Archief:

Artikels uit het tijdschrift van

Natuurpunt Grote Nete

 

Jaargang 9
driemaandelijks tijdschrift
oktober 2010 Nr. 4

 terug naar de startpagina


Kempense chauvinisten?

door Stefan Janssens

Iedereen heeft een favoriet natuurgebied. Waar ga jij het liefst van de natuur genieten? Waar liggen jouw favoriete natuurgebieden?

Natuur voor iedereen

Onder het moto Natuur voor iedereen, beheert Na­tuurpunt meer dan 500 natuurgebieden in heel Vlaan­deren. Grote en kleinere stukjes groen, elk met een eigen aantrekkingskracht en specifieke fauna en flora. Elke natuurliefhebber heeft ongetwijfeld een of meer­dere favoriete gebieden, waar hij/zij naar hartenlust op zoek gaat naar speciale dieren-en plantensoorten, waar hij/zij fietst, wandelt of gewoon van de natuur geniet. Maar hoe zit het met jou? Waar liggen jouw favoriete natuurgebieden?

Poll

Enkele weken geleden stond bovenstaande tekst op de website van Natuurpunt als aankondiging van een poll onder de lezers. Uit de resultaten van deze poll bljjkt dat Natuurpunters de Vlaamse natuur overal mooi vinden. Op de vraag 'waar liggen jouw favoriete natuurgebieden' antwoordt 28%: 'Ik kan niet kiezen, het is overal zo mooi'. 21% van de respondenten geeft een 'ander' antwoord dan voorgesteld, 19% vindt zijn gading in de Kempen, 13% is aangetrokken door de natuurgebieden van Limburg. 11 % is dol op de Vlaamse Ardennen en 8% ten slotte is verzot op de natuurgebieden aan de kust.

Kempense chauvinisten?

Nu zijn we in de Kempen niet chauvinistisch, maar als een meerderheid van Natuurpunters te kennen geeft dat zijn/haar favoriete natuurgebieden in de Kempen liggen, steken wij wel onze borst vooruit. Trots zijn we zeker als we toppers als Limburg, de Vlaamse Arden­nen en de kust achter ons laten.

Natuurlijk zijn we vereerd door het resultaat van deze poll. Natuurpunt Grote Nete beheert immers meer dan 700 ha natuur in de Kempen. Van Laakdal over Wes­terlo, Herselt, Hulshout tot Heist-op-den-Berg. In deze vijf grote fusiegemeenten koesteren wij met uiterste zorg de mooiste natuurpareltjes.

De Langdonken

In dit nummer vind je deel 6 van onze reeks Wandelen in eigen streek. Deze keer stellen we de Langdonken voor, een stukje topnatuur van eigen bodem.

Een natuurgebied van hoog niveau en een kraamka­mer van lokale biodiversiteit. In dit gebied zijn een heleboel zeldzame planten, insecten en vogels te ontdekken. Recent ondergingen delen van dit gebied ingrijpende veranderingen. Grote werken werden uit­gevoerd om de typische Kempense natuur opnieuw meer kansen te geven.

Graag nodigen we u uit dit gebied mee met ons te ontdekken. Regelmatig organiseren wij geleide wan­delingen met ervaren natuurgidsen in de Langdonken. Raadpleeg onze kalender voor meer info, of gebruik de wandelbeschrijving in dit nummer om er zelf op uit te trekken.

Dartelende vlinders

2010 is voor Natuurpunt Grote Nete het jaar van de biodiversiteit en het jaar van de dagvlinders. Een heel jaar lang besteedden we veel aandacht aan biodiver­siteit en vlinders. Dat is in dit nummer niet anders.

We kunnen je alvast verklappen dat er heel wat dag­vlindersoorten werden waargenomen deze zomer en nazomer in de Zuiderkempen. Ook werden enkele wel heel speciale vlinders gespot.

Op de vraag of we dit jaar 2010 verschillende soorten planten en dieren zullen waarnemen in onze regio, kunnen we helaas nog geen antwoord geven. Het jaar 2010 heeft nog een tijdje te gaan en er kunnen nog heel wat soorten worden gevonden die nog niet in onze lijstjes voorkomen. We kunnen wel verklappen dat er al enorm veel waarnemingen vanuit onze streek op waarnemingen. be werden geregistreerd dit jaar.

Band met de natuur

Regelmatig krijgen we van onze leden opmerkingen en berichtjes over speciale beestjes die ze hebben opgemerkt of waargenomen. Dikwijls voorzien van een mooie foto. De ene keer gaat het over een vogel, een andere keer over een mooie tijgerspin of over de populierenpijlstaart, een imposante nachtvlinder.

Uit al deze reacties blijkt dat er heel wat mensen zijn met een gezonde interesse in de natuur. Maar ook met verwondering en bewondering voor al die pracht en verscheidenheid.

Er is veel te ontdekken in de Kempense natuur.

 

 

Open voor het landschap

door Eddy Vets

Als de ziele luistert spreekt het al een taal dat leeft.
Guido GezeIIe

De leegte is vol, de stilte is muziek. Dit zijn geen tegenstellingen, maar ze vormen een eenheid in de beleving van al wat ons omringt. Noem het in één groot Grieks woord: kosmos. Alles is één, alles is deel van één geheel.

Het Neteland met zijn eindeloze verre luchten, de weidse beemden en afgrenzende bossen bouwen een biotoop waarin die eenheid zich laat lezen. De restanten uit een archaïsch verleden getuigen iedere meter van het landschap van voorbije gebeurtenissen. Onze voorvaderen ploegden en zwoegden op deze Nete­gronden. Hun sporen kunnen we nalopen op aarden wegen loodrecht op de Neteoever. Hoe vaak tjokten hier hooggetaste hooiwagens traagzaam naar de thuishoeve. Hoe vaak trappelde hier vol ongeduld het onstuimige jongvee naar de malse Netebeemden in de meimaand, of vluchtte het in november voor het wassende Netewater naar een hogergelegen terp.

leder element in dit landschap vertelt een verhaal: de geometrische percelen evenals de kronkel paadjes, de bemoste weidepalen en roestige prikkeldraden getui­gen van menselijke aanwezigheid. Ook een spontane begroeiing langs een sloot, of een verdwaalde boom opgeschoten uit een verloren eikel of noot, vinden hun oorsprong in de geschiedenis van het landschap. Een landschap dat door zijn geschiedenis spreekt!

De nabijheid van zoveel leven, ja, in iedere voetafdruk aanwezig, tegelijk met de constante verandering van geluid en stilte, van vorm en kleur, nopen ons tot voortdurende aandacht en reflectie. Een aandachtige aanwezigheid.

Daarom moet de wandelaar zich blijvend openstellen voor alles wat hem via de zintuigen raakt en treft, op een onbevangen wijze. Uiteraard is dit niet eenvoudig omdat onze ratio steeds wil tussenkomen. Laat dit denken los en vaar op de golven van de wolken. Laat je meezuigen in de onmetelijkheid van dit kleine Nete­land. Weg uit de kakofonie van geluiden, geraas en stemmingen overvalt je een gevoel van behaaglijke rust en sereniteit. Je ervaart de verbondenheid met het aardse en bovenaardse, maar tegelijk groeit een diep besef van verbondenheid met alles wat hier ooit was.

Hoe vaak trappelde hier vol ongeduld het onstuimige jongvee naar de malse Netebeemden in de meimaand, of vluchtte het in november voor het wassende Netewater naar een hogergelegen terp.

Aldus breng je een eenheid tot stand tussen het hier en het gindse, het nu en het toen. Merkwaardig genoeg heerst daar een eenheid, die kenmerkend is voor alle bestaan, een oergrond misschien van al wat 'des mensen' is. De taal die daar spreekt, is de taal van al dat leeft, zou Gezelle dichten.

Kunnen wij in deze openheid het landschap betreden, de schoonheid zal ons zeker vrijblijvend aanspreken. Wat onze cultuur dan ook uitspookt, met lelijke bouwsels en andere gedrochten met utilitaire bedoelingen, verdwijnt als een stofdeeltje in die grootse kosmos. Wat betekent een supersonisch vliegtuig in de opbollende lentelucht boven de Nete?

Hoeveel leven heerst er microscopisch gezien in een molshoop?

Ach, als de ziele luistert, hoor je geen vliegmachine, maar de taal van al dat leeft.

 

 

Adieu Vlaamse platteland

door  Benny Van Dyck

 

Vlaanderen heeft bijna geen platteland meer. De (niet meer zo) stille Kempen hebben haast geen heide meer.
Enkele mijmeringen en overpeinzingen over het Vlaamse platteland vroeger en nu.

 

Hoeveel landelijke gemeenten nog?

Volgens de definitie van 'dunbevolkte gemeente' van Eurostat, heeft Vlaanderen maar drie plattelandsge­meenten meer. Toegepast op de iets ruimere definitie van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO), blijkt dat Vlaanderen nog twintig plattelandsgemeenten heeft.

De Bond Beter Leefmilieu (BBL) vestigt de aandacht op een becijfering van de FOD Economie over landelijke gebieden. Er bestaan twee concepten om de landelijke en de niet-landelijke gebieden te onderscheiden: het concept van de OESO en het concept van 'graad van verstedelijking' ontwikkeld door Euro­stat. Volgens de definitie van Eurostat zijn maar drie gemeenten in heel Vlaanderen 'dunbevolkt': Sint­Laureins in Oost-Vlaanderen en Alveringem en VIeteren in West-Vlaanderen.

Met de iets soepelere definitie van de OESO zijn er twintig plattelandsgemeenten in Vlaanderen. De meeste plattelandsgemeenten liggen in de Westhoek (Damme, Zuienkerke, Diksmuide, Heuvelland, Langemark-Poelkapelle, Vleteren, Alveringem en Veurne) en vijf in Limburg (Gingelom, Meeuwen-Gruitrode, Voeren, Heers, Herstappe). In Oost-Vlaanderen (Sint­Laureins, Wortegem-Petegem, Maarkedal) en Vlaams-Brabant (Bever, Herne en Pepingen) zijn er telkens nog drie landelijke gemeenten, in Antwerpen slechts één (Ravels).

Sterke verkaveling

"Vlaanderen is een van de sterkst verkavelde regio's van Europa en er blijft bijna geen Vlaams platteland meer over", aldus Erik Grietens van de BBL. "Dit ontluisterende beeld is het gevolg van jarenlange ver­waarlozing van de ruimtelijke ordening in Vlaanderen. Merkwaardig genoeg stuurt de Vlaamse overheid hier niet bij. Integendeel: verkavelen en versnipperen gaat ongestoord en in versneld tempo voort." (belga/vsv)

Le village et la ville

La Flandre, c'est la ville! zei een onderwijzer uit het verre Ochamps (provincie Luxemburg). AI tien jaar correspondeert de derde graad uit de freinetschool Triangel in Booischot met de klas van Ochamps. Jaar­lijks is er een uitwisselingsproject waarbij de Vlaamse kinderen drie dagen in de Ardennen verblijven in gastgezinnen. Omgekeerd, enkele maanden later verblijven onze Waalse vrienden in onze regio. Het contrast tussen de Kempen met zijn ongebreidelde lintbebouwing, onstopbare bouwwoede overal, ver­snippering en vernietiging van natuur en landschap door van alles en nog wat, en het lieflijke dorpje Ochamps met geconcentreerde bebouwing, eenvor­mig gebruik van materialen, met toch enig respect voor de open ruimten, is verbijsterend.

De heide

Natuurbeschermers weten al langer dan vandaag dat de heide in Vlaanderen nog slechts kleine relicten zijn van wat ooit onmetelijke heidevelden waren in onze regio. Enkel op de Kalmthoutse heide en enkele gebieden in Limburg kunnen we nog met enige zin voor overdrijving spreken van de 'biotoop' heide.

Moest de Kempen dan een streek van arme gronden, met hardwroetende heidekneuters en schapen hoe­ders blijven? In de verste verte niet, 'heide' is een landschap dat er maar dankzij de mens en zijn beheer ontstond en bleef bestaan. Evolutie op ontelbare vlak­ken zorgde ervoor dat het gebruik van die heidegron­den vrijwel volledig anders geworden is. En dat per definitie die heidegronden dan ook grotendeels ver­dwenen. Of nu alles met de grond gelijk moest ge­maakt worden, is een andere zaak.

Het overbekende In de stille Kempen, op de purp'ren hei ... is jarenlang dé meezinger geweest op trouw­feesten en andere samenkomsten waar al wat 'oude­re' personen feestvierden. En we moeten daar niet smalend of spottend over doen. Kern van de zaak was dat die ouderen, of toch een deel ervan, die stille Kempen echt wel gekend hebben. Vandaar wellicht het vaak enthousiast, zij het misschien wat naïef ro­mantisch, samen zingen van dit lied.

Het platteland en zijn dorpen

Van Daele omschrijft het platteland als 'het land buiten de steden'. En over de stad zegt hij onder meer: 'grote samenhangende bebouwing, ingedeeld in straten' (in tegenstelling met een dorp).

Elke dag opende Lena de deuren van de stal. Haar woning lag pal in het centrum van Wolfsdonk, vlak naast de kerk. Je kon de stal binnenkijken, en de koeien, veel 'magerder' dan de huidige witblauwe exemplaren die nu hier en daar nog weilanden begra­zen, liepen een voor een, zo maar, los het dorp in. Ze kenden de weg, ze liepen samen, met Lena erachter­aan, naar de 'vetwei', een wei van ongeveer 7 ha. Het is in de streek een van de laatste weilanden die als 'gemene wei' (wei waar boeren gezamenlijk hun vee lieten grazen) gebruikt werd.

's Avonds stapten de koeien gezapig en volgegeten de omgekeerde weg. De staldeuren bleven ondertus­sen openstaan en tientallen boerenzwaluwen door­kliefden de lucht, voortdurend massa's insecten uit de lucht pikkend.

Lena is er al lang niet meer, het prachtige traditionele boerenhuis maakte plaats voor een levenloze parking bestemd voor koning auto. Met Lena, het huis, de stal, de koeien, verdwenen de insecten en ten slotte ook de zwaluwen. Het indrukwekkende, sublieme schouwspel dat ieder dorp in september kende: tientallen, honderden zwaluwen die in september samentroepten op de elektriciteitsdraden, is niet meer besteed aan de jeugd van tegenwoordig.

Klinkt het bovenstaande naïef en romantisch? Mis­schien wel een beetje, maar diegenen die het mee­gemaakt hebben, vergetend wellicht het harde labeur en de echt ook wel minder rooskleuriger kanten van dát leven, vertellen toch vaak met een zweem van 'heimwee' naar de rust, de veel minder gestreste situ­aties van die tijd.

Biodiversiteit

Dieren en planten hebben hun biotoop. Ook het dorp, het platteland, is een leefgemeenschap voor dieren, planten, mensen. Het is nu 'officieel': het Vlaamse platteland bestaat niet meer. Want zoals bedreigde diersoorten een curiosum worden, zullen ook die laat­ste relict-plattelandsdorpen speciaal, uniek worden. En iets dat 'speciaal en uniek' is, is per definitie be­dreigd. In het beste geval gaan we er voorzichtig naar kijken (we rijden met de fiets ernaartoe!), maar even­goed worden die dorpen overrompeld door kijklustigen, mensen die er ook van willen genieten, die er willen gaan wonen, even 'de sfeer' proeven ... het unieke van die dorpen is in gevaar.

Deze relictdorpen kunnen de 'biotoop' dorp niet meer redden, ze zijn er immers met té weinig, té klein, té geïsoleerd. In het beste geval zullen ze 'bewaard' blijven. Waar hebben we dat nog gehoord?

Het verleden

Het is spijtig dat onze moderne tijd met zoveel knappe koppen, ontwerpers, architecten, planners, specialis­ten van ruimtelijke ordening, politici, landschapsdes­kundigen, mobiliteitsspecialisten, waterbeheerders, de burgers ... zo weinig zorg gedragen hebben voor open ruimten, zo weinig aandacht gehad hebben voor het 'echte' platteland. Pas dan zou het platteland in Vlaanderen niet alleen voortleven in nu ook al uitster­vende en vergeten liedjes, maar zou het een absolute meerwaarde zijn voor natuur, landschap én zijn be­woners. Japanners zouden ook naar Vlaanderen ko­men voor andere 'biotopen' dan alleen maar Brugge, Gent en Antwerpen ...

De toekomst

Leg een weg door een bos en je hebt twee bossen. Leg een weg door een dorp en je hebt twee dorpen. Helaas werkt het zo niet. Naar kwantiteit haal je mis­schien resultaat, maar kwaliteit is een ander paar mouwen. Gelukkig zijn er, ook al is het rijkelijk laat, nog steeds mensen, organisaties, verenigingen, ja zelfs politici, die de zorg voor ons leefmilieu, onze leefomgeving heel belangrijk vinden. Een weg terug naar het platteland en het dorp van weleer zit er wellicht niet meer in, maar het is de verantwoordelijkheid van ons allen, te beschermen en te bewaren wat er nog is. En ja, zelfs een beetje her­stel is hier en daar zeker mogelijk.

Natuurpunt wil mee de kar trekken. Natuurpunt Afdeling Grote Nete wil in onze regio 'ervoor gaan'. Wie wil, is bij dezen uitgenodigd om een hand(je) toe te steken!

 

 

Lokale biodiversiteit

door Stefan Janssens

Biodiversiteit staat voor biologische diversiteit. De rijkdom en verscheidenheid van natuurlijke levensvormen in het planten-en dierenrijk. Ook de verbanden tussen soorten, de ecosystemen en de genetische diversiteit horen hierbij. Omdat 2010 het jaar van de biodiversiteit is, steekt Natuurpunt Grote Nete een tandje bij om hard te werken aan de lokale biodiversiteit. Met speciale aandacht voor vlinders. In dit artikel, het derde in de reeks, lichten we ook een tipje van de sluier over de lokale biodiversiteit.

Vlinders in de schijnwerpers

De afgelopen maanden heeft Natuurpunt Grote Nete vlinders en biodiversiteit volop in de actualiteit ge­plaatst. Ook werd in onze reservaten heel wat werk verzet ten gunste van o.a. de dagvlinders. Het creëren van rustplekjes en geschikte microklimaten . Beheren van bloemrijke hooilanden en ruigten met volop nec­tarplanten, wat voor veel vlindersoorten zowel voed­sel-als overwinteringsplaatsen betekent. In vorig nummer konden we al een eerste resultaat van de dagvlinderrijkdom presenteren. Het eerste halfjaar leverde 27 verschillende dagvlindersoorten op in onze vijf gemeenten. Ondertussen zijn we drie maanden verder en is het lijstje gegroeid tot 34 ver­schillende soorten. We voorspelden al in vorig artikel dat dit lijstje nog zou groeien. Maar we waren toch aangenaam verrast met enkele opvallende nieuwko­mers. De zeven nieuwkomers zijn: Oranje luzernevlinder, Bruin blauwtje, Eikenpage, Tijgerblauwtje, Keizersmantel, Kleine parelmoervlinder en Oranje zandoogje

Van het tijgerblauwtje en de keizersmantel werd telkens één waarneming gedaan. Twee waarnemin­gen van wel zeer speciale dagvlindersoorten. Opval­lend voor de afgelopen zomer en nazomer is dat we niet werden overspoeld met oranje luzernevlinders en distelvlinders. Twee trekvlinders bij uitstek die vorig jaar de bloemenweiden mee kleurden. Dit jaar kregen we één waarneming binnen van de oranje luzernevlinder (75 in 2009) en 16 waarnemingen van de distelvlinder (221 in 2009). Van de soort die onze speciale aandacht heeft. de bruine vuurvlinder, kre­gen we tot nog toe 15 waarnemingen binnen via waarnemingen.be.

Het zal voor de resterende maanden van 2010 moei­lijk zijn om dit lijstje nog langer te maken. Maar je weet nooit wat de natuur nog in petto heeft.

Op zoek naar meer natuur

Hoe bepaal je nu de lokale biodiversiteit? Hoeveel soorten komen er voor in Heist-op-den-Berg, Herselt, Hulshout, Laakdal en Westerlo? Hoeveel soorten komen voor in welke natuurreservaten? Deze vragen zijn voor ons, de plaatselijke Natuur­puntmensen, uiterst belangrijk. In de eerste plaats willen we tot in de details weten wat er allemaal leeft, groeit, kruipt, zwemt, springt en vliegt in en over onze natuurgebieden. In een ruimere context willen we een globaal beeld krijgen van de planten-en dierenrijkdom rondom ons. En speciaal dan in de Zuiderkempen. Aan de hand van studies, inventarisaties en losse waarnemingen probeert Natuurpunt Grote Nete een beeld te krijgen van de soortenrijkdom in de regio. Een beeld van de lokale natuurlijke biodiversiteit.

We kunnen je alvast vertellen dat de vrijetijdsbeste­ding van menig Natuurpuntvrijwilliger zeer boeiend is. De mensen die bezig zijn met inventarisaties of waarnemingen, zijn eigenlijk een soort van moderne ontdekkingsreizigers. Je gaat wandelen in een specifiek natuurgebied, maar je weet niet wat je allemaal gaat zien of ontdekken die dag. Spannend en boeiend is het alleszins.

Hoe rijk is onze natuur?

In de vorige nummers schreven we al: hoe rijk is onze plaatselijke natuur? Hoeveel soorten worden in 2010 waargenomen in onze regio in de gemeenten Heist­op-den-Berg, Herselt, Hulshout, Laakdal en Westerlo? Slagen we erin om in één jaar alleen in onze vijf fusie­gemeenten 2010 planten-en dierensoorten op te sporen en te registreren als een waarneming op waarnemingen.be?

Zijn we er ondertussen in geslaagd om 2010 soorten waar te nemen? We zijn er nog niet, maar we kunnen wel enkele cijfers op tafel leggen van onze vijf gemeenten afzonderlijk. Tussen 1 januari en eind september werden 17.524 waarnemingen ingegeven, een heel stuk meer dan in 2009. We weten nu ook al hoe­veel verschillende soorten werden gezien per gemeente.

waarnemingen                        soorten

Heist-op-den-Berg     3011                                       540 

Herselt                        2009                                       473 

Hulshout                     400                                         212 

Laakdal                      9326                                       1192 

Westerlo                     2778                                       785 

Laakdal, biodiverse gemeente

In Laakdal, de gemeente waar Natuurpunt Grote Nete de grootste oppervlakte natuurgebieden beheert, werden de meeste waarnemingen en de meeste soorten waargenomen. Met 1192 verschillende planten-en dierensoorten levert men in Laakdal ineens een visitekaartje af met het etiket 'zeer biodiverse gemeente'.

Om te komen tot een kompleet beeld van de waarge­nomen soorten in de vijf gemeenten samen, is er nog enig rekenwerk nodig. We kunnen immers niet zomaar alle waargenomen soorten in alle gemeenten optellen. Veel soorten wer­den in alle vijf de gemeenten waargenomen. Sommige soorten in twee, drie of vier gemeenten. Nog enkele maanden van waarne­men, tellen en rekenen. In volgend nummer kunnen we dan de balans opmaken en weten we of we de 2010 soorten hebben gehaald.

Biod iversiteitsconferentie

In oktober wordt een grote biodiversiteitsconferentie gehouden in het Japanse Nagoya. De problematiek van de verdwijnende wereldwijde biodiversiteit is een probleem dat dringend een aanpak vraagt. In dit jaar van de biodiversiteit stapelen de rapporten over het economisch belang van biodiversiteit zich op. UNEP, het VN-milieuprogramma, berekende dat investeringen in bedreigde natuurgebieden miljarden euro's kunnen opbrengen. Eén euro voor het natuurbehoud verdient zichzelf 3 tot 75 keer terug.

Een van de meest doeltreffende manieren om de bio­diversiteit op peil te houden, is via het inrichten en beschermen van grote natuurgebieden en natuurpar­ken. In de Zuiderkempen doet Natuurpunt Grote Nete alvast zijn uiterste best om zijn natuurgebieden te laten groeien en in te richten tot kraamkamers van de biodiversiteit.

 

 

Wandelen in eigen streek

tekst &foto's Stefan Janssens

Deel 6: De Landonken

De Langdonken in Herselt zijn van nature een nat ruigtegebied, dat in de vallei van de Kalsterloop ligt. Dit bijzonder rijke natuurgebied ligt op de overgang tussen de arme zandgronden van de Kempen en de rijkere bodem van het Hageland. Zulke overgangsgebieden zijn de thuishaven voor heel wat zeldzame soorten. Het gebied bestaat voornamelijk uit drassige en moerasachtige percelen. De naam Langdonken verwijst naar de lange S-vormige donk door het moeras. Je vindt hier een aaneenschakeling van broekbossen, heideveldjes en blauwgraslanden.

Nattigheid in de Langdonken

Het was niet de eerste keer dat we in de Langdon­ken wandelden, maar het was toch weer een tijdje geleden. Elke wandeling die we in deze reeks be­schrijven, proberen we uiteraard eerst zelf uit. Zo stond eind september de verkenningswandeling van de Langdonken op ons programma. We waren voor­zien op slecht weer en drassige paden, en dat bleek meer dan nodig. Bijna de hele wandeling viel er een stevige regen uit de hemel en, alsof dat nog niet ge­noeg was, waren we vertrokken met een fototoestel ... zonder geheugenchip. Tja, daar sta je dan onder je paraplu met een fototoestel in de hand helemaal voorovergebogen over een piepklein zon­nedauwtje. Onze eerste wandeling was dan ook geen onverdeeld succes. Een paar dagen later de­den we een stuk van de wandeling nog eens over, maar dan met een geladen fototoestel. Toen we fiks de Langdonken instapten, begon het volop te rege­nen.

Vertrekpunt

Aan de Natuurpuntschuur in de Donkstraat vertrek­ken drie wandelingen, een van 7,5 km, en twee nog langere wandelingen van 10,1 en van 14,2 km. De kortste wandeling gaat voor een stuk door en voor een stuk. rond de Langdonken. Deze wandeling is dan ook zeer geschikt om een beeld te krijgen van dit mooie, maar natte reservaat. De Donkstraat is een zijstraat van de weg Herselt­Aarschot. Als je van Aarschot komt, is de Donkstraat rechtsaf net voor de afslag links naar Ramsel. Je volgt de Donkstraat twee kilometer en dan kom je aan de schuur, waar voldoende parking is. De Donk­straat heeft verschillende zijstraten, maar je dient de hoofdweg gewoon te volgen en dan kom je automa­tisch aan de schuur. Laarzen zijn in natte perioden een absolute nood­zaak, zoals we zelf konden ondervinden. De hond mag mee, maar dan aan de leiband.

Op wandel

In dit deel van Wandelen in eigen streek is er geen plannetje gevoegd. Dat komt omdat we de bestaande plannetjes te onduidelijk vonden. Maar dat mag geen probleem zijn, want de blauwe wandeling van 7,5 km is goed bewegwijzerd met bordjes met blauwe recht­hoek.

De wandeling vertrekt aan de schuur die vroeger werd gebruikt door de terreinploegen van Natuurpunt. De terrein ploegen zijn de professionele werkploegen die het zwaardere werk op zich nemen. Zij beschik­ken dan ook over moderne machines. De terreinploe­gen zijn nu verhuisd naar de kIlmaatloods in Molen­stede.

Eerst de Kalsterloop over en dan terug rechtsaf de Loopgatstraat in. Vanaf hier is het wandelen over rus­tige asfaltweggetjes en kleine verbindingspaden ach­ter het reservaat om.

Daarna gaat het een laatste keer opnieuw het reser­vaat in, waar we een meer bosachtig parcours krijgen tot we uiteindelijk weer op de Donkstraat uitkomen. Nog enkele honderden meters scheiden ons dan van het vertrekpunt aan de schuur.

Vlak naast de schuur ligt een eerste open gebied, het resultaat van grootschalige natuurherstelwerken. Het eerste deel van de wande­ling gaat naar het hart van het reservaat. Eerst door­kruisen we een half natuur­lijk bos, waar bomen nog zelf mogen sterven. De paddenstoelen en de spechten maken gretig ge­bruik van de oude en ver­molmde bomen en takken. Dan gaat het afwisselend door en langs open gebied en door een bosje.

Net voor we het eigenlijke reservaat verlaten, passeert de wandeling aan een zeer nat gebied ter rechterzijde. In de lente en de zomer is het hier een festival van planten, vogels en libellen.

Afwisselend

De wandeling verlaat een eerste keer het reservaat via een verharde landbouwweg. Aan de asfaltweg gekomen (Molenvloed) gaat het rechtsaf en een paar honderd meter verder gaat het weer rechtsaf de Venneweg in. De Venneweg gaat terug richting reservaat. Eerst passeren we een aantal zomerhuisjes, om dan via een dreef je terug de natuur in te stappen. Van hier af kunnen we weer volop genieten van de diversiteit van de biotopen in de Langdonken. Ook hier zien we nog de invloeden van de recente grootschalige natuurher­stelwerken. Nu zijn de littekens van deze werken nog duidelijk aanwezig. Maar het is duidelijk dat de Lang­donken er binnenkort nog mooier zullen uitzien dan ze nu al zijn.

Na een hele omzwerving verlaten we dan een tweede keer het reservaat en komen we terug op 'vaste bodem', en is het rechtsaf de asfaltweg op.

Oranje luzernevlinder

Toen wij eind september tweemaal de Langdonken bezochten, was het verre van ideaal om te wandelen en te genieten van de natuur. Op de eerste wandeling kregen we toch een groepje van zeven boomleeuwe­riken van dichtbij te zien. Bij de tweede wandeling stootten we weer op een groepje van vier boomleeu­weriken. Op het einde van de tweede wandeling stop­te het met regenen toen we weer aan de schuur kwamen. Luttele minuten later brak de zon door. De zon was nog geen tien minuten van de partij of de vlinders begonnen al volop te vliegen. Atalanta's, dagpauwogen, kleine vuurvlinders en icarusblauwtjes profiteerden van de warmte van de zon om snel nog wat voedsel te zoeken. Ook werden we aangenaam verrast door een mannetje oranje luzernevlinder die zeer actief rondvloog in steeds dezelfde grote lus­vorm.

Hoeksteen van natuurbehoud?

Wie kunnen we ten slotte beter aan het woord la­ten dan de conservator zelf van dit enige natuur­gebied. Een bijdrage van Benny Van Dyck over 'zijn' Langdonken.

De Langdonken, ook een hoeksteen van natuurbe­houd? In de Langdonken werd een project dat valt onder 'eenmalige inrichtingswerken' beëindigd. Im­mers, de natte herfst en winter van 2009 maakten het onmogelijk met machines het terrein op te gaan. Nu, september 2010, was het weer kantje boord, want de regen viel overvloedig, maar ... het is gelukt! Het project beoogde de inrichting van het 'heideperceel' en omgeving. De laatste plagwerken werden uitgevoerd en een landschappelijk storende grote hoop grond werd afgevoerd. Gevolg: een fraai half­open landschapsbeeld. Geef de natuur daar nu wat rust, laat de vegetatie zich ontwikkelen en we krijgen weer een mooi hoekje 'authentieke' Langdonken. 'Authentiek' is in deze context uiteraard een niet zo goed gekozen woord. In de ontwikkeling van natuur­waarden kies je immers altijd voor een bepaalde ve­getatie, een bepaald landschapsbeeld, en die horen wel érgens thuis in de geschiedenis.

Spaanse ruiter

AI vele jaren ontwikkelde zich in deze buurt een waardevolle 'heischrale' vegetatie, met o.a. kleine en ronde zonnedauw, dopheide, struikheide, stekel­brem, kruipwilg, moerashertshooi, heidekartelblad. Het spreekt voor zich dat we die vegetatie gespaard hebben. Van hieruit kunnen deze planten

zich weer uitbreiden op de nieuw ingerichte percelen. Super belangrijk is dat we hier twintig jaar geleden ook Spaanse ruiter hadden, die werd door al te en­thousiaste motorcrossers toen met de grond gelijk­gemaakt, en verdween dan ook voorgoed. Hoewel, wat is voorgoed? Zeg nooit nooit. We hopen ook groeikansen gecreëerd te hebben voor deze uiterst zeldzaam voorkomende plant.

Topgebied voor libellen

Ook onze mindervoorkomende gevederde vrienden komen op deze percelen aan hun trekken: kleine plevier, witgatje, watersnip, groenpootruiter, oeverlo­per. waterral ... vroeg of laat vinden ze hun ver­trouwde biotoop terug en zijn ze weer op de plaats van afspraak! Om nog maar niet te spreken van de libellenkolonie! De Langdonken behoort stilaan tot een topgebied in Vlaanderen wat libellenpopulatie betreft. Met weer nieuw waargenomen soorten als de zuidelijke gla­zenmaker en de venwitsnuitlibel, wordt ons lijstje stilaan wel heel indrukwekkend.

Hoeksteen van natuurbehoud

Toch is het werk niet af. In het jongste nummer van Natuur.blad schrijft Jos Gysels over Grote Natuurge­bieden als hoeksteen van natuurbehoud. Een zeer interessant artikel, dat aangeeft welke strategie Na­tuurpunt wil ontwikkelen om de natuur in Vlaanderen niet voor even, maar voor lang tijd duurzaam te ma­ken. Ook in de Langdonken, die deel uitmaken van de Kalsterloopvallei, die op haar beurt dan weer deel uitmaakt van een nog groter geheel (het verbin­dingsgebied Averbode Bos & Heide, Demervallei, Netevallei ... ), onderschrijven we deze visie en willen we die ook op het terrein ten volle waarmaken. In die zin zijn de plannen voor onze volgende eenmalige inrichtingswerken al klaar!

 

 

Kom op voor de vos

Nogal wat mensen hebben het niet begrepen op de vos. Het liefst zouden ze hem vogelvrij verklaren. Maar natuur-en dierenvrienden weten beter.

Vossen behoren tot onze inheemse fauna en vormen een belangrijke schakel in het ecosysteem. Vossen zijn opportunisten en eten wat het gemakkelijkst te vinden of te vangen is. Hiertoe behoort ook het pluim­vee dat we in hokken en rennen onderbrengen. Slaagt een vos erin een kippenren binnen te dringen, dan wordt zijn jachtinstinct -door de paniekerige dieren die niet kunnen wegvluchten -zo geprikkeld dat hij meer dieren doodt dan hij kan opeten.

Vandaag de dag wijst men de vos nog vaak als de enige schuldige voor deze slachtpartijen aan. Dit is een veel gemaakte fout en een niet-doordachte rede­nering. Intensievere bejaging of bestrijding is echter geen oplossing. Wanneer sterfte binnen de vossenpopulatie toeneemt (door bijvoorbeeld afschot), neemt ook de voortplanting toe. Meer jongen worden geboren die op hun beurt meer kans hebben om te overleven. Wanneer een vos sterft, komt er een territorium vrij voor een meestal jongere vos. Jonge dieren zijn minder dominant waardoor meer vossen op eenzelfde oppervlakte kunnen leven.

'De vos heeft het pluimvee gedood dus hij moet wij­ken', is een uitspraak die niet meer van deze tijd is. Werd 2010 niet uitgeroepen tot het internationaal jaar van de biodiversiteit? Laten we daar in Vlaanderen geen afbreuk aan doen.

Oplossingen

Vogelbescherming Vlaanderen en Natuurpunt zijn van mening dat de schade die vossen aan pluimvee toe­brengen, voorkomen kan worden door kippen, een­den, ganzen en andere gedomecticeerde dieren beter af te schermen. Dit kan eenvoudig door hen 's avonds onder te brengen in een afgesloten nachthok of door een vossenvrije ren te plaatsen. Met verontruste gevoelens hopen wij dat Vlaams minister voor Leefmilieu, Natuur en Cultuur Joke Schauvliege, onze mening deelt en geen extra maatregelen treft tegen de vos.

Wees de vos te slim af en houd je kippenren vossenvrij! De eenvoudigste oplossingen zijn meestal de effectiefste.

-Vossen zijn overwegend nachtdieren, je kippen 's nachts onderbrengen in een afgesloten nachthok kan veel schade voorkomen. Er bestaan trouwens deurtjes die automatisch sluiten wanneer het donker wordt.

Bejagen of bestrijden is geen oplossing

-Plaats één of enkele elektrische draden langs de kippenren. -Een hond in de tuin kan vossen afschrikken, maar ook een hond kan kippen doodbijten. -Vossen blijven op een veilige afstand wanneer je geiten of schapen houdt binnen dezelfde omheining als je kippen.

Aanbevelingen

Wil je er echt zeker van zijn dan de vos niet tot bij jouw geliefde pluimvee komt. Hou dan rekening met volgende aanbevelingen. -Een omheining moet minstens 2 m hoog zijn. -De maasgrootte mag niet groter dan 3 tot 4 cm zijn. -Bevestig de draad aan de buitenzijde van de palen en span de draad strak aan. Span indien mogelijk een net boven de kippenren. -Plooi de bovenste 40 cm van de draad naar buiten om onder een hoek van 30" of bevestig een of enkele elektrische schrikdraden aan de buitenkant. -Vossen zijn luie dieren, ze graven steeds net langs de draad. Leg daarom rondom de buitenzijde van de omheining een rij tegels, betonplaten, planken of gaas van 40 cm breed. -Als je geen tegels, betonplaten of planken legt, graaf de draad dan 50 cm diep in.

 

Wat kan jij doen om de vos in Vlaanderen te be­schermen?

-Kom op voor de vos en teken de online petitie op www.vogelbescherming.be of www.natuurpunt.be en stuur ze door naar vrienden en familie. -Vraag de informatiebrochure Slimmer dan de vos aan en overtuig anderen dat het extra bejagen en/of bestrijden van vossen geen oplossingen zijn om schade aan pluimvee te voorkomen.

 

 

Sprinkhanen als bio-indicatoren

door Vic Van Dyck

Om na te gaan of we goed bezig zijn met het beheer van de natuurgebieden kunnen we kijken naar de biodiversiteit. Hoe meer verschillende soorten organismen er leven, hoe beter. Het is in ieder geval zo dat het voorkomen van bepaalde soorten als waardemeter kan dienen voor het natuurbehoud, voor de beheersplanning en de ter­reinevaluatie of -monitoring. Sprinkhanen bijvoorbeeld geven door hun aanwezigheid duidelijk aan hoe de biotoop, de leefomgeving, eraantoe is. Welke sprinkhanen leven momenteel in de Laakvalleien?

We hebben de voorbije maanden dan ook eens extra aandacht besteed aan deze insectengroep. En we hebben in onze gemeente Laakdal toch 17 soorten genoteerd.

Deze diertjes, of dieren -want er zijn vrij grote sprinkhanen bij -zijn doorgaans zo goed gecamoufleerd dat we ze meestal pas zien als ze voor onze voeten weg­springen of -vliegen. En dan lijkt het wel of ze onze volle aandacht willen trekken.

De veldkrekel (Gryllus campestris) hebben we op verschillende plaatsen in Varendonk horen zingen. Warme, droge en schrale biotopen zijn voor deze krekels van levensbelang. Dit milieu trachten we hier dan ook te behouden door plaatselijk en periodiek te maaien en te kappen.

De boomkrekel (Oecanthus pellucens) is weliswaar buiten onze natuurgebieden maar toch in Laakdal waargenomen. Het helder trillend geluid van deze zeer zeldzame soort is blijkbaar gehoord in een ach­tertuin in Vorst. Hopelijk krijgen we volgend jaar meer van deze nachtelijke muzikanten te horen.

De boskrekel (Nemobius sylvestris) is regelmatig gehoord op Veerle-Heide. Deze krekel zingt zowel overdag als 's nachts langs bospaden en open plek­ken in het bos. Het diertje zelf is moeilijk te vinden, het verstopt zich onder dorre bladeren. Blijkbaar hebben vele dieren en planten de behoefte aan open plekken in het bos.

De krasser (Chorthippus paral/e/us) vonden we overal waar het gras niet te kort gemaaid was. Een reden te meer om langs onze hooilanden, plaatselijk vooral aan de zonnekant een brede strook tijdelijke niet te maaien. Ook de volgende soorten hebben baat bij een vorm van gefaseerd maaien.

Grote groene sabelsprinkhaan (Tettigonia viridissim), sikkelsprinkhaan (Phaneroptera falcata), gewoon spitskopje (Conocephalus dorsalis) en zuidelijk spitskopje (Conocephalus discolor) zagen we vooral in de niet-gemaaide randen van graslanden, ook op ruigte­kruiden en extensief begraasde weilanden.

Bramensprinkhaan (Pholidoptera griseoaptera) von­den we in Varendonk. Op verschillende plaatsen za­ten er inderdaad op de bramen, ze zaten er blijkbaar te zonnen. Tot nu toe hadden we deze soort in Laak­dal nog niet op zo een grote schaal aangetroffen. Hier en daar een mooi braamstruweel behouden is dus de opdracht.

Zeggendoorntje (Tetrix subulata) en gewoon doorntje (Tetrix undulata) zaten in de Roost rond de vijvers. Doorntjes hebben vochtige plekken met mos en algen nodig. Het vrijmaken van zachtheUende oevers aan sloten en vijvers is dus ook voor deze soort een gunstige beheers maatregel.

De kustsprinkhaan (Chorthippus albomarginatus)! Naar de naam te oordelen zou je deze soort in onze omgeving niet verwachten. Maar toch zagen we op de natte beemden langs de Grote Laak wel honderden exemplaren in verschillende kleuren voor onze voeten wegspringen. Deze soort zoek in het binnenland de vochtige graslanden op; aan de kust kan hij vanwege de hogere luchtvochtigheid ook in de duinen overleven. Je zou bijna gaan denken dat deze sprinkhaan hiernaartoe is gekomen vanwege het zoute water van de Grote Laak.

Omwille van deze en ook andere soorten kappen we hier populieren en creëren we meer grazige open plaatsen.

Ratelaar (Chorthippus biguttulus) en bruine sprink­haan (Chorthippus brunneus) zijn op verschillende plaatsen gehoord en gezien. Overal waar we zonnige bosranden en bermen met schrale vegetatie hebben, kunnen we deze soorten aantreffen.

Heidesabelsprinkhaan (Metrioptera brachyptera)

leeft hoofdzakelijk in heidevelden en is dan ook in Veerle-Heide waargenomen. Ook de snortikker (Chorthippus mollis) is in deze omgeving gehoord. Deze soorten geven dus aan hoe belangrijk het is om heide en hei schrale graslanden te behouden of te herstellen.

Boomsprinkhaan (Meconema thalassinum) zijn car­nivoren, ze eten vooral andere kleine insecten die ze vinden op loofbomen zoals zomereiken. We kunnen ze aantreffen in dreven en langs bosranden. Wij heb­ben vooral wijfjes 's avonds aangetroffen in de tuin terwijl ze eitjes aan het afzetten waren in de schors­spieten van appelbomen.

Ja, men moet er wat voor over hebben om sommige dieren in hun natuurlijke doen aan te treffen. Maar nee, in onze natuurgebieden appelbomen aanplanten gaan we voorlopig niet doen. Hoewel ... ?

Deze waarnemingen kun je ook nog eens nakijken op de website waarnemingen.be.

 

 

De Bruggeneindse Goren

Jo Van Dessel

Deze winter staan er in de Bruggeneindse Goren nog heel wat werken op stapel.

Op onze jongste werkdag, zaterdag 16 oktober, heb­ben we nog eens een houtkant opgekuist en verjongd. Er moesten ook nog wat betonnen afsluitingspalen naar het containerpark gevoerd worden. We hebben ook eens gekeken of er nog parelvederkruid de kop opgestoken had na de verwijdering door de dienst Verwijdering van Watergebonden Exoten van de Pro­vincie Antwerpen. (Een hele mond vol niet?) Inder­daad, ik heb mij dan nog maar eens in mijn lieslaarzen gehesen om de opkomende plantjes te verwijderen. Hopelijk krijgen we een winter die naam waardig, daar kunnen onze Braziliaanse vriendjes niet zo goed te­gen, heb ik de indruk. Versta mij hierin niet verkeerd: Ik hou van de Braziliaanse levensvreugde, de mooie stranden en bijhorend vrouwelijk schoon, maar hun invasieve plantjes moeten ze ginder houden.

Plaggen

In januari gaat op een ander perceel de werkploeg van Natuurpunt aan de slag met het verwijderen van berken-en wilgenopslag op het natte heidegedeelte, dit als voorbereiding op het plaggen in de toekomst. Over dat plaggen is er goed nieuws: De gemeente wacht op offertes om het zuidelijke stuk nog deze winter machinaal te plaggen. Jens Verwaerde van Natuurpunt Mechelen gaf ons heel wat richtlijnen die het moeten mogelijk maken om hier over enkele jaren

de laatste heiderelicten in onze gemeente, met de hele bijhorende biodiverse zwik, in volle glorie te laten herrijzen

Wandelpaden netwerk En dan is het nog wachten op de eerste fase van het gemeentelijke Masterplan, namelijk het aanleggen van een wandelpaden netwerk doorheen de Goren. Hierbij worden voor 90% de bestaande paden gebruikt. De subsidies zijn ondertussen goedgekeurd, het is dus enkel wachten op de hopelijk niet te trage administra­tieve molen.

Zoals de lezer waarschijnlijk al opmerkte, werken we nauw samen met allerhande overheden en overheids­diensten. Dit opent voor ons deuren die anders geslo­ten blijven, en het stelt ons in staat onze doelstellin­gen aanzienlijk sneller te halen.

Mijn waardering gaat dan ook uit naar de mensen met wie ik voor de Goren al mocht samenwerken. Heb je zin om het gebied eens te verkennen dan mag je me altijd contacteren.

J'O Conservator: tel. 0495 53 13 23 Mail: jo.van.dessel@hotmail.com

 

 

Vogel van het jaar 2011

door Paul Anthonis

Ondertussen is het een traditie geworden: iedere herist verkiest Vogelbescherming Vlaanderen in samenwerking met Vivara Natuurbeschermings­producten een nieuwe Vogel van het Jaar. De ver­kiezing krijgt dit jaar bovendien een extraatje: de genomineerde vogelsoorten zijn allemaal typische bosvogels!

Een aantal van deze vogelsoorten herken je vast als bezoeker op de voedertafel of als fervent mierenlief­hebber op het gazon. Andere zitten goed verstopt in het bladerdek, en voor enkele moet je een heuse zoekactie op touw zetten om hun pracht te bewonde­ren. Eén ding hebben ze gemeen: voor hun voortbestaan zijn ze allemaal afhankelijk van naald-en loofbossen. Zo hebben spechten en andere holenbroeders oude of dode bomen nodig waarin ze holtes vinden om nesten in te bouwen. Vele soorten zoals nachtegaal en houtsnip broeden in bossen met een dichte onder­groei. Onder de schors of in de bosgrond zijn allerlei ongewervelde diertjes te vinden waar juveniele vogels en insecteneters zoals boomkruiper en boomklever dol op zijn. Bossen produceren een overvloed aan zaden en noten die ervoor zorgen dat bijvoorbeeld goudhaan de wintermaanden overleeft.

Waarom er dit jaar enkel vogelsoorten genomineerd zijn die zich voeden en voortplanten in en rond het bos? 2011 is door de Verenigde Naties uitgeroepen tot Internationaal Jaar van het Bos. De doelstellingen zijn bewustwording, duurzaam bosbeheer, uitbreiding van het bosoppervlak en een goede samenwerking tussen verschillende regionale, landelijke en wereld­wjjde organisaties. Een bos is een belangrijk ecosys­teem -momenteel misschien zelfs een van de be­langrijkste op aarde.

Zonder bossen zou er voor mens en dier geen leven mogelijk zijn. Maar dat blijkt niet voor iedereen even duidelijk want wereldwijd, maar ook in België, is en blijft de mens de grootste bedreiging voor bossen.

In geuren en kleuren

Tijdens de Week van het Bos, een campagne van het Agentschap voor Natuur en Bos en de Vereniging voor Bos in Vlaanderen, zet Vogelbescherming Vlaanderen de twaalf genomineerde soorten extra in de kijker. De Week van het Bos draagt dit jaar de slo­

gan In Geuren en Kleuren, wat perfect aansluit bij de genomineerde vogelsoorten. Kiest u voor vurig geel, glanzend groen, rustgevend blauwgrijs, het spel van patronen of voor de schoonheid van eenvoud?

Breng online je stem uit op:

www.vogelbescherming.be.

Iedereen die vóór 5 december 2010 stemt, maakt kans op een van de vele prachtige prijzen!

De genomineerden:

Boomklever, Boomkruiper, Bosuil, Fitis, Goudhaan, Groene specht, Havik, Houtsnip, Kuifmees, Nachtegaal, Wielewaal, Zwarte mees

 

 

De bastaards van bomenland

door Titte den Grunen Hesteneir

Wilgen en populieren. Bezongen door dichters, gebruikt door boeren. Uit ons landschap zijn ze niet weg te denken, maar toch worden ze uitge­buit, verwaarloosd en gemuteerd. Gelukkig ken­nen ze ook toegewijde vrienden. Vele groene jon­gens denken hier anders over, zeker wat betreft populieren, maar dit is een ander hoofdstuk.

Duizenden jaren buigen ze al mee. Met de wind en het water die van onze gewesten (waaronder onze Netevallei) een uniek natuurschilderij maakten. Wilgen en populieren, zijn er bomen meegaander van aard? Buigzaam, snelgroeiend en algauw tevreden met een plekje aan de sloot.

Toen we nog massaal klompen (klonen) droegen Ua­zeker, gemaakt van wilgen-en populierenhout), geen plastic bussen maar manden gebruikten, en het be­staan van bamboe alleen uit de schoolboeken ken­den, hadden beide bomen volop onze aandacht. Geen boer of hij had wel ergens een rijtje wilgen, die hij regelmatig knotte om er bezemstelen, bonenstaken, mattenkloppers, visfuiken, eendenmanden, heiningpa­len en manden van te maken. Het heette niet voor niets 'boerengeriefhout' .

Vierhonderd bastaard soorten In die dagen kende de populier nog niet de vierhonderd bastaardsoorten die we nu kennen. Nadien is er door vaderlandse boomkwekers namelijk heel wat gekloond en veredeld om Populus alba nog verder voor onze wensen en verlangens te laten buigen. De plaats van de inheemse zwarte populier werd inge­nomen door 'buitenlanders', de canadapopulieren, die later weer moest wijken voor een nieuwe variant, de euramerika.

Voor klompenhout hebben we de populier amper meer nodig. De meeste klompenmakers zijn op beukenhout overgegaan. Apothekers gebruiken de blad­knoppen van de zwarte populier ook niet meer om van de aangenaam geurende balsemzalfjes te maken tegen jicht en kneuzingen. Noch hoeft deze poppel nog langer zijn schors af te staan die, getrokken in wijn, blaasontsteking zou genezen. De huidige, gemuteerde populieren danken het bestaan aan hun ver­mogen om op drassige grond -waarmee we rijkelijk

gezegend zijn -over dertig jaar een hoogte van zo'n dertig meter te bereiken.

Hoewel sommige soorten gemakkelijk tweehonderd jaar oud kunnen worden, wordt hun leven meestal na dertig jaar door een boomzaag beëindigd. Het zijn immers snelle en goedkope houtproducenten. Vroeger werden ze in ons landje vooral gekapt om verwerkt te worden tot lucifers (onze bekende Union Match stekskes), papier en pakkisten. Hun soortgenoten die als bakenbossen langs rivierbochten, als wegmarkering of als windsingel rond boerderijen staan, is een langer leven gegund. Evenals het buitenbeentje, de Italiaan­se populier, die heel gewild is in de landschapsarchi­tectuur omdat hij sprekend op een cipres lijkt en zo'n vijfendertig meter hoog kan worden.

Hoewel de wilg -en dan met name de treurwilg -het meest geliefd is bij dichters, kan ook de populier zich op dichterlijke belangstelling beroepen. Franse im­pressionisten als Renoir, Monet en Pissaro waren op hun beurt weer dol op de kleur van de canadapopulier in de herfst.

Comeback

De wilg, in onze Netevallei talrijk aanwezig, is duidelijk aan zijn comeback begonnen. Niet dat schietwilgen, waterwilgen, kraakwilgen en treurwilgen zo'n hoge leeftijd kunnen bereiken. Ze redden het hooguit een mensenleven. Toch hoeven we ons over het voortbestaan van de wilg geen zorgen te maken. Hij mag dan nog amper economisch nut hebben, als gewaardeerd onderdeel van 'natte' landschappen scoort hij hoog.

Nu is er niets gemakkelijker dan het planten van een wilg. Je neemt een drie jaar oude wilgentak, schilt een stuk van zijn bast af en steekt het bastloze uiteinde in de grond naast een sloot. Succes verzekerd. Landschapsbeheer wordt wel met een nieuw probleem opgezadeld: het knotten.

Niet alleen boeren maakten gebruik van wilgenhout. Baggeraars en dijkenbouwers maakten hun zinkstukken van grote, gevlochten matten van wilgentenen, die ze van de aanplantingen katjeswilgen in het griend afsneden (griendhout met rijshout beplant). Ook bijen en insecten bezochten graag de grienden.

De katjeswilg bloeit al in februari-maart en zorgt dus voor stuifmeel als de rest van de natuur nog in de knop zit. Je hoefde geen boer, visser, mandenmaker of baggeraar er ooit aan te helpen herinneren dat wilgen om de drie, vier jaar geknot moesten worden. Toen in de jaren vijftig-zestig de kunststoffen toesloegen, was het afgelopen met knotten. Dat kostte te veel tijd en geld. De wilgen werden aan hun lot overgelaten. Hun takken groeiden en groeiden, totdat ze zo lang en zwaar waren geworden dat de wilgenstam topzwaar werd en omviel.

Ook werden heel wat wilgen gekapt. Aan de andere kant bieden die oude, opengespleten wilgen onderdak aan een groot gedeelte van ons steenuilen bestand. Ook mezen, gekraagde roodstaarten, houtduiven en torenvalken broeden graag in holle wilgenstammen. Bovendien bieden de vermolmde stam en zijn kroon weer een dankbare voedingsbodem voor zaden van berk, vlier, lijsterbes, kamperfoelie, varens en wilgenroosje.

Knotploeg

Hoewel de boeren hun wilgen amper meer knotten (dit gebeurt de laatste jaren in onze Netevallei door een enthousiaste groep die heel de winter ijverig bezig is met knotten) en hun geriefhout tot de hemel laten groeien, worden wilgentakken nog wel degelijk gebruikt. Op de grienden worden ze nog altijd gesneden voor zinkstukken en rijshout (zinkstukvlechtwerk was rijshout, bezwaard met basaltkeien ter bescherming neergelaten op oevers of dijkhellingen). Bloemisten nemen als vanouds manden van wilgentenen af. De

paar resterende klompenmakers zijn het wilgenhout niet vergeten. Wilgenmatten kunnen het bedreigde hardhout voor oeverbeschoeiïngen vervangen. De middeleeuwse huizen vroeger hadden muren van wilgentwijgen besmeerd met leem.

Maar gezien de aantallen wilgen, is de geknotte hoe­veelheid waar nog iets nuttigs mee gedaan wordt, wel zeer gering. Er blijven ontstellend veelongeknotte bomen over, maar daar staan sinds kort vrijwillige knotters voor klaar.

Dichters hebben vaak levendig over wilgen geschre­ven. Maar wilgen met de pen of laptop bezingen is toch iets anders dan met een snoeischaar of boom­zaag tot over je enkels in de dras een wilgen kroon terugsnoeien.

Gelukkig kent de wilg ook bewonderaars, die mis­schien nog nooit een wilgengedicht gelezen hebben, maar er wel van overtuigd zijn dat knotwilgen een essentieel onderdeel van ons landschap vormen. Werkenden, gepensioneerden, jongeren, allen melden zich vrijwilliger om met onze knotploeg wilgen te knot­ten. Dat gaat voornamelijk om kraakwilgen en schietwilgen. De knotwilg is geen soort op zich, de naam slaat op iedere wilgensoort die geknot is. Ook populieren worden soms geknot en leven dan verder als knotpopulieren. Onze knotploeg, aangevuld met de werkploeg, weet zich tot dusver aardig te redden.

Iedereen die geïnteresseerd is, laat mij een seinlje -Titte den Grunen Hesteneir 015 24 24 87.

 

 

Paddenstoelenrijk

Door Titte den Grunen Hesteneir

Paddenstoelen (Fungi) komen over de hele wereld voor op vochtige plaatsen. In onze streken groeien onder meer de bekende giftige vliegenzwam (Amanita muscaria) en de lekkere weidechampignon (Agaricus campestris). Men teelt heel wat champignons om culinaire redenen. Vooral keukenchampignons en oesterzwammen zijn erg populair.

Paddenstoelen werden weleens 'zonen van de goden' genoemd, omdat ze schijnbaar spontaan verschijnen, of 'kinderen van de duisternis' vanwege hun duistere biotoop. Voor de Grieken zou de paddenstoel een ingrediënt geweest zijn van de godenspijs 'ambrosia'.

Sjamanen

De vliegenzwam speelt tegenwoordig bij primitieve Siberische volksstammen nog altijd een belangrijke rol voor sjamanen. Die priester-tovenaars verzorgen voor hun volgelingen de communicatie tussen de wereld van enerzijds overledenen en goden en anderzijds de levenden.

'Sjamaan' komt uit de taal van een Siberisch volk, de Toengezen, en betekent 'hij of zij die weet'. Om in de geestenwereld binnen te dringen meent de sjamaan eerst zelf in trance te moeten komen, waardoor hij uit zichzelf kan treden en pas dan met de goden contact kan hebben. Sjamanen gebruiken nu nog altijd de hallucinogene eigenschappen van vliegenzwammen om in trance te komen. Het (vermeende) verlaten van het lichaam gebeurt een eerste maal tijdens een 'initi­atieritus'. Etnologen die zo'n ritus mochten bijwonen, noteerden dat alle deelnemers urine van de sjamanen dronken. Ze stelden nadien vast dat men het actieve bestanddeel van de vliegenzwam, 'muscarine', onver­anderd terugvond in de urine. Het drinken ervan zou dus hetzelfde effect hebben als het eten van de pad­denstoel zelf. Het eten van de vliegenzwam was strikt voorbehouden aan sjamanen, wat erop kan wijzen dat het dodelijke gevaar ervan bekend was. Als men dat weet, kan men dus best begrijpen dat de vliegenzwam ooit de 'paddenstoel der gekken' werd genoemd.

Het is tevens geweten dat ridders en kasteelheren in de middeleeuwen ware orgies hielden met het eten van paddenstoelen (vliegenzwammen). De aanwezige knechten en lakeien stelden zich niet enkel tevreden met de afval rest jes van de tafels, maar deden zich te goed aan de urine van hun meesters.

De hogerbeschreven sjamaantraditie in Siberië was onder het Sovjetregime verboden en bijna uitgestor­ven. Na de val van het communisme in de Sovjetunie in 1991 bleven heel wat gebieden, waaronder Siberië, politiek en economisch verweesd achter. Meer en meer mensen grepen terug naar oude technieken om aan voedsel te geraken bijv. primitieve jacht-en

visvangst -of om te genezen, o.a. via het sjamanisme. Vandaar dat die beweging momenteel een opleving kent in Siberië. Onder sjamanisme verstaat men tegenwoordig in de westerse cultuur ook een spirituele stroming waarbij men op zoek gaat naar andere vor­men van zingeving en geloofsbeleving.

Puntige kaalkopjes

De vliegenzwam is niet de enige paddenstoel met roeswekkende eigenschappen. Indiaanse volken­stammen uit Zuid-Amerika gebruiken al eeuwenlang een heilige paddenstoel die hen in extase brengt. In de zestiende eeuw berichtte de franciscaan Bernardi­na Sahagun in zijn Historia general de las cosas de la Nueva Espafla: "het eerste wat op het feest gegeten werd, was een soort zwarte paddenstoelen, die zij náhuatl of theonacatl noemen, en die dronken maakt en visoenen opwekt".

In de hedendaagse Europese subcultuur kent men het rituele hallucinogene gebruik van een psilocybe soort: het puntige kaalkopje. Regelmatig word ik door be­paalde (feestvierende) individuen aangesproken (be­kend zijnde als den Grunen Hesteneir) met de vraag of ik geen verborgen vindplaatsen weet van onze kaalkopjes. Ik raad ze vriendelijk aan, met mij padden te komen rapen in de Spekstraat, zodat ze onze bu­fa's een likje kunnen toedienen, de vrijgekomen bufo­toxine zou (vermoedelijk) een kleine roes kunnen ver­oorzaken.

Duivelskinderen

Paddenstoelen staan symbool voor het kwaad. Men noemt ze wel eens 'duivelskinderen' en onder de hen toegeschreven gebreken komen vooral bedrog, ach­terdocht of bederf voor. Ook brengt men ze vaak in verband met duivels, heksen en padden. Denken we maar aan enkele oude Nederlandse volksnamen voor bepaalde soorten: addergebroed, heksenboleet, hek­senvlees, duivelsharen, duivelsei Uong stadion van de stinkzwam), dodemansvingers, doodstrompet, enz.

De naam padenstoel zelf is trouwens afgeleid van het volksgeloof dat padden af en toe kwamen uitblazen op de 'stoel' van zo'n boosaardig schepsel. Men associ­eerde padden in Europa ooit met hekserij en duivels­verering. Dat men paddenstoelen in verband brengt met dood en bederf, is niet helemaal onterecht. Eén tot twee percent van de paddenstoelen zijn giftig en kunnen na consumptie uiteindelijk de dood tot gevolg hebben. Andere soorten veroorzaken onaangename verschijnselen als braken, buikloop, misselijkheid, enz. Sommige giftige paddenstoelen hadden daardoor zelfs een doorslaggevende invloed op de wereldpoli­tiek. De Romeinse keizer Claudius (10 vóór Christus ­54 na Christus) werd vermoord door zijn echtgenote Agrippina, die hem aanvankelijk ervan overtuigde om haar zoon Nero tot zijn opvolger aan te duiden in plaats van zijn eigen zoon Brittanicus. Om de opvol­ging te bespoedigen zou Agrippina de zeer giftige groene knolamaniet hebben gemengd in een gerecht met een andere bijzonder smakelijke, maar totaal ongevaarlijke soort: de keizeramaniet. Dat was trou­wens een favoriete paddenstoelensoort van heel wat Romeinse keizers, vandaar zijn naam.

Maar paddenstoelen kunnen ook als een vruchtbaar­heidssymbool fungeren. Uitdrukkingen zoals 'als pad­denstoelen uit de grond rijzen' of 'dat groeit als een paddenstoel' verwijzen naar het verschijnsel dat pad­denstoelen snel en massaal uit de grond te voorschijn komen. Vandaar dat men ze in verband bracht met DonarlThor, de Germaanse god van het onweer en de vruchtbaarheid, en uiteraard ook met de donder en met de weekdag die naar hem is genoemd: donder­dag of Donarsdag. In China symboliseren champignons een lang leven. Misschien steunt die symboliek op het feit dat ze, na drogen, zeer lang bewaren. Voor sommige Bantavol­ken verzinnebeeldt een padden stoel zelfs een geest. Het voorgaande geloof maakt van de paddenstoel dus het zinnebeeld van het leven dat na de organische afbraak, dus na de dood, terugkeert.

Het is wel opmerkelijk dat men de paddenstoel in een aantal kerken als boom der kennis van goed en kwaad voorstelt. Op de bronzen deuren van de kathe­draal in het Duitse Hildesheim staat een boom der kennis, die volgens sommigen niets anders zou zijn dan een bundel 'puntige kaalkoppen', ook bij ons be­kende hallucinogene paddenstoel, maar die hypothe­se is wel heel controversieel.

 

 

Wandelplezier

door Benny Van Dyck

De Merode: wandelen in het prinsheerlijke platteland

'Het wandelpad' is zo goed als klaar. De laatste palen, de laatste aanwijsbordjes worden op dit eigenste moment geplaatst en opgehangen.

Je hebt ze wellicht ook gezien: robuuste eiken palen, die overal in het Merodelandschap opdoken. Nu vallen ze nog wat extra op, maar na enige tijd verwering door regen, wind en zon, zullen ze ge"integreerd deel uit­maken van de omgeving. Deze palen wijzen de weg doorheen het Merode­gebied. Langs de meer dan 500 km paden door na­tuur-en andere gebieden van de regio kun je met een systeem van lussen (vergelijkbaar met het fietsroute­netwerk) genieten van de mooiste plekjes. Toch een uniek gegeven op toeristisch vlak, want fietsroute-en autoroutenetwerken vind je op meerdere plaatsen. Met dit wandelroutenetwerk kiezen de initiatiefnemers resoluut voor de zachte recreatie. En dat mag ook wel eens in ons drukke Vlaanderenland.

Natuurpunt vzw stelt zijn natuurgebieden al lang open voor de wandelaar. Natuur voor iedereen is geen holle slogan, maar getuigt van een duidelijke visie en be­leidskeuze in de benadering van natuur en het na­tuurbehoud. Genieten van, respect hebben voor, be­schermen, opkomen voor, zijn werkwoorden die nauw met elkaar verwant zijn. In die zin is het logisch dat ook een aantal wegen in onze reservaten deel uit­maakt van dit Merode-wandelroutenetwerk.

Leuk is dat, binnen de Natuurpuntreservaten, je het Natuurpuntlogo op de wandelpaal vindt. Zo weet je meteen dat je een Natuurpuntgebied binnenkomt. Je kunt er zien hoe we op het terrein waardevolle natuur proberen te ontwikkelen, en je weet welke afspraken gelden (honden aan de leiband e.d.).

Het wandelroutenetwerk werd op zondag 26 septem­ber 2010 officieel geopend.

Voor meer informatie verwijzen we graag naar www.demerodeonline.be

 

 

Averbode Bos & Heide: schitterende heidewandeling

Door Louiza 

Zondag 5 september, mooi nazomerweer, uitgelezen tijd om een wandeling te maken. Afspraak aan de kerk in Veerle-Heide.

Onder leiding van Herman Berghmans gingen we met een gezellig groepje op stap de natuur in. Algauw kwamen we de eerste bloeiende plantjes tegen: ha­zenpootjes, bungelende grasklokjes, winde (wordt ook 'lievevrouwekelkje' genoemd) en ook zandblauwtjes. Die laatste werden druk bezocht door de prachtige vuurvlindertjes. Wat verder dienden zich de eerste paddenstoelen al aan, de mooie parelstuifzwammen, en ze waren goed gelukt dit jaar, we zouden er nog zeer vele tegenkomen.

Herman loodste ons een paadje in en hier bevonden zich twee ferme nesten van bosmieren een beetje verscholen tussen struiken, maar de spechten wisten ze wel te vinden de gaten in de bovenkant van de nesten duiden op hun bezoek. 't Was hier wel een gewriemel van jewelste, brrr ... En dan maar weer verder het bos in. Er is al veel werk verricht: rododen­drons verwijderd, Amerikaanse vogelkers gekapt. Op een perceel dat vorig jaar geplagd werd, staat er nu al veel schapenzuring. Wat verder kregen we een prach­tig zicht op de abdij van Averbode, een foto waard.

Dan liepen we weer langs de oude trambedding. Daar groeide heel veel springzaad, maar dat moet ook wel in toom gehouden worden ... Dan kwamen we aan een groot ven, dat nu wel helemaal droog stond. Er­boven cirkelden wel zes buizerds en ook nog een boomvalk.

Zo stapten we maar verder genietend van de natuur, het zonnetje en elkaars gezelschap ... En ja, dan kwam alweer het einde in zicht. Het was weer een schitterende wandeling: veel gezien, nog meer genoten van de paddenstoelen, planten, bomen, vogels, insecten, vlinders, het kon niet op. Dus reden we met een voldaan gevoel huiswaarts.

Bedankt Herman en tot een volgende keer!

 

 

Fotograferen met woorden

door Luc Lambrecht

 

Herman Van Rompuy heeft ze in Vlaanderen, en in Europa zelfs, nog populairder gemaakt dan ze al waren: haiku's, de korte, eenvoudige, uit Japan overgewaaide gedichtjes.

Kort, eenvoudig ... en toch is er over geen enkel poëziegenre zoveel gezegd en geschreven als over haiku's. Boeken, tijdschriften, websites vol.

Wat is een haiku eigenlijk? Enkele pogingen tot definitie van notoire haikukenners:

-Een klassieke Japanse dichtvorm waarin de dichter in drie korte versregels een moment van rust en verstilling wil vastleggen. (Prof. Geert Buelens, hoogleraar Letterkunde en schrijver)

-De woordneerslag van een verrassing, verwondering, nieuw inzicht, flitservaring die vanuit de natuur vertrekt. (Bart Mesotten, pionier in Vlaanderen)

-Een snelle, betekenisvolle natuurimpressie. (J. van Tooren, pionier in Nederland)

- Een korte flits, een mooi ogenblik, vertolkt in drie regeltjes van ongeveer 17 lettergrepen, in eenvoudige bewoordingen die toch iets meer zeggen dan wat er staat, en vaak een 'dubbele bodem' verbergen. (Ferre Denis, secretaris Haiku-centrum Vlaanderen)

Drie voorbeelden van klassieke Japanse haiku's:

Zag ik een bloesem

die naar haar tak terugkeerde?

Ach, ‘t was een vlinder.

Moritake (1472-1549)

De oude vijver­

een kikker springt erin,

geluid van water.

Bashö(1644-1694)

Op karperkoppen,
die uit het water steken,
trommelt de regen.

Shiki (1867-1902)

Typisch aan een haiku zijn de drie korte regeltjes van respectievelijk 5, 7 en 5 lettergrepen, dus samen 17 lettergrepen. Moderne haikudichters liggen echter niet meer wakker van dat voorschrift: ze houden het bij drie regeltjes van ongeveer 5, 7 en 5 lettergrepen, of zelfs drie regeltjes waarvan het tweede iets langer is dan het eerste en het derde.

Haiku's gaan in principe over de natuur. Het zijn momentopnamen, natuurfoto's met woorden. (Als ze niet over de natuur gaan maar over de mens, worden het senryu's genoemd, al wordt dat onderscheid haiku-senryu vaak niet meer gemaakt.) In de klassieke Japanse haiku's zit meestal een seizoenwoord, waaraan je kunt zien in welk seizoen de haiku geschreven is. Haiku's zijn zelden zwaar op de hand. 'Haiku' betekent immers luchtig, speels, vrolijk vers.

Natuurpuntdicht

Met een knipoog naar Natuurpunt en verwijzend naar de term 'puntdicht' (epigram), zouden we haiku's dus Natuurpuntdichtjes kunnen noemen ... Natuurwaar­nemingen zijn iets voor waarnemingen.be, in nuchtere taal opgetekend, maar ook voor uw notitieboekje, in haikuvorm.

Tijd voor enkele gewrochten uit mijn eigen koker. De grens tussen haiku en senryu is hier erg dun.

de wilgenkatjes

aan de afgerukte tak

blinken in de zon

 

winterse wilgen

kijk papa die bomen staan

ondersteboven

 

in de beukenhaag

kwetteren de mussen

poes wacht geduldig

 

kleine bonte specht

je roffelt erop los

ik speur en speur

 

een bolster op zijn kop
de hond kijkt zijn baasje
beschuldigend aan

 

Zin gekregen om het ook eens te proberen? Maak ook eens een foto met woorden, met ongeveer 17 lettergrepen. Kortom: schrijf eens een haiku (maar meer mag ook) en stuur of mail hem naar: Luc Lambrecht, Boudewijnlaan 22, 2220 Heist-op­

den-Berg, luclambrecht1@telenet.be Als de oogst rijk is, publiceren we een bloemlezing in dit blad.

 

 

 

 

 

terug naar>>  Natuurpunt afdeling Grote Nete
Laatste aanpassing gebeurde op: 23.10.2010 19:10:32
                              
Info en tips: 
webverantwoordelijke