Archief:
Artikels uit het tijdschrift van
Natuurpunt
Grote Nete
Jaargang 5
driemaandelijks tijdschrift
oktober 2006 Nr. 4
WOORD VOORAF
Natuur en politiek
Een straatbeeld vol affiches met breed lachende politici en een teerlingronde op zondagvoormiddag wordt nu vervolgd door coalitieonderhandelingen en gemeentelijke prioriteiten die verlegd worden.
Welke kleurcombinatie ook zes jaar het roer in handen zal nemen, uiterst belangrijk is dat zowel nu tijdens de onderhandelingen als straks tijdens de uitvoering waakzame burgers natuur- en milieubelangen blijvend onder de aandacht houden. De leden van Natuurpunt staan hiervoor: geen donkergroene fundamentalisten, wel mensen met een groen bewustzijn. Natuur, als zachte sector, heeft een eigen waarde die maar kan afgedwongen worden wanneer er voldoende mensen openlijk belang aan hechten.
Milieu omvat zoveel aspecten die iedereen aanbelangen, waar iedereen beter van wordt maar waar niemand rijk van wordt. (althans niet financieel). Iedereen vindt een goede waterkwaliteit, een goede ruimtelijke ordening, een verkeersveilige omgeving, geen lawaaihinder, geen geurhinder belangrijk. Hoe goed we ons in ons in huis, in de gemeente "thuis' voelen, wordt voor een belangrijk deel bepaald door deze algemene aspecten van "welzijn".
Dat de leden van Natuurpunt geen gesloten groepje zijn maar met de voeten in de reële wereld staan, werd recent nog aangetoond door de provinciale hoofdvogel die we afschoten voor onze samenwerking met de landbouw. Binnen onze afdeling wordt reeds jarenlang op regelmatige wijze en met respect voor elkaars belangen samengewerkt met beroepslandbouwers.
Onze reservaten bestaan voor een behoorlijk deel uit diverse typen graslanden (bloemrijke hooilanden, heischrale graslanden, natte dotterbloemgraslanden... ) en bij het beheer hiervan is het steeds essentieel om jaarlijks de productie af te voeren: afvoer van voedingsstoffen. Om dit gedaan te krijgen is de laatste 20 jaar een samenwerking gegroeid met landbouwers. Heel eenvoudig gezegd hebben zij immers nood aan grondstoffen voor plant en dier: aanvoer van voedingsstoffen.
Het samenbrengen van deze noden zat weliswaar bijna voorgebakken maar toch was de uitvoering niet steeds eenvoudig.
Het leren (h)erkennen van elkaars behoeften, het overwinnen van vooroordelen, toegevingen doen, het leren inzien van voordelen; dit alles werpt nu stilaan vruchten af aan beide zijden van de boom. De samenwerking die met deze sector gegroeid is willen we verder zetten maar ook uitbreiden naar andere sectoren. De recreatiesector is een andere evidentie maar waarom ook niet de economie, de hulpverlenende sector..
Natuurpunt is bewust geen politieke partij maar wil natuur integreren in heel de maatschappij. Enkel op deze wijze lijkt een duurzaam behoud van natuurwaarden mogelijk.
De voorzitter.
FILMAVOND 4 november: MALTA VOGELVRIJ
Malta, een klein eiland in de Middellandse Zee, gelegen op 93 kilometer ten zuiden van Sicilië, is op 1 mei 2004 toegetreden tot de Europese Unie. De rotsachtige eilandarchipel is amper 316 km2 groot, maar is wereldwijd berucht om de slachtingen die de jagers en de vogelvangers er toebrengen onder de Europese trekvogels. Vogelbescherming Vlaanderen vindt het onaanvaardbaar dat Europa de jacht op onze broedvogels op Malta tolereert, zowel tijdens de najaars- als tijdens de voorjaarstrek.
Door zijn geografische ligging zou Malta een toevluchtsoord en pleisterplaats moeten zijn voor trekvogels, maar in werkelijkheid is het eiland een slagveld. In het voorjaar, als de vogels hun overwinteringsgebied in Afrika verlaten en via Malta naar hun broedgebied in Europa trekken, worden ze door duizenden jagers en vogelvangers opgewacht. De kliffen van het eiland zijn bezaaid met vangplaatsen (ca. 5000) waar de vogels met behulp van kunstmatig aangelegde drinkpoelen en levende lokvogels naar grote netten worden gelokt. Maar ook in het najaar, als onze broedvogels naar Afrika migreren, worden ze belaagd. Jaarlijks worden naar schatting 3 miljoen vinkachtige vogels gevangen en gekooid. Het houden van vogels in gevangenschap is ginds een traditie. Tussen de vangplaatsen zitten dan duizenden jagers verscholen in schuilhutten, gebouwd met rotsblokken. Grotere vogels die over het eiland trekken,
worden geschoten en mee naar huis genomen als trofee. De lijst van vogelsoorten is lang, van Wespendief, Torenvalk, Kiekendief, Blauwe Reiger, Velduil, Wielewaal, Grauwe klauwier tot Boeren- en Huiszwaluw en Spaanse mus. Kortom, alles wordt er geschoten. Vele vogels worden geschoten als oefenobject en belanden levenloos of zwaargewond tussen de rotsen. Ondertussen startte Vogelbescherming Vlaanderen een petitie die reeds door 200 000 mensen uit 95 verschillende landen werd ondertekend. In mei 2005 heeft Vogelbescherming Vlaanderen op Malta een documentaire gedraaid met als doel de jachtproblematiek onder de aandacht te brengen.
PRAKTISCHE INFORMATIE
Wanneer? zaterdag 4 november 2006 om 20u00
Waar? Natuurpuntlokaal, Leopoldlei 81 te Hallaar.
Wie? Jan Rodts, voorzitter van Vogelbescherming Vlaanderen vzw
Kostprijs? 3 euro (bestemd voor werking van het vogelopvangcentrum te Herenthout) Info en toegangskaarten verkrijgbaar bij
Mieke De Wit Joris Bosmans
Boeyendaal 74, Mechelaars 25,
Herenthout Heist-op-den-Berg
Tel 014/514041 Tel 015 / 24 90 26
E-mail: miekedewit@scarlet.be E-mail: Joris bosmansa,hotmail.com
OPENING NIEUW LIFE-WANDELPAD op 10 december
Op zondag 10/12/06 om 14 u is het zover : het nieuwe wandelpad in de Langdonken wordt officieel geopend. De opening van dit wandelpad is zowat het sluitstuk van het LIFE-project Zuiderkempen (Langdonken, Goor-Asbroek, Blakers). Inderdaad, we hebben er vijf jaar omvormingsbeheer op zitten : kappen van exoten, plaggen, herstellen waterhuishouding, vernatuurlijken bossen, herstel historisch hooiland, aanleggen van wandelinfrastructuur, uitbouw samenwerking met landbouwers, uitbaggeren vennen, experimenteren met nieuwe machines, en zo meer...
Van op het nieuwe pad kan je de beheersresultaten makkelijk bekijken. Er wordt gewandeld langs nieuwe heidevelden, mooie boscomplexen, vennen,... Op de infoborden krijg je duidelijke informatie over de gebieden. Om alles praktisch mogelijk te maken voorzien we parkeerplaats ter hoogte van het vroegere Reigershof (Baan Herselt-Aarschot). Van daaruit is het 15 minuten wandelen tot aan de Langdonkenschuur (Donkstraat 52). Wie het plechtige openingsmoment wil meemaken, komt tegen 14 u aan de schuur. Tot 15.30 u kan je vrij starten. Meer info bij Benny Van Dyck (013/783609)
NETELING: MONGOLIË 2 dec
Francois Van den Bosch vertelt, en toont dia's, over zijn reis naar Mongolië.
• Mongolië is een groot land (3x Frankrijk) met een kleine bevolking (2,5 miljoen). De helft van hen zijn nomaden die op de eindeloze steppen wonen, waar ze zijn overgeleverd aan één van de meest extreme klimaten op aarde.
• Mongolië bezit een roemruchte geschiedenis. Juist 800 jaar geleden veroverde Genghis Khan een gebied dat bijna gans Azië en een groot deel van Europa omvatte.
Onze middeleeuwse voorouders beefden van angst wanneer ze vernamen dat de Tataren (of Mongolen) reeds opgerukt waren tot Polen en Hongarije.
Gelukkig stopte de invasie van Europa omdat de Khan gestorven was en alle Mongoolse generaals teruggeroepen werden naar hun land om een nieuwe Khan te kiezen.
Zaterdag 2 december 2006 te 20.00 u in het Natuurpuntlokaal te Hallaar
INKOM: 2.50 euro. KOM KIJKEN en LUISTEREN!!!
UITNODIGING KERSTWANDELING NATUURPUNT GROTE NETE
Naar jaarlijkse traditie trekt Natuurpunt Grote Nete voor de laatste maal haar wandelschoenen aan voor de Kerstwandeling op dinsdag 26 december 2006.
Om 13u30 wordt er verzameld aan het lokaal van Natuurpunt, Leopoldlei 81 te Hallaar voor een wandeling van 8 kilometer doorheen de Netevallei en de Averegten. Zo kunt u eens uitwaaien in een prachtig winters landschap.
Na de wandeling kan u in ons prachtig versierd lokaal terecht voor een glas heerlijke gluhwein of een portie kerstcake. Wij zorgen voor de passende sfeermuziek. U komt toch ook? Nadere info: Wilfried Wouters 015 - 24 25 73
DAG VAN DE NATUUR in VARENDONK te LAAKDAL
Op 18 november is het weer zover! Op heel wat plaatsen in Vlaanderen steken vrijwilligers de handen uit de mouwen voor een betere natuur in hun buurt. Ook jij kunt helpen want ook in jouw buurt, namelijk in Varendonk gaan we op deze dag werken en genieten. Wat het werken betreft, zullen we aan exotenbeheer doen in het Varkensdelbos. Er staan in dit, overigens prachtige bos, nog heel wat exotische parkplanten die onze natuur dreigen te onderdrukken. Deze planten gaan we uittrekken of kappen en op hopen leggen.
Wat het genieten betreft (samen werken in deze mooie omgeving is trouwens al genieten) maar wie komt helpen krijgt 's middags verse soep en boterhammen. Ook tijdens het werk wordt aan een hapje en een drankje gedacht. We werken tot 16 uur! En wie enkel in de namiddag kan helpen, komt tegen 13u00 naar het verzamelpunt of rechtstreeks naar het Varkensdelbos.
De Dag van de Natuur is een organisatie van Natuurpunt in samenwerking met de Jeugdbond voor Natuur en Milieu We worden ondersteund door Timberland, AS Adventure, Schoenen Torfs en Brouwerij Westmalle. Dit jaar krijgen we ook steun van het Bombylius-project van de federale overheidsdienst Volksgezondheid. Met de steun van al deze partners kunnen we de Dag van de Natuur nog verder uitbouwen en krijgen de deelnemers dit jaar, bovenop gratis eten en drinken op de werkdag, ook een draagtas cadeau met daarin allerlei informatie en (lekkere) geschenken.
Info: Vic Van Dyck 014-84 02 10 Samenkomst: 9u00 aan café 't Laak,
Grote Steenweg 12, Veerle-Laakdal
Let op! Laarzen en handschoenen meebrengen. Iedereen is welkom!
ETEN VOOR MEER NATUUR
Zondag 19 November 2006
In de vernieuwde parochiezaal van Blauberg We dienen op van 12 uur tot 15 uur
MENU Aperitief
Knolseldersoep
Lamsragout met aardappelen of
Ragout van vegetarische worst met aardappelen Een keuze uit klassieke nagerechten
De prijzen: 12 euro voor volwassenen en 6 euro voor kinderen tot 12 jaar.
Inschrijven voor 15 november is noodzakelijk, het kan met dit formulier, per e-mail of telefonisch.
Betalen doe je bij de inkom.
Inschrijvingen bij een van de bestuursleden en bij:
Staf Aerts, Averbodesesteenweg 93, 2230 Herselt
Tel. 013 177 22 78 of e-mail Staf
Aerts@pandora.be
KWISSEN voor OPVANGCENTRUM
ALGEMENE KWIS
ZATERDAG 2 DECEMBER 2006
Locatie: G.O.C. TER VONCKE HERENTHOUT
Aanvang 20 u. - Ploegen max. 6 personen -
Inschrijvingsgeld 15 euro per ploeg.
Inschrijven bij Steven Heylen, tel. 0476 94 33 50, stevenhevlen@telenet.be
De opbrengst van de kwis gaat integraal naar
vzw Opvangcentrum
voor Vogels en Wilde Dieren Herenthout (Mieke De Wit)
ALGEMENE VERGADERING: 20 JANUARI 2007
Afdeling Grote Nete
Zaterdag 20 januari 2007
18 u 00: spaghettiavond
19 u 00: algemene vergadering 20 u 30: jaaroverzicht in beeld
Locatie: Natuurpuntlokaal, Leopoldlei 81 te Hallaar Info en inschrijving: Wilfried Wouters 015-24 25 73
Het programma van een lokale algemene vergadering bestaat uit:
• stemming over het jaarverslag 2006
• stemming over het financieel verslag 2006
• beoordeling van het afdelingsbestuur
• verkiezing nieuwe bestuursleden
• vaststelling begroting 2007
• vaststelling werkingsprogramma 2007
• aanduiding stemgerechtigde leden voor de algemene vergadering van Natuurpunt vzw, de specifieke verenigingen Natuurpunt Beheer vzw, Natuurpunt Studie vzw, Natuurpunt Educatie vzw en de beleidswerking.
Kandidaten voor het afdelingsbestuur kunnen hun kandidatuur indienen bij de afdelingsvoorzitter (Lon Lommaert) voor 14 januari 2007.
Theorielessen:Donderdag 25 januari 2007 en maandag 5 februari 2007
Plaats: Sportcentrum ' Kwade Plas'
Kwade plas nr 1
2431 Veerle Laakdal
Uren: 19u30- 22u30
Lesgever: Koen Leysen
Excursie: Zondag 11 februari 2007
Plaats: Schulensmeer
Samenkomst: 8u30 uur
Kerk Linkhout. Leiding: Koen Leysen.
Voor de geïnteresseerden er is ook nog een uitstap naar de Uitkerkse Polders
Zondag 28 januari 2007:
Wintervogels in de Uitkerkse Polders. Samenkomst:
7u00 uur Natuurpuntlokaal Hallaar
(met eigen wagens, kostendelend). Leiding: Jos Van Kerckhoven, Eddy Nagels,
Geert Van den Heuvel.
Kostprijs: 10 euro voor leden
15 euro voor niet-leden
Info en inschrijvingen:
Kris Dries: 0495-47 64 29 of kris.dries(á,pandora.be
Lesgever: Eddy Vets (1 theorie, 2 praktijk)
Onkosten: Leden: 10 euro, niet-leden 15 euro
Info en inschrijven: Chris Segaert 015 22 01 06
Theorieles:
Zaterdag 24 februari 2007: 20u -i23u Natuurpuntlokaal Leopoldlei 81, Hallaar
Deze cursus richt zich tot iedereen die belang stelt in inheemse natuurlijke fruitsoorten. Naast hoogstam, worden ook halfstam en laagstam besproken, alsook het kleinfruit. Meer uitleg over inhoud en doel van de cursus volgt in een artikel van Eddy Vets in het januarinummer van ons tijdschrift.
Praktijk 1:
Zondag 10 maart 2007: 10u->12u30
Wintersnoei en aanplanten van fruitbomen en -struiken
Boomgaard Eddy Vets:
Bevelsesteenweg 85 Itegem
Praktijk 2:
Zondag 9 september 2007: 10u tot 12u30 proefdag van oude fruitsoorten
(vnl. appelen en peren) en kennen van waardevolle oude soorten
Boomgaard Eddy Vets: Bevelsesteenweg 85 Itegem
EEN DIKKE PROFICIAT voor GEMEENTEBESTUUR van HERSELT
Een oud zeer in heel de Zuiderkempen, maar vooral in Herselt, zijn de weekendverblijven.
Zonder enige vergunning werden tussen 1965 en 1978 in Herselt meer dan 1.000 weekendverblijven gebouwd. Enkele honderden van deze weekendverblijven die sinds 1978 in een zone voor verblijfsrecreatie gelegen zijn, werden geregulariseerd. Sinds een 10-tal jaren daalt de belangstelling voor deze recreatievorm. Een klein deel van de ongebruikte weekendhuisjes werd gesloopt. De meerderheid werd echter in gebruik genomen als permanente woning, al dan niet ingeschreven in de bevolkingsregisters.
Het gemeentebestuur van Herselt keurde éénparig goed dat er een actief vervolgingsbeleid zal gevoerd worden tegen het permanent wonen in weekendverblijven en de bouwovertredingen die er mee gepaard gaan.
Sinds februari 1991 wordt aan iedereen die gaat wonen in een weekendverblijf en zich laat inschrijven in de bevolkingsregisters schriftelijk meegedeeld dat er volgens de stedenbouwwetgeving niet permanent kan gewoond worden in een weekendverblijf.
Het gemeentebestuur startte tegen een dertigtal bewoners van weekendverblijven een procedure. In een eerste testdossier is er een uitspraak, de rechtbank volgde het gemeentebestuur. Deze bewoners hebben dadelijk een andere woning gezocht en gevonden. De volgende maanden worden er meer vonnissen verwacht. Tegen bewoners die voor februari 1991 in een weekendverblijf gingen wonen, zal het gemeentebestuur geen vorderingen instellen.
Een moedige en niet gemakkelijke beslissing van het Herseltse gemeentebestuur. Indien dit beleid, met de nodige aandacht om sociale drama's te voorkomen, verder gezet wordt, zullen de Herseltse bossen weer hun doelfunctie krijgen: natuur, bos en zachte recreatie.
Het bekkensecretariaat zorgt voor de dagelijkse werking. Alle besturen die betrokken zijn bij het waterbeheer zijn er in vertegenwoordigd.
BEKKENRADEN
Integraal waterbeheer is een noodzakelijk instrument om versnipperde bevoegdheden en dikwijls tegengestelde doelstellingen in een overkoepelend beleid te stroomlijnen. Langzaam maar zeker komt dit instrument `in werking'. Nadat er een ontwerp van bekkenbeheersplan is opgemaakt, worden nu de bekkenbesturen en bekkenraden samengesteld.
Het bekkenbestuur vormt het politieke niveau van het bekken. Alle waterbeheerders, zowel vertegenwoordigers van het Vlaamse Gewest als van de provincies en deelbekkens, zitten in dit bestuur.
De bekkenraad bestaat uit vertegenwoordigers van de maatschappelijke belangengroepen die betrokken zijn bij het integrale waterbeleid. In elk van de 11 op te richten bekkenraden kunnen de natuur- en milieuverenigingen vertegenwoordigers afvaardigen.
Onze afdeling zal zeker een kandidaat voor de bekkenraad voordragen.
DE EERSTE PRIJS VOOR ONZE VERENIGING
De landbouwdienst van de provincie Antwerpen organiseerde een wedstrijd waarbij het beste samenwerkingsverband tussen landbouw en natuur bekroond werd.
Afdeling Grote Nete sloot 8 jaar geleden een eerste samenwerkingsovereenkomst af met het melkveebedrijf van Jos Van Elven uit Blauberg. Deze samenwerking bestaat nog steeds. Jaar na jaar zijn er nieuwe overeenkomsten bijgekomen met vooral melkveebedrijven maar ook met biologische tuinbouwbedrijven en hobbylandbouwers. Op een oppervlakte van 40 ha wordt er nu samengewerkt.
Hoeve "De Ploeg" en Natuurpunt afdeling Grote Nete schreven samen in voor de wedstrijd. Natuurpunt leverde dit jaar 33 ton hooi in balen van 220 kg aan hoeve "De Ploeg". We laten hierna de boer vertellen wat de meerwaarde is van de samenwerking voor zijn bedrijf.
Vruchtbaar boeren met natuur
Sinds enkele jaren steken we het rantsoen van onze melkkoeien anders in elkaar met als doel een ecologisch en economisch duurzame landbouw te ontwikkelen in een streek waar landbouw en natuur zo dicht op mekaar zitten dat sommigen er de landbouw als verloren beschouwen.
Met klaver in ruil voor maïs de stikstofverliezen en -input via kunstmest en eiwitrijk krachtvoer (soja), alsook het herbicidengebruik minimaliseren is belangrijk in onze bedrijfsvoering. Dit kan zelfs de kostprijs van de melk drukken. Met lage kosten in onze bedrijfsvoering kunnen we tegen betaalbare prijzen kwaliteitszuivel aan
bieden aan consumenten uit de buurt. Inzak kwaliteit sturen we via onze bedrijfsvoering het vetzuurpatroon van de melk aan: minder verzadigde vetzuren en meer omega 3-vetzuren e CLA's. Inzake deze CLA's schuilt de gro kracht van de samenwerking tussen Natuurpun en ons bedrijf.
Wat betekent CLA? Dit is een nieuw gezond vetzuur dat door herkauwers wordt aangemaakt en dat veel belangstelling kent in de onderzoekswereld. Zij zouden meer bescherming bieden tegen kanker en een gunstig effect hebben op de lichaamsbouw. (redactie)
De pens van de koe is in feite een vergroting van haar slokdarm waarin miljarden micro-organismen groeien.
In deze pens helpen de micro-organismen bij de afbraak van cellulose uit het grasklaverrijke voeder. Met de afbraak van cellulose komen ook snel verteerbare koolhydraten vrij die op hun beurt gefermenteerd worden. De hierbij ontstane vetzuren zijn nuttig en worden door de penswand opgenomen maar zullen tevens de pensinhoud verzuren. De micro-organismen die de oorzaak zijn van de omzettingen zullen zichzelf, net zoals op het einde van een yoghurtproces, afremmen, waardoor er dus minder aminozuren ter beschikking komen voor de koe of voor haar melk. Ter compensatie gaat de koe met eigen middelen aminozuren opbouwen, wat haar heel veel energie kost. Ze brengt zichzelf hierdoor onvrijwillig in een fase die overeenkomt met de resultaten van een Atkinsdieet met bijhorende ketonen-adem, net op het moment dat ze een melkmarathon aan het houden is. Weg melk ...Een koe met pensverzuring verzwakt, net als de micro-organismen in haar pens. Eén van die pensbewoners is Butyrivibrio Fibriosolvens. Deze bacterie zet linolzuur en linoleenzuur om in CLA's, befaamd om hun bescherming tegen chemisch-geïnduceerde borstkanker, vermindering van de hoeveelheid lichaamsvet, en mogelijke bescherming tegen arteriosclerose, diabetes en trombose. We moeten zulke beestjes koesteren.
Op drie manieren werken we samen: Laat ons even in de koe kijken:
• Het begrazen van graslanden door jongvee of droge koeien van melkveebedrijven en met schapen of paarden van hobbylandbouwers.
• Het leveren van vers gemaaid gras aan biologische tuinbouwbedrijven, het gras wordt er gecomposteerd en de compost dient als basisbemesting.
• Het leveren van hooi aan melkveebedrijven en hobbylandbouwers.
Met tal van kruiden komt hooi uit natuurgebied in aanmerking als structuurrijk voeder. Sinds enkele jaren werken wij hiervoor samen met Natuurpunt en worden de zachtere, niet giftige planten gemaaid, gehooid, in balen geperst en ons ter beschikking gesteld. Ten opzichte van graszaadhooi en maïsstengels als onze vroegere structuurbronnen heeft beheersgrashooi enkele extra voordelen:
Een goed werkende, niet verzuurde pens, is de start van een gezonde koe en gezonde melk. We moeten dus proberen om de pens te bufferen. Structuurrijk voeder ligt hierbij aan de basis. In het speeksel zitten bicarbonaten die een bufferende invloed uitoefenen op de zuur wordende pens. Des te meer structuurvoeder, des te meer speeksel de koe zal produceren en des te groter het bufferend effect. Steekproefsgewijs tellen we regelmatig hoeveel keer een koe herkauwt op een opgerispte brok en sturen bij indien nodig.
Zestig procent van de koeien die in rust zijn, moeten herkauwen. Zij doen dit bij voorkeur zestig maal per herkauwbolus. Indien de koeien minder goed presteren op dit vlak, hollen we bij wijze van spreken naar het natuurgebied om beheershooi te halen. Zo kunnen we de pens prikkelen om tot een voldoende herkauwfrequentie te komen.
De soortenrijkdom is potentieel interessant om vitaminen en mineralen aan te brengen bij de dieren. Bovendien gaat het vaak over zongedroogd hooi. Dit is een goede bron van vitamine D voor de dieren en de variatie inzake microbieel leven in het natuurgebied vindt zo zijn weg naar de boerderij.
Wederzijds begrip van elkaars noden is belangrijk. De natuurvereniging heeft aandacht voor het vermijden van het giftige Jacobskruiskruid in het voeder en pitrusrijke balen worden aan de kant gezet als eventueel strooisel voor het vee omdat dit daar voedertechnisch niet mee uit de voeten kan.
Na een goede pensvertering zorgen deze op basis van klaver gegroeide lichamen van de micro-organismen voor de vervanging van de soja op vlak van aminozuuraanbreng. Dit gebeurt bij de passage door de dunne darm. Zo maken we ons melkeiwit werkelijk streekeigen... Communicatie van Natuurpunt met hun leden via hun krantje hierover poetste het imago van ons als melkveehouders en zuivelbereiders op. Het heeft er ook toe geleid dat zij bij hun activiteiten regelmatig producten uit onze samenwerkingslandbouw voorzien.
Landbouw en natuur verweven met elkaar zorgen zo niet alleen voor een aangenaam en gezond leefklimaat op het platteland, maar tevens voor gezonde zuivelproducten.
En met dit sterk verhaal wonnen we de Iste prijs. Ludo Helsen, de deputé bevoegd voor landbouw, kwam de prijs overhandigen. Zowel hoeve "De Ploeg" als Natuurpunt ontvingen een prijs ter waarde van € 750. Met Natuurpunt kozen we voor een fotovoltaïsche cel met bijhorende oplaadbare batterijen en een weideklok. Hoeve "De Ploeg" zal investeren in aanplantingen in de omgeving van de hoeve. In de weides zullen bomenrijen aangeplant worden. De bomen geven schaduw aan de koeien, ze brengen terug variatie in het landschap en produceren vruchten zoals noten en kastanjes.
Natuurpunt afdeling Grote Nete heeft op dit moment meer dan 600 ha natuurgebied in beheer. Van in Laakdal, over Westerlo, Herselt en Huishout, tot in Heist-op-den-Berg blijft Natuurpunt afdeling Grote Nete de natuurwaarden met heel veel enthousiasme verder ontwikkelen.
Iedereen met een hart voor de natuur is welkom in `onze' gebieden. De uitgestippelde wandeltrajecten geven iedereen de kans om mee te genieten van al dat natuurschoon. Het werk is echter bijlange niet af! Naar Vlaamse normen hebben we binnen onze afdeling een behoorlijk groot aantal reservaten, maar om echt duurzaam kansen te creëren voor de vaak zeer kwetsbare vegetaties, is uitbreiding en dus aankoop een absolute must.
En dan kom je bij die keiharde realiteit! Om uitbreiding mogelijk te maken, heeft Natuurpunt nog veel geld nodig. U mag en kan, met een eenvoudige gift, hoe klein of hoe groot ook, mee de uitbouw (aankoop én beheer) van waardevol natuurgebied in onze regio mogelijk maken.
U kan zelf kiezen voor het reservaat dat u wil steunen. Het geld dat u stort gaat integraal en rechtstreeks naar het reservaat van uw keuze. Zeer belangrijk is dat u het reservaatnummer vermeldt op uw overschrijving !
REKENINGNUMMER voor stortingen: 293-0212075-88
Voor giften vanaf 30 euro krijgt u een fiscaal attest.
Als geheugensteuntje, zetten we al onze reservaten nog een op een rijtje. Aan u de keuze.
Hartelijk bedankt voor uw steun !
RESERVATEN Afdeling GROTE NETE PROJECTNUMMERS:
7007 Bruggeneindse Goren
7032 Vallei van de Grote Nete te Heist
7707 Langdonken
7717 Het Goor-Asbroek - De Ritten
7723 Schaapwees - Steenkensbeek
7738 Trichelbroek, Varendonk, De Roost, Craeywinckel, 't Hoeves, Ossebroeken,
Swinnebroeken - Eindhoutbroek en Eindhoutberg.
Op naar de volgende 25
Natuurbeheer in de Langdonken : een succesverhaal ! 2007 is een jubileumjaar voor de Langdonken. Inderdaad, niet minder dan 25 jaar zijn achtereenvolgens de `Belgische Natuur- en Vogelreservaten', `Natuurreservaten' en `Natuurpunt' nu al in de weer om de hoge natuurwaarden in dit prachtige gebied, te herstellen. `Herstellen', want de zeer bedreigde natuur, was jarenlang in grote verdrukking. Na een kwarteeuw beheer heeft de tendens van verminking en verloedering resoluut plaats gemaakt voor een hoopvolle toekomst voor de Langdonken.
Vrijwilligers én professionelen samen, hebben er voor gezorgd dat de Langdonken weer dat zeer waardevolle vochtige heidegebied wordt. Het jarenlang beheer, nu in een stroomversnelling gebracht door het vijfjarig Europees Lifeproject, leverde ronduit schitterende resultaten op. Zeer zeldzame heischrale vegetaties steken weer de kop op, een bijhorend boeiend dierenleven blijft niet achterwege. Door het verwijderen van monotone bosaanplantingen met uitheemse houtsoorten, wordt het landschap weer halfopen. Heerlijke vergezichten geven het landschap, ook voor de wandelaar, een rustgevend gevoel.
De natuurgebieden in de Laakvalleien, ook wel gekend als Roost - Craeywinckel groeien stilaan naar elkaar toe. Dankzij verschillende mooie aankopen, beginnen de percelen in beheer bij Natuurpunt, samen grote blokken natuurgebied te vormen. Zo zijn de gekende gebieden Trichelbroek en Varendonk reeds één geheel. En nu er een wandelpad wordt aangelegd tussen Varendonk en de Roost, is de aanzet gegeven om van deze drie gevarieerde moerasgebieden, langs de Grote Laak, één brok beschermde natuur te maken.
Met ons natuurgebied Craeywinckel maken we de overstap van de Grote Laak naar de Kleine Laak. Daar ligt `t Hoeves, een vrij uitgestrekt moerasgebied met een veenpoel als kern. Nog wat verder stroomopwaarts de Kleine Laak, bevindt zich het Eindhoutsbroek. Dit mooie stuk natuur ligt via een wandelpad in verbinding met Eindhoutberg, waar we ook een aantal percelen in beheer hebben.
In de gebieden Ossenbroeken, Swinnebroeken en Biezenhoed worden ons regelmatig nieuwe percelen aangeboden. Zodat we ook hier de 'natuurgebiedpuzzel' van de Laakvalleien verder kunnen uitbouwen.
Vic Van Dyck
DE VALLEI van de GROTE NETE te Heist-op-den-Berg
De vallei van de Grote Nete slingert zich doorheen het Heistse landschap tussen de Pallieterhoeve te Booischot en Kruiskensberg te Itegem over een afstand van 13 km. De Grote Nete meandert rustig door een gevarieerd landschap bestaande uit bloemrijke hooilanden, populierenbossen, ruigtepercelen, eikenbossen en elzenbroeken, graasweiden en wilgenstruwelen. Talrijke knotwilgen, bomenrijen, sloten en houtkanten doorsnijden het landschap en zorgen voor een uniek mozaïek.
De soortenrijke hooilanden herbergen een kleurrijk pallet aan geurige kruiden: Koekoeksbloem, Pinksterbloem, Knoopkruid, Veldlathyrus en Blauwe knoop. Zelfs de uiterst zeldzame Kleine ratelaar - een half-parasiet - heeft hier haar laatste groeiplaats uit onze regio. Op venige bodems komen moerasviooltje, wateraardbei en Melkeppe massaal voor. Het Oranjetipje, de Kleine vuurvlinder en het Icarusblauwtje zijn typische dagvlinders voor deze bloemrijke vegetaties. Bloemrijke ruigtevegetaties bestaan uit Moerasspirea, Engelwortel, Berenklauw, Poelruit en Leverkruid. Deze bloemen zorgen in de volle zomer voor een massa nectar voor vlinders, bijen en zweefvliegen. In de zomermaanden fladderen de sierlijke Weidebeekjuffers boven het Netewater ... een indicatie voor de verbeterde waterkwaliteit. Een gevarieerd landschap met diverse vegetatietypes zorgt voor een uitgebreide vogelrijkdom. De Roodborsttapuit en Grasmus zijn typische bewoners van open weidegebieden met enkele verspreide wilgenstruiken. In de dichtere wilgenstruwelen weerklinkt de zang van Nachtegaal en Fitis. Buizerd, Sperwer en Torenvalk zijn het jaarrond vaste bewoners van dit valleigebied. Kuifeenden, Aalscholvers, Blauwe reigers en de IJsvogel worden aangetrokken door de visrijke rivier.
Sinds 1988 tracht Natuurpunt Grote Nete de natuurwaarden in stand te houden en te herstellen. Intussen kon er reeds 60 hectare van de vallei door aankoop beschermd worden.
Het natuurgebied is permanent toegankelijk via het Molenbeekpad te Booischot, het Pinzielekepad te Hallaar en de onverharde Netedijken.
Wilfried Wouters.
DE VALLEI van de GROTE NETE te Heist-op-den-Berg
De zomer 2006 zal in de geschiedenisboeken terechtkomen als een zomer van uitersten. Door de snikhete maand juli kon het geplande hooiwerk in de reservaten vlot verlopen. De arbeiders van de professionele terreinploeg hebben hierbij echter liters zweet gelaten, waarvoor onze gewaardeerde dank. In augustus werden de droge beemden overgoten door vele tientallen liter water, doch deze veroorzaakten geen overstromingen in onze regio. September leverde een zonnige nazomer met zomerse temperaturen.
Op 15 juli werden op 3 locaties in de Netevallei te Heist-op-den-Berg Sprinkhaanzangers gehoord. Deze soort verkiest licht verruigde hooilanden om te broeden. Op 16 juli weerklonk de zang van de Wielewaal nabij de Bergebeek te Booischot en de Fortse Bossen te Huishout.
Libellen in de Netevallei
In de warme julimaand werd de libellenfauna grondig onder de loupe genomen. Honderden Weidebeekjuffers zaten langs de Netedijken en op de drijvende waterplanten. Tientallen Gewone oeverlibellen en een tiental sierlijk Keizerlibellen verdedigden hun territorium boven het stromende water. Langs de Netedijk te Hallaar vlogen circa 250 Blauwe breedscheenjuffers tussen de hoge vegetatie. Deze soort was veel minder algemeen (20 ex) ter hoogte van de Laarbeemden en Booischot. Op deze plaats was de vegetatie op de dijk veel lager en ijler ingevolge de uitgevoerde dijkwerken in 2004. Lantaarntje, Bloedrode heidelibel en Azuurwaterjuffer kwamen in kleine aantallen voor. Het onderzoek leverde ook 3 nieuwe soorten voor de Netevallei op. Op de Natuurpuntvijver aan Pinzieleke werd een kleine populatie Kleine roodoogjuffers aangetroffen. Tevens was er 1 waarneming van de Bruine glazenmaker en 1 waarneming van de Vuurlibel.
Vlinderwaarnemingen
In de eerste helft van september (6 - 16) w een plaatsbezoek gebracht aan talrijke hooil den. Talrijke matig voedselrijke hooilanden krijgen een rijke nabloei van Knoopkruid, Wil bertram, Duizendblad en Boerenwormkruid. is een ideaal ogenblik om de resultaten van het zomerbeheer te kunnen beoordelen. We tracht dit te doen door gebruik te maken van bioindicatoren zoals dagvlinders. Verspreid over ganse Netevallei vanaf Itegem tot Houtve werd gespeurd naar Kleine vuurvlinder Icarusblauwtje. Vooral de Kleine vuurvlinder was goed vertegenwoordigd op de bezochte hooilanden, met waargenomen aantallen van tot 15 dieren per terrein. Opmerkelijk is dat ze vaak vertoeven op Boerenwormkruid en Akke distel, terwijl in de ruime omgeving vaak honderden bloemen van Knoopkruid staan. De uit zonderlijke zomer zorgde ook voor een heleboel Oranje en Gele luzernevlinders en Distelvlinder
Eerste waarneming van Sleedoornpage in de Zuiderkempen.
In de Netevallei te Houtvenne werd door Wilfried Wouters op 13/09/06 een Sleedoornpage waargenomen. Deze Oranje vlinder deed zich te goed aan de nectar van Akkerdistel aan de rand van een schraal hooiland. Deze soort is vooral te vinden in bosranden met Sleedoorns. De vlinder vliegt in één generatie van eind juli tot midden september. De wijfjes zetten de eitjes afzonderlijk af op de schors van Sleedoomtwijgjes met een zuidelijke expositie. De eiafzetting vindt plaats op de overgang van éénen tweejarige twijgen op een hoogte variërend van 20 cm tot 1 meter.
Deze soort staat op de Vlaamse Rode lijst als "Bedreigd". Volgens de verspreidingskaart in de "Dagvlinderatlas van Vlaanderen" uit 1999 komt de soort uitsluitend voor in de Vlaamse Ardennen en het Hageland (regio Aarschot Leuven). De Sleedoornpage is een honkvaste soort, die afstanden van max. 200 meter aflegt langsheen een bosrand. Open vlaktes van meer dan 200 meter worden zelden overvlogen. De Sleedoornpage is een moeilijk waar te nemen soort. Door een gerichte inventarisatie van de eitjes in de wintermaanden kan het verspreidingsgebied in onze regio beter worden onderzocht.
Natuurbeheer.
Door 11 vrijwilligers werd op 17 juni het Pinzielekepad te Hallaar gemaaid en gehooid. Tevens werd de vijver aan Pinzieleke gemaaid en gehooid. Tientallen Brede wespenorchissen, Tormentil en Blauwe knoop sieren dit perceel.
Op 23 september werd het Molenbeekpad te Booischot gemaaid en gehooid. Tevens werd een bloemrijke moerasspirearuigte gemaaid en gehooid. Opmerkelijk was het grote aantal Padden en Bruine kikkers, in alle groottes, die hier te voorschijn kwamen. Door de inzet van 6 vrijwilligers kunnen de wandelaars tijdens de volgende winterperiode in optimale omstandigheden het wandelpad gebruiken.
De Bandheidelibel
Een zeldzaam juweeltje fladdert door onze natuurgebieden.
In Varendonk en Trichelbroek hadden we dit jaar het geluk een aantal Bandheidelibellen te mogen waarnemen. Op 14 juli 2006 zagen we een vrouwtje in Trichelbroek op de ruigte aan de monding van de Kleine Laak, op 15 augustus vonden we een mannetje op een heideachtige open plek in het bos van Varendonk en op 15 september was het bandheidelibellenfeest. Aan de monding van de Kleine Laak, fladderden nu 6 mannetjes en 1 vrouwtje rond. We durven al hopen op een blijvende populatie. De biotoopvoorkeur van deze soort komt in ieder geval overeen met de omstandigheden in Trichelbroek. Deze libellen kiezen voor kleinere, stilstaande of langzaam stromende beekjes in moerassige gebieden met ongemaaide graslanden. De soort staat op de rode lijst als zeldzaam, maar schijnt het de laatste jaren goed te doen.
De Bandheidelibel - Sympetrum pedemontanum is vrij gemakkelijk te herkennen. Met een lengte van 29 tot 33 mm en een vleugelspanwijdte van 45 tot 55 mm is het eerder een kleine libel, maar wel een opvallende verschijning. Bij het uitgekleurd mannetje is het achterlijf rood, bij jonge mannetjes is dit bruin. De vleugels hebben een karakteristieke donkerbruine dwarsband en aan de rand van de vleugels zitten roze vlekjes, het pterostigma. De vrouwtjes hebben een geelbruin achterlijf en hier is het pterostigma lichtbruin.
De Bandheidelibel kan men waarnemen van juli tot begin oktober. De soort heeft een vlinderachtige vlucht en door de vleugelbandering ontstaat tijdens de vlucht een eigenaardig flikkerverschijnsel. Het zijn geen snelle vliegers, maar de volwassen dieren zwerven toch over grote afstanden en gaan zo op zoek naar het geschikte biotoop, waar de waterkwaliteit een belangrijke rol speelt. Op de grens van water en land, vaak op vochtige tot droge veenbodem tussen vegetatie als pitrus, worden door het wijfje de eitjes afgezet vliegend in tandem met het mannetje. Zoals alle heidelibellen gaat ook de Bandheidelibel regelmatig op een uitkijkpost zitten. Als je dan voorzichtig nadert, kun je van nabij zien hoe mooi deze dieren wel zijn. Vooral in het zonlicht lijken het schitterende juweeltjes.
Vic Van Dyck
LEVEN IN EEN HOOGSTAMBOOMGAARD
In het voorjaar vol met bloesem, in het najaar vol met fruit en het hele jaar vol met dieren. Kijk dus niet vreemd als je er een Steenuil ziet, een Eikelmuis, een Hermelijn of ...
Als de armen van een gewichtheffer die aan het einde van zijn krachten is, wijzen de takken van de oude appelboom naar beneden. Gebogen door de kilo's appels die hij moet torsen, maar met trots draagt hij zijn lot. Slechts vergezeld door drie ezeltjes die gretig wachten tot hij wat van zijn vracht laat vallen. Vroeger stonden rondom onze appelboom ongetwijfeld andere fruitbomen. Boomgaarden lagen als groene gordels rondom onze oude boerderijen, want elk huishouden had zijn eigen gaard.
Het fruit vormde een dankbare afwisseling op het voedsel dat de boeren in de winter tot hun beschikking hadden. Met de toenemende vraag naar vers fruit uit de grote steden veranderde dat. De boeren gooiden hun bedrijfsvoering om en stapten over op gemengde bedrijven met vee en fruitteelt. Zo ontstonden grote productieboomgaarden en richtten complete dorpen zich op de verwerking en verspreiding van het fruit. Na ongeveer de jaren '50-'60 nam het aantal hoogstamfruitbomen snel af. De oogst van fruit uit bomen van meer dan twee meter hoog bleek, zeker in vergelijking met laagstamfruitbomen, veel te duur. Het kostte namelijk veel tijd, moeite en arbeidskracht om al het fruit te plukken. Om die reden werden veel boomgaarden met overheidssubsidie gerooid.
Reden genoeg om zich vanaf dat moment in te zetten voor het behoud en herstel van deze kleine landschapselementen met name hoogstamboomgaarden.
Fruitbomen moet je blijven snoeien om ze in goede conditie te houden. Voor je het weet draagt een boom 700 kilo appels. Als er een tak afbreekt, ligt er een enorm gevaarte in je weiland.
Fruitbomen dragen in hoge mate bij aan de aantrekkelijkheid van het landschap. Een mooie grote boom in het landschap heeft veel charme.
Daarbij brengt een boomgaard de natuur tot aan de achterdeur. Allerlei soorten dieren komen hier om te eten, slapen, schuilen of nestelen. Het is niet zo dat in boomgaarden diersoorten leven die nergens anders voorkomen. Het bijzondere is meer dat er ontzettend veel verschillende diersoorten zijn die boomgaarden als voedselgebied of onderkomen gebruiken. Marterachtigen als Wezel, Hermelijn en Bunzing komen er als er onderbegroeiing is of snoeihout ligt. En knaagdieren als Bosmuis, Huismus, Spitsmuis, Woelmuis en Woelrat, smikkelen van valfruit, net als de zeldzame Hazelmuis en Eikelmuis. Zijn de bomen oud en zitten er grote holtes in, dan is een boomgaard 's zomers ook geliefd bij vleermuizen.
Voor vogels is een boomgaard een geschikte leefomgeving vanwege de gelijkenis met een parkachtig bos. In totaal zijn er zo'n vijftig soorten die er broeden. Steenuilen zijn daar een voorbeeld van, maar ook Torenvalken en Zanglijsters. Behalve vogels en zoogdieren komen natuurlijk ook andere dieren in de boomgaard voor. Amfibieën als Salamander en Padden, maar ook een grote hoeveelheid ongewervelde dieren en vooral veel insecten. Soms zijn zij de oorzaak van plagen en ziekten die schadelijk zijn voor de boomgaarden, maar veel vaker zijn ze net als het fruit voedsel voor vele vogels.
Hoewel een groot aantal boomgaardbewoners dus niet vies is van een stukje vers fruit, gaat het grootste deel nog altijd naar de mens. Het wordt verwerkt tot stroop, jam, sap, appelmoes en natuurlijk ook als vulling voor allerhande lekkere vlaaien.
Ook wordt een groot deel direct als handfruit geconsumeerd, maar niet zoals heel vroeger uitsluitend door de boomeigenaars. Voor fruitliefhebbers nog wel een laatste tip. De laatste die blijft hangen is altijd de "lekkerste".
Titte, de Grunen Hesteneir
PLANTEN: MARIADISTEL (Silybum marianum)
Deze mediterrane plant is vanaf 1542 in cultuur. Zij is veelal tweejarig en stelt dan met haar zuiderse afkomst een milde winter op prijs. Ze doet het ook als éénjarige erg goed. Een voedselrijke bodem, liefst met wat leem is de ideale groeiplaats. En daar de zaden gemakkelijk ontkiemen, vindt men ze dan ook wel eens welig groeiend op stortplaatsen, ruigten en oeverhoekjes.
Vooreerst ontwikkelt de plant een flinke rozet. Met haar donkergroen blad waarvan de nerven wit omrand zijn is die rozet een echte blikvanger. Maar daar blijft het niet bij. Al vlug schiet een stevige gegroefde, met merg gevulde stengel omhoog, die bovenaan enigszins spinnenwebachtig behaard is. Onderaan dicht bebladerd, worden de bladeren naar boven toe kleiner en schaarser. Wat ze allemaal gemeen hebben zijn de lange geelachtige stekels waarmee de randen bewapend zijn. Aan de top van elke vertakking verschijnen vrij grote bloemhoofdjes. Hun omwindselbladen dragen aan de uiteinden eveneens lange stevige stekels zodanig naar alle kanten gericht dat de bloemkorfjes in feite ongenaakbaar zijn. Ze huldigen het principe: kijken mag, aankomen niet!
De hoofdjes zijn alleenstaand, knikkend, kogelrond en hebben een doormeter van 3 à 4 cm. Ze bestaan uitsluitend uit vrij lange, smalle, dicht op een geplaatste buisbloemen van paarsrood tot donkerrood, soms wit van kleur. De kroon voorzien van vijf smal-lineaire kroonlobben, omvat de vijf meeldraden. Onderaan hebben deze een lange harige staart. Zoals bij composieten gebruikelijk is zijn ze vergroeid tot een buis waarin ze hun stuifmeel storten. Dat stuifmeel wordt door de opwaarts groeiende stamper omhoog gestuwd, waar het bereikbaar wordt voor insectenbezoekers.
In een tweede stadium zijn de stampers rijp, waarbij ze hun beide stempels uitspreiden om stuifmeel van andere bloemen te ontvangen. De onderstandige vruchtbeginsels staan mooi naast mekaar in 't gelid op de bloembodem. De vrij grote akenas of dopvruchtjes zijn kaal, blinkend zwart of geelachtig, druk bespikkeld als gemarmerd met zwarte vlekjes. Ze dragen een kuif van glanzend witte, niet vertakte haren die echter wel getand zijn. Daar die pappuskroon vrij vlug afvalt heeft ze weinig nut voor de verspreiding. Linné doopte de Mariadistel aanvankelijk als Carduus marianus. Later werd zij in het genus Silybum ondergebracht. Silybon is de Griekse naam van een eetbare distel. De officiële Nederlandse naam Mariadistel vinden we in zekere zin terug in Onze-Lieve-Vrouwdistel en Vrouwendistel. Ook in onze buurlanden is zij onder soortgelijke namen bekend: .Chardon-marie, Chardon Notre Dame, Silybe de Marie, Mariendistel, Frauendistel, Mutterdistel, Lady's thistle. Enkele namen verwijzen naar de witte nerfomlijstingen die ze toeschrijven aan druppels melk van moeder Maria: Lait de NotreDame, Our Lady's milk thistle, Milk-thistle. In die gedachtegang past dan misschien: Holy thistle.
Minder vergezocht, maar ook zinspelend op de witte tekeningen zijn: Bonte distel, Gevlekte distel, Chardon argente, Chardon marbré, Silberdistel, Weiss-wegdistel. Een enkele verwijzing slechts naar het gewapend aspect: Epine blanche.. Met Artichaut sauvage komen we in de culinaire afdeling terecht. De grote hoofdjes kunnen als Artisjokken worden bereid.
Al de devote Maria- en Lievevrouwennamen die we al vernoemden kunnen we in een groep bij elkaar brengen. Ze zijn als een hulde aan de geneeskrachtige werking van de plant. Dit samen met Holy thistle en Blessed thistle. Die laatste naam zouden we echter moeten afkeuren want er is reeds een Gezegende distel (Cnicus benedictus). Slechts een naam verwijst naar de geneeskrachtige eigenschappen van de plant nl. Silybe de Marie.
Dat de Mariadistel over sterk helende krachten beschikt kan men in tal van naslagwerken over geneeskruiden terug vinden. De hele plant is eetbaar en een infuus getrokken van de gedroogde plantendelen kan nuttige diensten bewijzen ter verbetering van de spijsvertering. Toch schuilt de meest geneeskrachtige werking in de silymarine, een stof die in de zaden aanwezig is. Silymarine is een sterk antidotum en heeft bijzonder beschermende en stimulerende eigenschappen met betrekking tot de levercellen. Niet alleen de functie van de lever wordt hersteld maar bovendien wordt ook de galafvloeiing bevorderd. Dat maakt de Mariadistel tot een zeer interessant en effectief kruid tegen heel wat kwalen die hun oorsprong vinden in een verstoorde leverfunctie zoals hepatitis, levercirrose, spijsverteringsklachten, galaandoeningen, constipatie, hart- en vaatziekten ten gevolge van een verstoorde vetstofwisseling. Ook zouden haar werkzame stoffen de mens beschermen tegen allerlei toxische stoffen: scheikundige dampen, pesticiden, zware metalen, milieuverontreiniging, en niet te onderschatten: het gebruik van alcohol en geneesmiddelen. Daar depressie en het bijna epidemische chronisch vermoeidheidssyndroom vaak ook hun oorzaak vinden in een overbelaste lever, is de Mariadistel misschien wel het meest interessante kruid van deze eeuw en zou bijgevolg in geen enkele keuken of huisapotheek mogen ontbreken.
Maar we mogen niet vergeten: kruiden werken ondersteunend. Ze zijn echter geen wondermiddelen indien we de ware oorzaak van de kwaal niet aanpakken. En dat is ontegensprekelijk een gezonde leefwijze.
René Vertommen.
RESULTATEN INVENTARISATIE BOERENZWALUW 2006
Uit de "Atlas van de Vlaamse Broedvogels 2000-2002" blijkt dat de populatie van de Boerenzwaluw sinds de jaren '70 met ongeveer 70% afgenomen is. In 1996 werd een gedetailleerd onderzoek naar het voorkomen van de Boerenzwaluw in Heist-op-den-Berg uitgevoerd. Hierbij werden 270 telformulieren verspreid onder de actieve landbouwers bij de landbouwtelling. 113 ingevulde formulieren werden ingeleverd (42%). Tevens werden de deelgemeente Hallaar, Heist-op-den-Berg en Schriek quasi volledig geïnventariseerd op het veld door vrijwilligers van Natuurpunt. Op vraag van de milieuraad van Heist-op-denBerg en Natuurpunt Grote Nete werd in 2006 een nieuwe telling uitgevoerd om de evolutie van de zwaluwstand in de laatste 10 jaar te kunnen opvolgen.
Studiegebied
De inventarisatie van de Boerenzwaluw in 2006 werd uitgevoerd in de gemeente Heistop-den-Berg. Het gaat om een gemeente met een verstedelijkte kern en 5 landelijke deelgemeentes. De gemeente heeft een totale oppervlakte van 8.645 hectare en telt 38.500 inwoners. De landbouwactiviteit bestaat overwegend uit melkveehouderij en in mindere mate
Resultaten.
uit grondgebonden tuinbouw. Hierdoor wordt het cultuurlandschap gedomineerd door weilanden en maïsteelt. De vallei van de Grote Nete slingert zich door de gemeente over een lengte van 12 kilometer.
Werkwijze
Deze telling werd op 2 manieren georganiseerd. Enerzijds werden 175 telformulieren onder alle actieve landbouwers verspreid via de gemeentelijke landbouwtelling in mei 2006. Er werden 59 ingevulde formulieren (34%) terugbezorgd via de dienst locale economie. Anderzijds hebben 7 vrijwilligers van Natuurpunt getracht om de ontbrekende gegevens te verzamelen. Hierbij werden de deelgemeenten Booischot, Hallaar, Itegem en Heist-op-denBerg quasi volledig geïnventariseerd en Wiekevorst en Schriek gedeeltelijk.
De gebruikte onderzoeksmethode in beide inventarisatieperiodes was identiek. De respons van de landbouwers via de telformulieren nam licht af van 42% naar 34%. De terreininventarisaties in beide periodes hadden deels betrekking op dezelfde deelgemeenten. Hierdoor is een vergelijking van de resultaten uit beide periodes mogelijk.
In onderstaande tabel vindt u een overzicht van de resultaten van het onderzoek:
|
Naam deel- gemeente |
Broed pa- ren199 6 |
Locaties 1996 |
Nestdicht- heid 1996 |
Broedpa- ren 2006 |
Locaties 2006 |
Nestdicht heid 2006 |
|
Booischot |
27 |
12 |
2,2 |
24 |
14 |
1,7 |
|
Hallaar |
22 |
11 |
2,0 |
20 |
8 |
2,5 |
|
Heist-op-den- Berg |
112 |
51 |
2,2 |
63 |
27 |
2,3 |
|
Itegem |
103 |
23 |
4,5 |
98 |
19 |
5,2 |
|
Schriek |
46 |
23 |
2,0 |
28 |
14 |
2,0 |
|
Wiekevorst |
70 |
23 |
3,0 |
69 |
12 |
5,7 |
|
TOTAAL |
380 |
143 |
2,65 |
302 |
94 |
3,2 |
De totale broedpopulatie verminderde de afgelopen 10 jaar van 380 naar 299 broedparen. Dit is een daling met 21,6%. Het aantal verschillende broedlocaties nam met 35% af; van 143 naar 93 locaties. De resterende zwaluwenkoppels komen dus meer geconcentreerd voor. Dit blijkt eveneens uit een toename van het gemiddelde aantal nesten per locatie. Dit nam toe van 2,65 broedkoppels naar 3,2 nesten per locatie. Dit stemt overeen met het gemiddelde cijfer voor Vlaanderen (3,14) tijdens de zwaluwtelling in de periode 1995-1997.
De afname van het aantal nestelende zwaluwen is echter niet in alle deelgemeenten even omvangrijk. Zo is de afname in Booischot, Hallaar, Itegem en Wiekevorst eerder beperkt tot ca. 10%. Het aantal bewoonde adressen daalde er echter met 28%. De vermindering in Schriek is mogelijk het gevolg van een minder goede inventarisatie, doch in deze gemeente is er eveneens een sterke toename van de lintbebouwing. De situatie in deelgemeente Heist-opden-Berg is echter beduidend slechter dan het gemiddelde. De zwaluwpopulatie nam er op tien jaar tijd met 45% af. Het aantal bewoonde locaties werd zelfs gehalveerd (- 47%)! Deze deelgemeente wordt het sterkst door de toenemende verstedelijking, industrialisatie en lintbebouwing getroffen. De verdwenen locaties bevinden zich deels in gebieden, waar nieuwe verkavelingen en woningbouw gerealiseerd werden.
De afname van het aantal zwaluwen kan ook deels verklaard worden door de vermindering van het aantal actieve landbouwbedrijven. Het aantal landbouwbedrijven daalde immers met 35%: van 270 naar 175,. Zwaluwen nestelen immers vooral op plaatsen, waar ook dieren (runderen, paarden, varkens) worden gehouden.
De 6 locaties, waar meer dan 10 broedparen voorkomen, zijn uitsluitend in Wiekevorst en Itegem gesitueerd. Dit zijn de deelgemeenten met de grootste open ruimtes, waar enkele grote rundveebedrijven gevestigd zijn.
BESLUIT.
Uit de analyse van de boerenzwaluwen in
Heist-op-den-Berg kan worden besloten dat de populatie de afgelopen 10 jaar
met 21% afnam. In de landelijke deelgemeenten bleef de afname beperkt tot ca.
10%. In de meer verstedelijkte kern bedraagt de afname zelfs 45%.
Het aantal adressen met bewoonde
nestplaatsen daalde met gemiddeld 35% en halveerde zelfs in de
centrumgemeente. Dit cijfer stemt overeen met de vermindering van het aantal
actieve landbouwbedrijven in de gemeente (- 35%). De gemiddelde nestdichtheid
nam toe van 2,65 naar 3,2 broedparen per adres.
Dit onderzoek werd mogelijk dankzij de medewerking van het gemeentebestuur van Heistop-den-Berg. Een oprecht dankwoord aan de landbouwers voor hun medewerking aan deze telling. Tenslotte danken we de vrijwilligers van Natuurpunt: Paul Anthonis, Julien De Groof, Joris Bosmans, Jo Van Dessel, Rien De Keyser, Eddy Nagels en Francois Van den Bosch die in het veld de gegevens hebben verzameld.
Wilfried Wouters 8 september 2006.
Reeën zijn schuw van aard en leren moeilijk. Als ze in gevangenschap terechtkomen zullen Reegeiten uiteindelijk wel tam worden, maar bokken niet. Ze zijn bovendien - vooral in de bronstijd - zeer onbetrouwbaar. Je kan dus zeggen dat Reeën niet aarden in gevangenschap. Ze gaan er dan ook snel dood. Daarom zie je Reeën zelden of nooit in dierenparken of op kinderboerderijen, in tegenstelling tot Damherten of Edelherten.
Wanneer je Reeën tegenkomt, fiets of loop dan langzaam door en blijf gewoon naar ze kijken. Daarmee valt voor hen een groot deel van de dreiging weg. Blijf dus niet staan en ga zeker niet met je verrekijker uitgebreid staan turen, want dan springen ze meteen weg. In het voorjaar en de zomer leven Reeën min of meer solitair. De R verzorgen hun jongen (meestal één of twee stuks) en de Reebokken gaan hun eigen gang. De toptijd van Reeën ligt in juli en augustus. Het is dan bronstijd en vooral de Reebokken zijn dan in topconditie, en dit is ook echt goed te zien. Sommige van die beesten zien er dan kolossaal uit. Prachtig om zien. Na die periode keert de rust onder de Reeën weer terug. Vooral na het afvallen van hun gewei in oktober of november. Zodra het blad van de bomen valt, verlaten de anders zo schuwe schemerdieren hun vertrouwde stekje in het bos en verzamelen ze zich overdag in groepjes op de omliggende akkerlanden en velden. In zo'n groep, in vakjargon een `sprong' geheten, komen dan alle geiten, bokken en jonge dieren uit de buurt bijeen. De groep, die soms uit wel dertig dieren bestaat (in onze streek een zes à zeven dieren), blijft dan tot het voorjaar bij elkaar.
Over het hoe en waarom van deze ingrijpende gedragsverandering is in de literatuur niet veel te vinden. Maar een paar redenen kan men wel bedenken. Vanuit strategisch oogpunt gezien is het voor Reeën veel slimmer om 's winters in een groep en op de akkers te verblijven. Op de open vlakte overzien ze beter het naderende gevaar, en meer individuen zien nu eenmaal meer dan één. Bovendien hebben de oude dieren meer ervaring met gevaarlijke situaties dan de jonge dieren. Aan de rand van de groep
liggen dan ook alleen de oudere, de "zekeraars". Zij houden continu een oogje in het zeil en dragen hun ervaring op de jongen over. Een andere reden heeft te maken met de theorie dat de hoeveelheid zonlicht belangrijk is bij de vorming van een nieuw gewei. Op een akker of veld vang je nu eenmaal meer zonlicht op dan in het bos. De grootte en sterkte van het gewei zijn bepalend voor de status van een Reebok binnen de groep. Hoe groter en sterker het gewei, hoe hoger zijn rangorde. Voor het vasthouden van warmte hoeven Reeën zich overigens niet per se in een groep op te houden.
Van af oktober hebben ze in plaats van de helder bruinrode zomervacht een veel dikkere, grijsbruine winterdos gekregen. De wintervacht bestaat uit een water- en winddichte dekmantel met een isolerende wollaag eronder. Deze vacht houdt de warmte zo goed vast dat bij Reeën de sneeuw onder het dier smelt. Met hun lange snuit en altijd vochtige zwarte neus ruiken Reeën bijzonder goed. Ze sporen er hun voedsel mee op, dat 's winters vooral uit takken, eikels, beukennoten - knoppen - naalden en mossen bestaat. Met een beetje meewind ruiken ze mensen al op zo'n 200 tot 300 meter afstand.
Het benaderen van de Reeën is dan ook een verhaal apart. Het vereist heel wat veldwerk. Door voorzichtig steeds dichter naar de groep te tijgeren (een combinatie van sluipen en kruipen) en kleren met dezelfde geur te dragen, wassen is absoluut taboe, kan je geruisloos naderbij komen.
Je houdt er een goed gevoel aan over, wanneer je een sprong Reeën op kousenvoeten kan benaderen.
Titte, De Grunen Heisteneir
BIJZONDERE WAARNEMINGEN IN ONZE REGIO: JUNI -AUGUSTUS 2006.
VOGELS
Onze kleinste fuut, de Dodaars verbleef op 11 juni op een ven in de Langdonken te Herselt. Deze soort is hier dan ook zo goed als zeker broedvogel (VDB). Aalscholvers verbleven de ganse periode op het Trichelbroek te Eindhout, zij het in zeer kleine aantallen (BEH). Een Grote zilverreiger vloog op 14 augustus 's avonds over het Zammelsbroek richting Trichelbroek (VKJ). Ooievaars worden jaarlijks steeds algemenere doortrekkers. Waarschijnlijk zit de toename van de soort als broedvogel in Nederland hier voor iets tussen. Op 19 augustus trok één exemplaar naar het zuidwesten over de Langdonken (ARK, DAG) en op 26 augustus pleisterde één vogel te Booischot (Jan Soors). Spectaculair was een groep van ongeveer 90 Ooievaars naar het zuiden glijdend over HeistGoor en Schriek op 26 augustus (Jan Soors). Roofvogels en uilen kenden dit jaar een vrij zwak broedseizoen. Duidelijk minder nesten en een lager nestgemiddelde. Er was één melding van een Bruine kiekendief. Een mannetje trok naar het zuidwesten over het Zammelsbroek en Trichelbroek op 15 augustus (BEH, VKJ, CRA). Op 6 juni zag BOJ een Wouw (Zwarte of Rode?) te Heist-Goor die verjaagd werd door de plaatselijke Torenvalk. Wespendieven werden gezien in de Langdonken op 18 en 25 juni en 9 augustus (VDB, Bruno Bergmans), vlinderend boven Varendonk eveneens op 18 juni (BEH, VWL), op 10 juli in het Trichelbroek (BEH) en tenslotte op 21 augustus boven de Isschotweg te Heist-op-den-Berg (WUB). Boomvalken waren dan weer wat talrijker: op 6 juni in de Langdonken (VDB), op 10 juni in het Goor te Westmeerbeek (WOW), op 15 juni aan de Snepkes te Herselt (BEH), op 7 en 16 juli (2) in de Swinnebroeken te Vorst (BEH), op 22 juli te Heultje (VKJ, LEI), op 10 augustus te Herselt (DAG), op 20 augustus te Heist-op-den-Berg (DCM) en op 29 augustus om te eindigen boven de Lodijkbeemden te Hallaar (GOB).
Twee ontsnapte Kroonkraanvogels verbleven op 22 juni te Pijpelheide (BOJ). Er kwam slechts één melding binnen van twee Patrijzen in de Trichelhoek te Eindhout op 7 juli (BEH). CRA kon in juni 7 Kwartels ringen: op 5, 18, 19 en 23 juni telkens één en op 16 juni zelfs drie. Op 30 juni riep er 's nachts ook één exemplaar aan het Truchelven te Oosterwijk (VKJ). Scholeksters werden nog op verschillende plaatsen gezien en gehoord. Telkens één Wulp verbleef op het Schobbroek te Voortkapel op 5 juni (VKJ) en in de Godinstraat te Wiekevorst op 17 juli (WOW). Witgatjes werden waargenomen op 3 en 4 juli aan het overstromingsbekken van de Rashoevebeek te Heist-op-den-Berg (GEA), op 30 juli in de Netevallei te Heist-op-den-Berg (BOJ) en in de Goren te Huishout op 15 augustus (WUB). Niet minder dan 15 Groenpootruiters vlogen over het Truchelven op 14 juli (VKJ). Op 26 en 28 juni baltste 's avonds nog een Houtsnip boven Varendonk (BEH).
Van de steeds zeldzamer wordende Ransuil was er een waarneming aan de Brug aan de Goren te Heist-op-den-Berg op 20 juli (WOW) en een ringvangst te Heultje op 22 juli (LEI). Er kwamen heel wat waarnemingen van Ijsvogels binnen: 11 juli in Varendonk (BEH), 20 juli en 21 juli in de Langdonken (VKJ, WOW), 31 juli, 5 en 18 augustus in het Trichelbroek (BEH, DAG, ARK, WOW), 7 augustus in de Averegten te Hallaar (WUB) en op 18 augustus in de Netevallei te Booischot (VDJ). Op 13, 27 en 30 juli ringde CRA er telkens één in zijn tuin te Blauberg. Ook waren er weer meerdere meldingen van Zwarte spechten: 7 juni in de Herebossen te Hulshout, 15 juni in het Wijngaardbos te Veerle, 18 juni (2) in de Langdonken (VDB), 11 juli (2) in de Averegten (WOW), 25 juli (2) in de Goren te Hulshout (DKR) en 8 augustus in Varendonk (BEH).
Een Middelste bonte specht liet zich opmerken in Varendonk op 11 en 29 juli (BEH). Samen met de voorjaarswaarnemingen in de regio mogen wij deze soort dan ook bijna zeker als broedvogel noteren. Een Kleine bonte specht liet zich eveneens in Varendonk horen op 18 juni (BEH). Van de zeldzame Draaihals waren er ringvangsten te Heultje op 19 en 26 augustus (LEI, VKJ) en op die laatste dag ook één te Blauberg (CRA). LEK telde begin juli enkele mooie kolonies Huiszwaluwen te Laakdal: in Varendonk (firma Rens) waren er 34 nesten, aan de boerderij van de familie Wijnants te Eindhout 30 nesten en bij bouwmaterialen Vandervliet te Veerle 11 nesten. Met dank aan de eigenaars voor hun bereidwillige huisvesting. Van de Grote gele kwik waren er waarnemingen (broedvogels) te Lodijk langs de Grote Nete op 15 juli, aan de Fonteinbrug te Itegem op 19 juli (WOW) en aan de Snepkesbrug te Westerlo op 3 juli (VDJ). Van de Gele kwik trokken er twee over Heultje op 22 juli en was er een ringvangst aldaar op 26 augustus (VKJ, LEI). Op 19 augustus werd er hier eveneens een Paapje geringd en op 20 en 26 augustus pleisterden er daar respectievelijk twee en één exemplaren van deze soort (VKJ, LEI). Eveneens opmerkelijk was de ringvangst van een Orpheusspotvogel te Blauberg op 17 augustus (CRA, BEH, VKJ). Op kon CRA hier reeds een zeer vroege Sijs van een ring voorzien op 28 juni terwijl er nog een vroeg exemplaar op de Bleidenhoek te Blauberg werd waargenomen op 28 juli (VKJ). In de tuin van BEH in het Wijngaardbos te Veerle werd op 17 juli een Roodmus geringd, op 18 juli nogmaals gecontroleerd en op 19 juli een laatste maal waargenomen (BEH, CRA, VKJ, e.a). Kruisbekken werden nog waargenomen overtrekkend te Blauberg op 18 (16) en 20 juni (14) (CRA) en boven de Roost te Veerle op juli (1) (BEH).
KRUISING GEKRAAGDE X ZWART ROODSTAART TE VEERLE.
Op de Paardsbossen, gelegen tussen De Roost het Trichelbroek, te Veerle broedde in juli e naar wij eerst dachten Zwarte roodstaart in e vrijstaande garage naast een woning. Bij controle van het nest werden kleine jongen vastgeste Het mannetje dat de jongen kwam voederen van toch wel een heel raar beest. Hij had bijvoorbeeld een wit voorhoofd en een heel donker zwarte borst die duidelijk was afgelijnd ter hoogte van 1 begin van de onderbuik. De onderbuik leek verder licht rossig. Waarschijnlijk hadden we hier doen met een kruising van Zwarte x Gekraagde roodstaart. Dit laatste wordt de laatste jaren v eens meer in Vlaanderen waargenomen, maar 1 blijft uitzonderlijk. Spijtig werd het nest enk( dagen later door een kat leeggeroofd en verdween ook het ouderkoppel. Zo kon deze toch eigenaardige vogel niet verder worden bestudeer
HOOPJE PLUIMEN WORDT SPRINGLEVENDE WATERRAL
Op 23 september was ons lid André Cristael zijn tuin te Blauberg met een bosmaaier gras a 't maaien. Plots zag hij tussen het gras op grond een bosje veren liggen van naar hij da( een dode vogel. Hij was er met de draaien messen van zijn bosmaaier net boven gepasseerd. Toch nieuwsgierig naar de oorsprong van die verenmassa, legde hij zijn bosmaaier even aan kant en duwde met zijn handen het gras opzij om beter te kunnen zien. Wanneer hij de veren vastpakte had hij een springlevende Waterral zijn handen. André heeft natuurlijk de vogel geringd met een wetenschappelijke ring en hem ter plaatse opnieuw vrijgelaten. Het hoeft niet gezegd dat André met de nodige omzichtigheid heeft verder gemaaid.
ZOOGDIEREN
Het meest spectaculaire nieuws kwam van Averbode Bos. Op de grens van Averbode en Herselt in de buurt van Hoeve Den Eyck werd op 31 augustus een dode Das gevonden als verkeersslachtoffer. Het ging om een jong mannetje dat hier ongelukkig aan zijn einde kwam. Het beest werd voor verder onderzoek opgehaald door het INBO (Bart Van Berghen). Steenmarters lijken nog steeds verder uit te breiden met vondsten van verkeersslachtoffers op de Aarschotsesteenweg te Herselt op 19 juni (Marc Kroonenborghs), op de Wolfsdonksesteenweg te Herselt op 21 juni (VDB, BEH) en langs de Testeltsesteenweg te Averbode op 14 augustus (BEH). Een overreden Bunzing werd gevonden langs de Grote Steenweg te Veerle op 17 augustus (BEH) en een nog levend verweesd jong exemplaar werd op 8 juli opgehaald in Tuinheide te Bergom en overgebracht naar het asiel van Heusden-Zolder (BEH). Op 8 juli stak een Wezel voor de wagen van BEH Blaardonk over in Varendonk. Dode jonge Vossen werden gemeld langs de Grote Steenweg te Varendonk op 5 juni en langs de Zandstraat te Veerle-Heide op 15 augustus (BEH).
REPTIELEN
Mooi was de waarneming van twee Levendbarende hagedissen in de Goren te Hulshout op 25 juli (DKR). Minder aangenaam was een Roodwangschildpad die op 2 augustus in de Grote Nete te Huishout werd waargenomen.
VLINDERS
Vooral het tropische weer in juli heeft heel wat bijzondere vlinders naar onze regio gelokt die hier normaal niet jaarlijks verschijnen. Op 9 juli vloog er een Kleine ijsvogelvlinder in de Langdonken te Herselt (Firmin ?). Zoektochten naar de Bruine vuurvlinder leverden op 23 juli ook een waarneming van deze soort op in de Schrieken te Herselt (med. Koen Berwaerts). Ook uitzonderlijk was de Kleine parelmoervlinder die VDV op 30 augustus
fotografeerde in Averbode Heide te VeerleHeide. Verder waren er nog enkele waarnemingen van Luzernevlinders (gele of oranje ?) in 't Hoeves te Vorst op 23 juli (VDV) en in de Netevallei te Heist-op-den-Berg op 30 juli (BOJ). Verder waren er weer heel wat waarnemingen van Kolibrievlinders met o.a. twee in een tuin te Wiekevorst op 16 augustus (DKR) en twee dagen later één in de tuin van BOJ te Heist-Goor. Deze laatste zag hier op 25 juli ook een Glasvleugelpijlstaart en een Vierpuntbeer. Op 21 juli was er ook een Glasvleugelpijlstaart in de tuin van VDV te Veerle.
LIBELLEN
Steeds meer mensen binnen onze afdeling interesseren zich aan libellen en waterjuffers. De cursussen van WOW zijn hier waarschijnlijk niet vreemd aan. Op 18 juni waren er in de Langdonken waarnemingen van o.a. enkele Tangpantserjuffers, drie Tengere grasjuffers en zes Zwervende pantserjuffers (VDB). Van deze laatste soort waren er hier op 9 augustus nog twee (Bruno Bergmans) en op 27 augustus vloog er een Zuidelijke glazenmaker rond (Lon Lommaert). Een eenzame Kanaaljuffer werd door VDV gefotografeerd op 't Hoeves te Vorst op 23 juli en van de schitterende Bandheidelibellen nam hij in juli een foto van een vrouwtje in 't Trichelbroek en op 15 augustus in Varendonk van een zeer mooi mannetje.
DANK AAN VOLGENDE WAARNEMERS: ARK, Arnauts Karine, BEH = Berghmans Herman, BOJ=Bosmans Joris, DAG = Daems Geert, DCM=De Cleyn Marc, DKR = De Keyser Rien, GEA=Geens André, GOB = Govaere Bart, LEI = Ledegen Ignace, LEK = Leysen Koen, NAE = Nagels Eddy, VBK = Van Bavel Koen, VDB =Van Dyck Benny, VDJ = Van Dessel Jo, VDV = Van Dyck Vic, VHD = Van den Heuvel Dieter, VKJ = Van Kerckhoven Jos, VWL=Verwimp Ludo, WOW - Wouters Wilfried, WUB= Wuyts Bert.
WAARNEMING van BIDSPRINKHAAN te Heist-op-den-Berg
Op 9 oktober, een zonnige nazomerdag, zag ik een uiterst zeldzaam beestje lopen. Ik stopte het diertje vlug in een potje om eens goed te bekijken.
Het was een `gewone' Bidsprinkhaan, (Mantis religiosa) die komt algemeen in Europa voor , tot ongeveer de breedtegraad van Parijs en rond de Middellandse Zee zijn er nog enkele andere soorten te vinden. Normaal gezien komen deze insecten hier niet voor,( vaker in zuid België, Torny ) maar misschien zijn ze door de warme zomer wat noordelijker opgeschoven? Onze Tijgerspin is toch ook de laatste jaren in onze streken neergestreken.
Bidsprinkhanen danken hun naam aan het Griekse woord Mantis, dat profeet of waarzegger betekent. Ze onderscheiden zich van de krekels en sprinkhanen doordat ze carnivoor zijn. Ze kunnen nauwelijks springen en ze hebben een totaal andere lichaamsbouw. Wereldwijd zijn er ongeveer 2500 soorten Bidsprinkhanen uit 400 geslachten en ze komen voornaam in de tropen voor.
Deze diertjes worden ook vaak in terraria ge. houden, net zoals wandelende takken . Mis schien is deze Bidsprinkhaan wel zo 'n ont snapt exemplaar, of zien we de volgende jaren door de opwarming van de aarde meer van deze `gezellige ` diertjes.
Joris Bosmans
WANDELING in PARK HOGE KEMPEN - MECHELSE HEIDE
Om 9u, flink op tijd, staat Eric al op mij te wachten. Tot mijn verbazing is hij alleen. Den Titte is dan toch niet op tijd uit zijn nest geraakt.
Onder een donkere hemel karren we via de autoweg richting Limburg. De zon doet wat schuchtere pogingen om door het wolkendak te breken, maar veel gaan we haar vandaag niet te zien krijgen.
Na een uurtje zijn we al in Maasmechelen. Even zoeken naar het beginpunt van de wandelingen en al gauw zijn we op stap. In de voormiddag wandelen we een lus van 10 km die ons vooral door eindeloze bossen zal voeren. De wandelpaden zijn goed onderhouden en zeer goed gemarkeerd. Het terrein is zeer afwisselend met af en toe een pittige klim. We wandelen flink door.
Het is vooral gemengd naald- en loofbos, afgewisseld met kleine stukjes heide en grotere stukken dennen die hier duidelijk nog aangeplant zijn om te dienen als mijnhout, Eisden, Waterschei en Winterslag liggen slechts op een boogscheut. Via enkele met Amerikaanse eik afgezoomde dreven komen we aan een oude spoorweg die we geruime tijd volgen. Op km 8 bereiken we "de oude Statie" een tot taverne omgebouwd stationnetje. We maken van de gelegenheid gebruik en proeven een plaatselijke lekkernij op het gezellige terras. Het biertje, Ter Dolen, loopt fris en smakelijk naar binnen, een echte meevaller.
Vol goede moed vatten we het laatste stukje van de voormiddagwandeling aan. Even na de middag bereiken we het eindpunt. We rijden met de auto naar de dichtstbijzijnde picknickzone en spreken onder de vallende eikels onze knapzak aan. Het is hier heerlijk stil en rustig en de boterhammen smaken.
Deze namiddag gaan we de Mechelse Heide verkennen. We maken een combinatie van de gele, rode en blauwe wandeling en komen zo aan 12km. Al snel verlaten we het bos en komen in de golvende paarse heide. Her en der zijn stukken heide machinaal geplagd en verjongd. Het zandige paadje slingert zich door het weidse landschap.
Af en toe komen we andere wandelaars tegen, maar meestal is het zeer rustig en worden we overweldigd door de stilte.
Na een steile klim staan we plots aan de rand van een enorme zandgroeve . Zo'n 80 m beneden ons blinkt het water van de Sibelco-site. Deze firma gaat in de toekomst haar activiteiten hier afbouwen en het terrein saneren om zo nog meer kans te geven aan natuurherstel in dit verder ongerepte gebied.
Op het tweede gedeelte van de wandeling dalen we terug en verlaten de heide. Nu komen we in het lagere en ook natte gedeelte van het park: De Mechelse Vennen.Hier is nog veel werk voor de boeg om de verzande plassen te herstellen. Het wordt ongetwijfeld een pareltje. Haast ongemerkt zijn we terug geklommen en even later staan we op de, andere, rand van de zandgroeve. Hier bereiken we het hoogste punt van de wandeling. Het uitzicht is allerfraaist. De dorpen in de buurt, wat verder de Maalvallei met op de andere oever Nederlands Limburg en nog verder tot helemaal in Duitsland kan je hier zien. Jammer van de bewolking die het zicht beperkt, maar toch de moeite waard. Om 4 uur zijn we rond, we voelen de kilometers in de kuiten, maar hebben ten volle genoten van de prachtige natuur. We gaan nog op zoek naar het bezoekerscentrum, maar door allerhande omleidingen raken we het spoor bijster . We besluiten dan maar de dag te besluiten met een pintje in Café Vogelzang in As. De OpsAle bevalt ons echter niet en we zitten al snel in de auto richting Heist.
De Mechelse Heide was een bezoek meer dan waard en in de toekomst zullen we hier zeker nog eens terugkomen om te genieten van het enige nationale park dat ons Vlaanderland rijk is.
J’O
GESLAAGDE BARBECUE AAN DE BIERHOEVE
Donderdag 28 september 2006
bracht een delegatie van het Europese project FARLAND een bezoek aan Averbode Bos & Heide.
Het project "Future Approaches to Land Development" ( FARLAND) is een Europees samenwerkingsproject dat wil bijdragen tot het vernieuwen van instrumenten voor geïntegreerde plattelandsinrichting. Het project wordt gecofinancieerd door het Interreg IIIC West Programma. Voor meer informatie kan je terecht op www.farland.eu
De kennis en ervaringsuitwisseling tussen de partners wordt gestimuleerd door het organiseren van uitwisselingsbezoeken. Vlaanderen was van 26 tot 29 september aan de beurt voor het organiseren van een studiereis. De laatste avond van de studiereis, werd afgesloten met een sfeervolle barbecue op de binnenkoer van de Bierhoeve. Voor de organisatie ervan deed de Vlaamse Landmaatschappij beroep op vrijwilligers van Natuurpunt Grote Nete.
Op het menu stonden streekproducten zoals zwarte en witte pensen, lamskoteletjes en vers hoeve ijs. Het gebeuren werd opgeluisterd met een vleugje folk muziek en een grote vuurkorf als kampvuur.
Dankzij een perfecte organisatie en dankzij de mooie nazomer, genoot iedereen met volle teugen van een schitterende avond in Averbode Bos & Heide.
De Vlaamse Landmaatschappij is er dan ook van overtuigd dat dergelijke samenwerkingsinitiatieven in de toekomst nog meer kansen moeten kunnen krijgen, omdat ze bijdragen aan geintegreerde plattelandsontwikkeling.
Artikel van Vogelbescherming Vlaanderen.
Roofvogeldemonstraties zijn allesbehalve educatief.
Vogelbescherming Vlaanderen maakt zich ernstige zorgen over de toename van demonstraties met roofvogels en uilen en de aandacht die ze in de media krijgen. Overal bieden bepaalde individuen, die zichzelf valkenier noemen, hun diensten aan in scholen, bij verenigingen, feestcomités en zelfs overheidsdiensten. Het is betreurenswaardig dat de meeste scholen en verenigingen daar positief op ingaan, vermoedelijk door gebrek aan de nodige achtergrondinformatie. Personen die roofvogelshows ten beste geven zijn in feite geen echte valkeniers, het zijn eerder, wat wij noemen, 'pseudo-valkeniers'. Deze mensen proberen onder het mom van natuureducatie hun boterham te verdienen. Zij beschikken vaak over een groot aantal dag- en nachtroofvogels, waarvan lang niet vaststaat of ze legaal werden verkregen. Het is al langer dan vandaag geweten dat roofvogelhorsten in de natuur worden leeggeroofd om aan de grote vraag van pseudo-valkeniers en andere 'roofvogelliefhebbers' te kunnen voldoen. Ook nestkasten - ondermeer van Kerkuilen, Bosuilen en Torenvalken - worden hoe langer hoe meer geplunderd. Samen met haar Opvangcentra voor Vogels en Wilde Dieren heeft Vogelbescherming Vlaanderen een petitie opgestart die op haar website online kan worden getekend.
Petitie op web: www.vogelbescherming.be
NATUURGEDICHTEN
Herfstdag aan zee
Een briesje aait het zand water rond de kuiten
een schreeuwmeeuw vliegt over het strand ik hoor een scheepshoorn tuiten
er liggen schelpen in het zand
de zon doet flink haar best
een vlieger scheert over het strand de wind komt uit de west
ik zie je stappen in het zand de stempel van je voeten jij zweeft over het strand hoor de misthoorn toeten
J'O
Bui
Windstil
de zwoele warmte zindert na vanuit het zuiden donderwolken donker dreigend een windstoot een bliksemflits een donderslag de eerste druppels spatten open
op de hard gebakken grond de aarde opent laaft zich
aan de koele regen
J'O
VIERING 1000-STE LID AFDELING GROTE NETE
Natuurpunt afdeling Grote Nete vierde op 15 augustus feest aan de Kaasstrooimolen te Bruggeneinde. Het natuurreservaat, De Bruggeneindse Goren worden reeds 25 jaar beheerd en dat moest gevierd worden. De familie Bruno Peeters uit Huishout werd het duizendste lid van afdeling Grote Nete.
25 JAREN BRUGGENEINDSE GOREN Wandeldag op 15 augustus
Ondanks de felle regenbuien werden ruim 130 wandelaars rondgeleid door 8 gidsen in de Bruggeneindse Goren. In het molenhuis was een schitterende fototentoonstelling opgebouwd door Louis Schoeters over de fauna en flora van dit gebied.
Ook werd een fraai infobord over het gebied onthuld door burgemeester Verbist en conservator Olivier Heylen.
Tevens hebben wij ons 1000-ste lid in de kijker geplaatst. De familie Bruno Peeters uit Huishout werd in de bloemen gezet en de kinderen keerden naar huis met een nestkast, een voedertafel en een waardebon.
Als afsluiter was er een optreden van de Heistse groep Piep.klein.
Info van de groei van onze afdeling:
Natuurpunt vzw ontstond door de fusie van Natuurreservaten vzw en De Wielewaal vzw in oktober 2001. In 2002 telde de plaatselijke afdeling 720 gezinslidmaatschappen. De afgelopen 5 jaar is het ledenaantal jaarlijks gestegen met gemiddeld 9%.
2002 : 720
2003 : 855
2004: 952
2005 : 984
2006 :juni 1000
In juni werd Bruno Peeters lid van onze afdeling en meteen waren zij het duizendste gezin dat lid is van Natuurpunt Grote Nete.
Het gezin Peeters, ons duizendste lid en enkele bestuursleden.
terug naar>>
Natuurpunt
afdeling Grote Nete
Laatste aanpassing gebeurde op:
12.11.2006 19:52:20
Info en tips:
webverantwoordelijke