Archief:
Artikels uit het tijdschrift van
Natuurpunt
Grote Nete
Jaargang 7
driemaandelijks tijdschrift
Januari 2008 Nr. 1
Woord vooraf
NATUUR
Een mooi woord dat men tegenwoordig te pas en ook te onpas, graag in de mond neemt. Maar wat betekent het?
Zijn het de vogels en de dieren in de tuin?
Zijn het de bomen, beken, rivieren en grachten in onze Netevallei? Zijn het de parken in de steden?
Zijn het de bossen, bergen, meren en de zeeën?
Of is het dat geheel, samen met de mensen die er werken, wonen, leven en sterven?
Wat doen we ermee, wat willen we ermee en waar naar toe (hoe)? Creëren we een nieuw landschap, herstellen we het of laten het betijen? Grijpen we actief in of laten we het aan toeval over?
Is er plaats voor alle soorten recreatie (hard/zacht)?
Moeten de gebieden ten allen tijde openstaan?
Zorgen we voor vrijhavens voor wilde en zeldzame soorten?
Hebben we ruimte voor rustgebieden voor dier en plant?
Beleven we de ons omringende natuur als gebruiker en of als verwonderde toeschouwer?
Een ding is heel zeker:
WAT REST MOET ZEER OMZICHTIG EN MET VEEL RESPECT BENADERD WORDEN!
We moeten zorgvuldig plannen wat we in de toekomst willen, onze krachten bundelen om zo efficiënt mogelijk een duurzaam beleid te voeren.
Zowel voor onszelf als diegenen die na ons komen.
Hierbij blijven we rekenen op de blijvende inzet van de steeds talrijker wordende groep vrijwilligers.
Bij dezen wil ik ook de terreinploeg onder leiding van Marc Croonenborghs even in het spreekwoordelijke zonnetje zetten. Wat er ook dit jaar weer door de terreinploeg gepresteerd werd onder moeilijke (lees NATTE) omstandigheden wordt soms zwaar onderschat. Langs alle kanten worden zij aan de arm getrokken om toch maar het geplande werk voor elkaar te krijgen.
Aan iedereen, bestuursleden, kernleden, vrijwilligers en de terreinploeg allemaal hartelijk dank voor uw inzet.
Voor 2008 gaan we samen op weg naar een mooie toekomst voor onze afdeling en de natuur.
Sjaak Schoonderwoerd
DEMONSTRATIE WEBSITE GROTE NETE: 9 februari
Vic van Dyck, de webmaster van onze website, zal op zaterdagavond 9 februari om 20u00 een woordje uitleg brengen over de mogelijkheden en de werking ervan.
Wij willen hiermee onze leden het gebruik tonen, de vele onderverdelingen aanwijzen en de "verborgen" gegevens te voorschijn toveren.
Ook de mensen die geen Internet hebben, kunnen een kijkje komen nemen van wat er allemaal in onze vereniging gebeurd.
Locatie: Lokaal Natuurpunt,
Op paasmaandag 24 maart richt "Natuurpunt" in samenwerking met de "Gezinsbond Heist-op-den-Berg - Hallaar" een zoektocht in, door de Netevallei met als thema "Op zoek naar de Paashaas".
Deze wandeling richt zich vooral naar ouders met jonge kinderen en kleuters.
Het wordt een educatieve zoektocht met enkele paasverrassingen voor de kinderen.
Stevig schoeisel of laarzen is aan te raden.
Leopoldlei 81 te Hallaar
Praktische info:
Datum: maandag 24 maart 2008.
Samenkomst: lokaal Natuurpunt,
Leopoldlei 81 te Hallaar,
om 9.45 uur groep 1
10.00 uur groep 2
Einde: omstreeks 12.00 uur.
Deelname: 2 euro per kind Leden van Gezinsbond en / of Natuurpunt 1 euro
Inschrijving verplicht, voor 20 maart 2008:
Charel Stroeckx 015 / 23 56 57 (na 19 u) of Paul Anthonis 015 / 24 89 88 (.paul.anthonis(cb,scarlet.be_)
SPAGHETTI-AVOND ten voordele van VOGELOPVANGCENTRUM
VOGELOPVANGCENTRUM HERENTHOUT NODIGT U VRIENDELIJK UIT OP HAAR ZESDE SPAGHETTI-AVOND
Waar? Gemeentelijk Ontmoetingscentrum
"Ter Voncke" Vonckstraat 17 te Herenthout
Wanneer ? Vrijdag, 14 maart 2008
Aanvang ? Van 18.00 uur tot 22.00 uur ....
Meer info : VOC Herenthout , Boeyendaal 74, 2270 Herenthout
Tel. 014/51.40.41 of
email: vocherenthout@advalvas.be
"AL LEKKER ETEND" een goed doel steunen ... Wat wenst u nog meer?
In 2008 bestaat de gemeente Heist-op-den-Berg 1.000 jaar : een echte millenniumviering !
De eerste aankoop van een natuurgebied in de Netevallei vond plaats in februari 1988, dus precies 20 jaar geleden. Tevens is de plaatselijke natuurvereniging reeds 30 jaar actief in Heist-opden-Berg. Om deze drie verjaardagen op passende wijze te vieren, werd door Natuurpunt Heistop-den-Berg een feestelijk jubileumprogramma uitgewerkt.
Het startschot zal worden gegeven op zaterdag 23 februari 2008 in zaal De Zwaan. Dan vindt een diaprojectie plaats onder de titel "1000 jaar Heist in beeld".
Natuurfotografen Staf De Roover en Josée Craenen doorkruisten gedurende 15 maanden alle
bekende en minder bekende plekjes in de 6 deelgemeenten van Heist-op-den-Berg. Tijdens deze diavoorstelling komen de natuur- en cultuurlandschappen, het rijke bouwkundige erfgoed, de natuurwaarden en de folkloristische tradities van onze gemeente uitgebreid aan bod. Elke deelgemeente komt circa 15 minuten in beeld. De diaprojectie met sfeervolle muziek en leerrijke commentaar duurt 2 keren 45 minuten.
De voorstelling wordt opgeluisterd door de koninklijke fanfare Moed en Volharding, die de muzikale intermezzo's zal verzorgen.
Kortom, een gevarieerd en avondvullend programma dat u niet mag missen !
PRAKTISCHE INFO
Wanneer? zaterdag 23 februari 2008
19u30 : ontvangst met gratis welkomstdrankje 20u00 : aanvang programma 23u00 : einde programma
Waar? Zaal De Zwaan, Stationsstraat 53 te Heist-op-den-Berg Prijs? 5 euro (kaarten in voorverkoop) 7 euro aan de kassa
Info en reservaties bij:
Wilfried Wouters 015 - 24 25 73
E-mail : _Paul.anthonis( scarlet.be.
Website :..www.natuurpunt.be/grotenete_
Kaarten verkrijgbaar bij gemeentelijke toeristische dienst, Postweg 6, 2220 Heist-op-den-Berg.
GROTE NETE: BLAUW-en-GROENE SLAGADER VAN ONZE AFDELING
De Grote Nete is een heel belangrijk gegeven in het natuurbehoud voor Afdeling Grote Nete. Over een afstand van 25 km. stroomt de Grote Nete van Laakdal tot Heist-op-den-Berg. Natuurpunt beheert in de onmiddellijke omgeving van de rivier niet minder dan 250 ha. In totaal beheert afdeling Grote Nete 625 ha. Alle natuurreservaten van onze afdeling liggen in de vallei van de Grote Nete of haar bijrivieren. We zijn dan ook erg begaan met de plannen die, in het kader van de herziening van Sigma, in opmaak zijn.
Wat is Sigma ?
Na de grote overstromingen van 1976, met de dramatische toestanden in Ruisbroek, werd in allerijl het Sigma-plan opgemaakt en deels uitgevoerd, dit om overstromingen in het Scheldebekken in de toekomst te voorkomen. Voor onze regio waren de plannen enkel gericht op het voorkomen van overstromingen in de vallei van de Grote Nete: de dijken werden verhoogd, de rivier werd verdiept en de monding van de zijrivieren werd omgebouwd tot een stalen buis met een terugslagklep. Bij `hoog water' kan het water van de beken niet meer in de rivier stromen.
Deze eenzijdige benadering had ook negatieve effecten. De verbinding tussen de rivier en de vallei werd verbroken, geen enkele vis kan nog een zijrivier inzwemmen om er zich voort te planten. De vallei verdroogde. Langs de zijrivieren waren er overstromingen op plaatsen die vroeger nooit overstroomden, zoals de kastelen van Booischot en Westerlo
Deze problemen, de overstromingen van 1998 en de stijging van de zeewaterspiegel zetten de Vlaamse regering ertoe aan het Sigma-plan te herzien. Met nieuwe ingrepen wil de overheid de negatieve gevolgen van overstromingen beperken en waterveiligheid bieden aan alle bewoners.
De Vlaamse overheid heeft ondertussen beslist dat er van de 1350 ha die in de vallei gelegen zijn, er 850 ha moeten ingericht worden met natuurherstel als doelstelling. Dit natuurherstel is een compensatie voor ingrepen langs de Schelde. Waterveiligheid is hier een randvoorwaarde.
Natuurpunt is verheugd dat er door de Vlaamse regering beslist werd het Sigma-plan te herzien. We betreuren echter dat Natuurpunt, als beheerder met de grootste oppervlakte, niet of nauwelijks betrokken wordt bij de opmaak van de plannen. Daarom zullen we de volgende maanden via alle mogelijke kanalen proberen inspraak te krijgen.
Natuurpunt wenst de volgende doelen gerealiseerd te zien in het plan:
• Natuurpunt zal ernaar streven dat de Vallei van de Grote Nete, van het Zammelsbroek tot Itegem, ingericht wordt tot een zo natuurlijk mogelijk functionerende waterloop die waterveiligheid garandeert en tevens de natuurlijke relatie tussen de rivier en de vallei herstelt.
• Voor de lokale waterproblemen langs de zijrivieren moet gelijktijdig een oplossing gezocht worden. Naast het herstellen van de natuurlijke verbinding tussen de rivier en de zijrivier is het herstel van de historische waterberging in de bovenstroomse delen van de bijrivieren essentieel.
• De waterkwaliteit is de voorbije jaren aanzienlijk verbeterd. De lozing van zoutwater door Tessenderlo Chemie in de Grote Laak blijft echter een knelpunt dat moet opgelost zijn voor de inrichtingswerken kunnen beginnen. Uit een recent onderzoek blijkt dat de massale boomsterfte in het Zammelsbroek en het Trichelbroek het gevolg is van een te hoge zoutconcentratie in de bodem.
• Na deze natuurlijke inrichting blijven landbouw en recreatie een belangrijke rol spelen in de vallei. Landbouw als beheerder van meer natuurlijke graslanden, recreatie moet een meerwaarde vinden in de rust, het landschap, het zuivere water en de natuurbeleving. Fietspaden die vooral op de valleiranden liggen en wandelpaden door de vallei moeten de belevingswaarde aanzienlijk verhogen.
• De inrichtingswerken moeten zowel op het vlak van het natuurherstel, de waterveiligheid als de recreatie een aanzienlijke meerwaarde betekenen voor de regio.
Natuurpunt Grote Nete zal in de lente van 2008 de gemeentebesturen uit onze afdeling uitnodigen voor een werkbezoek naar een gelijkaardige riviervallei in Nederland. In deze vallei kunnen we zien hoe het landschap er na de inrichting kan uitzien.
DE VLAAMSE REGERING STEUNT HET MERODEGEBIED
Op voorstel van Vlaams minister Hilde Crevits keurde de Vlaamse regering op 14 december het planprogramma van het landinrichtingsproject "de Merode: prinsheerlijk platteland" goed.
Deze beslissing maakt het mogelijk een
budget van 9.2 miljoen € te gebruiken voor projecten die passen in "het
koesteren van natuur en landschap, het bewaren en herstellen van ons
cultuurhistorisch erfgoed, maatregelen om duurzame landbouw te bevorderen en
het promoten van het gebied de Merode als gastvrij platteland". Het
landinrichtingsproject omvat de gemeenten Westerlo, Herselt, Laakdal,
Scherpenheuvel-Zichem, Tessenderlo en Geel.
Natuurpunt rekent erop dat maatregelen rond het koesteren van natuur en
landschap een flinke steun zullen zijn voor het landschaps- en natuurherstel
in de regio. We zijn er sterk van overtuigd dat een aangenaam landschap, met
waardevolle natuur en met stilte en rust bepalend zijn voor een leefbaar
platteland.
Natuurpunt wenst minister Hilde Crevits en de Vlaamse Landmaatschappij dan ook
van harte geluk te wensen met deze vernieuwde inzet van landinrichting.
HERSELT EN
DE WEEKENDVERBLIJVEN of ...
HOE MOEILIJK HET IS VERKEERDE BELEIDSBESLISSINGEN ONGEDAAN TE MAKEN!
Half de zestiger jaren dacht het gemeentebestuur van Herselt de kip met de gouden eieren gevonden te hebben. Onverbloemd werd er gepromoot dat Herselt een paradijs was voor de stadsmens, die er in alle rust kon genieten van de natuur. Een bouwvergunning was niet nodig, er werden bossen gekapt, vijvertjes gegraven, wegen aangelegd. In de jaren zeventig tellen we meer dan 1000 weekendverblijven in Herselt. Het grootste deel van de weekendgronden is gelegen in natte gebieden, de grondprijs was hier het laagst, j e kon er een vijvertje graven.
In 1978 kwamen de gewestplannen. Een groot deel van de zonder vergunning gebouwde weekendverblijven werd opgenomen in een zone voor verblijfsrecreatie. De eigenaars, die zonder enige vergunning gebouwd hadden, werden hierdoor flink beloond. Op last van het parket werden er meer dan 1000 PV's gemaakt, alle PV's belandden in de kast en kwamen er niet meer uit.
Maar een verlof in een houten weekendhuisje tussen de muggen en de lawaaierige buren kende minder en minder succes. Langzaam aan werden de weekendhuisjes gebruikt om er vast te gaan wonen en zo kreeg het gemeentebestuur van Herselt een immens probleem. Men spreekt nu over 500 weekendhuizen die permanent bewoond zijn. De verblijven die volledig in orde zijn met de stedenbouwwetgeving, zijn zeldzaam. Er wordt voortdurend bijgebouwd: een garage hier, een berghok daar, het dak wat hoger, zo kunnen er slaapkamers gemaakt worden, en nog altijd alles zonder bouwvergunning.
En dan zag het gemeentebestuur dat dit echt zo niet verder kon. Weekendverblijven zijn er om je verlof door te brengen en niet om er vast te wonen. Het gemeentebestuur besloot een procedure voor de burgerlijke rechtbank te voeren, tegen vaste bewoners van weekendverblijven. Maandag viel het eerste vonnis. Alle beklaagden werden veroordeeld om binnen het jaar de permanente bewoning te stoppen. Bij niet-naleving betalen de veroordeelden een dwangsom van 35 euro per dag. De veroordeelden gaan in beroep.
De houding van de gemeente Herselt is moedig. Na jaren alle overtredingen gedoogd te hebben, wordt er nu een duidelijk standpunt ingenomen en tracht men het ook uit te voeren. Ook de provincie Antwerpen is actief geworden en ze onderzoekt hoe het probleem kan opgelost worden.
Enkele tips voor het gemeentebestuur
en voor de provincie: Begin met de weekendverblijven in de groengebieden te
inventariseren. Er zal dan vastgesteld worden wat iedereen al lang weet geen
enkel gebouw heeft een stedenbouwkundige vergunning, een deel wordt als vast
verblijf gebruikt, een ander deel wordt door huisjesmelkers verhuurd aan
buitenlandse arbeiders. In de agrarische gebieden zal hetzelfde vastgesteld
worden.
Waarop moet er gewacht worden om een procedure tot afbraak van deze gebouwen
te beginnen?
Voor de zoveelste keer zal er weer geïnventariseerd worden in de zones voor verblijfsrecreatie. Hopelijk wordt er ingezien dat weekendverblijven hun echte functie verloren hebben. De moeilijk bereikbare en in natte gebieden gelegen zones hebben geen toekomst voor recreatieve bewoning (een `schone' naam om permanent in een weekendverblijf te wonen). Een uitdoofbeleid in de gebieden waar permanente bewoning niet kan, is de enige duurzame oplossing. Een vorige piste ging er van uit dat als er maar genoeg weekendverblijven bij elkaar stonden, ze konden geregulariseerd worden. Zelden zo een dwaas voorstel gehoord: hoe meer overtredingen, hoe groter de kans op regularisatie! Het al dan niet regulariseren of omvormen van een gebied moet getoetst worden aan de belasting die dit veroorzaakt voor de omgeving.
Maar laat ons hoopvol zijn! Voor de eerste keer na 40 jaar is er iets wezenlijks gebeurd. Hopelijk mogen we nu spreken van een echte trendbreuk!
LAAKVALLEIEN DECEMBER 2007
De kijkhut in Trichelbroek werd op zondag 2 december officieel geopend. Ondanks de weersvoorspellingen die ronduit slecht waren, gingen de `feestelijkheden' toch door. Een groep van wel 35 deelnemers trotseerde regen en stormwind om er bij te zijn. We kwamen samen aan de Sint-Bavokapel. Van daaruit is het maar enkele honderden meters stappen om aan de kijkhut te komen. De laatste weken was het waterpeil aan de vijver flink gestegen, de paden lagen er dan ook modderig bij. Maar wat wil je in een moerasgebied. En daarbij, de echte natuurliefhebber maakt daar niet veel uit.
Achter de kijkhut, op een open plek in het bos, kwamen we samen voor een dankwoord en een drankje. Deze versnaperingen werden ons aangeboden door de gemeente Laakdal Ondergetekende kreeg de kans om iedereen die aan de realisatie van dit project heeft meegewerkt, nog eens uitvoerig te bedanken. Vooral het beheerteam van Laakdal werd geprezen voor het gepresteerde werk.
Natuurpuntvoorzitter Walter Roggeman benadrukte dat deze kijkhut een grote meerwaarde betekent voor een prachtig gebied als Trichelbroek en dat dit initiatief veel kansen zal bieden op vlak van natuurbeleving en -studie. Hij bedankte ook op zijn beurt de plaatselijke medewerkers voor hun inzet.
Lia Vanduffel, aanwezig als directielid van BP, liet in haar betoog vooral blijken dat ze blij is met de openstelling van de natuurgebieden. En ze liet ook weten dat de fabriek met plezier steun heeft verleend aan de openstelling van Trichelbroek en Varendonk.
Schepen van leefmilieu Benny Smets lichtte een aantal nieuwe elementen toe over het milieubeleid van Laakdal. Hij bedankte op zijn beurt de natuurvereniging voor hun inzet en het realiseren van deze kijkhut. En hij liet weten dat er nog plannen waren voor een vergelijkbaar initiatief, waarbij vooral de milieuraad een steunende rol zal betekenen.
Daarna werd de natuurpuntvlag voor de deur van de vogelkijkhut weggehaald en was de opening officieel. Nu werden verrekijkers, telelenzen en fototoestellen bovengehaald en kon men genieten van de aanwezige vogels en het uitzicht over de vijver.
Er werd getoost op een goede toekomst voor de kijkhut. Met het glas in de ene hand en een snoepje in de andere werd er nog heel wat nagepraat. We noteerden overwegend (om niet te zeggen enkel) positieve reacties op onze realisatie.
Sommige aanwezigen bleven nog wat vogels kijken aan de vijver. Voor de anderen was het hoog tijd om de wandeling verder te zetten. Regenvlagen en wind trotserend, gingen de wandelaars ook de andere troeven van het gebied bekijken.
Vic Van Dyck
HERFST IN HET GOOR - ASBROEK
Natuurherstel in Het Goor - Asbroek
De administratieve molen draait soms zeer traag, dat werd in dit dossier nogmaals bewezen. Inderdaad, met een vertraging van om en bij een jaar, werd ons derde herkenningsdossier goedgekeurd. Eindelijk konden de grootschalige werken in het Asbroek starten !
We wilden enerzijds het `verlande' ven terug tot leven brengen. Immers, door de verbossing en door landbouwactiviteiten was dit historische ven zo goed als verdwenen. Verder was het afplaggen van de aanpalende wei, met als doel het herstellen van de heidevegetatie, gepland.
En de werken startten, en het ging prima, totdat ..., totdat het begon te regenen. `Landbouwwerken Michiels' moest stoppen, op straffe van zijn machines te laten verzuipen. Hadden we maar twee weken eerder kunnen beginnen !
Ach toch, die dekselse administratieve molens én de weerberichten !
Op de laatste zondag van september, de dag ervoor had het weer pijpenstelen geregend (!), stond de zon mooi in de lucht. Om twee uur waren aan de vertrekplaats 90 personen, waarvan 30 met een lichamelijke beperking, verzameld.
Immers Natuurpunt, de plaatselijke Herseltse en Hulshoutse mindervalidenverenigingen en de Christelijke mutualiteit openden die dag het nieuwe rolstoelenpad in het Goor - Asbroek. De burgemeesters van Herselt en Huishout openden het pad officieel. Ook stuurde Mevr Crevits, Vlaams minister van Leefmilieu, haar felicitaties. De dankkaart die ze ons toestuurde luidde als volgt:
Beste aanwezigen,
Vandaag is het weerom een heugelijke dag voor de Zuiderkempen!
Vlaanderen is economisch gezien een welvarende regio. Als beleidsverantwoordelijken beseffen wij nochtans meer en meer dat welvaart niet het enige zaligmakende is voor een evenwichtige samenleving. Welzijn is minstens even belangrijk. Het openen van wandelpaden, en hier in het bijzonder een rolstoelpad zoals hier in Westmeerbeek, waardoor zoveel mogelijk mensen terug de waarde van de natuur en de landelijke omgeving kunnen ervaren, wordt door ons ten zeerste geapprecieerd en ondersteund.
Met genegen groeten
Hilde Crevits, Vlaams minister van Leefmilieu
Zeer bemoedigend waren de woorden van verwondering voor de schoonheid van de natuur, en dit van zowat alle aanwezigen. Deze verwondering is een van de redenen waarom we aan Natuurbehoud doen. De rolstoelgebruikers konden het initiatief echt wel appreciëren.
Midden november verwelkomden we 65 wandelaars op onze eerste Stroperswandeling. Slechts één aanwezige had begrepen dat Mark Croonenborghs en Bart Deckers de laatste nieuwe trucs en technieken zouden aanleren. Pech voor hem. Uiteraard ging het zo niet.
Gebruik makende van anekdotes, volkswaarheden en -wijsheden werden de toehoorders gewezen op het onwettelijke van de stroperij met dikwijls dierenbeulgerij tot gevolg. De stroperij is géén folklore, noch onschadelijk, wel integendeel: stroperij is big business en het omgekeerde van natuurbehoud.
Om toch enigszins te bekomen van de verhaaltjes werd nagenoten rond een open vuur met een jenevertje in de hand.
IJSLANDVAARDER IN DE LANGDONKEN !
Gert Vandermeiren, één van onze trouwe
waterpeil-opnemers in de Langdonken, vertoefde het afgelopen najaar in
IJsland. Onnodig te zeggen dat hij overweldigd werd door de schitterende
natuur aldaar. Zondag 23 december volbracht Gert zijn tweewekelijkse plicht in
de Langdonken en ging op pad, nu ja, `op het ijs' om de verschillende
peilbuizen te controleren. Na elke tocht stuurt Gert de resultaten en een
klein verslagje door, bijvoorbeeld met waarnemingen.
Om het met zijn eigen woorden te zeggen `Vandaag opnieuw de Langdonken
onveilig gemaakt. Eens te meer een prachtig gebied, met alle ijsvlaktes erbij
waande ik me even terug in IJsland, ...mooi !' Een fijner compliment kunnen we
als natuurbeheerders niet krijgen. Gert vervolgt : `Wel door het ijs gezakt na
buis nr 26 gemeten te hebben ...onzalige ervaring... Alles heeft nu eenmaal
zijn mooie en iets minder mooie kanten, nietwaar Gert ? Gert liet ons
ondertussen weten dat hij binnenkort weer enthousiast de volgende metingen zal
uitvoeren
NETEVALLLEI HEIST: MEMORABELE WERKDAG op 20 OKTOBER
Het is behoorlijk koud wanneer ik met mijn stalen ros richting Hallaar peddel. Voor het eerst dit jaar heb ik muts en handschoenen aan. Over de beemden trekken honderden Houtduiven. Bij het lokaal komen één voor één de vrijwilligers aan. Vandaag gaan we maaisel opruimen aan "Den Haak", ons meest noordelijk gebied op de grens van Itegem en Herenthout. De zon is overweldigend aanwezig en achter de hoge dijk, beschut door een houtkant, is het al best aangenaam. Even later komt Frans met tractor en kipkar aangedokkerd.
Maaisel opruimen in de beemden
Er ligt heel wat maaisel, we zullen goed uit onze pijp moeten komen vandaag. Vele handen maken echter licht werk en het vordert goed. Al gauw moeten we ons wat lichter zetten, want de zon warmt ons snel op. Eric, nog herstellend van een kleine ingreep, komt ons een bezoekje brengen en neemt wat foto's voor het tijdschrift. Al snel is het middag en de magen beginnen te knorren. Benieuwd wat Marina nu weer uit haar hoed getoverd heeft.
Memorial Sylvain Wuyts
In het lokaal is de tafel al gedekt en heerlijke Italiaanse geuren prikkelen ons reukorgaan. Marina, Anita en Stijn hebben weer hun beste beentje voorgezet. Het is dan ook een beetje een speciale dag vandaag. Vandaag zou Sylvain Wuyts 50 jaar geworden zijn. We vullen dan ook de glazen en brengen een welgemeende toast uit op onze te vroeg overleden vriend. Met hernieuwde krachten beginnen we de namiddagsessie. Het werk vlot zo goed dat we nog tijd over hebben om de houtopslag rond het poeltje te verwijderen. De Sjarel is weer niet in te tomen en den Titte zingt van pure pret ondeugende liedjes uit grootmoeders tijd.
Composthoop boordevol leven.
We besluiten om ook nog enkele met netels overgroeide composthopen in het midden van de beemd op te ruimen. Op deze plaats werd een tiental jaar geleden het maaisel opgestapeld. De hopen omvatten een fijn mengsel van halfvergane plantendelen. De kipkar is bijna vol wanneer er plots alarm geslagen wordt. Stop! Stop! Voorzichtig! In de composthoop vinden we een prachtig glimmende hazelworm. Julien herinnert zich dat hij samen met Sylvain op dezelfde plaats 17 jaar geleden ook al een exemplaar vond. Marc haast zich naar zijn fototoestel en schiet wat plaatjes. Er worden in totaal 3 zeldzame hazelwormen aangetroffen! Even later is het weer prijs: een alpenwatersalamander! Marc trekt weer een sprintje. En nog is de pret niet op. Twee Levendbarende Hagedissen worden ontdekt. Marc is ondertussen buiten adem. Ook een nestje aardmuizen wordt blootgelegd. En dat allemaal in een ogenschijnlijk stomme composthoop. De diertjes worden veilig terug in de natuur gezet.
Afscheid met een luchtparade..
Het is ondertussen half vijf en het
materiaal wordt verzameld. Boven onze hoofden in de staalblauwe lucht
verzamelen zich enkele buizerds op trek. Op een paar minuten tijd groeit de
groep aan tot 23 exemplaren. Vol bewondering staan we met de hele groep het
spektakel gade te slaan. Als apotheose van deze dag om in te kaderen kan dat
tellen, of is het een teken van Sylvain? Met een zeer warm gevoel verlaten we
onze Netevallei. Het werk is gedaan, de dag is geweest.
Oprechte dank aan Marc, Sjarel, Frans V, Frans S, Wilfried, Titte, Joris,
Dirk, Julien, Paul, Marina, Anita en Stijn voor het harde en nuttige werk en
voor het fijne en vrolijke gezelschap!
De Hazelworm (Anguis fragilis)
Tot 50cm lang. Slangachtig lichaam, maar met typische kop van een hagedis; zeer gladde schubben en geen poten. Meestal koper- tot zwartbruin, de vrouwtjes meestal met vage donkere lengtestrepen. Op matig vochtige, lichte plaatsen in hooilanden, bossen en op heide. Solitair; overdag en tijdens de schemering actief, schuilt ook vaak onder stenen. Eet insecten, slakken, wormen en spinnen. Meestal overwinteren meerdere soortgenoten in aardholen of onder boomstronken. Laat bij gevaar de staart los, net als hagedissen. Paring in april/mei. Na de draagtijd van 12 weken worden 8-25 jongen levend geboren, die meteen zelfstandig zijn.
J10
NETEVALLEI HEIST: DAG VAN DE NATUUR (17 november)
Na een stresserende week vol onzekerheden over de toekomst van het bedrijf waar ik al bijna 34 jaar mijn dagelijkse boterham tracht te verdienen heb ik niet al te best geslapen. Het ontbijt samen met mijn steeds actieve vrouw die weeral weekenddienst heeft, brengt me al snel op krachten en in de juiste stemming. Die krachten zal ik nodig hebben vandaag. Het is immers "Dag van de Natuur" en er ligt een hoop werk te wachten aan de Nete. Buiten ligt een rijmlaagje over de wereld. Door de vrieskou fiets ik naar het lokaal. Sjaak is er al en we beginnen alvast het materiaal in te laden.
Wilgen knotten in de Moerbeemden
Om negen uur is er al heel wat volk en
we rijden met z'n allen naar de Moerbeemden waar we gaan wilgen knotten.
Sjarel en Frans hebben gisteren al wat voorbereidend werk gedaan, zodat we
dadelijk aan de slag kunnen. Al gauw gonst het in ons reservaat van de
bedrijvigheid. Er zijn weer enkele nieuwe gezichten bij, dat is altijd een
prettige vaststelling. Den Titte delegeert het werk als een echte ploegbaas.
Er wordt gezaagd, gehakt, gekapt en gesleurd. Om half elf pauzeren we even en
worden de dorstigen gelaafd (Een werk van barmhartigheid). Inmiddels zijn de
troepen al aangegroeid tot twintig. Het werk vlot zeer goed en de eerste
ladingen brandhout verdwijnen richting houtmijt. Op de middag leggen we er de
riem af. In het lokaal zijn Marina en Anita, onze geliefde ba(a)rmoeders, weer
druk in de weer geweest om ons te vergasten op spek met eieren en gebakken
appeltjes. Dat wordt smikkelen en smullen!
Enkele enthousiaste JNM'ers komen de gelederen versterken.
Geslaagde werkdag met 35 vrijwilligers.
Om één uur begeven we ons terug naar
de Netevallei voor deel twee van deze zonnige werkdag. Ik tel nogmaals de
koppen en eindig op een verbazende vijfendertig. 35! Een nieuw record. Nooit
eerder hadden we zoveel vrijwilligers die de handen uit de mouwen kwamen
steken. Het is dan ook een fraai zicht hoe deze groep het werk aanpakt. De
sfeer zit er nu echt in en tijdens de drankpauze vliegen de kwinkslagen over
en weer. Wilfried, onze onvolprezen conservator overschouwt dit alles en heeft
een glimlach van oor tot oor. Je zou voor minder. Op het eind van de dag is al
het geplande werk netjes afgemaakt. De wilgen zijn geknot, het hout gezaagd,
de takken opgeruimd.
Een zalige stilte zakt samen met de zon over de beemden. In het lokaal kaarten
we nog na onder het genot van een frisse pint. De avond valt snel en moe maar
voldaan, gaat ieder zijns weegs. Weer kunnen we terugblikken op een geslaagde
werkdag die ons veel moed geeft om er in de toekomst blijven tegenaan te gaan.
Bedankt Marina, Anita, Sjarel, Wilfried, Titte, Eric, Allan, Wim, Bernd, Brun,
Dirk, Paul, Roger, Frans V, Frans S, Sjaak, Raf, Robbe, Hans, Chris S, Chris
VB, Jan, Pieter, Lukas, Mart, Nele, Evelyne, Lena, Sarah, Jean, Marc, Joris,
Mat, Katleen, Mireille voor de vlotte en fijne samenwerking en tot volgende
keer maar weer!
J’ O
NETEVALLEI HEIST: WERKDAG HOGEWEGBEEMDEN te BOOISCHOT
Met enige frisse tegenzin kom ik om 8
uur mijn bed uitgegleden. Ik kijk even buiten en net als het weer klaart ook
mijn humeur dadelijk op. Het is droog en er is slechts een zuchtje wind. Na
een flink ontbijt neem ik afscheid van mijn lieftallige want de plicht roept.
Vandaag gaan we er weer tegenaan in de Netevallei.
Gisteren heb ik met Sjarel, de onvermoeibare, al wat voorbereidend werk
geleverd zodat de vrijwilligers dadelijk aan de slag kunnen. We hebben immers
geen tijd te verliezen want er is weer een flinke slok regen voorspeld.
Gelukkig hebben we gisteren het wijze besluit genomen om de tractor op stal te
laten. In het zware en kletsnatte terrein zou hij toch van weinig nut zijn en
zo kunnen we al zeker geen schade veroorzaken. Dan kunnen onze gemotoriseerde
vrienden Sjaak en Wim hun hartje nog eens ophalen en hun 4x4 ten dienste
stellen van het beheerteam (waarvoor dank).
Tegen 9uur ben ik present en wacht op de aankomst van de anderen. Het is
merkelijk koeler geworden maar dat kan ons niet deren, we werken wel tot we
warm hebben.
Wilgen onder handen genomen.
In de verte hoor ik het gerammel van de karretjes en mijn werkmakkers komen uit de bocht gesjeesd met al het materiaal. De taken worden verdeeld en al gauw vliegen de houtkrullen ons om de oren. Naast de beek legt Sjarel de wilgen om, zo kan het eikenbosje erachter meer licht vangen en zich beter ontwikkelen. Er wordt weer duchtig de pees opgelegd en het zware werk vlot goed . Frans S. , even onvermoeibaar als zijn broer, neemt met gemak de zwaarste stukken op zijn brede schouders. Ook de anderen, Frans V. en Dirk sleuren takken aan alsof hun leven er van afhangt. Paul heeft de job van zijn leven gevonden en trekt aan het zeel de bomen in de gewenste richting. Ik sta aan de bok en Allan en Titte zorgen ervoor dat ik geen tijd heb om op te kijken terwijl Sjaak en Roger de kar laden en het brandhout afvoeren naar de liefhebbers.
Culinaire middagpauze
Voor we het weten is het middag, onze beer begint te grollen en we kramen op voor de middagpauze. Weerom hebben Marina en Anita op geen moeite gekeken om onze verwende magen te plezieren. Tagliatelle met spinazie en zalm staan op het menu en als toetje is er heerlijke broodpudding. "Sfeer is goed" zou Waseige zeggen. Even na 1 trekken we terug onze werkkleren aan en rijden terug naar Booischot. Ondertussen hebben Jean, Joris en Julien (J3) ons gezelschap vervoegd en met een vernieuwd elan gaan we verder waar we gestopt waren. Even later komt Wim ons nog een handje toesteken. Wanneer de eerste regendruppels uit de dreigende hemel vallen is het werk bijna gedaan. We steken nog een tandje bij en ruimen de laatste takken op. Er ligt een flinke stapel te wachten op de leerlingen van Berlaar die ons over 2 weken komen helpen met hakselen. De wind trekt aan en het begint harder te regenen. Snel ruimen we al het materiaal bijeen en laden alles in. Vermoeid maar voldaan nemen we afscheid. Voor de gegadigden wacht er nog een frisse pint in het lokaal.
Met pijn in 't hart zie ik mijn
kompanen richting Heist verdwijnen. Op mijn eentje fiets ik huiswaarts over de
Hoge Weg waar ik mijn jeugd doorbracht en overdenk de voorbije dag die weer
geslaagd kan genoemd worden.
Bedankt vrienden voor de inzet.
J1 O
NETEVALLEI HEIST: Adventactie H. Hart van Maria School Berlaar
Dag 1: woensdag 19 december
Met de ijsmuts diep over de oren getrokken neem ik de fiets en de gelegenheid te baat (ik "mag" deze week gaan stempelen) om de leerlingen van Berlaar mee te begeleiden op een dagje natuurbeheer in de Netevallei. Wilfried is de jongeren al aan het briefen wanneer ik, net op tijd, ons lokaal bereik. Binnen is het lekker warm. Het materiaal wordt klaargezet en de laatste afspraken gemaakt. Een rode bol klimt al boven de oostelijke horizon, het belooft een prachtige winterdag te worden. De jongens gaan samen met Wilfried en Dirk eerst de prikkeldraadafsluiting verwijderen op een nieuw aangekocht perceel. Ondertussen kunnen Sjaak en ik onze nog steeds jeugdige ledematen afreageren op een wilgenstruweel dat dringend moet verwijderd worden. Al snel staan we lekker te zweten in onze dikke zaagbroek. Het is verrassend zacht en windstil.
De terreinploeg komt ons een flinke hand toesteken met tractor en hakselaar en na een korte drinkpauze vliegen we er met zijn allen tegenaan om het takkenhout op de dijk te sleuren en het dikkere brandhout uit te dragen. Na het middageten, zelfcatering vandaag, doen we naarstig verder. Het brandhout wordt klein gezaagd en weggevoerd, de takken worden vakkundig verhakseld en opgeruimd. Sjarel gaat weer flink zijn gewone gang. Inmiddels zijn Eric en onze voorzitter Chris de gelederen komen versterken. Ruim op tijd is het geplande werk afgerond. De jeugd van tegenwoordig heeft meer dan haar best gedaan en ook de hulp van de terreinploeg was meer dan welkom. Vermoeid maar tevreden fiets ik door het vroeg invallende duister huiswaarts.
Dag 2: donderdag 20 december
Waar gisteren de zon nog potten gouden
verf uitgoot over de wereld is het nu grijs en grauw. Nog snel wat hout om de
kachel aan te maken binnengehaald en de vogels gevoerd, want Sjaak zit al te
popelen achter een tas koffie. Het was al van in zijn jeugd geleden dat hij
nog zo popelde! Eerst gaan we de tractor ophalen die overnacht heeft bij
Frans. Die is al op en presenteert ons een heerlijk bakje troost. Ik start
alvast de tractor, zodat die wat kan opwarmen. Koffie opgedronken en afscheid
genomen van Frans ( Hij vertrekt volgende week om Zuid Amerika enkele maanden
onveilig te maken) Hasta la vista Querido Frans! Dan blijkt het al meteen mijn
dagje niet te zijn. Ik kan niet meer in de tractor wegens mezelf
buitengesloten. Geen nood echter. Marc wordt opgebeld en die gaat de
reservesleutel meegeven met de terreinploeg. Wij dan al maar naar het lokaal
waar de volgende groep studerende jeugd al ongeduldig en ook van kou staat te
trappelen. Vandaag gaan we hakselen in de Tittebeemden want ook de landerijen
van onze Baron moeten er netjes bijliggen.
Wilfried gaat eerst met enkele vrijwilligers wat zwerfvuil oprapen in een pas
aangekocht perceel vlakbij. De andere jonge mannen helpen bij het hakselen of
bij het wegvoeren van het gezaagde brandhout. Even na de drinkpauze begeeft de
aandrijfas van de tractor het. Gedaan met hakselen. Wij over naar plan B:
Sjarel gaat in de Langdonken een nieuwe halen samen met de natuurwerker.
Ondertussen zagen Titte en ik nog hout klein, geholpen door enkele moedige
jonge snaken. Na de middag is alles hersteld en kunnen we verder de boel
opruimen. Het takkenhout in de Hogewegbeemden in Booischot zal voor een andere
keer zijn, vrezen we. Eric en Dirk repareren ondertussen het bruggetje op het
Pinzielekepad. Op de Nete zien we 4 Grote Zaagbekken waarschijnlijk op de
vlucht voor de kou. De laatste kar hout wordt weggereden en de laatste takjes
verdwijnen door de gulzige hakselaar. Al het gerief inpakken en wegwezen, het
werk is gedaan, de dag is geweest. Ook deze scholieren gaven blijk van veel
werklust en hadden schijnbaar minder last van de kou dan onze al bij al toch
niet meer zo jeugdige knoken. Vroeger waren we ook jong, sterk en mooi. Nu
alleen nog mooi! De nodige dankbetuigingen gaan deze keer uit naar de
leerlingen van Berlaar die ons aangenaam verrasten met hun jeugdig
enthousiasme. Ook de terreinploeg willen we langs deze weg bedanken. Niet
alleen voor deze keer, maar voor wat zij het ganse jaar presteren en dit niet
altijd in ideale omstandigheden. Natuurlijk vergeet ik mijn vrienden
beheerwerkers niet. Chris, Wilfried, Eric, Titte, Sjarel, Dirk en Sjaak,
jullie waren weer fijn gezelschap! J'o
EERSTE AANKOOP IN DE BRUGGENEINDSE GOREN.
De oudste reservaatskern in de
Bruggeneindse Goren werd reeds in 1981 opgestart door Wielewaal Netevallei. In
1990 werd een terrein van 2,2 ha aangekocht door het gemeentebestuur van
Heist-op-den-Berg. Onze vereniging kreeg dit perceel voor 30 jaar in huur.
Deze kern omvat een nat heiderelict en een eiken-berkenbos. Het is het enige
restant van de oude Goorheyde, die omstreeks 1750 ruim 1.000 ha groot was.
We hebben 25 jaar lang moeten wachten om het natuurgebied te kunnen
uitbreiden. Tijdens een openbare verkoping op 24 oktober 2007 kon onze
vereniging een eerste perceel in eigendom verwerven in de Bruggeneindse Goren.
Het gaat om een waardevol eikenbos met een smalle vijver en een hooiland met
een totale oppervlakte van ca. 1,5 ha.
Deze nieuwe aankoop omvat een hoogstammig zomereikenbos van ruim 50 are met een rabattenstructuur. In dit oude bosbestand groeit op een 15-tal plaatsen de zeldzame Koningsvaren. Een lange smalle vijver van 70 meter x 20 meter wordt overwoekerd door Parelvederkruid. Een streekvreemde waterplant met een enorme groeikracht, die de inheemse waterplanten verdringt. Tevens is er een hooiland van ca. 70 are aanwezig met een raaigras en klavervegetatie. Het ganse eigendom is volgens het gewestplan in bosgebied gelegen.
We vernamen uit goede bron dat de
Vlaamse Landmaatschappij in deze omgeving nog een aaneengesloten blok van ca.
7 ha kon verwerven door toepassing van het recht van voorkoop. Het gaat om een
weideperceel omzoomd door oude zomereiken.
Deze aankoop zal ongetwijfeld een nieuwe impuls geven aan ons oudste
natuurreservaat.
Interesse om mee te werken?
Wil je ook meewerken aan de uitbouw van het natuurgebied in de Netevallei. Geen probleem, je moet hiervoor zeker geen diploma biologie op zak hebben. De uit te voeren taken zijn immers zeer divers: vervoer van werkmateriaal, opvolging van de beheersresultaten via monitoringprojecten voor insecten en vogels, uitzetten van permanente kwadranten om de evolutie van de plantengroei te onderzoeken, uitvoeren van concrete werken op het terrein (maaien, hooien, zagen), voorbereiden van een maaltijd voor de veldmedewerkers tijdens werkdagen, gidsen van wandelingen voor groepen, onderhoud van de wandelpaden en bewegwijzering.
Geïnteresseerden, die het beheerteam willen versterken, kunnen zich melden bij Wilfried Wouters: 0 15-24 25 73 of mail :ww@heist-op-den-berg.be
ZEVENBLAD (Aegopodium podagraria)
Zevenblad groeit op stikstofrijke plaatsen met vooral leem en klei, met een voorliefde voor schaduw. Men vindt de plant dan ook in lichte bossen, langs bospaden, hagen en beekoevers, in parken en tuinen.
Zevenblad komt algemeen voor en dikwijls in dichte individuenrijke bestanden. Die vormen dan een volledig gesloten bladerdak zodat er voor andere planten geen plaats is. Die dichte begroeiing is te danken aan een netwerk van ver rondkruipende en zich steeds vertakkende wortelstokken die gemakkelijk afbreken. Elk stukje is weer in staat om opnieuw een hele kolonie te stichten. Een eigenaardige bijzonderheid kenmerkt de uitlopers. De groeipunt wordt beschermd door een schubvormig rudimentair blad dat als een soort "boorkop" fungeert. In tuinen tussen overblijvende planten is Zevenblad dan ook een zeer lastig bijna onuitroeibaar onkruid. De rechtopstaande stengels zijn hol, kantig gegroefd, onderaan kaal en bovenaan enigszins behaard. Die beharing kan slechts met een goede loep worden waargenomen. Verder zijn de stengels vorkvormig vertakt maar dit in slechts geringe mate. De grondbladeren zijn dubbel drietallig, de bovenste drietallig. Dikwijls komt die drietalligheid van de onderste bladeren in de verdrukking omdat de deelblaadjes niet volledig gesplitst zijn en aan de bladvoet met elkaar vergroeid. Zo telt men in plaats van negen deelblaadjes er slechts zeven. Daarnaar verwijst de naam Zevenblad.
Het onderste deel van de bladnerven is kort behaard. Weer is een sterke loep nodig. Vooral in het voorjaar als de eerste bladeren zich ontwikkelen, kan men Zevenblad wel eens verwarren met Engelwortel en ook met Meesterwortel. Geleidelijk vertonen ze elk echter wel hun specifieke soortkenmerken.
De bloeitijd situeert zich in mei juli. De bloemen zijn gerangschikt in schermen. Deze bloeiwijze kenmerkt zich door de talrijke steeds even lange bloemstelen, stralen genoemd die aan de top van de stengel staan.
In dit geval gaat het over een samengesteld scherm want elke straal draagt in plaats van een bloem weer een, zij het wat kleiner scherm, dat dan eindelijk de bloemen draagt. Een goed uitgekiend sys
teem om met kleine bloempjes toch een groot geheel te maken dat goed opvalt in het landschap. Het scherm met zijn tien à twintig stralen vormt een halve bol. Later bij de vruchtvorming zal die meer afgeplat gaan worden. Van de kelk, gereduceerd tot vijf tandjes, is weinig waar te nemen. De vijf kroonblaadjes, meestal wit, soms wat rozig, lopen in een punt uit. Het uiteinde is naar binnen omgeslagen. Alhoewel schermbloemigen meerzijdig symmetrische bloemen dragen, lappen verscheidene leden van de familie dit principe aan hun laars als het hen van pas komt. Zo doet ook Zevenblad. De kroonblaadjes van de bloemen die aan de rand van het scherm staan, ontwikkelen zich sterker zodat de bloeiwijze een stralend effect krijgt. Daardoor wordt het geheel dus nog eens meer opvallend.
Er zijn vijf meeldraden die eerst tot rijpheid komen. Later wordt de stamper geslachtsrijp. Die inrichting die men proterandrie noemt, bevordert kruisbestuiving waardoor meestal krachtiger nakomelingschap wordt verkregen. De stamper heeft twee stijlen die aan hun voet tot honingklier vergroeid zijn. Ze dragen elk een knopvormige stempel.
Het onderstandig vruchtbeginsel groeit uit tot een tweedelige splitvrucht. Die is eivormig en geribbeld met bij rijpheid omgeslagen stijlen.
Waar vele vruchten van schermbloemigen van oliekanaaltjes zijn voorzien, zijn die bij Zevenblad afwezig. Aanvankelijk lijkt het erop alsof beide deelvruchten een verbond gesloten hebben om voor altijd samen te blijven, maar als ze volkomen rijp zijn, wijken ze van mekaar. Dan blijven ze nog een tijdje aan eenzelfde vorkvormig steeltje (de spermatofoor) hangen te wiebelen. Tenslotte zal een wat forsere windstoot ze van de moederplant losrukken, zodat ze de kans krijgen een nieuwe haard te stichten.
Alleen het centrale hoofdscherm draagt vruchten. De zijschermen zijn steriel. Dat is geen groot bezwaar voor een plant die vegetatief zo gedreven te werk gaat.
Wie al eens van vrienden of kennissen een pol mooie planten meekrijgt, weze er steeds op bedacht dat hij samen met de nieuwe aanwinst, ook een lastige indringer in de tuin kan halen. En dat geldt niet alleen voor Zevenblad! Het is daarom steeds geraden nieuw verworven planten ergens in quarantaine neer te poten. Later kan men de plant in voor- of najaar weer opnemen, duchtig uiteenpluizen en alleen grondig nagekeken en van ongewenste ontdane delen een definitieve plaats bezorgen.
Ondanks zijn slechte faam wordt Zevenblad hier en daar als sierplant gekweekt.
Dan gaat het echter over de cultivar A.p. 'Variegatum' met witbont blad. Deze cultuurvorm is veel minder expansief.
De geslachtsnaam Aegopodium is samengesteld uit aigos(=geit) en podion(=poot). De naamgever zal in blad of bloem enige gelijkenis gezien hebben met een geitenpoot. De soortaanduiding podagraria verwijst naar geneeskundige toepassing bij podagra of jicht. Dit is een reumatische aandoening in het voetgewricht, daarom ook wel "het pootje" genoemd.
Waar Zevenblad naar verwijst, weten we al. Ook Drieblad komt voor. Dat gaat zeker op voor wat de middelste stengelbladeren betreft. In het licht van al het voorgaande vraagt Zevenpoot geen nadere uitleg, evenmin als Geitenpoot, Geitenblad, Pied-de-chèvre(F), Geissfuss(D), Geitenblad, Herbe-au-bouc(F), Ziegenkraut(D).
Waarom zouden we er geen andere poten inzien? En ja, zo vinden we nog Hazepoot, Kraaiepoot, Hanepoot, Haneklauw en Pied d'aigle(F).
De sterke gelijkenis van Zevenblad met de bladeren van Engelwortel gaf aanleiding tot Wilde engelwortel, Kleine engelwortel, Fausse angélique(F) en Voortlopende engelwortel. Deze laatste naam verwijst tevens naar de wortelstokken die voor de sterke verspreiding zorgen.
Het blad heeft ook wat weg van de Es, vandaar de naam Wilde es.
Nog meer gelijkenis is er met het vlierblad. Zo krijgen we Wilde vlier, Dwarf elder(E), Wilde vlinder, Vlinderkruid, Vlinderplant, Aardvlinder waarmee Groundelder(E) goed aansluit. Ook goed met de grond verbonden is de naam Vlinderpeemen, ook wel tot Puum verkort.
Weer eens een verwijzing naar de wortelstokken. Ook het tevens zo lastige Kweekgras noemt men Peeën of Puimen. Naar steeds dezelfde eigenschap verwijzen: Kruup-door-dentuin, Landsloop, vervormd tot Landsloof of moeten we die naam verstaan als sierlijk lover dat het land opsmukt? Verder bij onze buren Hinlauff(D) en Gardenplague(E). Aan de groeiplaatsen verwijzen de namen Podagra, Podagraire(F), Jichtkruid met al zijn vervormingen: Flierecijnkruid, Flierfijnkruid, Flierefijn, Vliervinkruid. Of Gerard de Brogne ooit Zevenblad heeft toegepast toen hij door jicht werd geplaagd kunnen we hem niet meer vragen, want deze heilige abt stierf reeds in 959. In elk geval fungeert hij als beschermheilige van de reumaleiders en zo ontstonden de namen Geeraardskruid, Herbe-de-Saint-Gérard(F), Herb Gerard(E). Naar diezelfde Gerardus verwijst mogelijk ook Bishop's weed(E).
De namen Geer(s), Wilde Geer, Wilde Giers samen met Hirs en Heers zullen - want g en h worden in de volksmond vaak met elkaar verwisseld- misschien ook afgeleid zijn van Gerard.
Een andere mogelijkheid is dat ze verband houden met de Duitse nam Giersch waarmee men oorspronkelijk schermbloemingen aanduidde.
Volgens Paque zouden die Heer en Geer namen onstaan zijn uit de gelijkenis met de bladeren van de Vlier die ook Tamme geer genoemd wordt.
De naam Keesbloem en ook Keeskruid zou ontstaan zijn doordat de bloeiwijze lijkt op geraspte kaas. Wat Trichem betreft, we menen dat die verwijst naar de bloeiwijze. Een er wat op lijkende tuilvormige bloeiwijze vinden we bij Duizendblad waarvan een der volksnamen Trissem luidt.
Als geneeskruid vindt men weinig terug in de huidige kruidenlectuur. Nochtans werd dit kruid sinds de oudheid vaak aangewend tegen jicht, alle soorten reumapijnen en bij gewrichtszwellingen. Over de inhoudsstoffen is nog weinig onderzoek verricht. Wel is bekend dat het kruid een behoorlijk vitamine C gehalte bezit en een licht diuretische (waterafdrijvende) werking heeft: twee bijzonder goede eigenschappen in de strijd tegen ontstekingen, dewelke kenmerkend zijn voor bovengenoemde aandoeningen.
De ontstekingen zijn een gevolg van een teveel aan urinezuur in het bloed en bijgevolg op de duur ook een opeenhoping van uraankristallen in de gewrichtsvochten. Door de nierstimulerende werking van Zevenblad kan het lichaam zich gemakkelijker van deze schadelijke stoffen ontdoen.
Men kan Zevenblad gemakkelijk nuttigen onder de vorm van een infuus, rauw verwerkt als sla of gestoofd zoals spinazie. Men kan het blad eveneens persen en het daarna wel verdund met mineraalwater gebruiken: 1 eetlepel perssap en 5 eetlepels mineraalwater, 1 maal per dag is een belangrijke "schoonmaker" van onze gewrichten. Weerom een prachtig ondersteunend middel, op voorwaarde dat men de kwaal uiteindelijk bij de oorzaak aanpakt. D.w.z. dat men slechts in zeer geringe mate gebruik maakt van suiker, alcohol, dierlijk eiwit en peulvruchten. Wie daarenboven daarbij voldoende beweegt en voldoende mineraalwater drinkt, heeft de meest krachtige en natuurlijke geneeswijze aangewend.
Zoals je ziet: het verschil tussen een
bloem(kruid) en onkruid is slechts een oordeel. De natuur schenkt ons gul...
maar daarvan hebben we vaak weinig benul.
René Vertommen
Het is mij opgevallen dat er de laatste tijd meer Hazen dan konijnen in onze Netevallei rondlopen.
De Hazen hebben het op hun heupen. Ze rennen in "treinen" achter elkaar aan en rollen als kickboksers over het gras. De rammeltijd is aangebroken, het moment waarop meneer en mevrouw Haas toenadering zoeken. De jongen die ze nadien krijgen, droppen ze in een kuiltje: het begin van een hard leven. Het grootste deel van het jaar huppelen Hazen, in tegenstelling tot konijnen, ietwat eenzelvig door het leven. Ze brengen de dag het liefst al soezend door in een ondiep kuiltje, ook wel "leger" of "pot" genoemd. Dat graven ze met hun achterpoten op een droge en tegen de wind beschutte plek in een veld, achter een aarden wal of tussen de struiken.
In februari en maart is het ongedwongen vrijgezellenbestaan voorbij. Hoewel Hazen bijzonder honkvast zijn, gaan de langoren opeens op reis. En daar is maar één reden voor: de paar- of rammeltijd is aangebroken. Vooral op de wat mildere winterdagen barst het geweld los. Daarbij gedragen de mannetjes Hazen zich als echte macho's. Ze worden niet voor niets "Rammelaars" genoemd.
Eerst vindt er een heuse afvalrace plaats waarbij ze in "treinen" (rijen van vier tot acht Hazen) al grommend achter elkaar rennen. Er bestaan twee theorieën over dit fenomeen. Volgens de eerste theorie zou de voorste Haas een moer of voedster (vrouwtjes Haas) zijn die wordt achtervolgd door een kudde behoeftige rammelaars. De meest aannemelijke theorie is echter dat het hier gaat om het veroveren van een plaats binnen de hazenhiërarchie. Ondertussen gaan ze regelmatig met elkaar op de vuist, waarbij het er heftig aan toe kan gaan. Ze zetten daarbij ook nog eens flink de forse snijtanden, tot bloedens toe, in elkaars vel, en wel zo venijnig dat de happen bont om hun flaporen vliegen. Vooral op hun kop en borstbeen incasseren ze de nodige klappen. Niet zelden raken ze tijdens deze vechtpartijen gewond, soms zelfs met de dood tot gevolg. Het mannetje dat uiteindelijk als sterkste uit de strijd komt, hobbelt vervolgens een poosje op een koddige manier achter de moer aan, die doet alsof haar neus bloedt (het "mijn naam is Haas effect").
Na het strijdgewoel volgt een periode van ontspanning waarbij de vacht een poetsbeurt krijgt. En dat is na al dat vechten geen overbodige luxe. Hazen maken regelmatig toilet, wat absoluut noodzakelijk is om hun vacht wateren winddicht te houden. Daarbij worden de oren, kop en romp meerdere malen per dag uitgebreid gepoetst met behulp van schoongelikte poten. Dit gebeurt volgens een vast ritueel: eerst de koprug, dan de voorkanten en vervolgens de poten van voor naar achter. Daarbij worden frequent trappelende bewegingen gemaakt alsof ze aan het fietsen zijn. In de dagen erna snuffelt de rammelaar steeds nadrukkelijker aan het achterwerk van de moer en dringt steeds heftiger aan tot paring. Maar mevrouw in kwestie gaat niet zomaar overstag. Zij maakt de dienst uit en bepaalt wanneer er wat gebeurt. Na veel gesteggel, een klapje hier en een mepje daar, vindt uiteindelijk de daad plaats, waarbij het er (alweer) niet bepaald zachtzinnig aan toe gaat. Soms bijt hij haar zo hard in haar bevallige nekharen, dat ook hier de pluizen bont in het rond vliegen. Zes weken later komen de jongen ter wereld: de dag waarop hun harde leven begint. Ze worden door hun moeder begin maart in een leger gedumpt en blootgesteld aan de vaak nog barre weersomstandigheden. In deze periode valt er vaak nog sneeuw en kan het vooral 's nachts gemeen koud zijn. Meestal komt er van deze eerste worp, die vaak uit slechts één of twee jongen bestaat, dan ook niets terecht. Bovendien is er dan nog weinig beschuttende begroeiing, waardoor ze al gauw worden opgemerkt door kraaien, eksters, vossen, bunzings, wezels en zelfs spitsmuizen. Ongeveer de helft van alle jonge Haasjes haalt het eerste levensjaar niet.
Pasgeboren Haasjes worden compleet afgeleverd: geheel voorzien van haren, met open oogjes en (nog) hangende oren. Hazen behoren tot de zogenaamde nestvlieders. Al na één of enkele dagen verlaten ze hun geboorteplek en trekken ze gezamenlijk de wijde wereld in. Overdag lijkt het soms alsof de moer zich niet, "geen moer", over haar jongen bekommert, maar dat is niet waar. Ze blijft continu in de buurt, houdt haar jongen en de omgeving goed in het oog en grijpt onmiddellijk in bij gevaar. In eerste instantie laat ze dan een schrille waarschuwingsroep horen: voor de kleintjes het sein om hun snor te drukken. Bij blijvend gevaar grijpt ze zelf in, waarbij ze de vijand desnoods aanvalt. Er zijn wel gevallen bekend dat de moer mensen besprong die één van haar jongen wilde oppakken.
Gedurende de eerste vier weken komt de moer iedere avond naar de geboorteplaats om haar jongen te voeden. Ze krijgen dan ieder zo'n zes tot zeven minuten de tijd om bij haar melk te drinken. Daarna likt ze hen schoon om ze van luchtjes te ontdoen, vervolgens verdwijnt ze de nacht in. Dat gebeurt allemaal heel stiekem en snel. (Zelf heb ik helaas nog nooit de mazzel gehad dit te mogen waarnemen). De jonge Haasjes groeien snel en blijven nog een tijdje bij elkaar, ook als de moer hen inmiddels heeft verlaten. Ze houden elkaar warm en zijn door elkaars oplettendheid hun vijanden te slim af. Twee of drie horen en zien nu eenmaal meer dan één. Een jaar later zijn ze volwassen en kan ook voor hen het rammelfestijn beginnen.
Ook later in het jaar zijn er rammelende Hazen te zien, bij goed weer zelfs tot in oktober. Een hazenvrouwtje werpt onder gunstige voedselen weersomstandigheden in één jaar wel vier keer jongen, waarbij het aantal jongen per worp in de loop van het jaar oploopt tot maar liefst zeven stuks. Een grappig detail is dat veel jongen vanaf de derde worp witte blesjes hebben, die na een paar weken vanzelf weer verdwijnen. Een verklaring voor dit fenomeen is tot op heden nog niet gevonden. Fotogeniek is het wel.
Enkele tips en uitdrukkingen.
Tegen zonsondergang gaan Hazen langs vaste routes (wissels) op zoek naar geurige en sappige kruiden, zoals duizendblad, peterselie, klaver, koolbladeren en knollen. In de winter schakelen ze desgewenst over op boomschors, heide en bosbessen.
Gezonde Hazen hebben nooit een natte vacht en dito oren. Ze lopen zich letterlijk droog. Als een Haas een drijfnatte vacht heeft, is dat dus geen goed teken.
Tot slot een tip, laat jonge Haasjes die je alleen in het veld aantreft altijd met rust. Hun moeder komt `s avonds weer langs om ze te voeden.
Vele uitdrukkingen in de volksmond leveren het bewijs dat men de Haas altijd al als een bang dier heeft afgeschilderd. Denk aan: "zo bang als een Haas", "zij liepen als Hazen" en "zij kozen het Hazenpad". En dan zijn er nog spreekwoorden en gezegden als: "met onwillige honden is het kwaad Hazen vangen" en "veel honden zijn der Hazen dood". Het overbekende: "je kan nooit weten hoe een koe een Haas vangt" en "mijn naam is haas". Vroeger noemde men inbrekers die in onze steden haastig langs de daken wegvluchtten "dakhazen". In onze contreien werden katten die over de balken van de schuren achter muizen joegen "balkhazen" genoemd. Mijn favoriete uitdrukking, deugniet die ik ben, is nog altijd: "van den haas ..."
Titte, den Grunen Hesteneir
BIJZONDERE WAARNEMINGEN IN ONZE REGIO: SEPT - NOV 2007
De ganse periode verbleven 2 Futen in het Trichelbroek te Eindhout. Het ging om een volwassen vogel en een jong uit een tweede broedsel. Dit laatste voortdurend bedelend exemplaar werd nog tot begin november door de oudervogel gevoederd. Op 30/10 en 4/11 verbleven er 3 stuks op de vijver. Hun kleiner familielid, de Dodaars, was vanaf half september ook continu op de Trichelhoekse kuil aanwezig met een maximum van 7 op 30/10 (VDV, VEDJ, BEH, VWL, e.a.). Zij lieten zich geregeld vanuit de kijkhut zeer mooi en dicht bekijken duikend achter kleine visjes. Van deze laatste soort was er verder ook een pleisterende vogel in de Roost te Veerle op 25/9 (VDV, VKJ) en traditioneel waren deze duikertjes aanwezig op de Grote Nete te Booischot met o.a. 3 op 14/10 (VDJ). De Aalscholvers verkozen dit najaar opnieuw om te overnachten in de Roost met op 31/10 een maximum van 140 slapers aldaar (BEH, VEDJ). Overtrekkende groepen werden geteld over de Kwarekken in Westerlo op
7/10 (92) (VKJ) en over Heultje op 20/10 (29), 30/10 (48) en 4/11 (12) (VKJ, LEI). Grote zilverreigers laten zich steeds meer opmerken, al blijven echt langdurig pleisterende exemplaren voorlopig uit. In het Trichelbroek werden volgende pleisterende aantallen genoteerd : 6/10 (1) (VDV, BEH), 7/10 (3) (SCD, ALG), 13/10 (2) (VTD) en op 17/10 2 die hebben overnacht op de landtong aldaar (BEH). Over de Witte Gracht te Heultje trok er 1 op 21/10 (LEI) en 2 haastten zich hier zuidwaarts op 30/10 (VKJ). Verder vloog er nog eentje westwaarts over Trichelhoek in Eindhout op 12/11 (BEH) en was er tenslotte een pleisteraar in de Langdonken te Herselt op 14/11 (DAG). 7 Ooievaars trokken op 1/9 naar het zuiden over Hallaar (WOW) en 1 eveneens in die richting over Heultje op 30/10 (VDHD).
1 Knobbelzwaan pleisterde aanvankelijk op het Trichelbroek en daarna in Varendonk van 10 tot en met 12 oktober (VDV, BEH, VEDJ). De bende Canadese ganzen verbleef weer de volledige periode in Varendonk, zij het in wisselende aantallen. Op 14/11 werd een maximum van 126 ganzen van deze soort genoteerd. Brandganzen vertoefden hier in duidelijk kleinere aantallen dan vorige najaren. Hiervan werden er maximum 44 geteld (BEH, VEDJ, VDV, e.a.). Grauwe ganzen werden alleen overtrekkend waargenomen met op 4/10 84 over Heist-op-den-Berg (DAG), op 19/10 48 over Heultje (VKJ), op 20/10 2 over Blauberg (BEH, VDJ) en op 21/10 4 opnieuw over Heultje (VDHD). Een eenzame Kolgans verbleef op 30/9 en 14/11 in Varendonk (BEH, VEDJ) en 5 soortgenoten vlogen over Heultje op 19/11 (VDHD). Nijlganzen verbleven in grote aantallen de eerste helft van september in Varendonk met een maximum van 48 op 1/9. Daarna zijn de aantallen hier teruggevallen tot enkele (BEH, VEDJ). Opmerkelijk was een overtrekkende groep van 38 stuks over de Witte Gracht in Heultje op 4/11 (LEI, VKJ). Wilde eenden verbleven vooral op de vijver van Varendonk met als grootste aantal 161 op 18/11 (BEH, VEDJ). Krakeenden hadden dan weer van het Trichelbroek hun thuishaven gemaakt. De ganse periode zwommen hier continu vele tientallen exemplaren rond met op 27/10 maximaal 70 (BEH, VDV, VEDJ, VWL, e.a.).Mooi om observeren was hoe de Krakeenden telkens samen zwommen met de aanwezige Meerkoeten. Deze laatste doken veelvuldig stengels fonteinkruid op. De stukjes die bij het opeten verloren gingen werden dan telkens door de Krakeenden in dank aanvaard. Wintertalingen waren dan weer schaars op de vijver aldaar met 10 stuks als hoogste aantal op 18/11 (BEH). Slobeenden vertoefden in het gebied vooral eind september en begin oktober, zij het met maximum 9 op 30/9 (BEH, VDV, VEDJ). Een mannetje Mandarijneend zwom rond in de Roost op 1/11 (BEH). Op 7/11 was er een koppeltje van deze soort in Varendonk (BEH) en hier verbleef ook telkens een eenzaam mannetje op 14 en 18/11 (BEH, VEDJ).
Carolina-eenden waren dan weer regelmatiger te zien met op 19/10 2 mannetjes in het Trichelbroek en voor de rest waarnemingen in Varendonk met een koppel op 30/9, 11/11 en 18/11. Hier was op 7/11 eveneens een mannetje alleen en op 14/11 zelfs een triootje van twee mannetjes en een vrouwtje (BEH, VEDJ, SCD). Een groep van 8 vroege Smienten werd reeds op 8/9 gefotografeerd door VMM in het Trichelbroek. Verder hier waarnemingen van deze soort op 28/9 (10) (VKJ), 3/10 (4) en 30/10 (1) (BEH, VEDJ). Op 14/11 verbleef er 1 in Varendonk (BEH). Een eerste Tafeleend werd gezien in Varendonk op 1/9 (BEH). Op het Trichelbroek waren er waarnemingen op 2/11 (3), 4/11 (2) (BEH) en 27/11 (2) (VEDJ). Van de Kuifeend werden er hier dan weer maximaal 33 geteld op 27/11 (VEDJ). Bijzonder tenslotte was ook een vrouwtje Krooneend in de Roost op 31/10 (BEH, VEDJ).
Met een Rode wouw over Heultje op 29/9 (VKJ) zetten we de najaarstrek van de roofvogels in. In het Trichelbroek was vooral de Visarend die hier van 6/9 tot ten minste 22/9 pleisterde de attractie SCD, VDV, BEH, VEDJ, VTD, e.a). Op 6/9 verbleven hier zelfs 2 exemplaren (SCD). Over de Roost vloog ook nog eentje op 30/9 (BEH). Op deze plaats vertoefde nog een latere Wespendief op 15/9 (BEH). Blauwe kiekendieven in vrouwtjeskleed trokken over Heultje op 6/10 (2) (VDHD) en 20/10 (LEI, VKJ). Een Slechtvalk zoefde zuidwaarts over de Kwarekken op 7/10 (VKJ). Hun kleiner familielid de Boomvalk werd dan weer meer waargenomen. Vooral in het Trichelbroek stalen van 8 tot en met 22/9 haast continu 1 á 2 pleisterende en voor al in het luchtruim achter libellen jagende vogels de show. (BEH, VDV, VEDJ) Er waren doortrekkers over het Wijngaardbos te Veerle (BEH) en over de Witte Gracht te Heultje (2) (LEI, VKJ) beiden op 8/9 op 16/9 over Helst-op-den-Berg (VDJ). Van ons kleinste valkje, het Smelleken was er een ringvangst van een eerstejaars vrouwtje te Heultje op 30/9 (LEI, VKJ). Eveneens over Heultje werden 2 overtrekkende exemplaren waargenomen op 6/10 (VDHD) en over de Paardsbossen te Veerle vloog 1 op 23/11 (BEH). Een groep van 27 Kraanvogels trok zuidwaarts over Blauberg op 13/11 (CRA). Patrijzen worden steeds zeldzamer. Op 7/10 werden er nog 8 gezien in Heist-op-den-Berg (BOJ, VDJ, DAG) en 15 en 7 in Wiekevorst op respectievelijk 28/10 en 31/10 (BEH, VWL). De resten van een door een roofvogel geslagen Waterral werden aangetroffen in het Trichelbroek op 9/9 (BEH, VEDJ). Een levend exemplaar liet zich van op korte afstand bewonderen in de Bunders te Hulshout op 19 en 26/11 (GOB). Behoorlijke aantallen Waterhoenen werden nog geteld met 24 nabij het kasteel te Westerlo op 5/10 en maximum 15 in Varendonk op 14/11 (BEH). Meerkoeten waren dan weer vooral in het Trichelbroek continu actief met een maximum van 44 op 5/10 (BEH, VDV, VEDJ, e.a.).
De meest bijzondere waarneming van de voorbije periode is wellicht deze van een Paarse strandloper die van 15 tot ten minste 22/11 pleisterde langs het Albertkanaal te Oevel. Zijn biotoop was hier de onderste betonnen rand van de kanaaloever. De vogel kon tot op 1 m worden benaderd en liet zich dan ook schitterend fotograferen. Het gebeurt slechts heel uitzonderlijk dat deze uitgesproken zeevogel zo ver in het binnenland verdwaald geraakt (Geudens Roger, VKJ, VEDJ, SCD, BEH, e.a.). Van de snippen werd er op 11/11 een Bokje opgestoten in het Trichelbroek (BEH, VEDJ, SCD). Watersnippen waren dan weer iets talrijker met waarnemingen in het Trichelbroek op 6/10 (10) en 11/11 (7), op de Paardsbossen te Veerle op 31/10 (1), 7/11 (3) en 24/11 (4) (BEH, VEDJ, SCD) en in de Netevallei te Hallaar op 19/11 (8) (GOB). Houtsnippen werden opgestoten in de bossen van Varendonk op 31/10, 7/11 (4), 11/11, 18/11 (2) (BEH, VEDJ, SCD) en in 't Hoeves te Vorst op 4/11 (2) (BOJ, VDJ, BEH). Een eenzame Regenwulp vloog over Heultje op 1/9 (LEI, VKJ). Ook van de Oeverloper was er slechts 1 waarneming op 9/9 in de Wishagen te Hallaar (WOW) en van het Witgatje eveneens slechts 1 in de Netevallei te Westmeerbeek op 21/11 (DAG, BEH, VWL).
IJsvogels waren in de voorbije periode talrijk aanwezig op alle plaatsen met water in de buurt. Het al jaren achterwege blijven van strenge winters heeft deze soort geen windeieren gelegd. Vooral voor de vogelkijkhut in het Trichellbroek lieten ze zich zeer mooi bekijken en ook fotograferen. Op 1/9 was er nog een vrij late ringvangst van een Draaihals in Heultje (LEI, VKJ). Van de Kleine bonte specht waren er meerdere waarnemingen in het Trichelbroek (BEH, VEDJ, VDV, VMM) en in de Roost (BEH), in Heultje op 21/9 (VKJ, LEI), in het Truchelven in Oosterwijk 2 op 27/11 (VKJ) en in Hulshout op 13/10 (DAG). Van de Zwarte specht kwamen er dan weer meldingen uit Varendonk en Trichelbroek (BEH, VEDJ), Truchelven (VKJ), Huishout (DAG), uit de Netevallei in Hallaar (VDJ) en de Beeltjes in Westerlo (VKJ). Een wel erg late Gierzwaluw scheerde nog over Heultje op 29/9 (LEI, VKJ). Overtrekkende Boomleeuweriken werden gehoord en gezien over de Kwarekken te Westerlo op 7/10 (5) (VKJ, VDHG), over Oosterwijk op 12/10 (4) en 19/10 (2) (VKJ), over de Witte Gracht te Heultje op 20/10 (2), 26/10 (1) en 30/10 (18) (LEI, VKJ), over Blauberg op 20/10 (1) en over het Wijngaardbos te Veerle op 30/10 (8) en 3/11 (7) (BEH). Tenslotte pleisterden er nog 4 op een maïsakker in Bernum te Heist-op-den-Berg op 16/11 (HDI, VKJ). Tijdens trektellingen in de Kwarekken telde VKJ op 7/10 102 doorkomende Veldleeuweriken. De slaapplaats voor Waterpiepers in de Paardsbossen te Veerle was ook dit najaar bezet. Vanaf 20/10 sliepen er maximaal 13 stuks (BEH, VEDJ). Over de ganse periode verspreid werden verschillende waarnemingen van doortrekkende maar ook pleisterende Grote gele kwikken gemeld uit de ganse regio. Van de Gele kwik waren er nog ringvangsten te Heultje op 1/9 (2), 8/9 (1) en 15/9 (3) (LEI, VKJ). Ook heel opmerkelijk was de ringvangst te Blauberg van een Winterkoning met een ring uit Litauen op 8/10. Voor zover ons bekend is dit een uniek geval voor ons land (CRA). De eerste Koperwieken van het najaar werden genoteerd op 28/9 zowel in het Truchelven te Oosterwijk(VKJ) als in de Roost te Veerle (BEH). Op 5/11 verbleef inde tuin van VKJ te
Oosterwijk een Tjiftjaf met kenmerken van de Scandinavische ondersoort. Slechts één enkele Tapuit werd geobserveerd langs de Langendijk in Hallaar op 7/9 (WOW). Opmerkelijk talrijker waren dan weer de ringvangsten van Bladkoninkje. In Blauberg ringde CRA er 2 op 3 /10 en telkens 1 op 5 en 12/10. In Heultje kwam de soort op 6 en 14/10 in de netten terecht (L VKJ). Ook waren er duidelijk meer Goudhaantjes en ook Vuurgoudhaantjes oktober-november op pad. In dezelfde periode was er ook een enorme doortrekgolf van Kool- en Pimpelmezen uit Noordoost-Europa over Vlaanderen. In onze regio werd dit ook vastgesteld met duizenden ringvangsten van beide soorten door de ringgroep Demervallei. Mooi waren hierbij de talrijke buitenlandse hervangsten. Zo controleerde CRA alleen al in Blauberg Koolmezen met Poolse ringen op 23/10 en 5/11 en Pimpelmezen uit Litauen op 24/10, 6/11 (2) en 24/11. Bij de zaadetende zangvogels waren er dit jaar duidelijk meer waarnemingen van Barmsijs al konden we zeker nog niet spreken van een echte invasie. Een eerste exemplaar vloog over het Trichelbroek op 30/9. Hier ook telkens overvliegend op 1 en 2/11 (BEH). Verder waren er waarnemingen in het Truchelven te Oosterwijk op 4/10 (5), 12/10 (1) en 5/11 (10) (VKJ) en telkens 1 te Heultje op 19/10 (VKJ) en 5/11 (VDHD). Over Zoerle-Parwijs trokken op 12/ en 21/10 respectievelijk 1 en 4 vogels (VDHD) en over het Wijngaardbos te Veerle telkens 1 op 1, 4 en 11 / 11. Over Varendonk vloog een groepje van 13 op 14/11 (BEH). Te Blauberg tenslotte ringde CRA tussen 19/10 en 30/11 er 17, waarvan 16 kleine en 1 grote. De eerste Sijs van het najaar werd opgemerkt in het Truchelven op 4/9 (VKJ) terwijl er op 7/9 al een groepje van 15 verbleef aan de Witte Gracht in Heultje (LEI, VKJ). Bij ringactiviteiten in Heultje werd dit najaar extra aandacht gespendeerd aan het ringen van Kneu. Op 10/10 werd hier een maximum van 73 geringd (LEI, VKJ). Putters vlogen over deze plaats op 6/10 (2), 10/10 (1) en 26/10 (1) (LEI, VKJ). Te Blauberg ringde CRA er 1 en 2op respectievelijk 19/10 en 15/11. Tenslotte pleisterde er nog eentje in Truchelven op 22/10 (VKJ). De eerste Keep van het seizoen werd hier gemeld op 28/9 (VKJ).
Schitterende Goudvinken werden waargenomen in het Trichelbroek op 27/10 en in Varendonk telkens 3 op 14 en 18/11 (BEH, VEDJ). In het Goor te Westmeerbeek verbleef op 12/11 een vrouwtje Grote goudvink (VKJ, HDI). Een eenzame Appelvink vloog over Heultje op 19/11 (VDHD) en Kruisbekken tenslotte lieten zich vooral zien in Averbode Heide te Veerle met o.a. 12 en 28 exemplaren tijdens het nationaal beheersweekend op 10 en 11/11 (BEH, VEDJ, e.a.). Op 21/9 en 21/10 vloog telkens 1 naar het zuiden over Heultje (VDHD) en op 1/11 1 over het Wijngaardbos in Veerle (BEH).
Nadat in de Roost te Veerle de aanwezige Beverratten door de bevoegde rattenvanger werden weggevangen werd er nog een dood exemplaar gevonden in de Grote Laak te Varendonk op 30/9 en stak er op 5/10 in de schemering een volwassen exemplaar al zwemmend de vijver van Trichelbroek over (BEH). Vossen vielen als verkeersslachtoffer op de Averboodsesteenweg te Blauberg op 11/9 (Marc Croonenborghs) en op de Grote Steenweg te Varendonk op 22/9 (BEH). Ongelukkige Bunzings werden opgeraapt op de Netebrug te Zammel op 6/9, op de Stippelberg te Zoerle-Parwijs op 19/9 (VU), in de Meerlaarstraat te Vorst op 26/10 (Geert Vandingenen ) en langs de Veerleseweg te Herselt op 14/9 (Steven de Saeger). Op 12/9 liep er overdag een nog levend exemplaar rond in de Roost te Veerle (BEH). Mooi maar wel snel was een Wezel die ter hoogte van Elschot in Blauberg de weg overstak op 23/9 (BEH).
Levendbarende hagedissen lieten zich begin september (o.a. 5 op 3/9) mooi bekijken op een opengemaakt heideperceeltje te Averbode Heide (VDV, BEH, VEDJ). Het openmaken tijdens het groots werkweekend van de Leeuwerikenheide daar vlak in de buurt biedt voor deze soort heel wat perspectieven. Op 4/11 werd dan nog een Kleine watersalamander opgemerkt rustend op een omgevallen populier in het Trichelbroek (VDV).
Met dank aan volgende waarnemers: ALG-Alaerts Gerry, BEH-Berghmans Herman, BOJ-Bosmans Joris, CRA-Cristael André, DAG-Daems Geert, GOB-Govaere Bart, HDI-Heylen Didier, LEI-Ledegen Ignace, SCD-Schoofs Danielle, VDHD-Van Den Heuvel Dieter, VDHG-Van Den Heuvel Geert, VDJ-Van Dessel Jo, VEDJ-Verdonck Jan, VDV-Van Dyck Vic, VKJ-Van Kerckhoven Jos, VLT-Vleugels Tuur, VMMVan Meeuwen Marc, VTD-Van Tricht Danny, VWL-Verwimp Ludo, WOW-Wouters Wilfried.
Bijzondere waarnemingen in onze regio tijdens de periode december 2007 - februari 2008 worden liefst voor 10 maart 2008 doorgegeven aan Herman Berghmans via . h.berghmans(a,skynet.be..
Schitterend zonnig weer op 7 oktober, echt om een mooie wandeling in het bos te maken, en zo dachten wij niet alleen. Er waren wel een 60-tal mensen voor deze paddenstoelenwandeling aanwezig. Dus de groep in twee gesplitst, wij onder leiding van Vic Van Dyck en de andere met Louis Verellen. Hertberg is een prachtig domein van 300 ha met mooie beukendreven, eikenbos, dennen en al getooid met prachtige gekleurde herfsttinten echt een plaatje. Jammer genoeg zijn de paden herschapen in één grote modderpoel en nog geen klein beetje, de ruiters rijden alles stuk en deels ook door de werkzaamheden die nu aan de gang zijn, spijtig! In de herfst staat het bos vol paddestoelen: mooi gekleurde, raar gevormde, lekker ruikende en stinkende. Dus op zoek naar ze, en we hadden geluk, héél veel gevonden. De eerste was de Gele knolamaniet, wel mooi met zijn bruine vlekjes, hé. Het kleverig Koraalzwammetje op een stukje dennenschors. Verder weer een heel gamma Russulas, van de paars- rode Braakrussula tot de Duivelsbroodrussula. Dan weer een Witsteelfranjehoedje, een Melkzwam, een Gordijnzwam met op zijn steel nog vezelrestjes, dan weer een Parelamaniet en de schitterende grauwe Amaniet. Zo kwamen we aan een lorkenbos, en ja hoor de Gele ringboleet stond er te pronken. Zo ging het maar verder in dit bos. Soms wel eens een vreemde geur van de Stinkzwammen, ze komen uit een duivelsei. Dan weer een hele tros Glimmerinktzwammetjes in een holte van een boom en natuurlijk de Vliegenzwam, de favoriet van de kinderen. Onze gids gaf een uitstekende uitleg over de zwammen en soms kon je ze ook proeven zoals bij een wijndegustatie, proeven en uitspuwen was de boodschap. Het was genieten in dit prachtige bos en er was ook een mooi vennetje. We kwamen stilaan aan ons beginpunt terug. We hadden een toffe groep, da is ook prettig voor iedereen. Bedankt Vic voor uw deskundige uitleg, we hebben weeral wat bijgeleerd.
Louisa
Het is weer zover, tijd voor de kerstwandeling, weeral een jaar voorbij. Wat gaat het toch snel. Dus op stap voor een stevige wandeling, deels langs het Pinzielekepad. Wij zijn met de eerste groep vertrokken onder leiding van Wilfried Wouters. Via een kerkpaadje kwamen we midden in de natuur met een prachtig zicht op de Heistse berg met de drie torentjes. De plompe watertoren, het fijn torentje van het klooster en de kerktoren. Hier heb je wel een mooi panorama! We wandelden verder langs een mooie houtwal en zo kwamen we aan de Moerbeemden. Hier groeit nog het Moerasviooltje, Wateraardbei, Waternavel, enz. Wat verder een rij knotwilgen, dat zijn eigenlijk natuurgebiedjes op zich. Ze zijn heel gastvrij voor plant en dier en nu stonden ze er mooi geknot bij. Zo kwamen we aan de Nete. Altijd prachtig, zelfs in de winter. Enkele wilde eenden en Meerkoetjes waren ook van de partij. Zelfs was er een Zaagbek (dit is wel een eendensoort hoor) waar te nemen. De Nete meanderde rustig verder en Wilfried vertelde hier dat de kwaliteit van het water wel goed was. Bij onderzoek is gebleken dat er verschillende vissoorten en zelfs de Modderkuiper en de Donderpad zijn waargenomen, goed hé. In de bocht verlieten we de dijk en gingen door een ruigteperceel, dan langs een bos en zo kwamen we aan de kinderboerderij. Daar konden we ons lekker opwarmen aan een knetterend vuurtje terwijl we genoten van een kop heerlijke warme chocolademelk of een drupke. Alles opgevrolijkt met sfeervolle kerstmuziek! Toch maar verder gewandeld door het domein de Averegten, ook een mooi stukje natuur. Zo liep onze wandeling stilaan naar het einde en kwamen we terug aan het lokaal van natuurpunt Hier konden we nog genieten van lekker gebak of broodjes, en smaken dat het deed! Er heerste een gezellige en warme kerstsfeer, zalig! Het was een heerlijke wandeling en samenzijn en ik zou zeggen tegen de mensen die er nu niet bij waren: afspraak 26 December 2008. Zeker doen, je zal er geen spijt van hebben. Nog dank aan al die mensen die hier hun steentje hebben toe bijgedragen om dit allemaal mogelijk gemaakt te hebben, petje af hoor!
Vele warme groetjes Louisa
WINTERWANDELING IN DE LANGDONKEN OP 12 december
Samenkomst aan de schuur voor een
echte winterwandeling, en wat voor één !
Het zonnetje scheen uitbundig zodat het de koude wat temperde, want het was
amper 2°. Wel een mooie opkomst van zo'n 27 man. Onze laarzen nog
aangetrokken, gelukkig. `We gaan is iets anders dan gewoonlijk doen' zei Benny
Van Dyck, onze gids en tevens conservator, `het zal wat nattig zijn' en we
hebben het ondervonden en hoe !
Eerst gingen we door een heischraal grasland dat nu deels onder water stond, er zaten veel Watersnippen, die probeerden nog hun kostje bijeen te scharrelen. Vroeger was dit een veeweide, maar na aankoop hebben ze dit perceel diep laten uitgraven met een mooi resultaat : er groeit nu dopheide, struikheide en nog heel wat ander fraais... Zo, dan wat verder gegaan, beter gezegd : `ploeterden' we verder langs hakhoutbosjes, over een stoppelveld, langs een bos, dan weer tussen prikkeldraad gekropen. We kwamen op een zompige weide, dan weer aan een afgegraven plek waar nog de Levendbarende hagedis leeft. Er is hier al zeer veel werk verricht, onder andere Amerikaanse eik gekapt, coniferen uitgedaan... Maar het resultaat mag er zijn hoor! Er zijn echt mooie stukjes bij, maar je moest er wat voor over hebben om dit alles te bekijken! Soms moesten we over bruggetjes die letterlijk in 't water lagen en spekglad waren. Dan weer over greppels springen. Je blijft er wel fit bij, gratis fitness !
En ja, soms moesten we weer terugkeren en proberen langs een ander pad verder te geraken, het was echt avontuurlijk. Er waren schitterende percelen bij en 't zonnetje glinsterde in 't water, zo mooi. Hier en daar vonden we in de bevroren grond ook nog reesporen. Een Aalscholver en een Buizerd vlogen ook over onze hoofden, echt puur natuur, enig! Benny gaf ons overal de nodige deskundige uitleg bij : "top". We gingen stilaan naar het einde en dan kwam toch wel de climax van onze survivaltocht. Alles stond onder water, je zag geen weg meer, dus de wandelaars met laarzen baggerden precies door een groot ven. Het had wel iets speciaals, de ondergaande zon die op het ijs en het water scheen en het schemerdonker. 't Was mysterieus, ook had het wel iets sprookjesachtig!
Gelukkig zijn we er allemaal droog door gekomen, ik mag er niet aan denken, mocht er iemand zijn uitgegleden in deze koude. We kwamen terug aan de schuur waar het kacheltje vrolijk stond te ronken en we konden genieten van een lekker warm drankje en een gezellige babbel. Al wachtend tot de andere groep kwam opdagen, want die hadden toch wel een drietal km moeten rondlopen om droge voeten te houden. Het werd stilaan donker, maar eind goed al goed, iedereen kwam behouden terug. Het was voor ons een bijzondere en leuke ervaring in dit prachtig stuk natuur. Bedankt Benny en hopelijk wat ons betreft tot een volgende keer.
Groetjes, Louisa en Pros uit Merksem
En om af te sluiten nog een versje van één of andere dichter.
Bomen over bomen
In oktober zijn de bomen van hun zomerwee bekomen
en ze zuchten dan: we zijn weer onder ons...
geen gebrom meer, of geknetter, geen getetter of geschetter...
En ze kleden zich in feestelijk goud en brons.
En dan houden ze een feestje in het woud
met de varens, de mossen en het kreupelhout,
en ze lachen en ze bomen met elkaar
op die laatste zonnedagen van het jaar.
Onbekende dichter
Een basiscursus paddenstoelen geven en volgen is niet niks. 40 deelnemers werden in deze moeilijke en tevens boeiende materie door Hans Vermeulen en Wim Veraghtert ingeleid. Een degelijk cursusboek met illustraties en uitleg over bouw voortplanting, voedingswijze en ecologisch belang van paddestoelen diende als ondersteuning voor het begrijpen van het zwammenrijk. Afbraak van hout met parasieten en saprofyten en opbouw met symbionten en verder heksenkringen, soorten zwammen en eetbaarheid of giftigheid maakten de cursus tot een boeiend geheel.
Ter plekke in het Averegtenbos leerden we met de sleutel van Hans Vermeulen paddenstoelen herkennen: Kleur van het sporenpoeder herkennen, kijken naar details, van plaatjes, - buisjes, - zakjes, - buik- en gaatjeszwammen, door uitsluiting kwamen we uiteindelijk tot de benaming van het soort paddenstoel.
Enkele merkwaardige vondsten: de
Dennenvoetzwam, het Heksenschermpje, het Duivelsei met in een later stadium de
Grote stinkzwam, zeer zeldzame Sparrenveertje, de Vliegenzv de Stinksatijnzwam
en de Eikhaas.
Een volgende wandeling in de Merodebossen leverde ons de Reuzenbovist op, zo
groot als rugbybal en gevonden door Julien De Groof op weg naar ons
vertrekpunt, de Oranjedruppelzwam, het Pijpenstrootjemoederkoren, de
Nevelzwam, de Kale inktzwam en de Gele knolamaniet. Met een derde wandeling
met Catherine Vandercruyssen in de Averegten, vonden we de Boompuist, de
Rodekoolzwam, de Heide zwam, de Paardenhaartaailing, de Dennenmoorder, de
Ziekenhuisboomkorstzwam en last but not least, de Platte Tonderzwam. Ik heb
hier enkel een selectie van de meest spectaculaire vondsten gegeven. De cursus
heeft ons de smaak naar meer gegeven, ook dankzij het enthousiasme van de drie
lesgevers die elk hun eigen accent legden en ons in hogere hallucinerende
sferen brachten.
GEDICHTEN door J'O
Kyoto
In Japan ligt een stad
die we nooit zullen bereiken
ook al doen we zo ons best
en liggen we eindeloos te zeiken
over normen lucht en water
het uitwringen van de aarde
het haalt niet uit het heeft geen zin
en is van generleie waarde
zo we niet op staande voet
en met vastberaden tred
een rem zetten op 't verkwisten
is het dra uit met al de pret
dan komen vissen boven drijven
vallen vogels uit de lucht
dwarrelen bladeren van de bomen
ontvlied ons onze laatste zucht
dan wordt onze planeet
de vuilnisbelt van het heelal
zonder kinderen die spelen
dat verdriet mij boven al
Werkdag
Nevelslierten over de beemden
bevroren stilte
gedempte stemmen
uit dampende monden
een kettingzaag verstoort de rust
de zon breekt door
wilgen ontbloten hun kruinen
zwaar beladen vertrekt de tractor
op zijn dikke banden
's middags lachen
boven dampende schotels
sterke verhalen dolle pret
deugddoende middagzon
kromgebogen ruggen
werkgrage handen
de zon zakt
de taak volbracht
tevreden stroomt de nete
naar de eindeloze zee
Hij had een nachtmerrie
Dat heeft iemand die zich in zijn slaap als het ware overvallen voelt. Hij kan niet of nauwelijks overeind komen, omdat hij het gevoel heeft alsof er iets op zijn borst ligt, dat hem wil dooddrukken. Een beklemming, een benauwdheid in de slaap, meestal in een angstige droom. In oude volksoverleveringen wordt de nachtmerrie toegeschreven aan de maren, een soort kwelgeesten.
Het woord "nachtmerrie" is een geval van volksetymologie; men begreep de betekenis van "nachtmare" niet meer en verbasterde mare tot merrie. Maar de volksetymologie is niet louter een kwestie van verbastering. Er is veelal ook een betekenisovereenkomst die een rol speelt, hier; iemand die een nachtmerrie had voelde zich door de mare(geest) bereden en was na afloop doodmoe.
Ook paarden lijden onder nachtmerries: de mare berijdt ze als het ware de hele nacht en 's morgens staan ze doodop met verwarde manen op stal. Een paardenhoofd boven de staldeur zou de mare buitensluiten; een hoefijzer zou ook voldoen.
Het gedicht "De nachtmare, een Veluwsche sage" beeldt het een en ander goed uit.
Hier volgt een fragment:
Niets hielp op den duur
Geen kruis op den muur
Met rood geschilderd
Geen kop van een paard
Op het staldak bewaard
Kon de mare meer weren
Om de paarden te deren
Met knoppen in't haar
En in't zweet en verwilderd
Stonden de paarden daar
Als in 't ochtendrood
De boer zich ging wasschen
En de staldeur ontsloot
De Maretak (Viscum album) speelde een belangrijke rol in de Griekse, Romeinse en Germaanse mythologie. De plant was daar heilig en bezat magische kracht. Bij de komst van het christendom werd hij vervloekt. Die maretakken hielpen ook tegen de mare, dus tegen de nachtmerries. Druïden, Keltische priesters, sneden met een gouden sikkel maretakken af en gebruikten ze bij hun rituelen. De Maretak of mistletoe, ook Vogellijm geheten, groeit als halfparasiet op bomen, zoals populieren of appelbomen. De plant zou ontstaan op de plaats, waar de mare op de boom had gezeten, maar de werkelijkheid is minder romantisch.
De Maretak is een altijdgroene plant met witte bessen, die dus gemakkelijk is te herkennen als de bomen kaal zijn. Op het eerste gezicht denkt men dan aan eksternesten. De plant kan dank zij zijn bladgroen zelf koolhydraten maken, maar moet water en zouten uit het hout van zijn gastheer halen (halfparasiet dus). Hij komt vooral voor op kalkhoudende gronden. De bessen worden door lijsters gegeten. De kleverige zaden in de bes worden aan de takken afgeveegd, waar ze te zijnen tijd ontkiemen en een nieuwe plant voortbrengen. En dat hebben onze voorouders nooit ontdekt. De naam "vogellijm" is nu ook duidelijk geworden.
Vroeger maakte men van de kleverige stof uit de bessen lijm om met zogenaamde lijmstokken vogeltjes te vangen. Wie dat deed was een "sijsjeslijmer".
In Engeland (ook wel elders tegenwoordig) hangt men met de kerst hier en daar in de kamer een takje mistletoe. Het meisje dat daar "onbewust" onder staat, mag men kussen zonder vragen.
Uit: Wat van eksters komt, huppelt graag. W.P. Postma en E.A.J.Scheepmaker
terug naar>>
Natuurpunt
afdeling Grote Nete
Laatste aanpassing gebeurde op:
11.08.2011 17:36:54
Info en tips:
webverantwoordelijke