Natuurpunt Grote Nete
Ossenbroeken-Swinneboeken                                                                       Home

Gelegen te: Vorst Laakdal
Oppervlakte in beheer: 14,5 ha
Toegang: gedeeltelijk toegankelijk langs de oevers van Kleine Laak en over de paden
Conservators:Vic Van Dyck, Rode Laakstraat 2, 2431 Veerle 014 / 84 02 10 vic.vandyck@scarlet.be 

 

Dit reservatenproject heeft het nummer 7738
Vermeld dit nummer bij elke gift voor dit natuurgebied. Stort op naam van :
Natuurpunt Beheer vzw - Coxiestraat 11 - 2800 Mechelen IBAN : BE56 2930 2120 7588 BIC : GEBABEBB
Vanaf € 40 wordt een fiscaal attest afgeleverd.

 

Ossenbroeken en Swinnebroeken  vormen een natuurgebied gelegen in de vallei van de Kleine Laak, meer bepaald het zuidelijk deel van de vallei op grondgebied Vorst-Laakdal. Het is een laaggelegen gebied dat het groene verlengde vormt van de Craeywinckel. Dit natuurgebied bestaat vooral uit Canada-aanplantingen, Elzenbroekbos, zure Eikenbossen en weilanden. Opvallend is de talrijke aanwezigheid van Hazelaar, Kamperfoelie, Hop en Klimop. Vooral de voorjaarsflora is rijk (Speenkruid, Bosanemoon, Muskuskruid e.a.) Verspreid tussen de bossen liggen talrijke kleinere of grotere extensieve graasweiden. Tussen de weiden komen verschillende waardevolle bomenrijen en enkele oude houtwallen met oa. Sleedoorn voor. Deze afwisseling van weiden en houtkanten zorgt voor een kleinschalig landschap met grote actuele en potentiële waarde voor natuurontwikkeling.

 

LAAKDAL: DE OSSENBROEKEN

Waar in het rijk van Ree, Nachtegaal en Houtsnip
de lentepaden bedekt zijn met een geelwit tapijt
van vroege voorjaarsbloemen,
zoeken de dieren zich in de zomer een weg
langs muren van brandnetels en bramen.

In herfst en winter vinden hazelaars en eiken
hier gretige afnemers voor hun lekkere hapjes
en klimop is er in de Ossebroeken
overal voor hen die tegen weer en wind
beschutting zoeken".

Niet alleen de seizoenen zorgen voor afwisseling in de Ossenbroeken en Swinnebroeken, ook de verscheidenheid aan landschapselementen maakt dit natuurgebied zo aantrekkelijk. We ervaren er een landschap van populierenbossen afgewisseld met natte weilanden, wilgenstruweel, moerasbos en ruigten langs een kronkelende Kleine Laak.

Situering

In Laakdal, in de deelgemeente Vorst, op amper één kilometer ten noorden van de dorpskern vinden we 'De Ossebroeken' en meer ten oosten de 'Swinnebroeken'. Op de zuidflank van de Vallei van de Kleine Laak ligt het natuurgebied mooi omgeven door landschappelijk - en ecologisch waardevol landbouwgebied. Het gebied wordt doorsneden door de Nieuwe baan, een drukke verbinding tussen Geel en Diest. Er lopen ook vele veldwegen door het gebied en één ervan is een opvallend hoger gelegen pad, namelijk de Pestendijk. Aan de westkant ter hoogte van de baan Langedijk sluit het gebied aan met 't Hoeves en de Craeywinckel, aan de oostkant komt het natuurgebied tot aan de Geelsebaan. Het gaat hier over een groengebied van ongeveer 170 ha.

 Historiek

Kaarten van 1871 geven ons aanwijzingen over de ouderdom van sommige landschappelijke structuren. Zo was de Pestendijk toen reeds prominent aanwezig in het landschap. Er dient gezegd, dat deze weg inmiddels is opgehoogd met stortmateriaal. En nagenoeg de volledige percelering van Swinnebroeken is op de kaart van 1871 gelijkaardig aan de huidige indeling! Ook namen zoals: Waterstraat, Pestendijk, Veedijk geven ons een beeld hoe het er in die tijd aan toe ging. Aangezien dit laaggelegen gebied meestal ongeschikt was voor akkerbouw, liet men er koeien en ossen op grazen. Zo ontstond hier een beemdlandschap met valleibossen en drassige weiden, wat tot op heden plaatselijk nog goed bewaard is gebleven. In de valleibossen overheersen nu wel de canada-aanplantingen. Voor de natuur een minder goede keuze maar historisch wel te verklaren omdat vooral de deelgemeente Vorst vroeger het mekka was van de klompenmakerij. In de eerste helft van 1900 hadden de klompenmakers hout van populier en wilg nodig om Laakdal en omstreken van schoeisel te voorzien. Sinds 1988 bestaat in Laakdal het Klompenmuseum. De vrienden van het Museum vzw richtten het op als herinnering aan de klompenmakers. En het klompenpad, een bewegwijzerd wandelpad dat zigzag door het gebied loopt, is ook een eerbetoon aan deze ambachtslieden.

 De waterhuishouding is hier een geval apart.

Zoals reeds gezegd ligt het gebied in de vallei van de Kleine Laak. En aan de zuidkant passeert de Borgtloop die ter hoogte van Swinnebroeken nog Beusterbeemdenloop wordt genoemd. Alles wijst er dus op dat het hier om een vrij nat moerasgebied zou moeten gaan. Maar de huidige realiteit is anders. In de Swinnebroeken kunnen we hier en daar nog wel eens water in een gracht aantreffen, maar in de kern van het gebied is dat niet meer het geval. Het is inderdaad opvallend dat bijna al het water dat ter hoogte van de Ossebroeken passeert de grond wordt in gezogen.

Toch is het zo dat de Beusterbeemdenloop soms vrij veel helder water aanvoert, maar zelfs bij dagenlang stortregenen komt het water niet verder dan halfweg het gebied om daar als het ware in het niets te verdwijnen. Ook de Kleine Laak droogt in de zomer, ter hoogte van dit gebied steeds uit. Dit probleem zorgt voor heel wat vissterfte en deze verdroging heeft ook een verruigende invloed op de vegetatie. De bodem is hier zandleem en dus goed doorlaatbaar, maar dat het water alleen in deze omgeving en dan nog zo snel in de bodem zinkt, is uitzonderlijk en heeft daarom zonder twijfel te maken met de nabijheid van een intensieve waterwinning. In de beken langs de Waterstraat zal men nog zelden water aantreffen.

Flora

In dit valleigebied bemerken we een grote verscheidenheid aan vegetatie en vooral op de grens tussen Ossebroeken en Swinnebroeken vinden we talrijke percelen met een hoge biologische waarde. De meest waardevolle zijn de natuurlijke elzenbroekvegetaties, waar de menselijke verstoring het geringst is. Ook de loofbossen van Zomereik, Zwarte els en aanplanten van Populieren, waar de oorspronkelijke vegetatie nog goed te herkennen is, zijn interessant. De ondergroei zorgt vaak voor een belangrijke vegetatie met o.a. Kamperfoelie, Gelderse roos, Sleedoorn, Bramen en vooral veel Hazelaar. In het voorjaar profiteren heel wat lentebloeiers zoals Speenkruid, Bosanemoon, Muskuskruid en Dotterbloem van het vele licht dat door de nog bladerloze boomkruinen de bodem bereikt. In dit gebied vinden we een speciale vorm van Speenkruid. De bladrand van dit plantje is opvallend sterk gerimpeld of geplooid.

In de Canada-aanplantingen wordt de bodem door de snelle mineralisatie van de populierenbladeren in sterke mate verrijkt en duiken ruigtekruiden op. Zo wordt in de zomer bijna het hele bos ondoordringbaar vanwege de vele Brandnetels.

Plaatselijk treffen we Vogelkers aan. Deze inheemse soort vormt hier dichte bossen die in april met geurige bloemen zijn getooid. In de bermen langs de beek en langs de bospaden bloeien in de zomermaanden allerlei bloemen die van vochtige bodems houden: Valeriaan, Kattestaart, Koninginnekruid en ook Adderwortel. Deze laatste is een soort die in de Kempen eerder zelden voorkomt. Deze plant met zijn roze, aarvormige bloem vinden we plaatselijk langs de Kleine Laak. Toch heeft dit plantje het ook hier niet gemakkelijk. Hij staat namelijk aan de rand van het gebied en heeft last van de sproeimiddelen die gebruikt worden in en langs het nabijgelegen maïsveld. Verspreid tussen de bossen liggen talrijke kleinere of grotere extensieve graasweiden met als opvallendste planten Pinksterbloem en Echte koekoeksbloem. Op een bepaalde plaats in het broekbos staan enkele planten Slanke sleutelbloem en Moesdistel. Tussen de weiden komen verschillende waardevolle bomenrijen en enkele oude houtwallen met oa. Sleedoorn voor.

Zwammen

Van de verschillende soorten paddenstoelen die hier voorkomen is de Rode kelkzwam toch wel het vermelden waard. In het voorjaar kunnen we deze soort aantreffen op halfvergane met mosbegroeide houtresten.

Fauna

Het mozaïek van akkers, houtkanten, bossen en weilanden maakt de Ossebroeken geschikt voor heel wat diersoorten die er schuilplaatsen, broedplaatsen, voedsel en rust kunnen vinden. Het gebied is gekenmerkt door een interessante vogelstand, waarbij verschillende weinig algemene soorten waar te nemen zijn, zoals Wielewaal, Boomklever, Bosrietzanger, Sprinkhaanrietzanger en andere. In dit valleigebied broeden verschillende roofvogelsoorten als Buizerd, Sperwer, Torenvalk, Bosuil, Ransuil, Steenuil en soms ook Boomvalk en Wespendief.

Naast de schitterende zang van de Nachtegaal, zal je op een voorjaarsmorgen zeker ook Zwartkop, Tuinfluiter, Grasmus, Tjiftjaf, Winterkoning, Roodborst kunnen horen. En in de meimaand kun je er genieten van de kenmerkende roep van de Wielewaal die zich ergens boven in een populierenkruin schuil houdt. Want ook deze vogels brengen hier graag hun jongen groot. Er broeden ook nog tientallen andere soorten zoals mezen, vinken, lijsters, Koekoek, Tortel, Roodborsttapuit, Boomkruiper, Veldleeuwerik, Heggemus, Fazant, Vlaamse Gaai, Ekster en Kraai. En ook de verschillende spechten zijn uit dit natuurgebied niet weg te denken. Als doortrekkers, pleisteraars of wintergasten noteren we onder andere: Reiger, Keep, Koperwiek, Kramsvogel, Sijs, Geelgors, Rietgors, Patrijs...

En dan hebben we nog de Houtsnip. De Houtsnip is een steltloper die niet echt aan water is gebonden. Zijn leefgebieden zijn vooral vochtige bossen met een dikke humuslaag. Deze vogel bakent tijdens de broedperiode zijn territorium af in een opvallende vlinderachtige vlucht bij avondschemering. Hij maakt daarbij knorrende 'oeoorrr' geluiden en ook een hoog `psiewik' kun je dan horen.

Reeën zijn de grootste en meest opvallendste zoogdieren in de Ossenbroeken. De stille wandelaar kan deze dieren zien grazen en knabbelen langs één of andere bosrand. Ook Haas en Konijn kunnen je wel eens voor de voeten lopen. Verschillende muizensoorten en ook Vleermuizen, Vos, Bunzing, Hermelijn en Wezel komen hier voor. Door hun nachtelijke levenswijze krijgen we deze dieren echter weinig of niet te zien.

Wat watergebonden dieren als vissen en amfibieën betreft, zijn de Ossebroeken een gevaarlijke omgeving! Het laaggelegen gebied vormt door de aanwezigheid van vele vochtige graslanden en sloten een geschikte biotoop voor amfibieën als Bruine en Groene kikker, Gewone pad en Alpenwatersalamander. Maar bij de voorjaarstrek worden er veel padden op de Nieuwe baan doodgereden. En in de Kleine Laak komt een waardevolle visfauna voor met o.a. Kleine modderkruiper. Het is dan ook spijtig dat vele van deze dieren samen met Buizende dikkopjes omkomen als deze beek ter hoogte van het gebied in de zomer weer droog valt.

Ook libellen, vlinders en andere indicatorinsecten komen hier voor en getuigen van een goede biotoopkwaliteit. Tientallen vlindersoorten zijn hier te vinden, zoals: Zwartsprietdikkopje, Geelsprietdikkopje, Groot dikkopje, Koninginnepage, Citroentje, Groot en Klein koolwitje, Klein geaderd witje, Oranjetipje, Kleine vuurvlinder, lcarusblauwtje, Boomblauwtje, Atalanta, Distelvlinder, Dagpauwoog, Kleine vos, Gehakkelde aurelia, Landkaartje, Bont zandoogje, Koevinkje, Hooibeestje en Bruin en Oranje zandoogje.

Ecologische relaties met de omgeving

Deze landschapseenheid is nauw verbonden met de andere natuurgebieden in de vallei. De natuurwaarden lopen verder door in het gebied Craeywinckel en anderzijds in de Biezenhoed te Meerhout. Deze gebieden vormen samen de vallei van de Kleine Laak en de Kleinbroekloop, een ecologische eenheid met vochtige gronden, waarop bossen en kleinschalige weilanden voorkomen. We vinden er dan ook een gelijkaardige fauna en flora en er gelden vaak dezelfde knelpunten.

 Enkele knelpunten en bedreigingen: 

  1. omzetten van soortenrijke hooilanden naar raaigraslanden, maïsakkers of boomkwekerij.
  2. verdwijnen van kleine landschapselementen
  3. eenvormig beplanten van waardevolle hooilanden en elzenbossen met productiepopulieren.
  4. plaatselijke verdroging van het gebied.
  5. de natuurlijke relatie tussen beek en beekbegeleidende gronden is verstoord door een ruimingswal, welke meestal sterk verruigd is.
  6. sluikstorten langs de vele veldwegen

Besluit

Zoals blijkt, gaat het hier over een zeer interessant open gebied met een grote actuele natuurwaarde en mooie mogelijkheden voor natuurontwikkeling in de toekomst. Plaatselijk wordt de bestaande natuurwaarde echter verstoord door een aantal knelpunten of komen een aantal bedreigingen voor die de ontwikkeling van het gebied hinderen.

Het beheer zal er op gericht zijn om deze knelpunten zoveel mogelijk weg te werken. Daarna zal men verder het gebied begeleiden naar een landschap dat grotendeels van nature ontstaat. De vochtigheid van de bodem en het extensieve gebruik ervan, zijn enkele elementen die aangeven hoe het mozaïek van beemden, houtkanten, bossen en moerassen er zal uitzien. Jaarlijks worden er begeleide wandelingen georganiseerd. Zo is de lentewandeling waarbij we op zoek gaan naar Nachtegaal en Houtsnip steeds een groot succes. Anderzijds is het gebied vrij toegankelijk langs de bestaande paden.

Vic Van Dyck

 

 

 
Info en tips:  webverantwoordelijke       terug naar>>  Natuurpunt afdeling Grote Nete       Laatste aanpassing gebeurde op: 08.11.2012 18:32:20