkelijker in- en uit te pikken en des te eenvoudiger
zal het ook zijn om het trapeze varen aan te eren (Hy-jumpers wave en
Wave-toys). De heup-zit trapeze komt al merkelijk lager met de haak,
ongeveer ter hoogte van de navelbuik, waarbij deze is bevestigd aan
het heup- of bovenste gedeelte van de trapeze.
Hierbij kan de surfer ofwel enkel de heuptrapeze alsook de kombinatie
met het zitgedeelte gebruiken. In een eerste leerfase is het praktisch
om enkel met de heuptrapeze te oefenen en naargelang de vordering kan
het zitgedeelte worden aangebracht. Het echte verschil merk je pas als
je de eerste maal een broektrapeze aan krijgt, waarbij de haak nog een
verdieping lager hangt.
MEER SPEED
Met het gebruik van dit type trapeze, zoals de Hy-jumpers seat en Neil
Pryde Speed, is men inderdaad sneller, tenminste als je behoorlijk kan
surfen. Zo zul je door een betere krachtoverbrenging langer hetzelfde
zeiloppervlak kunnen houden. Tevens zul je langzaam een nieuwe techniek
aanleren waarbij het zeil tot op de plank trekken en het planeren veel
sneller en makkelijker geschieden. Reden is dat het lichaamsgewicht
optimaal wordt benut door de zitpositie. Hierdoor kan het zeil niet
alleen rechter gevaren worden, maar krijg je ook meer lichaamsvrijheid
die kan gebruikt worden om je plank optimaal te varen. Wel moet je even
de tijd nemen om te wennen aan de lage haakpositie. Zo zal zeker het
in-en uithaken de eerste tijd moeilijk verlopen. Ideale combinatie hiervoor
is de Seibt, die je het best kan omschrijven als een deelbare broektrapeze,
waarbij de haak niet echt extreem laag is geplaatst. Heup- en zitgedeelte
kunnen van elkaar gescheiden worden door een eenvoudige velcro-sluiting,
waardoor de mogelijkheid bestaat enkel met het heupgedeelte te varen.
Bij de Aquata twice en de nieuwe Gaastra is dit ook het geval, maar
hier staat de haak merkelijk hoger en is het zitgedeelte enkel door
riemen met de heupgordel verbonden. Daarom ook de omschrijving heupzittrapeze
in plaats van broek- of zittrapeze, waarbij de trapeze een volledig
gesloten geheel vormt.
Totaal anders dan weer is de Neil Prvde Pelvic hip-suppont. Waarbij
hip-support wil zeggen 'hulp-steun' Het gaat hier eigenlijk enkel om
een zitgedeelte dat prima in combinatie met andere trapezes kan gevaren
worden. Het is ook de meest éénvoudige van de acht beproefde
modellen, waarbij toch veel aandacht is besteed aan de anatomische waarde
van het geheel.
WAAROP LETTEN
Er zijn inderdaad een aantal punten waarmee je reeds in de shop rekening
moet houden alvorens tot kopen over te gaan. Eerst en vooral is er zoals
we al eerder aanhaalden de pasvorm. Wanneer het gaat om enkel een heuptrapeze
zal deze vaster moeten aanzitten dan een zit- of heupcombinatie. Zo
niet hangt ze na vijf minuten varen onder je armen.
Belangrijk bij het vaarcomfort zijn ook de bevestigingspunten van de
gordels die naar de haak lopen. Deze moeten zo geplaatst zijn dat zij
op de zijkant van je lichaam komen. Te veel naar voor of achteren kan
je taille dichtsnoeren.
Om dezelfde reden moet de haak breed genoeg zijn. Dit wil zeggen dat
deze bijna even breed als je lichaam moet zijn, zodat de hierop uitgeoefende
krachten recht op de trapeze komen en niet eerst langs je buik lopen.
Tevens mag de bovenste rand van het heupgedeelte niet op de onderste
ribben drukken. Het gebruikte schuimmateriaal dat de trapeze stevigheid
geeft moet stevig genoeg zijn, zodat in hangpositie de riemen niet in
het schuim worden getrokken, of het schuim zelf samentrekken. Iets wat
tijdens het surfen ook voor behoorlijk wat pijn kan zorgen zijn de sluitingen.
Zorg dat deze harde delen, zoals klommen, niet op je bekken of andere
knoken drukken of schuren.
Tenslotte is het bij heupzittrapezen erg belangrijk dat in zitpositie
het zitgedeelte onder je achterwerk blijft en niet naar boven rijst,
want dan is het nut van deze trapeze totaal verdwenen.
Tekst: Raf Jespers
18.
PLANKJE BREKEN PLANKJE BETALEN
Heerlijk toch surfen! Zon (!?) wind water... actief bezig zijn, weg
uit de dagelijkse sleur gezellig toch vrienden onder mekaar... probleemloos?
Ja, maar.. Vooraleer zich over te leveren aan de natuurelementen is
het toch misschien goed even te denken aan verzekeringen. Verzekeringen??
Ach ja, dat oude Vlaamse gezegde ,,Potje breken, potje betalen"
of wordt het bij U "Plankje breken, plankje betalen?"
Inderdaad, de schade die berokkend wordt aan iemand anders, door uw
fout moet door U (of door uw verzekeraar) betaald worden.
En wat dan als U gekwetst geraakt door uw eigen fout, wat zelfs aan
de best getrainde atleten kan overkomen?
Overeenkomstig de bepalingen van het decreet op de sportbeoefening heeft
het V.V.W (om o.a. te kunnen genieten van subsides vanwege Bloso) een
verzekeringspolis afgesloten. Nu weet iedereen dat er aangenamer lectuur
bestaat dan het lezen van een polis. Daarom hier een schematisch en
(hopelijk) duidelijk overzicht van wat er in die polis verzekerd is.
Wie wat en waar.
Windsurfen natuurlijk! Doch ook nevenactiviteiten, bv. een club wil
de plas waarop gezeild wordt eens een grondige beurt geven. Over plas
gesproken: de polis geeft dekking voor windsurfing op territoriale zeewateren
en op binnenwateren, ook in het buitenland.
Twee zaken moeten wel goed in het oog gehouden worden!
- de activiteiten zijn enkel verzekerd indien zij door een club, aangesloten
bij het V.V.W. georganiseerd zijn.
- men moet lid.
Enkele praktische voorbeelden:
1. Het reglement van inwendige orde van de club voorziet dat de installaties
van de club open zijn van bv. 13 uur tot 18 uur. Wanneer er tijdens
die uren gesurft wordt is er sprake van een door de club georganiseerde
activiteit en is de waarborg verworven.
Dit is ook het geval indien er maar 1 surfer op het water zou zijn of
indien er geen toezicht is vanwege de club.
2. Wanneer er buiten de vastgestelde uren gesurft wordt dan kan men
niet meer spreken van een georganiseerde activiteit en is er geen waarborg,
behalve als de club aan een lid (of meerdere leden) zou vragen om, als
training bv. buiten die uren te surfen.
3. Wanneer een club een reis naar het buitenland zou organiseren, met
de bedoeling te gaan surfen dan is er uiteraard waarborg.
Wanneer een lid tijdens zijn privé-vakantie surft is er geen
waarborg.
4. Wanneer een club een stage van een aangesloten lid zou betalen, is
er waarborg.
De waarborgen
Drie verschillende soorten van waarborgen kunnen onderscheiden worden,
nl.
- Burgerrechtelijke aansprakelijkheid.
- Lichamelijke ongevallen.
- Rechtsbijstand.
De verzekering van de Burgerrechtelijke aansprakelijkheid
Indien een aangesloten lid, binnen het kader van verzekerde activiteiten
schade berokkende aan een derde (en de clubleden zijn derden) zal deze
waarborg spelen voor schade aan personen en voor stoffelijke schade.
Hier is dus vereist dat er een fout begaan werd, dat er schade is en
dat deze schade het gevolg is van deze fout.
Het meest voorkomend geval hier is natuurlijk de navigatiefout, waardoor
surfplanken, masten of zeilen beschadigd worden, of waardoor andere
surfers gekwetst worden. Toch even een waarschuwing: wanneer een surfer
het materiaal van een vriend gebruikt (bv. omdat het een super O.T.-turbo
plank is) en het beschadigt dan zal de verzekering niet betalen.
Hetzelfde geldt voor gehuurd materiaal. Wat ook niet geapprecieerd
wordt door de verzekeraar is roekeloos doen, surfen met een glaasje
of een groot glas op of vechten, doch dit zijn acitviteiten die een
echt sportman niet beoefent.
Tenslotte nog dit: schade veroorzaakt tijdens de verplaatsingen naar
of van een verzekerde activiteit is niet gewaarborgd, behalve als die
verplaatsing georganiseerd wordt door de club. Wanneer dus de club een
bus inlegt om te gaan surfen op zee en bij het uitstappen doet een lid
een verkeerde beweging en slaat in al zijn enthousiasme in het oog van
een medelid, dan is er waarborg.
Moest iedereen op eigen kracht gaan en hetzelfde doet zich voor, dan
is er geen waarborg.
(SURF&FUN2/86)
17.
DE NOORDZEE EEN VERRADERLIJK MONSTER
Jaarlijks komen in ons land vele aan sport doende toeristen in contact
met de lieve zacht weldoende Noordzee, soms een beetje koud maar ja,
ze is vlakbij. Badgasten, zwemmers, zeilers, surfers, vissers komen
in aanraking met de recreatieve mogelijkheden van de zee en dit meestal
op een aangename manier. Soms wordt deze Noordzee echter woest en agressief,
krijgt ze monsterachtige gevaarlijke neigingen. In een minimum van tijd
slaat ze toe met haar stromingen, zuigkracht, koude , draaikolken en
alles verslindende brekers. De winden jagen het water op tot een schuimende
verraderlijke en alles vernietigend genadeloos monster.
Toch blijft iedereen aangetrokken tot dit geniepig niets ontziende
monster. Met voorzichtigheid, soms met veel moed en durf neemt men de
uitdaging, het gevecht met de Noordzee, aan. Sommigen die denken haar
te kennen, trotseren ze met veel ervaring en moed. Achteraf moeten ze
toch dikwijls tot eigen schade en schande vroeg of laat de duimen leggen.
Onderschat de Noordzee niet, wees op je hoede, overschat je kunnen
, je konditie en je uithouding niet, alsook de kwaliteit van het materiaal
niet. Denk niet ,,met mij gebeurt het niet, het zou moeten lukken."
Laat je echter niet ontmoedigen. De zee is te genieten voor surfers,
iedereen volgens zijn eigen bekwaamheid en mogelijkheden, als je maar
met bepaalde faktoren rekening houdt en niet spot met de krachten van
de natuur. Het is gewoon fantastisch je te verplaatsen, vrij als een
vogel, op een zonnige warme rustige zomerdag op de onmetelijke plas,
liefst dicht onder de kust.
Voor sommigen is het meer, vooral de sensatie van de snelheid. Fanatici
wensen schuimkoppen en harde wind vooraleer ze hun spullen bovenhalen.
Ik wil maar zeggen: laat je niet afschrikken, want het geeft inderdaad
een geweldige voldoening, ten minste als je volgens je mogelijkheden
en op een verstandige manier van één van de meest sensationele
sporten wil genieten. Soms kan het een geseling worden in plaats van
lol en plezier.
Eens je ervan geproefd hebt kan je het surfen op zee niet meer laten.
Het wordt een passie, een verslaafdheid, je wil er altijd maar harder
tegen aan , hoger en hoger vliegen als de echte cracks en stuntmakers.
De vraag is of dat wel voor iedereen is weggelegd. Iedereen komt wel
eens iets tegen. Al doende leert men en de praktijk is de beste leerschool.
Daarom volgen nu enkele getuigenissen en verhalen van minder aangename
maar leerrijke ervaringen die surfers aan de lijve ondervonden tijdens
hun surfexhibities. Daarom hebben ze hun plank nog niet aan de kant
gelaten, maar ze zijn toch voorzichtiger geworden.
SURFWAAGHALZEN AAN HET WOORD
Zee-inwaardse stroming bij afgaande tij
Een wat somber wolkendek in oktober, nu en dan een opklaring, goede
wind:
3 Bf. uit het noorden, wat fris. De zee trekt zich reeds 2 uur terug.
We zijn met zijn vieren. Welk zeil strek je? 6,3 of 5,7 m2. Ja, dat
zal wel goed zijn. Plank aan de waterlijn en alles is klaar en na-gezien.
De branding ziet er sterk en steil uit met regelmatig kort na elkaar
komende brekers.
We vertrekken, een eind de zee in en dan terug. De wind zit noord, dus
scherp aan de wind zee inwaarts; bij het terugkomen: ruime wind. Alles
gaat goed. Nu en dan een breker die je achter je hoort. Je kan ze niet
snel genoeg ontwijken of vluchten. Enkele malen heen en terug. Je krijgt
er nooit genoeg van. Overstag en terug ruime wind, tot bijna voor de
wind, plots een plaats met steile overslaande golven aan de zoveelste
bank. Ik rammel met plank en zeil in de breker. Plank is weg, afgevoerd
met de snelle doorlopende golven. Ik zie de plank, ik zie ze niet, plots
komt ze weer te voorschijn. Ze wordt opgetild en vliegt helemaal uit
het water. Een volgende breker slaat toe en dan de een na de andere
tot ze op het strand aankomt. Ikzelf heb nog tijdig het zeil vast kunnen
klampen. Daar lig ik nu ergens op zowat 300 meter van de vaste grond.
Ik zie land, water, land, water... Ja op dat moment voelde ik mij echt
beroerd. Eerste bliksemschicht in mijn hoofd was, spoel ik nu aan of
hoe zit dat? Naar mijn gevoel werd ik in zee gezogen.
In mijn koud achterhoofd kwamen enkele bedenkingen op zoals plank nooit
verlaten (deze lag reeds op het strand, plank-tuigverbinding was niet
vast) altijd zwemvest en isothermisch pak aan hebben (had ik gelukkig
aan).
Zwemmen was gewoon onmogelijk met zo'n stroming. Ik had nog mijn zeil
vast en voelde nu en dan de golven duwen in mijn zeil. Af en toe kreeg
ik een versnelling bij het overslaan van een golf in mijn zeil. Dat
was mijn geluk. Zoveel mogelijk de kracht van de golf laten inwerken
in mijn zeil - net als een soort paraplu. Na geruime tijd voelde ik
plotseling grond, oef! Mijn voeten schuurden over het zand. Ik voelde
mij weer in zee gesleurd. Dan zette ik mijn voeten schrap om zo weinig
mogelijk weer in zee gesleurd te worden. Zo ben ik na een tijd aangespoeld.
Besef van tijd heb je niet, alleen het gevoel dat het zeer lang duurde.
Achteraf beschouwd
De wind was iets afgezwakt en bij het terugsurfen, kon ik de breker
niet snel genoeg ontvluchten. De wind was 's morgens sterk geweest,
maar de golven waren nog steil en krachtig en op die plaats was er nog
een extra stroom die mij zee-inwaarts sleurde bij springtij. Op die
manier heb ik zelf de kracht ondervonden die kan uitgaan van de stroming
bij dalende tij. Als men het mij zou vertellen, zou ik het niet geloven.
Niet tijdig stoppen, nooit genoeg ervan...
Het was reeds half november, een goed windje: 4 Bf. in de morgen. Wind
evenwijdig met de kust, iets aflandig. Het water was reeds koud, dus
best een droogpak aan. Ik surfte op een klein plankje van 3 meter, koers
halve wind. Ik stak diep in zee heen en terug met een razende snelheid.
Nu en dan kwam de plank helemaal uit het water over de golven. Onvermoeibaar
als ik dacht te zijn, kon ik er niet mee stoppen. Einde van het seizoen,
misschien de laatste keer van het jaar, dus nog eens goed ervan profiteren.
Nog 2-maal heen en terug, wat rusten en er nog eens op. Zowat 1 km in
zee, gijpen, iets te traag en daar lag ik het water in, juist op een
ruwe plaats diep in zee waar de wind op zijn sterkst was.
Zeil optrekken was nog net mogelijk met deze plank, want waterstart
kon ik nog niet. Oef... het zeil uit het water. Zeil aantrekken, ik
geraakte niet tijdig in de strips en plonste terug in het water. Het
zeil optrekken kon ik niet meer klaar krijgen. De wind blies het zeil
tegen het water en de golven sloegen erin. Ik had niet meer de minste
kracht in mijn armen. Daar stond ik als verlamd, niet meer de minste
kracht in mijn handen om ze te sluiten. Mijn rechterarm was verkrampt.
Daar stond ik of lag ik ten minste met een verkrampte voorarm, niet
meer in staat om mijn zeil op te trekken.
Vrienden voeren voorbij, 1 - tot 3-maal toe en riepen: ,,hé,
gaat het niet meer?" Natuurlijk ging ik veel te ver, meer dan 400
meter van de laagwaterlijn, misschien wel 1000 meter ver. De zeevaartpolitie
was gelukkig niet te zien.
Arm strekken, een poosje ontspannen en dan nog eens proberen, maar ik
had geen macht meer. Iemand kwam voorbij en vroeg of hij de boot moest
halen. Na wat aarzelen stemde ik toe. Geen enkele surfer voelt graag
de nederlaag om op deze manier van het water gehaald te worden. In mijn
achterhoofd dacht ik al: wat zullen ze lachen, wat zal ik nu moeten
uitvinden om mij te verontschuldigen...Iemand was reeds hulp gaan halen.
Toch probeerde ik nog eens. Niet opgeven. Zeer geconcentreerd probeerde
ik mijn zeil op te trekken en het lukte. Ik sprong achter op de plank
in rappel, snel de strips in en trapeze inhaken. Ik kreeg er warm van.
Goed in- en uitademen. Het lukte mij. Ik surfte met veel voorzichtigheid
naar de wal. De boot was bijna uit de loods.
Ten val komen bij een golfbreker
Windkracht 3: tamelijk sterke golven; ik viel dicht bij een golfbreker,
haalde mijn zeil op maar kwam in moeilijkheden en dreef zeer snel naar
de golfbreker. Gelukkig was er voldoende water boven de golfbreker om
niet tegen de harde ruwe stenen te slaan. Boven de golfbreker vormden
zich brekende golven die zich in alle richtingen verplaatsten. Het enige
wat mij te doen viel was plat op mijn plank liggen en deze goed vasthouden.
Op het moment dat ik boven de golfbreker kwam, bevond ik mij als op
een kolkende bergrivier. Ik kon mij nog net goed genoeg vasthouden tijdens
het overslaan van de golven die op mij en op mijn plank terecht kwamen.
Wat zou er gebeurd zijn, indien ik dichter bij het strand gevallen was
waar de golfbreker boven water kwam. Waarschijnlijk zou ik wat verder
aangespoeld zijn met een gescheurd pak, schaafwonden en deuken in mijn
plank.
Tip: De stroming verplaatste mij zeer snel, sneller dan ik kon vermoeden.
Boven een golfbreker, zelfs als deze diep onder het water zit, vormen
er zich op deze plaats altijd zeer onaangename steile en woest kolkende
golven. In deze omgeving is het moeilijk het zeil op te halen en evenwicht
te houden om te vertrekken.
Blijf zo ver mogelijk weg van golfbrekers en hou rekening met de stroming.
Val in de branding
Het was in het begin van het seizoen en de eerste maal dat we trainden
op zee. Er stond een zwakke wind maar een sterke branding en het was
tamelijk fris. Bij het in zee steken midden in de branding kwam ik op
een valse breker. Door de zwakke wind had ik weinig houvast en kwam
ik in het water terecht. Eerst was ik wat versuft door de plotse duik
in het koude water. Voor ik op mijn plank kroop kwam er een golf aan
die mijn plank tegen mijn aangezicht kwakte. De scherpe rand van de
plank drong door mijn wang en maakte een snede dwars erdoor, met als
gevolg dat ik dit heb mogen laten naaien bij de dokter.
Tip: Ik was gevallen tussen plank en strand, ik wist wel dat dit zeer
gevaarlijk was daar de plank met de volgende golf op mij kon vliegen,
maar het was het begin van het seizoen en ik had niet onmiddellijk de
goede reactie om opzij van de plank te zwemmen.
Een goede regel: je mag je nooit bevinden tussen plank en strand, gebeurt
dit toch, kruip dan zo vlug mogelijk op de plank of bescherm je hoofd
door de hand op het hoofd te plaatsen met de voorarm en de elleboog
vlak voor het aangezicht.
Verrast door een vislijn
Het gebeurde te Nieuwpoort vlak bij het havenhoofd; de wind kwam van
achter het havenhoofd en ik bevond mij aan de lijzijde. Hoe meer naar
het havenhoofd toe, hoe minder wind er was.
Plots viel ik in het water door een onvoorziene reden. Toen ik weer
op mijn plank kroop zag ik de stormwering zienderogen naderen; ik trok
vlug mijn zeil op en stelde vast dat mijn plank verward zat in de vislijnen
van enkele vissers. In een mum van tijd word ik als het ware tussen
de palen van het havenhoofd gezogen net als door een vergiet. Ik schuurde
tegen de met schelpen begroeide palen, mijn tuig brak bijna door de
stroming die in mijn zeil drukte. Bij het afduwen sneden de scherpe
schelpen in mijn vingers. Gelukkig kon een reddingsboot mij met zeer
veel moeite uit deze benarde positie wegtrekken. Zonder hulp zou ik
nooit van deze plaats weggekomen zijn.
Tip: De stroming was op zijn sterkst en bracht mij in enkele ogenblikken
tegen het havenhoofd, de wind zat in de tegengestelde richting maar
had geen invloed daar ik afgedekt werd door de hoge bouw van het havenhoofd
en dus had ik niet de minste wind in mijn zeil.
Vaar nooit bij een golfbreker of haven-hoofd, de stroming kan je tot
200 meter per minuut verplaatsen en vislijnen in nylon zijn meestal
onzichtbaar of worden maar opgemerkt als het te laat is.
Veiligheidsmaatregelen in acht te nemen bij zeesurfen
Materiaal
- Touwen in goede staat.
- Veiligheidstouw van 5 meter bij hebben.
- Power-joint intact en schroefdraad.
- Anti-slip moet voldoende stroef zijn.
Persoonlijke velligheidswenken
- Surf nooit alleen.
- Surf in groep en blijf in dezelfde omgeving. Kies de buurt van een
club waar men weet dat je op zee bent en waar een boot beschikbaar is.
- Vraag raad aan mensen die de zee en de stroming op de plaats kennen.
- Luister naar de weersvoorspelling.
- De zee blijft zeer zelden heel de dag dezelfde. Een spiegel 's morgens
kan tegen de middag een heksenketel worden.
- Schakel tijdig een rustperiode in en durf progressief stap voor stap
moeilijkere omstandigheden aan.
- Surf op de aangeduide plaatsen en nooit tussen baders.
- Trek altijd een isothermisch pak en zwemvest aan.
- Gebruik geen alcohol of surf niet na een zware maaltijd.
- Let bij aflandige wind dubbel op; de eerste 500 meter is de zee vlak
en is er weinig wind. Eens daarover zijn er golven en wind doordat de
afdekking van duinen en gebouwen geen beschutting meer biedt.
- Overschat je materiaal en je conditie niet.
- Blijf ver weg van golfbrekers en havenhoofden.
OM TE ONTHOUDEN - DE RICHTING VAN DE STROOM
2 uur voor laagwater tot 2 uur voor hoogwater is de stroming van Nederland
naar Frankrijk.
2 uur voor hoogwater tot 2 uur voor laagwater is de stroming van Frankrijk
naar Nederland.
De kracht van de stroming kan wanneer ze het sterkst is tot 5 km/uur
bedragen. Dat betekent als de wind uit dezelfde richting blaast, 100
meter verplaatsing per minuut en soms meer.
16. JUMPEN - JE DOET HET BETER ZOALS HET HOORT
In het funsurfen bezorgt jumpen je ongetwijfeld de grootste 'kick':
Het gevoel los te komen van de golf, luttele sekonden in de hemel te
hangen om vervolgens weer snelheid te nemen voor een volgende golf:
dat maakt funsurfen verslavende sport. Jumpen is echter niet ongevaarlijk.
We zullen trachten je duidelijk te maken uit welke fasen een jump bestaat,
welke variaties er zijn en hoe je veilig moet landen.
BASIS-TECHNIEKEN
Vooraleer de sterren van de hemel te springen is het belangrijk de zee
vanaf de kust te observeren. Heb je te maken met steile, korte of dicht
opeenvolgende golven? Elk surfgebied heeft zijn specifieke golformaties.
Zo verschillen de golven in Hawai - waar golfformaties ontstaan door
de aanwezige riffen - duidelijk met onze Noorzeebranding - die tot stand
komt door opeenvolgende zandbanken.
Pas na zorgvuldig optuigen en voetbanden vastschroeven, kan je je wagen
aan het wavejumpen. Om van een golf volledig los te komen moet je je
aan volgende basistechnieken houden:
· Het achterste been is altijd het springbeen. Hoe sterker het
wordt belast, hoe hoger de sprong wordt.
· Het voorste been dient voor het evenwicht en helpt bij vlakwatersprongen
de plank uit het water te liften.
· Het zeil fungeert als motor en bepaalt de snelheid, die dan
weer de hoogte en de afstand van de sprong bepaalt. Tevens zorgt het
zeil voor stabiliteit tijdens de vluchtfase
DRIE SPRINGFASEN
Elke jump bestaat uit drie fasen:
1. DE SPRONGFASE
Het aanglijden naar een golf gebeurt in een halve tot ruime windse koers,
tot een aanzienlijke snelheid wordt bereikt. De voeten bevinden zich
in de voetbanden. Slaag je er in op het juiste moment in een bijna rechte
hoek op de golf in te surfen, dan trek je het zeil in de golfkam volledig
dicht (aan halen). Met het achterste been belast je de spiegel op het
hek van de plank sterk. De voorste voet leidt de plank. Speciaal bij
sprongen met gecompliceerde bewegingsafloop zal de aard van de sprong
reeds bij het aanglijden naar de golf worden vastgelegd. De timing van
speed en aanglijden naar de golf tot aan de afsprong moet kloppen. De
sprongafstand is afhankelijk van de golfsteilheid en de snelheid waarmee
je in de golf vaart. In steile golven kan je je dan ook als een raket
in de lucht laten katapulteren.
DE VLUCHTFASE
Afhankelijk van de golf, de windsterkte en het soort sprong, verloopt
er een meer of minder lange vluchtfase. Deze vluchtfase kan op verschillende
manieren worden uitgevoerd en bepaalt tevens de aard en het type sprong.
De meest bekende sprongen uit de Wave Performance-discipline zijn:
· upsidedown
met overtrokken tuig en plank, waardoor de surfer zowat ondersteboven
boven de golven vliegt
· donkey kick
op het hoogtepunt wordt het hek van de plank snel weggetrapt en teruggetrokken.
· alreal gibe
op de golfkop, nadien een andere koers varen
· lollypop
met de golf mee
· table top
de plank wordt tijdens de vluchtfase zijwaarts boven getrokken
· barrel loop
een schroefdraai in de lucht met landing
DE LANDING
De landing is zeer belangrijk. Bij een slechte landing kan de surfer
zich kwetsen of zijn surfmateriaal zwaar beschadigen.
· voorkeurlanding.
De eerste en meest gangbare landingsmethode, is die waarbij je na de
sprong eerst met het hek het wateroppervlak raakt.. Kort voor de landing,
dus op het einde van de vluchtfase, wordt het zeil eventjes gevierd
(opengezet), zodat het hek onmiddellijk afdaalt, en de snelheid wordt
snel gereduceerd. Zo heeft de plank bij de landing geen voorwaartsbeweging
meer en komt ze volledig stil te liggen. Slechts na de landing kan terug
snelheid worden gewonnen. Deze methode geniet de voorkeur omwille van
zijn materiaalbesparende eigenschap.
· nosedrive
Een tweede manier van landen is de 'nose dive'
(neusduik). Dat is al iets gewaagder. Vooral bij beginners duurt het
een tijdje vooraleer de angst om met de boeg eerst te landen is overgegaan.
Bij de nose dive blijft het zeil tijdens de vlucht volledig aangehaald.
De benen, en vooral het achterste been, blijven sterk opgetrokken. Het
voorste been drukt de boegpunt naar beneden en de plank in het water.
Vervolgens wordt de spiegel belast en de plank komt onmiddellijk
uit het water, klaar om opnieuw snelheid te nemen. De nose dive-techniek
vergt enige oefening en soms eindigt een geplande nose dive in een platte
landing, met alle gevolgen voor de surfer en zijn materiaal. Wanneer
de nose dive juist wordt uitgevoerd, in harmonie met de sprong, zal
elke ervaren surfer deze landingswijze prefereren.
TIPS VOOR VEILIG SPRINGEN
Jumpen gaat onvermijdelijk gepaard met valpartijen. Juist vallen is
eveneens belangrijk om ongevallen te vermijden. Wanneer je je aan een
sprong waagt, moet je eerst en vooral rekening houden met de andere
windsurfers en brandingsurfers.
Ook om je eigen veiligheid te garanderen zijn volgende gedragsregels
best nuttig:
· blijf uit het vaarwater van andere surfers
· kijk toe waar je heen vliegt en zal landen
· observeer steeds de golfontwikkeling, want tijdens een getijverloop
verandert ook het breekgedrag van de golven.
Als je merkt dat je je plank in de lucht niet langer kan kontroleren,
haal dan tijdens de vlucht de voeten uit de voetbanden en laat je aan
loefzijde vallen. Daarbij moet je de plank zo ver mogelijk naar Iij
wegduwen. Hou het tuig vast als dat kan. Bescherm bij een val het hoofd
met je handen. Wanneer je het water induikt, doe het dan niet te diep.
Je weet nooit hoe (on)diep het water is. Let's go for It.
15.
Kindertuigen
Pappie, ik wil ook swintsmurfen
Vroeg of laat wordt iedereen ermee geconfronteerd; na het speelse peddelen
met de plank, en de evenwichtsoefeningen willen de kinderen ook eens
de giek vasthouden; onaangepast materiaal kan echter wel tot kleine
problemen leiden. Een kleine aanpassing aan pappa's tuig is geen luxe.
Verschillende zeilmakerijen bieden nu complete kindertuigen aan. De
tuigen variëren van oppervlakte tussen de 2,5 à 4,0 m²,
die het mogelijk maken om de kinderen reeds vanaf 7 jaar te laten kennis
maken met het windsurfen.
Het is echter niet enkel de zeiloppervlakte die een aanpassing vereist;
alsook het gewicht, de mastlengte, giekdiameter, snit, giekuitsparing...
De specifieke kindertuigen zijn aangepast op een geringere rugbelasting.
Voornamelijk bij het optrekken van het zeil is de belasting op de wervelkolom
en de gewrichten te hoog bij een normaal tuig.
Metingen wezen uit dat de belasting bij een normaal tuig meer dan het
dubbele bedraagt dan bij een aangepast kindertuig. Als u uw kinderen
wenst leren te surfen op die leeftijd is er de grootste omzichtigheid
mee gemoeid. Voornamelijk de houding bij het optrekken van het zeil
vereist de nodige aandacht. Let erop dat de kinderen de rug volledig
recht houden bij het optrekken van het tuig, terwijl de grootste belasting
door de benen moet worden gedragen. Eenmaal het zeil uit het water getrokken,
is het grootste gevaar op een ernstig letsel geweken. De belastingen
tijdens het surfen liggen aanzienlijk lager.
Als regel kan gesteld worden dat een normaal tuig van 3.5 à
4.0 m2 slechts mag worden gebruikt vanaf 10 à 11 jaar. Waar u
zeker rekening dient mee te houden is de giekhoogte. Voor een kind dient
deze te worden bevestigd op ooghoogte, en niet op schouderhoogte zoals
voor volwassenen gebruikelijk is. Een te lage giek verhoogt de belasting
op de wervelzuil. Te hoge belastingen leiden bij een kind tot ademhalingsblokkage.
Het kind zal zich tijdens een grote krachtinspanning concentreren en
de adem inhouden. Dit heeft dan weer een invloed op het organisme ;
verhoging van bloeddruk en longendruk stijgt boven het normale peil.
Let er dus opdat uw kind de inspanningen aankan ; zonder zich te overbelasten.
Gebruik het correcte tuig en de juiste zeiloppervlakte. Meer inlichtingen
betreffende de leverbare zeiltypes zal u zeker kunnen krijgen bij uw
dealer.
Wat de plank betreft stellen er zich weinig problemen, de kinderen kunnen
gemakkelijk gebruik maken van pappies oude plank. Als ideaal wordt de
3.30 m à 3.50 m klasse beschouwd ; maar groter of kleiner is
zeker bruikbaar. Let er wel opdat de plank is uitgerust met een zwaard.
Hopelijk gaan alle ouders aan het werk om toekomstige wereldkampioenen
te kweken. Maar dan wel op de juiste manier...
DANNY STEVENS
14.
Plankzeilen of windsurfen
De bliksemsnelle opgang van het "windsurfen" bracht een hoop
mensen, die tot dan toe nooit gezeild hadden, ertoe naar het water te
stappen om deze zeer individualistische, maar prettige en aangename
sport te beoefenen. Dit had als groot voordeel dat een belangrijke groep
uit onze samenleving een zeer sportieve vrijetijdsbesteding vond. Het
nadeel was echter dat de watersportwereld werd aangevuld met vele mensen
die meenden dat zeilen op een plank het PLANKZEILEN een totaal nieuwe
sport was, waarvoor ze een nieuwe woordenschat moesten opbouwen. Het
gebruik van allerlei nieuwe, meestal gefantaseerde woorden werd schering
en inslag en de eeuwen-oude maritieme terminologie uit ons taalgebied
werd gewoon over het hoofd gezien. Vandaar dat een kleine maritieme
taalkroniek in dit tijdschrift zijn nut kan hebben.
Laat ons, eerst en vooral, het woord WINDSURFEN even onder de loupe
nemen. Het woord is Engels van oorsprong en samengesteld uit WIND en
SURFEN.
SURFEN een vernederlandsing van het Engelse werkwoord to surf is een
sport waarbij men liggende, knielende, zittende of staande op een soort
plank - een SURFBOARD - op de voorzijde van de kam van een brandingsgolf
naar het strand ,,rijdt". Het is een belangrijke sport aan kusten
waar een hoge deiningsbranding staat zoals dit het geval is aan oceaankusten.
Aan onze kusten komt deze sport nauwelijks voor, omdat de golven er
zelden geschikt voor zijn. De deining is meestal te kort, wat te wijten
is aan de beperkte windbaan in de Noordzee en het Kanaal.
De landen waar kan GESURFT worden hadden meestal een Engelssprekende
bevolking of stonden onder Engelse voogdij en daar ging men ,,het zich
voortbewegen in de branding (branding- SURF)" SURFING NOEMEN en
de plank die hierbij gebruikt werd was een SURFBOARD. Toen men het ontbreken
van een ,,surf" (= branding) wilde goedmaken door de ,,board"
(= plank) te voorzien van een zeil, sprak men van WINDSURFING.
Nu goed, wij kenden het surfen niet aan onze kusten en onze taal had
er ogenschijnlijk geen woord voor, dus gingen we het Engelse SURFING
vernederlandsen tot SURFEN. Vermits WIND in het Engels en het Nederlands
op gelijke wijze wordt geschreven en uitgesproken werd op een gelijke
manier het oorspronkelijke Engelse WINDSURFING vernederlandst tot WINDSURFEN.
De vraag is echter in hoeverre dit nodig was. Wij kennen bij ons het
STRANDZEILEN en analoog daaraan kunnen we in dit geval spreken van PLANKZEILEN.
SURFBOARD hoeven we ook niet klakkeloos over te nemen, want een ,,board"
is gewoon een plank en dat wordt dan een ZEILPLANK. We zuigen deze woorden
niet uit onze duim, maar vormen ze analoog aan een ander bestaand Nederlands
woord nI. ZEILSLEE.
De zeilslee is een catamaran bestaande uit twee rompen, door enige dwarsplanken
verbonden, zonder roer en zonder zwaard. Hij voert een torencattuig
zonder giek; de schoot loopt door een blokje op de achterop geplaatste
overloop. Besturen en manoeuvreren geschiedt door verplaatsing van het
lichaamsgewicht: daardoor verandert de trim, het lateraalpunt wordt
ten opzichte van het zeilpunt verplaatst en er ontstaat een oploevend
of afvallend koppel (dat klinkt allemaal zeer bekend in onze oren).
Door deze wijze van besturing leent de zeilslee zich alleen voor gebruik
op ruim water bijv. langs de kust.
Deze snelle boot, voorloper van de zeilplank, die met kennis van zaken
te hanteren is, kwam vooral langs de Spaanse kusten voor. Oorspronkelijk
kende deze sport een groter wordende verspreiding naar het noorden toe,
maar ze is door de opkomst van het plankzeilen in verdrukking geraakt.
In de beste jaren waren er bij de, in Spanje gevestigde Internationale
Zeilslee-eigenaars Sportbond, meer dan 500 van dit soort boten ingeschreven.
Jaarlijks werden er kampioenwedstrijden uitgeschreven waarbij met deze
degelijk uitgedachte ,,bootjes" (of sleetjes?) enorme snelheden
ontwikkeld werden (tot 100km). Het zeilteken is een zwaardvis; lengte
5,75 m, Iwl. 4,90 m, breedte 1,48 m, zeiloppervlak 11 m²
Er is dan ook nog het door en door Nederlandse woord ZEILWAGEN dat wij
ook aan onze kusten kennen, voornamelijk op het zeer lange en mooie
strand van De Panne. Zo'n wagen wordt voortbewogen door het zeilvermogen
en kan enorme snelheden ontwikkelen. Hierdoor leent hij zich uitstekend
in grote vlakten zoals de Sahara, waar zeer lange tochten gemaakt worden.
De wereldkampioenschappen zeilwagen 1983, waarin wij Belgen ons zeer
eervol wisten te klasseren, vonden plaats in Tunesië. Nu is "zeilwagen"
geen nieuw woord in onze taal, want deze sport wordt al sedert eeuwen
beoefend. Zelfs Leonardo Da Vinci waagde zich in zijn tijd aan tekeningen
van verbeterde zeilwagens.
Met woorden als ZEILWAGEN en ZEILSLEE uit ons taaleigen kunnen we met
een gerust hart van een ZEILPLANK en van PLANKZEILEN spreken. Laten
we dit indachtig zijn bij het gebruik van woorden als ,,board",
,,surfboard", ,,windsurfboard", ,,windsurfen" en dies
meer. Ten overstaan van de doorwinterde zeilers van de club zou dit
een blijk zijn van snobisme of van een gebrek aan maritieme taalkennis.
De twee komen niet overeen met de democratische vorm van sportbeoefening
die het PLANKZEILEN is.
13.
RECREATIEZEILEN
De bomen in het bos
Als recreant word je tegenwoordig overstelpt met vooruitstrevende zeilprofielen,
exterior camber inducers, Rotating assymetric foils, curve-cuts, cut-outs...
Maar is het allemaal wel nodig, voor de doordeweekse surfer die ten
langen laatste door het bos de bomen niet meer ziet staan? In dit artikel
wordt een kort overzicht gegeven van het materiaal dat de rasechte recreant
al dan niet nodig heeft.
We kunnen de zeilprogramma's van de meeste fabrikanten onderverdelen
in 4 hoofdgroepen : Recreatie, Slalom, Wave en Speed. De recreatielijnen
zijn de laatste jaren zo fel geëvolueerd dat zij bijna niet hoeven
onder te doen voor de wedstrijduitvoeringen. De meeste principes en
verhoudingen die men put uit dure tests en wedstrijdervaringen dragen
ook bij tot de verbetering van de recreatiezeilen.
Zo zagen we in de loop der jaren de gieken verkorten, het volume naar
boven verschuiven en achteraf weer langere gieken met een lagere volumeverdeling
in het zeil. Na de pionierstijd van de 2 m 60 gieken en de korte rage
van de wishbones in sleutelhanger-formaat kennen we nu een stabilisatie
ronde 1 m 80. Ook in de zeillatten is heel wat veranderd daar waar men
vroeger genoegen nam met 3 korte latjes, zijn vrijwel alle merken voorzien
van geprofileerde lange latten. Door een breder uiteinde en een smal
gedeelte tegen de mast blijft het zeilprofiel veel beter behouden. Wat
de recreatiesurfer betreft, heeft men ingezien dat het helemaal overbodig
is om deze in gewicht te verhogen en in gebruik te compliceren, door
vele lange latten aan te brengen.
De rotatie bij een doorgelat zeil is voor een beginnend surfer vaak
aanleiding voor een frisse duik. Daar waar een zeil met korte latten
in het middeldeel zachtjes roteert zal bij een doorgelat zeil elke boegverandering
een schok veroorzaken. Voor een stabielere positie en een betere krachtoverbrenging
op de plank zien we dat het drukpunt doorgaans veel lager ligt dan vroeger
: wat dan ook weer de rentabiliteit per vierkante meter ten goede komt.
De meest polivalente maat voor een recreatiezeil is 5,5 m2. Welke dan
later gemakkelijk kan worden aangevuld met een 4,5 m2 en voor de veeleisende
recreant zelfs met een 6,5 m2. Meestal wordt een arsenaalsuitbreiding
boven de 3 zeilen als totaal overbodig beschouwd voor de recreant.
Gelukkig hebben de fabrikanten ingezien dat de zeer hoge prijzen de
recreatiemarkt deden doodbloeden, en dat er een merkbare verschuiving
was naar de occasiemarkt. Bij de meeste merken kan terug een degelijk
recreatiezeil kopen onder de 10.000 tr., dat ruimschoots voldoet aan
de door de recreatiesurfer gestelde eisen.
Binnen die prijsklasse kan je natuurlijk ook op occasiemarkt terecht
voor een hogere klasse van zeilen maar de vraag is natuurlijk : "Heb
je als recreant meer gecompliceerde zeilen nodig ".
Let bij aankoop van een occasiezeil echter wel op volgende punten
· Rekking tussen de verschillende zeilbanen: de lijm komt tevoorschijn.
· Rek op het achterlij: opgetuigd zeil heeft slap achterlijk.
· Het opgetuigde zeil mag geen grote plooien vertonen: dit kan
bijvoorbeeld de oorzaak zijn van een slecht uitgevoerde reparatie.
· Probeer vooraf het zeil even uit, controleer de ligging van
het drukpunt door de giek met 2 vingers vast te houden.
· Kijk ook na of er geen beschadiging is aan de trimogen, deze
zijn vaak door overbelasting vervormd of uitgescheurd.
· Controleer of de latten niet gebarsten zijn of afgeschilferd,
dit kan schade en slijtage aan de latzakjes veroorzaken.
· Nieuwe types van zeilen worden opgerold, en niet geplooid,
zelfs met korte latten.
· Een zeil dat steeds op de mast werd gerold vertoont naast de
mastslurf vertikale plooien, nadelig voor het zeilprofiel
· Een zeilzak is nuttig tegen beschadiging en slijtage.
· Geef bij aankoop van occasiemateriaal voorkeur aan gerenommeerde
merken : Gaastra, Neil Pryde, Topsails, UP, Simmer...
Voor diegenen die meer gespecifieerde zeiItypes wensen, overlopen we
even de eigenschappen van de verschillende types
WAVE ZEILEN
Specifiek gebouwd voor gebruik op zee of bij hoge windkrachten. Het
is licht en makkelijk handelbaar, heeft een hoog opgesneden onderlijk
en is gericht op manoeuvres en sprongen. Het heeft een laag rendement
qua snelheid, en is niet geschikt voor planken boven de 3 meter.
SLALOM ZEILEN
Deze zijn meer gericht op snelheid en gijpen. Het lage onderlijk zorgt
voor een goede aansluiting met de plank. Het zeil is uitgerust met lange
geprofileerde latten.. Zij zijn gebouwd voor het gebruik op slalomplanken,
maar zijn tevens zeer geschikt voor gebruik op langere allround-funboards
(3.30 â 3.60).
SPEED ZEILEN
Voor de recreant absoluut niet aangewezen. Ze vergen een zeer goede
vaartechniek, zijn moeilijk handelbaar en speciaal gebouwd voor zeer
smalle planken. Je zal natuurlijk voor jezelf moeten uitmaken of je
voorkeur geeft aan een nieuw of een occasiezeil. Let er als recreant
vooral op dat je een eenvoudig zeil kiest dat gemakkelijk op te tuigen
is, en licht in gebruik. De meeste fabrikanten bieden een goede recreatiecollectie
aan onder de 10.000 fr. (Zie Boot Dusseldorf)
.
12.
Engelse surftermen - vertalingen
In het wereldje van de jumpers, de hoge-sprongen-makers, krioelt het
van de Engelse of Amerikaanse termen, meestal afkomstig uit het golfsurfen.
Hierbij alvast de meest voorkomende sprongen en manoeuvers.
aerial-jibe - gijp in de lucht tijdens een sprong
barrel roll - sprong met achterwaartse draai van 180°
body-dip - lichaam raakt het water tijdens het varen
body-drag - aan de giek hangend, naast de plank, door het water slepen
bottom-turn - draai beneden aan de golf, met de golf mee. Ook wel het
wiebelende achterwerk van surfgroupies op het strand
cut-back - draai terug naar een brekende golf
donkey-kick - plank bij een sprong tegen de wind in schoppen
360 - een volledige cirkel of draai van 3600 op het water
duck-gijp - Engelse vogeltjesdans. Bij het surfen: gijp waarbij de surfer
onder het zeil duikt
duck-tack - overstag gaan door onder het zeil te duiken
heaven kick - sprong waarbij de plank met de onderzijde naar de hemel
is gericht. Krijg je ook na het roken van een stevige joint
heIlicopter-tack - met het zeil tegen wind in overstag gaan
high jump - hoge sprong waarbij plank en lichaam in
lollipop - sprong met de golf mee, 's zomers ook verkrijgbaar bij de
ijsventer
looping - sprong waarbij een draai van 360° in de lucht wordt gemaakt.
valhelm is hierbij aan te raden
nose-dive - na een sprong raakt de neus van de plank, liefst niet die
van de surfer, eerst het water
oft-the-lip - radicale draai aan de top van de golf
power-gijp - zeer snel gemaakte gijp
rail-riding - op de zijkant van de plank surfen
upside down - sprong waarbij de surfer onderste boven hangt en de mast
volledig naar beneden wijst
Een andere afdeling van de windsurfsport waar
veel met vreemde termen wordt gegoocheld is die van de plankenbouwers.
Deels gaat het ook hier weer om Engelse benamingen en deels om louter
technische termen die zeker een woordje uitleg kunnen gebruiken.
airbrush - gespoten dekoratie op de plank
astrodeck - anti-slip stickers
blank - ruw blok schuim waaruit een handgemaakte plank wordt gemaakt
bottom - onderkant van de plank
channel - uitholling in de onderkant van de plank in de lengterichting
coat - bovenlaag bij hars- en verfsystemen voor het verkrijgen van een
glad, krasvrij en slijtvast oppervlak
cross linked - productiemethode gebruikt bij PE planken
custom made - met de hand op maat gemaakt
diamond tail - vijfkantige hekvorm bij een plank
delaminatie - loskomen van het laminaat (weefsel) van de kern van de
plank
EPS - expanded polystereen - schuim gebruikt voor het maken van de kern
van een plank
extruderen - onder hoge druk inspuiten
fibres vezel - glasvezels
fish-tail - hekvorm in de vorm van een vissstaart
floater - plank met voldoende volume om het lichaamsgewicht te dragen
foam schuim - vb. clarcktoam (merknaam van schuimkernen)
gun - korte, smalle plank bedoelt voor zuiver snelheid
GVK - glasvezelgewapende kunststoffen vb. glasvezel doordrenkt met polyester
hi-tech - technisch hoogstandje
hi-bryds - dunne staaldraadjes verwerkt in de huid van een surfplank
ter versterking
jet-bottom - bodemvorm met verschillende channels in verwerkt
mastrail of track - slede in de plank waarop de mast voor- of achterwaarts
kan verplaatst worden
nose - neus, boeg van de plank
outline - omtreklijn van de plank
quick-release - snelkoppeling, vb. aan mastvoet
rail - zijkant
rocker - buiging naar boven van de achterkant van de plank
rotomoulded - fabricagemethode door het snel ronddraaien van een mal
round tail - afgeronde hekvorm
sandwich - bouwmethode waarbij tussen twee lagen een holte wordt gelaten
door bv. tussenschotjes
scoop - buiging van de neus van de plank
shape - model, vorm
sinker - plank met een zo klein volume dat deze zinkt bij het betreden
spin-out - wegvallen van de druk tegen de vin waardoor de plank zijwaarts
wegschiet
squash-tail - bijna rechthoekige hekvorm
stringer - lengteversteviging in een plank, meestal uit hout
swallow-tail - hekvorm in de vorm van een zwaluwstaart
thruster - vincombinatie van 1 grote en 2 kleinere
tracker - kleine hulpvin
tucked under edge - combinatie van ronde (bovenaan) en scherpe (onderaan)
zijkant
wingers - versmalling in de zijkant, aan de achterkant van de plank
11.
LAAT DE WIND JE PLANK DRAGEN
De homo-surficus-tijd van loodzware planken met onhandelbare tuigen
behoort tot het verleden.
Hoe je op een elegante manier je favoriete watervlak bereikt wordt gedemonstreerd
door enkele surfers.
Veel kracht komt er niet bij kijken, alleen de juiste techniek en wat
gevoel om plank en tuig in evenwicht te houden. De twee principes aan
de basis van een krachtsparende draagtechniek zijn:
A. Het benutten van de wind door de aerodynamische liftwerking van
het zeil en de opwaartse druk op de plank zelf.
B. Het behouden van het evenwicht tussen het gewicht van de plank en
het tuig.
HOOFDDRAAGTECHNIEK
MET PLANK EN TUIG AAN LIJ
De plank rust schuin tegen de heup met de loefzijde naar boven gekanteld.
De giek steunt op de plank. De voorste hand grijpt een voorste voetband,
de achterste heeft de giek vast.
MET PLANK EN TUID AAN LOEF
De plank balanceert aan het tuig dat ter hoogte van het voorlijk op
het hoofd steunt. Let wel op je hoofd steeds op een zeillat te plaatsen.
De achterste hand draagt de plank aan een voetband.
Op halve wind, bij voldoende windkracht kan de lift-werking van het
zeil volstaan om de plank te dragen.
MET TUIG AAN LOEF EN PLANK OP DE MAST
De voorste hand klemt de voetband en de mast samen. De andere hand begeleidt
ofwel het zeil ofwel de plank. Het lukt ook wel met de grotere plank
HEUPDRAAGTECHNIEK
MET SURFER TUSSEN PLANKEN TUIG
De giek rust hier niet op de plank.
OMKLEMDRAAGTECHNIEK
Plank en tuig worden hier in feite volledig gedragen, grotendeels door
de achterste arm. Deze techniek leent zich goed bij het dragen tegen
de wind in, maar is enkel toe te passen bij kleinere boards.
Met wat oefening lukt de heupdraagtechniek ook met de lange plank. Zorg
wel voor een optimale balans tussen plank en tuig. Handige hulpmiddeltjes
zijn mastvoet helemaal vooraan en een voetband ter hoogte van de zwaardkast.
Surfers: Filip Walraeve en Peter Vanderlinden.
Tekst: Dirk De Clercq.
10.
WEDSTRIJDSURFEN
Tactiek staat naast techniek, kracht, uithouding, e.a. Tactiek is een
zeer belangrijk onderdeel van het wedstrijdsurfen. Vele wedstrijdsurfers
begaan nog grote tactische flaters, waardoor ze onmogelijk bij de top
geraken. Tactiek is een domein waar we uren kunnen over spreken
Belangrijk is wel dat men inzicht heeft in de tactische zetten die men
kan doen en dat men na elke wedstrijd zijn fouten evalueert. Tactiek
is een spel. Men moet kennis hebben van de wedstrijdreglementen, stroming,
weerkunde, materiaal, tegenstrevers, navigatie.
Tactiek is vooruit denken. Weten waarom je links of rechts opkruist.
Weten waarom je overstag gaat. Tactiek veronderstelt een goede kennis
van de wedstrijdreglementen zodat je deze kan toepassen in elke situatie
tijdens het wedstrijdvaren.
VOORBEREIDING
a. Men moet een duidelijk schema hebben van het wedstrijdparcours en
zijn omgeving. Men moet zich een soort luchtfoto kunnen voorstellen
met daarop peilpunten.
b. De wedstrijdbepalingen moeten zorgvuldig doorgenomen worden. Vele
organisaties gebruiken speciale voorzieningen vb andere startprocedure,
andere vlaggen. Op voorhand moeten deze doorgenomen worden.
c. Bij gebieden met stromingen moet men een getijdenboek aanschaffen
en op voorhand de koers aan de hand van de stroming bepalen.
d. Een goede weersinformatie is noodzakelijk om de draaiing en de sterkte
van de wind te meten. Liefst bij plaatselijke meteorologisch instituut
of vliegveld.
STROMING
Bij gebieden van stromingen moet men een getijdenboekje aanschaffen
en op voorhand de koers aan de hand van de stroming bepalen.
Het verleden heeft bewezen dat er weinig deelnemers op de hoogte zijn
van de heersende stromingen.
De stroming is dikwijls bepalend voor de wedstrijduitslag.
Zeekaarten geven ons inlichtingen over de getijden in de vorm van getijtafels
met geregistreerde stroomsnelheden en richtingen op ieder uur. Een kaart
geeft de sterkte en de richting van de getijstromingen aan. Deze gegevens
moeten op een kaart uitgetekend worden. Men moet rekening houden met
het uur waarop men de wedstrijd vaart en ook de plaatselijke dieptes.
BASISREGEL
De stroomsnelheid in ondiep water is lager dan die in diep wat
De stroomsnelheid is hoger in de buurt van hindernissen,
Bij een landtong of een golfbreker kan er een tegengestelde turbulente
stroom optreden,I
In stromingen worden ondiep water of een hindernis gekenmerkt door korte
steilbrekende golven.
HOE DE STROOM METEN?
Door de boten die op anker liggen, boeien en de positie van de andere
planken. Als de voorliggende surfer in een dieper gedeelte of in een
vaargeul komt zult u dit onmiddellijk merken.
STRATEGIE EN DE STROMING
Door een voorwerp tussen twee vaste punten te laten drijven en de tijd
op te meten.
De afstand = 5 meter 5" = 2 knopen 10" = 1 knoop
20" =0,5 knoop
INFORMATIE TIJDENS DE WEDSTRIJD
Opkruisen in zwakkere stroming.
Oppassen aan de boeien.
De koers op stroom is anders, dus andere peilingen maken.
BESLUIT
Het is belangrijk om al deze zaken uit te zetten op een kaart en zelfs
uit te testen op het water.
TAKTISCH PLAN T.O.V DE WIND
In buien (cumuluswolken) op het noordelijk halfrond draait de wind
kort voor de bui tegen de wijzers van de klok in (krimpen) en tijdens
de bui met de wijzers van de klok mee (ruimen). Als u zo'n bui aan ziet
komen, of zelfs een bescheiden cumuluswolk moet u dus eerst een stuurboordslag
maken als de wind aan het krimpen is en zodra hij ruimt overstag gaan
en over bakboord verder. Op het zuidelijk halfrond werkt dit precies
omgekeerd.
In geval van een thermische zeewind die men met bv. 70% zekerheid aan
de Franse zuidkust aantreft, maar zomers ook wel aan de Noordzee, heeft
de wind de neiging gedurende de dag met de zon te ruimen. Met name tussen
3 en 5 uur 's middags kan de wind opeens 'klappers' maken waar men gebruik
van moet maken. Op het zuidelijk halfrond is dit weer precies omgekeerd.
Vuistregel: met éénmaal draaiende wind tijdens een kruisrak
is: indien u verwacht dat de wind ruimt tijdens het kruisrak, kiest
u de stuurboordkant van het kruisrak, indien hij gaat krimpen pakt u
de bakboord kant.
Een ander geval is wanneer de wind verschillende malen op een kruisrak
draait. Dit gebeurt met name indien er cumulusbewolking staat (blauwe
hemel met hier en daar wat opgestapelde wolken). In dit geval draait
de wind onder iedere wolk. U moet dan op het kruisrak de wolken opzoeken
en zoveel mogelijk in het midden van de baan blijven en bij iedere winddraaiing
die boeg kiezen waarover u het meeste hoogte loopt ten opzichte van
het bovenwindse merkteken.
Een weersvoorspelling kan u helpen de kans op het een of andere weertype
in te schatten en u kunt hiermee dan rekening houden in uw strategisch
plan.
We hebben het nu eigenlijk alleen nog maar gehad over het strategisch
plan op het kruisrak dat ook verreweg het belangrijkste is. Op de ruime
windse rakken geldt met betrekking tot windvlagen: tijdens de vlagen
afvallen zodat men de vlaag zo lang mogelijk benut, tussen de vlagen
door een hogere koers kiezen naar de volgende vlaag. De vlaag kunt u
al erg vroeg op het water (rimpeltjes) aan zien komen.
Paul Boydens
9. WINDSURFCULTUUR
Neem nu om 't even welk windsurfmagazine ter hand, lees enkele bladzijden
door, bekijk aandachtig de foto's en je verlaat de huiskamer of om 't
even welke plaats waar je je bevindt... je droomt... van exotische stranden...
je fantaseert en je ziet jezelf de meest radicale maneuvers uitvoeren...
je bewondert de cracks... En wanneer je terug op de bewoonde wereld
terechtkomt vraag je jezelf af hoe het toch komt dat je zo meegesleept
kan worden...
Wel dat is het nu juist, alles wat te maken heeft met windsurfing is
zeer typisch en brengt ons in een sfeer die eigen is aan onze sport
.We worden in een sfeer gebracht die buiten het gewone is. Weg van het
dagelijkse leventje met al haar restrikties, komplikaties en verwikkelingen.
En juist daarom mag alles in de windsurfsport. Hoe radikaler hoe beter,
hoe meer fluo hoe flasher, hoe mooier hoe schoner, hoe sneller hoe rapper,
hoe origineler hoe prachtiger
Velen onder ons leven gewoon konstant in die sfeer, voor hen is de wind
een levenspartner, net als een uurwerk, waarnaar we zeer regelmatig
polsen. Meer gematigde recreatiesurfers zijn opgewonden wanneer alle
elementen aanwezig zijn om op 't water te gaan.
Deze passie voor de wind kan zodanig meeslepend zijn dat bijna alles
tijdens het weekend of de vakantie rond dit o zo precieuse natuurelement
draait.
"Zeg schat, gaan we morgen inkopen doen?", "Natuurlijk
gaan we dat doen,... maar euh als er wind is stellen we het toch een
dagje uit, niet?" Ach, we weten allemaal dat we het leven van onze
medemensen soms wel eens zuur kunnen maken maar die magische aantrekkingskracht
van het windsurfen vormt nu eenmaal de basis van ons bestaan hier op
aarde (...) dus mogen we zeker en vast wel rekenen op wat vergevensgezindheid
Stijve vlaggen, horizontale rook, fiere windzakken, wiegende bomen (of
palmbomen), tegen de wind inleunende mensen, oplaaiend zand en tal van
andere spreekbuizen van de wind geven ons steeds opnieuw die opwindende
drang naar het water en de golven. Elke windsurfer is ook onderhevig
aan de invloeden van mode, trends en look. Cool zijn is bijna een must
en deze vormen van levensbeschouwing worden dan ook gretig gemanipuleerd
door de reklamewereld waar we de windsurfer voorgeschoteld krijgen als
een super-de-luxe macho man!
Daartegenover staat dan wel de waarheid van het super nonchalante dat
de echte funboard freak kenmerkt.
"Taboe": overbeleefd doen, overdreven netheid, kravatten,
terughoudendheid, plechtigheid, formaliteiten, "dwangbuizen",
politiek...
"In": grappen uithalen, gezellige wanorde, echte gastvrijheid,
ruimdenkendheid, goede verbeeldingskracht, een open geest, Als de wind
het wel eens laat afweten dan kan het gespreksonderwerp vlug omslaan
naar reizen, vakanties of surfervaringen. En wees gerust, beste waterfanaten,
tijdens een windsurfvakantie laat de echte windsurfer zich pas kennen.
Hoe exotischer de sfeer, hoe beter en hoe mooier de vrouwen, hoe aanlokkelijker
! Hoe meer de vakantie in 't teken staat van de windsurfsport hoe gelukkiger
Mr. & Mrs. Surf zich voelen. Gaan zij een ijsje eten dan kiezen
zij voor de Coupe Hawal; gaan zij winkelen voor kleren, dan moet er
een board op staan. Hier zien we reeds dat ze blij zijn "erbij
te horen" en dat laten ze ook graag zien. De windsurfer manifesteert
zich graag. Jazeker, kijk maar naar z'n auto, z'n planken of z'n akties
op 't water. Het "show" -element is steeds aanwezig. In welke
andere sport vind je zoveel fluo kleuren of waar nog krijg je zoveel
bekijks? Het spektakulaire van het funboarden is zonder twijfel één
van de grootste troeven die ons kenmerkt. En gelukkig maar ! Want spektakel
wekt interesse en zonder interesse leeft een sport niet. Dus people,
keep the spirit alive en vertel alle grootvaders dat het nooit te laat
is om het windsurfen aan te leren. Wel één voorwaarde
: fluo boxershorts kopen en een zonnebril opzetten als Debosere 't weerbericht
op TV voorleest.
DIXIE B52
8. HET
VEERSE MEER
Ter voorbereiding van onze uitstap naar het Veerse Meer gingen Aimé
en ikzelf (Maurice) eens ter plaatse een kijkje nemen. Gelukkig stond
er een zwakke wind die dag zodat de surfkriebels onderdrukt konden worden
en wij erin slaagden gans het meer rond te rijden en alle "surfstekken"
aan te doen.
Het Veerse Meer ontstond begin de jaren '60 als gevolg van de aanleg
van de 800 meter lange Zandkreekdam en de 2800 meter lange Veersegatdam.
Het beslaat 2150 ha., is 22 km. lang en tot 20 meter diep.
De trip naar Nederland loopt over de ring rond Antwerpen richting Bergen-op-Zoom.
Daar de A 58 autosnelweg op tot Goes om zo de eerste stopplaats te bereiken
nl. WOLPHAARTSZIJK . Jaren geleden onze eerste clubuitstap en sindsdien
nog even interessant om als surfer naartoe te gaan.
Parking vlakbij het meer (overal mag je vrij "kamperen' tussen
zonsop- en -ondergang) sanitair en cafetaria in de buurt, zelfs een
sporthotel is ter beschikking om eventueel ter plaatse te overnachten.
Het Veerse Meer is hier wel op z'n smalst en bij een W of 0 wind heb
je dus korte rakken.
De Zandkreekdam over en zo bereik je Noord-Beverland en het stadje
KORTGENE . Hier heb je één van de grootste (dure) campings
aan het meer. Na Kortgene doken we het vlakke land in. Wie bij windstilte
hier al fietsend z 'n hartje wil ophalen, zit 200% goed. Prachtige tochten
zijn er hier te maken en de rust is er soms onwezenlijk.
Tot we ter hoogte van Het Zilveren Schor terug het Veerse Meer bereiken
en de camping en week-endverblijven van de SCH0TSMAN ons doen denken
aan de plas op zonnige dagen. Hier kan je over de koppen lopen en om
je plankje in het water te krijgen moet je dit echt letterlijk nemen.
Té is nooit goed en als niet-Duitser of niet-Nederlander val
je uit de toon.
Verder maar weer tot KAMPERLAND voor de havengeul kan je "in het
wild" surfen. Geen echt interessante plaats; je zit vlakbij een
drukke vaarroute en het eiland rechtover Veere beperkt het surfoppervlak.
Aan de andere kant van de geul, net buiten het dorpje, is het wel goed.
Hier staan tevens een 15-tal bungalows vlak aan het water die te huur
zijn. Volledig comfort - 2 slaapkamers, ingerichte keuken enz. voor
6 personen. Niet duur maar voor een korte periode slechts een week op
voorhand te bevragen. De langere verhuurperiodes krijgen voorrang.
Na Kamperland bereiken we het andere uiterste van het Veerse Meer nl.
VROUWEPOLDER. Een uitgestrekte plaats waar je over verscheidene kilometers
op het water kan. Goede surfmogelijkheden te vergelijken met het Spaarbekken
te Nieuwpoort. Een aangelegd strandje richting Veere enkele restaurants
en als je de dijk beklimt (niet echt zo simpel) kan je aan de andere
zijde op zee surfen. Een betere surfstek op onze tocht. Overnachtingsmogelijkheden
bij particulieren (meestal op boerderijen) zijn hier in op basis van
kamer en ontbijt. Wie hier verblijft heeft de rust van het binnenland,
goede surfmogelijkheden op korte afstand en Veere en ook Middelburg
liggen vlakbij en zijn een bezoek waard. Voor families een goede lokatie.
Via VEERE gaat onze tocht richting 0RANJEPLAAT en DE PIET . Twee goede
surfplaatsen met vergelijkbare accomodatie als Wolphaartsdijk. Je hebt
wel meer ruimte (surfwater) en afhankelijk van de windrichting kan je
hier L of R je tocht aanvatten.
Zo werd de cirkel gesloten en zat voor ons de dag erop.
Conclusie : de zuidkant van het meer is meest geschikt en kent
de beste surfplaatsen.
WOLPHAARTSDIJK ligt kortbij en is zeker voor de rekreant een uitstekende
plaats.
ORANJEPLAAT is iets verder en kan bij een stevige bries rekreant en
doorwinterde funner bekoren.
VROUWENPOLDER is het uiterste punt en als familieplaats geniet deze
mijn voorkeur.
Verblijfsmogelijkheden zijn leqio maar niet echt goedkoop > kamperen
zegt mij persoonlijk niet zo veel en zeker niet op de campings die we
daar gezien hebben. Als daquitstap is het zeker een aanbeveler.
Maurice.
7. GOUDEN
REGELS BIJ HET OPTUIGEN
TRAPEZETOUWEN
Bij een normale koers zitten de eindjes lichtjes aan de binnenzijde
van de handen. Wanneer de eindjes minder ver uit mekaar staan wint u
aan snelheid, maar hun positie moet dan absoluut juist zijn.
Om de juiste plaats te vinden kan u zich op de oever eens inhaken. Als
het tuig in evenwicht blijft hebt u de juiste plaats gevonden. Wanneer
het naar voor trekt betekent dit dat de koordjes te ver naar achter
staan. Omgekeerd wanneer het zeil naar achter trekt.
Beginners hebben dikwijls de neiging om de koordjes te ver naar voor
te zetten wegens de schrik om gekatapulteerd te worden. Dit houdt echter
de snelheid tegen en zal u vlugger de kramp doen krijgen in de achterste
arm. Om een idee te hebben : de koord moet ongeveer tot aan uw elleboog
komen als je uw hand plaatst in het midden van de hechtpunten.
Als je de indruk hebt dat je langs de ene zijde van je plank sneller
surft dan langs de andere zijde, kan dit te wijten zijn aan het feit
dat de koordjes langs de 2 zijden niet op gelijke afstand werden geplaatst.
koordjes te ver vooraan
je wordt sneller moe en moet meer arbeid verrichten met je achterste
arm. De snelheid daalt.
te ver achteraan
nu wordt de voorste arm sneller moe. Snelheid daalt eveneens en je hebt
het onaangename gevoel dat je naar voor wordt getrokken.
koordjes te kort
de snelheid is beperkt, reakties kunnen minder vlug plaatsvinden en
het evenwicht is wankel.
koordjes te lang
je wordt vlugger moe en loopt het risiko om met de billen of het lichaam
het water te raken.
DE GIEK
Te hoog : het is voortdurend vechten geblazen met een te zwaar
tuig. De kontrole bij het uitvoeren van maneuvers is moeilijk.
Te laag : het planeren verloopt trager. Debutanten hebben de
neiging om de giek te laag te zetten.
Raad : probeer de giek hoger te zetten samen met de vooruitgang
die je maakt.
BESLUIT
Het wijzigen met enkele centimeters van zowel de vin, de voetbanden,
de trapezetouwen, als de hoogte van de giek hebben allen een invloed
op het surfgedrag. Alle planken en alle zeilen kunnen op verschillende
manieren worden opgetuigd. Het optimaal optuigen is zelfs belangrijker
dan de merkkeuze van zeil of plank.
Aan u dus om alle mogelijkheden uit te proberen en hopen maar dat je
zo de ideale positie vindt.
Om betere resultaten uit uw surfmaterieel te halen volgen hier enkele
belangrijke tips. Met 6 verschillende punten dienen we rekening te houden
positie van de vin en de voetbanden, zeilspanning, hoogte giek, positie
van de trapezetouwen en de mastvoet .
VIN
Meer vooraan de plank wordt wendbaarder, het gijpen lukt beter
en men planeert vlugger. Er is echter verlies aan snelheid en de plank
is moeilijker onder controle te houden.
meer achteraan de plank blijft beter op koers en is sneller.
Nadeel is het wegzinken bij het gijpen en de mindere wendbaarheid. Als
de vin achteraan staat, doet men er best aan ook de voet-banden achteraan
te plaatsen. Dit is de positie voor speed.
Vormen van vinnen:
Grote, rechte vinnen bij lichte wind en met grote zeilen. Gemakkelijker
voor op te kruisen maar moeilijker bij harde wind.
De vinnen die gebruikt worden bij harde wind en in de golven, zijn merkelijk
korter en hebben onderaan een buiging naar achter. De plank wordt hierdoor
veel beweeglijker maar minder snel en planeert ook minder vlug.
een vin met venster is goed tegen spin-out. Het vormt zowat een compromie
tussen de twee vorige.
Simpel kan men stellen dat hoe groter het zeil is, hoe groter dat de
vin moet zijn. Een vin met een lengte van 35 cm bij een zeil van 4m2
is dus uit den boze.
ZEILSPANNING
Neerhaler aantrekken zo hard men kan. Niet overdrijven echter. Nochtans
zal men eerder zondigen door te weinig spanning, dan door te veel. Gebruik
een easy-rig om krachtverlies te vermijden.
Uithaler : aantrekken tot dat het zeil, wanneer er wind in zit, de giek
juist niet raakt. Het spreekt voor zich dat men meer of minder wind
ook meer of minder spanning kan plaatsen.
Latten : spanning moet zo hoog mogelijk zijn, behalve bij zeilen die
uitgerust zijn met cambers om de rotatie rond de mast te vergemakkelijken.
(bij wave-zeilen vermindert men de neerhalerspanning, maar verhoogt
men de uithalerspanning.)
VOETBANDEN
vooraan : bij veel wind in golvend water. Dit vergemakkelijkt
het besturen en het uitvoeren van maneuvers.
achteraan : voor hogere snelheid. Het gijpen wordt moeilijker.
Reeds jaren bestaan er surfplanken van het type "WAVE-SLALOM CONVERTIBLE".
Het betreft hier planken van rond de 2m65 die zowel voor het golfsurfen
als voor het slalommen kunnen gebruikt worden en dit door het verplaatsen
van de voetbanden en het vervangen van de vin.
Dit is de ideale oplossing voor al wie niet zo goed bij kas zit en anders
dient te kiezen tussen een wave-plank of een slalom-plank.
MASTVOET
Bij raceplanken en andere lange planken: voor het opkruisen staat
de mastvoet vooraan en het zwaard naar beneden.
bij ruime wind staat de mastvoet achteraan en is het zwaard opgehaald.
Bij slalomplanken:
te veel naar voor: moeilijk onder kontrole te houden. Er zit
te veel gewicht vooraan zodat men steeds het gevoel heeft gekatapulteerd
te worden:
te veel naar achter: neus van de plank draait altijd naar de
wind. Plank gijpt moeilijk. Speedfreaks zetten de mastvoet best achteraan.
6. POLLEKE
SIMPEL
POLLEKE
SIMPEL KOOPT EEN SURFPLANK
Hallo, ik ben Polleke Simpel.
Omdat ik een nogal onopvallend figuur ben zul je mij waarschijnlijk
niet kennen. Maar daar zal spoedig verandering in komen, want ik word
surfer!
De reden hiervoor is niet ver te zoeken : ik heb namelijk ontdekt dat
je aan de plas in Rotselaar vanop het water een beter zicht hebt op
al het vlees dat daar bij hete dagen ligt te bakken. Monokini's inderdaad,
al vind ik dit een verkeerd woord want ik zie er altijd twee, haha.
Om te kunnen surfen moet je een plank hebben natuurlijk en daarom zocht
ik in de gouden gids waar die te koop zijn. Na eerst mijn tijd verpruts
te hebben in enkele houthandelszaken en bij Doe-het-zelvers kwam ik
uiteindelijk terecht bij de echte surfspecialisten.
Ik had de keuze tussen NOORDZEE in Mechelen en HERLITSKA in Kampenhout.
De vaart in Mechelen die kende ik, maar van de Noordzee aldaar had ik
nog nooit gehoord. Omdat Kampenhout-sas dichterbij ligt opteerde ik
maar voor Heer Litska. Ik vermoedde dat het hier om een Pool ging, maar
hij was blijkbaar al volledig geïntegreerd want zijn Nederlands
was zelfs beter dan dat van mij.
Ik zei hem dat ik een surfplank wenste te kopen. "Kompleet of semi-kompleet
?" vroeg hij.
"Kompleet natuurlijk, want op een halve plank wil ik niet surfen"
Geduldig legde hij mij uit dat kompleet zowel de plank, het zeil, de
mast als de giek omvat, terwijl semi-kompleet enkel de plank is. Ik
koos voor kompleet, want ik had nog niets.
"Met of zonder zwaard ?" was zijn volgende vraag. "Zonder"
zei ik vastbesloten, want "met" zou wel meer kosten. Een frit
met mayonaise is immers ook duurder dan één zonder.
"Hebt u al enige ervaring met het surfen ?" moest hij dan
weten.
"Tuurlijk" loog ik, want als ik liet uitschijnen een surfleek
te zijn, zou hij wel proberen om mij in 't zak te zetten.
"En waar ga je vooral surfen ?" Moest die gast nu werkelijk
alles weten ? Ik maakte hem duidelijk dat het voor op de plas in Rotselaar
was, maar mijn ware bedoelingen gaf ik natuurlijk niet prijs.
"Dan zal je waarschijnlijk een plank van rond de 3 meter zoeken
?"
"Nee de kortste die er is" replikeerde ik onmiddellijk, want
op de plas kan het behoorlijk druk zijn en dan komt een korte plank
goed uit. Bovendien kan ik ze veel makkelijker opbergen in mijn auto
en garage.
"Dat zou ik toch niet doen" sprak Heer Litska. "De kortste
planken zijn wave-planken en daar surf je best mee op zee. Ik stel een
plank voor van minstens 2m85".
Ik begon het behoorlijk op de heupen te krijgen van dat manneke zijn
verkoopstechnieken. Nu ik wist
dat die korte planken "wijfplanken" zijn, stond mijn besluit
vast. Ik moest en zou zo'n plankje hebben. "Wil ik de voetbanden
er zelf opzetten ?" probeerde hij nog. "Neenee, pak alles
maar in, want ik moet dringend weg, was mijn volgende leugen. Eerst
vriendelijk vragen of ze het zelf mogen doen en dan 1000 fr. per uur
rekenen zeker. Je moet mij die verkopers niet leren kennen. Ik ben zeker
zo geslepen.
Toen ik met mijn wagen vertrok, zag ik in mijn spiegel Heer Litska voor
het raam staan.
Ik merkte dat hij zijn wijsvinger aan zijn slaap bracht. Wat denkt dat
manneke wel ? Dat hij maar oppast of ik stem volgende keer op het Vlaams
Blok en dan sturen ze hem terug naar Polen.
POLLEKE
SIMPEL VEROVERT DE ZEE
Ik had al verscheidene keren op de plas gesurft en kende al talrijke
surfmaneuvers zoals het optrekken van het zeil met het ophaaltouw, de
strandstart en het overstag gaan. Ik achtte dan ook het moment gekomen
om aan het grotere
werk te beginnen, namelijk surfen op zee.
Naar zee gaan om te surfen in de golven doet men niet onvoorbereid natuurlijk.
Mijn vrouw, die me graag moet zien, had voor mijn vaderkesdag een microgolf
gekocht, zodat ik thuis al veel had kunnen oefenen. Je moet immers niet
dadelijk met de grote golven beginnen. Ik had Zeebrugge uitgekozen als
plaats. Men had mij wel gewaarschuwd voor de zandbanken aldaar, maar
hoe ik ook zocht, ik vond er geen. Zandkastelen die zag ik wel, maar
banken niet. Ik heb dan ook de hele tijd moeten rechtstaan.
Ik had gans de zee voor mij alleen. Voor de echte specialisten stond
er misschien een beetje weinig wind (5 Bft, schatte ik). De wind kwam
uit noordwestelijke richting, dus recht uit zee. "Onsjoor' noemen
de specialisten dat. De wind onsjoor en ik op mijn wijfplank, dat was
de bedoeling. Eerlijkheidshalve moet ik echter toegeven dat ik er niet
veel van terecht heb gebracht. De golven van Zeebrugge leken die van
Hawal wel. Pater Damiaan (een surfpionier uit Tremelo) die zou zich
daar misschien op zijn gemak gevoeld hebben, maar voor mij was het voorlopig
nog iets te hoog gegrepen.
Bij mijn eerste poging lag ik na vijf meter reeds onder water en kreeg
ik bovendien nog de plank op mijn hoofd. Nochtans had men mij gewaarschuwd
om nooit te vallen tussen de plank en het strand, omdat de golven dan
de plank tegen uw - en in dit geval mijn - hersenen keilen. Ten eerste
was ik echter niet van plan te vallen - zoiets programmeerd men immers
niet - en ten tweede, eens uit evenwicht kan je niet meer kiezen welke
richting het wordt.
Bij mijn tweede poging was ik reeds 100 meter ver voor ik ten val kwam.
Men had mij ook gezegd van bij ongekontroleerde valpartijen met de handen
steeds het hoofd te beschermen. Dit deed ik dan ook, met als gevolg
dat ik deze keer niet beschadigd werd. Ik was wel mijn plank en tuig
kwijt, want door de enorme golfslag kreeg ik ze niet meer te pakken.
Nochtans had men mij gewaarschuwd nooit de giek los te laten. Ik vraag
mij af hoeveel handen die specialisten eigenlijk hebben. Ik was dus
genoodzaakt om terug te zwemmen, maar ik werd telkens wanneer er een
golf oversloeg kopje onder gedrukt. Half gepekeld kon ik desalniettemin
de oever bereiken.
Gelukkig was mijn conditie optimaal. Ik had namelijk reeds enige tijd
flink mijn uithouding getraind. Gedurende vier weekends dweilde ik alle
dancings hier in de buurt af en presteerde het om van vrijdagavond tot
maandagochtend op de dansvloer te staan tegen 180 biets per uur ! En
dit zonder ekstiesie, hee mannekes Maar ik wijk af. De derde poging
dan : 500 meter stond ik op mijn plank en ik ben er zeker van dat ik
er nog altijd zou opstaan moesten er daar geen rotsen in de weg gelegen
hebben. Die rotsen zijn daar gelegd om de scheiding tussen de surf-en
de bootzone aan te duiden. Te vergelijken met de boeien tussen de zwem-
en surfzone aan de plas dus. De kenners noemen dat ginder de muur. Nochtans
had men mij gewaarschuwd voor die muur.
Maar ja, ik ging nu éénmaal die richting uit en voor één
keer dat ik niet viel, wou ik ook niet stoppen. Gijpen was natuurlijk
ook een mogelijkheid, maar dat surfmaneuver had ik spijtig genoeg nog
nooit uitgevoerd.
Ooit had ik al wel eens aan muurklimmen gedaan en dit kwam me nu goed
van pas. Zonder beveiliging kon ik de muur bedwingen, ook al omdat de
moeilijkheidsgraad vrij laag lag. En mijn materiaal, zul je vragen ?
Mijn zeil wordt momenteel nog gebruikt in de keuken als vergiet, maar
mijn Tiga heeft het overleefd. Onverslijtbaar is zo'n plank. De rots
waar ze tegensloeg is er nog altijd niet goed van.
Na een lange wandeling langs de haven en de dijk eindigde mijn zeedebuut
in mineur. Toen ik 's avonds laat thuis kwam, heb ik toch nog maar wat
geoefend met de microgolf.
5. SPIN-OUT
'De vin die ik nu vaar , is waardeloos, alsmaar spin-out'.
Een uitspraak die we aan de plas weliswaar praktisch niet horen maar
op het strand vaak. Met een juiste vaarstijl en trim is het vervelende
verschijnsel van spin-out onder controle te krijgen.
Bij spin-out verliest de vin plotseling zijn grip op het water, de
tail schiet als een razende naar lij. Soms is een correctie met en ruk
aan de achterste voetband mogelijk, vaker moet je flink snelheid minderen
en druk op de mastvoet geven om de vin weer grip te geven. Door het
lichaamsgewicht bij spin-out zoveel mogelijk aan het zeil te hangen
ontlast je de vin, met de achterste voet probeer je vervolgens het board
in de oorspronkelijke vaarrichting terug te trekken.
TRIM:Veel druk op de achterste voet is vaak de reden van spin-out,
de verdeling van de druk op je benen hangt nauw samen met de giekhoogte
en de mastvoetpositie. Veel druk op de achterste voet wordt vaak veroorzaakt
door een te hoge giek, laat je de giek zakken, dan gaat de druk naar
voren. Ook trapezekoordjes die te ver naar achterop de giek staan kunnen
de oorzaak zijn. Het is belangrijk de juiste balans de vinden, in regel
gaat met het naar voren schuiven van de mastvoet ook de giek hoger.
Omgekeerd natuurlijk ook. De laatste tijd is het de trend om de mastvoet
ver naar achteren te varen, in combinatie met een lage giek en kortere
trapezekoorden. Niet zomaar een gril, maar veroorzaakt door de enorm
drukpuntstabiele zeilen die sterk rechtop gevaren worden.
HOUDING: De krachten die je nar de zijkant uitoefent dienen ook gecontroleerd
te worden! Vaar je met gestrekte benen, dan laat een spin?out meestal
niet lang op zich wachten. Met gebogen benen die je gebruikt als schokbrekers
heb je de dwarskrachten veel meer onder controle en blijf je spin-out
voor.
WATERVLAK: Naast de houding en de trim spelen ook de omstandigheden
een rol. Vooral in kabbelig water heeft men vaak last van het wegbreken
van de spiegel. Logisch, de vin breekt gewoon door de golftoppen heen.
Dit is te vermijden door een goede route te kiezen. Stuiter niet als
een blinde over de korte golfjes maar kies gecontroleerd de meest vlakke
route. Wees voorzichtig met de druk die je uitoefent op de vin en probeer
de golven te absorberen met je knieën.
4. Waarom
zou ik een surfcursus volgen?
Anders dan vele andere sporten is windsurfen ontstaan op een korte
periode. Nieuwe uitrusting werd ontworpen en de uitvinder en zijn vrienden
leerden
deze hanteren. De eerste windsurfers leerden surfen met vallen en opstaan,
zonder enige informatie. Velen leerden surfen zonder lessen. Sindsdien
zijn veel mensen zich met surfen gaan bezighouden. Dit bracht natuurlijk
veel verbeteringen mee op technologisch vlak. Denken we maar aan evolutie
van de zeilen, shape van de vin en kledij. Niet enkel op technologisch
vlak is er veel verbeterd. ook op educatief vlak. Zoveel als de originele
shape van Hoyle'Schweitzer geëvolueerd is, is ook de manier van
lesgeven veranderd. Voor lange tijd was enkel de basiscursus goed ontwikkeld.
Steeds meer en meer surfers worden steeds beter en beter. Gevorderden
kunnen nu ook goede cursussen volgen. Manoeuvers waar je vroeger jaren
over zou gedaan hebben kan je nu op enkele dagen leren en na enkele
weken oefenen heb je ze onder de knie.
Een lesgever kan niet in jouw plaats surfen, hij of zij kan wel zorgen
dat je effectiever met surfen bezig bent en je een een idee geven van
wat je nog kan verbeteren.
Windsurfmonitoren zijn in de meeste gevallen, geen "beach-bums"
meer, maar mensen die gepassioneerd zijn door de sport en hun kennis
wil en doorgeven aan anderen. Ze zijn zelf lange tijd op zoek gegaan
naar de beste manier om iets uit te leggen op een efficiënte manier.
Hun doel is dat ze hun studenten op een zo kort mogelijke tijd zoveel
mogelijk zien presteren. Om goed te surfen moet je veel surfen, da's
waar, maar het is nog belangrijker om veel effectief te surfen en te
zoeken naar wat je kan verbeteren. Een monitor kan je hierbij helpen.
Als je enkel tijdens je vakantie kan surfen is het nog belangrijker
les te volgen. Het gebeurt maar al te vaak dat iemand na een week frustrerend
proberen toch maar een les volgt op het einde van zijn vakantie. Na
een tijd op non-actief te hebben gestaan ben je echter alles weer vergeten.
Als je deze les in het begin van de vakantie had gevolgd had je de rest
van de vakantie kunnen oefenen en had je alles beter onthouden.
Momenteel hebben we in de club een tiental monitoren die bereid zijn
iedereen te leren surfen. Ze halen al hun tekenkunsten boven, likken
hun vingers gretig af, bijten in hun tenen, maw ze doen alles totdat
hun leerlingen doorhebben waar het over gaat. Op het eind van zo een
cursus heb je dan de kans om een examen af te leggen. Tot nu toe hebben
we aan de club vooral initiatiecursussen gegeven. In de toekomst kunnen
we misschien een cursus voor gevorderden oprichten, mits er voldoende
interesse is.
3. Presqu'ile
de Quiberon, summer of 1997
Ready or not! zingen de Fugees als we ons 's morgens naar Frankrijk
vertrekken. Na enkele woelige nachten met de Amerikaanse meiden die
sinds een tijdje in mijn geliefde kroeg zijn neergestreken, voel ik
me niet zo ready.
Toch weet ik dat er zich aan het einde van de reis zich iets bevindt
dat alles goedmaakt. Na dit voorjaar steeds in Wissant te hebben gevaren,
slaan we namelijk voor de derde maal ons zomerkamp op in Penthièvre
een piepklein dorpje op het Bretoens schiereiland Quiberon. Een streek
die de basis vormde voor het ontstaan van de Keltische cultuur.
Na een reis van 880 kilometer en een bange nacht op een parking, door
een druggebruiker die naast onze mobilhome even een shot kwam nemen,
vestigen we ons op de 'Camping Municipal'. Voor surfers de beste keus;
het eiland is hier zo smal dat je perfect van de ene naar de andere
kant kan lopen met je plank en zo kan kiezen tussen de grote baai met
vlak water of de Atlantische oceaan met golven.
De eerste drie dagen waait een noordoostenwind van 10 knopen en vaar
ik vooral op 'Les sables blancs'. Doordat het water niet zo diep is,
wordt het snel warm (23°C) en heeft zo'n mooie kleuren dat je je
al snel in Aruba waant.Surfen doe je dan ook in je short. Tip: Je doet
er wel goed aan bij je aankomst op het eiland even één
van de vele surfshops binnen te stappen en de 'marées atlantique'
getijdengids van Ocean Surf Report te vragen. Hij is gratis en zo weet
je perfect wanneer het hoog water is. Bij laag water moet je in de baai
soms tot 1km wandelen voor je aan de vloedlijn bent. Je kan die tijd
dan gebruiken om het eiland per mountainbike te verkennen. Op vijf kilometer
afstand ligt immers de 'côte sauvage'. De mooiste kust van allen
die ik ooit heb gezien, en dat zijn er heel wat. Je vindt er de perfecte
spots voor golfsurfen en bodyboarden. Op een rij liggen 'Port Blanc',
'Port Rhu' en 'Port Barras'. Spots met een stevige reputatie. Vorig
jaar werd 'Port Blanc' uitgeroepen tot beste gotfsurfspot van Frankrijk.
Niet zonder reden heeft de Belgische surf en windsurfboards-maker No
Brand zich er gevestigd.
Op de vierde dag begint de wind echt aan te trekken en vaar ik samen
met een Nederlander aan de andere kant op de oceaan. Met onze F2 285
boards varen we voor het imposante militaire fort van Penthièvre
met 6.8 zeilen. Zware training want sommigen varen al met hun waveboard
en 5.2 zeilen.
Als de wind een paar dagen later nog sterker wordt, is het tijd om mijn
Naish 253 en Ezzy 5.2 boven te halen. Mooie golven breken vlak voor
Penthiëvre en maken mooie golfritten en sprongen mogelijk. Daarna
ga ik varen op 'Crevettes', 600m naar rechts en 'La grande plage', 1500m
naar rechts. De golven breken hier boven je hoofd, wel veel plaats op
het water want ik ben de enige die zich in deze brekers waagt.
Daarna gaat de wind liggen voor een paar dagen maar door een depressie
arriveert een swell (grote golven door een storm ver op de oceaan) en
breken er vette tubes op 'Port Blanc'. Met een internationale delegatie
van 7 Belgen, Nederlanders en Fransen rippen we met bodyboards en golfsurfboards
in golven van 3 meter.
's Avonds volgt nog een sessie voor de kust van Penthiëvre.
De volgende dagen brengen we door bij Authentic Surf, de beste surfshop
van het eiland en een paradijs voor skaters en bladers door de 3 ramps
die er in de grond zijn gebouwd. Deze shop met bar en terras is het
trefpunt van alle golfsurfers. Je kan er steeds een video of mooie foto's
van surfsessies op de Côte Sauvage bekijken. Bewonder tevens ook
de mooie schilderingen die onze vrienden Manu, Cedric en Laetitia gemaakt
hebben deze zomer. Quiberon Plage is ook steeds de moeite waard, vooral
om de mooie meisjes op het strand en wat je ook niet mag vergeten is
een bezoekje aan Auray een oud stadje op 22km van Penthièvre,
Quiberon is dus zeker een aanrader, op enkele kilometers van elkaar
vindt je de mooiste spots voor elk niveau, van beginner tot speedsurfer
en tot wavesurfer. En als het niet waait ga je golfsurfen of bodyboarden
of maak je een uitstapje naar een van de vele culturele bezienswaardigheden.
De Franse WIND publiceerde in haar september-nummer 1997 een reportage
van maar liefst 7 pagina's over deze streek.
GUY VDV
2. Surfvakantie
in Leucate
Na een mislukte surfvakantie vorig jaar aan het Gardameer in Torbole,
kon Peter (Edel) mij (Johan Buelens) overtuigen om het er nog eens op
te wagen. Onze derde man van vorig jaar (Dr. Peter Smolders) lieten
we thuis, zodat we de eventuele lichamelijk schade zelf zouden moeten
herstellen. Neen, ditmaal ging het niet richting Italië, maar opteerden
we voor het zonnige en winderige Leucate in het zuiden van Frankrijk.
Deze plaats werd ons aangeprezen door Guy Van der Veken, toch een betrouwbare
bron, dachten wij.
Geen watersportdag voor ons, want op zaterdag 30 mei om 4 uur 45 (!)
verlieten wij onze snikkende vrouwen en onze arme kindjes.
10 uur 30 later en 1200 km verder kwamen wij in Leucate aan. Onze vier
planken en vier gieken lagen
gelukkig nog steeds op het dak van de wagen. Onderweg hadden we veel
zweet gelaten en hebben we het serieus zien blazen maar ginds hing een
zware bewolking en van wind was er niet veel te merken. We installeerden
ons op camping Munical van Leucate Plage en daarna nog alle spots verkennen.
In Leucate heb je de keuze tussen surfen op zee of op een meer van 7000
ha. Vooral op dat meer werd er veel gesurft, want als de tramontana
waait is hij aflandig op zee.
De dag werd afgesloten met enkele pintjes (niet te veel want we betaalden
12 FF !) in surfbar "Le
Gallion". We bleven niet te lang plakken want voor de volgende
dag werd er wind tot 100km. per uur voorspeld! Van goed nieuws gesproken.
Om 10 uur 30 zijn we de volgende morgen aan surfspot La Mine aan het
meer. Deze spot is ideaal gelegen voor zowel wind uit zee (le marin),
als voor de tramontana. We tuigen een 5,5 m2-zeil, maar de wind neemt
zo vlug toe zodat we reeds dadelijk moeten verkleinen (Peter een 4,5
m2 en ik zelfs een 4 m2). Peter op zijn Tiga 260 heeft nog nooit bij
zulke harde wind gevaren en ikzelf sta voor de eerste maal op mijn Tiga
254, die mijn oude Tiga 250 moet vervangen. Juist als we de smaak goed
te pakken krijgen, begint de wind te vallen en begint het te onweren.
Gedurende enkele uren zitten we in de regen. schuilen we onder onze
zeilen of kruipen van schrik voor de bliksem in de auto. Van surfen
is er geen sprake meer en we hebben 's avonds nog enkele uren werk om
al ons gerief terug in de wagen te krijgen. Het is geen pretje om vier
planken ,vier gieken, vier masten en negen zeilen terug op zijn plaats
te krijgen. Het lumineuze idee van Peter om verschillende zeilen in
mekaar op te rollen om zo plaats te winnen is bepaald tijdrovend en
verre van plezant als dat in de nattigheid moet gebeuren.
Geen paniek echter, want wij hebben nog vijff surfdagen voor de boeg.
Maandag 2 juni is er weinig wind te bespeuren. We drinken koffie in
La Franqui, maken een wandeling op Cap Leucate en vervelen ons op het
strand, waar geen mens te zien is. 's Avonds rijden we met Olga en Frank
uit Nice naar Port-Barcarès. waar we in een bar naar de mooie
meisjes en soms ook naar
video's over surfen, snowboarden, benji en wakeboarden kijken. Na nog
wat sangria aan de tent kruipen we om 2 uur in onze tent, want er is
wind voorspeld.
Dinsdag morgend is er echter weer geen wind zodat we wat gaan rondslenteren
in enkele surfshops (Quai 34 en Chinook). Om 12u45 rijden we naar Leucate
Plage en merken dat er voldoende wind is om op zee te surfen. De wind
komt sideshore van links en zo heb ik het graag. Voor Peter zal dit
het debuut op zee worden. Pech, brutte pech echter wanneer blijkt dat
de wind naast gedraaid ook nog gevallen is zodat onze surfactiviteit
beperkt wordt tot enkele minuten. 3 uur werk voor 1 minuut te surfen
! Men zou zich voor minder de kop indrinken! Ik doe het echter (nog)
niet want er wordt weeral wind voorspeld.
Na een bezoek aan een surfshop in Port Leucate belanden we om 11 uur
aan onze favoriete spot "La Mine". Tijdens het wachten op
wind maken we een wandeling tot aan de spot "Le Goulet". Hier
tref je vooral Duitsers aan met mobilhomes. Ze hebben hun streken van
vroeger blijkbaar nog niet afgeleerd, want de plaatsen waar ze zich
neerzetten bakenen ze af alsof het hun domein is. Om de pret nog wat
groter te maken is het ondertussen ook nog beginnen te regenen.
Door gesprekken met lotgenoten komen we te weten dat de tramontana reeds
van begin mei niet meer geblazen heeft. De meesten komen hier al jaren
en hebben zo weinig wind nog nooit meegemaakt. Een kleine troost misschien,
maar veel schieten we er niet mee op.
Na 8 (acht) uur wachten worden we eindelijk beloond: er komt wind! Gedurende
ongeveer 1 uur kunnen we surfen met onze grootste zeilen en dan is de
wind opnieuw weg. De regen valt ondertussen neer met bakken, zodat wij
ons werkelijk thuis voelen. Een telefoontje naar huis maakt het alleen
maar erger: in België blijkt het zonnig en warm te zijn en was
er zelfs tamelijk veel wind!
Na slecht geslapen te hebben (regen en heel veel wind!) word ik zeer
vroeg gewekt door Peter. Ik heb hem nog nooit zo fris gezien 's morgens.
maar dit komt omdat er water de tent binnendruppelt en nog wel recht
in zijn gezicht! De stemming is echter niet kapot te krijgen want het
waait nog steeds behoorlijk hard.
Er wordt vlug ontbeten onder het terras bij de plaatselijke bakker en
om 9 uur zijn we reeds aan La Mine. De regen is gestopt (na 14 uur!)
maar de wind ook. Het moeten sterke mannen zijn die op zo'n moment nog
hun kalmte bewaren. Zeker als de Fransen dan nog over hun schapen beginnen
zagen (II y a qu'en même des moutons).
Om 13 uur kunnen we eindelijk surfen. Met ons grootste zeil weliswaar,
maar dat zijn we ondertussen gewoon geworden. Als echte Duitsers gaan
we daarna frit met steak haché eten, maar dit blijkt slechts
ons voorgerecht. We worden uitgenodigd bij Carro en Laurent voor een
barbecue. Dat moeten ze ons geen tweemaal vragen. Het feestje eindigt
om 4 uur in de morgen als Laurent in de struiken valt. Echt een toffe
avond!
· Vrijdag 6 juni is onze laatste dag. We houden het rustig door
wat op op het strand te liggen en kopen er souvenirs in een shop die
eigenlijk nog moet opengaan. Voor de eerste maal koken we zelf en het
is dan ook een typisch Belgisch gerecht : choucroute met worst en als
dessert geitekaas. Daarna pakken we alles in en verdrinken ons verdriet
in Le Gallion.
Iets na negen zaterdag vatten we de terugreis aan en 1182 km verder
en 10u35 later val ik in de armen van
mijn vrouwtje.
Ik beloof haar dat ik alleen nog van haar zal weggaan voor te surfen.
Epiloog
In juli loop ik Joos Janssens tegen het lijf bij Herlitska. Hij is op
vakantie geweest naar Barcarès, op een boogscheut van Leucate.
Het was niet zo goed voor te surfen. want hij had een vijftal dagen
wind gehad van 7 bft.!
Ingrid van Frans van de Guy wil daar nooit meer naar toe omdat het daar
zo kan waaien! Peter Edel gaat eind augustus met zijn gezin terug naar
Leucate. Ook hij heeft veel wind. Peter is mijn vriend niet meer.
1. Mijn
dagboek surfstage 22-26 juli 2002
Maandag 22 juli 2002
Een mooie ochtend, perfect weertje om te surfen, en blijkbaar heeft
iedereen er wel zin in. Ja, de namen en het optuigen van een zeil zijn
belangrijk dus Joris legde meteen alles uit. Ik nam een middenzeil;
wat later niet zo'n goede keuze bleek, eerst de techniek om je zeil
uit het water te trekken en dan was er al vlug een voormiddag in het
koude water gevuld. Maar bij mij was het zeil nogal zwaar en dat bezorgde
me heel wat problemen. Maar in de namiddag konden we met goede moed
en voor mij een ander zeil terug beginnen surfen. Ja, halve wind varen
is niet moeilijk maar als je niet weet hoe je overstag moet gaan zit
je al vlug ergens ver in de visserszone, een techniek voor dinsdag.
Dinsdag 23 juli 2002
Niet al te veel wind vandaag maar we konden toch leren overstag gaan,
bij mij liep alles perfect en met nog een paar gingen we dan maar wat
vrij surfen. Tijdens de middag aten we onze lekkere boterhammen op,
en boordevol energie konden we er nog een middagje tegenaan! En dan
Onder de lekkere warme douches.
Woensdag 24 juli 2002
Niet zo echt weer om te surfen, maar ik had er zoveel zin in dat het
weer toch niet telde. Later moest ik opgeven want pompen om dat het
windstil is was toch vrij saai. In de namiddag rond 15 uur kwam altijd
de goede wind. En eindelijk kregen we er die dag zin in om eens lekker
te gaan surfen. En van Theo mochten we nog tot 18.00 surfen, wij namen
dit aanbod natuurlijk aan.
Want ons examen naderde
Donderdag 25 juli 2002
Een laatste dag nog oefenen voor het moeilijke examen de dag nadien,
maar onze dag begon goed, een onweertje boven de surfclub met een grote
windstilte tot gevolg. Ja, wat moesten we nu beginnen! De voorrangsregels
moesten ook nog eens een kleurtje krijgen. In de namiddag trok de hemel
open, en we konden nu eindelijk onze voorrangregels eens uit proberen.
Maar het werd meteen duidelijk dat niet iedereen even graag oplet in
de vakantie. Na een paar aanvaringen en hevige discussies wie al dan
niet voorrang had moesten we dringend leren gijpen. Vlug even uitleggen
en meteen proberen want de tijd begon te dringen.
Vrijdag 26 juli 2002
De grote dag, vandaag moest iedereen zichzelf maar eens bewijzen. En
met een tof uitgestippeld parcours begonnen we er dan maar aan. Maar
zo gemakkelijk was dat parcours niet hoor. Althans voor mij. Sommige
legden het zonder problemen af maar ik
Na veel problemen met het zeil en de windrichting kwam ik nog juist
op tijd binnen om geslaagd te zijn, maar iedereen er zonder problemen
door(volgens Joris).Het was al middag, en na onze goed gesmaakte boterhammen
gingen we aan de slag met een balpen en papier. Een redelijk gemakkelijk
examen bracht iedereen goede punten op, tijd om voor de laatste keer
deze week onze surfplank te nemen en ver weg te surfen, rond 16 uur
riep Joris ons terug voor de diploma's. Een mooi blauw boekje dat fout
was ingevuld moesten we nadien terug inleveren.
Maar het was alleszins een deugddoende surfstage, moe en voldaan keerden
we terug naar ons huisje.
H. Stragier