Archief:
Artikels uit het tijdschrift van
Natuurpunt
Grote Nete
Jaargang 8
driemaandelijks tijdschrift
Juli 2009 Nr. 3
door Stefan Janssens
Zomer en vakantie geven je een gevoel van vrijheid en blijheid. Weg stress en sleur. Even aan andere dingen denken en de batterijen weer opladen.
Jong gebroed
Als de zomer zijn hoogtepunt bereikt, heeft een groot deel van de natuur al voor nageslacht gezorgd. Dat kan je merken in tuinen, bossen en natuurreservaten, die overspoeld worden door jong gebroed. Luidruchtige jonge spreeuwen trekken de aandacht als ze de kersenboom vereren met een groepsbezoek. Daar kan menig tuinbezitter niet mee lachen. Maar neem het hen eens kwalijk. Mocht je zelf spreeuw zijn en van die lekkere dikke kersen zien hangen, dan zou je er ook wel enkele lusten. Wij ook trouwens. Minder opvallend maar o zo mooi zijn de jonge musjes, meesjes, lijsters, egeltjes ... die we in de zomer in de tuin ontmoeten. Meestal zitten ze plots in de buurt. Onschuldig en schattig. En zich niet bewust van alle gevaren die rondom hen kunnen opduiken. Door onachtzaamheid belanden ze soms in de meest hachelijke posities. Ze zijn jong en nog gedeeltelijk hulpeloos. Een van de gevaren die in veel tuinen loeren, zijn waterpartijen in allerlei vormen. Jonge vogels zijn er de eerste slachtoffertjes van. Je kunt hier preventief wat aan doen door in je tuin ondiepe drinkwaterschalen te plaatsen. Watertonnen kun je afdekken met een gaas. Eenvoudig te doen en zeer effectief.
Vlaanderen vakantieland
Reizen zit ons, Vlamingen, in het bloed. Misschien is dat omdat we zelf maar in een klein landje wonen en we grenzen willen oversteken om te ontdekken en te genieten. Want dat zijn de twee drijvende motoren van reizen: ontdekken en genieten. Soms apart, maar meestal samen. Bij reizen horen vakantieverhalen gekruid met de meest uitbundige belevenissen. Vakantieverhalen zijn het onderwerp bij uitstek om warme zomeravonden mee te vullen. Een van de onderwerpen die dan steevast worden aangesneden, is de mooie en ongerepte natuur in al zijn vormen. Je hebt dat zelf ook al wel ervaren op reis of op visite bij vrienden. Vroeger werden de fotoalbums boven gehaald, tegenwoordig zet men de laptop voor je neus. En dan heb je het verplichte nummer fotootjes kijken. Maar als je toch een wakker moment hebt, zul je merken dat er tussen die foto's van je vrienden of familie opvallend veel kiekjes zitten van bergen, landschappen, meren, bloemen en meer van dat moois. Tiens, denk je dan, thuis komen ze niet buiten en in het buitenland bezoeken ze de mooiste en meest ongerepte natuurgebieden.
Als je daar dan een opmerking over maakt, krijg je de meest prozaïsche excuses: geen tijd, de natuur in het buitenland is toch veel mooier, waar is die mooie natuur in onze streek dan en ga zo maar door ...
Je merkt het meteen, op vakantie wil je genieten en ontdekken. Neuzen voorbij de grenzen.
Minder opvallend maar o zo mooi zijn
de jonge musjes, meesjes, lijsters, egeltjes...
die we in de zomer in de tuin ontmoeten.
Eens terug in dat klein landeke is de vakantie bijna voorbij en worden de horloges weer om de polsen gehangen. Weg vakantiegevoel. Onterecht natuurlijk want nog te weinig mensen weten dat er in eigen land nog zoveel te ontdekken is. Ook tijdens de vakantie en in de zomer.
Ontdek je eigen streek ...
In dit zomernummer van ons tijdschrift besteden we weer veel aandacht aan de komende activiteiten. Een aanrader om ook in de vakantie eens aan één of meerdere van onze activiteiten deel te nemen. Je zult versteld staan van de rijkdom van de natuur in onze eigen streek en omgeving.
Of je kunt een van onze reservaten zelf verkennen. Binnen onze afdeling is er al keuze te over. Meer info kun je vinden op onze website.
Verder in dit nummer geven we eveneens een wandel- en ontdektip: het Goor-Asbroek, een van onze mooiste reservaten. Gelegen tussen Westmeerbeek en Herselt.
Veel vakantieplezier.
Stilte in het land van de Nete
door Eddy Vets
Wie door het Neteland wandelt, ervaart de stilte in al haar aspecten op de meest onverwachte ogenblikken en op de meest banale plaatsen. Weet daarbij dat stilte niet gelijkstaat met de afwezigheid van geluid, maar niets meer is dan `wat vanzelf zo gebeurt'.
De stilte is bron van alle creativiteit, en het leven rondom ons is een constant opborrelen van voordurende scheppingsdrang. Als die ophoudt, treedt de dood op. Iedere voetstap op de Netegrond is een spoor van aanwezigheid en verstoort de stilte die er heerst. De wandelaar maakt deel uit van het landschap, en zijn aanwezigheid blijft voor immer zichtbaar in die biotoop die hij doorloopt. Vandaar dat wandelen ook een kunst is. Alle zintuigen nemen deel aan de ervaring van het land. Zij beleven het land.
Mystieke band
Wie aandachtig door het landschap loopt en met alle zintuigen probeert de omringende kosmos te vatten, voelt zich gedragen door die immense grootsheid van alles wat hem ver of nabij omringt. In de volkomen stilte kan een haast mystieke band groeien tussen wandelaar en land. Helaas, kunnen we slechts trachten die ogenblikken na te streven.
Soms voelen wij die stilte aan als een bedreiging. Vooral als we niet openstaan voor dat immer werkende `vanzelf zo', kan het ontbreken van geluiden angst inboezemen. Denken we maar aan de luttele stonden voor het onweer losbarst: vogels zwijgen, de wind valt, luchten tormenteren geluidloos, niets beweegt tot ... Al gemerkt hoe het kwelen van de vogels verstomt zonder aanleiding blijkbaar, tot hoog in de wolken een roofvogel zichtbaar cirkels trekt of het konijn dat eensklaps schichtig de kop opsteekt om dan in volle vaart te verdwijnen? Angstige ogenblikken van stilte.
Vraag is waarom de mens zoveel lawaai maakt in de breedste zin van het woord. Wat ongerept is, verstoort hij. Als het Neteland in een mysterieuze nevel droomt, weerklinkt ergens wel een stem of roep. Als bij avond de nachtelijke sluiers zich uitspreiden over de lage nevelbeelden hotst en botst het weekendlawaai aan de horizon.
Als poëzie
Geen wezen dat zo de stilte verstoort, maar ook geen wezen dat die stilte zo nodig heeft. De wandelaar in het Neteland moet die ogenblikken koesteren en als een kleinood meenemen in zijn dagelijkse handel en wandel. Hoewel zij waardeloos zijn op de moderne schaal van geld en kapitaal, kunnen zij een investering betekenen in meer welzijn. Ze zijn als poëzie volkomen waardeloos, maar o zo noodzakelijk! Vandaar dat de meest waardevolle dingen niet in menselijke waardenormen te vatten zijn. Ze kennen geen prijs, ze zijn vanzelf zo.
Zoals de dichter Felix Timmermans het schreef:
De stilten weven gobelijnen van gouddraad over 't woud.
Timmermans hield van de stilte en van de Nete Maar diezelfde Fé wist ook:
De kern van alle dingen is stil en eindeloos alleen de dingen zingen, ons lied is kort en broos.
Vergeten we daarbij niet: Felix Timmermans was een verwoed wandelaar, meer nog, hij had de Nete zo lief.
Bio-Barbecue in Hallaar
door Paul Anthonis
ZATERDAG 5 september 2009
LOCATIE: Parochiezaal, Broekstraat te
Hallaar
Vanaf 17.00 uur
VVK: 8 euro (kaarten te verkrijgen bij alle bestuursleden)
KOUDE BIO-SCHOTEL met BROOD of PATATJES
DAARBIJ KIEST U UIT.
SATÉ, WORST, KIPPENFILET, VEGETARISCHE BURGER of HARING
Info en reservaties: Joris Bosmans - 015 24 90 26
of Paul Anthonis - 015 24 89 88 (paul.anthonis@scarlet.be)
Ter plaatse: 10 euro
Kinderen: 5 euro
door Chris Segaert
In de cursus Sprinkhanen wordt ingegaan op soorten, woongebied, voortplanting en leefwijze. In twee praktijklessen gaan we op ontdekking naar de Sprinkhanen in het veld.
Sprinkhanen behoren tot de groep van de rechtvleugelingen met een goed springvermogen. Ze vervellen in verschillende stadia en gaan dan steeds meer op het volwassen insect lijken. Bij het sjirpend geluid, gebruiken de mannetjes hun achterdijen met kleine uitsteeksels, die ze over hun voorvleugeladers schuren.
Buiten het feit dat ze in arme landen met miljoenen zwemen, hele oogsten kunnen vernietigen, zijn ze de laatste tijd ook bekend als voedselbron voor de mens en worden ze bij ons als een delicatesse ontdekt.
Praktisch
Wanneer?
- 11 en 18 september om 20.00 uur: theorie
- 20 en 27 september om 14.00 uur: paktijk, deze worden op theorie medegedeeld.
Waar?
Lokaal Natuurpunt, Leopoldlei 81 te Hallaar
Onkosten?
15 euro voor leden en 20 euro voor niet-leden
Lesgever: Nobby Thijs
Info en inschrijving: Chris Segaert 015 22 01 06
door Paul Anthonis
Met `Weetjes en verhalen over paddenstoelen' organiseert Natuurpunt Educatie een instapcursus over het thema paddenstoelen.
Het accent van deze cursus ligt helemaal niet op indeling en determinatie, maar op eetbaarheid en giftigheid, geneeskracht en sporen van paddenstoelen in onze en andere culturen. Deze invalshoek maakt het mogelijk om de belangrijkste groepen paddenstoelen te leren herkennen.
Wetenschappers hebben ontdekt dat na de dinosauriërs vooral de paddenstoelen over de Aarde regeerden. Nadat een planetoïde 65 miljoen jaar geleden tegen de Aarde botste en een reusachtige stofwolk heel lang de Aarde verduisterde, stierven dieren en planten af. Maar de paddestoelen die geen licht nodig hebben, bloeiden als nooit tevoren.
De meeste zwammen leven ten koste van dode planten en dieren (saprofyten). Daardoor spelen zij de rol van opruimers in de natuur. Dit is heel belangrijk voor de voedselkringloop: wanneer de groene planten groeien, verbruiken zij de mineralen die in de bodem zitten; wanneer zij afsterven, gaan zij als voedsel dienen voor de zwammen die hierbij al dit organisch materiaal omzetten tot minerale zouten, die opnieuw door de planten kunnen worden opgenomen. Naast zwammen vervullen ook bacteriën de rol van opruimer.
Weetjes
• Een aantal paddenstoelen smaken uitstekend en kunnen als voedsel gebruikt worden. Er zijn echter ook giftige soorten, en alleen echte kenners kunnen eetbare van giftige paddenstoelen onderscheiden.
• Sommige zwammen leveren stoffen die bruikbaar zijn in de geneeskunde bv.: penicilline (deze stof is een product van de penseelschimmel).
• In de industrie worden soms schimmels gebruikt, onder andere bij kaasbereiding.
• Vele schimmels zijn ziekteverwerkers. Zowel planten als dieren en mensen kunnen er het slachtoffer van worden.
• Zwammen kunnen allerlei schade veroorzaken, door bederf van eetwaren, door aantasten van hout (stel je voor dat je op een stoel gaat zitten en je valt ineens op de grond omdat het hout rot is!)
• De gisten hebben in ons dagelijks leven een betekenisvolle rol: bij het broodbakken (laten rijzen van het deeg) en bij de bereiding van alcohol.
Praktisch
Woensdagen 2 en 9 september: theorielessen
Locatie: 19.00 uur Sportcentrum Kwade Plas 1, Veerle-Laakdal
Zaterdagen 12 en 19 september: praktijklessen, afspraken op theorielessen Deeinameprijs: 15 euro voor leden en 20 euro voor niet-leden Verplichte inschrijvingen en info: Kris Dries 0495 47 64 29
door Staf Aerts
Is onze zoektocht naar een zinvolle bestemming voor maaisel dat niet geschikt is als veevoeder, op een nieuwe beloftevolle weg?
Al sinds we de eerste perceeltjes maaiden, nu al meer dan 25 jaar geleden, zochten we naar een afzet voor het maaisel dat niet geschikt is als hooi. Het probleem werd samen met de stijging van de beheerde oppervlakte van jaar tot jaar groter.
In de eerste plaats probeerden we zo veel mogelijk graslanden te hooien. Het maaisel van de natte en ruige percelen is echter niet geschikt als hooi. Het maaisel werd dan maar opgeslagen op de minst schadelijke plaats, waar het langzaam composteerde. Het verteerde materiaal zouden we dan na enkele jaren op een akker kunnen brengen om in te ploegen. Een erg omslachtige bedoening en niet helemaal in overeenstemming met de milieuwetgeving en het mestdecreet.
Na verschillende mogelijkheden onderzocht te hebben, leken de enige valabele oplossingen: verbranden met warmterecuperatie en vergisten in een biogasinstallatie.
Voorbeelden van ORC-verbrandingsinstallaties (ORC: Organic Rankine Cycle) van grassen zijn er in Oostenrijk. Meerdere landbouwbedrijven produceren er elektriciteit uit de verbranding van grassen. Een landbouwbedrijf in onze afdeling heeft de intentie een ORC-verbrandingsinstallatie op te starten, maar het blijft voorlopig bij plannen. Een belangrijk voordeel van een ORC-verbrandingsinstallatie is dat ze gemakkelijk stilgezet en opnieuw opgestart kan worden. Een vergistinginstallatie daarentegen moet continu werken en de opstart is een langzaam proces.
Wim Laeremans runt een varkensbedrijf in Herselt op de grens met Westmeerbeek en hij heeft in mei 2009 een biogasinstallatie opgestart. Al van bij de bouw van de installatie zijn we in overleg met Wim om de installatie zo in te richten dat er een grote hoeveelheid maaisel in verwerkt kan worden.
Gras en kruiden zijn een uitstekend materiaal om te vergisten in een biogasinstallatie, het materiaal moet
echter vooraf in kleine stukjes gehakt zijn. Indien dit niet gebeurt, vormen er zich proppen die pompen en leidingen kunnen verstoppen. In Turnhout zijn er proeven gedaan met een maïshakselaar die het gras verhakselt nadat het gemaaid is; dit is een erg dure en tijdrovende tussenstap. Wim heeft nu een installatie laten bouwen waar het gras gehakseld wordt juist voordat het in de vergister gebracht wordt. De laatste week van juni werd het hakselsysteem getest.
Bij een eerste proef eind mei heeft de terreinploeg 12 ha verruigde hooilanden met veel distels en biezen gemaaid en afgevoerd. Tot ieders tevredenheid: de percelen zijn proper gemaaid, het maaisel was van goede kwaliteit, de werktijd viel erg mee. Dit maaisel is ingekuild en zal later gehakseld en vergist worden.
Op jaarbasis zal deze vergistinginstallatie 30.000 ton verwerken. Deze 30.000 ton bestaat voor een derde uit mest, een derde uit biologische afvalstoffen en een derde uit landbouwgewassen. De installatie heeft een verwachte elektriciteitsproductie van 9 miljoen kWh of het verbruik van 3000 gezinnen.
We beschouwen 2009 als een proefjaar: alle gegevens over het maaien en de rijtijden worden zorgvuldig bijgehouden en zullen na het maaiseizoen geëvalueerd worden. Maar we zijn er nu al van overtuigd dat dit een flinke stap vooruit zal betekenen voor het natuurbeheer in de regio.
Ook de Koning Boudewijnstichting ondersteunt dit project en laat een studie uitvoeren om de samenwerking van Natuurpunt met de vergistingsinstallatie te optimaliseren.
Biodiversiteit, meer dan woorden
door Staf Aerts
Dit jaar bloeien de Spaanse ruiters, de Breedbladige orchissen, de Klokjesgentianen, de Moeraswolfsklauw en zo veel meer in de Langdonken. In 1982 kocht Natuurpunt de eerste percelen en startten we met de inrichting. We kapten Amerikaanse eik, verwijderden de strooisellaag, en al snel groeiden er de eerste heideplantjes en Zonnedauw. De inrichtingswerken werden jaar na jaar uitgebreid, en telkens werden we blij verrast door de natuur, die steeds in al zijn diversiteit terugkwam.
Hetzelfde verhaal geldt voor tal van andere beheerde natuurgebieden, die allen schatkamers zijn van biodiversiteit. De Netevallei, de Bruggeneindse Goren, de vallei van de Steenkensbeek met het Goor en het Asbroek, de Laakvalleien met het Trichelbroek, de Roost, de Craeywinkel, Averbode Bos & Heide. Indien je deze reservaten niet meerekent, dan zou de balans van de biodiversiteit in Zuiderkempen volledig in het rood slaan.
Dat deze gebieden als natuurreservaten uitgebouwd en beheerd konden worden, is enkel te danken aan de volgehouden inspanning van teams van gemotiveerde en geëngageerde mensen. In het biodiversiteitverhaal kunnen we er niet omheen. De verdere uitbreiding van beheerde natuurgebieden is de meest effectieve en duurzame manier om de biodiversiteit te versterken en te ontwikkelen.
In de toekomst moeten we ook durven opkomen voor meer differentiatie in `natuur', gaande van onze intensiever beheerde natuurreservaten tot grotere natuurcomplexen met wildere en ruigere natuur en extensief beheer.
Nood aan landschappelijke kwaliteit en aandacht voor biodiversiteit in het agrarisch gebied
Het agrarisch gebied bestrijkt 47% van de oppervlakte van Vlaanderen. In dit gebied is er ruimte voor een economisch duurzame landbouw. Maar duurzame landbouw heeft ook een inherente verantwoordelijkheid voor landschappelijke kwaliteit en biodiversiteit. In dit artikel zoomen we hierop in, meer bepaald op de rol en de taak, zoals wij die zien, van de Regionale Landschappen, de bosgroepen, de natuurverenigingen, de landbouwers en iedereen die actief is in het landelijk gebied.
Als we praten over biodiversiteit, over kansen voor een streek, over duurzame landbouw, dan kunnen we niet om de discussie heen hoe in dit belangrijk deel van Vlaanderen gewerkt kan worden aan een landschap waarin naast landbouw ook biodiversiteit en beleving een kans krijgen. En er zijn kansen: kansen voor koppeling van de erosiebestrijdings- en landinrichtingsmaatregelen aan de versterking van biodiversiteit, kansen voor de inzet van de instrumenten van het Europees plattelandsbeleid en van het Europees landbouwbeleid voor diezelfde versterking van biodiversiteit. Pleiten voor Europese middelen heeft maar zin als dit ook resulteert in het behoud en de versterking van de publieke waarden. Kortom: als er nog houtkanten, bermen, bomenrijen, alleenstaande bomen, aarde wegen, zuivere waterlopen zijn in het agrarisch gebied.
We willen zeer duidelijk zijn: we hebben een warm hart voor de landbouw, die kansen moet krijgen voor de toekomst. Maar deze toekomstgerichte landbouw heeft ook zijn verantwoordelijkheid voor het behoud en de ontwikkeling van landschappelijke kwaliteit en van biodiversiteit. We moeten dringend naar een standaard basiskwaliteit voor natuur en landschap in het héle Vlaamse platteland, aangevuld met resultaatsverbintenissen en overeenkomsten voor meer kwetsbare soorten. Concreet bepleiten we dat bij de inzet van de Europese landbouwmiddelen een verschuiving plaatsvindt van de middelen van pijler 1 (directe steun) naar pijler 2 (steun gebonden aan publieke dienstverlening zoals landschap, biodiversiteit, ecosysteemdiensten).
Rol van de gemeentelijke en Vlaamse overheden, de Regionale Landschappen, de bosgroepen, de natuurverenigingen en de landbouwers bij de uitbouw van een genietbaar platteland.
Vooreerst wordt de regio gepromoot als een merk. Maar een streek kan maar zinvol gepromoot worden als er ook inhoud is: er moet wat - en liefst heel veel - te `beleven' vallen. De natuurgebieden in de Zuiderkempen hebben nu al een hoge belevingswaarde en er zijn sterke cultuurhistorische waarden.
De hoge aantallen bezoekers van het Vinne, de Averechten maar ook van de vele kleinere natuurgebieden, bewijzen dat er vraag is naar belevingsnatuur, en in de nabije toekomst zal dat ook in Averbode Bos & Heide niet anders zijn. In de grotere natuurgebieden ontstaan kansen voor wat ruigere natuur met een nog hogere belevingswaarde en met soorten die een breed publiek aanspreken. Pleisterende Visarenden, Nachtzwaluwen, vennen met honderden Libellen zijn daarvan maar enkele voorbeelden. Er zijn kansen voor dergelijke natuurgebieden in de Zuiderkempen. Die grotere natuurgebieden en de netwerken van kleinere, bieden een perspectief om op termijn tot een robuuste natuurinfrastructuur in de Zuiderkempen te komen met populaties van planten en dieren die tegen een stootje kunnen.
Het inrichten en beheren van deze natuurgebieden gebeurt door de overheid en terreinbeherende verenigingen. Uiteraard moeten de natuurgebieden aan bod komen in de promotie van de streek, maar het zou een vergissing zijn zich daar al te exclusief op te richten. De grote uitdaging en de taak liggen immers in de 47% van Vlaanderen dat landbouwgebied is, en in het overige platteland. Daar staat zowel het landschap als de plattelandsnatuur onder enorme druk, en de beleveniswaarde is er dikwijls sterk gedaald. Grote delen van Vlaanderen kunnen intussen nauwelijks nog als landschap worden omschreven. Zeker in regio's zoals de Zuiderkempen met het Merodegebied, waar nog wel kansen zijn voor toplandschappen, moeten de overheid, landbouw, paardenbezitters, jagerij, bosgroepen, kerkfabrieken, privé-eigenaren, natuurverenigingen en recreanten samenwerken om landschappen en de biodiversiteit die ze kunnen herbergen, duurzaam te realiseren en het landschap terug aan te kleden. Mooiere landschappen, waarin veel te beleven valt en waarin alle partijen proberen biodiversiteit binnen hun gewone activiteiten een kans te geven, dat is het doel. Om dat te realiseren is het nodig om met de
landbouw, een essentiële drager van het landschap in de Zuiderkempen - en dat willen we zo houden -, tot een werkend kader van verweving in het agrarisch gebied te komen.
Ons discussiemodel van verweving in een voor efficiënte landbouw ingericht gebied, omvat twee componenten. Vooreerst is er de nood aan een vaste landschaps- en natuurinfrastructuur (een ordegrootte van 7% lijkt daarbij realistisch) die het landschap bepaalt. Te bekijken valt in welke mate individuele landbouwers interesse blijven hebben in deze percelen en of het in publiek domein nemen van die stroken niet meer aangewezen is. Die vaste infrastructuur kan dan worden aangevuld met allerlei effectieve maatregelen die tijdelijk zijn en dus jaarlijks op andere percelen kunnen plaatsvinden. Het principe moet daarbij zijn dat individuele landbouwers zich op vrijwillige basis inschakelen in deze maatregelen, maar dat er op streekniveau wel duidelijke doelstellingen worden gedefinieerd. Voor alle partners in het landelijk gebied ligt hier een ruime taak. Vooreerst zouden we op termijn moeten komen tot streekplannen waarin doelen en de instrumenten om ze te realiseren, worden vastgesteld: hoeveel Veldleeuweriken, Wielewalen, Hoppen ... willen we terug in de Zuiderkempen en welke maatregelen zijn daarvoor nodig? Niet alles is planbaar en de lijst van soorten en habitats waarvoor we doelen en instrumenten kunnen definiëren, is lang: Kerkuil, Steenuil, Boerenzwaluw, Huiszwaluw, Gierzwaluw, Zwarte roodstaart, Geelgors, Patrijs, Havik, Blauwe kiekendief, Kamsalamander, Eikelmuis, enz.
Daarnaast moet worden bepaald wie de verwevingsinfrastructuur van overhoeken, bufferstroken, hagen, houtkanten, bermen aangevuld met tijdelijke maatregelen in het buitengebied zal beheren. Natuur- en landschapsdoelen definiëren mag geen vrijblijvende oefening zijn, en ze tegen de laagste prijs realiseren zal in de toekomst steeds belangrijker worden. De financiering van deze verweving zal in toenemende mate moeten komen uit de verschuiving van de Europese landbouwsubsidies van pijler 1 (directe inkomenssteun) naar pijler 2 (subsidies voor publieke diensten). Hier liggen mogelijkheden voor de agrobeheersgroepen die nu worden opgericht. Zonder twijfel ontstaan er daardoor, naast de op voedselproductie gerichte landbouwbedrijven, kansen voor nieuwe types van plattelandsondernemingen met activiteiten als landschapsbeheer, streekproducten en allerlei recreatieve diensten.
Als alle partners erin slagen om deze doelstellingen samen te realiseren, dan kunnen we in de Zuiderkempen inderdaad uitkijken naar een regio waar het goed is om te wonen, waar de landbouwers de belangrijkste beheerders blijven van het landelijk gebied, waar het herstellen van de biodiversiteit niet bij woorden blijft, maar ook omgezet wordt in daden.
Deel 2: Het Goor-Asbroek door Stefan Janssens
Het Goor-Asbroek is een reservaatgebied dat te catalogeren valt onder de noemer `verborgen schoonheden'. Het gebied wordt soms ook omschreven als de vallei van de Steenkensbeek. Je kunt er in alle rust en stilte wandelen en genieten van natuur en landschap.
Uniek reservaatgebied
Het Goor is een natteheide-relict van 6 hectare, dat geprangd ligt tussen een grote weekendzone. Door deze oncomfortabele ligging is Het Goor een relatief klein gebied. De rijkdom aan planten en dieren is daarentegen groots en uniek. Dit komt onder meer doordat in dit reservaat het opborrelende water kalkrijk is. Kalk, in combinatie met eerder zure zandgrond, geeft bijzonder leefomstandigheden, waar enkel aangepaste, vaak zeldzame planten en dieren kunnen overleven zoals: Klokjesgentiaan, Galigaan, Klein glidkruid en Zonnedauw. Het Asbroek is meer dan één maatje groter en ondertussen uitgegroeid tot een middelgroot natuurgebied van zo'n 80 hectare. De levensader van dit gebied is de Asbroekloop, die stroomafwaarts van naam verandert in Steenkensbeek. Een divers gebied bestaande uit natte beekvalleien met bijhorende wilgenstruwelen en elzenbroeken. Maar je vindt er evengoed oudere eikenbossen.
Vertrekpunten
Er zijn twee vertrekpunten om het Goor-Asbroek te verkennen. Het eerste ligt in Westmeerbeek aan de hoek van de Jozef Michielsstraat en de Goorstraat. (weg van Westmeerbeek naar Herselt) Op de hoek van deze twee straten staat een gewezen eethuis. Een echte parking is er niet, maar je kan er wel enkele auto's kwijt. Aan de muur van het vroegere eethuis hangt een groot informatiebord met de wandelroute van het reservaatgebied.
Een tweede vertrekpunt ligt aan de kerk van Herselt. Hier is wel ruim in parking voorzien, maar je moet wel rekening houden dat er grote werkzaamheden zijn in het dorp van Herselt.
Op stap
Het gebied bestaat overwegend uit droge en goed bewandelbare wandelpaden. Toch zijn er hier en daar drassige onderbrekingen. Ook enkele vlonderpadjes kom je tegen. Zeker in nattere perioden zijn laarzen geen overbodige luxe. In het gebied zijn twee wandellussen en een aantal verbindingswegen.
dan de grotere wandellus van het Asbroek af te stappen. Of beide wandellussen ineens te nemen.
Als je alleen de wandellus van het Asbroek wil afstappen, dan ga je aan het infobord rechtsaf en kies je het smalle wandelpaadje over de beek. Deze wandellus is 4,8 km lang en de moeite meer dan waard. De kans is groot dat je op dit deel van de wandeling geen mens tegenkomt. Je kan dan ten volle genieten van de natuur rondom. En de stilte.
Westmeerbeek
Vertrek je vanuit Westmeerbeek
dan kan dat van aan de kerk of van aan het vroegere eethuis. Hou er wel rekening mee dat je vanaf deze plaatsen al 1,6 km of 0,9 km dient te stappen (en
terug) vooraleer je aan de wandellussen bent.
Aan het begin van de wandellussen staat ook een groot info bord met wandelplan.
Ga je linksaf dan kies je voor de wandellus van Het Goor. Eerst krijg je een ommetje van 0,7 km rond Het Goor en dan nog een traject van 1,6 km + 0,2 km doorheen de weekendzone van Het Goor.
De wandelpaden zijn hier van goede kwaliteit, maar de omgeving is minder interessant. Je kan ook opteren om een ommetje te maken rond Het Goor en
Herselt
Vertrek je in Herselt aan de kerk dan is het 0,8 km stappen tot aan de wandellus van het Asbroek. Je wandelt de lus best af in tegenwijzerzin, omdat de richtingborden zo zijn geplaatst.
Wandeltip
Wil je weten wat er zoal te zien is in het gebied waar je wil gaan wandelen? Op voorhand even kijken op waarnemingen.be, klikken op Overzichten en dan klikken op Gebieden.
In Naam typ je Goor-Asbroek en je krijgt alle recente natuurwaarnemingen voorgeschoteld.
Laakdal, beheersteam was net op tijd
door Vic Van Dyck
Laakdal juni 2009 - Terwijl wij op warme, droge zomerdagen genieten van het vogelgezang, het gefladder van vlinders en libellen, speelt zich iets verderop in alle stilte een ellendig drama af.
In de droogvallende Kleine Laak sterven regelmatig honderden visjes na een verschrikkelijke doodstrijd. Deze vissen en andere waterdieren komen allemaal samen in enkele kleine plasjes terecht, waar ze naarmate het water verder opdroogt, langzaam stikken door water- en zuurstofgebrek.
Het probleem van het telkens weer deels droogvallen van de Kleine Laak ter hoogte van de Ossenbroeken in Laakdal, is al verschillende keren aangekaart. Er wordt door de gemeente en de provincie nagedacht over mogelijke oplossingen, maar voorlopig is er nog niets concreets gebeurd. Begin juni was het dus weer zover. Tot aan de monding van de Klein Broekloop was de Kleine Laak opgedroogd. Op de droge bedding bleven slechts enkele plassen over en het was duidelijk te zien dat hier vele waterdieren in nood verkeerden. Het kleine plasje onder de brug van de Nieuwe baan was werkelijk één wriemelende massa.
Honderden visjes van een vreselijke dood gered
We merkten dat we snel moesten ingrijpen en we hebben in allerijl alles opgeschept. Twee emmers van 20 liter vol met krioelende waterbeestjes, honderden stekelbaarsjes: Driedoornige en ook Tiendoornige stekelbaarsjes, een dertigtal Bermpjes van rond de 10 cm en ook een aantal rivierkreeften, slakken, torren, bloedzuigers enz. Er was echt te weinig tijd om alles nauwkeurig te determineren. Zo snel mogelijk hebben we een deel van de 'slachtoffers' stroomafwaarts de Kleine Laak en ook een deel in de Klein Broekloop weer vrijgelaten. Zoals verwacht was het plasje aan de brug de dag nadien helemaal opgedroogd. We waren dit keer dus op het juiste moment op de juiste plaats. Ondertussen is het opnieuw gaan regenen en komt er weer een beetje water in de beek. Zodra er een droge periode volgt, vrezen we dat dezelfde noodsituatie zich weer kan voordoen. Daarom moeten er dringend, duurzame maatregelen genomen worden. Het is tijd dat er echt werk wordt gemaakt van het beloofde integraal waterbeheer.
Omdat vissen ook belangrijk zijn
Misschien moeten wij,
natuurbeschermers, in de toekomst nog meer rekening gaan houden met het
waterleven en de vispopulaties in het bijzonder, gezien hun belang
vanuit meerdere gezichtspunten. Ze vertegenwoordigen immers een
belangrijk element in het natuurpatrimonium van onze streek en ze vormen
toch een onbetwistbaar onderdeel in de waterecologie.
De cursus over zoetwatervissen die
onlangs werd gegeven, was een goed initiatief, maar er is meer nodig om
onze zwemmende vrienden te beschermen. Of zijn vissen er alleen maar om
ze op een 'baarbaarse mannier aan de haak te slaan'? Die koelheid
tegenover deze diergroep is misschien te verklaren door hun
`ondergedoken' levenswijze. De waterdieren zijn niet zo gemakkelijk te
observeren als bijvoorbeeld vogels, vlinders of libellen. Daardoor komen
gegevens i.v.m. verspreiding van vissen vooral van vangsten en
vissterfte.
Voor het waterleven zou het wellicht
ook beter zijn als de natuurverenigingen een grotere rol zouden kunnen
spelen bij het beheer van openbare waterlopen. Het zou dan tenminste op
een natuurgerichte en landschappelijk verantwoorde wijze gebeuren.
Oproep
Wat de noodsituatie in de Kleine Laak betreft, gaan we in afwachting van een degelijke oplossing de zaak goed in het oog houden en weer snel ingrijpen indien nodig. We willen in het vervolg de waterdieren ook beter inventariseren (wat geen gemakkelijke klus is). Natuurbeschermers die hier willen aan meewerken of die over dit probleem vragen of opmerkingen hebben, zijn van harte welkom.
door Benny Van Dyck
Geen verantwoord natuurbeheer zonder wetenschappelijke basis. Voorbeeld: de Langdonken.
Je kan maaien, kappen, plaggen, afdammen, opstuwen, bekalken, frezen, ploegen, verwijderen, bestrijden, begrazen, nietsdoen ... Het is overduidelijk, natuurbeheer is behoorlijk arbeidsintensief. Je voert een activiteit uit om een bepaalde doelstelling te bereiken. Zo'n doelstelling formuleren is een hele opgave, maar absoluut noodzakelijk. Om te weten wat haalbaar en wenselijk is, is in de eerste plaats `kennis' vereist. Kennis over wat er groeit en bloeit, kennis over wat er kan groeien en bloeien, kennis over mogelijke beheersvormen en hun gevolgen. In de Langdonken mogen we stellen dat we al wat zicht hebben op een en ander: waterhuishouding, plantengemeenschappen, faunagegevens, invloeden van buitenaf, recreatie- en educatieve mogelijkheden.
In het verleden waren er al heel wat onderzoekers op pad in de Langdonken. Andreas Demey van de universiteit van Gent voert momenteel een onderzoek naar het voorkomen van het Heidekartelblad en de Grote ratelaar. Deze `interessante' en in Vlaanderen zeldzaam voorkomende planten kunnen ons heel wat Ieren. In de eerste plaats over de bewuste plant zelf, maar ook over de plantengemeenschappen waarin de twee soorten voorkomen.
Hoe verloopt het onderzoek? Enkele zones waarin Heidekartelblad en Grote ratelaar voorkomen, worden heel nauwkeurig beschreven. Beide planten staan bekend als `halfparasieten', wat betekent dat ze voor een deel van hun levensbehoeften gebruik maken van andere planten. In die zones wordt het proces van groei, bloei en verwelking op de voet gevolgd. Dit onderzoek zal een drietal jaar duren en richt zich zowel op de halfparasiet als op hun gastheer. In een volgend nummer zullen we de resultaten hiervan belichten.
door Jo Van Dessel
Wat ben ik toch een gelukkige conservator. Terwijl ik met enkele behaarde en bejaarde vrienden door Ierland trek, draait de terreinploeg op volle toeren. De zomerplanning in de Bruggeneindse Goren is reeds uitgevoerd.
Vlak voor ons vertrek hadden Katrien & Co al duchtig met de bosmaaier in het rond gezwierd, en de volgende weken werden de 7 ha weiland gemaaid en het maaisel bij wijze van proef afgevoerd naar de vergistingsinstallatie. "Daar werden de 18 opraapwagens goed bevonden," vertelde ploegleider Marc mij trots. "Dat belooft voor de toekomst, want zo zijn we voor het maaibeheer minder afhankelijk van het weer."
Een ander vreugdevol bericht dat ik daar in het Westen mocht ontvangen, kwam van de - schrik niet: 'Dienst bestrijding van watergebonden exoten van de provincie Antwerpen' die mij kond deden dat de vijver verlost was van Parelvederkruid. Tevens werd een deel van de houtopslag op de oever verwijderd. Toen ik terugkwam van mijn studiereis (vit B12 en andere spiritualiën) vond ik mijn reservaatje dan ook in puike conditie terug. Er zijn ondertussen al enkele exemplaren van de Gevlekte orchis aangetroffen en ook Veenpluis werd opgemerkt. Verder vliegt er een macht aan vlinders zoals Bruin zandoogje en Groot dikkopje, Libellen en Waterjuffers. Konijnen springen weg en reepootjes staan scherp afgedrukt in de grond. Levendbarende Hagedissen liggen te zonnen en de roep van de Wielewaal klinkt als muziek in de oren. Buizerd en Sperwer scheren in het rond en zelfs een Kleine bonte specht mocht ik al waarnemen.
Zoals je ziet: het bruist van leven in
de Goren. Voor de rest van de zomer staan er nog wat opruimingswerken op het programma (verwijderen van
betonnen weipalen en verroeste prikkeldraad). In het najaar gaan we dan met de hele ploeg houtkanten
opkuisen en verjongen.
Langs deze weg mijn oprechte dank aan Marc en zijn ploeg voor de vlotte en
prettige samenwerking.
Natuurherstelwerken in Averbode
door Staf Aerts
De natuurherstelwerken in Averbode Bos & Heide zijn opnieuw gestart ...
Op 1 juli gingen de natuurherstelwerken in Averbode Bos & Heide opnieuw van start. Die lagen tijdelijk stil vanwege het broedseizoen. Tijdens de werken worden de eerder opengemaakte zones geplagd. Door de strooisellaag af te schrapen kunnen waardevolle planten beter kiemen. In functie van het beheer worden ook de boomstronken met de grond gelijkgemaakt. Zo kan er later, als dat nodig is, machinaal gemaaid worden. Aannemer Van Raak voert de plagwerken op het grondgebied van de gemeentes Tessenderlo en Laakdal uit; hij begon opnieuw te werken op 1 juli aan de Luikerdreef. Aannemer Wim Van der Zande zal waarschijnlijk op 1 augustus met de plagwerken beginnen in Averbode.
Ook vanaf 1 augustus start de exotenbestrijding opnieuw. Daarbij worden vooral de Amerikaanse eik, Amerikaanse vogelkers en enkele andere agressieve pestsoorten bestreden. Op het grondgebied van Averbode zijn deze werken vorig jaar uitgevoerd, in 2009 is Laakdal en Tessenderlo aan de beurt.
In september zullen de venherstelwerken en allerlei kleinere ingrepen aanbesteed worden, deze werken zullen, als alles volgens plan verloopt, in het voorjaar van 2010 gestart worden.
Voor meer informatie over de werken kan u terecht bij leidend ambtenaar Hoy-Ming To: hov-ming.to(cDvlm.be of 016 31 17 76
... en de Geitenmelker is terug
Vorige zomer werd hij al enkel keren gehoord, maar nu is het zeker, op vier plaatsen in Averbode Bos & Heide woont er een koppel Geitenmelkers of Nachtzwaluwen. De plagwerken worden zo gepland dat de vogels minimaal gestoord worden. We hopen dat ze in alle rust hun jongen kunnen grootbrengen en volgend jaar met nog enkele koppels meer komen broeden op de geplagde percelen.
Ook de Boomleeuweriken zijn terug, en eind juli werden drie op Libellen jagende boomvalken waargenomen.
Zie ook blz. 21 en 22: 'De Geitenmelker terug van ..
door Benny Van Dyck
Voor de Kerkuil is het in de Langdonken heerlijk toeven ... Ondanks het mager muizenjaar.
Het moet wel een 'slecht' muizenjaar zijn. Op heel wat broedplaatsen van de Kerkuil in onze regio is het noppes: heel weinig of geen jongen. We zijn dan ook gelukkig de geboorte van drie kleine muizenvangers in de Langdonken te melden.
Drie gezonde, dikgegeten jonge Kerkuilen is in 'normale' jaren geen uitzondering. Dit jaar is dit echter een
van de uitschieters in positieve zin. Maar ja, de Langdonkenuil zit daar dan ook heerlijk rustig, verkeersveilig, en wellicht leveren onze onbemeste graslanden in de Langdonken flink uit de kluiten gewassen muizenfamilies op.
Voor de Kerkuil is het in de Langdonken heerlijk toeven. En wij vinden dat goed zo!
door Titte, den Grunen Hesteneir
Al vóór de laatste ijstijd leefden er Konijnen in Europa. Tot de kou ze verdreef. Vele millennia later, in de dertiende eeuw, werden de diertjes door de adel vanuit Zuidwest-Europa hierheen gehaald en uitgezet in de duinen en speciale jachtterreinen. De adel schoot op de konijnen voor het bont en het vlees.
Roofdieren werden systematisch uitgeroeid en in de winter kregen de Konijnen voer. Het ging ze voor de wind en ze breidden zich overal uit. Gaandeweg, zo in de achttiende eeuw, verstomde de konijnenliefde. Ze zouden de landbouw schade berokkenen en voor verstuiving en afbraak van de duinen zorgen. Een lange periode van vervolging volgde. Maar ook de aversie sleet en de konijnen kwamen terug. Rond de Tweede Wereldoorlog waren ze weer overal massaal aanwezig.
Virussen
Toen sloeg het noodlot toe. Bij wijze van medisch experiment infecteert een Franse dokter in 1952 op zijn landgoed twee Konijnen met het uiterst besmettelijke `myxomatosevirus'. Het experiment slaagt: de konijnen worden doodziek en in een mum van tijd verspreidt het virus zich over Europa, met dank aan insecten. Vele duizenden konijnen sterven een langzame en pijnlijke dood. De konijnenstand decimeerde! Als gevolg daarvan schoten in een mum van tijd overal in het duin Duindoorn, Meidoorn en andere struiken op, en kale plekjes groeiden dicht met gras. Langzamerhand raakten de dieren immuun en verzwakte het myxomatosevirus. De ziekte is er nu nog steeds, maar ze richt niet meer zo'n slachting aan.
Het konijnenbestand herstelde zich, maar opnieuw slaat een vreselijke ziekte toe: het `viraal haemorhagisch syndroom', kortweg VHS. Dit virus wordt vooral via contact overgebracht en in mindere mate door insecten. Konijnen sterven er heel snel aan. Een overleefde infectie geeft vaak immuniteit, maar elk jaar opnieuw sneuvelt in de zomermaanden een groot aantal jonge konijnen.
VHS is niet de enige schuldige van de konijnenmiserie. Er zijn nu meer roofdieren dan vroeger: meer Vossen, Haviken en buizerds. Bovendien is de vermesting de afgelopen decennia enorm toegenomen. Door de stikstofrijke neerslag groeien grassen razendsnel. Zowel in de duinen als op de hogere zandgronden ontstaan er directe voor konijnen oninneembare gras- en ruigtematten. Aan
de randen van die gebieden zie je nog wel geknabbel, maar het hoge taaie gras en ruigtekruiden zijn voor hen oneetbaar.
Vermesting, ziekten en grote druk van roofdieren hebben een groot effect op de vegetatie. Wat te doen? Inenten tegen VHS is geen optie. De stress die je daarmee veroorzaakt is een te hoge prijs. De ziekte zal jaarlijks slachtoffers blijven eisen. Jagen op allerlei roofdieren lijkt evenmin wenselijk en onhaalbaar. Terugdringen van de bemesting vanuit landbouw en verkeer is natuurlijk nodig, maar duurt lang en is maatschappelijk geen sinecure. Dus moet de leefomgeving en daarmee het voedselaanbod verbeteren. Dat kan door de inzet van grote grazers.
Die dieren grazen de hoge, ruige gewassen af waardoor weer jonge eiwitrijke planten opschieten. En in de open stukken kunnen weer holletjes worden gegraven. Men heeft de indruk dat in de begraasde gebieden het aantal konijnen aan het toenemen is. Jammer genoeg is dit effect door de komst van VHS tenietgedaan. Zelfs als de jacht helemaal stopt en de grote grazers weer grazen, is herstel mogelijk, maar de hogere roofdierenstand en vooral de overbemesting door landbouw en verkeer zitten het konijn permanent in de weg. Onze gewesten zijn voor deze kleine grazer niet meer de lusthof van weleer.
door Titte, den Grunen Hesteneir
Een goed muizenjaar is een jaar waarin vooral uilen en valken profiteren van de overvloed en waarin ze opmerkelijk veel jongen produceren. Wat de beurs is voor de geldtellers, is de muizenstand voor natuurbeschermers. Veel Muizen betekent voorspoed voor allerlei andere dieren, zoals Torenvalken, Wezels, Uilen en Blauwe reigers en andere notoire muizeneters.
De Muis is de biefstuk van de wilde natuur. Vooral opgroeiende dieren worden er groot en sterk van. Is er geen muis, dan wordt het behelpen met wormen, torren, slakken of kikkers. Als de aanvoer goed is, kunnen met name Uilen en Valken veel jongen grootbrengen. Staan de koersen hoog, dan slaagt een kerkuilenpaar er soms in maar liefst drie nesten met jongen op de wereld te zetten. Het stel is soms zo optimistisch dat het derde legsel uit wel acht eieren bestaat en dat het wijfje nog ergens op een andere plek een vierde nest met eieren vult. Een absoluut record in de kerkuilenwereld, waar in goede jaren twee legsels normaal zijn. Dus tijdens een topjaar geldt: veel muizen, grote gezinnen.
Of er meer of minder muis beschikbaar is, wordt voornamelijk bepaald door Veldmuizen. De aantallen van deze soort verschillen van jaar tot jaar enorm. Bij de meeste andere muizen is het bevolkingspeil tamelijk stabiel, kleine piekjes daargelaten bij Bosmuizen en Rosse woelmuizen na zogenaamde mastjaren. Dat zijn de jaren waarin er veel eikels, beukennootjes of hazelnoten zijn. Bij Veldmuizen verloopt de bevolkingstoename volgens een driejarige cyclus. In het eerste jaar zijn er betrekkelijk weinig (biologen noemen dat het daljaar), maar die vermeerderen zich in een razend tempo.
Ga maar na. Het voortplantingsseizoen loopt van maart tot in oktober. In die periode krijgen de wijfjes elke maand, na een zwangerschapje van twintig dagen, drie tot acht jongen. De jongen kunnen al twee weken na hun geboorte bevrucht worden. Dat tikt aan. Aan het einde van het daljaar is de bevolking al aardig op sterkte. Dan komt de winter, de tijd dat de meeste slachtoffers vallen. Een veldmuizenleven duurt gemiddeld niet langer dan een jaar. Maar in het tweede jaar van de cyclus is het bevolkingspeil weer normaal. Het derde jaar wordt het topjaar. Dan kunnen er op elke hectare goed veidmuizenland (een beetje ruig en niet al te aangeharkt) 750 stuks rondlopen. In wegbermen is dat zelfs 1400 per hectare. In Frankrijk zijn er wel eens 48 op elke 100 vierkante meter geteld. Daar zijn dan ook meer ruigtes en overhoekjes dan in agrarisch Nederland en België, waarin elke vierkante meter geld op moet brengen en dus in cultuur is gebracht. In de topjaren koloniseren de Veldmuizen in snel tempo nieuwe stukken land. Die enorme bevolkingspiek klapt daarna in mekaar en dan zit de veldmuizenpopulatie weer in een daljaar.
Braakballen
Soms krijgen wetenschappelijke instituten en natuurverenigingen de opdracht de monitoring van kleine zoogdieren te verzorgen. Hordes vrijwilligers zijn daarmee bezig. Soms zetten ze zogeheten inloopvalletjes, kooitjes met een klapdeurtje, waar een muis wel in, maar niet uit kan. Die valletjes moeten heel frequent worden gecontroleerd, omdat anders de gevangen diertjes van honger omkomen. Een nogal bewerkelijke methode. Braakballen van uilen zijn een betere en makkelijke bron van informatie.
In feite laat je dan het vangwerk door een Uil opknappen. Die heeft zijn vaste jachtterrein en zijn vaste stek waar hij zijn dagelijkse braakbal uitkotst. Uilen slikken namelijk hun prooien heel door. Alles waar hun maag geen raad mee weet - haren, keverschildjes, schedeltjes en botjes - komt verpakt in een grijze, gladde bal naar buiten. Een onderzoeker hoeft dus maar zo'n bal te ontleden om te weten wat de uil zoal heeft gevangen. Natuurlijk moet je wel verstand van muizenschedeltjes hebben, en dat vergt nog een hele studie.
Wat uit braakballen tevoorschijn komt, weerspiegelt wat er in het terrein rondloopt. De dal- en topjaren van de veldmuizen zijn er makkelijk uit te lezen. Er zitten niet bij toeval veel veldmuizenschedeltjes in. Om een of andere reden genieten zij de voorkeur bij veel muizenjagers. Waarschijnlijk zijn zij ook makkelijker te vangen dan soorten die meer in het verborgene leven.
Veldmuizenboulevards
Op een topjaar volgt dikwijls een dieptepunt. Slecht nieuws voor Torenvalken en Uilen, die het toch voornamelijk van muis moeten hebben. Een dubbel slecht nieuws voor Steenuiltjes: zij zijn nu aangewezen op regenwormen. Uilen en Valken hebben gauw in de gaten dat het niet goed zit met hun voornaamste voedselbron en zetten automatisch de tering naar de nering. Een uilenvrouwtje zal bij het ontbreken van veldmuizen een minder goede conditie opbouwen voor het leggen van veel eieren. Ook het gezin wordt klein gehouden door het verminderde voedselaanbod. De kleinste kuikens uit het nest worden het kind van de rekening. Bij het verdelen van de aangevoerde muizen grijpen zij er voortdurend naast. Ze gaan als mislukkingen overboord, of worden in het beste geval door de grotere broers en zussen opgegeten. Voor de muizen betekent dit dat er komende winter en het jaar daarna minder jonge Valken en Uilen zullen zijn om op te jagen, zodat ze ook weer de kans krijgen de populatie aan te sterken.
Maar zo simpel laat de driejaarlijkse cyclus bij Veldmuizen zich niet verklaren. Want waarom dit alleen bij veldmuizen gebeurt, weet niemand. Men vermoedt dat het iets te maken heeft met hun levenswijze. Ze zijn nogal sociaal. Vaak leven ze in koloniën, bijna holletje naast holletje, onderling verbonden door looppaadjes, de zogenaamde veldmuizenboulevards. Waar die elkaar kruisen, vind je pleintjes waar de dieren elkaar ontmoeten en besnuffelen voordat ze hun weg vervolgen. Ze zijn het meest actief in de schemering en de nacht. Om de twee uur komen ze bijna allemaal tegelijk tevoorschijn. Waarschijnlijk voelen ze zich veiliger tussen vele soortgenoten. De doorgewinterde muizenjagers kennen die tweeuurcyclus en verschijnen precies op tijd om hun slag te slaan.
Daarmee is het raadsel van de dal- en piekjaren echter nog niet verklaard. Wel is gebleken dat de grafieken de laatste vijftig jaren minder hoge pieken vertonen. In die tijd is de landbouw nogal veranderd en vooral gemechaniseerd. Vóór de jaren vijftig was er in sommige jaren sprake van veldmuizenplagen. Daar horen we nooit meer iets van. Laat ons hopen op een goed muizenjaar.
door Herman Berghmans
BIJZONDERE WAARNEMINGEN IN ONZE REGIO: maart-mei 2009
VOGELS
De hele periode verbleef een koppel Futen op het Trichelbroek in Eindhout, dat vanaf 20/5 vergezeld werd van een jong (BEH, VEL, VDV, VKJ). Hun kleiner neefje, de Dodaars, was hier aanwezig tot mistens 6/4 met maximaal 2 (VEL, BEH). Voorts kwam deze soort waarschijnlijk tot broeden in 't Hoeves in Vorst met o.a. 2 hinnikers op 22/3 (LEK). Van de Aalscholvers pleisterden er maxima van 52 op 22/3 (SCD), 37 op 6/4 (BEH) en 7 op 14/5 (VEL) in het Trichelbroek. Van de Blauwe reiger telden we in de kolonie van de aldaar 31 bezette nesten op 10/5 (BEH). Een Grote zilverreiger pleisterde hier op 23/3 (VBH) en op 29/3 (WEK), terwijl er op 14/5 eentje zuidwaarts overvloog (VDV). De eerste vier Ooievaars trokken oostwaarts over Tongerlo op 17/3 (SPK). Van 21 op 22/3 overnachtten er 10 in het Aartsbroek in Veerle (VDG, VDV). Op 20/3 cirkelde er eentje boven het Trichelbroek (VKJ) en er pleisterde hier een exemplaar op 12/4 (VEL). Ten slotte meldde ALG nog een rustend exemplaar in de Heidestraat in Oevel op 20/5. Een Knobbelzwaan pleisterde van 29/3 tot 19/4 in het Trichelbroek (BEH, WEK, ALG, VEL).
Canadese ganzen zijn niet meer weg te slaan uit onze regio. Vanuit alle hoeken komen meldingen van broedgevallen. Nog tot 26 Brandganzen verbleven in Varendonk op 11/3 (VEL), terwijl in Trichelbroek ondertussen ook het eerste broedgeval van deze soort werd vastgesteld (VDV). Drie Bergeenden vlogen zuidwaarts over Tongerlo op 13/5 (SPK). Mandarijneenden werden dan weer op enkele plaatsen gespot: op 20/3 1 mannetje in het Trichelbroek (VKJ), op 4/4 2 in het Eindhoutbroek en op 11/5 langs de Grote Laak te Klein Vorst (BEH). Op 5/3 zwom een mannetje Carolina-eend nabij de abdij van Tongerlo (VKJ), op 5/4 eentje in Varendonk (BEH) en telkens 2 mannetjes in het Trichelbroek op 24/4 (TIK) en 14/5 (VEL). In het Trichelbroek verbleven maximaal nog 20 Krakeenden op 15 en 18/3 met ook op 30/5 nog een koppel (VEL).
De soort komt hier dus bijna zeker tot broeden. Een zeer zeker broedgeval was er in de Moerbeemden in Heist-op-den-Berg. Hier fotografeerde VWG een koppel met 8 kleine kuikens op de Nete op 22 en 23 mei. Voorts waren er waarnemingen in Heultje (VDHD), in de Roost in Veerle, de Craeywinckel en 't Hoeves in Vorst (VDV, BEH, LEK). 13 (7 mannetjes en 6 vrouwtjes) Smienten zwommen dan weer rond op het Trichelbroek op 5/4 en de dag daarop nog alleen 1 mannetje (BEH). Wintertalingen werden genoteerd in het Trichelbroek met als maximum 25 op 11/3 en als laatste waarneming nog 4 op 12/4 (BEH, VEL). Verder nog 2 op 't Hoeves te Vorst op 22/3 (LEK). Een eerste mannetje Zomertaling verscheen op de vijver van Trichelbroek op 20/3 en een laatste werd opgemerkt op 10/4. Er verbleven in die periode maximum 3 mannetjes en 2 vrouwtjes aldaar op 29/3 (VKJ, BEH,VEL, WEK, VBH). Er verbleef van deze soort ook een 1 mannetje in de Langdonken te Herselt op 5/4 (VRK).
Er was slechts één waarneming van Pijlstaart, m.n. 1 vrouwtje op een weideplas in Heultje op 18/3 (VDHD). Slobeenden lieten zich weer geregeld bekijken in het Trichelbroek met maximaal 26 op 30/3 en 2 mannetjes als laatste op 15/4 (TIK, BEH, VAL, ALG, VEL, VBH, SCD, STJ, PLD, WEK). Tafeleenden zwommen hier rond tot 10/4 met als maximum 17 op 8/3 (BEH, VKJ, ALG, VEL). Kuifeenden doken kopje onder in het Trichelbroek met 18 als hoogste aantal op 15/4 (TIK). Van deze soort waren er ook waarnemingen in de Roost in Veerle op 7/3 (2) (BEH), in de Kwarekken te Westerlo maximum 11 op 29/3 (WEK), in de Netevallei te Hallaar op 1/4 (2) (VWG) en in Varendonk op 5/4 (5) (BEH). Een laat koppeltje Grote zaagbek zwom nog rond op de Nete in Hallaar op 7/3 (VSL).
De eerste Wespendief van dit voorjaar werd opgemerkt op 15/5 in Varendonk (SPK). Verder telkens 1 op 16/5 in Varenbroek (BEH), Trichelbroek (PLD) en Schriek (NAE). Op 22/5 vloog er dan weer telkens 1 over Houtvenne en Booischot (DAG), op 24/5 over de Langdonken (LAE) en op 25/5 een pleisterend exemplaar in het Trichelbroek (VEL). De wouwen waren present met een Zwarte wouw op 28/5 over de Paardsbossen in Veerle (BEH) en een Rode wouw over het Trichelbroek op 23/3 (VBH, SCJ). Er werd geen enkele kiekendief gemeld. De eerste Boomvalk van dit jaar zoefde over Eindhoutberg op 13/4 (LEK). Vooral in Averbode Heide (deel Tessenderlo) gaven ze daarna een echte show in hun jacht op duizenden aanwezige libellen (VKJ, PLD, BEH, VEDJ, DRK, VLA, DAR). Op 23/5 werd er ook in het Trichelbroek nog een vogel gespot door STJ en PLD. De Slechtvalk was opnieuw present in zijn nestkast bij BP in Eindhout.
Op 29/4 ringde BEH hier 3 jongen.
Patrijzen blijven zeldzame verschijningen met waarnemingen van telkens 2 vogels op 15/4 in Heultje (VDJ), op 1/5 in de Busschotten in Veerle (VDV), op 13/5 in Tongerlo (VEL), op 24/5 in de Netevallei in Hallaar ( HEW) en ten slotte op 30/5 in de Peirenstraat in Veerle (VWL, BEH). Bij de Meerkoet is er een duidelijke invloed waarneembaar van de voorbije strenge winter met slechts maximaal 20 in het Trichelbroek op 15/3 (VEL) en 10/4 (BEH). Kraanvogels vlogen met 80 over Averbode Heide op 1/3 (VMF) en 2 over Schriek op 10/3 (DEB).
Scholeksters werden gemeld op heel wat verschillende plaatsen met als opmerkelijkste waarneming een broedgeval op het platte dak van de meubelzaak Peeters-Van Leeuw in Veerle. BEH ringde hier 2 jongen op 22/5. Er verbleven nog 2 Bokjes op de Paardsbossen te Veerle op 15/3 (BEH). Hier waren ook nog telkens 1 Watersnip op 7 en 15/3 (BEH). DRK zag van deze soort er ook 2 in het Goor te Westmeerbeek op 2/4 en in het Trichelbroek waren er nog maximaal 8 op 15 en 18/3 (STJ, VEL). Het laatste exemplaar werd hier gezien op 27/4.
Houtsnippen werden baltsend waargenomen in Varendonk, in het Trichelbroek, de Ossenbroeken en Swinnebroeken, in Averbode Heide, in de Kwarekken te Westerlo en in het Makelsbroek in Veerle (VDV, BEH, DAR, SPK, SCD e.a.). Wulpen vertoefden in Wiekevorst op 20/3 (3) (JAS), op 8/5 (VDJ), op 10/5 (JAS) en 16/5 (3) (DAG). In Tongerlo werden ze dan weer waargenomen door SPK op 30/3 en door VKJ op 1/4, telkens 2. Een Witgatje werd opgestoten in de Paardsbossen in Veerle op 21/3 (BEH, VEL, STJ) en Oeverlopers lieten zich opmerken langs de Nete in Hallaar op 1/5 (COK), in de Roost in Veerle op 13/5 (3) en op dezelfde dag ten slotte in het Trichelbroek (VDV). Een eenzame Zwartkopmeeuw vloog over Vorst op 2/3 (LEK). Zomertortels gaan nog steeds verder achteruit met slechts 3 waarnemingen, nl. 1 zangpost in de Netevallei in Booischot op 26/4 (VRK), 1 in de Roost te Veerle op 15/5 (SPK) en ten slotte 3 bij elkaar in de Netevallei in Hallaar op 24/5 (HEW).
De eerste Koekoek liet zich horen in het Eindhoutbroek op 8/4 (BEH). Schitterend nieuws is het opnieuw verschijnen van de Nachtzwaluw in Averbode Bos en Heide. Een eerste mannetje werd ronkend gehoord op het deel Tessenderlo op 25/5 en op 29/5 zong een tweede exemplaar op het deel Veerle (BEH, VWL, VEDJ). In juni zou hun aantal zelfs aangroeien tot 4 zangposten verspreid over het hele gebied (BEH, DAR, VDV, THK e.a.). (Zie ook blz. 21: 'De Geitenmelker terug van ...')
IJsvogels komen traag uit hun winterdal te voorschijn met op 22/3 (2) in de Ossenbroeken in Vorst (LEK), op 15 en 19/4 in Varendonk (VDV), op 3/5 in de Roost (BEH), vanaf 16/5 opnieuw in het Trichelbroek (PLD) en op 19/5 ten slotte in het Goor (DRK).
Middelste bonte spechten doen het nog steeds goed in de Zuiderkempen. Tijdens de spechtentocht van 8/3 werden niet minder dan 7 exemplaren waargenomen op 6 locaties in de Goorbeek, Varenbroek en het kasteelpark in Herselt (VKJ, BEH, VDV, BEL e.a.). Verder waren er waarnemingen in de Goorbeek op 5/3 (VKJ), 13/3 (2) (PLD) en 15/3 (2) (ALG, VRK), in Varendonk op 30/5 (VEL), in de Peiëren te Veerle op 15/3 (BEH), in 't Varenbroek in Herselt op 5/3 (VKJ), 8/4 (VKJ, BEH) en 10/4 (VHG) en ten slotte in Averbode Heide op 6/4 (VWW). Van de Kleine bonte specht waren er meldingen vanuit het Tricheibroek op 7/3 (BEH), 15/3 (2) (VEL), 20/3 (VKJ) en 10/5 (2) (BEH), Varendonk op 18/3 (VEL, STJ), 21/3 (VEL) en 10/5 (BEH), de Langdonken in Herselt op 14/3 (APD), de Kwarekken in Westerlo op 16/3 (VKJ), het Varenbroek in Herselt op 19/3(VLH), op 8/4 (VKJ, BEH), 26/4 en 16/5 (BEH), op de Paardsbossen te Veerle op 21/3 (BEH), in de Oosterbossen te Eindhout op 22/3 (LEK), in 't Schaapwees te Zoerle-Parwijs op 23/3 (VKJ) en in 't Makelsbroek in Veerle ten slotte op 12/4 (2) (BEH). Zwarte spechten werden dan opnieuw talrijker waargenomen. Deze grootste specht werd gezien in de Netevallei in Booischot (VDJ), in Oosterwijk (VKJ), in Averbode Heide (DAR, VLA, VLH, BEH, VWW, e.a.), Schriek (DEB), Varendonk (VDV, BEH), Trichelbroek (VDV, VBH, VEL) Eindhoutberg (BEH), de Beeltjens in Westerlo (SPK), in het Varenbroek in Herselt (VKJ, BEH), het Goor in Westmeerbeek (DRK), de Ossenbroeken te Eindhout (BEH) en in 't Schaapwees (VKJ).
Niet minder dan 68 Boomleeuweriken trokken over Averbode Heide op 1/3 (VMF). Van deze soort waren er hier minimaal 2 zangposten vanaf ongeveer half maart (VMF, BEH, VLH, DAR). Op 21/5 (DAR) en 22/5 (VLA) werden hier telkens 5 exemplaren gezien, mogelijk uitgevlogen jongen en dus zekere broedgevallen. Van hun ooit zo algemeen familielid de Veldleeuwerik was er slechts 1 zangpost in Wiekevorst op 12/4 (VKJ) en 16/5 (DAG). De eerste 2 Boerenzwaluwen vlogen over de Kwarekken in Westerlo op 17/3 (VKJ) en de eerste Huiszwaluwen over Wiekevorst op 12/4 (VWG). Nog maximaal 23 Waterpiepers verbleven op de Paardsbossen in Veerle op 7/3 (BEH) terwijl de vier laatste van dit
voorjaar werden opgemerkt in het Trichelbroek op 5/4 (BEH). Grote gele kwikken werden weerom gemeld als broedvogel vanuit verschillende plaatsen (bruggen) langs de Grote Nete (JAS, VDJ, SPK, DRK, HEW). Een Rouwkwikstaart liet zich opmerken in het Trichelbroek op 16/4 (VEL).
Nachtegalen deden het dit voorjaar opnieuw beter met o.a. 6 zangposten in de Ossen- en Swinnebroeken te Vorst (LEK, BEH, VDV). Blauwborsten werden alleen nog gemeld vanuit het Trichelbroek (BEH, VEL e.a.) en Averbode Heide (BEH).
Doortrekkende Paapjes kwamen voor de lens in Itegem op 21/4 en de Moerbeemden in Hallaar op 1/5 (VWG). Tapuiten pleisterden met 2 in het Huisbroek in Eindhout op 3/5 (BEH, VEDJ), op dezelfde dag een mannetje te Ramsel (DAG, BOJ) en op 9/5 1 in het Hooilaar eveneens te Ramsel (AEK). Een mannetje Beflijster op 6/4 en een vrouwtje op19/4 verbleven in het Trichelbroek (BEH). Hier vertoefden op 11/3 ook nog 150 Kramsvogels (VEL, STJ). Opvallend waren dit voorjaar de grote aantallen pleisterende Koperwieken in de regio. Zij deden zich vooral te goed aan de talrijke bessen op klimop. Zo o.a. 125 in het Trichelbroek op 18/3 (STJ) en 150 in de Ossenbroeken in Vorst op 22/3 (LEK). Zingende Sprinkhaanzangers werden gemeld uit Averbode Heide (VLH, VLA, BEH, DAR), uit het Trichelbroek (VDV, BEH) en de Goren in Hulshout (VDJ). Van de Fluiter was er dit voorjaar maar één tijdelijke zangpost in het Varenbroek te Herselt op 16/5 (BEH).
Grauwe vliegenvangers werden dan weer duidelijk meer waargenomen. Er waren meldingen uit Varendonk (BEH, PLD), Averbode Heide (BEH), Schaapwees (VKJ) en Langdonken (VKJ, BEH). In het Trichelbroek bouwde zelfs een paartje een nest in de vogelkijkhut (PLD, HEP). Van de Bonte vliegenvanger was er broedgeval in een boomholte in Averbode Heide (PLD, DAR e.a.), terwijl er eind mei in Varendonk van deze soort zelfs drie zangposten waren (BEH, CRA). Traditiegetrouw werden de Roekenkolonies geteld met volgende locaties en aantallen: EindhoutHam (29), Tongerlo-Moestoemaat (11), TongerloZandvoort (52), Tongerlo-Oevelsedreef (13), Tongerloabdij (4), ltegem-Netevallei (43), Hallaar-Hollestraat (36) en Booischot-De Lichten (29) (BEH, BOJ, JAS, WOW).
We eindigen met nog enkele waarnemingen van onze zaadetende zangvogels. Op 1/3 trokken in totaal 21 Putters over Averbode Heide (VMF). Op 2 en 5/3 was er van deze soort een zangpost op het Wijngaardbos in Veerle (BEH) en op 12/4 in Wiekevorst (VKJ). Voorts werd telkens 1 exemplaar opgemerkt in de Peiëren in Veerle op 15/4 (BEH) en in de Langdonken op 19/4 (VDJ). Niet minder dan 20 Kneuen vertoefden in Wiekevorst op 12/4 (VWG), 1 vloog over Vorst op 29/3 (LEK) en 1 over de Zoggestraat in Westerlo op 24/4 (STJ). Een late Grote barmsijs werd nog gezien te Varendonk op 6/4 (BEH). Kruisbekken vertoefden de hele periode in Averbode Heide (VMF, DAR, PLD, VWW, VLA, BEH) met een maximum van 19 op 8/3 (DAR). Deze soort werd ook nog gemeld uit Varendonk op 7/3 (2) (BEH) en Truchelven in Oosterwijk op 9/5 (20) (VKJ). Een mooi mannetje Goudvink liet zich bewonderen in een tuin te Hallaar van 3 tot 5/4 (VWG) en een koppel in Averbode Heide op 7/4 (BEH). Appelvinken ten slotte werden na hun talrijke aanwezigheid in de winter nog opgemerkt in de tuin van VDV in Veerle tot 9/3. Op 6/3 ringde BEH nog drie exemplaren in zijn tuin eveneens in Veerle. Op 7/4 tenslotte werden ze nog waargenomen op drie plaatsen in Averbode Heide (BEH).
In het voorjaar van 2006 werden door de vogelwerkgroep van Natuurpunt Grote Nete 18 nestkasten voor gierzwaluwen opgehangen in het Centrum van Eindhout, meer bepaald 13 kasten aan de oostzijde van het voormalige gemeentehuis en 5 aan de oostzijde van de kerk aldaar. Er werd voor deze locatie gekozen omdat er reeds jaren een kleine kolonie op deze plaats was gevestigd. De nestkasten werden betaald door de Laakdalse milieuraad. Het eerste jaar werden al enkele nestkasten door gierzwaluwen bezocht, maar het kwam alsnog niet tot een geslaagd broedgeval. In 2007 was het wel prijs met 1 bezette nestkast aan 't gemeentehuis en 3 aan de kerkgevel. Zij brachten 3, 2 x 2 en 1 jongen groot. In 2008 hadden we hetzelfde resultaat met 2 x 2 en 2 x 1 jongen in de kasten.
Op 28 juni II. controleerden Ludo en Herman de nestkasten opnieuw. Aan het gemeentehuis waren nu 3/13 nestkasten succesvol met 2 x 3 en 1 x 1 jongen en aan de kerk 4/5 nestkasten succesvol met 2 x 3 en 2 x 2 jongen. In de 5° nestkast lagen kapotte eieren. Er waren dus al minimaal 8 broedgevallen waarvan 7 geslaagd. Dit is een toename van 100 % t.o.v. de voorgaande jaren en mag dus als een enorm succes worden beschouwd. Wij willen bij deze de Laakdalse milieuraad, de gemeente Laakdal en de kerkfabriek van Eindhout in naam van gierzwaluwen van harte danken voor hun medewerking. Iedereen geniet ondertussen van de gierende gierzwaluwen boven het dorp van Eindhout.
Op 20 juni II. kon Herman op het Wijngaardbos in Veerle een eerstejaars Grote bonte specht ringen. Het gaat om een beest met duidelijk partieel albinisme, d.w.z. dat een aantal van zijn normale veren wit zijn. Bij deze bonte specht gaat het om de meerderheid van zijn arm- en handdekveren, alsook om een deel van zijn hand- en armpennen. Eigenaardig is wel dat een aantal nieuwe geruide veren (jonge spechten ruien reeds in hun eerste jaar) wel de normale kleuren (zwart met witte stippen) schijnen te krijgen. Mogelijk is dit verschijnsel van witte veren dan ook maar een tijdelijk fenomeen. De Witvleugelspecht vliegt dus met een ring rond. Hopelijk wordt hij vroeg of laat hier in de omgeving hervangen, zodat met zekerheid kan worden vastgesteld dat deze vogel na de eerste rui volledig normaal gekleurd wordt. Met dank aan Dieder Plu voor het maken van de foto's.
Er vielen weer heel wat verkeersslachtoffers onder onze marterachtigen met o.a. gesneuvelde Bunzings op 12/3 langs de Langendijk te Vorst (BEH), op 14/3 langs de Heistseweg in Booischot (VDK), op 18/3 langs Haanven in Varendonk (BEH), op 2/4 langs Geneinde In Tongerlo (SPK), op 4/4 langs de Nieuwe Baan in Vorst (BEH), op 16/4 langs de Blaubergsesteenweg in Herselt (VKJ), op 7/5 langs de Olenseweg te Oosterwijk (VKJ, BEH) en op 13/5 langs de Eindhoutseweg in Veerle (SCD, BEH). Een levend exemplaar was op 10/5 al snuffelend op wandel in Varendonk (BEH). Steenmarters sneuvelden o.a. langs de Herseltsebaan in Averbode op 9/3 (DAR, BEH) en langs de Bosstraat in Tongerlo op 13/4 (VKJ). Een Wezel liet zich tweemaal opmerken in de Moerbeemden in Hallaar, m.n. op 3 en 22/5 (VWG). Vossen werden dan weer waargenomen in de Beeltjes in Westerlo op 2/4 (SPK) en in Averbode Heide op 3/4 (DAR). Een volwassen Beverrat werd opgemerkt langs de Nete in 't Riet in Westerlo op 8/3 (VDV, THK, VKJ, BEH) en een (ontsnapt) vrouwtje Damhert langs de Aarschotsesteenweg in Herselt op 29/4 (SPK).
In Averbode Heide in Veerle vond DAR op 3/4 een Levendbarende hagedis en op 1/5 een Hazelworm. Een waarschijnlijke Roodwangschildpad nam DRK waar in het Goor te Westmeerbeek op 13/5. Er werd stilletjes gehoopt dat de voorbije strenge winter nefast zou zijn geweest voor de Brulkikkers. Niks is minder waar, in de Roost in Veerle loeiden ze er opnieuw duchtig op los.
Met dank aan volqende waarnemers:
AEK-Aerts Kamiel, ALG-Alaerts Gery, APD-Appels Diane, BEH-Berghmans Herman, BEL-Berghmans Louis, BOJ-Bosmans Joris, CRA-Cristael André, COKCoeckelbergs Karen, DAG-Daems Geert, DEB-Derden Bart, DAR-Daems Ronny, DRK-Dries Kris, DSS-de Saeger Steven, GOB-Govaere Bart, HEP-Helsen Paul, HEW-Heylen Wim, LAE-Lavreys Eddie, NAE-Nagels Eddy, PLD-Plu Dieder, SCD-Schoofs Danielle, SCJSchrey Jan, SPK-Sprengers Kristof, THK-Thys Kristina, TIK-Thijs Koen, VAL-Van de Laer André, VBH-Van Bosstraeten Herman, VDG-Van Dingenen Geert, VDHD-Van Den Heuvel Dieter, VDHG-Van Den Heuvel Geert, VDJ-Van Dessel Jo, VDM-Van de Meutter Frank, VDV-Van Dyck Vic, VEDJ-Verdonck Jan, VEL-Vanermen Lucas, VHG-Van Hove Guy, VKJVan Kerckhoven Jos, VLA-Van de Laer André, VLHVan de Laer Harry, VMF-Van de Meutter Frank, VRKVan Roey Karel, VSL-Verstrepen Louis, VWG-Van den Wyngaert Guido, VWL-Verwimp Ludo, VWWVanwesemael Willy, WEK-Weemaes Kris, WOWWouters Wilfried.
Bijzondere waarnemingen in onze regio tijdens de periode juni-augustus 2009 worden liefst voor 10 september 2009 doorgegeven aan Herman Berghmans of ingevuld op waarnemingen.be.
door Manu Vlaeyens
De Geitenmelker is terug van
weggeweest! En wel op het areaal van onze eigen afdeling, namelijk in
Veerle-Heide.
Een verhaal over Sylvain Wuyts, de
Beatles, de Stones, de Byrds ... en de Nachtzwaluw.
"Geitenmelker", hoor ik u in uw baard brommen, "wat is dat nu alweer?" Wel, heel lang geleden, in de tijd toen de dieren nog spraken en wijzelf nog jong waren, was de geitenmelker bekend als een wat raar beest dat 's nachts over de heide vloog en daar schapen en geiten ging melken. Dat laatste alleen maar van horen zeggen, want veel heide was er toen ook al niet meer, en daar liepen al zeker geen geiten of schapen op rond. Ook van horen zeggen wisten wij dat ze in onze streken nog in Bouwel en in Lichtaart te vinden waren. Maar als echt zelf beleefde ervaring uit onze vroege jeugd (de Beatles bestonden toen nog maar net en hadden al heel zeker nog geen lang haar) herinneren wij ons alleen maar een avondlijke waarneming ergens in Koersel. Het is te zeggen, iedereen die daar met de KSA van Olen op kamp was, zag hem in de verte vliegen over die duinrug, en om niet uit de toon te vallen, hebben wij hem toen ook maar gezien.
De wereld verbeteren
Vele jaren later, toen er al mannen met véél langer haar dan hogervernoemde Beatles waren, zaten wij in ons stamcafé in Achter-Olen alweer zoals gewoonlijk aan den toog de wereld te verbeteren. Omdat ons stamcafé indertijd, samen met de Barakuda in Mol, het enige café in de hele Kempen was waar men aan den toog tenminste deftig de wereld kon verbeteren, trok dat nogal wat volk aan van redelijk ver in de omtrek, zelfs van nog voorbij Itegem. Een van die mannen bleek een acceptabel sujet te zijn, ondanks het laakbare feit dat hij dus niet van Olen was en daarbovenop nog eens Wuyts heette ook. Sylvain Wuyts, om volledig te zijn. Maar hij had dus ook heel wat positieve punten: behalve dat hij terecht een duidelijke voorkeur aan de dag legde voor de Stones boven hogervermelde Beatles, bleek hij ook wel enigszins met onze andere, ondertussen bijna vergeten, liefhebberij van `vogels kijken' bezig te zijn. Nog bijlange niet zo intensief als nog eens jaren later, toen hij de drijvende kracht van de Heistse natuurvereniging bleek geworden te zijn, maar toch. En zo kwamen wij al wereldverbeterend van de Stones via de Byrds ook wel eens bij Vogels terecht, en besloten wij op een avond, toen wij uitzonderlijk eens geen héél grote dorst hadden, om ons met ons gevijven in mijn
Ondanks het feit dat Sylvain
Wuyts niet van Olen was, had hij
ook heel wat positieve punten:
behalve dat hij terecht een
duidelijke voorkeur aan de dag
legde voor de Stones boven
hogervermelde Beatles, bleek hij
ook wel enigszins met onze
andere, ondertussen bijna
vergeten, liefhebberij van' vogels
kijken' bezig te zijn.
Fiat te wurmen om de Nachtzwaluwen in Lichtaart te gaan bekijken die Sylvain daar wist zitten. Wij wisten ondertussen zelf ook dat de Geitenmelker uit onze kinderjaren onder Hollandse druk omgedoopt geworden was tot Nachtzwaluw. Kortom, dat werd dus onze eerste écht glasheldere (alhoewel ...) waarneming van de Nachtzwaluw.
Nachtzwaluw
Het verhaal van de Nachtzwaluw in Vlaanderen in het algemeen en in de Antwerpse Kempen in het bijzonder, het is dus lang maar droevig geweest. Nachtzwaluwen leven doorgaans op droge en open terreinen. Ze bouwen hun nest op de grond, maar wel in de buurt van een boom die kan dienen als schuil- en zangplaats. Bovendien houdt zich in die bomen een flink deel van het voedsel op, dat bestaat uit grote insecten (vooral nachtvlinders en kevers, die in de vlucht worden gevangen). Het zijn zomervogels, die de winter doorbrengen in tropisch Afrika.
Bijna uitgestorven in Vlaanderen
Rond het begin van de 20ste eeuw broedden enkele duizenden paren Nachtzwaluwen in ons land, met name op zandgronden. Met het ontginnen van veel van die gronden nam de stand navenant af: rond 1970 waren er minder dan 500 paren in Vlaanderen over. Wij herinneren ons, na ons hoger beschreven esbattement in de vroege jaren zeventig, ook nog latere tochten naar de Nachtzwaluwen in Lichtaart, waar men dan door de tuinen van de ondertussen aldaar neergeplante villaverkaveling diende te sluipen en dat zonder de hond wakker te maken om het laatste koppeltje te horen, maar ook die zijn in de jaren 80 of 90 van vorige eeuw vrolijker oorden gaan opzoeken. Sindsdien werden de laatste bolwerken - op het Hechtelse Pijnven na - ook vrijwel allemaal verlaten.
Over de precieze oorzaken van de afname van de Nachtzwaluw zijn de meningen verdeeld. Met name de vraag of een toename van het aantal natte zomers ermee van doen
heeft, valt nog niet duidelijk te beantwoorden. Zeker is wel, dat de afname van belangrijke prooidieren als mei- en junikevers, het dichtgroeien van veel halfopen heidevelden en de sterk toegenomen recreatiedruk in de overgebleven geschikte broedge
bieden de soort danig parten speelt. Met een aantal gerichte beheersmaatregelen kunnen potentieel geschikte heidegebieden een stuk aantrekkelijker worden voor de Nachtzwaluw.
Doelsoort
En precies daar hebben we de nieuwe aanwezigheid van de Nachtzwaluw in de provincie Antwerpen aan te danken. In het kader van het Natuurinrichtinsproject Averbode Bos & Heide worden namelijk maatregelen genomen die voor de nachtzwaluw bijzonder gunstig
zijn. Nogal logisch, want de nachtzwaluw is een van de doelsoorten van het project. Het gaat dan om het vergroten van de randlengte tussen bos en hei, het scheppen van zandige kale plekken in de hei en het laten staan van enkele bomen in de heidevelden.
Extensieve begrazing is bij uitstek geschikt om de voor de soort gewenste mozaïekstructuur te krijgen. In droge bossen is de aanwezigheid van zandige, open plekken van belang. Precies wat er gebeurt in Averbode Bos & Heide! Verder nog gelezen aanbevelingen betreffen het voorkomen van verstoring: afsluiting van voor de nachtzwaluw belangrijke terreinen in het broedseizoen verdient zeker aanbeveling. In elk geval dienen honden uit de broedgebieden geweerd te worden.
Op hoop van zege
De grote kappingen in Averbode Bos & Heide zijn nu anderhalf jaar oud, en onze belangrijkste doelsoort doet het al uitstekend: er zijn minstens vier en waar
schijnlijk vijf roepende mannetjes te horen in Averbode Bos & Heide. Drie in de buurt van de Bierhoeve (Limburg), één op grondgebied Averbode (Brabant) en dus één in VeerleHeide (Antwerpen). De Antwerpse en Brabantse mannetjes hebben elk
vrouwelijk gezelschap gekregen, voor de Limburgse mannetjes is dat vandaag nog niet bevestigd. Dit snelle succes is waarschijnlijk ook wel te danken aan de aanwezigheid van broedende Nachtzwaluwen aan de nekensweier in Gerhagen, dus op 2 km van de Bierhoeve. Ook daar zijn ze na tien jaar afwezigheid teruggekomen na de grote beheerswerken eind 2003.
Kortom, na een grauw verleden ziet de toekomst er opnieuw wat beter uit in onze streek voor de Geitenmelker. Laten we vooral de al gedane inspanningen voortzetten. Op hoop van zege.
Efteling Anton Pieck Prijs 2009
door Vic Van Dyck
Laakvalleien juni 2009 - Scholieren van Klein Vorst in Laakdal schenken 1250 euro aan het plaatselijk Natuurbeheersteam.
In het voorjaar van 2009 namen de kinderen van het zesde leerjaar van de Vrije Basisschool Meerlaar in Laakdaal deel aan de Efteling Anton Pieck Prijs 2009. De opdracht luidde: schrijf een script en maak een storyboard voor een aflevering van de animatiereeks 'De Sprookjesboom'.
Een dagje Efteling
Meer dan 500 scholen, waaronder vijftig Vlaamse, zonden een script in. In de Vrije Basisschool Meerlaar waren ze dan ook aangenaam verrast toen ze vernamen dat ze bij de tien genomineerde scholen hoorden. Dit was al een mooie beloning, want de kinderen werden uitgenodigd voor een dagje Efteling met alles erop en eraan.
Deze nominatie hield ook in dat op zoek moest worden gegaan naar een natuur- of een milieuvereniging. De school maakte immers ook een kans op een mooie geldprijs. De helft van het bedrag moest in afspraak met de Efteling naar een natuurvereniging gaan.
De hele klas besloot na een spannend debat om het geld (indien ze het wonnen) aan Natuurpunt Laakdal te schenken.
Op 11 mei trokken de oudste leerlingen van de Vrije Basisschool Meerlaar naar de Efteling. Na een prettige ontvangst volgde de prijsuitreiking. Tot hun grote verbazing, maar meer nog tot hun grote vreugde, eindigden de zesdeklassers met het verhaal 'De Zangwedstrijd' op een derde plaats. Die was goed voor 2500 euro.
Tijdens het schoolfeest op 21 juni schonken ze dan ook graag 1250 euro aan de afgevaardigden van Natuurpunt Laakdal.
Natuurpunt is dankbaar voor de steun.
Voor de ogen van een massa getuigen -
ook al was het tijdens de pauze van het schoolfeest - mochten Herman en
Vic als afgevaardigden van Natuurpunt de mooie cheque in ontvangst
nemen.
Wij hebben de leerlingen nog eens
extra proficiat gewenst met hun prijs en ook hartelijk bedankt voor het
geld dat ze op het project '7738 Laakvalleien' lieten storten. We
drukten hen op het hart dat de steun goed van pas zal komen om het
natuurgebied de Swinnebroeken verder uit te bouwen, te beheren en te
beschermen.
Ten slotte hebben we de scholieren en ook het publiek uitgenodigd om eens een bezoek te brengen aan de Swinnebroeken. Dit 'veelbelovende' natuurgebied in hun dorp zal dus in de toekomst met hun steun verder worden uitgebouwd.
Nogmaals bedankt, zesdeklassers van Meerlaar!
door Eddy Naegels
Ondanks het minder goede weer, waren er zondag 26 april toch nog 15 belangstellende natuurliefhebbers opgedaagd voor de Nachtegalentocht in de Netevallei.
De samenkomst was aan Lodijk, om 7 uur. De wandelden ging richting Pallieterhoeve langs de noorderzijde van de Grote Nete. Een prachtig stukje natuur met een grote biodiversiteit.
Meer dan Nachtegalen
Na enkele minuten stappen, hoorden we de eerste Nachtegaal zingen, met melodieuze klanken, die net terug is van een lange vlucht uit het tropische Afrika.
Voorts hadden we nog verschillende zangposten, waaronder die van een Grasmus, Zwartkop, Sprinkhaanzanger, Tjif-tjaf, Fitus, Koekoek enz. Net voor Pallieter vloog een Oeverloper laag over het water.
Op de terugweg van Pallieter naar Lodijk, langs het Molenbeekpad met nog enkele mooie waarnemingen zoals een Kleine bonte specht, Roodborsttapuit, Tuinfluiter, Boompkruiper, Zanglijster, Goudhaan, Vink, Roodborst, Heggemus enz.
Naar het einde toe hadden we nog een halte aan de herdenkingsplaat van Sylvain Wuyts, met nog een paar woorden uitleg over deze grote natuurkenner. En zo kwam er een einde aan de wandeling. Daarna zijn we nog wat gaan napraten in café Looidijk met een frisse pint.
Tot volgend jaar. Theo en Eddy.
Schoolveertiendaagse: geslaagd
door Chris Segaert
De Natuurveertiendaagse voor scholen, deze jaarlijkse ingerichte natuureducatieve activiteit in Hof ter Borght in Westmeerbeek, is voorspoedig verlopen. Van maandag 4 mei tot vrijdag 15 mei hebben we dagelijks tijdens de schooluren de leerlingen ontvangen van het vierde leerjaar basisonderwijs uit de regio Heist, Westerlo, Herselt en Laakdal.
Alles samen hebben er 20 scholen met in het totaal 600 leerlingen deelgenomen. Een twintigtal gidsen hebben 40 groepen begeleid. Alweer een groot succes. En het weer was bijna steeds zonnig en droog.
Vogels in de natuur
Het thema dit jaar ging over de vogels in de natuur. Bij de inleiding waren er posters van dag- en nachtroofvogels, zangvogels en vogels van aan de waterkant. Verder hadden we het ook nog over reptielen, amfibieën, over vissen en naaldbomen. De opdrachten gingen over waterdiertjes vangen en herkennen, het probleem van de vervuiling en hoe zich te gedragen in de natuur. Het stiltespel, waarbij de uil de muis tracht
te vangen, het herkennen van tien vogelgeluiden met afbeeldingen, bodemdiertjes zoeken, camouflage in de natuur, nestkasten voor vogels en het spel van de Reiger, de kikkers en de waterdiertjes. Ook werd de hoogte en ouderdom van een boom gemeten.
De leerlingen kregen een fruitsap en een brochure over vogels voeren en beloeren. De leerkrachten bedachten wij met een vogelposter, een brochure over zwaluwen, een cd met vogelgeluiden en info over het maken van nestkastjes.
Onze dank gaat naar de heer Boeykens, eigenaar van het kasteel en het park en de conciërge Sus Van Lommel, voor de toegang tot hun domein. Tevens vergeten we de onderwijzers en leerlingen niet en in het bijzonder onze gidsen, die de leerlingen een mooie natuur getoond hebben. We vermelden: Nelly, Micheline, Jos, Frangois, Julien, Eddy, Theo, Raf, Annelies, Manu, Louis, Herman, Vic, Carlos, Frans, Tuur, Roger en Guy.
Hopelijk tot volgend jaar.
Zegswijzen over plant en dier
Uit: 'Wat van eksters komt, huppelt graag.' W.P.Postma & E.A.J.Scheepmaker
Onkruid vergaat niet
De Vlaamse dichter Guido Gezelle zegt in een van zijn kleengedichtjes:
Mij spreekt de blomme een tale, Mij is het kruid beleefd, Mij groet het altemale, Dat God geschapen heeft!
Voor hem bestond er vast geen onkruid. Van Dale zegt: onkruid is 'nutteloos of schadelijk kruid, dat vanzelf opschiet op onbebouwde plaatsen of tussen cultuurgewassen'. Over het nutteloos zijn van onkruid zou men kunnen twisten, want juist dat vanzelf opschieten op onbebouwde plaatsen kan heel functioneel zijn in verband met het verstuiven van de grond. Maar dat die spontaan verspreide kruiden in akker, weide en tuin lastig kunnen zijn, daar weet menigeen van mee te spreken.
Onkruid is trouwens een relatief begrip, want terwijl de een alle moeite doet om elke wilde plant als onkruid te weren, poogt de ander juist allerlei onkruiden in zijn tuin te vergaren: de wildeplantentuin is momenteel in.
Maar dankzij het driftig bestrijden van het onkruid door de boeren met allerlei chemische bestrijdingsmiddelen, komen er nu in het wild niet zoveel onkruidsoorten meer voor: er bestaan in Nederland zelfs al enkele natuurmonumenten voor akkeronkruiden. Onkruid blijkt dus wel degelijk te kunnen vergaan.
Het gezegde is erg oud. De oude Romeinen kenden al het spreekwoord: Malam herbam non perire, synoniem met malum vas non fragitur (slecht vaatwerk breekt niet).
In verschillende versies komt de spreekwijze in onze taal voor sinds oude tijden:
Oncruijt bederft niet
Quaet cruyt wast wel
Quaet cruyt vergaet node
Oncruyt en vergaet niet lichtelick
Quaet kruyd zeer haest en lichte groeyt, En werf zeer qualick uytgeroeyt.
Waardoor leek onkruid zo onvergankelijk en onuitroeibaar?
In vele gevallen door de massale zaadproductie - één klaproosplant levert wel 50.000 zaadjes op -, de grote kiemkracht (soms nog na vele jaren) en de gemakkelijke spontane zaadverspreiding. Daarnaast moet de ongeslachtelijke vermenigvuldiging niet worden onderschat. Wortelstokken, uitlopers, kruipende wortelende stengels enzovoort zorgen ervoor dat onkruiden zich haast altijd weten te handhaven; een sterk voorbeeld is zeker wel het zevenblad (Aegopodium podagraria).
Om op de betekenis van dit gezegde terug te komen, onze voorouders wilden ermee aangeven dat nutteloze, minderwaardige of zelfs schadelijke mensen in hun ogen maar bleven leven, terwijl de waardevolle en gewaardeerde mens slechts zo'n kort leven beschoren was.
De schertsende variant is van latere tijd, men gebruikt deze bijvoorbeeld wel aan het bed van een herstellende zieke.
Zoals in vele gevallen geldt ook hier: c'est le ton qui fait la chanson!
Gedichten
Gedichtendag
Gisteren was het gedichtendag
ik schreef dit gedicht en dacht
eigenlijk hoort poëzie
meer bij de nacht
JO
Terugkeer
Dit vlakke land
dit mierennest
dit saksen-coburg wingewest
zwarte land van charleroi
bronzen leeuw van waterloo
slagveld van europa
multiculturele mensenzoo
torens van brugge antwerpen en gent
't is geen man
die zijn oorsprong niet kent
land van mijn vader
groene vallei
't is goed terug te keren
op een zondag in mei
JO
Losse gedachten
Goedgelovigheid wordt vaak misbruikt, zeker wanneer men komt aandraven met allerlei officiële studies, het advies van "kenners" en andere zekerheden.
Zo was er vorig jaar heel wat commotie rond het verdwijnen van het oudste nog levende organisme in onze gemeente, en bij uitbreiding de hele streek.
Onder het mom van ziek, niet meer te redden, verzekering e.a. werd nogal snel komaf gemaakt met de zaak. Een melodramatisch artikeltje in de krant, een gedicht en de rest was geschiedenis. De gevelde reus kon slechts als brandhout dienen.
Niets blijkt echter minder waar te zijn. Na de nodige bewerkingen en op eerder miraculeuze wijze is dit natuurmonument inmiddels aanbeland in een gerenoveerd pand op enkele boogscheuten van het "place delict". En men is daar nog behoorlijk trots op ook.
Een passende naam voor het pand is dan ook snel gevonden: "De (zeer) oude eik"
An daire
door Paul Anthonis
De samenwerking met Pasar Heist heeft weer vruchten afgeworpen.
Op 21 juni kwamen er meer dan 130 wandelaars naar het Natuurpuntlokaal afgezakt om te wandelen naar het plekje dat de Heistenaren uitgeroepen hebben tot mooiste natuurplekje van de gemeente. Natuurlijk lag dit plekje in de groene vallei van de Grote Nete, meer bepaald de Moerbeemden aan de legendarische overzetplaats Pinzieleke.
De vereniging Pasar kreeg met het initiatief van die dag een prijs, waar wij ook trots op mogen zijn. Hun Nederlandse afdeling met de Geo-zoektochten, gaf Pasar Heist de prijs van de originaliteit van Vlaanderen voor de mooie wandelroute en de pure natuur
van de Netevallei. De schoonheid van ons 'mooiste plekje' kunt u bewonderen op de omslagfoto.
terug naar>>
Natuurpunt
afdeling Grote Nete
Laatste aanpassing gebeurde op:
12.11.2009 09:05:42
Info en tips:
webverantwoordelijke