Archief:
Artikels uit het tijdschrift van
Natuurpunt
Grote Nete
Jaargang 8
driemaandelijks tijdschrift
Januari 2009 Nr. 1
Woord vooraf
Is het tij gekeerd?
En hoe moet het verder ?
Stap na stap bouwt Natuurpunt, samen met de Vlaamse overheid en de steun van de gemeentebesturen, een netwerk van natuurgebieden uit in de Zuiderkempen. 25 jaar geleden, toen we het eerste perceeltje kochten in Herselt, durfden we dat niet dromen, maar nu beheert Natuurpunt ruim 700 ha kwaliteitsvolle en toegankelijke natuur in de Zuiderkempen. Van enkele leden in 1982 steeg het ledenaantal in onze afdeling jaar na jaar en zijn er nu 1262 gezinnen lid.
Ook in de maatschappij is verandering zichtbaar.
Bij de vorige gemeenteraadsverkiezingen organiseerden de kranten van de Corelia-groep een enquête, en dit per gemeente. Vrijwel overal gaven 90% van de inwoners aan dat ze de kwaliteit van de leefomgeving een belangrijk beleidsthema vinden. In heel wat gemeenten werd dit thema zelfs als het belangrijkste voor het gemeentelijk beleid beschouwd.
Uiteraard zal iedereen wel zijn eigen beeld hebben van die kwaliteit van de leefomgeving.
Kardinaal Danneels stelt in zijn kerstbrochure “ De mens in zijn tuin” de vraag : “Hoe maken we de natuur opnieuw onze levenspartner?” Europa keurt een klimaatplan goed : tegen 2020 moet de CO2-uitstoot met 20% verminderen.
Danneels stelt zich meer en meer de vraag: wordt het niet hoog tijd dat - nadat we de natuur eerst hebben vereerd als een godin, er hebben van genoten als van het prachtige woud waarin we mogen leven, maar ze hebben beroofd van al haar schatten als mijnbouwers zonder maat - we ons moeten afvragen: hoe maken we van de natuur opnieuw onze levenspartner ?
Het lijken wel de trompetten van de Apocalyps: “Er komen rampen over deze planeet”. De natuur reguleert zichzelf niet meer. Vroeger konden we oogsten en plukken, vissen en rooien naar hartelust, de natuur werd er niet door verontrust. Ons plukken en oogsten vissen en rooien is tot roofbouw geworden. Het water stijgt en het ijs van de polen blijft smelten. Na het zien van Al Gore’s An Inconvenient Truth, brak een tsunami in de geesten los.
Barack Obama zei in een videoboodschap aan de landen-deelnemers van de Europese klimaatconferentie in Poznan het volgende over de klimaatverandering: “De wetenschap staat buiten kijf, uitstel is niet langer een optie, ontkennen is geen aanvaardbaar antwoord.”
Vlaanderen maakt werk van zuiver water. Het openbaar onderzoek over de stroomgebiedbeheerplannen voor Schelde en Maas en het bijhorend maatregelenprogramma zijn in openbaar onderzoek vanaf 16 december 2008.
Tessenderlo Chemie ziet af van zijn voorstel om de zoutlozingen via een pijpleiding naar de Demer in Testelt te sturen en zal een nieuw productieproces voor fosfaten opstarten. De lozing van zout zal met 90% verminderen. De Grote Laak en de Winterbeek zullen geruimd worden en het vervuilde slib langs de oevers zal gesaneerd worden.
Onze doelen
In de Zuiderkempen zal Natuurpunt zich de volgende jaren blijven inzetten voor: Een ‘natuurlijke’ Grote Nete in een vallei waar de ontwikkeling van waardevolle natuur en landschap de belangrijkste doelstelling is en waar zachte recreatie mogelijk is.
Robuuste natuurgebieden die met elkaar verbonden zijn via natuurverbindingen en waar recreatief medegebruik mogelijk blijft.
Een samenwerking tussen landbouw en natuur, waarbij de landbouwgebieden een basisch landschaps-, milieu- en natuurkwaliteit hebben en de landbouwers in natuurgebieden natuurbeheertaken kunnen uitvoeren.
Aan de vele vrijwilligers en aan alle leden van Natuurpunt : we wensen dat jullie in 2009 in alle voorspoed en goede gezondheid zullen kunnen genieten van de natuur en het landschap van de Zuiderkempen. Het blijft onze droom dat we de Watersnip, de Veldleeuwerik en de Klapekster de komende jaren als broedvogels in een van onze natuurgebieden mogen verwelkomen ! We zullen er alleszins alles aan doen om deze droom waar te maken !
Het bestuur van Natuurpunt Afdeling Grote Nete.
Wat roept een boom op? Welke ideeën doet hij ontspruiten aan ons intellect? Welke gevoelens raakt hij aan? Misschien stellen wij ons deze vragen nooit, maar tijdens een landschapswandeling maak je ook een wandeling door je eigen landschap. Inderdaad leert ons iedere stap dat wij maar een kleine stap betekenen in het grote geheel dat ons omspant. Beseffen wij wel voldoende dat wij maar voor heel even in het hier en nu mogen deel uitmaken van dit landschap, dat het er al was eeuwen en meer vóór ons en dat het er nog millennia na ons zal zijn?
De schoonheid van het land raakt ons daar waar de rede stopt. Het waarom zullen we nooit achterhalen. Neem nu een eenvoudige boom. Voor mij ligt de redding van de mens in het overleven van de bomen. Zij geven leven, zij laten leven, zij zijn leven. Bomen tonen ons de weg, ontroeren onze verdwaasde geesten door hun eenvoud en standvastigheid. De boom buigt en barst, maar wijkt niet van zijn plaats. De boom is altijd schoon: als beeldhouwwerk in de winter, als schilderij in de herfst, als vruchtendrager in de zomer, als bloesemwonder in de lente. De boom leert ons vertrouwen – alles komt telkenjare weer – maar ook vergankelijkheid: alle schoonheid verdwijnt jaargetijde na jaargetijde, maar weet, de cirkel draait door …
In vele landschappen bieden boompartijen vaste punten. Ze vallen dan vaak op als ze weggekapt zijn. Je mist daar iets: een wonde in het landschap, maar ook in de geest, en een steek in het hart. Eenzelfde treures aan een herberg kan droefenis oproepen bij een eenzame wandelaar of vreugde bij het jonge paar in zijn koele schaduw op het terras. Hoe triest de aanblik van de zwaarmoedige taxus op het kerkhof! Hoe hoopgevend de fruitboom in april!
Wat bomen wakker maken in
ons kunnen wij slechts in poëzie benaderen. Hoe kan een mens het wonder
vertolken van bloesem? Chinezen probeerden het met één penseeltrek,
Japanners met één perziktak, dichters met woorden en muziek. Maar de
boom bleef boom in alle eenvoud.
Zien wij het mirakel nog dat uit die oude knoestige getormenteerde, ruig
verwrongen takken haast onverwacht en ongemerkt de fijnbesneden bloesem
ontluikt? Het raakt ook de diepste vezels van ons mens-zijn aan. Maar
ook, welke droefenis drukt ons neer bij het zien van maagdelijk-blanke
bloesemblaadjes vallend in een besmeurde waterplas.
De dichter krijgt het laatste woord:
Boom zijn, even maar, boom zijn.
Leven in dit land, een plaats zo klein
de korte tijd mij toegewijd. Daar,
niets meer willen, alleen maar
boom zijn, niets dan boom zijn.
E. Vets
HET VERBORGEN LEVEN VAN BOMEN Colin Tudge
Voortaan bespreken we in ons tijdschrift af en toe een belangwekkende publicatie die ons allen in de breedste zin aangaat.
Het verborgen leven van bomen is een boek waarin de bomen centraal staan: hun levensloop, functie en betekenis. Na een bezinning over wat een boom eigenlijk is, komt de auteur al snel tot het besluit dat bomen niet los te denken zijn van andere planten. Zijn doorgedreven taxonomie bewijst die stelling en leert ons oog te hebben voor het grote geheel. Inderdaad, er is niet veel onderscheid tussen ons en een roodborstje of een madeliefje. Wij komen uiteindelijk allemaal voort uit hetzelfde beginsel.
Fronsende wenkbrauwen!
De lezer zal zeker een tweede maal grote ogen opzetten bij het hoofdstuk over het sociaal leven van de bomen. Laat ons eerlijk zijn: als wij het hebben over sociaal leven denken we toch in de eerste plaats aan de mensen. Voor de bomen reikt dit verder, veel verder – tot alles wat leeft. Misschien kunnen we daaruit wel iets leren.
Dit uitgangspunt maakt het werk zo boeiend maar ook zo frustrerend. Je denkt veel te weten te komen zolang je rationeel bezig bent met al die
taxonomieën in je achterhoofd, oké maar uiteindelijk kom je tot het diepe besef dat de natuur – lees de bomen – niet voor redelijke patronen vatbaar zijn. Al die wegen zijn onvoorspelbaar en zelfs onachterhaalbaar in tijd en plaats. De zoektocht die de auteur onderneemt, leidt tot de deemoedige conclusie dat we het allemaal niet weten. Ondanks zijn uitgebreide kennis – of zeg ik beter: dankzij die kennis – betoont de schrijver diepe nederigheid ten overstaan van bomen. Zij hebben nog zoveel geheimen en houden nog meer verborgen voor hun omgeving, waar wij ook als mens deel van uitmaken.
Misschien kan dit werk sommige kettingzaagbezitters tot enige reflectie brengen … maar zij moeten wel eerst het boek willen lezen. Voor alle anderen: verwacht geen opheldering van het verborgene maar wel verheldering van het leven van alle bomen, ook van de boom naast je huis of in je tuin.
Colin Tudge: Het verborgen leven van bomen, Spectrum, 2006
E. Vets
ELEGIE VOOR EEN VERMOORDE BOOM
In memoriam Quercus robur Hertstratiensis
Ooit stond daar een forse boom
aan de Kattepoot – zeer mysterieus,
tussen drie dorpen een droom
in ’t open veld - zeer majestueus.
Een mens kwam in ’t verborgene,
sloeg met luid gejank zijn dwaze hand
aan ’t oude leven – ’t ligt nu gestorven.
Wie mag nog dromen in dit kale land?
Vogels en organismen, die gij niet tellen kunt
beleefden eeuwen. Ineens dood!
Hun eigen eik is hen niet meer gegund.
Wandelaars verliezen ’t vaste punt
in ‘t land, in geest en leven.
Hun eigen eik is hen niet meer gegund.
E. Vets
NATUURPUNT WERKT SAMEN MET PASAR
Natuurpunt ging enkele jaren geleden in zee met Pasar, het vroegere Vakantiegenoegens. Ook afdeling Grote Nete gaat samen met Pasar enkele activiteiten organiseren. Wij stellen deze samenwerking zeer op prijs en hopen op zeer toffe en verrassende uitstappen. Met dit bericht willen we onze leden informeren waarvoor Pasar staat.
Vakantiegenoegens en Kreo gaan voortaan verder onder de naam Pasar.
Een monument in het Vlaamse verenigingsleven is niet meer. Of misschien juist des te meer. Pasar is immers een concreet antwoord op de uitdagingen van een veranderende samenleving. Met oog voor de noden van wie nu zoekt naar een fijne en nuttige invulling van zijn vrije tijd.
· Pasar wil een sterkere identiteit voor de vereniging uitbouwen in Vlaanderen. Waardevolle recreatie, mogelijkheden dicht bij huis.
·
Pasar kent Vlaanderen en
zijn onmiddellijke omgeving
als zijn broekzak: die mooiste plekjes, interessantste
bezienswaardigheden, meest waardevolle landschappen en nog zoveel meer.
Die pareltjes waarvan je denkt, moeten we daarvoor ieder jaar zo ver op
reis?
Dat zijn de troeven die Pasar wil uitspelen.
· Er zijn veel mensen in Vlaanderen die het Pasar-aanbod niet kennen. Maar mochten ze het kennen zouden ze er misschien graag aan deelnemen.
·
Pasar werkt aan
vernieuwing, een nieuwe dynamiek om het bestaand publiek te laten voelen
dat we steeds ‘alive and kicking’ zijn.
En ons bovendien in staat moet stellen een nieuw publiek aan te spreken.
Een jonger publiek ook.
·
‘Pasar’ is
afgeleid van ‘passeren’ en staat voor:
Van het Spaans, waar het ‘langskomen, passeren’ betekent. Door deel te
nemen aan Pasar kom je op heel veel plaatsen. Wandelen, fietsen, reizen,
allerlei bezoeken, .... Passeren betekent ook dat er veel gebeurt in de
vereniging. ‘Er passeert daar altijd iets’.
· Er wordt ook veel informatie en ideeën doorgegeven.
· Geografisch: passeren van een grens, een rivier,… Tijd: ‘ergens tijd doorbrengen’.
· Pasar heeft een zuiderse bijklank die doet denken aan vrije tijd en genieten…
· Een laatste verwijzing naar het logo van Vakantiegenoegens zit in de vogel, die een gevoel van vrijheid is en op een mooie manier verwerkt in het Pasar-logo werd. Weetje: Pasar is afgeleid van Passaro, Portugees voor vogel.
De baseline ‘vleugels voor je vrije tijd’:
Pasar geeft je vrije tijd vleugels: stelt je in staat om er meer uit te halen, om keuzes te maken, om meer te doen dan waar je zelf toe in staat zou zijn. Een aanbod dat individueel vaak niet haalbaar is, maar wel via Pasar te realiseren valt. Pasar laat je vleugels uitslaan: biedt je mogelijkheden om er op uit te trekken, nieuwe dingen te ontdekken. De landschapswandeling “Kruiskensberg” op 15 februari 2009 kadert in de samenwerking tussen Natuurpunt en Pasar Heist-op-den-Berg.
Samenkomst: 14u00 aan taverne ’t Schipke,
Niemandshoek te Herenthout.
Info: Eddy Vets 015 – 25 18 12 en de afstand bedraagt 8 km. Einde wandeling 16u30
Stevige wandelschoenen zijn aan te raden.
Onze gids leidt ons rond in het natuur- en cultuurlandschap rond Kruiskensberg. We wandelen langs kleine paden in de vallei van de Grote Nete van Itegem richting Gestel, via Kruiskensberg en de Bevelsesteenweg. We passeren hoeves en een kasteel in Gestel. De rivier, de heide, de beemden en het volksgeloof rond Kruiskensberg komen aan bod tijdens de wandelingen.
NATUURPUNT Heist PLANT EEN MILLENNIUMBOS met 1.000 bomen
De gemeente Heist-op-den-Berg vierde in 2008 haar 1.000 jarig bestaan. Een millenniumviering verdient een levende en blijvende herinnering: een millenniumbos!
In 2008 bestond onze plaatselijke natuurvereniging in Heist-op-den-Berg precies 30 jaar. Er werden diverse succesvolle feestelijke activiteiten georganiseerd: diaprojectie ‘1.000 jaar Heist in beeld’, Pinzieleke herleeft, bio-barbecue en Ierse avond. Tevens werd meegewerkt aan andere manifestaties, zoals ‘Hallaar feest’ en het ‘Marc De Belfeest’. Kortom het was een bijzonder gevulde activiteitenkalender. We wensen ons feestjaar af te sluiten met een ecologisch waardevol natuurproject: een boomplantactie.
PRAKTISCHE INFO:
Datum: zondag 15 maart 2009.
Uur: 13 uur – 16 uur
Parking: gemeentelijke technische dienst,
Herentalsesteenweg 112 te Heist-op-den-Berg.
Info: Wilfried Wouters: 015 – 233 886
Jo Van Dessel: 0495 – 513 323
Natuurpunt Heist-op-den-Berg wil hiermee haar groene steentje bijdragen. In samenwerking met het gemeentebestuur zullen op zondag 15 maart 2009 1.000 nieuwe bomen aangeplant worden in ons natuurgebied in de Heistse Netevallei. 1.000 nieuwe bomen ter gelegenheid van de viering van 1.000 jaar Heist. Er wordt gekozen voor inheemse bomen zoals zomereik, es, zwarte els en hazelaar.
De boomplantdag vindt plaats nabij de Lodijkbrug (gelegen aan de Herentalsesteenweg). Ter plaatse zal de nodige bewegwijzering worden voorzien naar het plantterrein.
We nodigen u hierbij graag uit om uw steentje bij te dragen en uw eigen millenniumboompje te komen aanplanten. We zorgen voor het nodige plantgoed en de spades. Onze vereniging zal ter plaatse zorgen voor de nodige animatie, een natje en een droogje. Laarzen of stevige wandelschoenen worden aanbevolen.
CURSUS “VISSEN in onze WATEREN”
Met deze cursus begeven we ons op voor de meeste Natuurpunt- afdelingen onbekend terrein. Van al wat zich onder water afspeelt is vaak niet veel geweten. Salamanders en kleinere waterbeestjes kunnen nog op enige aandacht rekenen, maar vissen? Nee, soms lijkt het wel alsof de vissen geen onderdeel zijn van onze natuur. Hoog tijd dus dat we die schade bij Natuurpunt wat inhalen en hoe kan dat beter dan met een basiscursus over vissen. Natuurpunt Educatie krijgt hier meer en meer vragen rond en wil hieraan tegemoet komen. In deze cursus vissen leren we de verschillende vissoorten van onze zoete wateren kennen. Dat zijn er al gauw een veertigtal. Hierbij wordt uitgebreid aandacht besteed aan uiterlijke kenmerken, maar ook levenswijze, relatie met de leefomgeving e.d. worden behandeld.
Praktische info:
Wanneer? theoretische lessen op vrijdag 13 en 20 februari 2009 te 20 uur.
Plaats? Natuurpuntlokaal, Leopoldlei 81 te Hallaar
Excursie op zaterdag 28 februari 2009 vertrek lokaal om 8u30,
naar Centrum voor Visteelt (INBO) in Linkebeek (start rondleiding 10u, duur 1,5 uur).
Vervoer is met eigen wagens, medereizigers betalen 5 euro aan chauffeur.
Kostprijs? 10 euro voor leden en 15 euro niet-leden
Lesgever? Koen Leysen
Info en inschrijvingen uitsluitend op voorhand bij: Chris Segaert 015 - 22 01 06
BUSREIS NAAR HOGE VENEN en WANDELING
Zondagswandeling van 16 km op 5 april
Het vertrek van deze schitterende wandeling is de alomgekende Baraque Michel, de op één na hoogste top van België, namelijk 675 m boven de zeespiegel. Daar bouwde ene Michel Schmitz in de vorige eeuw een hut in het braakliggende (brack in het Duits) gebied. Later ontstond uit die hut de eerste veenherberg. Vandaar gaan we via de bron van de Hille (Helle) en langs kilometers plankenweggetjes, rotsachtige paden, modderpaden, veenpollenpaden en paden vol uitstekende boomwortels, richting Petit Bongard. En verder door naar Grand Bongard en het verste punt van onze tocht “Herzogenhügel”, 530 m hoog. We steken de ruisseau du petit bonheur over en via Geitzbusch en Noir Flohay en de plankenweggetjes terug naar ons vertrekpunt. Hoewel er geen bijzonder zware hellingen bij zijn, is de wandeling voorbehouden voor geoefende stappers. Er is maar één soort schoeisel dat bij deze wandeling past: rubberen laarzen, zelfs in de zomer.
Praktische info:
Wanneer? Zondag 5 april 2009
Bijeenkomst?
Natuurpuntlokaal Hallaar om 8u00
Zaal Vinea te Veerle om 9 u 00
Prijs? € 12 voor leden en € 15 voor niet-leden
Info en inschrijving? Voor 1 april !
Jan van Walsum: 014 – 86 67 77
Picknick en drank niet vergeten, geen voorziening onderweg.
Op Paasmaandag 13 april richt “Natuurpunt” in samenwerking met de “Gezinsbond Heist-op-den-Berg - Hallaar” een zoektocht in, door de Netevallei met als thema
“Op zoek naar de Paashaas”.
Deze wandeling richt zich vooral naar ouders met jonge kinderen en kleuters.
Het wordt een educatieve zoektocht met enkele paasverrassingen voor de kinderen.
Stevig schoeisel of laarzen is aan te raden.
Inschrijving verplicht, voor 10 april 2009:
Praktische info:
Datum: maandag 13 april 2009.
Samenkomst: lokaal Natuurpunt,
Leopoldlei 81 te Hallaar,
om 9.30 uur groep 1
10.00 uur groep 2
Einde: omstreeks 12.00 uur.
Deelname: 2 euro per kind
Leden van Gezinsbond en / of
Natuurpunt 1 euro
Charel Stroeckx 015 / 23 56 57 (na 19 u) of Paul Anthonis 015 / 24 89 88 (paul.anthonis@scarlet.be)
DIAVOORSTELLING IJSLAND 21 maart
Ijsland kwam recent in het nieuws met een bank die hoge interesten aanleverde. Echter, Ijsland is bij ons meer bekend van vuur en water, van sneeuw en wind, van vogels en 22u. daglicht, tenminste in de zomer.
Een kleine tien jaar geleden, trok Dirk Raes met een Landrover vanuit Denemarken, via de Faroer Eilanden, richting Ijsland. Vijf weken langs de kust en in het diepe binnenland leverden heel wat mooie beelden op.
Natuurpunt Heist-op-den-Berg heeft de kans jullie te laten kennis maken met dit enige land door middel van een vertel-avond en dia-beelden. Vulkanen en geisers, papegaaiduikers en paarse strandlopers, gletsjers en ijsschotsen ... alles in één avond.
Zaterdag 21 maart om 20 u 00,
Inkom 2.50 euro
Natuurpuntlokaal, Leopoldlei 81 te Hallaar
Info: Paul Anthonis 015 24 89 88
NATUURINRICHTING AVERBODE BOS & HEIDE
De natuurinrichtingswerken : op schema !
Herstel open vegetaties:
Om het herstel van vennen en heide mogelijk te maken werden een aantal aangeplante dennenbestanden gekapt. Dit kapbeheer werd in december beëindigd. Het opruimen en hakselen van het takhout is gepland vanaf 15 januari. Het gehakseld hout wordt omgezet in groene energie. Het frezen van de stronken en verwijderen van de strooisellaag in de zone Tessenderlo en Veerle zal binnenkort beginnen, de verwijderde strooisellaag wordt door de aannemer afgevoerd.
Om veiligheidsredenen was het nodig enkele gevaarlijk overhellende bomen te kappen.
Het kapbeheer is nu zo goed als afgerond. Om jonge aanplant in de nieuwe dreven kansen te geven is er enkel nog wat nazorg nodig (beperkte kap).
Bosomvorming:
De
exotenbestrijding in de dennenbossen van Averbode en een deel van
Laakdal is uitgevoerd. In het overige deel van Laakdal en in
Tessenderlo zullen tussen augustus en december 2009 de
Amerikaanse eik, de Amerikaanse vogelkers, Krentenboompje en
Rododendron verwijderd worden. Ook de terreinploeg van Natuurpunt neemt
een deel van de exotenbestrijding voor haar rekening. Dan zijn er nog 80
kopers van een lot brandhout, die met gemiddeld 3 personen per lot
Amerikaanse eiken en Amerikaanse vogelkers kappen en zagen. De 450 ha
bos zal er over enkele jaren anders uitzien : een belangrijk deel van de
dennenbossen wordt langzaam omgezet in loofbossen met vooral Eik, Berk
en Beuk.
Ongeveer 100 ha blijft dennenbos. Ook deze dennenbossen zullen er op lange termijn natuurlijker uitzien : de hoofdboomsoort blijft Den, gemengd met vooral Berk en Eik.
Natuurpunt heeft in de regio 3 terreinploegen : de ploeg van Herselt en die van Averbode Bos en Heide, met beide als standplaats de schuur van de Langdonken. De ploeg van Aarschot huurt een loods in Rillaar.
Schaalvergroting, efficiënt materiaalgebruik en redenen van veiligheid en hygiëne, zetten Natuurpunt ertoe aan om op zoek te gaan naar een geschikte locatie, waar de 3 terreinploegen samen gehuisvest worden.
De gebouwen en gronden van het voormalige autokeuringcentrum in Molenstede werden aangekocht. Plannen werden gemaakt om het gebouw en de omgeving aan te passen. Een subsidiedossier om locaties voor sociale tewerkstelling geschikt te maken werd ingediend en goedgekeurd. In 2009 wordt het gebouw en de omgeving heringericht. Vanaf 1 januari wordt Molenstede de standplaats van de drie ploegen. De schuur in de Langdonken blijft behouden als een buitenpost waar de ploegen terecht kunnen als ze in die omgeving werken en als locatie voor de vrijwilligers.
OPENBAAR ONDERZOEK ONTWERP STROOMGEBIEDBEHEERSPLAN
Van 16 december 2008 tot en met 15 juni 2009 ligt het ontwerp van het stroomgebiedbeheersplan Schelde en het bijhorende maatregelenprogramma ter inzage op de gemeentehuizen. Op www.volvanwater.be kan je alle documenten vinden.
Het ontwerp stroomgebiedbeheersplan en het maatregelenprogramma zijn 2 documenten van samen 554 blz. en er hoort nog een kaartenatlas bij. Het kan niet de bedoeling zijn dat iedere Vlaming een ganse week het ontwerp gaat bestuderen en dan mogelijk een bezwaar indient. Daarom geven we in het volgende tijdschrift een korte samenvatting. Indien nodig formuleren we dan ook de opmerkingen van Natuurpunt Grote Nete.
Op 3 februari 2009 om 19u wordt er een inspraakvergadering georganiseerd over het Netebekken. De vergadering vindt plaats in de Lakenhalle op de Grote Markt te Herentals.
REORGANISATIE bij het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB)
Bij de samenvoeging van de afdelingen Natuur en Bos & Groen werd er bij de provinciale diensten gekozen voor een opdeling in drie gespecialiseerde takenpakketten.
1° De beheerwachters beheren de natuurgebieden en bossen van de overheid
2° De beleidswachters geven adviezen bij aanvragen van kapmachtigingen, stedenbouwkundige vergunningen, milieuvergunningen …
3° De handhavingswachters houden toezicht op de naleving van het bosdecreet en het natuurdecreet en stellen zo nodig proces-verbaal op.
We waren bijna gewend aan de nieuwe namen en nu zijn ze toch wel weer gewijzigd zeker.
1° De beheerwachters krijgen opnieuw de naam boswachter.
2° Beleidswachters worden beleidsadviseurs.
3° De handhavingswachter mag je nu natuurinspecteur noemen.
Samen met de naamsveranderingen heeft minister Crevits het aantal natuurinspecteurs van 30 naar 40 uitgebreid. Nu maar hopen dat de overtredingen in natuur- en bosgebied consequent vervolgd zullen worden.
MILIEUTIP: ISOLEER JE DAK!
Energie is een onmisbaar goed in onze westerse samenleving. Het is zo vanzelfsprekend dat je er haast niet bij stilstaat. Je draait ’s morgens de knop om en elektriciteit verlicht je dag. Uit de douche stroomt warm water. Uit de koffiezet druppelt het zwarte goud. De centrale verwarming verwarmt je huis. Je stapt in je auto en rijdt naar je werk. Een doodgewone greep uit een stereotiepe ochtend van Jan met de pet, waarbij energie langs alle kanten om de hoek komt kijken.
In de rubriek “Milieutip” willen we u elke keer goede raad en tips aanreiken.
In een woning wordt circa 80% van de energie gebruikt voor de verwarming van de woning. Verlichting en het gebruik van elektrische apparaten zijn goed voor de overige 20%.
|
λ W/mK |
0,030 |
0,035 |
0,040 |
0,045 |
0,050 |
0,055 |
0,060 |
0,065 |
|
|
Rd 3,0 m²K/W |
9 |
11 |
12 |
14 |
15 |
17 |
18 |
20 |
cm dikte isolatie |
Het grootste rendement haal je ongetwijfeld uit een goede isolatie van je huis. In 2009 wil de Vlaamse overheid de plaatsing van dakisolatie extra stimuleren met een isolatiepremie van 500 euro. Aan deze premie is geen inkomensgrens gekoppeld. Deze premie zal worden toegekend als een supplement op de bestaande isolatiepremie van Eandis. Eandis verleent een subsidie van 2 euro/m² indien je de dakisolatie zelf plaatst. Wanneer je hiervoor een aannemer aanspreekt, bedraagt de premie 4 euro/m².
Let op:
De warmteweerstand (Rd) moet minimaal 3 m²K/W bedragen. Hoe hoger deze waarde, hoe beter de isolatie isoleert. Je kan verschillende types isolatie gebruiken. Met minerale wol (glaswol of rotswol) en polystyreenschuim (EPS) moet je best 15 tot 20 cm plaatsen. Bij polyurethaanschuim (PUR) is een dikte van 10 tot 14 cm aangewezen.
Het is raadzaam om bij de aankoop van uw isolatiemateriaal op de lambda-waarde (λ) te letten, die de warmtegeleidbaarheid van het materiaal aangeeft. Hoe lager de λ-waarde, hoe beter het materiaal isoleert. Deze waarde kan variëren tussen 0,030 en 0,060 W/mK.
Je investering vermindert je energiefactuur en je investering is op een drietal jaar terug verdiend.
De CO2-uitstoot wordt aanzienlijk beperkt, waardoor het EU-klimaatplan en de doelstellingen van het Kyoto-protocol kunnen worden gehaald.
Nadere info: www.eandis.be en www.vibe.be en www.energiesparen.be
Wilfried Wouters
Af en toe worden winterwandelingen aangekondigd met ‘de natuur in rust’, ‘de natuur slaapt’. Maar is de winter wel zo’n vredig seizoen voor ‘de’ natuur? Waarschijnlijk niet.
Trekvogels
Inderdaad, veel van onze broedvogels zijn naar warmere oorden getrokken. Blauwborst, zwaluw, Sprinkhaanrietzanger, Boomvalk … op naar het zuiden! Toch zijn hun tochten vaak heel lang en vol gevaren. Na tijdens de trek belagers van allerlei komaf (met de mens niet in het minst) te hebben verschalkt, zullen ze in hun zonniger winterkwartieren ook voortdurend de wet van ‘eten en gegeten worden’ moeten ondergaan. Ze doen wat ze moeten doen, en dit instinctmatig, maar dagelijks je portie voedsel bijeenscharrelen blijft ook in dat vakantieland de boodschap.
Standvogels
De vogels die hier blijven, moeten tijdens de winter niet voor hun kroost zorgen. Door de lagere temperaturen, andere mogelijke barre weersomstandigheden en dus ook de beperkte voedselvoorraad, is het gewoon niet mogelijk een nest groot te brengen. Maar je kan als vogel uiteraard niet de hele dag in de warme Langdonkenschuur of in een lekker knus holletje in een of andere boom blijven zitten; voedsel zoeken is de boodschap. En als Mees of Vink moet je echt uit je doppen kijken, er loert altijd ergens wel een hongerige Sperwer.
Zwerfvogels
Ook hier blijken natuurgebieden van zeer groot belang te zijn. Een groot aantal vogels die in noordelijke streken broeden, komen tijdens de wintermaanden hier vertoeven. Meest opvallend zijn de grote ganzenconcentraties in de polders van West-Vlaanderen, maar ook onze ‘binnenlandse’ natuurgebieden, verschaffen ‘onderdak’ en voedsel aan bepaalde, vaak zeldzame vogelsoorten.
De Watersnip mag dan als broedvogel stilaan een minimum aan kansen krijgen in de Langdonken, tijdens de trek en soms in de wintermaanden, wordt hij steeds meer waargenomen. De Tapuit, nog zo’n zeldzame jongen, laat zich op trek opmerken.
Averbode bos en heide, waar Natuurpunt het prachtige en waardevolle heidelandschap van weleer gedeeltelijk wil herstellen en verder ontwikkelen, mocht zich in 2008 verheugen in waarnemingen van Nachtzwaluw, Klapekster, Watersnippen. En al zijn het misschien nog geen broedvogels, op termijn zullen ze het worden!
Stepping stones
Als vanzelfsprekend zijn grote en goed ontwikkelde natuur-doortrek-gebieden van ‘levensbelang’ voor veel soorten, stepping stones … Ze vervullen hun rol als Natura 2000-gebieden. Overduidelijk is de absolute noodzaak om natuurgebieden zo groot mogelijk te maken. Grotere oppervlakten aaneengesloten gebieden geven meer kansen voor waardevolle natuur in al zijn aspecten (landschappen, vegetaties, soorten, duurzaamheid, waterbeheer, biodiversiteit …).
En de natuurbeheerder?
Tijdens de wintermaanden mag het hooibeheer uiteraard achterwege blijven. Maar zoals onze traditionele beheerders uit het verleden, de mensen uit de buurt, die in de winter hout kapten voor stoof, open haard of bakoven, zo wordt er in de Langdonken ook nu nog gekapt. Om onze beheerdoelstellingen te halen is het soms nodig te kappen: verwijdering van exoten (Amerikaanse eik en vogelkers voorop) bij het ontwikkelen van waardevolle ‘natuurlijke’ bossen, bij het herstellen van open heidevegetaties, bij het uitvoeren van traditioneel hakhoutbeheer. Van ‘winterrust’ kan je dan moeilijk spreken.
Maar naast het beheer op het terrein is de ‘moderne’ natuurbeheerder ook bezig met planning, aankoop, monitoring, evaluatie … om het de komende zomer weer wat beter te doen!
En toch rust-gevend …
Natuurpunt koopt natuurgebieden aan in de eerste plaats om waardevolle natuur kansen te geven. ‘De mens’ heeft echter ook een prominente plaats in het Natuurpuntproject. Alle kansen krijg je om je uit te leven in de uitbouw van de vereniging (beheerswerk, beleidswerk, verenigingswerking, educatie, natuurstudie). Wie niet echt actief kan zijn, bewijst een grote dienst door lid te worden. Een vereniging met veel leden is een vereniging die iets te zeggen heeft.
Zowel voor de actieve doener als voor de sympathisant staan de natuurgebieden open voor zachte recreatie. Een rustgevende winterwandeling in een natuur(punt)gebied: een absolute aanrader!
Benny Van Dyck
Voor de Laakvalleien was 2008 het jaar van het exotenbeheer en van de vijfde uitbreiding van ons erkenningdossier.
Exotenbeheer is handenarbeid in Laakdal!
Naast onderhoud van de wandelpaden blijft exotenbeheer het meest van
onze tijd en energie vragen. We hebben vorig jaar honderden, wellicht
duizenden zaailingen van Amerikaanse eik en vogelkers uitgetrokken en
afgekapt. Gelukkig krijgen we daarbij soms ook hulp van buurtbewoners.
Zo kunnen we voor het Eindhoutbroek rekenen op ‘de Frans’, een man die
zeker ook een pluim verdient. Op een hoger gelegen perceel, waar vroeger
een Amerikaans eikenbos was, willen we de heidevegetatie herstellen.
Frans helpt ons daarbij niet alleen met het verwijderen van de
houtopslag en zaailingen, maar hij graaft en kapt ook met
handgereedschap de wortelstronken van de Amerikaanse eiken uit. Als de
stronken vrij zijn, laat hij ze er met de tractor uittrekken en verder
klieft hij ze dan met hamer en beitel in stukken voor brandhout. Zo een
kracht en werklust is zelden gezien en dat voor een mannetje van amper
60 kilo. Meer dan 200 van deze stronken, waarvan sommige vele honderden
kilo’s wegen, heeft Frans op deze manier verwerkt. Proficiat Frans, en
bedankt voor het vele werk dat je hier vrijwillig verzet.
Vijfde uitbreiding erkenningsdossier ingediend!
Eind 2008 is de aanvraag naar de minister gestuurd. Het gaat over bijna 100 ha en we beseffen dat dit geen licht dossier is. Wegens allerlei onvoorziene omstandigheden heeft het twee jaar geduurd eer het dossier helemaal klaar was. Nu maar hopen dat de minister deze aanvraag tot erkenning snel goedkeurt.
Vic Van Dyck
DE BRUGGENEINDSE GOREN in 2008 en 2009
In mijn eerste conservatorjaar heb ik me vooral geïnformeerd over de toestand van het gebied, de erfenissen uit het verleden, de nieuw aangekochte stukken en de toekomst.
Door de terreinploeg werd in mei, mede dank zij het zeer goede weer, schitterend werk verricht bij het verwijderen van wilgen en berkenopslag. Nog deze winter, eind januari, wordt ook de noordzijde aangepakt. Dit zijn voorbereidende werken voor het plaggen van het perceel. Hiervoor is een aanvraag voor eenmalige grote beheerwerken onderweg. Hopelijk wordt hieraan een gunstig gevolg gegeven zodat we eindelijk werk kunnen maken van het herstel van dit voor de streek unieke heiderelict. Samen met enkele vrienden-vrijwilligers zal de rest van de draadafsluiting verwijderd worden.
Op het aangekochte perceel was het ruimen van de vijver gepland (bestrijding Parelvederkruid). Door het vele werk kon de aannemer dit tijdens de zomer niet uitvoeren. Dit project werd dan verschoven naar de herfst. Toen bleek dat het contract tussen de aannemer en de provincie Antwerpen verlopen was. Nu is het wachten tot
een nieuwe aanbesteding uitgeschreven is en een nieuwe aannemer aangesteld. En dan maar hopen dat de administratieve molen iets sneller draait. Er werd één overtreding vastgesteld en geverbaliseerd, namelijk het sluikstorten van een 10-tal autobanden.
Dat het plaggen stilaan een grote noodzaak wordt, werd duidelijk na een terreinbezoek met Jens Verwaerde (verantwoordelijke van Natuurpunt). We ontdekten met veel moeite nog twee exemplaren van de Klokjesgentiaan. Op een met de hand geplagd proefstuk was al wel volop Zonnedauw en Tormentil waar te nemen. Ook een Levendbarende hagedis lag van de zon te genieten.
Hoopvol
Goed nieuws is er van de VLM (Vlaamse Land Maatschappij). We zouden 7 ha in beheer gaan krijgen, waardoor de totale oppervlakte op ongeveer 12 ha zou komen.
Hoopvol voor de toekomst is tevens het overleg met de gemeente Heist-op-den-Berg en de andere actoren in het gebied in verband met het openstellen voor zachte recreatie. We durven rekenen op een gunstige regeling voor de Goren, zodat iedereen kan genieten van de schitterende natuurwaarde van dit mooie gebied.
J’O, conservator
VALLEI van de GROTE NETE te HEIST-OP-DEN-BERG
Dag van de natuur weer een groot succes
Naar inmiddels jaarlijkse gewoonte togen we op 15 november weer opgetogen aan het werk in de Netevallei.
Onze PR-machine had blijkbaar goed werk geleverd want om 9u doken tal van nieuwe gezichten op aan het lokaal in Hallaar. De kettingzagen en ander materiaal waren door Joris de dag ervoor al opgehaald en de goody-bags waren naar behoren gevuld en stonden uitnodigend klaar op onze nieuwe buffetkast. Het weer was betrokken maar zacht en bijna windstil.
De eerste snelle jongens waren ondertussen al op het terrein aanwezig. Aan Lodijk was het verzamelen geblazen voor de bezitters van aanhangwagens, karretjes, bestelwagens en andere brandhoutontvankelijke vervoermiddelen.
Op het programma: Opruimen van takhout van een gekapt populierenbestand. Dat betekent een hele dag zwoegen, zagen, afvoeren van brandhout en stapelen van kleiner afvalhout dat later zal verhakseld worden. Dra werd de lucht vervuld van motorgeronk. Sjaak en zijn onafscheidelijke Rocky reden af en aan. Weer anderen vervoerden de lading naar de vrijwilligers thuis. Ook Bram wist ergens een 4x4 te bemachtigen en dat maakte de zaak wat eenvoudiger.
Bij de eerste pauze werden de koppen geteld en tot ons groot genoegen zagen we vele nieuwe, glunderende gezichten die onze vaste kern komen versterken waren. Ook onze persvrienden vonden de weg naar de vallei. Wat gaan we er weer mooi opstaan!
Onze voorzitter had ondertussen de hulp ingeroepen van een trouwe viervoeter om als een volleerd securityman over onze veiligheid te waken.
Tegen de middag hadden we door de onverdroten inzet van iedereen al een flink gat geslagen. Tijd voor een verdiende lunchpauze.
Onze rondborstige cateringdames hadden weer op geen inspanning gekeken en de tafel stond gedekt voor de ganse troep. Met daarnaast een enorme ketel soep. Al snel was het lokaal gevuld met smakkende en met tevreden grommende eetgeluiden. Natuurlijk waren de kwinkslagen en kleine, goedbedoelde plagerijen niet van de lucht. “Sfeer is goed” zou een voormalig bondstrainer zeggen.
Vele handen maken werk lichter.
Ook in de namiddag ging de noeste arbeid onverdroten verder. Het resultaat begon zich duidelijk af te tekenen en stilaan kreeg het perceel een heel andere aanblik. Immers, het is de bedoeling om hier volgend voorjaar een nieuw bos aan te planten. Zo kunnen we het Heistse feestjaar waardig afsluiten.
Het grijs van de dag werd stilaan dikker, de uiensoep deed ook zijn stinkende best, de vermoeidheid deed zich bij sommigen gevoelen en geheel voldaan, vervuld van een tevreden groepsgevoel werd alles opgeruimd en terug naar het lokaal gebracht. Hier genoten we nog even na bij een welverdiend lekker glas en steeg de stemming ten top onder de bezielende leiding van een Brabantse medewerker.
Met spijt in het hart nam ik afscheid van deze schitterende groep. Hier kan geen enkele vorm van duurbetaald modern vertier tegen op!
Dames en heren, ik doe ootmoedig mijn pet voor u af en ontbloot mijn kale kruin.
Respect!!!
J’O
Ps: 33 moedigen maakten dit een tot onvergetelijke dag: Hilde, Anita, Rosette, Bram, Raf, Robbe, Titte, Sjaak, Wilfried, Paul, Sjarel, Stijn, Frans S, Eric, Bert, Dirk, Jorre, Ilse, Bram, Ward, Jan, Gieter, Chris, Swa, Flotser, Allan, Joris, Roger, Johan, Steve, Julien en Staf, bedankt.
BIJZONDERE WAARNEMINGEN in onze REGIO: sept-nov 2008
Futen waren gans de periode met maximum 3 aanwezig op het Trichelbroek te Eindhout (BEH, VDV, VEDJ, PLD, VAL, STJ, e.a..). Van hun kleiner neefje, de Dodaars, was hier telkens 1 present op 14, 20, 27/9 en 4/10 (BEH, PLD, VEDJ). Aalscholvers zochten weerom hun slaapplaatsen op in de Roost te Veerle en in het Trichelbroek. In de Roost werden volgende maandmaxima opgetekend : 14/10 61 en 9/11 71 en in het Trichelbroek 27/9 19, 10/10 32 en 15/11 122 slapers (BEH, VEDJ, VDV, VAL, STJ, e.a.). Verder werden nog heel wat doortrekkende groepen genoteerd: op 20/9 13, op 4/10 66 en op 11/11 12 over de Wittegracht te Heultje (VKJ), op 9/10 130 over Blauberg (CRA), op 27/10 228+17+32 over Booischot (AEK), op 28/10 13+20 over Itegem (JAS) en op 19/11 50 over Schriek (DEB). Grote zilverreigers lijken nog steeds als doortrekker toe te nemen: op 14/9 3 over het Trichelbroek (VMM), op 10/10 hier opnieuw 1 overvliegend (PLD) en op 18/10 zelfs 4 (BEH) en 1 over de Wittegracht (VKJ), op 23/10 1 pleisterend weerom in het Trichelbroek (BEH) en nogmaals 1 overtrekkend op deze plaats op 27/10 (BEH, CRA), op 28/10 1 over Itegem (JAS) en op 2/11 tenslotte een laatste over de Wittegracht (VKJ). Een Purperreiger werd tweemaal waargenomen en zelfs gefotografeerd in Booischot, nl. op 4 en 16/9 (VGE). 1 Knobbelzwaan pleisterde de ganse periode in Varendonk (BEH, VEDJ, VDV) en vanaf 25/11 verbleven er 3 op het Trichelbroek (BEH, VDV, PLD, e.a.). Op 26/10 nam JAS er zelfs 7 waar op de Grote Nete te Itegem en 2 overvliegende knobbels werden dan weer gespot te Blauberg op 18/10 (CRA, BEH). Overtrekkende Grauwe ganzen vlogen op 18/10 (5) en 31/10 (7) over de Wittegracht en op 22/11 (65) over het Truchelven te Oosterwijk (VKJ). Canadese ganzen verbleven weer continu in de omgeving van Varendonk met volgende maandmaxima: 13/9 26, 19/10 95 en 15/11 161 (BEH, VDV, e.a.). Maximum 20 Brandganzen werden hier genoteerd op 15/11 (BEH). Op het Trichelbroek vertoefden een koppel Smient op 6/11 (BEH) en een vrouwtje van 9 tot en met 23/11 ( BEH, VEDJ, STJ, VAL, WEK). Krakeend wordt hier meer en meer de talrijkste eendensoort met volgende maandmaxima: 28/9 50, 26/10 66 en 16/11 132 (JAS, VDV, VEDJ, VAL, STJ, WEK, PLD, e.a.). Wintertalingen waren hier dan weer opvallend weinig aanwezig met op 14/9 7, op 4 en 9/10 3 en 16/11 6 (BEH, VEDJ, VAL). In de Langdonken te Herselt verbleven er 2 op 12/10 (APD). Maximale aantallen Wilde eenden verbleven in het Trichelbroek op 12/10 (150) en 16/11 (120). Een eenzaam mannetje Pijlstaart zwom rond in de Roost op 16/11 (BEH, VEDJ). Slobeenden waren dan weer alleen in het Trichelbroek in kleine aantallen aanwezig tot half oktober met volgende meldingen: 14, 17 en 20/9 4 (VMM, BEH), 28/9 en 1/10 5, maximum 15 op 4/10 en opnieuw 4 op 9/10 (BEH) en tenslotte 3 op 12/10 (PLD). In november doken op deze vijver steeds 1 à 4 Tafeleenden en 1 à 16 Kuifeenden gedurende de ganse periode (VDV, WEK, VEDJ, BEH, VAL, STJ, PLD). En om met de eenden te eindigen nog enkele exoten: op 6 en 15/11 zwom een mannetje Carolinaeend rond te Varendonk (BEH) en op 16/11 eveneens een mannetje Mandarijneend in het Trichelbroek (VAL, STJ, VEDJ, BEH).
Twee latere Wespendieven trokken nog zuidwaarts over Heultje op 14/9 (VDHD) en op 20/9 (VKJ). Een Rode wouw passeerde boven de Roost te Veerle op 13/9 (BEH). Bruine kiekendieven trokken dan weer iets talrijker door met op 6/9 1 over Veerle Heide (BEH), op 6/9, 4/10 en 10/10 telkens 1 over de Wittegracht te Heultje (VKJ), op 10/9 1 over Trichelbroek (BEH) en tenslotte 2 over Heultje op 14/9 (VDHD). Blauwe kiekendieven gleden over de Wittegracht op 31/10 (een mannetje en een vrouwtje) en nogmaals een mannetje op 2/11. Een vrouwtje liet zich dan weer bekijken te Averbode Heide te Veerle op 28/11 (DAR). Een zeldzame Grauwe kiekendief trok op 14/9 over Heultje (VDHD). Er kwam maar 1 melding binnen van een Visarend, nl. een pleisterende vogel in het Trichelbroek op 28/9 (VEDJ, BEH, VDV, TSL). Boomvalken waren dan weer iets talrijker op doortrek: op 6/9 2 over de Wittegracht (VKJ), op 8/9 te Houtvenne (DAG), op 18/9 in ’t Trichelbroek (BEH), op 20/9 over de Wittegracht (VKJ), op 21/9 2 boven Trichelbroek (VDV), op 4/10 een ringvangst aan de Wittegracht (LEI, VKJ) en een laatste boven Trichelbroek op 21/10 (PLD).
Patrijzen werden slechts op 2 plaatsen gesignaleerd: 6 op 9/9 aan de Stenen Heide te Tongerlo (VKJ) en 10 op 18/9 in de Busschotten te Veerle (VDV). 2 Waterrallen krijsten in het Trichelbroek op 17/9 (BEH), terwijl een mooi aantal van 18 Waterhoenen rondscharrelde in de Netevallei te Booischot op 29/10 (JAS). Het Trichelbroek wordt dan weer voor Meerkoeten een steeds belangrijker pleisterplaats met volgende maandmaxima: op 18/9 84, op 23/10 150 en op 11/11 124 (BEH, JAS, PLD, VAL, STJ, VDV, WEK, e.a.).
Telkens 2 Bokjes werden opgestoten in een natte weide op de Paardsbossen te Veerle op 9 en 16/11 (BEH, VEDJ). Hier verbleven eveneens maximum 21 Watersnippen op 9/11 (BEH, VEDJ). Verder maximum 6 van deze soort in het Trichelbroek op 14/9 (BEH) en waarnemingen in de Langdonken te Herselt op 23/9 (2) (ANT) en 19/10 (VDB) en tenslotte aan de Wittegracht op 18 en 26/10 telkens 1 (VKJ). Meldingen van Houtsnippen waren dit najaar opvallend schaars met telkens 1 exemplaar op 30/10 te Heultje (LAW), op 15/11 aan de Wittegracht (VKJ), 16/11 te Varendonk (BEH, VKJ) en op 18/11 in de Roost te Veerle (VDV).
Ijsvogels lieten zich opnieuw op heel wat plaatsen opmerken, o.a. in het Trichelbroek (VDV, PLD, BEH, VEDJ, VWL, VAL, STJ, JAS, WEK) in Varendonk (VDV, BEH, PLD), achter het gemeentehuis te Westerlo (VBM), in de Roost, Craeywinckel en ‘t Hoeves te Laakdal (VDV, BEH), in de Langdonken (APD), in de Kwarekken te Westerlo (VKJ), in Averbode Heide te Veerle (DAR), te Houtvenne (SML), in de Goren te Heist-op-den-Berg (VDJ), in Schriek (DEB) en in de Mechelaars te Heist-Goor (BOJ). Van de Kleine bonte specht waren er meldingen vanuit het Trichelbroek op 13 en 28/9, 19 en 26/10, in het Eindhoutbroek op 4/10 (BEH), in de Langdonken op 12/10 (APD) en in Heultje op 2/11 (VDHD). Zwarte spechten werden waargenomen in Schriek (DEB), in Averbode Heide te Veerle (DAR, BEH, ALG, PLD), Eindhoutberg (VDV), Truchelven in Oosterwijk (VKJ), Trichelbroek (PLD), Varendonk (BEH, VDV, PLD), aan de Vuldershoek te Herselt (VAW), te Booischot (JAS) en in het Wijngaardbos te Veerle (BEH).
Over Booischot trokken niet minder dan 48 Boomleeuweriken over op 27/10 (AEK). Verder waren er doortrekkers over Blauberg op 8/10 (2) en 18/10 (CRA, BEH), over het Truchelven te Oosterwijk op 24/10 (3), een ringvangst aan de Wittegracht op 2/11 (LEI,VKJ) en een pleisterend groepje van 7 langs de Haringstraat te Itegem eveneens op 2/11 (JAS). Veldleeuweriken trokken dan weer iets talrijker door met o.a. 51 op 1,5 uur tijd op 27/10 en 128 op 2 uren tijd op 2/11 over Itegem (JAS). De eerste Waterpieper van dit najaar vloog over Vorst op 13/10 (LEK). Op de slaapplaats in de Paards-bossen te Veerle sliepen maximaal 30 vogels op 30/10 (BEH, VEDJ). Grote gele kwikken werden dan weer talrijker waargenomen met o.a. meldingen uit het Trichelbroek (BEH, VDV, PLD, JAS, VEDJ, VAL, STJ, e.a.), Truchelven (VKJ), de Kwarekken te Westerlo (VKJ), Schriek (DEB), de Wittegracht (VKJ), de Roost te Veerle (BEH), Veerle-Heide (DAR) en Vorst (LEK). Het meest opmerkelijk was een samenscholing van 15 vogels van deze soort langs een afvalwatergracht te Westmeerbeek op 13/9 (VTD). 150 Kramsvogels deden zich te goed aan de afgevallen appels in de boomgaard van VLO te Blauberg van 4 tot en met 6/11. Er konden slechts 2 waarnemingen van Tapuit worden opgetekend : op 17/9 in de Langdonken (VDB) en op 25/9 langs de Steine Hoevestraat te Zoerle-Parwijs (VKJ). De meest opmerkelijke melding van de voorbije periode was zeker de ringvangst van een Pallas boszanger aan de Wittegracht op 10/10 (LEI, VKJ). Hier werden ook niet minder dan 4 Bladkoninkjes van een ring voorzien, respectievelijk op 27/9, 4/10 (2) en 9/10 (LEI, VKJ). Ook te Blauberg kon CRA een exemplaar van deze soort ringen op 10/10. Mooi was ook een vrouwtje Baardmannetje dat op 11/11 in het Trichelbroek kon worden geringd (BEH, VEDJ, CRA, VWL). Putters waren ook weer niet opvallend talrijk dit najaar met een ringvangst aan de Wittegracht op 28/9 en 2 overvliegd op 14/10 (LEI, VKJ). Verder 1 te Blauberg Bleidenhoek op 18/10
(CRA, BEH), 9 over Booischot op 28/10 (AEK) en 1 in de Netevallei aldaar op 29/10 (JAS) en tenslotte 15 pleisterend in de Ossebroeken te Vorst op 30/11 (DOT). Bijzonder waren zeker de 2 overvliegende Fraters over Heultje op 2/11 (VDHD). Spectaculair was dan weer de enorme maar van korte duur zijnde invasie van Grote Barmsijzen. CRA kon er als ringer even van mee profiteren met volgende aantallen geringde vogels: 20/11 8, 22/11 2, 23/11 23, 24/11 2, 25/11 87, 26/11 120, 27/11 14, 28/11 20, 29/11 22 en 30/11 9. Verder waren er waarnemingen van deze (onder)soort in het Engels kamp te Tongerlo op 20/11 (3) en aan het Truchelven te Oosterwijk op 28/11 (30) (VKJ). Kleine barmsijzen waren al wat vroeger gepasseerd met o.a. op 7/10, 15/10 en 22/10 waarnemingen aan het Truchelven te Oosterwijk en op 9/11 aan de Wittegracht (VKJ). Verder ringvangsten te Blauberg op 28/10 (3), 23/11 (4), 25/11, 26/11 (7), 27/11, 28/11 (2), 29/11 (3) en 30/11 (CRA). Kruisbekken waren dit najaar ook bijzonder talrijk in onze dennenbossen aanwezig met in Averbode Heide en Varendonk groepen van verschillende tientallen exemplaren (BEH, DAR, PLD, VEDJ, VDV). Verder werd deze soort waargenomen in de Roost te Veerle (BEH), aan ’t Truchelven in Oosterwijk (VKJ), in het Wijngaardbos in Veerle (BEH), op Eindhoutberg (VEDJ), aan de Bleidenhoek te Blauberg (CRA,BEH), op Hertberg in Herselt (BEH, DOT), in Heultje (VDHD), en in ’t Trichelbroek (VDV, BEH, WEK). Goudvinken lieten zich bewonderen op 6 en 15/11, telkens 2, in Varendonk (BEH), op 19/11 1 mannetje in de tuin van VDV te Veerle, op 20/11 1 vrouwtje in het Engels kamp te Tongerlo (VKJ) en een opmerkelijke groep van niet minder dan 16 in het Trichelbroek op 23/11 (VAL, STJ). Appelvinken tenslotte lieten zich ook waarnemen dit najaar. Op 17/10 vlogen er 2 over Heultje (VDHD), op 22/10 1 over Truchelven (VKJ), op 30/10 pleisterden er zelfs 4 te Heultje
(VDHD) en op 23/11 en in het Schaapwees te Zoerle-Parwijs (VKJ).
Op 27/9 liet een Bunzing zich mooi fotograferen in het Trichelbroek te Eindhout (PLD). Minder geluk had een verkeersslachtoffer langs de Blaubergsesteenweg te Herselt op 15/10 (SCD). Langs de Grote Steenweg in Varendonk sneuvelde dan weer een Vos op 12/9 (SCD, BEH, VWL) en in de Kwarekken werd er eveneens een dood exemplaar aangetroffen op 19/11 (VKJ). Over de aanwezigheid van Everzwijnen in Laakdal en Herselt lees je elders in dit tijdschrift. Op 19/11 werd er bovendien ook nog een Wild zwijn gesignaleerd in het Schaapwees te Westerlo (MOB)
Levendbarende hagedissen, telkens 1, werden opgemerkt in Averbode Heide te Veerle op 8/9 (BEK) en in Varendonk op 9/9 (VDV). Eveneens op Averbode Heide kroop een Hazelworm rond op 20/9 (LIH). Een Roodwangschildpad tenslotte werd geobserveerd in de Kwarekken te Westerlo op 25/9 (VKJ).
Met dank aan volgende waarnemers:
AEK-Aerts Kamiel, ALG-Alaerts Gery, ANT-Andries Tom, APD-Appels Diane, BEH-Berghmans Herman, BEK-Berwaerts Koen, BOJ-Bosmans Joris, CRA-Cristael André, DAG-Daems Geert, DEB-Derden Bart, DAR-Daems Ronny, DOT-Doms Tom, JAS-Janssens Stefan, LAW-Langhmans Werner, LEI-Ledegen Ignace, LEK-Leysen Koen, LIH-Limet Hans, MOB-Moons Bart, NAE-Nagels Eddy, PLD-Plu Dieder, SCD-Schoofs Danielle, SCJ-Schrey Jan, SML- Smets Ludo, STJ-Stynen Joren, TSL-T’Syen Louis, VAL-Vanermen Lucas, VAW-Van Reusel Wouter, VBM-Van den Bergh Moniek, VDB-Van Dyck Benny, VDG-Van Dingenen Geert, VDHD-Van Den Heuvel Dieter, VDJ-Van Dessel Jo, VEDJ-Verdonck Jan, VDV-Van Dyck Vic, VGE-Van Goetham Edy, VKJ-Van Kerckhoven Jos, VLO-Verellen Louis, VMM- Van Meeuwen Marc, VTD-Van Tricht Danny, VWL-Verwimp Ludo, WEK-Weemaes Kris.
Bijzondere waarnemingen in onze regio tijdens de periode december 2008-februari 2009 worden liefst voor 10 maart 2009 doorgegeven aan Herman Berghmans via h.berghmans@skynet.be of ingevuld op waarnemingen.be.
OPNIEUW EVERZWIJNEN IN DE ZUIDERKEMPEN
Na de vier Everzwijnen die vorig jaar Averbode Heide “onveilig” maakten, was het dit najaar opnieuw prijs.
In de buurt van het Elschot op de grens van Veerle en Blauberg werden in de nazomer wroetsporen en pootafdrukken gevonden. Ook werden in het bos enkele schuurbomen aangetroffen. Op enkele plaatsen werden gazons en grasperken volledig omgewoeld. In maïsvelden werden duidelijk platgetrapte stengels en platgetreden gangen aangetroffen met heel wat landbouwschade tot gevolg. De beesten zelf lieten zich niet zo onmiddellijk zien …
Tot op 16 september ’s morgens Ludo Verwimp twee grotere exemplaren waarnam langs de Herseltseweg in Veerle. De dag daarna zag Vic Vandyck zelfs vier jonge dieren aan een maïsveld in de Busschotten te Veerle.
Er kwam in die periode ook een melding van een zwijn dat zich genesteld had tegen de muur van een varkensbedrijf alweer aan de Herseltseweg; het kon benaderd worden tot op enkele meters. Dat deze Everzwijnen geen echte wilde beesten waren, was dus meer dan waarschijnlijk.
Wat doet gij in mijn hof?
Nog duidelijker werd dit wanneer op 1 oktober Louis Verellen ’s avonds thuiskwam en vier jonge wilde varkens in zijn omheinde tuin aantrof. Deze dieren waren volop bezig zijn moestuin en boomgaard om te woelen. Ook deze beesten konden zonder problemen benaderd worden.
De duidelijk tamme dieren verder hun gangen laten gaan, was natuurlijk geen optie en Louis nam contact op met het Vogel- en zoogdierenopvang-centrum van Heusden-Zolder. Dat stuurde onmid-dellijk een ploeg medewerkers ter plaatse, vergezeld van een dierenarts die gewapend was met een verdovingsgeweer. In slaap schieten was echter niet nodig. In een hoek van de tuin werden grote vangnetten geïnstalleerd en de vier beesten ernaartoe gedreven. Op vrij korte tijd waren de vier varkentjes dan ook gevangen en werden ze overgebracht naar het opvangcentrum. Later werden ze particulier in gevangenschap geplaatst.
Zo rond half oktober doken steeds meer berichten op van een Everzwijn dat zich had aangesloten bij een groep koeien in een weide langs Haanven in
Varendonk. Ter plaatse ontwaarden we inderdaad een alweer zeer tam Wild zwijn dat volledig was opgenomen in de koeiengemeenschap. Terwijl de koebeesten rustig graasden, woelde het varkentje even rustig de weide om. Met een ongeziene kracht vlogen de russen in het rond. Voor de rest deden ze alles samen. Samen drinken uit de drinkbak, samen een dutje doen, kusjes geven … Dit leverde bijzonder idyllische taferelen op. Natuurfotografen schoten plaatje na plaatje, buurtbewoners genoten en Pierre, de eigenaar van de weide, sloot vriendschap met “zijn” varken. Tweemaal daags bracht hij hem brood, en “zwartje”, zo door hem gedoopt, liet zich dit welgevallen. Als hij aankwam, kwam knorretje onmiddellijk aangelopen.
Koe, varken en mens
Deze unieke vriendschap tussen koe, varken en mens haalde natuurlijk de kranten maar eveneens het tv-nieuws en ook in het jongerentijdschrift Joepie verscheen een foto. Vooral de plaatjes van fotograaf Dieder Plu werden talrijk gepubliceerd. WBE Laakdal, een groepering van de plaatselijke jagers, had ondertussen van ANB (Agentschap voor Bos en Natuur) een afschotvergunning aangevraagd en gekregen om de Everzwijnen af te schieten. De eigenaar van de weide gaf hiervoor echter geen toelating en ook het wegvangen van het dier was zonder zijn toestemming onmogelijk. Even plots als het zwijn was gekomen, was het ook verdwenen. Op 1 november bleef de groep koeien verweesd in de weide achter.
Oeps … EVERZWIJNEN IN DE ZUIDERKEMPEN
Ondertussen werd in de Peirenstraat te Veerle weer een volwassen Everzwijn waargenomen dat aangelokt werd door een zak maïskolven die iemand net op een geoogst veld had opgeraapt. Het beest vertrok pas wanneer de kolvenraper het wegjoeg. Ook meldde de plaatselijke WBE dat zij een varken hadden kunnen schieten.
Daarna werd het heel wat stiller op het everzwijnenfront. Al kwamen er toch nog enkele betrouwbare meldingen binnen o.a. uit de buurt van het Varenbroek en de Goorbeek in Herselt.
Op 19 november meldde Bart Moons nog een exemplaar in de buurt van het Schaapwees te Zoerle-Parwijs, een heel eind uit de buurt van de oorspronkelijke waarnemingsplaatsen. We denken dat met deze overblijvers waarschijnlijk de basis is gelegd voor een steeds uitdeinende populatie. De gevolgen hiervan op het vlak van landbouwschade, natuurbeheer, verkeersveiligheid … zijn moeilijk te overzien. We vinden dan ook dat er een zware verantwoordelijkheid rust op de mensen die deze beesten bewust of onbewust in de natuur hebben gebracht.
WEER ROOFVOGELVERVOLGING IN DE ZUIDERKEMPEN
Zijn Buizerds vogelvrij verklaard? Zo lijkt het wel.
Langs de Kleine Laak nabij ons natuurreservaat Craeywinckel in Vorst, hoorde een wandelaar op 21 september het gerinkel van een ketting achter een omheining. Een Buizerd, die met zijn poot vastzat in een klem, probeerde zich los te rukken. Hij nam telefonisch contact op met een handhavingwachter van ANB (Agentschap voor Natuur en Bos), die onmiddellijk ter plaatse kwam. Die trof er naast de geklemde buizerd een dode kip als lokaas aan met hierop nog een tweede opgestelde klem. De Buizerd werd onmiddellijk bevrijd, maar zijn pootkwetsuren waren zo ernstig dat de vogel uit zijn lijden moest worden verlost. Natuurlijk werd tegen de eigenaar van het perceel proces-verbaal opgesteld. Vogelbescherming Vlaanderen heeft zich burgerlijke partij gesteld en zal op de rechtbank een veroordeling proberen af te dwingen.
Op 16 oktober (één dag na de opening van de jacht!) was ’t opnieuw van dat. Een fietser trof langs de Blaubergsesteenweg te Herselt een rondhuppelende Buizerd aan. Daar de vogel niet meer in staat was te vliegen, nam de persoon contact op met een van onze bestuursleden die de vogel ophaalde. De vogel werd overgebracht naar het Vogel- en zoogdierenopvangcentrum van Heusden-Zolder dat met het ongelukkige beest naar een dierenarts trok. Een röntgenfoto maakte de oorzaak van deze kwetsuur duidelijk. Er werden enkele hagelkorreltjes zichtbaar …
Geschoten dus! Ook hier stelde ANB pv op, spijtig genoeg tegen onbekenden.
Op 28 december werd alweer een pas gedode Buizerd gevonden, nu in het Zammelsbroek in Geel. Het was de conservator die het dode beest aantrof.
Verschillende bebloede gaten in de poten en tenen en een aantal gebroken schachten van slagpennen maakten duidelijk dat ook deze vogel met hagel was doorzeefd. In samenspraak met ANB werd het kadaver verder onderzocht door een dierenarts die samenwerkt met het Vogel- en zoogdierenopvangcentrum van Heusden-Zolder. Hij nam een röntgenfoto waarop minstens twee hagelbolletjes duidelijk oplichtten. De doodsoorzaak werd hiermee 100% duidelijk, maar van de dader opnieuw geen spoor. ANB stelde andermaal pv op.
Meldpunt
Roofvogels zijn sinds vele decennia integraal beschermd, maar dit is nog steeds niet tot iedereen doorgedrongen. Ze worden nog al te dikwijls als concurrenten of ongedierte beschouwd. Verdomd spijtig!
Alle informatie over roofvogelvervolging is welkom. Binnen ANB werd hiervoor een meldpunt opgericht. Je kan met alle info, eventueel anoniem, terecht op 0499 949 135, of op ant.anb@vlaanderen.be. Doen!
Op 31/10 werd in het kader van ringactiviteiten van het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN) te Veerle een vrouwtje Merel gevangen. Dit beestje vertoonde toch wel een heel bijzondere bovensnavel. Deze was een stuk korter dan de ondersnavel en haast volledig naar rechts gebogen. Daar deze vogel voor de rest in een uitstekende conditie verkeerde en dus blijkbaar niks te kort kwam, werd de vogel na gefotografeerd te zijn geringd los gelaten. Het ga haar goed, deze kruisbekmerel…
Op zondag 18 november trof Theo Meeus uit Laakdal op wandel in het Trichelbroek een jonge Reebok aan op een akker aldaar. Vooral dat het dier op enkele meters langs de weg gewoon bleef liggen, trok zijn aandacht. Wanneer hij het dier benaderde, sprong dit wel op, maar in plaats van weg te vluchten bleef dit beestje gewoon in een klein cirkeltje rondlopen om zich na enkele minuten opnieuw uitgeput neer te leggen.
Hij nam telefonisch contact op met een van onze bestuursleden die onmiddellijk ter plaatse ging. Ook nu vertoonde dit Ree hetzelfde onnatuurlijk gedrag. Het was duidelijk dat dit dier in nood verkeerde en het Vogel- en zoogdierenopvangcentrum van Heusden-Zolder werd opgetrommeld. Het dier werd opgehaald met de dierenambulance en overgebracht naar hun asiel. Er werden niet onmiddellijk uitwendige kwetsuren vastgesteld. Waarschijnlijk had het dier ergens een licht hersenletsel opgelopen door een botsing of iets dergelijks. Het dier werd ondergebracht in een rustige donkere ruimte en er werd onmiddellijk gestart met het toedienen van medicatie om het zenuwstelsel te activeren. Twee dagen en verschillende injecties later was het Ree volledig hersteld en werd in de buurt van het opvangcentrum succesvol vrijgelaten.
In oktober 2008 zagen we er drie in Laakdal. Dit was nog maar de tweede waarneming van deze wants in België.
Dit is geen gewone soort, dacht ik onmiddellijk toen ik het dier zag zitten. Het leek wel wat op een Zuringwants, maar dit insect was kleurrijker, groter en slanker. Toen het zijn vleugels opendeed zag ik een opvallende geeloranje ‘kunstige’ tekening en door de lens van mijn fototoestel vielen ook de bladvormige verbredingen aan de achterpoten direct op. Met deze kenmerken in gedachten ging ik zoeken in de insectengids, maar niets te vinden. Ook op internet heb ik lang moeten speuren. Pas toen ik de wetenschappelijke naam gevonden had, Leptoglossus occidentalis, kwam er heel wat meer informatie vrij, maar geen gegevens in het Nederlands. Daar kon ik uit afleiden dat het hier om een soort gaat die in onze contreien nog niet zo bekend is. Half oktober heb ik drie van deze insecten gezien: één in huis en twee in de tuinserre. Het waren volwassen wantsen die blijkbaar op zoek waren naar een overwinteringsplaats.
Overlast
In de Verenigde Staten, waar het beest vandaan komt, zien ze soms honderden van deze wantsen de huizen binnendringen om er de winter door te brengen. Hoewel de dieren niet steken of prikken, zorgen ze toch voor ernstige overlast. En als ze rondvliegen, maken ze een zoemend geluid zoals van een hommel, wat in huis erg storend kan zijn.
In de late lente verlaten de wantsen hun overwinteringsplaats en zoeken het naaldhout op. De insecten voeden zich met de ontwikkelende zaden en de vroege bloemen van verschillende soorten naaldbomen. De vrouwtjes leggen hun eitjes in een rij op dennennaalden. Deze eitjes komen na tien dagen uit. Jonge nimfen van Leptoglossus occidentalis zijn oranje, ze doorlopen vijf ontwikkelingsstadia en zijn dan in augustus volwassen en roodbruin van kleur.
De Leptoglossus. occidentalis is in Amerika bekend onder de naam Western Conifer-Seed Bug. Het blijkt een wants te zijn die van naaldboomzaden leeft. Het dier is in het westen van de Verenigde Staten voor het eerst beschreven in 1910. Van daaruit heeft de populatie zich uitgebreid naar andere staten in Amerika. In Pennsylvania en andere delen van de noordoostelijke Verenigde Staten, is de ‘naaldboomzaadzuigende wants’ een ware plaag geworden. In 1999 heeft men ze voor het eerst ook in Italië waargenomen. Sindsdien vindt men daar mannetjes, vrouwtjes en ook nimfen (onvolwassen dieren). Dus gaat men ervan uit dat de wantsen zich ook daar gevestigd hebben. En ondertussen zijn er in ons land ook een zevental waarnemingsplaatsen op ‘waarnemingen.be’ genoteerd. Twee aan de kust, twee rond Gent, één in de omgeving van Namen en twee in de Kempen, in Mol en in Laakdal.
Als je leest dat men in Amerika de Leptoglossus occidentalis als een ernstige plaagsoort beschouwt, dan houden wij hier ons hart vast. We hebben onze handen al vol aan Amerikaanse eik, Amerikaanse vogelkers, Stierkikkers enz.
Vic Van Dyck
“In de stille Kempen op de purperen hei …”, een bekend liedje voor diegenen die wat vroeger geboren zijn.
Elke gemeente kent wel een Heidestraat, een Heidebloemstraat, een Heibergstraat, een Dopheidestraat …, maar wie heeft er nog heide? De Langdonken sinds korte tijd en binnenkort Averbode.
In zijn boek “Dictionnaire géographique de la province d’Anvers” beschrijft Philippe Vandermaelen het Kempisch landschap omstreeks 1830. Spijtig genoeg schreef de man in het Frans.
Sommige plantennamen in deze bijdrage zijn helaas Latijn omdat we zelfs in samenwerking met Louis Schellens geen Nederlandse naam konden vinden.
Let ook op de oppervlakte van sommige bossen!
Men telt in de provincie Antwerpen ongeveer 13 592 hectare bos van alle soorten, waarvan 2300 hectare in handen van de overheid en de rest in handen van particulieren.
Tongerlo en Averbode
Men kan slechts twee bossen van enige omvang ontwaren: het bos van Tongerlo, dat 337 hectare omvat, en dat van Averbode, dat 326 hectare telt. Die twee bossen waren eertijds beplant met hoogopgaande Eiken, waarvan een groot deel werd gekapt tijdens de reünie van België met Frankrijk. Een deel van het bos is kreupelhout, hetzij van eik, hetzij van elke andere soort; de rest is beplant met wilde dennen uitgezet op de pas ontgonnen heivelden. Na de Eik en de Den zijn de Beuk, de Ratelpopulier en de Berk de voornaamste bosbomen. Men ziet op de wegboorden Olmen, Eiken, Canadapopulieren enz. Men ziet in Tongerlo de magnifieke lindelaan die naar het oude klooster loopt: een groot deel van deze bomen heeft een omtrek van twintig voet! (En we zijn ondertussen al 178 jaar verder!)
Men komt in de Kempen een grote oppervlakte tegen van zaailingen en aanplantingen van Eik; dat ziet men het meest bij oude abdijen die eertijds zeer rijk waren. Ten andere, bijna alle velden zijn omringd door bomen; dit maakt dat de Kempen, zonder speciaal een bosrijk gebied te zijn, ook niet van bomen verstoken is. De Eik levert een uitstekende, harde houtsoort en is bekend onder de naam Brabantse Eik. De Canadapopulier is in groten getale aanwezig en dient om klompen te maken. De uitvoer ervan naar Holland is enorm. De cultuur van de Rode den (de gewone den waarschijnlijk) die in deze streek perfect groeit, verspreidt zich meer en meer, en bezet een groot gedeelte van de onbewerkte gronden die men jaarlijks ontgint.
In het bos van Averbode, bijna geheel beplant met Eiken en Beuken, groeien de breedbladige Wespenorchis, de Zwarte rapunzel en op de randen van de velden, de Ruige anjer.
In de moerassen die zich uitstrekken van Gijmel (hoort bij Langdorp: resten ervan zijn de Langdonken) tot Herselt, omvattend dat laatste dorp langs Vorstheide (het huidige Blauberg) en Bergom (twee gehuchten van Herselt), vindt men, volgens de onderzoekingen van M. Kickx, de Pilvaren, die er uitgestrekte tapijten vormt; Kleine waterweegbree, Pijptorkruid, Koningsvaren, Wijd-bloeiende rus, Kruipend moerasscherm, Draadvormige gentianelle, Teer guichelheil, sphagnum condensatum (soort veenmos).
Van Herselt naar Westerlo biedt de bodem langs de wegen verspreide vlekken van Borstelgras, Stekelbrem, Zandblauwtje, een dwergvariëteit van Kromhals, en Hertshoornweegbree. De halfverdroogde greppels waar het regenwater zich verzamelt, doen Klimopwaterranonkel, Waterpostelein, Greppelrus en Liggend vetmuur ontstaan.
In het water rondom het oude kasteel van Westerlo groeien Dolle kervel, Grote watereppe, Gele lis, Moeraskers enz. In de nabijheid van dat kasteel ontmoet men Gevlekte scheerling, Hondspeterselie, een variëteit van de grote Bevernel (dissecta) en Zwarte toorts.
Bevloeid door de verschillende vertakkingen van de Nete zijn de velden er minder rebels t.o.v. de cultuur; maar de oogsten zijn besmet met de Gele ganzenbloem, met de Franse silene en met het Driekleurig viooltje, vooral dit laatste domineert.
In de natte en sponsachtige gebieden van Tongerlo groeien de Rijsbes, de Veenbes, Breed-bladig veenmos en Sphagnum acutifolium, en de kleine Campanula hederacea.
Op een halve mijl van Herentals vindt men de heide, waar Klokjesgentiaan groeit, Klein glidkruid, Kransvormende bloembies, en een dwergvariëteit van de Polzegge met zwarte punten.
Wanneer men zich van Herentals naar Geel begeeft, terwijl men de bedding van het kanaal van Napoleon (het Kempisch Kanaal: onder Napoleon in het begin van de negentiende eeuw gestart, afgewerkt in 1939) oversteekt, vindt men op de droge bodem, een grote hoeveelheid Pilvarens. Op zijn boorden tieren Grote wolfsklauw, Salix depressa en Gewone vleugeltjesbloem, zeldzamer in dat landschap dan de aard van het terrein zou doen vermoeden.
Links en achter het kanaal ontdekt men niets dan een grote zandvlakte, in de verte begrensd door de naakte heuvels van Kasterlee; rechts bevindt zich een uitgestrekte heide die zich schuin naar Geel begeeft.
(Hier is nergens sprake van bomen, bossen of gebouwen!!!) Het zou moeilijk zijn om een ondankbaarder heide tegen te komen. De verharde en oneffen grond draagt enkel verschrompelde exemplaren van Ijle dravik, Zandzegge, Gewoon struisgras en van de Struikheide waarrond de parasiet Duivelsnaaigaren zich vasthecht.
Wanneer men ongeveer een mijl van Herentals verwijderd is, wordt de beplanting mooier en gevarieerder door het verschijnen van de Witte waterlelie, van enkele dungezaaide vlekken Gagel, en op de moerassige plaatsen van Oeverkruid, Tengere rus, Zomprus en van die variëteit van vlottende bies waaraan Decandolle het toevoegsel brevicaulis (met korte stengel) gaf.
Om van Geel naar Eindhout te gaan, waar de bodem lager lag, werden de sponsachtige veenstekerijen, die de inwoners “quaggen” noemen, talrijker, vooral ter hoogte van het gehucht Wilders. Hier vertoont zich een vegetatie die heel anders is dan de rest en die op het eerste gezicht doet denken aan de flora van de lage weiden van Willebroek langs het kanaal van Brussel.
Men vindt er Aarmunt, Blaartrekkende en Grote boterbloem, Slangenwortel, Grote watereppe, Waterscheerling, Watermuur, Wateraardbei, Waterzuring enz. Een beetje verder herneemt het landschap zijn Kempens karakter, Draadvormige gentianelle, Klein glidkruid versieren de boorden van de grachten. Op de heide ziet men Kruipbrem en Stekelbrem, Overblijvende hardbloem, Pijpenstrootje. Op de plekken waar de bodem vochtig is, is hij bedekt met carex haederi (zeggesoort), scirpus campestris (soort bies), Witte snavelbies, waartussen enkele vlekken van Dwergrus zich mengen. Overal waar het overstroomd is, is het water bedekt met de Witte tere waterlobelia.
Hoe dichter men van Eindhout Averbode nadert, hoe meer de cultuur van het land verbetert. Met elke pas merkt men dat men zich van de Kempen verwijdert: het zijn niet meer de planten die uitsluitend eigen zijn aan de heide die de onbewerkte gronden bezetten, maar wel de verlande vorm van Veenwortel, Melige toorts, Kleine klis, Eenjarig bingelkruid, Lathyruswikke, Tilia necrophylla (foute schrijfwijze voor ”macrophylla”, grootbladlinde?), waarvan de aanwezigheid duidelijk een voelbare verbetering van de aard van het terrein aangeeft.
Amerikanen
De plantengeografie, deze nieuwe tak van de kennis der natuur, die voor de plantkunde is wat de geologie is voor de mineralenkennis, heeft ons geleerd dat er niets verbazingwekkender is dan het observeren in hun spontane staat in Europa van planten die eigen zijn aan Amerika. Om de waarheid te zeggen: enkele soorten van het nieuwe halfrond hebben zich zo overvloedig verspreid in ons klimaat dat men geneigd is om ze als inheems te beschouwen Dit zijn onder andere de Teunisbloem en de Canadese fijnstraal, die zich in heel Europa verspreid hebben. Maar deze planten, weliswaar exotisch, hebben zich verspreid door te profiteren van bepaalde omstandigheden; men kent de periode van hun intrede goed genoeg. Op die manier ontkrachten zij geenszins die wet van de plantengeografie. Nochtans zijn er enkele uitzonderingen, weliswaar in zeer kleine aantallen, maar die zijn er niet minder opmerkelijk om.
Tengere rus
Een merkwaardig feit voor de provincie Antwerpen is dat de Tengere rus, zeer zeker inheems in België, eerst beschreven door Plukenet, dan door Gronovius en Willdenow, door alle andere auteurs werd beschreven als enkel inheems in Noord- Amerika.
Tengere rus werd overvloedig opgemerkt in de provincie Antwerpen door M. Dumortier (natuurkundige, lid van de Academie van wetenschappen en schone letteren te Brussel …) die het vooral tegenkwam in Kalmthout, Hoogstraten, Herentals, Tongerlo, Zoerle-Parwijs, Booischot, Schriek … Het groeide langs de beschaduwde, licht vochtige wegen en langs de boswegels, gewoonlijk met de Greppelrus, waarop het veel lijkt. Geconfronteerd met een plant afkomstig uit Amerika, heeft
M. Dumortier geen enkel verschil gevonden en hij was ervan overtuigd dat de Belgische plant identiek was aan die van het nieuwe continent.
Nawoord: Hoe groot zijn de bossen van de Merode momenteel in verhouding met de twee beschreven bossen van Averbode en Tongerlo?
Als wij het 19de-eeuwse herbarium (1860) van dokter G.C. van Haesendonck uit Tongerlo vergelijken met de aanwezige planten van vandaag, dan moeten we vaststellen dat we vele planten hebben verloren!
Houden we binnenkort nog enkel gazon en boomkwekerijproducten over?
Vertaling en commentaar: Tuur Vleugels
“Als de Vos de passie preekt, boer let op je kippen” of “Steelt de Vos, dan steelt het Vosje ook”. Het zijn twee spreekwoorden die meer dan actueel zijn. Wie momenteel ’s morgens of ’s avonds langs de Nete wandelt, heeft nogal wat kans om deze roodbruine snuiter tegen het lijf te lopen. De paartijd is volop bezig.
Ooit was ik samen met een natuurvriend aan het wandelen in de buurt van de Tittebeemden in Hallaar langs het Pinzielekepad. Ineens merkte mijn gezel opgewonden op: “Titte, vlug kijk, wat is dat daar voor een vreemde hond?” In een laatste oogopslag zag ik nog een weelderige pluimstaart wegduiken, even vlug gestopt, en in de verte zag ik hem: een prachtig exemplaar van onze vriend Vos. Onze dag kon niet meer stuk, dit moest uitgebreid gevierd worden. Tussen ettelijke potten gerstenat disten we de wildste verhalen op. Mijn liefde voor Reintje kon niet meer stuk.
Met de komst van de Vos in onze contreien, neemt het aantal verhalen opnieuw toe. Heel wat van die verhalen moeten worden gerelativeerd of zelfs ontkracht.
Hondsdolheid
Door de spreiding van de Vos worden nogal wat verzinsels verteld omtrent hondsdolheid. De angst ervoor is onterecht, vermits er momenteel langs de linkerzijde van de Maas of het Vlaamse grondgebied geen hondsdolheid voorkomt. Daarenboven wordt dit verschijnsel zeer streng opgevolgd en tot slot is de Vos hiertegen heel gemakkelijk in te enten.
Lintworm
Wat de vossenlintworm betreft, worden eveneens fantasierijke verhalen doorverteld. Momenteel onderzoeken allerhande gespecialiseerde instituten dit soort lintworm en blijkbaar hoeft men nog steeds geen alarmerende kreten te uiten. De vossenlintworm is een parasiet die in uitzonderlijke gevallen ook de mens kan treffen. Een probleem dus, zeker omdat tussen de 10 en de 20 procent van de Vossen in Vlaanderen hem in zijn lichaam draagt. Volgens een medisch vakblad werd in ons land in 2002 het eerste geval van besmetting bij de mens vastgesteld. In 2004 waren er drie patiënten. Alle slachtoffers woonden in de provincies Luik en Luxemburg. Twee mensen genazen na een chirurgische ingreep, van twee anderen moeten de symptomen van de ziekte onderdrukt worden.
Jacht werkt averechts
Het probleem van de vossenlintworm wordt echter niet opgelost door Vossen te schieten, wel in- tegendeel, jacht werkt de verspreiding van de parasiet net in de hand, zoals wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond. Jacht zorgt voor zo’n instabiliteit in de vossenwereld dat jonge dieren over grote afstanden gaan migreren, waardoor de parasieten dus sneller verspreid worden. Hoe minder Vossen geschoten worden, hoe stabieler de populatie en hoe kleiner de kans op verspreiding van de parasiet.
Verdelging is nooit een oplossing geweest voor een vossenziekte. Hondsdolheid is pas aan banden gelegd nadat het vossenverdelgingsconcept vervangen was door een programma om Vossen tegen de ziekte te beschermen door middel van lokaas waarin een vaccin verborgen zat.
Voor de vossenlintworm is dat moeilijker, omdat hij alleen met een ontwormingsmiddel te bestrijden is. Telkens als een Vos, die zelf niet veel last heeft van de parasiet, een nieuwe worm binnenkrijgt, moet hij ontwormd worden. Preventie is hier de boodschap. Besmetting voorkom je bijvoorbeeld door wilde bos- en braambessen die lager dan een meter van de grond hangen, niet te eten of te wassen voor je ze eet, omdat er besmette vossenurine aan zou kunnen kleven. Handen wassen na een wandeling is dus de boodschap. Op een natuurwandeling waarschuw ik de mensen altijd op een grappige manier bessen te nuttigen boven de ‘pislijn’.
Kippen: in een nachthok
Dat de Vos nu heel wat kippenhokken zou
leegroven, is eveneens een wijd verbreid verhaal. Als kippen in een nachthok
zitten, is de kans echter klein dat de Vos hen lastigvalt. Als een Vos
moeite moet doen om een kip te pakken, zal hij zeer snel afdruipen.
Vossen houden inderdaad regelmatig
lelijk huis in een kippenhok. Dat is erg voor de eigenaars. Maar het is
eigen aan een systeem waarin een roofdier opnieuw zijn weg vindt, zoals ook
in natuurreservaten al is vastgesteld. In de natuur passen dieren zich
meestal aan, verhuizen op de grond broedende koloniale vogels naar plaatsen
waar Vossen hen niet kunnen bereiken. Ook de wereld van de kippenkwekers zal
zich moeten aanpassen. Met enkele vrij eenvoudige maatregelen is een
kippenhok zo af te sluiten dat een Vos er niet meer in kan. Overdag kunnen
kippen rustig rondlopen, maar ’s nachts moeten ze in een afgesloten hok.
Groene jongens
Ten slotte nog een vierde en laatste verhaal: dat de ‘groene jongens’ Vossen zouden uitzetten. Dat vinden wij de puurste onzin. Wie wat afweet van de natuur, doet zoiets niet! Het zou trouwens een erg zware ingreep zijn in de natuur. Als er te veel Vossen in één en hetzelfde gebied wonen, komt er sowieso een tekort aan voedsel en sterft de Vos of moet hij vertrekken uit het gebied.
Er zijn niet te veel Vossen in Vlaanderen, want de Vos is een zelfregulerende soort, die zich aanpast aan het beschikbare voedsel. Wetenschappelijk onderzoek heeft uitgewezen dat een derde van het volume in een vossenmaag wordt gevuld door plantaardige ballast, zoals gras en stukjes bladeren. Bijna een kwart zijn muizen en (muskus-)ratten, 17 procent hazen en konijnen. Hoenderachtigen (zoals kippen, fazanten en waterhoenen) maken slechts 16 procent uit van het vossendieet. Rest er nog dierlijk afval en fruit, samen goed voor bijna 11 procent. De methode geeft overigens een vertekend beeld, omdat kleine items die snel verteren (zoals regenwormen die veel Vossen eten) niet lang genoeg in de maag blijven om door onderzoeken opgemaakt te worden.
De Vos is inderdaad aan een opmars begonnen. Jarenlang werd hij immers zo zwaar belaagd dat zijn populatie tot een dieptepunt was gezakt. Sinds de jaren tachtig gaat het beter, omdat steeds meer mensen inzagen dat ook Vossen en andere dieren hun plaats verdienen in een door mensen gedomineerde wereld. De Vos zien ‘zij’ natuurlijk als een concurrent, die het hele jaar door op hazen en fazanten mag jagen.
Laat ons dit prachtige dier koesteren, onze Vos is een meerwaarde voor onze natuur. Meer en meer mensen die met de natuur begaan zijn, beginnen dit in te zien.
Titte, den Grunen Hesteneir
STEENUIL HOUDT VAN ROMMEL
“Opgeruimd staat netjes”. Deze wijsheid is niet aan de Steenuil besteed. Hoe rommeliger het boerenlandschap, hoe liever hij het heeft. Alleen lijkt de (Belgische) boer daar tegenwoordig heel anders over te denken.
In de periode maart-april heb je tijdens de avondschemering de beste kans om Steenuilen te spotten. Baltsende mannetjes brengen hun eega in de stemming, door langdurig en vooral hard te roepen. Een langgerekt, iets oplopend ‘huuuuup’ klinkt over het boerenland. Afgewisseld met een kort maar krachtig herhaald ‘kieuw-kieuw’.
Vanuit een oude knoestige knotwilg priemen twee felle ogen de wereld in. Op zijn hoge troon houdt de Steenuil de omgeving nauwlettend in de gaten. Waagt een veldmuis zich tussen het gras, dan is onze kleinste uilensoort één en al aandacht. Zenuwachtig schudt en knikt ie met zijn kop. Behendig verandert hij van positie, om zich vervolgens met een gracieuze doch doeltreffende plof op zijn prooi te storten. Een krachtige klauw kneedt het warme muizenlijf, terwijl de andere de schedel verbrijzelt. Klaar voor consumptie vliegt hij met zijn prooi terug de boom in. Ongestoord schrokt ons Steenuiltje de snack naar binnen.
Klein maar stoer
De Uil die in werkelijkheid niet groter is dan een Zanglijster, lijkt door zijn bolle kop en flossige verenkleed heel wat stoerder. Het bruine en beige verenkleed is rijkelijk bestrooid met witte spikkels. Dankzij de witte wenkbrauw en kinstrepen, heeft de kop iets weg van een masker. Frappant is de identieke tekening aan de achterkant van het uilenhoofd. Doet ons Uiltje overdag een tukje (knapt het een uiltje …), dan is het moeilijk uit te maken of je nu de voor- of achterkant ziet. Wel handig om kleine zangvogels, die hem overdag wel eens op een scheldkanonnade tracteren, op eerbiedige afstand te houden.
Steenuilen zijn gesteld op hun privacy, maar bij het aangaan van een steenuilenhuwelijk beloven de partners elkaar eeuwige trouw. De oude knotboom met een dichte takkenpruik en binnenin een riante holte is hun thuis. Van daaruit struinen ze de nabije omgeving af. Bijvoorbeeld het rommelige erf van de boerderij of een vervallen schuurtje. Dit rijke speeldomein voor Uilen en muizen betekent dat er het hele jaar door voldoende te eten is. ’s Zomers jagen de Steenuilen in kruidenrijke akkerranden en blijven veelal in de dekking van de houtwal, waar ze ook naar andere delicatessen zoeken, zoals grote insecten of regenwormen.
Woningnood
In kleinschalige cultuurlandschappen voelen Steenuilen zich helemaal thuis. Maar de afgelopen decennia zagen ze hun leefgebied drastisch veranderen. Het begon in de jaren zeventig met de grootschalige ruilverkavelingen. Knotwilgen werden massaal omgelegd. Knusse, door heggen en hagen omgeven akkers en weilanden werden aaneengesmeed tot grote monotone velden. Hoogstamboomgaarden maakten plaats voor handzamere laagstamfruitbomen. Keuterboerderijen weken voor gigantische schuren en stallen met een chique bungalow als woonboerderij. Wegen werden kriskras door het land getrokken met links en rechts industrieterreinen en nieuwbouwwijken. Bij de intensivering van ons landgebruik wordt slim en economisch iedere vierkante meter benut.
De honkvaste Steenuil raakte steeds meer in de knel. Wegtrekken lag niet in zijn aard, met als gevolg dat zijn aantal fel terugliep. In onze buurlanden beleeft de Steenuil geen florissante tijden en moet hij broedgebied prijsgeven. In België lijkt de soort met 6000 à 7000 paar behoorlijk stabiel. Kleinschalige landschappen met knotwilgen en gezellige rommelige boerenerven bestaan bij ons nog. Vogelbeschermers slaan de handen in mekaar. Op grote schaal opgehangen nestkasten bieden alternatieve woonruimten. Vrijwilligers klimmen niet alleen in knotbomen, maar ook in Elzen, Essen en Populieren, om ze van hun te zware takken te ontdoen.
Voedselgebrek
Woningnood is één, maar nummer twee - voedselgebrek - is minder simpel op te lossen. Natuurverenigingen propageren wegbermen te laten verschralen en oeverhoekjes te tolereren. Ruige slootkanten en akkerranden trekken muizen en insecten aan. Bestrijdingsmiddelen zijn uiteraard uit den boze. Ook roepen ze boeren op om schapenweiden aan te leggen. Schapen grazen het gras kort, waardoor regenwormen makkelijk te vangen zijn. Op de schapenkeutels komen weer vele soorten insecten af.
Een tip: in de winter zitten Steenuilen graag op of naast de warme schoorsteen. Het afsluiten van de uitgang van de rookkanalen met kippengaas voorkomt dat Uilen in de schoorsteen vallen of gekneld raken.
Een helpende hand is altijd welkom; ons Steenuiltje zal dit ten zeerste appreciëren.
Titte, den Grunen Hesteneir
BIJEN: DE HONGERDOOD NABIJ !
Het open landschap wordt eentoniger. Kleurrijke bloemen en kruiden worden steeds zeldzamer in weilanden en akkers. Deze bloemen zijn nochtans belangrijke producenten van stuifmeel en nectar, de voedselbron voor onze bijen. Reeds enkele decennia neemt het voedselaanbod voor bijen af. Hierdoor dreigt er een voedseltekort voor deze nuttige insecten. Bijen zijn immers onmisbaar voor de bestuiving van talrijke gewassen in de land- en tuinbouw en bij de fruitproductie. De bijensterfte bedreigt het telen van onze voedselgewassen en onze biodiversiteit.
Help de bijen om te overleven!
Elke inwoner kan zijn steentje bijdragen om onze bijen in stand te houden. U kan in uw tuintje bloemrijke borders aanleggen met een rijk nectaraanbod. Bepaalde bloemen en planten zijn interessant voor de bijen omwille van hun groter nectar- en stuifmeelaanbod.
Voor lentebloemen kan je bijvoorbeeld lenteklokjes, krokus en paardebloem aanplanten. In de zomer maak je ze gelukkig met zonnebloemen, lavendel, klaver, kamperfoelie, helenium en bernagie. In het najaar vliegen ze op de heide, asters, hemelsleutel, enkelbloemige dahlia’s en bloeiende klimop. Kruiden, brem, frambozen, bramen en liguster die je in bloei laat komen, behoren tot hun favoriete struiken.
Heb je ruimte voor bomen en struiken, denk dan aan wilg, linde, hazelaar, els, kastanje, esdoorn, sporkehout, Amerikaanse Christusdoorn en natuurlijk fruitbomen.
Heb je een stuk braakliggende (landbouw)grond die je wil omtoveren tot een bijenweide? De imkerbond wil je met raad en daad bijstaan. Ze willen zelf de handen uit de mouwen steken, indien u zelf geen ervaring hebt als tuinier.
Via de imkerbond wordt een zaadmengsel voor de aanleg van een bijenweide verkocht aan 10 euro per kg en van inheems plantgoed (geen fruitbomen) aangeboden aan 1 euro per stuk.
Natuurliefhebbers die hun tuin en grond willen omtoveren tot een foerageerplek voor bijen en andere bestuivers, kunnen contact opnemen met Marlies Lejuste.
Nadere inlichtingen over de
plantenverkoop, nectarplanten of een bijencursus zijn verkrijgbaar bij de
imkerbond “De Gouden Nectar” van Schriek.
Marlies Lejuste : tel. 016/53.27.82 of mail naar
marlies.lejuste@gmail.com.
JNM Afdeling Hageland –Zuiderkempen: programma 2009
JNM is de afkorting voor Jeugdbond voor Natuur en Milieu. JNM wordt gedragen door jongeren, los van elke religieuze, filosofische of politieke overtuiging. Het enige wat je nodig hebt is een portie interesse in natuur en leefmilieu! Hou je van een natuurstudie? Ploeteren in de modder? Van een gezellig kampvuur? Een zalig kamp? Een stevige milieuactie? Knoeste beheerswerken?
Dan is JNM absoluut iets voor jou!! Je bent welkom in de JNM van 7 tot 25 jaar. De leden worden ingedeeld in 3 leeftijdsgroepen: Piepers (7 tot 12 jaar), ini's of initiatieleden (13 tot 15 jaar) en gewone leden (16 tot 25 jaar).
Hageland-Zuiderkempen is één van de 40 JNM-afdelingen die actief zijn in Vlaanderen. We zijn actief op grondgebied Diest, Aarschot, Heist-op-den-Berg en Westerlo. Van hieruit organiseren we bijna wekelijks een activiteit. We spreken meestal af aan de stations van Heist en Aarschot en van daaruit treinen we naar een natuurgebied in de buurt, naar de Ardennen, naar de zee, noem maar op!
ADHZ organiseert per maand 2 piep-tochten, en 2 ini-activiteiten. Deze activiteiten worden aangekondigd per brief, via ons afdelingstijdschrift 'De Geitemelker' en via onze site. Heb je nog vragen, surf dan naar jnm.be/hz of bel of mail naar pieter@delperdange.be 0478/400239
ini zaterdag 24 januari Bosspel (niet te missen en vet relaxed!!)
U bent uitverkoren, om het
machtigste bosspel aller tijden mee te maken. Wij gaan zaterdag 24januari
een enorm verschrikkelijk, en vooral ook vet relaxed bosspel doen. Ik weet
dat het al vriest dat het kraakt, maar dat schrikt ons niet af om door de
sneeuw hollend het bos onveilig te maken. Nu is het gezegde 'hoe meer
zielen, hoe meer vreugde' zeker van toepassing op een bosspel! Met andere
woorden, het is komen geblazen! Als we helemaal onderkoeld klaar zijn met
spelen, zullen we ons snel even opwarmen met een lekkere kop chocomelk!
De trein
vertrekt in Heist o/d Berg om 13u 27 en in Aarschot station om 13u 40.
We zijn terug in Aarschot om 17u 40 en in Heist o/d Berg station om 17u 50.
Meer info ? : Mart-Joren Versteden (mette7@gmail·com, 0499/45 84 56, 016/63 45 22)
piep zaterdag 7 februari Op zoek naar de sneeuw , Ardennen!!
We gaan met de piepers naar de
Ardennen en met wat geluk ligt er nog een restje sneeuw,
we gaan met de trein naar Yvoir, vlak bij de Maas, in een landschap van
steile rotsen, riviertjes en grote bossen. Bereid jullie maar voor op een
avontuurlijke bergwandeling langs smalle paadjes en steile hellingen. Dus
doe zeker stevige schoenen aan! Ook warme kleren en een lunchpakket voor ‘s
middags, mogen zeker niet ontbreken.
Om deze lange dag af te sluiten, krijgen jullie allemaal een warme verrassing. Rarara...
De trein vertrekt in Aarschot om 8u40 en in Heist om 8u27
We zijn terug in Aarschot om 18u20 en om 18u33 in Heist station
Verantwoordelijke: Koen Vandevoorde (koen_vandevoorde@hotmail·com, 0479/27 77 00, 013/78 20 58)
meer info van deze en de volgende activiteiten staan op onze site jnm.be/hz .
Laakdal 12 november 2008 (verslag)
POMPOENSOEP IN OSSENBROEKEN
Herfst, de natuur maakt zich
klaar voor de winter. Hoogtijd dus om nog een mooie herfstwandeling te
maken. Beetje grijs maar gelukkig droog, De vorige dag had het geregend, dus
lagen de wegen er modderig bij, maar dat kon ons niet deren, laarzen aan en
lekker op stap. De gidsen van dienst waren Carlos Grauls en de conservator
Vic Van Dyck.
En zo vertrokken we voor een tochtje door de vallei van de Kleine Laak. Baan
overgestoken en dan kwamen we direct in de pure natuur. We gingen langs de
beek, de weg omzoomd met besdragende struiken. De Gelderse roos en ook de
Hondsroos, nu met schitterende rozenbottels. Deze zijn een lekker hapje voor
de Koperwiek, de Groenling. Wat verder een rij kleine lindes, populieren en
knotwilgen. Die laatste vind ik eigenlijk prachtige bomen, mooi van vorm
maar ook vooral heel nuttig. Ze bieden een schuilplaats en onderkomen voor
allerlei dieren. Dan kwamen we aan de samenloop van de Kleine Laak en de
Broekloop, hier nog eventjes wat uitleg over het waterwinningsgebied. Hier
gaat ook cultuur en natuur hand in hand. Aan de ene kant puur natuur en de
andere kant met maïsakkers en landbouw.
Ik vind de herfst het seizoen bij uitstek, nu alles met warme kleuren is
getooid en de zon zo af en toe door de grijze wolken probeert te priemen. Op
onze weg vele paddestoelen, de pareltjes van de natuur. Bundelzwammen op
gekapte populieren, tot Elfenbankjes in waaiertjes, een Gele trilzwam op een
tak en zelfs de Koper- groenzwam. Kale inktzwam, Weidechampignon, teveel om
ze alle op te noemen, genieten was het. Dan kwamen we aan een beek die we
moesten overstappen. Een dikke balk deed dienst als brug. 't Was wel een
evenwichtsoefening, maar er waren veel helpende handen voor de mensen om
droog aan de andere zijde te geraken. In het bos groeien ook veel
klimplanten: de Hop met zijn mooie bellen, Klimop en de Kamperfoelie. Ze
zijn tevens de overwinteringplaats voor rupsen van verschillende
vlindersoorten. De Elzen hier hingen vol met vruchtjes, ze worden gesmaakt
door veel vogels. Zo zie je maar alles heeft zijn nut in de natuur. Stilaan
ging het naar het einde van de wandeling en Kristina stond ons op te wachten
met haar “Cookmobiel”. We werden verwend met lekkere pompoensoep en ze
smaakte heerlijk! Het was een schitterende herfstwandeling.
Louisa
GEDICHTEN
Slaapdorp
Mijn dorp slaapt
en ‘s nachts de mensen
die druk en moe gewerkt
alleen het rusten wensen
de kinderen gaan naar school
de ouders naar hun werk
er is niets te beleven
in het midden staat de kerk
overdag het razen
van vrachtwagens vooral
ze komen uit het oosten
van over de Oeral
’s avonds keert het om
leeg en uitgeblust
legt mijn dorp zich weer te slapen
in veel te lange winterrust
J’O
Tussen water en wind
Nieuwe dichtbundel van J’O Van Dessel
Ten voordele van het
reservatenfonds
van Natuurpunt
8 euro
J’O Van Dessel
0495 531323
Klaar
Eindelijk ben ik klaar
de kinderen zijn groot
de loopbaan loopt ten einde
mijn vader al lang dood
tijd voor nieuwe dingen
poëzie en de natuur
met mijn vrouw genieten
van elk geboden uur
één dochter gaat al bouwen
aan een gloednieuw nest
ik hou me klaar als opa
de tijd die mij nog rest
ook voor nummer twee
oogt de toekomst klaar
zij gaat naar Amerika
in de zomer volgend jaar
daarna komt de tijd
van terugblik maar heel even
eerst nog volle kracht vooruit
bewust en zinvol leven
J’O
terug naar>>
Natuurpunt
afdeling Grote Nete
Laatste aanpassing gebeurde op:
12.11.2009 09:06:44
Info en tips:
webverantwoordelijke