Archief:
Artikels uit het tijdschrift van
Natuurpunt
Grote Nete
Jaargang 9
driemaandelijks tijdschrift
April 2010 Nr. 2
door Stefan Janssens
Zonlicht en temperatuur zijn belangrijke parameters voor de activiteitsgraad van mens en natuur. Een ouderwetse strenge winter had die activiteit op een zeer laag pitje gezet. Met de komst van de eerste warme lentedagen is de activiteit weer helemaal op peil.
Het is me wel een wintertje geweest. We kregen niet minder dan 54 dagen met vorst, en de sneeuw was wekenlang alomtegenwoordig. Een echt ouderwets winteroffensief. De eerste dagen was het plezant: wandelen in de sneeuw, fototoestel in de aanslag. Tientallen digitale kiekjes van sneeuwlandschappen waren de buit van de dag. Maar het weekend daarna lag er weer sneeuw; deze keer gaan wandelen met fototoestel, maar nog slechts enkele foto's gemaakt. Een weekje later gaan wandelen, weer in de sneeuw, nu zonder fototoestel. Op den duur was de fun van al die foto's in de sneeuw er wel af.
17 maart
Het was een lange en een donkere winter. Een collectieve
zucht ontsnapte aan de lippen toen we van het traditionele
ene uiterste in het andere uiterste vielen met een pracht
van een zonovergoten eerste lentedag op 17 maart. Die dag
zal nog een tijdje in ons geheugen blijven zitten. Je zag
het aan de mensen. Iedereen werd als een komeet naar buiten
gezogen en was de koning te rijk. Eindelijk zon. Stralende
gezichten. Ook de natuur kwam met een schok tot leven. De
vogels zongen dat het een lieve lust was, en de eerste
zonnestralen maakten al meteen enkele vlinders actief. De
citroenvlinders waren de traditionele voorlopers. Pardon,
vliegers. Enkele zonnestralen waren voldoende om hun
winterschuilplaatsen, ergens tussen de hulst, klimop of
bramen, te verlaten.
Vlindercornmentaren
Opvallend hoe in heel wat krantencommentaren de
uitbundige lente werd gekoppeld aan het verschijnen van de
eerste vlinders. Zo stond in De Morgen in een commentaar van
Cathérine Ongenae:
"En vlinders, daar begint het nochtans allemaal mee. Vlinders, bloemetjes en bijtjes. Je kunt er nog zoveel boeken over lezen, het fijnste is toch nog steeds om de lentezon op je gezicht te voelen en de beestjes te zien fladderen. Dat geldt ook voor de spreekwoordelijke vlinders. Probeer ze te vangen en ze zijn hun charme kwijt. En u ook want het is echt geen gezicht, een volwassene die met een vlindernet door de natuur huppelt. Misschien schuilt daar wel het geheim van de liefde. Bescherm de vlinders. Blij dat het straks lente is."
Fladderende
ambassadeurs
Vlinders en biodiversiteit spelen een belangrijke rol in
de werking van onze Natuurpunt-afdeling dit jaar. We gaan
voor meer biodiversiteit of natuurlijke soortenrijkdom.
Vlinders zijn onze ambassadeurs om deze boodschap uit te
dragen. Vlinders zijn dan ook alomtegenwoordig in dit
lentenummer.
De eerste zonnestralen
maakten al meteen
enkele vlinders actief.
De citroenvlinders
waren de traditionele
voorlopers.
Pardon, vliegers.
Enkele zonnestralen
waren voldoende
om hun
winterschuilplaatsen,
ergens tussen hulst,
klimop ofbramen,
te verlaten.
De komende weken en maanden zijn de meest uitbundige periode van het jaar. De natuur kent na een strenge winter een uitbundige explosie van leven en activiteit. Voor ons, mensen, geeft de lente samen met de bijhorende warmte dat 'nieuwestartgevoel' . Die onzichtbare kriebel om er eens in te vliegen.
Natuurpunt Grote Nete ontsnapt niet aan dat nieuwestartgevoel en komt naar buiten met een hele reeks activiteiten. Met een kalender vol wandelingen, beheerswerkdagen, uitstappen, cursussen, een natuurwandelweekend en een heus parkfeest in een kasteelpark geven wij volop toe aan dat lentegevoel.
door Eddy Vets
Als de ziele luistert spreekt het al een taal dat leeft
Guido GezeIIe
Wanneer de wandelaar over de Neteboorden loopt, kan hij in gedachten of met woorden de omliggende natuur beschrijven. Exacte cijfers onderbouwen meetkundige patronen en structuren. Eigenschappen naar uitzicht en plaats determineren de rivier en geven er een naam aan. Vaak houdt daar het verhaal op. Dit Îs de Nete, want ...
Voor een andere wandelaar is de Nete als naam van minder belang, als het maar een waterloop is. Hij voelt de aanwezigheid van de rivier in zijn nabijheid, en dat kan hem in een bepaalde 'stemming' brengen. Het gemoed ondergaat invloeden van zintuigelijke prikkels. De omgeving werkt in op de gevoelens, die niet in cijfers en patronen zijn te vatten. Een kille regendag toont andere gelaatstrekken dan een warme zomerachtend. Het landschap kent geen gewaarwordingen. De mens leest het land en ondergaat de impulsen die het landschap op hem afstuurt. Dit veronderstelt een zich openstellen voor die vele prikkels, die ergens raakpunten zoeken. Wie getroffen is door het schone van zijn omgeving wil dit misschien koesteren voor zichzelf, of eerder meedelen aan anderen in woorden ... in taal of andere kanalen van de zintuigen. Schilder, musicus en dichter vertalen die gevoelens in hun taal, al of niet verstaanbaar door de medemens.
Dan is er nog de derde wandelaar. Voor hem is de Nete niet meer dan wat ze is: een rivier, lui en lamlendig slingerend door de vlakke beemden, soms gezwollen of leeg, stinkend of kabbelend, niet meer dan louter rivier. Deze wandelaar vergeet hier zichzelf als waarnemer. Wat hij ervaart is zuiver ziel, zonder woorden als een beeld van zichzelf wandelend in de verte, één met een deel van het Netelandschap. Het grote geheim, dat de bron vormt van al wat is, openbaart zich in een totale eenheid van mens -lees wandelaar -en natuur. Alsof hij leeft zonder zich bewust te zijn van dit leven. Er zijn geen criteria, er is noch begin noch einde, geen plaats of tijd. Dit kent geen woorden, want zij trekken grenzen, maar de horizon is grenzeloos.
In het water van de Nete schrijven wolken een gedicht, maar de open ruimten tussen de arabesken onthullen het woorden loze geheim heel even maar, want nieuwe flarden drijven aan en het water klotst en braakt tegen de oever. Daar loopt de wandelaar: tussen wolken en water op de aarde. Maar is hü ook niet zoals de rivier? Ook hij loopt zijn levenspad af. Hij toont zich via het waarneembare, doch in wezen blijft hij een mysterie, ook voor zichzelf.
Wie dit geheim wil doorgronden, kan het misschien heel even in die unieke ervaring van die eenheid van al wat is ... Als de ziele luistert ...
Vormt de spiegel van de natuur geen spiegel voor de mens? De omgang van de mens met de natuur leert ons meer over die mens dan over de natuur.
Dit zou het besluit kunnen zijn na lectuur van Spiegel van de natuur, het boek van Matthijs G.C. Schouten.
Het werk vertrekt bij de 'primitieve' volkeren tot het over de verschillende wereldreligies heen via de grote historische perioden weer aansluiting vindt bij de huidige tijd. De visie op natuur, als we al kunnen bepalen wat natuur inhoudt, vormt de basis van alle grote religies. Zij vormt de bron van hun overeenkomstige symbolen denken we maar aan de levensboom -of onderstreept hun onderliggende tegenstellingen. Wouden kunnen oorden zijn van meditatie en contemplatie, of plaatsen van angst en verderf. De verschillende manieren van natuurbeschouwing komen tot uiting in de diverse verwezenlijkingen van de menselijke geest. Het is alsof hij het ongrijpbare lees: de natuur -wil benaderen vanuit zoveel mogelijk invalshoeken om uiteindelijk vast te stellen dat het niet lukt. Inderdaad, religie kan slechts via ritueel, symbolen en dogma's proberen greep te krijgen op wat ons overstijgt.
De filosofie probeert dit door diepgravende redeneringen en ontrafelende beschouwingen, maar eindigt waar het begon. Literatuur en andere kunstvormen kunnen amper een verafschaduwing bieden. De enige weg is de beleving. Misschien kunnen we al beginnen met het besef dat er geen kloof gaapt tussen mens en natuur. Er bestaat geen brug om die afgrond te overspannen, omdat die er gewoonweg niet is. Iedere poging om die natuur te vatten, leidt tot een confrontatie met onszelf: we kijken in de spiegel. Dit is het opzet van het boek. Het zet de lezer aan tot denken en nadenken. Het vraagt om een blik in zijn eigen spiegel te werpen. Iedereen weet dat dit niet altijd even aangenaam is. Vandaar dat dit boek meer is dan gezapige lectuur over bloemen en bijen; hoewel het eerste soms ontroert en het andere prikt.
Matthijs G.c. Schauten: Spiegel van de natuur, Het natuurbeeld in cultuurhistorisch perspectief, KNNV uitgeverij/Staatsbosbeheer, Utrecht.
Vrijdag 11 & 25 juni: theorie
20.00 u: Lokaal Natuurpunt Leopoldlei 81 te Hallaar
Zondag 20 & 27 juni: praktijk
13.30 u: Lokaal Natuurpunt Leopoldlei 81 te Hallaar
Info: Chris Segaert, 015 22 01 06 Deelnamekosten: 15 euro voor leden, 20 euro voor niet-leden.
Vlinders zijn geliefd als vrolijke fladderaars. Maar hoeveel soorten ken je en kun je herkennen? En weet je hoe ze leven? En hoe je ze in je tuin krijgt? De Vlindercursus beantwoordt al je vragen.
Wie houdt er niet van vlinders? Wie een beetje oog voor deze sierlijke insecten heeft, merkt al snel dat zelfs in een eenvoudige tuin verschillende vlindersoorten voorkomen.
Maar ken jij het verschil tussen het Bont en het Bruin Zandoogje? Deze cursus leert je -aan de hand van voordrachten én excursies in het veld -vlinders herkennen. Ook hun leefwijze komt uitgebreid aan bod. Bovendien krijg je tips om jouw tuin of natuurgebied vlindervriendelijk te maken.
Zo ben je helemaal klaar voor het Vlinder-meeweekend!
Interesse? Neem contact met Chris.
Parkfeest Hof ter Borght
Natuurpunt Grote Nete in samenwerking met gemeente Hulshout
Zondag 30 mei 2010
Kasteelpark van kasteel Hof ter Borght, Westmeerbeek
Kom kennismaken met het mooie kasteelpark van Hof ter Borght. Tijdens de Dag van het park is het kasteelpark onder begeleiding van natuurgidsen toegankelijk. Speciaal voor de kinderen is er een 'blotevoetenpad'. Voelen met de voeten, een plezante belevenis. (Misschien best een handdoek meebrengen om achteraf de voetjes proper te maken.) De wandelingen en de 'Naluurbeleefstand' staan in het teken van vlinders & biodiversiteit.
PROGRAMMA
10.00 uur
Wandeling naar Het Goor-Asbroek (laarzen
niet vergeten)
13.00 uur tot 18.00 uur
Tussen 13 uur en 17 uur elk halfuur een korte geleide wandeling door het park met natuurgidsen
Speciaal voor de kinderen Blotevoetenpad & Natuurbeleefstand
Drankenstand in tent met broodjes, taart & gebak
Informatieve Natuurpuntstand
Parking tegenover het kasteel
Waarom niet eens met de fiets komen?
Deze actie kwam tot stand door een samenwerking van de gemeente Hulshout en Natuurpunt Grote Nete en kreeg daarom de steun van Tandem. Info: www.tandemweb.be
Feest van de Bruine vuurvlinder
door Wilfried Wouters
Vorig jaar was een belangrijk jaar voor de uitgestorven gewaande Bruine vuurvlinder in onze streek. Reden om een feestje te bouwen, het Feest van de Bruine vuurvlinder.
De Bruine vuurvlinder (Lycaena titrus) is een vrij kleine dagvlinder. De soort kwam vroeger algemeen voor in de provincies Antwerpen, Vlaams-Brabant en Limburg. Deze dagvlinder ging de voorbije decennia sterk achteruit, zodat hij zelfs uitgestorven werd gewaand. In 2006 werd de soort opnieuw op enkele plaatsen gespot in Baaischot en Begijnendijk. Sindsdien sloegen verschillende organisaties de handen in elkaar om de restpopulatie in het grensgebied van de provincies Antwerpen en Vlaams-Brabant te helpen overleven. In 2009 heeft het gemeentebestuur van Heist-opden-Berg een samenwerkingsovereenkomst gesloten met volgende partners om samen de Bruine vuurvlinder te beschermen: gemeentebestuur Begijnendijk, Regionaal Landschap Rivierenland vzw, Regionaal landschap Noord-Hageland vzw, het provinciebestuur van Antwerpen en Vlaams-Brabant, Agentschap voor Natuur en Bos, Natuurpunt Studie vzw en Natuurpunt Heist-op-den-Berg.
leefgebied
De Bruine vuurvlinder weet in deze regio te overleven in een kleinschalig landschap op vrij voedselarme, bloemrijke graslanden waarin de waardplant veldzuring (Rumex acetosa) aanwezig is. Omdat de Bruine vuurvlinder zich typisch ophoudt op graslanden buiten de eigenlijke natuurgebieden, is de populatie sterk bedreigd. Het leefgebied van de vlinder wordt steeds kleiner door bebouwing, verruiging, intensieve begrazing en omvorming van hooilanden naar paardenweiden.
Particuliere grondeigenaars cruciaal
Omdat de meeste Bruine vuurvlinders zich ophouden op privé-eigendom (kleinschalige extensief beheerde hooi-of weilanden, braakliggende terreinen), is medewerking van de grondeigenaars uiterst belangrijk. Het sluiten van maaibeheersovereenkomsten met graslandeigenaars (die een vergoeding krijgen in ruil voor het uitvoeren van een geschikt beheer) is een valabele optie om stukken leefgebied van de vlinder op korte termijn veilig te stellen. In 2009 konden voor 10 hectare beheersovereenkomsten met particulieren worden gesloten, waarvan 3 hectare in Pijpelheide.
Bermbeheer op maat
Bij de opmaak van het bermbeheersplan van Heistop-den-Berg werd het maaibeheer van de straten in het leefgebied aangepast aan de levenscyclus van
deze vlinders. Zo wordt er in het kerngebied gefaseerd gemaaid (niet alles ineens), zodat steeds nectarplanten en schuilmogelijkheid beschikbaar blijven. Hiervoor worden de gemeentelijke Mina-werkers ingeschakeld in de volgende straten: Meistraat, Klokputten, Adamstraat en Spaanderstraat, Kievitstraat en Rommershoeve.
Feest van de
Bruine vuurvlinder
Zondag 6 juni van 13.30 tot 18.00 uur
Parochiecentrum Ter Heide, Schrieksesteenweg 71 te Pijpelheide (Booischot).
Programma
-Bewegwijzerde wandeling van 4,2 km met informatieve landschapsposten
-Bewegwijzerde fietstochten van 15 en 23 km met informatieve landschapsposten
-Kleinkunstoptreden van Steuks (vanaf 16 uur)
-Prijsuitreiking van een tekenwedstrijd voor kinderen van 3 tot 12 jaar (om 16.30 uur)
-Kindergrime
Deze actie kwam tot stand door een samenwerking van de gemeente Heist-op-den-Berg en Natuurpunt Heist-op-den-Berg en kreeg daarom de steun van Tandem. Info: www.tandemweb.be
Biodiversiteit staat voor biologische diversiteit. De rijkdom en verscheidenheid van natuurlijke levensvormen in het planten-en dierenrijk. Ook de verbanden tussen soorten, de ecosystemen en de genetische diversiteit horen daarbij. Daar 2010 het jaar van de biodiversiteit is, steekt Natuurpunt Grote Nete een tandje bij om hard te werken aan de lokale biodiversiteit. Met speciale aandacht voor vlinders.
Ecosysteemdiensten
Biodiversiteit is geen ver-van-mijn-bedshow, maar de bron van leven rondom ons. We staan er meestal niet bij stil, maar biodiversiteit is overal. Ook voor het leven en welzijn speelt ze een cruciale rol. De kwaliteit van biodiversiteit bepaalt rechts reeks de kwaliteit van het leven van ons, mensen. Dat komt doordat alle natuurlijke processen, zoals de productie van schone lucht, maar ook van het zuiveren van die lucht, afhankelijk zijn van natuurlijke processen. Ook de kwaliteit en de zuiverheid van de waterkringlopen zijn hiervan afhankelijk.
De uitzonderlijke rijkdom aan dier-en plantensoorten vormen ecosystemen, die de basis zijn van het leven op aarde. Zij zorgen voor onze basisbehoeften als zuurstof, voedsel en medicijnen. De biologische diversiteit is dan ook van uiterst belang in de landbouw, tuinbouw, fruitteelt, farmacie, waterwinning, en in vele industrietakken in de voeding en andere. Je kan het ook op een simpele manier stellen. Als er geen bijen zijn, is er geen bevruchting van het fruit, dus ook geen fruit meer. Als er minder bomen en planten zijn, wordt er minder zuurstof aangemaakt. Bomen en andere plantaardige organismen leveren zuurstof, planten zuiveren water, heel wat planten en dieren leveren waardevolle ingrediënten voor de aanmaak van medicijnen. Ook de productie van hout voor de bouw van huizen, de fabricage van meubels, de aanmaak van papier zijn voorbeelden van diensten die de natuur aan ons levert. Ecosysteemdiensten worden ze genoemd. De natuur die werkt voor de mens.
Ecosysteemdiensten zijn ook bodemdoorlaatbaarheid en bodemvruchtbaarheid, waardoor landbouw mogelijk is. Maar ook de vruchtbaarheid van onze eigen tuinen en tuintjes. Waterberging door natte natuurgebieden, die overstromingen helpt voorkomen. Toerisme en recreatie, die voor een belangrijk deel steunen op de schoonheid, de pracht en de rust van de natuur. Het lijstje van ecosysteemdiensten is onuitputtelijk.
De voorraad levende natuur bepaalt in belangrijke mate het draagvermogen en de stabiliteit van onze leefomgeving. En dat verliezen we al te vaak uit het oog. Biodiversiteit is de levensverzekering voor huidige en toekomstige generaties. De kwaliteit en rijkdom van de natuur en de ecosystemen zijn direct verantwoordelijk voor de kwaliteit van alle leven op aarde. En daar horen wij, mensen, natuurlijk ook bij.
Natuurlijke soortenrijkdom
De natuurlijke soortenrijkdom kunnen we met een zeer eenvoudige omschrijving duidelijk maken: stel dat er nog maar drie vogelsoorten meer over zijn, de Eksters, de Zilvermeeuwen en de Spreeuwen. Twee vlindersoorten, de Atalanta en de Citroenvlinder. Twintig plantensoorten Dat zou maar een saaie bedoening zijn. Heb je er al eens bij stilgestaan hoeveel van die soorten je eigenlijk zelf kent? Hoeveel vogelsoorten of vlindersoorten ken je of kun je opnoemen, bijvoorbeeld? (Om het bij twee van de gemakkelijkste groepen te houden) Maak maar eens je eigen kennislijstje van natuurlijke biodiversiteit. We kunnen je alvast verklappen dat er zo'n 40.000 verschillende dier-en plantensoorten in Vlaanderen voorkomen. Neem dus maar een groot blad papier als je aan je lijstje begint.
Onze natuurlijke soortenrijkdom is van grote waarde. We moeten er ongelofelijk zuinig op zijn. We moeten de natuur rondom ons koesteren en beschermen. Dat is noodzakelijk voor de ecologische verbanden, de ecosystemen. Verlies van soorten heeft een invloed op de stabiliteit van ecosystemen.
Als we in de handel een setje tuinmeubelen kopen in tropisch hout, dan heeft dat een grote impact op het milieu aan de andere kant van de wereldbol. Dus kunnen we beter hout kopen dat komt uit plantages die gerund worden op een ecologische manier. Aan de ene kant lijken de dingen ver weg, aan de andere kant zijn ze vlakbij en soms een gevolg van ons eigen handelen. Problemen waarop wij een directe invloed hebben door onze eigen consumptiepatronen.
Halt aan de achteruitgang
De achteruitgang en verdwijning van soorten is van alle tijden. Alleen gaat de achteruitgang steeds sneller en sneller. In een nooit gezien tempo verdwijnen soorten overal ter wereld. De rijkdom aan biodiversiteit daalt en de natuur verzwakt. Ook hier bij ons, in de landelijke Zuiderkempen, merken we al jaren dit fenomeen. Als we voor onze regio een balans opmaken van het vogelbestand van de laatste decennia, dan merken we dat tal van vogelsoorten die toen nog redelijk algemeen waren, nu zeldzaam zijn geworden. Of helemaal zijn verdwenen. Geen goede zaak.
Er is al heel wat natuurlijke soorten rijkdom verloren gegaan. Toch blijft er nog enorm veel natuur over. We moeten er alleen voor zorgen dat deze natuur, deze soorten, ook niet uit de streek verdwijnen. De ontwikkeling van de huidige voorraad aan levende natuur moeten we koesteren. Zorgen dat er voldoende biotopen zijn waar de dieren en planten kunnen overleven. Waar ze hun rol in de natuurlijke kringlopen en ecosystemen kunnen waarmaken. Wij kunnen daar zeer veel aan doen via behoud en beheer van de natuur en duurzaam gebruik van de natuurlijke rijkdom.
Vlinder mee
Natuurpunt Grote Nete werkte in het kader van het jaar van de biodiversiteit een actieprogramma uit rond vlinders. Vlinders reageren snel op veranderingen en vormen een soort van barometer voor de toestand van de natuur. Vlinders zijn ook zeer zichtbaar en in de zomer alomtegenwoordig. Ze hebben altijd al een grote aantrekkingskracht uitgeoefend. De schitterende kleuren en speelse vlucht boeien zowel jong als oud. Maar ook de vlinders doen het minder goed. Hun natuurlijke leefomgeving staat onder druk. Een aantal soorten is uit onze streek verdwenen. Anderen zijn zeldzaam geworden. Natuurpunt Grote Nete wil in het kader van het jaar van de biodiversiteit vlinders in de schijnwerpers zetten. Om hen beter te leren kennen. Om hun schoonheid te tonen. Maar ook om acties te doen voor een betere leefomgeving.
Dat het niet goed gaat met onze dagvlinders heb je waarschijnlijk ook al gemerkt. De dagvlinders hebben het zeer moeilijk, op een beperkt aantal soorten na.
In Vlaanderen
komen zo'n
40.000 verschillende
dier-en planten
soorten voor
Die moeten we
koesteren.
Werken aan lokale biodiversiteit
Natuurpunt Grote Nete heeft voor dit jaar een uitgebreid actieprogramma uitgewerkt rond lokale biodiversiteit. In de eerste plaats via bewustmaking. De bedreigde vlinders spelen hierin een centrale rol.
Actieprogramma
In dit tijdschrift spelen in 2010 vlinders een hoofdrol.
Dat is al duidelijk merkbaar in dit nummer.
-Acties om je eigen tuin vlindervriendelijk in te richten.
-Actieve medewerking aan het Feest van de Bruine vuurvlinder van 6 juni
Vlindercursus in juni in Hallaar
-Samenwerking met gemeenten voor gedifferentieerde bermbeheerplannen
-Samenwerking met bedrijven om hun terrein vlindervriendelijk in te richten
-Natuurbeleefstand op parkfeest Hof ter Borght op 30 mei, met speciale aandacht voor vlinders
-Speciale aandacht voor vlinders bij het beheer van ons grote reservatenbestand.
Kortom: een ambitieus actieprogramma toegespitst op vlinders.
Op zoek naar meer natuur
Tijdens het weekend van 22 & 23 mei wil Natuurpunt op één weekend in Vlaanderen minstens 2010 dieren plantensoorten waarnemen en registreren. Op www.natuurpunt.be/telmeetot2010 kun je hierover alle info vinden.
Maar hoe zit het dan in onze regio, in de gemeenten Heist-op-den-Berg, Herselt, Hulshout, Laakdal en Westerlo met de lokale biodiversiteit? Hoeveel soorten nachtvlinders vinden hun habitat of leefomgeving nog in onze streek? Hoeveel soorten paddenstoelen? Hoeveel soorten muizen? Hoeveel soorten kevers? Hoeveel soorten spinnen? Hoeveel soorten orchideeen? En zo kunnen we nog een tijdje doorgaan. Misschien slagen we er wel in om in één jaar alleen in onze vijf fusiegemeenten 2010 soorten op te sporen en te registreren als een waarneming op de website www.waarnemingen.be. Je kunt je waarnemingen ook doormailen naar stefan~anssens@telenet.be.
Hoe rijk is onze natuur?
Hoe rjjk is onze plaatselijke natuur? Hoeveel soorten worden in 2010 waargenomen in onze regio?
Zin om mee te werken aan deze uitdaging? Haal je verrekijker of loupe en natuurgidsen van onder het stof. Vermits we vlinders hebben gekozen als aandachtsthema voor dit jaar gaan we ons ook focussen op deze fladderende nectarliefhebbers, zowel de dagvlinders als de nachtvlinders. We zullen je in de volgende nummers van dit blad op de hoogte houden van de stand van zaken.
2010 soorten, een grote uitdaging.
Alleen door buiten te komen ervaar je pas echt de enorme soortenrijkdom die de natuur in onze streek rijk is. Kijk eens om je heen. Stap of fiets de natuur, de open ruimte. de bossen in. Zelfs dichterbij, in je eigen tuin of op je vensterbank is natuur aanwezig en spelen natuurlijke processen zich af.
door Tuur Vleugels
Op 16 januari 2010 organiseerde Natuurpunt Grote Nete zjjn jaarlijkse Algemene vergadering. Dit is een statutaire verplichting voor alle plaatselijke Natuurpuntafdelingen.
De Algemene vergadering vond plaats in Westmeerbeek en werd praktisch georganiseerd door onze actieve mensen van Hulshout. Waarvoor dank.
Voor de Algemene vergadering was er als opwarmer een wandeling langs de Nete en werden de plaatselijke reservaatpercelen bezocht.
Na de wandeling kregen de aanwezigen een gratis maaltijd.
Het welkomstwoord werd verzorgd door Manu Vlaeyens. Daarna werden de vier werkingsvelden toegelicht evenals het jaarprogramma 2010 en de doelstellingen.
Beleid, natuurstudie,
reservaten en educatie
Paul Anthonis gaf een schitterende powerpointpresentatie
over de vier werkingsvelden van Natuurpunt afdeling Grote
Nete: beleid, natuurstudie, reservaten en educatie. Ze
werden toegelicht in volgorde door Staf Aerts, Lon Lommaert,
Benny Van Dyck en Manu Vlaeyens, die tevens dagvoorzitter
was. Manu verving de verontschuldigde Chris Segaert. Het
luik financiën werd -door de afwezigheid van Wilfried
Wouters (verontschuldigd) -toegelicht door Paul Anthonis.
Stefan Janssens, onze afdelingsvoorzitter kwam uitvoerig terug op het actieprogramma 2010. Dit actieprogramma bestaat uit een ambitieus jaarprogramma en zes doelstellingen.
Daarna was er gelegenheid tot vraagstelling en discussie over de dingen die de leden beroeren, over het reilen en zeilen van onze afdeling. De aanwezigen werden verdeeld in kleinere groepen onder leiding van vijf gespreksleiders. Na dit gesprek werden de belangrijkste bevindingen voor het hele publiek geresumeerd.
Procedures
Een Algemene vergadering verloopt volgens statutaire regels, en hierdoor dienden ook een aantal procedurele kwesties te worden afgehandeld:
-Stemming over hetjaarverslag 2009 -Stemming over het financieel verslag 2009 -Vaststelling van de begroting 2010 -Vaststelling van het werkingsprogramma 2010
-Beoordeling van het afdelingsbestuur
-Verkiezing nieuwe bestuursleden
-Aanduiding stemgerechtigde leden van de Natuurpunt-vzw's.
Bij alle stemmingen was er unanieme goedkeuring.
Sjaak Schoonderwoerd werd verkozen tot nieuw bestuurslid in de afdelingsvergadering.
Actieprogramma 2010
Het uitgebreide actieprogramma 2010 behelst een gamma aan activiteiten zoals het Feest van de Bruine vuurvlinder en het grote Parkfeest in Hof ter Borght in Westmeerbeek.
Centraal in het jaarprogramma staan biodiversiteit & vlinders. Deze twee thema's komen uitgebreid aan bod in andere artikels in dit lentenummer.
Doelstellingen
Voor 2010 legde het afdelingsbestuur enkele ambitieuze doelstellingen vast.
Algemene doelstellingen
Actieprogramma biodiversiteit & vlinders succesvol afronden
Ledenwerving (+ 200 leden)
Doelstellingen voor verbeteren werking
Archief website maken
Tijdschrift nog verbeteren
Monitoring in onze reservaten
Kern Zuiderkempen versterken
De doelstelling rond ledenwerving loopt over drie jaar. Op drie jaar tijd willen we ons al omvangrijke ledenbestand nog verder opvoeren tot 1500 leden. Op 15 januari 2010 mochten we trouwens ons 1300e lid verwelkomen. 200 extra leden, dat wil zeggen dat we de komende jaren verschillende ledenwervingsacties op het getouw willen zetten. Wie doelstellingen en ambitie heeft, moet die ook proberen waar te maken.
Momenteel komt Natuurpunt Afdeling Grote Nete in ledenomvang op de tiende plaats in Vlaanderen. Uiteraard zijn de afdelingen uit de grote steden de allergrootste. Maar onze eigen afdeling is een van de grootste landelijke afdelingen.
En daar zijn we niet weinig trots op.
Deel 5: Het Zammelsbroek
door Stefan Janssens
Het binnengebied tussen de woonkernen en gehuchten van Veerie, Varendonk, Zammel, Oosterlo en Eindhout bestaat uit een gevarieerd en af· wisselend landschap. Binnen dit gebied bevinden zich verschillende natuurreservaten van Natuurpunt. langs de Nete vinden we het Zammels· broek van afdeling Geel-Meerhout. Langs de Laken liggen het Trichelbroek, Varendonk en De Roost van afdeling Grote Nete.
In vorig deel schreven we al net dezelfde inleiding, toen gevolgd door een beschrijving van een wandeling doorheen het Trichelbroek, een van de mooiste natuurgebieden van Natuurpunt Grote Nete. Deze keer is het ons te doen om het Zammelsbroek, een van de natuurparels van onze zusterafdeling GeelMeerhout. Beide natuurgebieden liggen op een boogscheut van mekaar en zijn allebei wandelgebieden waar rust en stilte je gezel zijn. Hier geen druk gedoe. Met volle teugen genieten van de natuur is hier de boodschap. Beide reservaatcomplexen vormen samen een van de grootste natuurgebieden van de provincie Antwerpen.
Gevarieerd natuurgebied
Het Zammelsbroek is een zeer gevarieerd gebied, dat deel uitmaakt van de Grote Netevallei. Op deze plaats ligt de vallei breed uitgerold. De Grote Nete kronkelt als een ongedwongen vrijbuiter door het landschap. Ze is wel ingedijkt, maar de meanders bleven behouden, wat haar een speels karakter geeft. Een broek is een drassig en moerassig gebied, in de volksmond ook omschreven als een 'kwacht'.
De reservaatkernen drassig, maar met een hoge biologische waarde. Zeldzame moerasvegetaties en schrale kruidenrijke hooilandjes geven dit gebied een uitzonderlijke biodiversiteit. De reservaatkern van het Zammelsbroek is een laagveenmoerasgebied aan de monding van de Grote Laak en de Grote Nete, dat zijn natuurwaarde dankt aan de overstromingen van beide rivieren. Het is altijd al een nat gebied geweest. Door de hoge waterstand bleven afgestorven plantenresten onder water. Zo ontstonden veenlagen die door onze voorouders werden afgegraven. Gedroogde turf was in die tijd een noodzakelijk brandstof in de arme Kempen. Tot 1940 werd er ook moerasijzererts ontgonnen. Beide activiteiten lieten de grote plassen na.
Naast de Grote Nete ligt één lappendeken van vijvers, vijvertjes, beken, poelen en natte broeken met een uitbundige begroeiing. Het gebied is ook rijk aan allerlei soorten bosjes en struwelen, hier en daar omgord door weiden. Meest onverwacht is een immense landduin, die je direct in een andere wereld brengt. Afwisseling gegarandeerd.
Vertrekpunten
Aan de kerken van Zammel enerzijds en Oosterlo anderzijds, staan infoborden met aanduiding van de wandelingen. Hier is ook voldoende parking voorhanden. Een plannetje van de streek is misschien handig en kan worden gedownload van de sites van Natuurpunt of Natuurpunt Grote Nete.
Op wandel
We kozen voor onze wandeling Oosterlo als startplaats. Op 28 maart bezochten we een stuk van het gebied, voor het grootste deel via goed bewandel bare paden. Met de rug naar de kerk ligt het vertrek van de wandeling links. Na enkele tientallen meters zie je rechts van de weg, naast een kapelletje een wandelweg de velden ingaan. Langs dit weggetje komt de wandeling terug in Oosterlo aan. Daarom dat we dit figuurlijk links laten liggen en verder de weg volgen. Deze buigt eerst 90° naar links en even later naar rechts. Een goede 50 m verder gaat er weer een weggetje rechts de velden in. Dat is het juiste. Eerst gaat het een tijdje door kleinschalig boerenland, maar al snel kom je in een mooi schraal grasland omgeven door hakhoutbosjes. De bewegwijzering dien je hier wel goed in het oog te houden. Toen wij de wandeling deden, waren de paalljes voor een nieuwe bewegwijzering net geplaatst. Maar de bewegwijzering zelf was toen nog niet aanwezig.
Kalvarieberg
Na het ruige hooiland kom je op de dijk van de Grote Nete, die je rechtsaf volgt. Van dan af is het gemakkelijk volgen langs de kronkelende Nete. Die volg je al genietend tot je rechts een afgesloten Netearm tegenkomt. Via twee grote buizen is deze verbonden met de Nete. Hier is het weer rechtsaf en volg je eerst een deel deze waterloop. Na een tijdje buigt de wandelweg van de waterloop weg en stap je weer in een meer open landschap.
Dan is het via afwisselende weggetjes de borden volgen tot je plots een heel ander landschap treft in de vorm van een landduin. Deze landduin, de Kalvarieberg genaamd, is de moeite om eens te beklimmen. Dan krijg je een vergezicht van de omgeving, en een rustbank erbovenop. De Kalvarieberg en het bos errond zijn speelbos. Aan de voet van de zandduin vind je een bord met het verhaal over het ontstaan van dit unieke natuurverschijnsel.
Als we verder stappen passeren we eerst enkele rijen woonhuizen om dan terug de weilanden op te zoeken. Zo komen we uiteindelijk terug aan het kappellelje schuin tegenover de kerk. De wandeling van zo'n 5 km zit er dan op.
Zeldzame verschijning
Toen wij in het voorjaar deze wandeling deden, konden we reeds genieten van uitbundige vogelzang. Niet alleen van de standvogels maar ook van de eerste teruggekeerde zomervogels Tjiftjaf, Fitis en Roodborsttapuit. We hadden het geluk om ook een zeldzame verschijning te kunnen spotten, namelijk een Beflijster.
door Wilfried Wouters
Heist-op-den-Berg streeft naar meer biodiversiteit met een bermbeheersplan. Het leefgebied van de Bruine vuurvlinder krijgt een speciale behandeling.
Op 1 januari 1985 trad het Bermbesluit in werking om natuurvriendelijk bermbeheer te stimuleren door middel van een aangepast maaibeheer. Het Bermbesluit bepaalt dat bermen niet voor 15 juni gemaaid mogen worden, en een tweede maaibeurt pas na 15 september mag plaatsvinden. Het maalsel dient binnen de tien dagen afgevoerd, en het gebruik van biociden is verboden.
124 plantensoorten
Het Provinciaal Instituut voor Hygiëne (PIH) is de ontwerper van het bermbeheersplan. Hierbij werd eerst een planteninventarisatie uitgevoerd op een honderdtal wegbermen. Uit dit onderzoek blijken er 124 plantensoorten op de Heistse wegbermen te groeien. De talrijkste soorten in volgorde van afnemend belang zijn: glanshaver, gestreepte witbol, smalle weegbree, kruipende boterbloem, ruw beemdgras, gewone hoornbloem, roodzwenkgras, rode klaver, scherpe boterbloem, gewoon duizendblad, gewoon reukgras, veldzuring en kleine klaver.
Enkele kenmerkende soorten zijn: grote bevernel, rapunzelklokje en diverse soorten havikskruid. Op basis van de vegetatieopnames kunnen de bermen in Heistop-den-Berg in vier types ingedeeld worden. In 2009 werd het berm beheersplan afgewerkt en op 17 november 2009 goedgekeurd door de gemeenteraad. Door het voeren van een ecologisch bermbeheer wordt er gestreefd naar een bloemrijke vegetatie.
Uit het bermbeheerplan blijkt dat het aangewezen is om het maaitijdstip van de eerste maaibeurt in een groot aantal straten te vervroegen van 15 juni naar 15 mei. Zo kan de dominantie van grassen in de bermen doorbroken worden, waardoor er meer bloemrijke kruiden kunnen groeien. Bovendien zal op deze manier na een vijftal jaren de vegetatiehoogte verminderen. Het Agentschap voor Natuur en Bos heeft op 3 februari 2010 de gevraagde afwijking toegestaan om vanaf 15 mei te mogen maaien in volgende straten: Bernum, Brekelingen, Broekstraat, Bruggeneindse heibaan, Driehoekstraat, Galgenstraat, Gestelsesteenweg, Godinstraat, Grasheideweg, Haachtsebaan, Hallaaraard, Heerweg, Herenthoutseweg, Hoefstraat, Hollandstraat, Hollestraat, Hooiweg, Hushoutsesteenweg, Kleine Hooiweg, Langendijk, Lauwrijkstraat, Lenkestraat, Masheikedreef, Misweg, Molenlei, Oude Schrieken, Pachterslei, Pannenhuisstraat, Pelgrimhofstraat, Puttestraat, Rozendaelstraat, Saffraanbergstraat, Schaliehoevestraat, Schriekstraat, Spekstraat, Verkensstraat en Wuytjesstraat.
Op de beschaduwde bermen langs bossen, zoals in de Hanssenslaan, wordt slechts één maaibeurt uitgevoerd vanaf 30 september.
Bruine vuurvlinder
In Booischot is er een relictpopulatie van de Bruine vuurvlinder aanwezig. Het verspreidingsgebied van deze vlindersoort is de afgelopen 50 jaar dermate ingekrompen in Vlaanderen, dat de soort nog uitsluitend voorkomt in Booischot, Begijnendijk, Baal en Aarschot. Bij het uitwerken van de maaischema's van de bermen werd rekening gehouden met de levenscyclus van deze zeldzame vlindersaart. Zo wordt in het leefgebied van de Bruine vuurvlinder de tweede maaibeurt vervroegd van 15 september naar 1 september. Tevens wordt een gefaseerd maaibeheer voorgesteld. Dit betekent dat tijdens elke maaibeurt een gedeelte van de berm niet gemaaid zal worden. Tijdens de volgende maaibeurt zal een ander deel van de berm niet gemaaid worden. Zo zijn er tijdens de vlieg periode steeds bloemen aanwezig, waar de vlinders nectar kunnen drinken. Het gaat om volgende straten: Dophei, Groenstraat, Hoevestraat, Kievitstraat, Kloosterveldstraat, Klokputten, Lichtelei, Linieberg, Mandpallen, Maria Coolstraat, Meistraat, Negenbunders, Rommershoeve, Schoutestraat, Spaanderstraat en Trommelstraat.
2010 is uitgeroepen tot het jaar van de biodiversiteit. Door de toepassing van dit berm beheersplan zal de biodiversiteit, de verscheidenheid aan planten en dieren, in de Heistse wegbermen worden gestimuleerd. De totale oppervlakte van de Heistse wegbermen bedraagt 326 km berm lengte of 73 hectare! Voor 177 km bermen zal er een natuurgericht beheer worden gevoerd.
We feliciteren het gemeentebestuur voor deze bijdrage aan het behoud van de biodiversiteit en hopen dat dit plan correct zal worden uitgevoerd.
door Vic Van Dyck
Tijdens de beheerswerken aan de oevers van de Roostvijvers ontdekten we op een wat ongelukkige manier dat er paling zit op die vijvers. Een reden te meer om informatie op te zoeken over deze merkwaardige vis.
De Paling -Anguilla anguilla, ook wel Europese aal genoemd -is vooral 's nachts actief. Ook daardoor krijgen we hem zelden te zien. Sommigen denken nu waarschijnlijk aan paling in 't groen of gerookte paling. Maar laten we het toch maar hebben over de levenscyclus en de bijzondere voortplantingstrek van deze slijmerige slangachtige vis. En wat heeft het oeverherstel aan de Roostvijvers hiermee te maken?
Van zout naar zoet en terug
De levenscyclus van de paling lijkt wel één grote trektocht. Het leven van de paling begint in het zoute water van de Sargassowierzee. Dit gebied in het noorden van de Atlantische Oceaan moet men zien als een luwte, omgeven door oceaanstromingen. Het water is er erg zout en er komt veel zeewier voor van het geslacht 'Sargassum' (vandaar de naam). Deze zee vol wieren is blijkbaar de ideale en misschien wel de enige voortplantingsplaats voor palingen. Daar tussen de zeewieren komen ze met miljoenen uit de eitjes. De larven drijven op de Golfstroom mee naar onze kust. Tijdens deze tocht groeien ze op tot sterke jonge palingen die verder migreren tot in de kleinste beekjes en vijvers. Het grootste deel van hun leven brengen de palingen door in het zoete water. Ze komen zowel in stilstaand als stromend water voor, liefst met schuilmogelijkheden zoals stenen, stronken en modder. Tijdens de cursus van 2009 over vissen, leerden we dat de paling geen bekdraden heeft, maar wel een goed reukvermogen, wat van pas komt bij het zoeken naar voedse!, zoals muggenlarven en vlokreeft jes. De vrouwtjespalingen kunnen tot 120 cm lang worden en wegen dan 7 kg. De mannetjes zijn maar half zo groot. De paling kan vrij goed tegen watervervuiling. Hij kan tot 60% van de zuurstof via de huid opnemen en kan zo zelfs over land kruipen. De volwassen, geslachtsrijpe dieren van 8 tot 12 jaar hebben nu een zwarte rug en een witte buik. Ze willen op een bepaald moment wegtrekken om zich voort te planten. De mannetjes vertrekken al vroeger naar zee en wachten aan de riviermondingen de vrouwtjes op. Samen zwemmen ze, geholpen door zeestromingen, tot 6000 km terug naar de plek waar ze het levenslicht zagen, de Sargassozee. Maar voor ze in de oceaan arriveren, hebben ze al een moeilijke tocht achter de rug. De palingen in vijvers bv. moeten een stuk over land trekken. Gelukkig kunnen ze, dankzij hun slijmerige huid en kleine vernauwde kieuwspleten, lang buiten water leven. Ze trekken, kronkelend over vochtige weilanden, naar een beek of een rivier om hun tocht stroomafwaarts voort te zetten. In de Sargassozee aangekomen, paaien ze en zullen ze sterven.
De Roost is niet palingvriendelijk
Als we nu de situatie van de palingen in de Roost bekijken, zien we toch een aantal problemen en knelpunten. Kunnen de jonge palingen via de Grote Nete en de vervuîlde Grote laak tot in onze vijvers geraken, of zijn ze er door mensen uitgezet? Het zijn wel sterke vissen, ze kunnen eventueel over land of nat gras trekken en ze kunnen zich aan zowel zout als zoet water aanpassen, maar of ze het water van de Grote laak kunnen verdragen is twijfelachtig. De jonge palingen die op een of andere manier in de vijvers geraken, kunnen daar wel verder opgroeien, ze vinden daar voedsel en schuilplaatsen. Maar voor de volwassen palingen die naar hun paaiplaats willen trekken, is het bijna onmogelijk om uit de vijver te geraken. En zij die er wel in slagen om een opening in de oeverbeschoeiing te vinden, worden wat verder al geconfronteerd met de vervuiling van de Grote laak. En dat allemaal in het begin van zo'n lange tocht. Zo wordt de Aal overal met obstakels, vervuiling en habitatverlies geconfronteerd. Geen wonder dat de palingstand gedaald is tot amper 1% van 50 jaar geleden.
Wat kunnen wij eraan doen?
Door de oevers van de Roostvijvers meer natuurlijk te maken, nemen we voor de palingen alvast een ernstige hindernis weg. De werken aan de vijveroevers schieten trouwens al goed op. De houtopslag is al grotendeels verwijderd. Tijdens de voorbije winterperiode kon men over de bevroren grond goed rond de vijvers, en als er al eens een boom op het ijs viel, was die gemakkelijk bij te trekken. Dus dachten we dat we goed bezig waren. Na de vorstperiode zagen we echter dat er verschillende vissen dood waren, waaronder ook een aantal palingen. Wat is er misgegaan? Waarschijnlijk hebben we door de beheerswerken rond de vijver, de dieren in hun winterslaap verstoord en zijn ze daardoor dood gegaan. Het is zo dat tijdens de wintermaanden, als de watertemperatuur onder de 8 graden is, de palingen normaal gezien weinig actief zijn. Ze doen een winterslaap, verdoken in de modder. Als ze echter op een of andere manier verstoord worden, komen ze naar het wateroppervlak om lucht te happen. Nu ze actief zijn, hebben ze meer zuurstof nodig. Maar als de vijver dichtgevroren is daalt het zuurstofgehalte in het water en de schadelijke gassen kunnen niet meer ontsnappen. Met als gevolg dat de vissen die wakker geworden zijn, kunnen stikken.
Uit dit spijtig voorval hebben we in ieder geval geleerd dat we bij de beheerswerken nog beter moeten opletten en dat we ook rekening moeten houden met soorten die minder in het oog springen. Zoals de vissen.
door Guido Ceulemans
Deze winter werden grootschalige bosactiviteiten uitgevoerd in Het Goor in Westmeerbeek. Deze werken werden georganiseerd door De Bosgroep Zuiderkempen. De Bosgroep mag niet verward worden met Natuurpunt: beide zijn onafhankelijke verenigingen.
Bosgroepen werden een aantal jaren geleden door de Vlaamse overheid opgericht met de bedoeling kleine boseigenaars te ondersteunen in het beheer van hun bossen. Inderdaad, typisch voor Vlaanderen is dat er, enerzijds, relatief een zeer beperkte oppervlakte kwaliteitsvolle bossen bestaat, en, anderzijds, dat privéeigenaars gemiddeld een kleine oppervlakte (minder dan 1 ha) in eigendom hebben.
Bosgroepen hebben dus als doelstelling de vele kleine boseigenaars te verenigen, zodanig dat bosactiviteiten voor deze kleine eigenaars praktisch, organisatorisch en financieel haalbaar zijn. Als de kleine eigenaars aan hun lot zouden worden overgelaten, zou het gevolg zijn dat grote oppervlakten potentieel kwaliteitsvolle bossen zouden degraderen in plaats van méér kwaliteitsvol te worden.
Onze vereniging Natuurpunt stelde elders in Vlaanderen meerdere malen vast dat Bosgroepen relatief te veel aandacht hebben voor het economische aspect van de bosbouw, terwijl ecologische en maatschappelijke aspecten worden onderbelicht. In Westmeerbeek kunnen wij echter vaststellen dat deze kritiek grotendeels onterecht is. Dit is vooral te danken aan het feit dat de betrokken privé-eigenaars natuurminnend zijn, en aan de professionele ondersteuning.
Welke werken zijn er nu gebeurd in Het Goor?
Eerst moet worden herhaald dat het grootste deel van Het Goor (en Asbroek) gelegen is in Habitatgebied, waardoor natuurwerken in eerste instantie moeten zijn gericht op het realiseren van (door Europa) aangeduide natuurwaarden.
Exoten kappen
In dit kader moeten de grootschalige kappingen (recht tegenover de camping, naast Thijs en naast Millenium) worden bezien. Deze kappingen hadden vooral exotenbestrijding tot doel: Amerikaanse vogelkers en Amerikaanse eik. Hierdoor wordt terug kans gegeven aan Heide en boomheide. Amerikaanse vogelkers en eik zijn immers zo dominant (of invasief) dat andere meer gewenste soorten lijden onder de aanwezigheid van deze exoten. Heide en boomheide zouden een droom blijven.
Omdat broekbossen zeer hoog op het verlanglijstje van Europa staan en deze moeten worden gepromoot, werden naast exotenbestrijding tevens kappingen van Canada's uitgevoerd.
Vooral bij de kappingen van de grote 'statige' Amerikaanse eiken tegenover de camping en naast Thijs werden vragen gesteld. Een groot aantal van deze bomen waren 'zaadbomen' . Het niet kappen van deze bomen zou immers overeenkomen met 'dweilen met de kraan open'.
Waterpartijen vernatuurlijken
Een tweede reeks activiteiten bestaat in het vernatuurlijken van waterpartijen. Het gebied is de voorbije halve eeuw ten prooi gevallen aan de weekendverbIijvers met veelal onnatuurlijke vijvers. Een aantal verlaten gronden worden in ere hersteld door meer licht te geven en door het aanschuinen van oevers. Op termijn zal een grote waterpartij opnieuw worden opengesteld voor het publiek.
AI lijkt het voor de modale natuurgebruiker anders, toch heeft de natuur in Westmeerbeek weer een stapje vooruit gezet.
Scholenproject
Groot was onze teleurstelling toen we begin dit jaar vaststelden dan het project Gewoel in de Poel reeds bezoek heeft gekregen van vandalen. Het project werd door Natuurpunt, de basisschool De Schatkist en de gemeente Hulshout samen opgezet ten nutte van de kleuters en de kinderen. De loopbrug en een deel van de omheining zijn vernield. Spijtig, zonde, maar we laten de moed niet zakken. "Omdat kinderen belangrijk zijn" zullen wij het project terug opbouwen.
door Wilfried Wouters
Tuinen zijn heel belangrijk voor vlinders. Hoe krijg je meer vlinders in je tuin? Door windluwe plekjes te creëren, door nectarplanten aan te brengen en door waardplanten een kans te geven. Aan de slag voor meer vlinders in je tuin!
Biodiversiteit in vrije val
2010 is uitgeroepen tot het jaar van de biodiversiteit. De verscheidenheid aan organismen, zoals planten en dieren, neemt de laatste 50 jaar af. Niet enkel in Vlaanderen, maar ook in onze Zuiderkempen. Onlangs werd ik geïnterviewd door enkele leerlingen van een secundaire school over 'de biodiversiteit in onze regio'. Dan sta je even stil bij de diersoorten die de afgelopen 25 jaar uit onze leefomgeving zijn afgenomen of gewoon verdwenen. De lijst was indrukwekkender dan ik had verwacht. De afgelopen 25 jaar verdwenen volgende broedvogels in Heist-op-denBerg: Geelgors, Watersnip, Boompieper, Graspieper, Blauwborst, Rietgors en Kleine karekiet.
Bovendien zijn er een aantal soorten die op het punt staan om te verdwijnen: Wielewaal, Koekoek en Veldleeuwerik.
Vaak vormt een wIJziging van het grondgebruik de oorzaak van deze achteruitgang. Graanakkers met korenbloemen, kamille en klaprozen kleurden in de jaren 60 en 70 grote oppervlakten landbouwgrond. Tevens werd talrijke graslanden gehooid of extensief begraasd. De graanakkers werden vervangen door grootschalige maïsakkers. De spontane kruidengroei onder de maïsakkers wordt met de nodige pesticiden in bedwang gehouden, waardoor een kale bodem rest. De bloemrijke, matig bemeste hooilanden werden vervangen door monotone raaigraslanden, die vier keer per jaar gemaaid en gehooid worden. Hierdoor krijgt geen enkele bloem de kans om zaad te vormen en zich in stand te houden. De graasweiden worden zeer intensief begraasd door hoge veedichtheden, zodat de flora er zeer sterk verarmd is.
Dagvlinders in de problemen
De impact van het grondgebruik is ook bij de vlinderfauna bijzonder ingrijpend. We gaan daar dieper op in.
In Vlaanderen kwamen er omstreeks 1900 70 soorten dagvlinders voor. In 1996 werd een Rode lijst van de dagvlinders in Vlaanderen gepubliceerd (door het Instituut voor Natuur-en Bosonderzoek, INBO). De Rode lijst geeft de status van de diersoorten weer en is gebaseerd op waarnemingsgegevens uit de periode 1900-1995. De huidige verspreiding wordt hierbij vergeleken met het vroegere voorkomen. Op basis van enerzijds, de evolutie van het voorkomen (aantal bezette uurhokken) en anderzijds de zeldzaamheidsgraad (aantal waarnemingen), kunnen zes categorieen worden onderscheiden: bedreigd, kwetsbaar, met uitsterven bedreigd, zeldzaam of momenteel niet bedreigd.
Dertig procent van de dagvlindersoorten is intussen reeds uitgestorven! Slechts 21 soorten zijn niet bedreigd.
Rodelijstcategorie Aantal soorten
Uitgestorven 21
Met uitsterven bedreigd 8
Bedreigd 6
Kwetsbaar 7
Zeldzaam 4
Onvoldoende gekend 1
Momenteel niet bedreigd 21
Wanneer je in een vlindergids de verspreiding van de soorten bekijkt, staat er vaak de term 'algemeen verspreid' vermeld. In Vlaanderen zijn er een twintigtal soorten, die tot deze categorie behoren. Maar de niet bedreigde soorten zijn de afgelopen 20 jaar schrikwekkend in aantal afgenomen. Enkele voorbeelden: Citroenvlinder en Kleine vos kwamen vroeger zeer frequent in de tuin voor, momenteel is hun aantal in de natuurgebieden zelfs spectaculair afgenomen. Het Hooibeestje en de Argusvlinder kwam vroeger vrij algemeen voor op de Netedijken. Momenteel zijn beiden soorten nagenoeg uit onze streek verdwenen.
Aan de slag voor meer vlinders
Woon-en industriegebieden nemen ongeveer 20% van Vlaanderen in. De beschermde en erkende natuurgebieden omvatten slechts 1 % van de Vlaamse oppervlakte. Dit betekent dat de tuinoppervlakte rond woningen een veel grotere oppervlakte inneemt dan de natuurgebieden. In de landelijke Zuiderkempen bezitten talrijke woningen een omvangrijke tuin, vaak groter dan 10 are. Mits enkele kleine aanpassingen aan je tuin, kun je voor vele soorten een stapsteen vormen.
Een dagvlinder heeft behoefte aan drie zaken:
zonnige, wind luwe plekjes
nectarplanten, waar hij voedsel kan uithalen
waardplanten, waar de eitjes op gelegd worden en waar de rupsen voedsel vinden.
1. Creëer windluwe plekjes in de tuin
Door de aanplanting van inheemse gemengde hagen kun je windarme plekjes creëren. Deze zijn bovendien interessant voor je eigen tuinbeleving (windbrekers, privacy). De voorkeur gaat uit naar inheemse hagen, waarbij volgende haagplanten gemengd aangeplant kunnen worden: Haagbeuk (Carpinus betulus), Beuk (Fagus sylvatica), Liguster (geurende bloemen en interessant voor de Ligusterpijlstaart).
Enkele inheemse struiken zijn ook interessant voor dagvlinders. Hulst en Vuilboom zijn waardplanten voor de Citroenvlinder en het Boomblauwtje. Ook enkele Viburnum-en Cornusvariëteiten kunnen bloemen opleveren.
Struiken en hagen geven structuur aan de tuin en het landschap. Vlinders oriënteren zich op deze houtige landschapselementen bij hun verplaatsingen. Het zijn eigenlijk natuurlijke wegwijzers.
2. Plant nectarplanten in je tuin
Je kunt op twee manieren nectarplanten aanbrengen in je tuin. Enerzijds kun je een bloemenweide aanleggen, anderzijds kun je klassieke tuinplanten aanbrengen die toch interessant zijn voor vlinders en bijen. Plant (vaste) planten met nectaraanbod. Er is een bijzonder groot gamma vaste planten verkrijgbaar in de tuincentra. Waardevolle nectarplanten zijn: Vlinderstruik (Buddleja), Lavendel, Herfstaster (Aster na vi-belgii) , Helenium, Hemelsleutel (Sedum spectabile), Salie, Ijzerhard (Verbena), Koninginnekruid (Eupatorium purpureum), Vaste muurbloem (Erysimum 'Bow/es mauve'), Judaspenning en Dopheide (Erica).
Als algemene regel kies je best een aan het wild verwante variëteit. Deze bezitten vaak nog nectar. Bij talrijke cultivars is de nectarfunctie ingeruild voor meer kroonbladeren.
Aan de rand kun je ook
hogere planten aanbrengen, zoals kogeldistel of
boerenwormkruid. Je kunt de aanblik van je tuin verfraaien
door eenjarige bloemen of knolgewassen aan te brengen. Bij
de knolgewassen zijn de Dahlia mignon met oranjegeel hart
interessant. De dahlia's van het type cactus of pompon zijn
abso
luut niet geschikt voor insecten.Bij de eenjarige bloemen
kan ik zeker Verbena en Tagetes (enkelbloemige Afrikaantjes)
aanbevelen.
Bloemenweide
Als je een grote grasoppervlakte bezit, kun je opteren om een gedeelte van het grasveld minder vaak te maaien. Door een deel van het grasveld niet te maaien vóór 15 juni, komen de bloemen in bloei. Na een vijftal jaren heeft zich een bloemenweide ontwikkeld. Het is belangrijk om het maaisel af te voeren, waardoor de bodem verarmd wordt. Indien de bodem bij de beginsituatie voedselrijk is, kan je best gedurende één of twee jaar wekelijks maaien en afvoeren, zonder te mesten. Nadien kun je dan overschakelen op twee of drie maaibeurten per jaar.
Je kunt bij de (her)aanleg van je tuin ook bewust kiezen voor de aanleg van een bloemenweide. Dit kun je best realiseren op een arme bodem. Hierbij maak je best gebruik van een mengsel van fijne grassen, zoals struisgrassen en zwenkgras. Vermijd zeker Engels raaigras in je zaadmengsel!
In een bloemenweide op schrale bodems komen volgende fraaie bloemen voor: Margriet, Knoopkruid, Biggenkruid, Vertakte leeuwetand, Havikskruid, Vlasbekje en Streepzaad.
3. Geef waardplanten een kans in je tuin
In een bloemrijk, schraal grasland komen talrijke geschikte waardplanten voor. Zandoogjes en Dikkopjes hebben diverse grassoorten nodig, zoals Kweek, Zwenkgras, Beemdgras en Kropaar. Diverse klaversoorten zijn geschikt voor het Icarus blauwtje. Klein vuurvlinder is verlekkerd op veldzuring en schapenzuring. De (wilde) Peen en andere schermbloemigen (Ruit) is geschikt voor rupsen van de Koninginnepage. Het Oranjetipje kun je helpen met Look-zonder-look, Pinksterbloem en Judaspenning, De Witjes zetten hun eitjes af op koolsoorten, kruisbloemigen, zoals Damastbloem, Koolzaad, Raapzaad en Oost-Indische kers. De Grote brandnetel is een favoriete plant voor talrijke dagvlinders, zoals Atalanta, Landkaartje, Dagpauwoog, Kleine vos, Distelvlinder en Gehakkelde aurelia. Aan de slag voor meer vlinders in je tuin!
2009 was een bijzonder vlinderjaar. Het uitstekende voorjaar en de warme zomermaanden deden onze dagvlinders fladderen als voorheen. Een opvallend verschijnsel was ongetwijfeld het massale voorkomen van trekvlinders. Miljoenen Distelvlinders overspoelden West-Europa in mei 2009. Zowel de Distelvlinder als de Oranje luzernevlinder waren tijdens de zomer alomtegenwoordig in onze bloemrijke graslanden en zelfs in onze tuinen.
Distelvlinders en andere trekvlinders
Dat een aantal vogelsoorten in de lente vanuit ZuidEuropa of Afrika naar Vlaanderen verhuizen om hier te broeden. is iedereen wel bekend. Dat er ook kleinere dieren. zoals Vlinders. Libellen en zelfs Zweefvliegen dergelijke grote reizen ondernemen is veel minder bekend. Vlindertrek lijkt in grote lijnen op vogeltrek: in het voorjaar trekken op het noordelijk halfrond de vlinders naar het noorden, in de nazomer en herfst trekken de vlinders naar het zuiden. Er is echter een belangrijk verschil Dezelfde zwaluwen die in de herfst naar het zuiden trekken, keren in het voorjaar terug naar hun broedplaatsen. In de overwinteringsgebieden planten de vogels zich niet voort. Bij onze trekvlinders is dat echter helemaal anders. De Atalanta's die in de nazomer naar het zuiden trekken, komen niet meer terug. Het zijn hun kleinkinderen, die hier volgend jaar weer verschijnen. De meeste vlinders leven immers niet lang genoeg om meer dan één keer in hun leven een dergelijke reis te ondernemen.
De bekendste trekvlinders in onze regio zijn: de Atalanta, de Distelvlinder, de Gele en Oranje luzernevlinder, de Kolibrievlinder en het Gamma-uiltje.
De grote trek van 2009
Na een paar bijzonder zachte winters, was de winter 2008-2009 bar koud, met maandenlange nachtvorst. Het koude weer was niet lokaal, maar in heel Europa voelbaar. In Zuid-Europa en Noord-Afrika was het opmerkelijk koeler en vochtiger dan tijdens andere jaren. Het Atlasgebergte kende de natste winter van de laatste 30 jaar!
Het weer was geen goede zaak voor de fruitboeren in Marokko, maar het land was veel groener dan in andere jaren. Dus voedsel in overvloed voor de rupsen van de overwinterende trekvlinders. Een waarnemer telde in het Atlasgebergte in een veld van 2 ha wel
150.000 poppen van Distelvlinders. Die fenomenale door Wilfried Wouters
aantallen vlinders trokken in februari de Middellandse Zee over. Op schepen werd vastgesteld dat de trek zelfs tijdens de nacht doorgaat, aangezien de vlinders op de lichten van de boten afkwamen.
In maart en april was in Zuid-Spanje het klimaat zeer gunstig voor trekvlinders. Begin april werden honderden Distelvlinders in de heuvels van Andalusië opgemerkt. De nakomelingen van deze vlinders trokken massaal noordwaarts, en begin mei overspoelden miljoenen Distelvlinders Duitsland. In Vlaanderen duurde het tot midden mei alvorens grote aantallen hier overtrokken.
Distelvlinders in de Zuiderkempen
Tijdens de week van 18 tot 20 mei vlogen er constant Distelvlinders over mijn tuintje. Ik telde een tweetal vlinders per minuut over een breedte van nauwelijks 20 meter. Dit betekent dat er per uur ruim 100 dieren overvlogen. Tijdens het Natuurpuntweekeind in Ameland (21 tot 24 mei 2009) werden eveneens tientallen Distelvlinders opgemerkt in de duinen. Wist je dat Distelvlinders op trek een snelheid van 120 km per uur halen!
In mei en juni leggen de Distelvlinders hun eitjes op Akkerdistel, Kleine klis en Grote brandnetel. In augustus en begin september bevolken de Belgische Distelvlinders massaal onze regio. In de tweede helft van augustus bereikt de populatie haar hoogtepunt.
Tijdens een rustpauze vorig jaar op werkdag 19 september in de Hogewegbeemden in Booischot, werden de vlinders geïnventariseerd op een bloemrijk hooiland met een massale bloei van Knoopkruid: 30 Distelvlinders, 15 Oranje luzernevlinders, 4 Gammauiltjes, 12 Kleine vuurvlinders en 2 Icarusblauwtjes, 1 Koninginnepage, 2 Dagpauwogen, 1 Groot koolwitje, 6 Kleine koolwitjes en 3 Bonte zandoogjes.
Op 27 september bezocht ik opnieuw hetzelfde terrein en trof 11 Distelvlinders, 23 Oranje luzernevlinders, 8 Kleine vuurvlinders, 2 Icarusblauwtjes en 5 Dagpauwogen aan. Ook op andere bloemrijke graslanden werden tientallen Oranje luzernevlinders en Distelvlinders worden geteld op de bloemen van Knoopkruid en Akkerdistel.
Zal na een nieuwe strenge winter 2009-2010 in Vlaanderen 2010 opnieuw een massale vlindertrek opleveren? Een vraag waarop we in de zomer allicht reeds een antwoord kunnen geven.
door Herman Berghmans
BIJZONDERE WAARNEMINGEN IN ONZE REGIO december 2009 -februari 2010
VOGELS
De langdurige vorst zorgde ervoor dat grote waterpartijen deze periode grotendeels dichtbleven en heel wat watervogels moesten uitwijken. Op 7.12.2009 verbleven nog 1 Fuut en 2 Dodaarsjes op het Trichelbroek in Eindhout (BEH). Van deze laatste soort waren er voorts alleen nog waarnemingen op de Grote Nete in Hulshout op 26.12, te Booischot op 31.12 en 7.2.2010, in Itegem op 1.1 en in de Kwarekken in Westerlo op 2.1 (DAG, JAS).
Aalscholvers verlieten ook de streek, met net vóór de vriesperiode nog 80 exemplaren in het Trichelbroek op 7.12 en maximaal 3 in januari, en nog eens 16 in Varendonk op 21.2 (BEH). Grote zilverreigers verbleven in Hallaar op 4.12 (JAS), in de Netevallei in Itegem op 21.12 (STE) en 23.1 (VDJ), en er vloog telkens 1 over Varendonk op 12.2 (DAR), over Averbode Bos en Heide op 22.2 (VMF) en over ZoerleParwijs op 26.2 (AEK). De Blauwe reigers kwamen extra laat aan in de kolonie van Trichelbroek, met op
27.2 11 (VEL) en op 28.2 20 (PLD). Vijf Ooievaars pleisterden in Voortkapel op 8.2 (VKJ, VEI) en 2 vlogen naar het noorden over het TrucheIven in Oosterwijk op 19.2 (VKJ). Een ontsnapte Strohalsibis verbleef op 18.2 in de Veldstraat in Vorst (GOH, BEH). Eén Knobbelzwaan verbleef de hele periode op de vijvers van Varendonk, waar honderden eenden een wak wisten open te houden (BEH, VEL). Ook pleisterden 2 vogels in de Netevallei in Hallaar op 16.12 (VRM) en in Booischot op 23.1 en
31.1 (VWG, VDJ). Canadese ganzen verbleven weer continu in de (verre) omgeving van Varendonk met volgende maxima: 26.12166 (BEH), 10.1 60 (VEL) en 21.2 eveneens 60 (BEH). Hier verbleven ook respectievelijk 29 en 45 Brandganzen op 23.1 (VEL) en 24.2 (BEH). Maximaal 10 Nijlganzen vertoefden er op 26.12 (VEL). De strenge winter zorgde ook geregeld voor overvliegende groepen Kolganzen. Op 19.12 2 en op 3.1 68 over Averbode Bos en Heide (VI\t1F), op 8.1 10 over Vorst (LEK), op 18.1 50 over het Huisbroek in Eindhout (BEH), op 30.1 150 over het Engels kamp in Tongerlo (VEL) en 38 over Vorst (LEK) en op 4.2 ten slotte 80 over de Beeltjes te Westerlo (VEL). Vijf Grauwe ganzen werden dan weer overvliegend waargenomen over Tongerlo op 1.1 (VEL), 57 over Booischot op 31.1 (VDJ) en over Averbode Bos en Heide 3 op 19.12 en 44 op 24.2 (VMF). Vooral in Varendonk verbleven meermaals honderden Wilde eenden, die hier profiteerden van een groot open wak. Zo vertoefden er volgende maandmaxima: op
21.12 520 (BEH), op 13.1 400 (VEL) en op 21.2 565 (BEH). Op 7.12 verbleven nog 87 Krakeenden in het Trichelbroek (BEH). Daarna nog maximaal 15 in Varendonk op 21.2 (BEH). Hier vertoefden ook een koppeltje Pijlstaart op 6.2 (VEL) en 1 mannetje op
21.2 (BEH). Wintertalingen werden genoteerd in het Trichelbroek met als maxima 17 op 15.12 en 41 op
6.2 (VEL). Van deze soort verbleven er ook 3 op
16.12 (VDJ) en 5 op 26.12 (DAG) in de Netevallei te Booischot. Van de Slobeend was er in het Trichelbroek slechts één waarneming van 5 op 6.2 (VEL) en telkens 1 mannetje in Varendonk op 20 en 21.2 (VEL, BEH). Een koppeltje Mandarijneenden werd ontdekt in Varendonk op 26.12 (VEL) en 2 mannetjes en 1 vrouwtje verbleven er op 20 en 21.2 (VEL, BEH). Een mannetje Carolina-eend werd waargenomen in Tongerlo op 14.12 en 21.1 (VKJ). Maximaal 13 Tafeleenden doken kopje-onder in Trichelbroek op 28.2 (PLD) en 6 Kuifeenden op 7.12 (BEH). Grote zaagbekken op de Nete waarnemen hoort in onze regio bijna steeds bij strenge winters. Er kwamen dan ook heel wat meldingen binnen, zij het alle stroomafwaarts Westerlo. De eerste 3 vogels werden gesignaleerd in Itegem op 1.1 (DAG, JAS). Hier ook 1 mannetje op 3/1 (JAS). Voorts in Hallaar op 3.1 2 mannetjes en 2 vrouwtjes (VWG) en op dezelfde dag daar 1 mannetje en 1 vrouwtje op 19.2 (JAS). In Hulshout verbleven er 2 mannetjes en 1 vrouwtje op 10.1 (DAG, BOJ, SM L) en 1 vrouwtje op 16.1 (DAG). In Booischot ten slotte waren er waarnemingen van telkens een vrouwtje op 16.1 (VWG) en 31.1 (VDJ). Heel opmerkelijk voor het binnenland waren de meldingen van Middelste zaagbekken op de Nete in Booischot op 16.12 (3 mannetjes) en 17.2 (8) (VDJ) en 1 mannetje in Hallaar op 19.12 (VWG).
Van onze roofvogels kwamen er enkele opmerkelijke waarnemingen binnen. Rode wouwen passeerden over Herselt op 1.2 (RIG), over Varendonk op 3.2 (VOJ) en er pleisterde tenslotte eentje op de Paardsbossen in Veerle op 27.2 (VEL). Blauwe kiekendieven waren door de strenge winter ook duidelijk talrijker. Op 2.1 vloog een mannetje over Varendonk (PLD),op 10.1 telkens 1 vrouwtje aan de Nete in Booischot en Hulshout (DAG, JAS, BOJ, SML) en ten slotte liet een mannetje zich prachtig fotograferen aan het Albertkanaal in Eindhout op 14.1 (PLD). Nabij de BP-fabriek in de buurt van Eindhout werden de Slechtvalken die hier broedvogel zijn, ook nog geregeld gezien. Op 2.1 kon PLD één van de oudervogels schitterend fotograferen. Op een van de foto's was een oranje kleurring zichtbaar met een wit opschrift. Bij het uitvergroten van de foto kon de ring worden afgelezen. Na contact met de Nederlandse werkgroep kwam de melding dat deze vogel was geringd als nest jong in Geleen (Nederlands Limburg) op 4.5.2005. Op 19.1 verkende ook een Slechtvalk de schoorsteen van Agfa-Gevaert in Heultje, maar is niet gebleven (LAW).
Waterhoenen werden alleen gemeld van het wak in Varendonk met maximum 10 op 15.12 (VEL). Groepen van respectievelijk 19. 70 en nogmaals 19 Kraanvogels klaroenden over Averbode Bos en Heide op 25.2 (VMF). Hier trokken op 19.12 30 Wulpen en op 22.2 nog eens 1 exemplaar over (VMF). Voorts op deze trektelpost op 19.12 1 en op 24.2 160 overvliegende Goudplevieren (VMF). Over Heultje vlogen 72 Kieviten op 8.12 (VDJ) en in Tongerlo pleisterden 50 exemplaren op 26.2 (VKJ). Houtsnippen werden geregeld opgestoten in de verschillende bossen en struwelen van onze afdeling zoals in Varendonk op 10.12 (2).16.1 (2).20.1 en 20.2 (BEH, VEL), in Averbode Bos en Heide op 21.12 (LEK), in de Stekkestraat in Houtvenne op 13.12 en 1.1 (DAG). in de Roost in Veerle op 25.2 (VDV), in het Trichelbroek op 27.1 (VBH) en ten slotte in Zoerle-Parwijs op 26.2 (AEK). Watersnippen werden opvallend minder gezien. In de Netevallei in Booischot telkens 1 op 17.12 (VDJ) en 26.12 (DAG), in Hallaar 4 op 20.12 (VWG). in het Trichelbroek 1 op 26.12 en 1 op de Paardsbossen in Veerle op 27.2 (VEL). IJsvogels kregen deze winter opnieuw zeer zware klappen. Slechts twee waarnemingen werden genoteerd: op 12.12 in het Trichelbroek (VLE) en op 15.12 in het Makelbroek in Veerle (VDV).
Zwarte spechten werden dan weer op heel wat locaties gespot, o.a. in Schriek (DEB), in Averbode Bos en Heide (VLH, DAR, HEM). in het Trichelbroek (VDV, VEL) in Varendonk (BEH), in Truchelven en de Beeltjes in Westerlo (VKJ). in het Wijngaardbos in Veerle (BEH), in de Rode Laakstraat in Veerle (VDV), in de Zaartloopvallei in Westerlo (VEL), in de Stekkestraat in Houtvenne (DAG. SML), op Hertberg (VLA) en Vorstheide in Herselt (VDB) en ten slotte aan de Wishagen in Heist-op-den-Berg (VAF). De Middelste bonte specht werd alleen opgemerkt in Varendonk op 10.1, 13.1,27.1 en 10.2 (VEL, VBH, VLA). Van de Kleine bonte specht waren er meldingen vanuit het Schandooi te Veerle op 13.12 (SCD), uit Heyland in Bergom op 28.12 (VKJ). Westerlo op
14.1 door VEL van op de schoolbanken. Engels kamp in Tongerlo op 13/2 (VEL) en Varendonk op 24 en
27.2 (BEH).
Opmerkelijk waren de hier en daar overwinterende Boomleeuweriken dit jaar. Op het Wijngaardbos in Veerle op 11.12 (7). 20.12 (9) en 21.12 (1) (BEH). Verder op de Herseltseweg in Veerle op 23/12 en over de Vispoel in Blauberg op 16.1 (DAR). Ook in Averbode Bos en Heide waren enkele waarnemingen: 1 op 28.12 (VMF) en zelfs 15 op 12.2 (DAR). Hier waren ook de eerste 2 zangposten van dit voorjaar op 25.2 (VKJ). Traditioneel zijn de overwinterende Waterpiepers in de Laakvalleien met maximaal 20 in het Trichelbroek op 27.2 (VEL). Overwinterende Grote gele kwikken werden gemeld vanuit Veerle Wijngaardbos op 11.12 (BEH), de Kwarekken in Westerlo op 11 en 13.12 (VKJ). de Netevallei in Hallaar op 12.12 (VWG), de Vispoel in Blauberg op 18.12 (DAR), in Booischot op 21.12 (2) (VDJ) en in Tonger10 ten slotte op 29.12 (VKJ). De eerste Roodborsttapuit van dit voorjaar verscheen op 28.2 in Hallaar (VWG). Er werden heel wat groepen Koperwieken opgemerkt met o.a. 150 op 7.2 in de Langdonken te Herselt (VDB). Vooral Kramsvogels waren deze winter overal opvallend aanwezig. Zo trokken er op
12.1 857 zuidwaarts over Averbode Bos en Heide (VMF) en 123 op 30.1 (LEK). Voorts waren er pleisterende groepen in het Trichelbroek, o.a. 105 op 27.1 (VBH) en 100 op 31.1 (VEL). Ook nog overtrekkende groepen over Schriek (200) (DEB) en Hulshout (100) (DAG) op 4.2 en over Booischot op 7.2 (200 ter plaatse en 200 overvliegend) (DAG).
Kramsvogel (foto Stefan Janssens)
Kleine aantallen Barmsijzen werden opgemerkt in het Truchelven (VKJ). Varendonk (BEH), Vorst (VLE, BAR), Blauberg Vispoel (DAR), Tongerlo (VEL). Veerle Wijngaard bos (BEH), 't Goor in Westmeerbeek (VKJ), de Kwarekken (VKJ) en Averbode Bos en Heide (VMF). Putters werden gezien in de Netevallei in Booischot op 26.12 (2) (DAG) en in de Zaartloopvallei op 28 en
29.12 (VEL). Goudvinken verbleven in Varendonk op 4.12 en 26.12 (3) (BEH) en in het Trichelbroek op
13.1 (VEL). In tegenstelling tot vorige winter was er slechts 1 melding van een Appelvink op 25.2 in Averbode Bos en Heide (VKJ). Ook Kruisbekken waren duidelijk minder aanwezig met 1 in Varendonk op 4 en 10.12 (BEH) en telkens 1 in Averbode Bos en Heide op 11.12 (VLA), 23.12 (HEM), 13.1 (VLA) en 3 op 23.1 (LEK, HEM).
ZOOGDIEREN
Een Vos sneuvelde op de Grote Steenweg in Varendonk op 12.12 (BEH) en een ander dood beest werd gevonden in Blauberg op 19.2 (VDB). Levende Steenmarters werden opgemerkt in Heultje op 19.1 (VDJ) en in Averbode Bos en Heide op 16.2 (VAB). Hier viel ook een verkeersslachtoffer op 12.2 (MOM).
Met dank aan volgende waarnemers:
AEK-Aerts Kamiel, ALG-Alaerts Gery, BAR-Barendse Rutger, BEH-Berghmans Herman, BOJ-Bosmans Joris, DAG-Daems Geert, DEB-Derden Bart, DARDaems Ronny, GOH-Goyvaerts Henri, HEMHerremans Marc, JAS-Janssens Stefan, LAWLanghmans Werner, LEK-Leysen Koen, MOM-Moons Micheline, PLD-Plu Dieder, RIG-Rijmenants G., SCDSchoofs Danîelle, SML-Smets Ludo, STE-Struyf Erik, VAB-Vandermaesen Bart, VAF-Valvekens Frans, VBH-Van Bosstraeten Herman, VDB-Van Dyck Benny, VDJ-Van Dessel Jo, VDV-Van Dyck Vic, VEDVerdonck David, VEI-Van den Eynde 1., VELVanermen Lucas,VKJ-Van Kerckhoven Jos, VLA-Van De Laer André, VLE-Vanloo Erik, VLH-Van de Laer Harry, VMF-Van de Meutter Frank, VOJ-Volders Jos, VRM-Van Raemdonck M., VWG-Van de Wyngaert Guido.
Bijzondere waarnemingen in onze regio tijdens de periode maart -mei 2010 worden liefst vóór 10 juni 2010 doorgegeven aan Herman Berghmans via h.berghmans@skynet.be of ingevuld in waarnemingen.be.
De merel, een algemene tuinvogel, maar toch mooi (foto François Van Bauwel).
door Stefan Janssens
Het overzetten van padden is telkens in het vroege voorjaar een van de activiteiten die Natuurpunt overal organiseert. De paddentrek is een uniek natuurfenomeen. Deze trek is voor padden wel levensgevaarlijk, zeker als er wegen overgestoken dienen te worden. Op deze oversteekplaatsen worden de padden gevangen en overgezet. Een noodzakelijke bezigheid, want anders zouden honderden padden worden platgereden. En dat kunnen we niet laten gebeuren.
De gewone pad, waar we het in dit artikel over hebben, is eigenlijk het hele jaar door een onopvallende verschijning. De gewone pad is een kampioen in het zich camoufleren en wegstoppen. In de natuur en in de tuin kun je padden vinden onder stenen, stronken, dichte struiken en andere verborgen plekjes. Padden worden ook pas actief als het begint te schemeren. En dan nog liefst als het vochtig of nat is. De verborgen levenswijze, het feit dat ze uitgerust zijn met een perfect camouflagepakje, en ze liefst nachtelijke uitstapjes maken, zorgen ervoor dat je ze weinig te zien krijgt. Behalve in het vroege voorjaar bij de trek.
Overwinteren in het slijk
In tegenstelling tot wat je zou vermoeden, zijn gewone padden echte landrotten, die het grootste deel van de tijd doorbrengen op plaatsen waar voldoende schaduw en beschutting is. Het zijn echt schuwe beestjes. Zelfs op drogere plaatsen komen ze voor als ze maar voldoende bescherming en duisternis vinden.
In de winter kruipen padden in zelfgegraven holletjes onder stenen, bladeren, tot zelfs diep in de modder van poeltjes. Hier blijven ze maandenlang zitten zonder te eten en zonder te bewegen. Door niet te bewegen kunnen ze de winter doorkomen op hun vetreserves die ze hebben opgebouwd. Ze houden een echte winterslaap en hun stofwisseling staat hierbij zo goed als stil.
Eigenlijk is de gewone pad niet echt een waterdier, behalve bij de voortplanting. De eitjes worden meestal in vijvers afgezet, want de kikkervisjes (paddenvisjes in dit geval) groeien op in het water. De massale rush van de padden naar de vijvers is een uniek fenomeen in de natuur.
Op stap in de Spekstraat
In de Spekstraat in Hallaar bevindt zich één van de grotere paddenoversteekplaatsen in de regio. Sommige jaren worden hier meer dan 3000 padden overgezet door een hele schare noeste vrijwilligers. Via een beurtrol wordt er elke avond gepatrouilleerd van zonsondergang tot het hoogtepunt van de trek die avond is gepasseerd. En dat varieert sterk van dag tot dag. Padden zijn gevoelige beestjes en stellen zo hun eisen. Je kunt er bijna je klok op gelijkzetten wanneer het signaal wordt gegeven voor de trek. Elke dag weer, even na het invallen van de duisternis. Als de temperatuur hoog genoeg is en het ook nog regent en vochtig is, zijn ze helemaal in hun nopjes.
Dit jaar was vrijdag 19 maart de topdag en werden op één avond niet minder dan 900 padden overgezet. Een absoluut record. De vrees dat de koude winter veel slachtoffers onder de paddenbevolking had gemaakt was onterecht. We hadden bij het schrijven van dit artikel nog geen volledige resultaten, maar kunnen alvast aanvoelen dat het een van de betere jaren zal worden. Een 'grand cru' paddenjaar.
Helpende kinderhanden
Om de een of andere reden krijgen we bij het overzetten van padden enorm veel hulp van kinderen. Bijna elke avond zjjn er enkele ouders met hun kroost aanwezig. En op sommige avonden komen er hele schoolklassen helpen. Je kunt zo zien aan dat jonge grut wie er al eens bij was en voor wie het de eerste keer is. Vooral diegenen die voor de eerste keer een poging doen om een pad te pakken, halen de grappigste toeren uit.
Het is aandoenlijk om te zien hoe de padden erin slagen om in een half uur te veranderen van vies beestje tot lief beestje. De allereerste pad wordt gepakt met uiterste voorzichtigheid. Met twee vingertjes vooruit. Die twee vingertjes gaan dan net wel, net niet, net we! rond het elastische paddenlijfje. Maar bij de minste beweging van de pad volgt een gil en wordt de hand met een snelle reflex teruggetrokken. Tien padden later is de stemming helemaal omgeslagen en hebben die kleine kruipers ineens een hoge aaibaarheidsfactor gekregen. We kunnen moeilijk stellen dat dit komt door hun glibberige uitzicht. Maar het trage bewegen, het onhandige springen, en zeker het zachte gepiep maakt dat deze diertjes zichzelf in no time populair maken. Na een tijdje worden de meeste handschoenen zelfs uitgedaan en worden de beestjes zachtjes met de blote handen gepakt en voorzichtig in de emmers gezet. Waarna ze uiteindelijk in de grote vijver worden uitgezet.
We kunnen onmogelijk de natuur nog dichter bij de jeugd brengen dan met deze paddenoverzetacties.
Het is aandoenlijk om te zien hoe de padden erin slagen om in een half uur te veranderen van vies beestje tot lief beestje. De allereerste pad wordt gepakt met uiterste voorzichtigheid. Met twee vingertjes vooruit. Die twee vingertjes gaan dan net wel, net niet, net wel rond het elastische paddenlijfje. Maar bij de minste beweging van de pad volgt een gil en wordt de hand met een snelle reflex teruggetrokken. Tien padden later is de stemming helemaal omgeslagen en hebben die kleine kruipers ineens een hoge aaibaarheidsfactor gekregen.
door de Grunen Heistenair
'Koekoek' is waarschijnlijk de meest opvallende onomatopee (heb ik even opgezocht): klanknabootsende naam in het Nederlands. Minstens zo bekend is de koekoek om zijn parasitaire broedgedrag. Ieder jaar weer laat het vrouwtje het uitbroeden en opvoeden van haar jongen aan waardvogels over. Supernanny's ...
Koekoeken zijn sterk achteruitgegaan in ons landje, waardoor ze op de Rode lijst van (broed)vogels zijn komen te staan. Toch maak je nog wel een redelijke kans ze te zien. Je moet ze vooral in halfopen landschappen zoeken. De meeste koekoeken vind je in de duinen en moerasgebieden, maar ook in boerenland met houtwallen en bosjes komen ze nog voor. Belangrijk is dat het gebied rijk is aan zangvogels. De mannetjes zitten vaak langdurig op prominente posten te roepen. Buiten de roeptijd zijn koekoeken veel lastiger waar te nemen. De vrouwtjeskoekoeken hebben over het algemeen een grijs verenpak en lijken daardoor erg op de mannetjes. Soms is een vrouwtje roodbruin van kleur, maar dat komt zelden voor. Het verschil tussen de twee seksen zit 'm vooral in de roep. Alleen de mannetjes roepen hun naam.
Van Koekoek naar Sperwer en terug?
Eeuwenlang heeft de koekoek de gemoederen beziggehouden. Vroeger wisten de mensen niet dat koekoeken, net als andere trekvogels, in de herfst naar het zuiden vliegen en in het voorjaar weer terugkomen. Je kunt het je nu niet meer voorstellen, maar iedere andere verklaring voor het verdwijnen en verschijnen van vogels leek toen aannemelijker. Ook omdat waarnemingen van 'betrouwbare ooggetuigen' deze verklaringen ondersteunden. Volgens zo'n verklaring veranderde de koekoek na de zomer in een Sperwer en in het voorjaar weer in een koekoek! De overeenkomsten tussen deze twee vogels zijn wel frappant: felgele ogen, de grijze kleur, de tekening op de onderkant en het silhouet in de vlucht.
Vanaf de derde week van april, maar vooral in mei, kun je de koekoek horen. De roep is vérdragend en monotoom, en wordt vaak eindeloos herhaald zonder enige variatie. Deze vérdragendheid is typisch voor vogels die in lage dichtheden voorkomen. De lage toonhoogte valt goed op in het koor van zangvogels die veel hoger zingen.
De mannelijke koekoeken hebben een actieradius van vaak honderden hectaren. Van echte territoria met scherp verdedigde grenzen is geen sprake; er is wel overlap.
Ook de vrouwtjes roepen. Een luide bubbelende roep, een aanzwellend 'bi-bi-bi-bi-bi-bi-bi'. Hiermee lokken ze mannetjes en houden ze andere vrouwtjes op een afstand. Vrouwtjeskoekoeken houden zich wel op in strak begrensde territoria. Die zijn kleiner dan die van de mannetjes. Een gedetailleerde terreinkennis is voor de vrouwtjes van groot belang: zij moeten als broedparasiet hun eieren kwijt bij waardvogels waarvan ze eerst de nesten moeten vinden. De grootte van het leefgebied hangt sterk af van de dichtheid aan waardvogels. Overigens is ook de hoeveelheid voedsel cruciaal. Dat bestaat uit grote insecten, vooral harige rupsen.
Graspieperkoekoeken
In ons land treden vooral Graspieper, Gele kwikstraat, Witte kwikstraat, Heggenmus, Kleine karekiet, Rietzanger en Bosrietzanger op als waardvogel voor de Koekoek. Niet al deze zangvogels zijn echter geschikt als gastvrouw. Dat komt doordat een koekoeksvrouw gespecialiseerd is in meestal maar één soort, een keuze die genetisch is bepaald. Je hebt dus 'graspieperkoekoeken' en 'kleinekarekietkoekoeken' . Dit betekent dat van een bepaalde soort waardvogel genoeg paren aanwezig moeten zijn.
Koekoeken leggen zelden een ei in een nest van een soort waarin ze niet zijn gespecialiseerd. Soms maken ze een misser: de kneu bv. is een strikte vegetariër en voedt de jongen uitsluitend met zaden, een dieet waar het koekoekjong niet van kan leven. De koekoekvrouwtjes besteden vele uren aan het observeren van de waardvogefs, want het vinden van een nest vergt veel geduld. Dit doet de vogel vanaf een aantal vaste uitkjjkplaatsen, waar ze heel onopvallend naartoe vliegt om zo min mogelijk aandacht te trekken. Waardvogels herkennen de koekoek namelijk als ongewenste gast.
Belangrijk is dat het nest nog niet wordt bebroed en dat het twee of drie eieren bevat. Het leggen van het ei gebeurt altijd laat in de middag of 's avonds, en nooit 's morgenvroeg zoals bij andere vogelsoorten. Dit verkleint de kans dat de koekoek de eigenaar van het nest tegen het lijf loopt. Het leggen van een ei gebeurt razendsnel. In slechts tien seconden bezoekt de koekoek het nest, neemt er een ei uit, dat wordt opgegeten of meegenomen en legt haar eigen ei. Hoewel een koekoeksei groter is dan de eigen eieren, wordt het door de waardvogels toch geaccepteerd. Ook omdat het koekoeksei qua kleur en tekening lijkt op de eigen eieren. Als het legsel van een waardvogel compleet is, begint het broeden. Het embryo in het koekoeksei ontwikkelt zich snel. Het koekoeksei komt meestal uit voordat de andere eieren uitkomen. Onmiddellijk werpt het jong de andere eieren of jongen uit het nest. Voor dit doel beschikt het jong over extra lange duimen om zich vast te klampen aan de nestwand en niet zelf uit het nest te vallen.
Als het koekoeksjong in de veren zit, bedelt het steeds luider om voedsel. Dit is het moment waarop je als vogelaar scherp moet zijn. Want het waarnemen van een koekoeksjong dat wordt gevoerd door zijn veel kleinere pleegouders, is een geweldig moment. De bedelroep is een hoog en schril, 'tschriii-tschriii'. Het is een karakteristiek geluid in de zomer. De volwassen mannetjes en vrouwtjes zijn dan al enige tijd verstomd. De vogels lijken van de aardbodem verdwenen. En eigenlijk is dat ook zo, want de meeste volwassen vogels vertrekken al in juli richting Afrika. In augustus of september pakken ook de jongen hun biezen. Alleen vliegen ze naar het zuiden om een winters bestaan te leven. Waar overigens nog maar heel weinig van bekend is.
Je ziet ze vaak platgereden langs de weg, maar hoeveel Bunzingen er nog levend in ons land rondlopen weet niemand.
"Wie weet welk dier dit is?" wordt er gevraagd op de jaarlijkse (natuur)quiz van de plaatselijke natuurvereniging. Trefzeker schieten de vingers van de aanwezigen omhoog. Het kleine roofdier met donkere vacht, zwarte puntneus en opvallende witte tekening in het gezicht, wordt direct herkend als de Bunzing. Maar uit een quiz op de website van Vroege Vogels bleek dat 51 percent van de deelnemers de Bunzing voor een Steenmarter, Wezel of Hermelijn aanziet.
Gemaskerde rover
Niet alleen bij het brede publiek is er nauwelijks iets bekend over de kleine rover. Specialisten hebben geen idee hoeveel bunzingen er in ons land leven en wat hun precieze verspreidingsgebied is. Het brede doel van de specialisten is dan ook het creëren van een groter waarnemingsnetwerk rondom kleine marterachtigen Hiertoe behoren naast de bunzing ook de wezel en de hermelijn. Steen-en Boommarters zijn net als Dassen en Otters, grote marterachtigen. Het witte masker in zijn gezicht is het meest karakteristieke aan de bunzing. Rond zijn ogen en neus loopt een witte lijn, waardoor de vleeseter welwat weg heeft van een gemaskerde rover. Ook zij n oren zijn wit. Zijn staart, poten en buik zijn donker en op zijn rug en flanken schijnt een lichtgele ondervacht
door. De bunzing is gemakkelijk te verwarren met een verwilderd fret. Dat heeft namelijk net als de bunzing een maskertje, maar is wel wat kleiner en slanker doordat het gefokt is als snelle jager. Ook hebben fretten soms een roze neus, terwijl bunzingen altijd een zwart exemplaar hebben. Bunzingen leven op de grond en klimmen weinig. Zwemmen en duiken kunnen ze vrij goed en ze verzamelen hun voedsel dan ook vaak langs slootkanten.
Op de Rode lijst van bedreigde zoogdiersoorten, ontbreekt de bunzing vooralsnog. Simpelweg omdat niet bekend is hoe het met hem gaat. De wezel en hermelijn staan als 'gevoelig' aangetekend. Omdat ze overdag jagen zijn hun aantallen goed in de gaten te houden, en die blijken schrikbarend af te nemen.
De bunzing, een nachtroofdier, wordt weinig gesignaleerd. Maar of dat betekent dat de populatie ook daadwerkelük klein is? Om op de Rode lijst te komen, moeten zowel populatiegroottes bekend zijn als trends in toename of afname. En bij de bunzing hebben we geen gegevens over die trends. In vorige eeuwen kwam hij in heel België en Nederland voor, blijkt uit reconstructies aan de hand van bunzingpelsverkoop. De populatie lijkt kleiner te worden, maar misschien komen er alleen minder waarnemingen binnen omdat de mensen de bunzing niet meer als zodanig herkennen.
Rond 1991 is er een verbod gekomen op bunzingenjacht, wat theoretisch gunstig zou kunnen uitpakken voor de soort. Maar waarschijnlijk weegt het jachtverbod niet op tegen de bedreigingen waarmee de bunzing te maken heeft. Vermoedelijk leggen veel dieren het loodje door rattengif: in de winter eten marterachtigen volop muizen en ratten die het gif in zich hebben. En ook het verdwijnen van rommelige boerenerven werkt nadelig: hooischuren en hooistapels zijn ideale schuilplaatsen voor de bunzing.
Stinken als een bunzing
Het grootste gevaar vormen de wegen. Jaarlijks worden honderden bunzingen platgereden op het asfalt. In het voorjaar vallen er extra veel verkeersslachtoffers, omdat ze in de paartijd onvoorzichtiger zijn. Ook in augustus, als de onervaren jongen voor het eerst zelf op pad gaan, komen veel bunzingen om. Tegenwoordig proberen natuurbeheerders bunzingen via routes van takkenbossen onder snelwegen door te leiden -tevens een ideale manier om hooiafval weg te werken.
AI is de bunzing moeilijk waarneembaar, te ruiken is hij wel, niet voor niets bestaat het gezegde 'stinken als een bunzing.' De Latijnse naam van onze bunzing betekent immers stinkende muizendoder. Als familielid van het Stinkdier en de Huiskat kan de bunzing uit zijn anaalklieren muskusstof afscheiden, een melkachtige substantie met een doordringend geur. In geringe mate ruikt de stof aantrekkelijk, daarom wordt hij wel in parfums verwerkt. De bunzing gebruikt de muskuslucht echter om soortgenoten op een afstand te houden. Hij bakent er zijn territorium mee af en als er gevaar dreigt kan hij met de geur vijanden van zich afhouden. Zelf gebruikt de bunzing zijn neus om prooien op te sporen. Daarnaast jaagt hij deels op het gehoor. De bunzing is niet kieskeurig wat eten betreft: hij eet zoogdieren, amfibieën, reptielen en vogels. De voedselvoorkeur verschilt wel per geslacht: vrouwtjes, die (exclusief hun 18 cm lange staart, maximaal 38 cm lang zijn en 900 gram wegen, verschalken kleine dieren als muizen. De mannetjes wegen 1800 gram en meten van kop tot achterwerk ongeveer 45 cm. Zij kiezen grotere prooien als Hazen en vogels uit. Een voorliefde hebben bunzingen voor levende Kikkers, die ze met een beet in de nek verlammen. Zo kan hij een voorraadje levend, vers voedsel aanleggen!
Wilde minnaars
Bunzingen leven solitair, maar in de paartijd vormen ze kleine familiegroepjes. De paringsdans gaat er wild aan toe: het mannetje schudt het vrouwtje door elkaar zodat haar eitjes loskomen, en vervolgens laat ze zich meeslepen naar zijn hol. Waar hebben we dit nog gehoord! De draagtijd is zeven weken, daarna blijven de jongen nog drie maanden bij hun ouders. Bunzingvrouwtjes krijgen één nestje per jaar, met vier tot zes jongen. Ze kunnen negen jaar oud worden, maar veel dieren halen het derde jaar niet doordat ze overreden worden. Vaak heeft een bunzing meerdere holen in zijn territorium. Soms graaft hij ze zelf, maar vaker neemt hij het hol van een van zijn prooien over. Ook houtwallen en takkenbossen zijn geliefde rust-en schuilplaatsen.
Om het aantal bunzingwaarnemingen te kunnen vergroten, wordt soms de hulp ingeroepen van vogelorganisaties. Die obeserveren (eventueel met camera's) wat voor roofdieren er 's nachts rond vogelnesten sluipen. Niet alleen Vossen en bunzingen eten veelvuldig vogeleieren. Ook Egels nemen eitjes weg en vertrappelen tijdens hun schrokpartij bovendien andere vogeleieren. De aanwezigheid van roofdieren werkt niet altijd nadelig op de vogelstand. Zo eet een buizerd bijvoorbeeld kuikens en hermelijntjes. Eten en gegeten worden in de dierenwereld, het is bij mensen vaak aanleiding voor verhitte gemoederen. Mijn buurvrouw rende vanochtend met een bezem achter de kat aan, die achter een jonge vogel aan. Zo zie je welke doorslaggevende rol de mens speelt in het bevoordelen van roofdier of prooidier.
Broedende Treurmaina in België
door Joris Bosmans
Op 16 mei 2005 ondekte ik een mij onbekende vogel in Heist-op-den-Berg (Zonderschot). Ik zag naast de weg een wat gekke spreeuwachtige vogel foerageren op een geasfalteerd speelterrein. Aanvankelijk dacht ik dat het een Beo (Gracula religiosa) of zo was. De gele oogvlekken vielen mij dadelijk op. Na wat zoeken op het internet werd het mij duidelijk dat het om een Treurmaina (Acriditheres tristis) moest gaan.
De Treurmaina, ook wel eens Herdersmaina genoemd, is een tropische vogel ter grootte van een Spreeuw (Sturnus vulgaris). Zijn oorspronkelijk leefgebied is Afghanistan, India, SrÎ Lanka en Bangladesh, maar hij komt ondertussen als succesvoHe exoot evenzeer voor in Zuid-Afrika, Noord-Amerika, de Canarische Eilanden, e.d. Het is een grotendeels zwarte vogel met gele snavel en poten, een felgele vlek rond het oog en een in de vlucht opvallend wit veld in de vleugel. De vlucht is gaaiachtig en het geluid doet wat parkietachtig aan.
Broedgeval
Voor een volgende waarneming was het wachten tot in oktober toen Geert Daems de vogel opnieuw signaleerde. Op 22 oktober 2005 zag hij zelfs drie exemplaren in een aanpalende wei; de vogels zaten bij en soms zelfs op koeien. Ons vermoeden dat er wel eens een broedgeval zou kunnen geweest zijn in de buurt, werd de daaropvolgende lente bevestigd.
Dankzij geregelde zoekacties kon ik op15 april 2006 het broedhol lokaliseren in een populierenbos omgeven door weiden en enkele akkers. Het ging om een natuurlijke hoite in een Canadapopulier naast de inrit van een buitenverblijf. 11 mei 2006 zaten er zeker jongen in het hol omdat beide ouders geregeld aanvlogen met voedsel.
Later dat namelijk op 6 juli, waren er minstens drie adulten en twee jongen aanwezig. Deze vijf vogels werden gefotografeerd door Roger Truyens toen ze in een lijsterbes zaten. Op 10 oktober werden er minstens acht exemplaren gezien. Vermoedelijk waren er in 2006 drie broedsels. Het eerste mislukte, want de voederbeurten stopten abrupt, de twee volgende waren met resp. twee en drie jongen wel succesvol.
Artikel uit Natuur. aria/us
3 april 2007 waren er weer twee aanwezig in het broed hol. Dat heb ik de vogels minder in het oog gehouden. Ik noteerde nog dat er op 1 meÎ 2007 nog twee exemplaren in het broedhol zaten en op 15 september vlogen er drie rond. In het voorjaar van 2008 heb ik de vogels er zeker nog gezien. Na de
winter van 2008-2009 werden de Treurmaina's niet meer gezien. Het broedhol bleek in 2009 ingenomen te zijn door Spreeuwen.
Voedsel
Meestal foerageerden ze in kort grasland of jonge maïs. Ook grachtkanten en wegbermen bleken in trek.
een huis in de buurt staat steeds een kommetje met kattenbrokken buiten; de Treurmaina's kwamen zich hier dagelijks aan tegoed doen. Ook de composthoop werd geregeld met een bezoekje vereerd. Een buurtbewoner had ook gezien dat uitvliegende mieren massaal gegeten werden. De bessen van Lijsterbes werden ook graag geconsumeerd.
Uit: Wat van eksters komt, huppelt graag. w.P. Postma & E.A.J. Scheepmaker
Eén Zwaluw maakt nog
geen zomer
Uit één enkel geval kan men moeilijk een algemeen
geldende conclusie trekken. Hier is één terugkerende Zwaluw
nog geen bewijs dat de zomer begonnen is. Daar zijn meer
Zwaluwen voor nodig. Welke Zwaluw in dit spreekwoord is
bedoeld, is niet met zekerheid te zeggen. In ons land komen
vier soorten voor: de Boerenzwaluw, de Huiszwaluw, de
Oeverzwaluwen de Gierzwaluw. De eerste drie behoren tot de
zangvogels; de Gierzwaluw heet wel zwaluw, omdat hij op een
zwaluw lijkt, maar behoort samen met de Kolibrie tot een
aparte orde. De Huis-of de Boerenzwaluw zal hier wel het
meest op zijn plaats zijn. De Boerenzwaluw verschijnt tussen
begin april en eind mei in ons land en verlaat ons -dat wil
zeggen: zijn broedgebied -weer tussen eind juli en half
oktober. Duidelijk een trekvogel, evenals de andere
zwaluwsoorten; Het feit dat bepaalde vogels een gedeelte van
het jaar afwezig zijn, is al heel lang bekend. In zeer oude
tijden meende men, dat de Koekoek zich in de nazomer
veranderde in een Sperwer om in het voorjaar weer de
koekoeksgedaante aan te nemen. Daarmee had men de
afwezigheid van de Koekoek verklaard. Weer anderen meenden,
dat de trekvogels tegen de winter naar de maan vlogen om
daar te overwinteren. Ook in het bijbelboek Jeremia is al
geschreven over de Ooievaar, de Tortelduif, de Zwaluwen de
Kraanvogel, die de tijd dat ze moesten terugvliegen naar het
noorden, nauwgezet in de gaten hielden. Dat de vogeltrek de
Grieken eveneens niet was ontgaan, blijkt wel daaruit dat
Aristophanes (ca. 400 vóór Christus) bovengenoemd
spreekwoord al in zijn blijspel De Vogels gebruikt.
Trekvogels overwinteren niet in hun broedgebied. Ze trekken
tegen de herfst naar zuidelijker streken. In het broedgebied
hebben ze geprofiteerd van de lange daglichtperioden,
waardoor ze meer gelegenheid hadden hun jongen van voedsel
te voorzien. In de wintertijd maken ze opnieuw gebruik van
een langere daglichtperiode in het overwinteringsgebied.
Eeuwenlang is het probleem van de wijze van oriëntatie van
trekvogels een onderwerp van velerlei speculaties geweest.
Nu is bewezen dat trekvogels zich overdag op de zon en 's
nachts op de sterren oriënteren, althans de onderzochte
soorten deden dat. De meeste vogels keren elk jaar weer in
de naaste omgeving van hun geboorteplaats terug.
Gedichten
Hooien
Ik was die dag aan 't
hooien
met twee fransen en één paul
en dacht nog net als vroeger
vandaag ga ik niet naar school
J'O
Van west naar oost
Heeft u ook zo'n last van
jetlag
vroeg de monteur die onder een jet lag
de man zei alleen toen ik naast marjet lag
en ze naar me grijnsde met haar jetlach
J'O
Eindbeeld
Wat zal er op mijn
netvlies branden
wanneer ik mijn ogen sluit
zijn het jouw zachte lieve handen
of de merel die in 't voorjaar fluit
worden het de regenwolken
zwart doorkliefd met bliksemschichten
een zonbestraalde zomerdag
of bangelijke nieuwsberichten
is het soms het bruine
herfstblad
dat naar de aarde zweeft
of de foto van mijn vader
die in mijn handen beeft
misschien is het een
sneeuwtapijt
een liefdeslied op wit papier
of een glas whiskey in mijn handen
zoals verwacht wordt van een ier
J'O
Hoe vaak horen we niet dat vroeger alles beter was. De goede oude tijd, weet je wel. Zeker, de drukte en het lawaai zijn alleen maar toegenomen, de vrije ruimte wordt meer en meer ingenomen door woningen en industrie, en de tijd dat zondag een rustdag was, is al lang voorbij. Zo is ook onze vereniging meegesleurd in de steeds sneller kolkende levensstroom. Waar vroeger enkele zonderlinge pioniers op jolige wijze tegen het tij oproeiden, is Natuurpunt heden ten dage een volwassen bedrijf en werkgever geworden, met de onvermijdelijke logge en vaak contraproductieve administratie als onprettig gevolg. De tijd dat iedereen iedereen kende in Natuurpuntland ligt al ver achter ons. De niet aflatende lawine aan formulieren, aktes, wetten, richtlijnen, nieuwsbrieven en tijdschriften maken het administratieve bos hoe langer hoe meer ondoordringbaar en onontwarbaar. Een kraan die daar nog zijn weg in vindt. Hoe dikwijls moeten we sprekers aanhoren die ons na een uurtje filibusteren opzadelen met meer vraagtekens dan waarmee we zijn binnengekomen? De gsm is ondertussen al met de hand van onze kinderen vergroeid, en tientallen tv-stations drukken ons plat met hun als entertainment verpakte reclamebood
schappen. Iedereen heeft een mening en via allerhande getwitter en gefacebook wordt de ether bevuild dat het een lieve lust is.
Ondertussen worden we, vooral als het eens wat minder gaat, alleen maar 'alleenzamer'. Communicatiemiddelen zat, maar een echt gesprek is een zeldzaamheid. Er wordt een eind weggeluid, maar wordt er ook iets gezegd? Wanneer heb je voor het laatst een met de hand geschreven brief ontvangen in een met eigen tong dichtgelikte briefomslag? En wie krijgt er überhaupt nog een mooie voldragen zin gevormd? Spreken onze nazaten in de toekomst alleen nog turbotaal, of gaan we helemaal naar af en gaan we een soort basisneanderthalerachtige klanken uitstoten? De klok terugdraaien is misschien moeilijk en niet realistisch, maar wat meer aandacht voor elkaar en de echte noden van de mensen om ons heen, zouden al voor een rustpunt kunnen zorgen in de postmoderne chaos. Even op de rem gaan staan, tijd voor een dieper gesprek of een welgemeende knuffel, alle beetjes helpen. Vroeger komt niet meer terug, hoeft ook niet. Of het vroeger beter was? Anders was het zeker!
door Louisa
Zondag 28 februari: ochtendwandeling in Varendonk.
Oei, ze voorspellen onstuimig weer ... Toch maar naar de taverne 't Laak van toen gereden, waar de samenkomst voor de ochtendwandeling plaatsvond. Jammer, maar een kleine opkomst, 't zal aan de ongunstige voorspellingen gelegen hebben, denk ik. Onze gidsen met dienst waren Vic en vogelkenner Herman. We stapten eerst naar de kapel van Watereinde, die gebouwd werd in 1650. Vroeger kwamen de mensen hier samen en het was ook een kruispunt van wegen. In de kapel gaf men catechese, nadien was het een piepklein gemeentehuis, en nu staat ze er wel wat verkommerd bij, jammer. Vandaar volgden we het wandelpad en doken de natuur in. De vogels deden ook hun best, ze trakteerden ons op een prachtig fluitconcert. Langs de weg toonde Vic ons het mooi haakmos en onder een loepje zie je inderdaad haakjes, soms kan je er een oranje-geel paddenstoeltje in vinden, 'de rupsendoder'. Zo, alweer wat bijgeleerd.
We zetten onze wandeling voort en kwamen voorbij de Blaardonkhoeve. Hier zagen we de eerste Sneeuwklokjes in bloei. Het is hier trouwens een mooi landschap met een meanderende beek. Vroeger stond er zelfs een watermolen; spijtig dat die verdwenen is. Via een weilandje belandden we in de broekbossen. Ondertussen had Herman ons al attent gemaakt op een rondcirkelende Buizerd en een jagende Torenvalk.
Hier in die broekbossen was het wel zeer nat, het Laakske was buiten zijn oevers getreden. Dus stapten we over bulten van Pijpenstrootjes. Gelukkig hadden we onze laarzen aan, kwestie van droge voetjes te houden. Via een poel met Lisdodde kwamen we aan een wat hoger gelegen perceel. Daar vonden we weer Sneeuwklokjes, die lustig bengelden in de wind. We zagen verschillende Blauwe reigers, die hopelijk hier weer komen broeden. Zo zakten we stilaan af naar de Laak, en daar het bruggetje over langs mooie dreven waar de Hazelaars al in bloei stonden, met hun piepkleine mauve bloempjes, prachtig!!! En zo kwam het einde weeral in zicht, juist op tijd want het begon te regenen en de wind nam in kracht toe. Het was een schitterende wandeling en voor herhaling vatbaar. En de thuisblijvers hadden gelijk altijd weer groot ongelijk.
Bedankt Vic en Herman en tot een volgende keer.
terug naar>>
Natuurpunt
afdeling Grote Nete
Laatste aanpassing gebeurde op:
30.05.2010 08:32:28
Info en tips:
webverantwoordelijke