Archief:
Artikels uit het tijdschrift van
Natuurpunt
Grote Nete
Jaargang 6
driemaandelijks tijdschrift
Juli 2007 Nr. 3
WOORD VOORAF
ECKHART KUIJKEN, PIONIER van NATUURBEHOUD
Op 30 juni ging Eckhart Kuijken, de administrateur-generaal van het Instituut voor Natuur en Bosonderzoek (INBO) met pensioen. Al 40 jaar is Eckhart als wetenschapper en vrijwilliger actief in de natuurbehoudsector.
Piet Pireyns en Hubert van Humbeeck interviewden Eckhart bij zijn pensionering, het interview verscheen in Knack van 20 juni, hierna enkele passages.
Als u nu terugkijkt op uw carrière als natuurbeschermer, wetenschapper en activist, hebt u dan het gevoel dat we er de voorbije veertig jaar op vooruit zijn gegaan?
E.K.: Op een aantal vlakken zeker. Vroeger kon je de mensen met belangstelling voor de natuur op de vingers van twee handen tellen. Vandaag zijn natuurverenigingen middenveldorganisaties geworden, met tienduizenden leden. We hebben nu overheidsinstellingen en instituten, en er is grote belangstelling vanuit de academische wereld. Veel liep samen met de hele beweging van '68. U mag dat niet onderschatten: dat was een tijd waarin jonge mensen bewust werden. Niet alleen op het vlak van de liefde, maar ook rond de eigen leefomgeving.
Als de politieke top weet dat het vijf over twaalf is, waarom gebeurt er dan zo weinig met uw adviezen? Is dat onwil?
E.K.: Nee. Het is vooral schrik. Men is bang voor tegenreacties, voor een betoging, zoals die tegen Vera Dua toen ze nog minister was.
Toen ze door een verzameld front van boeren, jagers, vissers en zo verder, werd uitgescholden voor `groene hoer'?
E.K.: Tijdens die betoging is alle maatschappelijke onvrede op haar schouders gelegd. Dat had niet mogen gebeuren. Die betoging tegen Dua had weinig met goed of slecht te maken. De tijd was blijkbaar rijp voor een monsterverbond tussen landeigenaars, boseigenaars, jagers, vissers, de hele groep die bekend staat als `gebruikers van de open ruimte'. Dat zijn meestal ook mensen die persoonlijk profijt hebben bij die open ruimte. Hun voornaamste drijfveer was eigenbelang. Ze kwamen op straat tegen de verdediging van algemeen maatschappelijke waarden, en dat was een onvoorstelbaar lelijk signaal.
Worden natuurbeschermers nog altijd beschouwd als halve garen?
E.K.: Die tijd is voorbij. Hoewel: nog maar twee maanden geleden kreeg ik na een lezing een reactie van iemand uit het publiek - toevallig iemand van de Boerenbond- die het had over ` de uit de hand gelopen hobby van meneer Kuijken'.
Voelde u zich beledigd?
E.K.: Ik voelde me vooral triestig. De milieubeweging is de voorbije decennia gerationaliseerd en geprofessionaliseerd, en er zijn nog maar weinig mensen die daar denigrerend over doen. Een vereniging als Natuurpunt telt 72.000 leden en beheert tienduizenden hectare natuurgebied.
Stel u voor dat u straks wordt uitgenodigd bij de informateur. Wat zou je hem adviseren? E.K.: Ik zou hem erop wijzen dat we opnieuw de boot dreigen te missen, en dat er een nieuw evenwicht moet komen tussen economie en ecologie. Al die politici die de mond vol hebben van `respect' krijgen nu de kans om te bewijzen dat ze ook respect hebben voor de natuur. Gezien de economische hoogconjunctuur zouden er zeker nu ruimte en middelen moeten zijn om een inhaalbeweging uit te voeren, zoals die in andere landen is gebeurd. Probeer intussen maar eens een gewestplan te wijzigen om bijvoorbeeld een stadsrandbos aan te leggen. Dan is de wereld te klein, want het landbouwareaal mag niet verminderen! Maar als je diezelfde landbouwgrond verkavelt, is er geen haan die ernaar kraait.
Tot daar enkele interessante vragen én nog interessanter antwoorden van Eckhart Kuijken. Antwoorden die tot nadenken stemmen. We kunnen ons in die antwoorden zeker vinden. Aan ons, de basis, om er voor te zorgen dat de vooruitgang in de natuurbehoudsbeweging waarover Eckhart het heeft, onverminderd verder gezet wordt! Natuurpunt Grote Nete doet zeker mee!
Vlinders zijn niet enkel voer voor specialisten. Iedereen kan in de tuin vlinders zoeken, ze benoemen en tellen. Het voorkomen van vlinders bevat zeer waardevolle informatie. Daarom startte Natuurpunt dit jaar met een grote vlindertelling in de tuin. De waarnemingen kan je doorgeven via Internet. Je kunt zelf ook vlindervriendelijke maatregelen nemen in je tuin.
Vlinders vertellen veel over de kwaliteit van ons leefmilieu. Ze reageren snel op veranderingen. Het is dus erg nuttig om informatie over vlinders te verzamelen en te melden. Door af en toe te tellen, kan ook jij meten hoe het met de natuur in je omgeving is gesteld.
Voor het opvolgen van de biodiversiteit rekenen we dus op jou!
Je kunt op twee manieren meewerken aan het "Vlindermee-project": ofwel tel je mee tijdens de Landelijke Tuinvlindertellling op 4 en 5 augustus. Of je kunt het hele jaar rond de vlinders in je tuin tellen en doorgeven via de website. Deelnemen is simpel. Als je vlinders opmerkt in je tuin, zoek je op welke soort het is.
Op www.natuurpunt.be/vlinderwee noteer je in een persoonlijke fiche het grootste aantal exemplaren dat je op hetzelfde tijdstip hebt waargenomen. Zie je later in de maand nog meer vlinders, dan noteer je het nieuwe getal.
Op 4 en 5 augustus kijkt heel Vlaanderen naar vlinders tijdens een grote nationale vlindertelling.
Wie ook waarnemingen van buiten zijn tuin wil doorgeven, kan deelnemen aan het nieuwe atlasproject van de dagvlinders van Vlaanderen. Meer informatie op www.vlinderwerkgroep.be
CURSUS PADDENSTOELEN VOOR BEGINNERS
Reeds gehoord over het Judasoor, de Stinkzwam of Fopzwam, de Biefstukzwam, het Vogelnestje, de Braakrussula, de Rodekoolzwam of Heksenboleet, Dodemansvinger, Vliegenzwam of Panteramaniet? Het zijn namen van onze inheemse zwammen, sommige schattig en andere venijnig. In Vlaanderen komen zowat 5.000 soorten zwammen voor. Wil je er meer over weten?
Natuurpunt Grote Nete organiseert een basiscursus paddenstoelen voor beginners. Deze cursus richt zich tot iedereen met interesse in natuur en specifiek voor paddenstoelen. Er is geen voorkennis vereist. Tijdens twee theorielessen en twee praktijkdagen kan u kennis maken met algemene begrippen over zwammen, de eetbaarheid, de giftigheid, de indeling in de grote paddenstoelenfamilies en de rol van zwammen in de ecologische cyclus.
De lesavonden zijn rijkelijk geïllustreerd met prachtige dia's. Er is tevens een uitgebreide brochure met een samenvatting van de les beschikbaar voor de deelnemers. Tijdens de excursies ligt de nadruk vooral op het herkennen van de verschillende paddenstoelenfamilies. Hierbij wordt veel aandacht besteed aan de specifieke kenmerken van de verschillende families.
Deze lessenreeks wordt verzorgd door Hans Vermeulen, educatief medewerker van Natuurpunt vzw.
Praktische inlichtingen
Vrijdag 28 september 2007 : 20u00 -
23u00 : theorieles 1
vrijdag 12 oktober 2007 : 20u00 - 23u00 : theorieles 2
Locatie: Natuurpuntlokaal, Leopoldlei 81, Hallaar
Zaterdag 13 oktober 2007 : 9u00 -
12u00 : excursie in provinciaal Domein Averegten
zaterdag 3 november 2007 : 9u00 - 12u00 : excursie in Merodebossen te
Herenthout
Deelnameprijs: 15 euro / 10 euro (voor
leden Natuurpunt)
Informatie en inschrijvingen: Chris Segaert tel. 015 - 22 01 06
DIAVERTONING: de NATUUR van LESBOS
Sinds de antieke oudheid is Lesbos (Lésvos) hét eiland van droom en harmonie. Ook de Romeinen wisten dat het er goed toeven was. Door zijn rijke plantengroei, de eindeloze olijfboomgaarden en de uitgestrekte naaldbossen wordt dit eiland ook wel `O Kipos tis Panayias' ofte `de tuin van de maagd Maria' genoemd.
Op zaterdag 6 oktober komt boswachter én Lesvos-kenner Dirk Raes langs voor een voordracht over de prachtige natuur en boeiende cultuur op dit wondermooie eiland. Een gezellige avond die je zeker en vast met een aandachtige blik zal volgen.
PRAKTISCHE INFORMATIE
Wanneer? Zaterdag 6 oktober 2007 om 20 u 00
Waar? Natuurpuntlokaal, Leopoldlei 81 te Hallaar.
Wie? Dirk Raes
Inkom? 2.50 euro
Informatie? Paul Anthonis 015 24 89 88
AVERBODE BOS & HEIDE OP HET GOEDE SPOOR
Een belangrijke stap in de ontwikkeling van een natuurgebied is het opmaken van een beheerplan en de goedkeuring van dat plan door de minister. Het eerste luik van het beheerplan bestaat uit een inventarisatie van wat er in het gebied groeit en leeft. Ook de bodem, de waterhuishouding en het reliëf worden beschreven. In het tweede deel wordt een visie over de inrichting van het gebied gegeven. Natuurpunt engageert zich om deze visie in de praktijk om te zetten op een termijn van 27 jaar.
In het beheerplan van Averbode Bos & Heide zijn er 5 belangrijke doelstellingen:
1° Herstel van de natuurlijke waterhuishouding. Een belangrijk onderdeel hiervan is het herstel van de historische vennen.
2° Het `vernatuurlijken' van het bos. Een belangrijk deel van de aangeplante dennenbossen wordt geleidelijk omgevormd naar loofbos. 3° Herstellen van heide en heischrale graslanden. Rond de vennen en op enkele landduinen zal het bos plaats maken voor een open, lage vegetatie. 4° Dennenbossen behouden. Een aantal dennenbossen worden behouden en kunnen evolueren naar oude dennenbestanden (in dit geval gaat het om de grove den).
5° Vooral voor wandelaars, maar ook voor fietsers, mountainbikers, ruiters en menners is er plaats. In het plan is een voorstel van routes aangeduid.
Het plan werd enkele maanden geleden ingediend en werd zopas door minister Kris Peeters, in de laatste dagen van zijn ambtstermijn, goedgekeurd. Gelijktijdig keurde de minister het 'natuurinrichtingsproject Averbode Bos & Heide' goed. Dit natuurinrichtingsproject maakt het mogelijk om een deel van de doelstellingen van het beheerplan op korte termijn te realiseren. Het project wordt gerealiseerd met geld van de Vlaamse overheid, Europa, de Vlaamse Landmaatschappij en Natuurpunt. Als alles naar wens verloopt, zullen de werken in 2011 uitgevoerd zijn.
De volgende jaren zal er veel overlegd en gecommuniceerd worden, maar het resultaat zal zonder twijfel het geïnvesteerde geld en de geleverde inspanningen waard zijn.
Een lentewandeling in 't Asbroek, en
wat voor één, met veel zon, schitterend paasweer. Met 21 waren we en onze gids
van dienst was Kris Dries, dus de middag kon niet meer stuk. Zo op stap even
wat klimmen naar de Limberg een uitloper van het Hageland, maar we werden
beloond met een prachtig zicht op de omgeving en de vallei. Hier vindt men
trouwens nog ijzerzandsteen en die is ook gebruikt in de kerk van Herselt.
Onze tocht ging verder langs een houtwal met bloeiende sleedoorn, ons pad
omzoomd met grote muur in volle bloei, daartussen Gele, Witte en Paarse
Dovenetel en Hondsdraf, zo mooi!!!
Verder langs bossen met een tapijt van duizend witte Bosanemoontjes en
doorweven met het Gele speenkruid schitterend, om stil van te worden. Toch
maar verder gestapt door een drassig gebied over knuppelpaadjes en bruggetjes,
langs weilandjes met de eerste Pinksterbloemen. Spijtig geen Oranjetipje te
bespeuren, dan voorbij een poeltje met Waterviolier. Aan de rand de Wilg in
bloei, die is tweehuizig dus mannelijke en vrouwelijke planten.
Zo kwamen we aan de Steenkensbeek. Soms kan je als je geluk hebt, een
IJsvogeltje waarnemen, maar ja dat hadden we niet.
Naar een volgend perceeltje waar Natuurpunt al veel werk heeft verricht en 't
loont de moeite, er staan al héél veel Dotterbloemen te pronken.
Nu door een droger gebiedje, hier is ook al veel werk verzet, daar schiet de
hei en verschillende planten, onder andere Vleugeltjesbloem terug op. Hier
konden we ook de Groene zandloopkever bewonderen met zijn metallieke groene
dekschilden met kleine witachtige stippen.
En zo ging het maar verder langs sparrenbosjes, houtwallen, weideperceeltjes,
met hier en daar al een bloeiende Bremstruik en bloeiende Krentenboompjes. Het
ene al mooier dan het andere. Maar ja, we gingen stilaan naar het einde, maar
eerst nog de Zandbijtjes gadegeslagen aan 't bos, die druk doende waren om
voor nakroost te zorgen.
En zo eindigde deze heerlijke wandeling die overspoeld werd met het gezang van
de Tjiftjaf.
Het is lente!!!
Met dank aan Kris die ons uitstekend heeft begeleid!
En we komen beslist nog eens terug naar dit prachtige stuk natuur!
Louisa, lid Natuurpunt Antwerpen-Noord
LAAKVALLEIEN: WERKEN OP VERSCHILLENDE FRONTEN
Laakdal, juni 2007
Het reguliere natuurbeheer, zoals onderhoud van de wandelpaden, maaien en hakhoutbeheer en ook natuurstudie en - wandelingen, vragen heel wat tijd en energie van de vrijwilligers en de terreinploegen. Na de aankoop van nieuwe gebieden steken we nog een tandje bij. Dan komen alle hens aan dek.
Vijfde uitbreiding van het
erkenningdossier.
Sinds 2005 is er in de Laakvalleien weer heel wat te beheren natuurgebied
bijgekomen, daarom is het nodig om een uitbreiding van de erkenning aan te
vragen. Bij de opmaak van dit dossier wordt een beroep gedaan op
vrijwilligers. Er komt heel wat bij kijken : inventariseren van de nieuwe
percelen, vaststellen van de inrichtingswerken en aangeven van het te voeren
beheer op korte en lange termijn. Met deze gegevens kan men in Mechelen het
dossier verder afwerken en de aanvraag indienen. Deze keer gaat het over een
uitbreiding van meer dan 80hectare. Op de eerste plaats het gebied van
60hectare in Varendonk en dan nog verschillende percelen verspreid over het
visiegebied maar ook de belangrijke aankoop van de Roostvijvers zit in deze
uitbreiding van het erkenningdossier.
Natuurherstel in de nieuwe gebieden.
Na de aankoop van een perceel ruimen we meestal alles op wat niet in de natuur
hoort.
Soms zijn dat houten of metalen hokken, zoals in de Craeywinckel en de Roost.
Maar het kunnen ook betonnen of gemetselde bouwwerken zijn, zoals in Varendonk
en in 't Hoeves. Rond verlaten weilanden vinden we meestal versleten en
ingegroeide prikkeldraad. Dit allemaal opruimen, is een hachelijke karwei,
maar met wat geduld en een voorzichtige aanpak lukt dat wel. We dachten dat we
zowat alles gezien hadden, maar op het vlak van natuurvreemd materiaal spant
het onlangs aangekochte gebied `de Roostvijvers' toch wel de kroon. Je acht
het niet voor mogelijk wat daar allemaal in en rond de vijvers is
achtergelaten. Buiten de gebouwen vol met materiaal, zijn er de betonnen en
metalen oeverbeschoeiing, allerlei buizen voor afvoer en beluchting van de
vijvers, restanten van verlichting enz...
Kijkwand in Trichelbroek is bijna
klaar.
Het ziet er een stevig, zwaar gebouw uit, helemaal in massief eikenhout.
Het `wandeffect' schijnt al te werken. Eens de voorgevel gemaakt was, waren de
vogels er al wat gerust in. Tijdens de werken, met soms veel kabaal, hebben we
een paar jonge Futen zien opgroeien. Een aantal eenden, Aalscholvers, Reigers
en Meerkoeten bleven in de buurt. We hebben ook verschillende keren de
IJsvogel van dichtbij kunnen bewonderen.
Maar ook hoorden we regelmatig het gebrul van de Stierkikkers aan de vijver.
En zo komen we bij ons volgende werkfront: exotenbeheer.
Oprukkende plaagsoorten tegen houden,
een werk van lange adem.
De invasieve waterplanten: Waterteunisbloem en Parelvederkruid in de vijvers,
hebben we min of meer onder controle, maar ze zijn nog niet weg. In de bossen
van Varendonk was de Rododendron een probleem dat nu, dankzij enkele
doorbijtende vrijwilligers, onder controle is. Maar hier zitten we ook nog met
veel Amerikaanse vogelkers en - eik, ook de Reuzebalsemien duikt hier nog
steeds op. Wat exotische dieren betreft, ligt het wat moeilijker.
Waarschijnlijk zullen we hulp van buitenaf moeten inroepen om deze
plaagsoorten weg te vangen. En het wordt hoog tijd, want de Brulkikkers raken
stilaan meer verspreid in onze waterrijke gebieden. Samen met de Zonnebaars,
die ook op bijna elke vijver te zien is, gaan ze onze inheemse fauna te lijf.
En we zien hier en daar Canadese ganzen met een kroost van soms wel 9 jongen,
dan gaat het snel vooruit.
Wie zei daar ook weer dat het leven een strijd is?
Vic Van Dyck, conservator van de Laakvalleien
VALLEI VAN DE GROTE NETE te HEIST-op-den-BERG
Deelname aan de zwerfvuilactie ZAPPA.
In 2007 organiseerde de provincie Antwerpen voor de tweede keer een grootse zwerfvuilactie onder de noemer 'ZAPPA' (ZwerfvuilActie voor een Propere Provincie Antwerpen). In onze provincie namen 28.000 scholieren en 6.000 vrijwilligers deel aan deze actie. Met ruim 2.200 deelnemers telde Heist-op-den-Berg het grootste aantal vrijwilligers van de 50 deelnemende gemeenten.
Op vrijdag 20 april staken 1.812 leerlingen uit 85 klassen van 13 basisscholen de handen uit de mouwen. Op zaterdag en zondag namen 392 vrijwilligers uit 8 Heistse verenigingen de handschoen op. Op zaterdag 21 april 2007 nam ook Natuurpunt Grote Nete deel aan deze zwerfvuilactie. In talrijke straten en wegbermen werden enkele duizende drankblikjes en plastieken flessen opgeruimd. In totaal werd ca 10 ton zwerfvuil verzameld. Dit afval bestaat uit 7.720 kg zwerfvuil, 1,5 m3 golfplaten, 0,5 m3 roofing en 11 autobanden.
Het beheerteam van Natuurpunt Grote Nete mobiliseerde 22 vrijwilligers voor deze opruimactie. Dankzij hun inspanningen werden 30 vuilzakken gevuld met zwerfvuil uit de wegbermen van de Broekstraat en de Herentalsesteenweg. Tevens werden enkele sluikstortjes in de Netevallei opgeruimd. We danken alvast Marina, Sonja en Silke, Marlies, Linda, Jo, Sjaak, Charel, Frans, Titte, Eric, Joris, Paul, Marc, Dirk, Jean en Wilfried. Na afloop vergastte een jarige Wilfried alle deelnemers op een heerlijk stukje taart en een frisse pint.
Onze vereniging ontving intussen reeds een dankbrief vanwege het gemeentebestuur en een aantal waardebonnen voor de kringloopwinkel.
Met het beheerteam op stap.
Tijdens het voorjaar werd met het beheerteam enkele plaatsbezoeken gebracht aan het natuurgebied om het gevoerde beheer te evalueren en eventueel bij te sturen.
De invoering van een tweede maaibeurt leverde bloemrijke en ijlere vegetaties op. In de Wishagen werd een spectaculaire toename van het Weidestreepzaad waargenomen in de hooilanden. Op de looppaden van de runderen in de graasweiden waren Bronkruid en Muizenstaartje zeer talrijk.
Er wordt ook geopteerd om in de schralere vegetaties een gefaseerd maaibeheer in te voeren. Zo zullen tijdens de maaibeurt in juni juli bepaalde stroken niet worden gemaaid. Op deze plaatsen krijgen ruigtekruiden de kans om te bloeien. De bloemenweelde van Melkeppe, Wederik, Engelwortel en Moerasspirea zal een rijke nectarbron vormen voor talrijke insectensoorten. Zo wordt het beheer ook afgestemd op de specifieke noden van de zeldzame Moerassprinkhaan.
Bijzondere waarnemingen uit het natuurgebied.
Aan de vijver nabij Pinzieleke werd de wilgenopslag tijdens de winterperiode aangepakt. Hierdoor wordt de bladval beperkt en de lichtinval in het water verhoogd. Dit resulteerde in de eerste waarneming van de Smaragdlibel in onze vallei (2 ex. op 29 april en 3 ex. op 6 mei). Tevens zorgden de Groene kikkers voor een ongehoord kwaakconcert.
Aan Lodijk heeft onze vereniging een tiental jaar geleden een klein strookje braakgrond langs de Herentalsesteenweg verworven. Op deze plaats werd omstreeks 1995 een huis afgebroken om de Netebrug te verleggen. De bodem bevat nog heel wat resten van afbraakwerken, zoals bakstenen. Om een afscherming ten opzichte van het achterliggende hooiland te realiseren, werd dit terrein beplant met een klein bosje met inheemse struiken en bomen. Op deze schrale bodem gedijen vooral de Meidoorn en Sleedoorn goed. We waren bijzonder verheugd om in dit dichte struweel de zang van de Nachtegaal te mogen aanhoren. Van deze zeldzame zangvogel werden trouwens een tiental zangposten vastgesteld in de ganse vallei.
Tijdens het voorjaar werd ook intensief naar dagvlinders uitgekeken. Dit zijn goede bioindicatoren om het gevoerde beheer te beoordelen. De uitzonderlijk warme en droge aprilmaand was ideaal voor onze inheemse vlinders. Er werden een heleboel waarnemingen verzameld voor de nieuwe Dagvlinderatlas.
In het bijzonder werd er uitgekeken naar het Oranjetipje. Deze vlinder legt zijn eitjes op de Pinksterbloem. Op heel wat reservaatpercelen is de Pinksterbloem een algemene soort. Toch was het even zoeken vooraleer we de eerste eitjes aantroffen. De rupsen voeden zich met de hauwtjes (vruchtdozen) van de Pinksterbloem. Uit een klein onderzoek kunnen we volgende conclusies trekken:
Er wordt slechts 1 eitje per plant afgezet; de planten dienen op een zonnige plek te staan; de eitjes werden afgezet op de hoogste planten, die uiteraard ook meer bloemhoofdjes en hauwtjes tellen; de eitjes worden vooral afgezet op Pinkster bloemen met struiken en ruigten in de buurt.
Dit is dus vaak aan de perceelsranden het geval. Reeds vanaf juni kruipen de volgroeide rupsen naar plaatsen met struiken om zich te verpoppen.
U wil toch ook meewerken aan de verdere uitbouw van het natuurgebied in uw buurt ! !
Nadere info over de beheerdagen is verkrijgbaar bij
Jo Van Dessel, 0495 53 13 23 e-mail : jo.van.dessel@hotmail.com
Charel Stroeckx, 015 23 56 57
Nadere info over natuurstudie bij Wilfried Wouters 015 24 25 73, ww@heist-op-den-berg.be
RESERVATENNIEUWS UIT DE LANGDONKEN
De kettingzagen zwijgen.
Na de lente kwam de zomer. We houden het dan zo stil mogelijk in de Langdonken. In ons Vlaanderland is er sowieso altijd wel gebrom en geronk te horen van auto, trein, vliegtuig en/of quad. In het broedseizoen zetten we de kettingzagen op stal. Laat de vogeltjes en diertjes hun kroost maar rustig voortbrengen!
Oversteekplaatsen voor ... paarden!
We maakten met de omwonende ruiters van de Langdonken afspraken. De `dreef mag nog gebruikt worden als weg om de Langdonken te doorkruisen, maar overal de kleine en grote (wandel)paden vertrappelen kan echt niet meer. Je moet op een gegeven moment een (wandel)brug over. Daarom legden we een `wad' aan, dit is een oversteekplaats voor paarden door het riviertje.
Maar zie, enkele moedige ruiters probeerden toch het bruggetje al paardrijdend te nemen. Met een ernstig ongeval (paard én ruiter zwaar gekwetst !) tot gevolg ! Bovendien wordt het bruggetje telkens zwaar beschadigd. Al enkele malen hebben we het hersteld. Nu al voor de tweede maal was een zware balk gebroken. Een ezel ...
Afbraak weekendverblijf.
Vijf jaar geleden kochten we een weekendverblijf aan. De verkoper mocht het verblijf nog vijf jaar gebruiken. De termijn is nu dus verstreken en we zijn begonnen aan de afbraak. Op een werkdag van de scouts Blauberg werd een eerste ontmanteling georganiseerd. Bedankt overigens beste scouts ! Binnenkort is het weekendverblijf weg en kan het perceel weer ingericht worden als natuurgebied. De aanwezige vijvers zullen afgeschuinde oevers krijgen, zodat het leefgebied van steltlopertjes (Witgatje, Tureluur, Oeverloper, Watersnip, Kievit) weer wat uitgebreid wordt.
Pareltjes!
De percelen die vorig jaar afgeplagd werden, hebben hun eerste voorjaar achter de rug. En zie, de IJle rusjes, de Kleine zonnedauw, Teer guichelheil en nog heel wat ander fraais steken de kop op. Een teken aan de wand is dat de wetenschappers ons werk blijkbaar ook appreciëren. Van meerdere kanten krijgen we vragen om het gebied te bezoeken en/of om één of andere studie te verrichten. Toch wel een signaal dat de resultaten van onze inrichtingswerken ten minste al `bijzonder' mogen genoemd worden.
Fauna van open ruimten én van bossen.
Bij de inrichtingswerken kapten we een aantal monotone aangeplante dennenbestanden. Ook een Amerikaanse eikenaanplant zetten we om naar een open heidegebied. Ongeruste natuurliefhebbers waren bang dat onze bosdieren en - vogels uit de Langdonken zouden verdwijnen. Niets is minder waar. Ten eerste hebben we in ons beheersplan nog zeer veel bos voorzien. Veel aanwezige, vaak zeer interessante bossituaties gaan we behouden, ja zelfs kwalitatief verbeteren (verwijderen van exoten, dood hout niet meer verwijderen). Kunstmatige aanplanten van exoten, die onze inheemse fauna sowieso toch niet huisvesten, verwijderen we wel. Onderzoek en observaties leerden ons dat de bosfauna in de Langdonken kansen zal blijven hebben! Meer nog, door het halfopen karakter kregen we ook meer zeldzame soorten van het open landschap bij.
Van biodiversiteit gesproken!
Uiteraard kan je maar open én meer gesloten landschappen creëren als je gebied groot genoeg is. Biotopen, leefgemeenschappen, leefgebieden hebben maar kansen op een duurzaam behoud als ze groot genoeg zijn. `Vlaanderen' en `grote natuurgebieden', het lijken wel elkaars tegengestelden.
Aan ‘ons’ om er iets aan te doen!
Iedereen zal zeker al eens een Koninginnepage waargenomen hebben. De weersomstandigheden zijn dikwijls de oorzaak van de vele imago's. In de periode van voortplanting en de latere vlinderstadia moet het schitterend weer zijn. De Koninginnepage is nog in onze regio te observeren en de reden hiervan is dat er nog veel mensen zijn die zelf hun wortelen telen. Dit is zeker de voedselplant bij uitstek van onze grootste en mooiste dagvlinder. Indien er niet zoveel biologische wortelen geteeld werden, was de vlinder in Noord-België al lang verdwenen.
Ieder jaar zaai ik lange rijen wortelen verspreid over de tuin. De bedoeling hiervan is:
1) dat de Koninginnepage vooral langs de rand de eitjes deponeert op de onderkant van het wortelloof. Hierdoor heeft men meer eitjes en rupsen dan de wortelen op een hoogte te zaaien.
2) in mijn tuin zijn ze veilig want ik gebruik geen VERGIF of pesticiden. Even iets toelichten: het ei of de rups van de Koninginnepage is niet de oorzaak van de gaatjes in de wortelen, deze schade wordt veroorzaakt door de Psila rosea of Wortelvlieg en dus hoeft het bladergedeelte van de wortel niet besproeid te worden, want ik veronderstel dat niemand graag de residuen (resten) van pesticiden lust.
De koninginnepagerupsen stimuleren eerder de groei van het wortelgedeelte doordat ze hier en daar een blad oppeuzelen en dit de wortelgroei ertoe aanzet om aan te dikken om de zaadvorming veilig te stellen. Indien er toch echte rupsenoverlast van de Koninginnepage mocht optreden, kunt u mij opbellen en kom ik ze dezelfde dag nog halen indien mogelijk. Deze exemplaren worden dan in de Ardennen en Noord-Frankrijk terug uitgezet.
De Koninginnepage is een zeer actieve vlinder die na 9 uur 's morgens moeilijk te fotograferen is. Zelfs als hij voedsel tot zich neemt, blijft hij met de vleugels klapperen en vliegt dan elegant verder naar een andere bloem. Hierbij is zijn vlucht zeer typerend. Na enkele meters te stijgen laat hij zich zwevend naar beneden glijden op de volgende voedselplant en herhaalt zich het vorige.
In onze Ardennen verzamelen de vlinders zich rond een heuveltop om te paren en dit verschijnsel noemt men Hilltopping of gewoon ontmoetingsplaats, maar bij ons zijn er geen hoge heuvelpunten en zoekt het mannetje de pas uitgekomen vrouwtjes op en paart soms onmiddellijk na het uitkomen van de eitjes, met vrouwtje. Deze gaat dan op zoek naar nectar, wat nodig is om de eitjes vruchtbaar aan het wortelloof te kleven. Na een achttal zonnige dagen verkleuren deze fel geel naar donkerbruin. En rond de tiende dag verschijnen de kleine rupsen die hetzelfde kleurpatroon hebben als vogeluitwerpselen: zwartgrijs met een witte veeg in het midden. Na de vervelling, want een rups vervelt meerdere malen omdat het jasje te klein wordt, krijgt de rups haar definitieve kleuren en ook de hoornvormige klieren achter de kop die uitstulpen bij aanraking of direct gevaar. Daarbij verspreiden deze een indringende geur om de belager op andere gedachten te brengen. De rupsen zijn ook gevoelig voor schimmelziekten die door aanhoudende regen en vochtig weer optreden. De pop of cocon daarentegen van de in Engeland levende subspecies, de Papilio machaon britannicus, kan geruime tijd onder water verblijven en zo bijvoorbeeld overstromingen langs rivieren overleven.
Tijdens het popstadium komen twee kleurvormen voor. De pop kan groen of bruin zijn. In de jaren '85 '86 '87 kweekte ik massaal met de vlinder tot meer dan 500 imago's per jaar. Van al deze poppen was hooguit 10% bruin en de overige groen. Dit kwam omdat ik de rupsen liet verpoppen tussen het groene wortelloof en ze geen andere keuze hadden. In de natuur echter past de pop zich aan de kleur van de omgeving aan en vinden we ze maar zelden. De rups zal zeker niet in open vlakte verpoppen en kan een grote afstand afleggen om een zonnig beschut plaatsje te vinden om te verpoppen.
Na een veertiental dagen, schijnbaar levenloos, aan een takje te hebben gehangen, kruipt de vlinder uit de pop om de vleugels op te pompen en de levenstaak te hervatten om zo het voortbestaan van de soort te waarborgen.
Artikel uit "Nete" door René Vertommen
BOERENZWALUW, DE INSECTENVANGER BIJ UITSTEK
Voor Boerenzwaluwen waren de
afgelopen maanden een groot feest: blauwe luchten vol insecten en een gunstige
ontvangst bij de boer. De vogels weten uit ervaring dat het in de lage landen
goed toeven is.
Ook al dreigen er donkere wolken aan de horizon, zwaluwen blijven blijmoedig
rondvliegen. Boerenzwaluwen verheffen vliegen tot een kunst. Met hun smalle,
relatief lange vleugels doorklieven ze het luchtruim en ze klimmen zonder
probleem naar grote hoogten. Dankzij hun sierlijke, lange zwaluwstaart zwenken
ze moeiteloos van links naar rechts. Hun ranke verschijning ondervindt
nauwelijks weerstand in de lucht. Met het grootste gemak achtervolgen ze
vluchtende vliegen en op het juiste moment sperren ze hun snavel wijd open en
hap, de prooi is binnen. Zwaluwen zijn kampioenen insectenvangers en op een
willekeurige zomerdag scoort één enkele zwaluw al gauw zo'n 1500 vliegen. Dat
zijn minstens 270 000 insecten in één broedseizoen. Daar kan geen enkel
verdelgingsmiddel tegenop. Reken maar eens uit wat dat betekent met alle
zwaluwsoorten die hier 's zomers vertoeven. Variërend van de staalblauwe
Boerenzwaluwen, de bruine Oeverzwaluwen en de zwart-witte Huiszwaluwen tot de
asgrauwe Gierzwaluwen, hoewel Gierzwaluwen eigenlijk niet bij de echte
zwaluwenfamilie horen.
Het lijkt zo een vanzelfsprekendheid, die rondvliegende zwaluwen tijdens de zomermaanden. Maar zo gewoon is hun aanwezigheid niet. Iedere zwaluw is een wonder op vleugels. Stel je voor. Boerenzwaluwen van amper 20 gram vliegen in het voorjaar van Afrika naar de lage landen. Duizenden kilometers ver, waarbij ze zandstormen, regen- en hagelbuien moeten trotseren. Zonder aarzelen vliegen ze van zuid naar noord en bij onze kust (van De Panne tot Breskens) slaat een Boerenzwaluw doelbewust rechtsaf richting geboorteplek. Feilloos weet hij hetzelfde boerenerf te vinden waar hij het jaar daarvoor geboren is of toen ook al heeft gebroed. Na de aankomst is het wachten op de levensgezel. De kleine, sierlijke luchtacrobaat kiest een partner voor het leven, niet zo alledaags in de vogelwereld. Tijdens de lange monstervlucht kunnen de partners elkaar gemakkelijk uit het oog verliezen, maar eenmaal aangekomen wacht de één vol ongeduld op de ander. Meestal na
enkele dagen kunnen ze elkaar met veel gekwetter in de vleugels vliegen. Het nest van vorig jaar binnen in de stal of schuur wordt opgekalefaterd of ze bouwen een nieuw onderkomen. Met modder, speeksel, strootjes, grasjes en haartjes metselen ze kunstig een halve kom in elkaar. Na de jaarlijkse terugkerende wittebroodsweken legt de Boerenzwaluw vier tot zes eieren, die ze in ruim twee weken uitbroedt. Drie weken later al vliegen de jonge zwaluwen uit en ondernemen ze hun eerste vliegkunsten. Nog tijd genoeg voor een tweede broedsel en soms zelfs een derde. In september verzamelen de Boerenzwaluwen zich in grote groepen en op een fraaie herfstdag vertrekken ze naar hun overwinteringgebied ergens in zuidelijk Afrika. Als hier alle insecten doodgevroren of weggekropen zijn, vliegen de Boerenzwaluwen al lang boven de opgewarmde savanne en moerassen. Het is daar dan hoogzomer en het krioelt er van de vliegende insecten. Boerenzwaluwen voelen zich thuis op het platteland. Met boerenschuren en stallen om in te broeden, met dampende koeien omgeven door vliegen die zich vol wellust op de vlaaien storten; met kruidenrijke graslanden, gescheiden door boerensloten waar het 's zomers wemelt van allerlei insecten. Maar de hoeveelheid landelijk gebied neemt af. Overal rukt de verstedelijking op. De boerenstiel in onze gewesten wordt minder interessant, vele houden het voor bekeken. Boerderijen en melkveehouderijen sluiten en waar ze nog bestaan worden gebouwen en melkstallen om verschillende redenen hermetisch afgesloten. In de overwinteringgebieden in Afrika drogen moerassen op, om van de gevaren onderweg maar niet te spreken. Ongewild belandden onze Boerenzwaluwen op de rode lijst, hun aantallen namen af met 50 tot 75 procent. In ons land schat men het aantal op 40 000 tot 90 000 exemplaren.
Om de toekomst van onze Boerenzwaluw veilig te stellen is er geld en veel vrijwilligerswerk nodig om op grote schaal nestvoorzieningen aan te brengen in gebouwen en onder bruggen. Dat dit werkt is op lokaal niveau bewezen. Ook in de winterverblijfplaatsen kunnen doeltreffende maatregelen worden getroffen. Onze partners in Afrika zijn druk bezig, maar hebben financiële ondersteuning nodig. Duimen dus.
Titte, den Grunen Hesteneir
BIJZONDERE WAARNEMINGEN IN ONZE REGIO: maart - mei 2007
Van de Dodaars werd vooral in 't Hoeves te Vorst de baltsroep gehoord met een maximum van 5 "zangposten" op 11 maart. Op 4 maart pleisterden er verder nog twee op het Trichelbroek te Eindhout (BEH). Ook in de Langdonken te Herselt was deze soort de ganse periode te horen en te zien. Minimum 1 koppeltje is hier waarschijnlijk tot broeden gekomen (VDB, VKJ, MAG, BEH). Na verschillende jaren zonder broedsucces bracht een koppel Fuut dit jaar opnieuw 2 jongen groot op het Trichelbroek (SCD, VDV, BEH, VKJ). Verder pleisterde er één exemplaar in de Roost te Veerle op 11/3 en op de Craeywinckel te Vorst op 15/4 (BEH). Aalscholvers kwamen opnieuw slapen in de Laakvalleien met voor maart maximum 40 op 11/3 in Varendonk (BEH) en een zelfde aantal op 19/3 in het Trichelbroek (VDV). In april waren er hier nog maxima van 31 op 3/ 4 (BEH) en 19 op 5/4 (SCD). In mei waren ze zo goed als allemaal doorgetrokken. Overtrekkende groepen werden waargenomen op 26/3 (20) boven de Craeywinckel (BEH) en 24 boven het Truchelven te Oosterwijk (VKJ). Op 21/4 nog 42 over Heist-op-den-Berg (VDJ). De kolonie van Blauwe reiger in het Trichelbroek was dit jaar serieus uitgedund met slechts 34 nesten. Eén tot twee Grote zilverreigers pleisterden eind maart-begin april in de Langdonken (AES, VDB, VKJ, BEH, e.a.). Op 1 april stond deze witte verschijning ook te vissen in het Trichelbroek (BEH, TSL). Van Ooievaars kwamen twee meldingen binnen. Op 4/3 vloog er één over Heultje (D. Van den Heuvel) en op 15/3 pleisterden er twee in de lindebomen voor de abdij van Tongerlo (Paul Laeveren). Er werd slechts één Knobbelzwaan opgemerkt en dit in het Trichelbroek op 21 april (BEH). Op 11/3 verbleven nog maximaal 46 Canadese ganzen
in Varendonk (BEH). Daarna heeft deze
groep zich paarsgewijs over de vijvertjes van de regio verspreid met op
verschillende plaatsen broedgevallen en jongen tot gevolg. Ook in de
Netevallei te Heist (GOB, VDJ, WOW) en in de Langdonken (MAG) werden koppels
met jongen gesignaleerd. Begin april kwamen op deze laatste plaats heel wat
van deze ganzen slapen met maximum 40 stuks op 6/4 (BEH). Het verhaal van de
Brandganzen in Varendonk blijft vragen oproepen. Waar hier op 4/3 nog 70, op
11/3 nog 52 en op 14/3 nog 61 exemplaren pleisterden, daalden de aantallen
daarna tot slechts enkele vogels (BEH). Zou het hier dan toch om "echte" wilde
vogels gaan die vertrokken zijn naar hun broedplaatsen in het hoge noorden?
Over de verwilderde afkomst van de Nijlganzen is geen twijfel. Hiervan was er
een maximum van 20 in Varendonk op 11/3 (BEH). Eén Grauwe gans zwom op 11/3
rond op het Trichelbroek en één Kolgans in Varendonk op 8/4 (BEH). Twee
elegante Bergeenden vlogen op 10/5 over het Eindhoutbroek (BEH). Krakeenden
pleisterden in kleinere aantallen op het Trichelbroek met nog maximum 7 op
22/3 (BEH) en met 12 als hoogste aantal in de Langdonken op 5/4 (VKJ).
Wintertalingen (doortrekkers?) lieten zich nog opmerken met 2 in het
Trichelbroek op 7 en 17/3, evenveel in de Craeywinckel op 26/3 en 15/4 (BEH)
en in de Langdonken 10 op 17/3 (MAG) en 16 op 5/4 (VKJ). In het Goor te
Westmeerbeek tenslotte vlogen nog drie vogels op op 9/5. Deze late waarneming
maakt deze soort hier op zijn minst broedverdacht (DRK).
Tijdens de maanden maart-april verbleven haast continu Slobeenden op het
Trichelbroek met als maximum 31 op 17/3. Verder ook 8 slobbers in de
Craeywinckel op 26/3 en 15/4 en 4 in de Langdonken op 6/4 (BEH). Helemaal
vanuit Amerika (zijn voorouders lang geleden toch!) verbleef een (ontsnapt)
koppeltje Carolinaeenden in Varendonk van 25/3 tot ten minste 7/4 (VEJ,BEH).
Vanuit China dan Mandarijneenden in Varendonk op 25/3 (VEJ), in de Roost te Veerle op 1/ 4, in het Doodbroek te Vorst op 21/4 (2) (BEH) en in de Langdonken op 6/4 (BEH) en 17/5 (MAG). Van onze duikeenden verbleven maximum 10 Tafeleenden en 33 Kuifeenden op 4/3 in het Trichelbroek (BEH). Van deze laatste soort pleisterden er ook 22 in de Netevallei te Hallaar op 11/3 (WOW).
Bij onze roofvogels was de pleisterende Visarend in de Langdonken de hoofdvogel. Vanaf 1 tot ten minstel april was deze fotogenieke gast hier aanwezig (VDB, VKJ, BEH, VEJ, VMM, e.a.).
Buizerd en Havik hadden dit jaar een succesvol broedseizoen. VKJ en BEH konden dan ook heel wat jongen in het nest ringen. Spijtig genoeg werd ook weerom vervolging vastgesteld. Zo werden in Blauberg de jongen uit een buizerdnest geroofd. Een geschoten Havik werd gevonden in Heist-op-den-Berg en een vergiftigd exemplaar in Herselt. Wespendief blijf in onze regio een zeldzame verschijning met telkens 1 in Varendonk op 13/5 (BEH) en in de Langdonken op 27/5 (VDB). Op 4 april trok een vrouwtje Bruine kiekendief over het Trichelbroek te Eindhout dat werd gefotografeerd door VDV. Boomvalken werden waargenomen op 28/4 (2) in Hoekheide te Houtvenne (ARK, DAG), op 3/5 te Vorst (LEK), op 10/5 in de Oosterbossen te Eindhout (BEH, VWL), op 13/5 in het Trichelbroek (BEH) en op 24/5 te Heist-op-den-Berg (NAE).
Patrijzen blijven het steeds minder goed doen. Volgende meldingen werden slechts genoteerd op 29/4 2 in de Netevallei te Itegem (WOW, VDJ), op 30 april 2 in de Moerbeemden te Hallaar en 3 koppels te Wiekevorst (WOW). Waterrallen hebben dit jaar het rietveld in het Trichelbroek ontdekt. In de maand april lieten geregeld twee exemplaren hun varkensgekeel aldaar horen (BEH, VEJ, VWL). De eerste Scholeksters (2) werden op 4/3 door VKJ waargenomen te Westerlo. Daarna kwamen uit heel de regio meldingen binnen verspreid over de ganse periode. Kleine plevieren waren vanaf 9/4 (VKJ) permanent aanwezig in de Langdonken met een maximum van 4 op o.a. 11/4 (MAG, VDB, VKJ, BEH, VEJ, e.a.). Eén Bokje werd opgestoten op de Paardsbossen te Veerle op 11/3. Op deze plaats pleisterden ook nog heel wat Watersnippen met o.a. nog 20 vogels op 7/3 (BEH). Van deze soort waren er ook nog waarnemingen in de Netevallei te Heist-op-denBerg op 3/3 (5) (HDI), 24/3 (6) (VDJ, WOW), 6/4 (1) (GOB), in de Langdonken op 5 en 6/4 (1) (VKJ, BEH), 16/4 (4) (MAG), 1/5 (1) (MAG), in het Goor te Westmeerbeek op 14/4 (2), 24/4 (1) en 9/5 (2) (DRK) en tenslotte op het Schaapwees te Westerlo op 15/4 (1) (VKJ).
Houtsnippen lijken toe te nemen (of
wordt er meer en beter gekeken ?) in onze regio met vooral in de Laakvalleien
in Laakdal heel wat territoriale vogels tijdens avondlijke observaties.
Rondvliegende, roepende en soms knorrende vogels werden hier waargenomen in
Varendonk, Trichelbroek, de Roost, Craeywinckel, 't Hoeves, Osse-en
Swinnebroeken en Eindhoutbroek (BEH, VEJ, VDV, VWL). Ook in Averbode Heide
zijn deze vogels in de schemering actief (BEH), evenals in de Kwarekken te
Westerlo (VKJ). Mooi was op 26/4 een exemplaar met vleugellam gedrag in de
Ossenbroeken te Vorst dat BEH en CRA waarschijnlijk van zijn nest met jongen
wou weglokken.
3 Wulpen werden waargenomen te Heist-opden-Berg op 25/3 (VDJ) en 2 te
Wiekevorst op 30/4 (BOJ, VDJ, WOW). 1 Tureluur pleisterde in de Langdonken op
2, 6, 8 en 9/4 (MAG, VEJ, VKJ) en een Groenpootruiter eveneens aldaar op 9/4 (VKJ).
Van Witgatjes kwamen dan weer meerdere meldingen binnen. In de Langdonken was
deze soort aanwezig op 2/4 (2), 5/4 (2), 6/4 (4), 7/4 (1), 8/4 (1), 11/4 (5),
14/4 (1) en 16/4 (MAG, VKJ, SCD, BEH, VEJ), in Trichelbroek op 1/ 4 (1), in
Varendonk op 8/4 (1) (BEH), op 15/4 (2) in Schaapwees en op 21/4 (3+1) in
Westerlo (VKJ). En om met de steltlopers te eindigen, telkens één Oeverloper
werd tenslotte opgemerkt in de Netevallei te Booischot en Hallaar op
respectievelijk 5 en 24/5 (WOW). Bij de meeuwen zijn vooral de waarnemingen
van enkele Zwartkopmeeuwen het vermelden waard. Op 2/3 zag VKJ er 2 (waarvan
één met groene kleurring) te Westerlo en op 5/3 zag VDHG er één te Heultje.
Kleine mantelmeeuwen werden dan weer meer waargenomen maar blijkbaar minder
genoteerd. In de Langdonken pleisterden er 6 op 1/5 (MAG) en 2 op 6/5 (BEH).
Houtduiven verschijnen zelden in waarnemingsrubrieken, maar vermeldenswaard is
toch wel een broedgeval van deze soort op een balk binnen in een stal te
Blauberg. Twee jongen vlogen uit (BEH). Zomertortels worden ook in onze regio,
net als in de rest van Vlaanderen, alsmaar minder opgemerkt. Ronkende vogels
werden nog genoteerd in de Lodijkbeemden te Heist-op-den-Berg op 23/4 (GOB) in
Bergom op 29/4, in de Kwarekken op 5 en 20/5 (VKJ, HDI), in de Roost op 5/5 (BEH),
in de Bunders te Hulshout op 10/5 (GOB) en in de Oosterbossen te Eindhout
eveneens op 10/5 (BEH). Een vrij vroege Koekoek koekoekte reeds in de
Swinnebroeken te Vorst op 5/4 (BEH, VDV).
Voor de uilen was 2007 een schitterend voortplantingsseizoen. Door onze ringers werden dan ook een record aantallen jongen van Bosuilen, Kerkuilen en Steenuilen geringd. Zelf werden opnieuw enkele nesten van Ransuilen in onze regio ontdekt met respectievelijk twee en drie jongen (VKJ, BOJ, BEH). Kleurrijke Ijsvogels werden opgemerkt in het Trichelbroek op 7 en 17/3, in Varendonk op 14/3 en 1/ 4, in de Roost op 11/3 (BEH), in Bergom op 29/4 (VKJ) en opnieuw in Trichelbroek op 27/5 (SCD). Eén exemplaar vloog zich dood tegen een venster in de Stationsstraat te Westmeerbeek op 27/5 (Chris Claes).
Het meest opmerkelijk was de melding van een Hop in een tuin aan de Langendijk te Vorst op 11/5 (med. aan BEH). CRA ringde dan weer een Draaihals te Blauberg op 3/5. Uitzonderlijk was ook een zangpost van deze soort op de Weefberg in Averbode Bos op 30/4 (Marc Herremans). Middelste bonte spechten hielden stand in de Zuiderkempen. Op 2/3 riep er één in 't Riet te Bergom (VDHG), op 24 en 25/3 werden er 2 gezien in de Goorbeek te Herselt (VKJ, VDHG, BEH, VEJ) en op 7 en 11/4 respectievelijk 3 en 2 territoria vastgesteld in het Elschot op de grens tussen Blauberg en Veerle (VKJ, BEH, VMM). Kleine bonte spechten leken dit voorjaar opvallend actief met waarnemingen in het Varenbroek op 2/3 en 4, 7 en 9/4 (BEH, VWL, TSL, VKJ), in de Kwarekken (2) op 24/3 (VDHG), in de Goorbeek op 24, 25/3 en 11/4 (VKJ, BEH, VDHG, VEJ), in 't Hoeves te Vorst op 26/3 (BEH, VDV), in de Swinnebroeken op 31/3 (VKJ, BEH, VEJ), in Trichelbroek op 1/ 4 (2) (BEH) en 4/4 (VDV), in het Elschot op 7/4 (VKJ, BEH, VMM), op diezelfde dag in het Aartsbroek te Veerle-Heide (BEH) en op 15/4 in het Makelsbroek te Veerle (BEH).
Ook Zwarte spechten lieten zich weer meer opmerken op 11/3 (2) in 't Hoeves te Vorst, op 17/3 (2) en 26/4 in het Trichelbroek (BEH), op 24/3 in de Beeltjes te Westerlo (VKJ, VDHG), op 26/3, 2/4 en 12/5 in Averbode Heide te Veerle (BEH, DAG, ARK), op 4/3 (2), 9/4 en 9/5 in het Asbroek te Herselt (DRK), op 31/3 in de Oosterbossen te Eindhout en op Hertberg in Herselt, op 6/4 in de Ossebroeken te Vorst, op 8 en 10/4 in Varendonk, op 8/4 eveneens in de Roost (BEH), op 7/4 in de Peiëren te Veerle (VKJ, BEH), op 7/4 en 27/5 in de Langdonken (BEH, VKJ, VDB) en tenslotte op 19/5 in Huishout (DAG).
Een eerste Gierzwaluw vloog over onze regio op 29/4 in Houtvenne (DAG, ARK). Een vroege Boerenzwaluw liet zich reeds opmerken boven het Trichelbroek op 18/3 (VKJ, DRK). Op 18/4 waren reeds 6 Huiszwaluwen aanwezig aan Hoeve De Ploeg te Blauberg (AES, BEH). Zingende Veldleeuweriken -ondertussen bij ons een zeldzaamheid- lieten zich nog opmerken te Heist-op-den-Berg op 25/3 (VDJ, BOJ) en langs de Oude Zoerlebaan te Heultje op 13/5 (ARK, DAG). In maart waren nog maximum 26 Waterpiepers op de slaapplaats op de Paardsbossen te Veerle op 7/3 (BEH). Op deze plaats vloog 1 Gele kwik over op 5/5 (BEH) en ook werd deze soort waargenomen zittend in een graanveld te Heultje (waarschijnlijk broedvogel) op 17/5 (ARK, DAG). Grote gele kwikstaarten werden dan weer meer waargenomen vooral langs de Grote Nete waar ze broeden onder de bruggen. Volgende waarnemingen werden doorgegeven : op 15/4 aan de brug van Snepkes (VKJ), op 30/4 in Itegem, op 1 en 5/5 aan de brug van Mac Adam te Heist-op-den-Berg, op 22/5 aan Lodijk in Heist (WOW), op 27/5 te Hallaar (ARK, DAG) en op 26/3 in de Craeywinckel te Vorst (BEH, VDV). Er waren dit voorjaar opnieuw meer zangposten van Nachtegalen met belangrijke bastions in de Laakvalleien (10tal zangposten in Ossebroeken, Swinnebroeken en Hamsbroek samen) (BEH, CRA, VDV) en in de Netevallei te Westerlo (in de Kwarekken en Schaapwees met hier reeds drie zangposten op 15/4) (VKJ, CRA).
Eén Tapuit slechts werd waargenomen op 19/4 te Heist-op-den-Berg (HDI). Op 15/4 inventariseerde WOW nog 12 koppels Roodborsttapuit in de Netevallei te Hallaar. Op andere plaatsen in onze afdeling is deze soort zeer sterk afgenomen of zelfs verdwenen.
Mooi was de waarneming van 2 Beflijsters te Schriek op 12/4 (BOJ). Sprinkhaanzangers ratelden in het Trichelbroek (2) (BEH, VEJ, VWL) en in de Netevallei te Heist-op-den-Berg (3) (WOW). Een Bonte vliegenvanger zong op 15/4 nabij de Wernee te Westerlo (VKJ). In het Trichelbroek bracht een Boomklever 9 jongen groot in een nestkast (BEH). Wielewalen werden o.a. nog als broedvogels genoteerd in het Trichelbroek (BEH, VDV) en in de Netevallei te Hallaar (WOW De kolonies Roeken in onze
streek blijven het goed doen met volgende aantallen: Tongerlo Moestoemaat (25), Tongerlo Zandvoort (17), Tongerlo Hondseinde (18), Oevel Industriepark (4), Oevel Brug E313 (6), Itegem Kerkstraat (CASA) (31) en tenslotte Hallaar Broekstraat 34. Zoals steeds eindigen we met onze zaadetende zangvogels. Putters werden waargenomen in het Goorken te Westerlo op 26/3 (VKJ) en op 1/ 4 was er een zangpost in het Trichelbroek (BEH). Op 2/3 verbleven 3 Goudvinken nabij het kasteelpark van Westerlo in Herselt (VDHG) en op 26/3 1 in het Truchelven te Oosterwijk (VKJ). Tenslotte waren we blij met twee zangposten Rietgors in het Trichelbroek op 21/4 (BEH).
Op 1/5 vond Geert Bleys een dode Wezel in Averbode Bos. Meer geluk hadden zowel WOW als een Hermelijn die op 9/4 levend werd waargenomen in de Moerbeemden te Hallaar. Bunzings vielen als verkeersslachtoffer op de Oude Geelsebaan te Veerle op 11/3, op de weg naar Zammel te Westerlo op 25/3, op de Grote Steenweg te Varendonk op 5/4 en op de Averboodsebaan te Veerle op 18/5 (BEH). Eén Steenmarter sneuvelde op de Zammelse brug op 8/5 (BEH, VWL). Veel mooier waren op 5/5 twee achter elkaar aanjagende beesten nabij Eindhoutberg te Eindhout, mooi belicht door de verlichting van de snelwegoprit (BEH, Frans Smolders).
Er werden dit voorjaar opnieuw enkele Levendbarende hagedissen ontdekt te Varendonk, o.a. 1 op 12/4 (VDV) en een grote populatie op Averbode Heide (VDV). Minder aangenaam zijn de loeiende Brulkikkers die ondertussen ook de Roost in Veerle aan het inpalmen zijn (BEH). In het zwembad in zijn tuin nabij de Langdonken kon MAG dit voorjaar weeral vele tientallen Kleine en Alpenwatersalamanders "redden" en overzetten naar een nabijgelegen poel. Net als vorig jaar kon hij zo ook zes Kamsalamanders verplaatsen.
In Averbode Heide waren verschillende waarnemingen van Bont dikkopje. VDV kon o.a. één fotograferen op 4/5. Op 15 en 16/4 werden in het Trichelbroek Bruine winterjuffers waargenomen. Dit is een nieuwe soort libel voor dit gebied (VDV). Op 28/4 nam DRK deze soort ook opnieuw waar in het Goor. Tenslotte ving DAG een Neushoornkever in het postkantoor van Heist-op-den-Berg op 30/4.
Met dank aan volgende waarnemers:
AES-Aerts Staf, ARK, Arnauts Karin, BEH-Berghmans Herman, BOJ- Bosmans Joris, CRA-Cristael André, DAG-Daems Geert, DRK-Dries Kris, GOB-Govaere Bart, HDI-Heylen Didier, LEK-Leysen Koen, MAG-Maris Gerrit, NAE-Nagels-Eddy, SCD-Schoofs Danielle, TSL-T'Syen Louis, VDJ-Van Dessel Jo, VDB-Van Dyck Benny, VDHG-Van den Heuvel Geert, VDV-Van Dyck Vic, VEJ-Verdonck Jan, VKJ-Van Kerckhoven Jos, VMM-Van Meeuwen Marc, VWL-Verwimp Ludo, WOW-Wouters Wilfried.
BOSUILEN BROEDEN IN OUDE ROOFVOGELNESTEN
WATERVLEERMUIS ALS PROOIREST BIJ BOSUILKUIKEN
2007 gaat de boeken in als één van de betere uilenjaren. Waarschijnlijk waren er heel veel prooien. Wie het afgelopen voorjaar veel in het bos was, is het zeker niet ontgaan dat er veel muizen te zien waren. Nog nooit werden door de ringgroep Demervallei dan ook zoveel jonge bosuilen geringd. Heel veel gecontroleerde nesten bevatten vier en één zelfs vijf jongen. Haast alle Bosuilen broedden in voor hen opgehangen nestkasten, maar blijkbaar volstond dit het afgelopen broedseizoen niet. Er werden immers drie nesten Bosuilen gecontroleerd op voormalige buizerdnesten. Zij bevatten éénmaal drie en tweemaal vier jongen. Deze nesten zijn natuurlijk veel moeilijker te vinden dan de broedsels in nestkasten en mogelijk dus talrijker. Twee van de drie broedgevallen werden trouwens ontdekt doordat één jong uit het nest was gevallen en op de grond onder het nest werd gevonden. In beide gevallen werd het jong terug in zijn nest geplaatst en samen met de andere aanwezige jongen geringd.
In Averbode Heide te Veerle werd het jong op de grond ook duidelijk nog door de ouders van voedsel voorzien. Vlakbij lagen immers de resten van 5 Bosmuizen, 3 Rosse woelmuizen en een volledig intacte vleermuis. Deze laatste werd door Kris Boeckx van de NP-vleermuizenwerkgroep gedetermineerd als een Watervleermuis. In de lijst van gevonden prooiresten bij bosuilennesten is dit ons eerste geval.
Op 22 juni laatstleden ringde Herman een nestje Boerenzwaluw met vijf jongen in een paardenstal te Schoot-Tessenderlo. Eigenaardig genoeg bevond dit nest zich niet in een traditioneel komvormig moddernest, maar in een uitholling bovenop een muur van betonblokken. Deze uitholling was zoals in gewone nesten bekleed met droge grassprietjes en veertjes, maar er was geen enkele vorm van modder aanwezig. Een mogelijke aanpassing aan droge periodes zonder slijk? In dit geval een toekomstige oplossing bij het verder opwarmen van onze aarde. In de stal was ook vroeger een kunstnest aangebracht, maar dit genoot blijkbaar toch niet hun voorkeur.
GIERZWALUWNESTKASTEN te EINDHOUT HEBBEN SUCCES
Zoals reeds in een vorig tijdschrift aangekondigd, werden vorig jaar door onze vereniging 18 nestkasten voor Gierzwaluwen opgehangen aan de kerk en het voormalige gemeentehuis van Eindhout. Het was toen een project van de Laakdalse milieuraad die ook de kasten heeft bekos tigd. Vorig jaar werden al enkele nestkastjes door Gierzwaluwen bezocht, maar ze kwamen er niet in tot broeden. Op 1 juli controleerden Herman Berghmans en Jan Verdonck de gierzwaluwnestkasten en hip hip hoera, er waren dit jaar reeds vijf nestkasten bezet. Opvallend is wel dat er aan de kerk vier van de vijf kasten zijn ingenomen en aan het voormalige gemeentehuis slechts één van dertien. Wij hebben hiervoor geen onmiddellijke verklaring, maar voor het plaatsen van de kasten was ook het merendeel van de broedgevallen in muurholten aan de kerk te vinden. Twee nesten hadden telkens twee jongen, in twee zaten nog broedende vogels en in één kast waren de jongen reeds uitgevlogen. In ieder geval een zeer hoopvol perspectief naar de toekomst toe. Wij wensen nogmaals de Laakdalse milieuraad te bedanken voor dit schitterende resultaat.
ROOFVOGELVERVOLGING .... VERVOLG !
In ons vorige tijdschrift meldden wij het vergiftigen van een Buizerd in de Bruggeneindse Goren te Heist-op-den-Berg. De Havik die op 21 februari in Wiekevorst dood werd gevonden (en waarvan ook reeds sprake in vorig artikel) bleek na onderzoek te zijn geschoten. Op 6 april was het dan weer prijs in een bos in Herselt. Hier werd een mannetje Havik gevonden vlak bij een uitgelegde met gif bestrooide dode duif. Het vrouwtje zat wat verder op haar nest te broeden. Het spreekt voor zich dat ook dit broedsel gedoemd was om te mislukken. Op 18 april werden dan weer een buizerd- en haviksnest gevonden in Tessenderlo die beide duidelijk met hagel waren beschoten. De eieren lagen stuk onder en in de nesten.
Naast het vernietigen van roofvogels stellen wij de laatste jaren ook alsmaar meer nestroof vast. Jonge roofvogels en uilen worden gewoon uit de nesten gehaald om verder in gevangenschap te houden. Dit is alleen maar wettelijk toegelaten wanneer ze ook effectief in gevangenschap zijn gekweekt. Om dit te kunnen aantonen moeten vogels een gesloten voetring dragen. Deze ring kan alleen worden aangebracht als de jongen nog klein zijn en kan later niet meer worden verwijderd. Als men nu jonge vogels uit de natuur rooft en onmiddellijk zo'n gesloten ring aanbrengt,
wordt deze vogel zogenaamde "eigen kweek" en is het nog zeer moeilijk om te bewijzen dat dit niet het geval is. Roven is dan ook gemakkelijker en lucratiever dan kweken... Zo werd op 16 april een bosuilennestkast aangetroffen in Dessel die duidelijk menselijk bezoek had gehad. In de boom waren duidelijk verse sporen te zien van klimijzers en het zijdeurtje van de kast stond gedeeltelijk open. In de kast was maar één jong meer aanwezig, de rest “verdwenen”! Tenslotte vond één van onze ringers een buizerdnest te Blauberg op 30 mei. Onder het nest was al vrij veel mest te zien, wat wijst op de aanwezigheid van jongen. Ook hier werd vastgesteld dat de nestboom recentelijk met klimsporen was beklommen en veel takken waren afgebroken. Bij controle bleek ook dit nest leeggeroofd. Alle hoger vermelde wantoestanden werden natuurlijk doorgegeven aan de natuurwachters van het Agentschap voor Natuur en Bos. Zij hebben telkens PV opgesteld, spijtig genoeg telkens tegen onbekenden. Bij deze willen wij dan ook nogmaals een oproep doen om alle informatie in verband met vervolging en nestroof te melden op het meldpunt roofvogelvervolging voor de provincie Antwerpen m.n. 0499/949135.
Bij voorbaat dank.
ZANGVOGELWANDELING op ZONDAG 29 APRIL 2007
In de vroege morgen om 7u kwamen we samen op de parking van Lodijk te Heist-op-den-Berg. Het doel was de zangvogels te determineren op hun zang (moeilijke klus dus!). Maar toch waren we met een groep van 17 geïnteresseerden, waaronder enkele gevorderden.
We zetten onze wandeling in langs de Grote Nete, richting Itegem. Een prachtig stuk natuur "die Grote Netevallei" met veel fauna en flora. Na een tijdje wandelen hadden we een luisterstop waar we de vogels door elkaar hoorden zingen. Om er enkele op te noemen:
Grasmus, Tjiftjaf, Goudhaantje, Zanglijster, Roodborst.
De vogels die we niet zien kregen, werden getoond aan de hand van een foto uit het vogelboek. We stapten verder tot aan een nestkast van een Torenvalk. We zetten onze telescoop richting nestkast en stelden vast dat het vrouwtje aan het broeden was.
Daarna gingen we een stukje over de rijbaan waar we een koppel Patrijzen observeerden. Zij lieten zich een lange tijd bewonderen door de vogelkijkers. Een zeldzaam beeld want Patrijzen nemen sterk in aantal af de laatste jaren.
Wat verderop gingen we door een dreef met Beuken en Moeraseik tot we aan een wilgenstruweel halt hielden. Daar hoorden we de heldere zang van een Nachtegaal die pas terug was van zijn overwintering in Afrika. Zo waren we terug op de Netedijk en wandelden we terug richting Lodijk. Onderweg waren er nog een paar opmerkelijke waarnemingen zoals de Fitis met zang in afgaande toon en een koppel Roodborsttapuiten die ook jaarlijks in de vallei broeden.
Zo zijn we aan het einde van de zangvogelwandeling gekomen, en hopen we dat iedereen tevreden was.
Tot volgend jaar! Eddy en Theo.
UITREIKING MILIEUPRIJS 2006 te HEIST-op-den-BERG
De milieuraad van Heist-op-den-Berg heeft de milieuprijs 2006 toegekend aan de heer René Vertommen. Deze kandidatuur werd voorgedragen door Natuurpunt Grote Nete omwille van zijn inzet op het vlak van de verspreiding van de natuur- en plantenkennis in Heist-op-den-Berg. Hij was tevens een pionier in de natuurbeweging in onze regio.
René Vertommen werd geboren op 18 mei 1920 te Oorderen. Hij studeerde aan de Katholieke Normaalschool te Antwerpen en verwierf in 1939 het onderwijzersdiploma. Hij gaf les in het Sint-Rochusinstituut te Deurne. In het begin van zestigerjaren verhuisde hij naar Deurne omdat zijn geliefde ouderlijk huis, het ganse geboortedorp Oorderen en de mooie polderlandschappen onder het opgespoten zand verdwenen ingevolge een explosieve havenuitbreiding. Toen hij in 1972 met pensioen ging, vestigde hij zich in Hallaar in de Leopoldlei 67. Toen kon hij zich volop wijden aan de studie van de natuur.
De uitbouw van een plantentuin 'Florete flores' in het provinciaal domein Averegten is zijn persoonlijke verdienste en vormt ongetwijfeld een unieke prestatie in onze gemeente. Sinds 1975 heeft René eigenhandig deze plantenverzameling uitgebouwd en onderhouden. Sinds een tiental jaren krijgt hij hierbij professionele hulp vanwege het personeel van het provinciaal groendomein. Op een oppervlakte van 25 are staan 700 soorten planten, bloemen en struiken mooi geordend op borders per plantenfamilie.
René wou zijn kennis en passie voor natuur delen met anderen. Jarenlang gidste hij klassen in de Averegten. Hierbij kwamen zijn kennis, maar ook zijn technieken en geduld als onderwijzer optimaal aan bod.
René heeft tientallen artikels over natuur geschreven voor het ledenblad van De Wielewaal en Natuurpunt. Vooral planten en vlinders waren zijn geliefkoosde onderwerpen. Naast een gedetailleerde beschrijving van een plant, komt steeds de naamgeving, de volksnamen, het volksgeloof, het gebruik in de geneeskunde, keuken of industrie aan bod. Het waren telkens weer pareltjes.
Kandidaat herboristen, natuurgidsen in opleiding, studenten en leerlingen uit het secundair onderwijs die een herbarium dienden samen te stellen, kwamen vaak terecht bij René. Onbaatzuchtig en vol overtuiging hielp hij vele tientallen leken in de plantkunde met raad en daad.
Toen enkele natuurvrienden in 1980 een plaatselijke afdeling van natuurvereniging "De Wielewaal" oprichtten stond hij mee aan de wieg van de lokale natuurbeweging.
René was eerder een stille werker, die altijd bereid was om zijn steentje bij te dragen. Hij was gedurende 20 jaar bestuurslid in de vereniging. Onder zijn voorzitterschap heeft het gemeentebestuur een prachtig verenigingslokaal ter beschikking gesteld. Dit lokaal is gesitueerd in de oude jongensschool te Hallaar. Dit clublokaal vormt immers het kloppend hart van een vereniging. Het wordt intensief gebruikt als leslokaal bij cursussen, diavoordrachten en filmavonden. Het vormt de startplaats voor geleide wandelingen en werkdagen in de Netevallei. Het is tevens een geschikt vergaderlokaal voor bestuursvergaderingen.
René zetelde ook in de gemeentelijke milieuraad van 1989 tot 1999 en in de adviescommissie bij de opmaak van het gemeentelijk natuurontwikkelingsplan (GNOP).
De laureaat ontving een oorkonde en een cheque van 500 euro vanwege de Heistse milieuraad.
NATUUR OP EEN ONVERWACHTE PLAATS
Het is vroeg nog. In het halfduister van de morgen heft een Merel voorzichtig zijn lied aan. Hoog boven hem in de top van een spar vangt een Lijster het eerste licht en zet zijn keel open. De zon schuift rood uit de grond en in het struikgewas komt het mezenvolk tot leven. Een vroege Tortelduif scheert over het gazon.
Het wordt lichter, een mooie lentedag kondigt zich aan. Kauwen en Kraaien ruziën om een korst brood. Op het gazon dribbelen dikke Houtduiven pikkend rond terwijl een Groene specht zijn lange tong in een mierennest laat glijden. Eksters en Gaaien krassen opgewonden tegen elkaar op. Boven een ruig stukje grasland hangt een Torenvalk te bidden.
De zon klimt hoger. De Huiszwaluwen
verlaten hun nesten onder de dakrand en scheren achter insecten aan door de
lucht. Op een afdak zit een Zwarte roodstaart nerveus met zijn staart te
wippen. Een Vink suskewiet er lustig op los terwijl enkele Kwikstaarten elkaar
het hof maken. Op de grond ratelt een Winterkoninkje zijn opgewonden lied. Een
Roodborst komt nieuwsgierig kijken. Een Heggenmus schrikt op. De lucht is
staalblauw ondertussen en hoog cirkelen drie Buizerds miauwend rond. Een Grote
bonte specht roffelt zijn deuntje op een dode boom. In perfecte symmetrie
komen twee Scholeksters luid piepend aangevlogen en maken enkele rondjes boven
mijn hoofd. Op een steen in de grote waterbak spiegelt een Grote gele
kwikstaart zich in het water.
Over de lage takken van een eik vlucht een Eekhoorn weg. Achter op het terrein
steken de zwartgerande oren van een haas boven het gras uit. Een Fazant zoekt
snel dekking in de struiken. In het magazijn zitten twee Kerkuilen rustig een
soortgenoot te knappen. Uit de dichte begroeiing aan de overkant klinkt de
parelende zang van een Zwartkop. Als een weerlicht schiet een Sperwer door de
bomen . Op de nabijgelegen akker duikelen Kieviten elkaar na in dolle
buitelvlucht. Een verwaalde meeuw zweeft over. Ver hoor ik de roep van een
Koekoek. Een jong konijntje kijkt me verbaasd aan en huppelt weg. Ik waan me
in het paradijs met zoveel leven om me heen. Toch ben ik niet in één of ander
stukje reservaat of natuurgebied. Neen , ik ben op de site van de Agfafabriek
in Heultje en geef tijdens een rondje door de fabriek mijn ogen de kost. In al
die jaren telde ik al een vijftigtal vogelsoorten. Er hangt een kerkuilenbak
die helaas door Houtduiven bewoond is. In de torenvalkenbak hebben we meer
succes. Vijf jongen werden ondertussen door Joris geringd. Ook de Huiszwaluwen
blijven het goed doen en maken dankbaar gebruik van de door ons voorziene
kunstnesten. Hopelijk blijft de groene omgeving van de fabriek nog lang
bewaard zodat ik tot het einde van mijn loopbaan en de jongere collega's nog
lang daarna mogen genieten van dit gratis maar o zo mooi dagelijks spektakel!
J’O
NATUURGEDICHTEN door J'O
De vroege
Ik fiets met vaste tred
ik rij door mijn vallei
door de koelte van de morgen
op een ochtend vroeg in mei
in het flauw geschemer
zingt op ieder dak
hen merel of een lijster
een serenade op zijn gemak
de mist stijgt uit de beemden op
het gras nog nat van regen
een ree met kalf kijkt mij
met grote schrikogen tegen
een streepje blauw wordt zichtbaar
de dag wint van de nacht
ik sta voor de grote poort
weer gevangen voor een uur of acht
Iers sonnet
Ik mis de turfgeur uit de schouwen
de rook die naar beneden slaat
ik mis het rode haar der vrouwen
de smalle mistdoorweekte straat
te lang geleden zijn de dagen
de wolkenluchten en de zon
te lang de plots regenvlagen
het avontuur dat weer begon
wat rest zijn de herinneringen
gekleefd in een dik fotoboek
in mijn hoofd hoor ik winden zingen
verlangend speur ik naar het westen
snuif geuren van mijn ierse land
en tel de dagen die mij resten
AMFIBIEËN IN JE VIJVER ? LAAT HET ONS WETEN
Vroeg in het voorjaar voelen amfibieën de lente kriebelen. Watersalamanders, kikkers en padden trekken dan massaal naar hun voortplantingsplaatsen. Poelen met helder water, een goed ontwikkelde vegetatie, lekker in het zonnetje: dat zijn vaak echte amfibieënparadijzen. Jammer genoeg worden heuse amfibieënpoelen knap zeldzaam in Vlaanderen. Veedrinkpoelen worden niet meer onderhouden en verlanden, heel wat weidepoelen werden gedempt, in andere peuzelt (uitgezette) vis de meeste salamanderlarven op. Het gaat onze inheemse soorten dan ook niet voor de wind. Zelfs Kleine watersalamander, ooit de meest algemene salamandersoort in Vlaanderen, krijgt de laatste jaren rake klappen.
Maar misschien is er hoop. Steeds meer mensen gaan op zoek naar een beetje natuur in eigen tuin. Een fris bloeiende Gelderse Roos, een houtstapel als schuilplaats voor Egels en muizen, wat Hazelaars om spechten en Rode eekhoorntjes aan te trekken, nestkastjes rond het huis voor bedrijvige meesjes en, waarom ook niet, een tuinvijvertje. Want water brengt leven. Libellen vinden al gauw de weg naar je tuinpoel en ook amfibieën laten meestal niet lang op zich wachten. Zelfs midden in verstedelijkt gebied duiken Bruine kikkers en Alpenwatersalamander op! Heel leuk, zeker voor de kindjes die meestal gefascineerd zijn door zoveel leven in en om het water.
Net die tuinvijvers zouden op heel wat plaatsen wel eens de redding kunnen zijn voor onze inheemse amfibieën. Er zijn er immers veel, heel veel (misschien zelfs meer dan 'echte' poelen in de natuur) en meestal is ook de waterkwaliteit er zeer goed (vaak met dank aan het zuurstofpompje). Soms ogen ze wat artificieel met plastic folie, een vissende tuinkabouter, bergachtige watervalletjes en een klein brugje maar op zich maakt dat niet zo veel uit. Zolang het tuinvijvertje maar visvrij is (want vis en Watersalamanders gaan echt niet goed samen)!
Hyla, de reptielen- en amfibieënwerkgroep van Natuurpunt, is zich bewust van het belang van tuinvijvers en heeft dan ook een heuse tuinvijveractie op het getouw gezet. In de folder 'gewriemel zonder piemel' (waarmee wordt verwezen naar de manier waarop amfibieën zich voortplanten) krijg je heel wat uitleg over hoe je onze inheemse amfibieën kan herkennen (met fraaie tekeningen van onze huistekenaar Rudi Willockx). Er worden ook enkele tips gegeven over hoe je jouw vijvertje en je tuin amfibievriendelijk kan maken met concrete adviezen om bv. zeker geen salamanders, kikkers of padden uit te zetten. Laat de natuur zijn gang maar gaan en dan komt alles wel vanzelf, zelfs in verstedelijkt gebied. 't Is soms wat wachten, maar komen zal het.
Heb je dus zelf een tuinvijvertje en zitten er amfibieën in, surf dan gauw naar http://www.hylawerkgroep.be/index.php?id=140
Hier kan je de folder downloaden en op http://www.hylawerkgroep.be/index.php?id=142
kan je al jouw tuinvijvergegevens op een heel eenvoudige manier online invoeren. Voor verdere vragen of info kan je ook steeds terecht bij info@hylawerkgroep.be
We staan voor jou klaar en hopen alvast op een massale respons!
terug naar>>
Natuurpunt
afdeling Grote Nete
Laatste aanpassing gebeurde op:
03.09.2007 14:48:40
Info en tips:
webverantwoordelijke